Achtergrondinformatie raadsvoortsel logiesbelasting gemeente Kaag en Braassem
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum zaaknr. behandeld door onderwerp
20-08-2024 566518 Cluster Beheer & Projecten Achtergrondinformatie raadsvoorstel logiesbelasting Gemeente Kaag en Braassem -
bijlage(n)
Geachte leden van de raad, In het Raadsakkoord 2022-2026 ‘Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen’ wordt het college van B&W gevraagd om met een voorstel te komen die tot een besluit rondom de invoering van logiesbelasting moet leiden. Deze notitie is de achtergrondinformatie voor het raadsvoorstel Logiesbelasting Gemeente Kaag en Braassem waar de belangrijkste pijlers van deze vraag in zijn uitgewerkt. Onderstaande feiten en argumenten zijn overigens gedurende het traject met de sector, individueel of via belangenverenigingen, uitgewisseld.
VOORGESCHIEDENIS ‘TOERISTENBELASTING’ In 1970 is toeristenbelasting in de plaats gekomen van de toenmalige logeergastenbelasting. De werkingssfeer van logeergastenbelasting werd destijds als ‘te beperkt’ ervaren, omdat slechts belasting kon worden geheven van personen die gedurende ten minste een week als logeergasten verbleven in een hotel of pension. Door de toenemende uitgaven van de gemeenten ter zake van recreatie en toerisme ontstond de behoefte aan een mogelijkheid om van recreanten een bijdrage te verlangen in de kosten van de voor hen geschapen voorzieningen. Dit werd gerealiseerd door in het wetsvoorstel het woord “nachtverblijf” te vervangen voor “verblijf”. De bedoeling daarvan was om ook belasting te kunnen heffen op personen die overdag de gemeente bezochten. In 1990 werd vervolgens het wetvoorstel tot wijziging van de materiële belastingbepalingen van de Gemeentewet ingediend, dat in 1995 in werking getreden is, waarbij zowel de ‘toeristenbelasting’ als de forensenbelasting gehandhaafd bleven. Voor een evenwichtige opbouw werd het wenselijk geacht beide belastingen te handhaven. Sinds 2024 voert 90% procent van de Nederlandse gemeenten (307 van de 342) één of meerdere vormen van
‘toeristenbelasting’. Van de overige 10% is bekend dat in december 2024 bij in ieder geval drie gemeenten een voorstel in de gemeenteraad ter besluit/vaststelling aangeboden wordt voor de invoering ervan per 2025.
LOGIESBELASTING Nederlandse gemeenten zijn niet verplicht de logiesbelasting te heffen: de gemeenteraad kan hiertoe besluiten op basis van artikel 224 van de Gemeentewet. Logiesbelasting kent verschillende tenaamstellingen, in onze gemeente staat deze heffing voornamelijk bekend onder de noemer “toeristenbelasting”. Kaag en Braassem kent op dit moment nog geen vorm van deze belasting. De gemeenteraad heeft eerder om een voorstel gevraagd voor de invoering van deze belastingheffing, maar dit heeft niet tot een positief besluit geleid. In december 2019 is een raadsvoorstel besproken voor de invoering van ‘toeristenbelasting’ met een zogenoemd 0-tarief, echter werd deze middels een amendement niet aangenomen. Als belangrijkste reden werd destijds genoemd dat het 0-tarief voor lokale ondernemers te veel onzekerheid met zich mee zou brengen.
VOORWAARDEN VOOR HET HEFFEN VAN LOGIESBELASTING Als de gemeenteraad besluit op basis van artikel 224 van de Gemeentewet tot de invoering van logiesbelasting, kennen de inkomsten die voortkomen uit deze heffing vanuit de Gemeentewet geen vooraf bepaald bestemmingsdoel. In de basis vallen de inkomsten uit “toeristische” heffingen dus toe aan de algemene middelen van de gemeente. Om logiesbelasting te kunnen heffen, moet de gemeenteraad een Verordening Logiesbelasting vaststellen. In de praktijk zijn er twee vormen van deze verblijfsbelasting: een ‘gewone’ belasting (ook wel landtoeristenbelasting genoemd) en een watertoeristenbelasting. Het vastgestelde tarief geldt over het algemeen voor de gehele gemeente, echter is dit geen vereiste. Het staat de gemeenteraad vrij om alleen in bepaalde gebieden binnen de gemeente een verblijfsbelasting te heffen. De verordening legt de berekening van de verschuldigde belasting vast. De gemeenteraad stelt de verordening vast op voorstel van het college van B&W. Daardoor bepaalt uiteindelijk de gemeenteraad wat het bedrag is dat per overnachting aan logiesbelasting per verblijfsmogelijkheid moet worden betaald.
BIJZONDERE VOORWAARDE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM Het college van B&W heeft middels het BW-voorstel ‘Invoering toeristenbelasting’, d.d.24 oktober 2023 besloten de inkomsten uit logiesbelasting te koppelen aan de impulsen vanuit de Recreatievisie en gelden vanuit het College Uitvoeringsprogramma 2.0. Door dit besluit is deze heffing te bestempelen als een bestemmingsbelasting. Dit dient in de Verordening Logiesbelasting te worden opgenomen.
RAADSAKKOORD 2022-2026 ‘SAMEN BOUWEN AAN DE TOEKOMST VAN ONZE DORPEN’ In het raadsakkoord 2022 - 2026 ‘Samen bouwen aan de toekomst van onze dorpen’ staat het volgende vermeld: “Er is een raadsmeerderheid voor om de komende periode weer toeristenheffing toe te passen waarvan de opbrengsten in de recreatieve sector worden
2
geïnvesteerd. Over de hoogte van het bedrag bestaan verschillende beelden bij de fracties daarom wordt het college gevraagd met een voorstel te komen”. In het raadsakkoord staat de invoeringsdatum op 2023, deze is sindsdien verplaatst naar 2024 en via het BW-voorstel ‘Invoering toeristenbelasting’, d.d. 24 oktober 2023, bepaald op invoeringsdatum 1 januari 2025.
PARTICIPATIE EN INSPRAAK Het raadsvoorstel is opgesteld met de wens om dit in samenspraak te doen met lokale recreatieondernemers. Tijdens het traject is tussen oktober 2023 en augustus 2024 op verschillende manieren en binnen verschillende gremia de wensen, behoeften, voordelen en mogelijke nadelen met belanghebbenden besproken. Recreatievisie De Recreatievisie is samengesteld in samenspraak met inwoners, vrijwilligers en ondernemers. Tijdens de totstandkoming van de Recreatievisie in 2023 zijn er negen inloopavonden georganiseerd. Op deze avonden heeft de wethouder Financiën, Economische zaken, Recreatie en Natuur de invoering van logiesbelasting benoemd en toegelicht. Contact landelijke en lokale branche- en/of belangenverenigingen Er is met zowel landelijke als lokale belangenverenigingen contact gezocht tijdens de totstandkoming van het raadsvoorstel. Daarnaast is inzicht opgedaan bij de Belastingdienst, VNG en buurtgemeenten. Lokale belangenverenigingen Vanaf het begin van de raadsperiode is de portefeuillehouder in gesprek over de invoering van ‘toeristenbelasting’ met het Economisch Overleg Platform (E.O.P.) en Kaag en Braassem Promotie. Het E.O.P. heeft hierin benadrukt dat men de invoering begrijpt, maar heeft de gemeente ook meegegeven dat zij moet letten op het beperken van ‘extra’ administratieve handelingen voor recreatieondernemers.
Ook is men voorstander van een doelbelasting waarbij de baten terugvloeien naar investeringen in de recreatieve sector en dat er met een heldere begroting wordt gewerkt. In het derde kwartaal van 2023 is bekendgemaakt dat de invoeringsdatum bepaald is op 1 januari 2025, rond de jaarwisseling is er een korte notitie geschreven over de toenmalige stand van zaken van het project die door het E.O.P. met de achterban kon worden gedeeld. Naast de gesprekken met het E.O.P., meldde rond het tweede kwartaal van 2024 zich een tweede belangengroep voor recreatieondernemers bij de gemeente. Met hen is de gemeente, inclusief wethouder Financiën, Economische zaken, Recreatie en Natuur, een aantal maal in gesprek gegaan om ontwikkelingen en mogelijke onduidelijkheden te bespreken. Samen met deze belangengroep is ook een goedbezochte inloopbijeenkomst georganiseerd. Landelijke belangenverenigingen De gemeente heeft contact gezocht met HISWA-RECRON over het voorgenomen beleid. Zo is er gesproken tussen de regiomanager van HISWA-RECRON en de Contractmanager van de
3
gemeente Kaag en Braassem tijdens de bijeenkomst toeristenbelasting van de gemeente Nieuwkoop. Daarna zijn er meerdere gesprekken gevoerd en er zijn onderling informatie, dilemma’s en zienswijzen uitgewisseld. De regiomanager HISWA-RECRON was ook uitgenodigd voor de inloopbijeenkomst toeristenbelasting van de gemeente Kaag en Braassem. Hier heeft hij de aanwezigen toegesproken en is er onderling overleg geweest met de Contractmanager en de portefeuillehouder. Aan de hand van dit contact is er een afspraak gemaakt, waar de regiomanager en portefeuillehouder een verdiepend gesprek hebben gevoerd over het onderwerp, en de invoering in de gemeente in het bijzonder. De regiomanager meldde onder andere dat HISWA-RECRON een actief lobbybeleid voert richting het kabinet tegen de - later in dit document genoemde - verhoging van het laagtarief van 9% naar 21% te herzien, wij steunen de belangenvereniging in hun lobby tegen dit voornemen uit het hoofdlijnenakkoord. Belastingdienst, VNG en buurtgemeenten In het voortraject is contact opgenomen met de VNG over de invoering en zijn diverse verordeningen toeristenbelasting en aanverwante stukken geraadpleegd. Ook is contact gezocht met buurgemeenten Leiden, Leiderdorp, Aalsmeer en Alphen aan den Rijn over hun bestaande verordening toeristenbelasting en doorlopen traject tot invoering.
Gemeente Nieuwkoop volgt een gelijkwaardig traject om tot een raadsvoorstel te komen, ook met hen is wederzijdse kennisoverdracht geweest op het te doorlopen proces. Contact Recreatieondernemers individueel Schriftelijke communicatie Ondernemers hebben op het bij de gemeente bekende adres een aantal brieven ontvangen over de invoering van logiesbelasting (in de brief ‘toeristenbelasting’ genoemd), het participatietraject en het verplichte onderzoek door een externe partij. In de schriftelijke communicatie is vermeld dat men bij vragen of opmerkingen contact met de gemeente op kon nemen via belastingen@kaagenbraassem.nl of het algemene telefoonnummer. Het KlantContactCentrum van de gemeente Kaag en Braassem en de klantenservice van Team Belastingen Alphen aan den Rijn kregen op voorhand van het versturen van een brief naar de recreatieondernemers een kopie en een route wat te doen bij vragen. Binnengekomen vragen per e-mail of telefoon zijn beantwoord door de Contractmanager (Belastingen) en Beleidsadviseur Recreatie, Toerisme en Landbouw van de gemeente Kaag en Braassem. Indien gewenst hebben aan de hand van het contact er keukentafelgesprekken plaatsgevonden om de eigen situatie omtrent de mogelijke invoering van logiesbelasting persoonlijk met beide ambtenaren te bespreken.
Keukentafelgesprekken Omdat de gemeente graag in samenspraak met de ondernemers op wil trekken bij de totstandkoming van het raadsvoorstel, is gekozen om in plaats van meerdere inloopavonden juist keukentafelgesprekken te voeren. Dit concept heeft als voordeel dat we als gemeente ons konden aanpassen aan de planning van de recreatieondernemer, zij hun persoonlijke
4
situatie kunnen bespreken en de behandelend ambtenaren, indien gewenst, direct hun onderneming laten zien. Ook heeft deze methode het voordeel dat de ondernemer zijn/haar verhaal ‘kwijt kan’ ongeacht hoe verbaal sterk iemand is (in een groep). Ongeveer 40% van de ondernemers heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot een keukentafelgesprek. Dit gesprek werd gevoerd in afstemming met de ondernemer en hierbij waren vanuit de gemeente de Contractmanager (Belastingen) en Beleidsadviseur Recreatie, Toerisme en Landbouw aanwezig om de stand van zaken van het traject toe te lichten, onduidelijkheden proberen weg te nemen en vragen te beantwoorden. Bij enkele keukentafelgesprekken nam de wethouder Financiën, Economische zaken, Recreatie en Natuur de plek van de Beleidsadviseur in om zodoende uit eerste hand informatie in te winnen van de ondernemers. Persaandacht Gedurende het participatietraject heeft de mogelijke invoering van logiesbelasting zes keer lokale persaandacht gekregen. Onder meer het Leidsch Dagblad, Studio Kaag en Braassem en het AD schonken aandacht aan het voornemen van de gemeente om tot invoering per 2025 over te gaan. Inloopavond Recreatieondernemers zijn uitgenodigd voor een inloopbijeenkomst bij Mariehoeve-logies in Woubrugge. De avond duurde van 20.00 uur tot 22.00 uur.
Naast de ondernemers waren ook de voorzitters van het E.O.P en Kaag en Braassem Promotie aanwezig. Vanuit de gemeente hield de wethouder Financiën, Economische zaken, Recreatie en Natuur een presentatie over het voorgenomen beleid en tijdspad. Naast de wethouder waren ook de Contractmanager (Belastingen) en Beleidsadviseur Recreatie, Toerisme en Landbouw, Teamleider Belastingen Alphen aan den Rijn en de directeur van het adviesbureau aanwezig en beschikbaar voor eventuele vragen. De inloopavond was drukbezocht met tegen de 50 belangstellenden.
5
KADERS VERORDENING LOGIESBELASTING TENAAMSTELLING VERORDENING LOGIESBELASTING Hoewel in het raadsakkoord de naam ‘toeristenbelasting’ genoemd staat, is er geen verplichting om de verordening ook daadwerkelijk zo te noemen. Wat zowel binnen deskresearch als in de gesprekken met recreatieondernemers en andere stakeholders opviel, was dat de naam ‘toeristenbelasting’ in de praktijk vooral tot misverstanden leidt. De belasting wordt immers geheven over het verblijf door niet-ingezetenen, wat dus verder reikt dan alleen toeristen - al doet de naam anders vermoeden. Daar kiezen wij niet voor. Negatieve connotatie en/of misverstanden ‘toeristenbelasting’ In de gesprekken met de ondernemers is duidelijk te merken dat de naam ‘toeristenbelasting’ een negatieve connotatie met zich meedraagt. De gesprekken met diverse stakeholders bracht onder andere de volgende vooroordelen en/of misverstanden naar voren: ➢ Zo wordt gedacht dat de verordening niet alleen betrekking heeft toeristen, maar ook op dagtoeristen (zonder overnachting), bijvoorbeeld bij het gebruikmaken van lokale horecavoorzieningen. Dit past niet binnen het belastbaar feit van ‘toeristenbelasting’. ➢ Er wordt gedacht dat het alleen op buitenlandse toeristen betrekking heeft en niet op binnenlandse. Landelijk gezien valt op dat gemeenten die eerder de naam ‘toeristenbelasting’ voerden, nu een andere tenaamstelling voeren.
Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties haalt de tenaamstelling ‘toeristenbelasting’ aan in het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ uit 2020. In dit rapport wordt voorgesteld om de naam van de heffing te wijzigen in nachtverblijfsbelasting daar dit voor stakeholders duidelijkheid verschaft en beter past binnen het belastbaar feit. Dagtoerisme kan door een gemeente via een vermakelijkheidsretributie worden belast, maar dat is voor onze gemeente niet aan de orde. Nederlandse gemeenten In menig Nederlandse gemeente kent de heffing een andere titel. Zo veranderde de gemeente Waalwijk de naam in ‘verblijfsbelasting’ en gaven gemeenten als Groningen, Schiedam en Capelle aan den IJssel de naam ‘logiesbelasting’ aan deze verordening. De naam ‘logiesbelasting’ past gezien het beoogd belastbaar feit ‘overnachting tegen betaling’ ook goed als naam voor de verordening in de gemeente Kaag en Braassem. Zeker daar de naam ‘logiesbelasting’ geen link draagt naar andersoortige verblijfsvormen wat bij ‘toeristenbelasting’ wel het geval is. Aanpassing van de naam heeft geen effect op de wettelijke grond op basis waarvan de gemeenteraad tot de heffing van deze belasting over mag gaan. Dit blijft artikel 224 Gemeentewet.
6
BELASTBAAR FEIT LOGIESBELASTING Logiesbelasting is gebaseerd op de Gemeentewet. Artikel 224 van deze wet luidt als volgt: ➢ Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven, kan een toeristenbelasting worden geheven. ➢ Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Aangezien de definitie binnen artikel 224 erg breed is en dit uitdagingen brengt binnen uitvoerbaarheid en/of onwenselijke situaties met zich mee kan brengen, wordt voorgesteld om bij het opstellen van de verordening voor de gemeente Kaag en Braassem een meer gedefinieerde omschrijving te hanteren van het belastbaar feit. Zodoende dient in het belastbaar feit van de verordening te worden opgenomen dat: ‘er een directe belasting geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen een vergoeding door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de basisregistratie personen van de gemeente’.
Door deze omschrijving worden de volgende onwenselijke situaties en/of personen op voorhand uitgesloten van de heffing: ➢ Logeren (door “vergoeding” te benoemen wordt het verblijven in bijvoorbeeld een hotel of B&B wel meegenomen, maar het blijven slapen bij bijvoorbeeld oma of een vriend(innet)je niet). ➢ Jachthavens en watersportverenigingen (door “overnachting” op te nemen, wordt verblijf op het water uitgesloten. Watertoeristenbelasting kent een eigen verordening, waarbij het belastbaar feit ‘etmalen verblijf op het water’ is en niet het overnachten). Belastingplichtigen Met bovenstaand belastbaar feit kan voor het verblijf van niet-ingezetenen van de gemeente een belasting worden opgelegd. Dit artikel maakt het mogelijk om de logiesbelasting te heffen bij degene die het verblijf aanbiedt en geeft de aanbieder van het verblijf de bevoegdheid om de logiesbelasting te verhalen op de niet-ingezetene die verblijft houdt. Artikel 224 van de Gemeentewet maakt geen onderscheid in de achtergrond van het verblijf. Dat betekent dat in de basis naast het toeristisch verblijf, ook het zakelijk verblijf of het verblijf op het water binnen de werking van deze verblijfsbelasting valt. Belangrijkste criterium voor het verblijf is dat men niet als ingezetene van de gemeente Kaag en Braassem in de Basisregistratie Personen is ingeschreven.
7
Maatstaf van heffing In de Gemeentewet staat geen maatstaf van heffing voorgeschreven voor logiesbelasting. Uit het belastbaar feit vloeit voort dat de maatstaf van heffing het aantal personen én het aantal nachten is. Dat wil zeggen wanneer een gezin bestaande uit vier personen, één nacht verblijft de maatstaf van heffing vier bedraagt. De belastingschuld wordt bepaald door de maatstaf van heffing te vermenigvuldigen met het vastgestelde tarief. De benodigde definitie voor zaken als ‘vergoeding’, ‘nacht’, ‘seizoen’, ‘maand’, ‘standplaats’ en dergelijke dient in de verordening binnen een artikel begripsomschrijvingen te worden opgenomen om eventuele verwarring te voorkomen. Aanmeldplicht In de verordening voor een verblijfsbelasting wordt vaak door gemeenten een aanmeldplicht voor recreatief verhuur opgenomen; dit gaan we ook doen in de Verordening Logiesbelasting van de gemeente Kaag en Braassem. Deze verplichting geldt reeds voor verhuur van woningen. Voor campings (bijvoorbeeld vanwege stacaravans of chalets) is deze verplichting er nog niet. De huidige recreatieondernemers zijn al bij de gemeente bekend, maar deze aanmeldplicht geldt bij invoering voor nieuwe recreatieondernemers en overnachtingsplekken die via online platformen worden aangeboden, zoals airbnb.nl en booking.com.
In het relevante artikel staat vermeld dat: …de belastingplichtige voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dat schriftelijk te melden aan de door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in Artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting wordt geheven over het verblijf aan boord van vaartuigen van personen die geen inwoner zijn van de gemeente en tegen vergoeding verblijf houden. Zodoende geldt dit dan ook voor leden van een watersportvereniging die niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP). Watertoeristenbelasting is gedurende het traject onderzocht en invoering van deze vorm van verblijfsbelasting bleek voor de gemeente Kaag en Braassem dusdanige uitdagingen met zich mee te brengen dat het als niet haalbaar wordt gecategoriseerd. Het college stelt voor om binnen deze termijn hier geen inspanningen meer voor te doen. De drie belangrijkste argumenten die hieraan ten grondslag liggen zijn: ‘Gratis’ ligplaatsen Binnen het watergebied van de gemeente Kaag en Braassem zijn verschillende eilanden en kaden beschikbaar gemaakt voor het afmeren van een vaartuig zonder dat hiervoor een vergoeding verschuldigd is.
Ook deelt de gemeente watergebied met gemeenten die geen watertoeristenbelasting heffen in de haven en waar meerdere ‘gratis’ ligplaatsen worden aangeboden. De gemeente heeft zelf ook ligplaatsen in beheer die, al dan niet tijdelijk, ‘gratis’ worden aangeboden.
8
Niet-ingezetenen gemeente De belasting kan alleen worden geheven op het verblijf van niet-ingezetenen aan boord van een vaartuig binnen het watergebied van de gemeente. Bureau Legitiem was door de gemeente ingehuurd om de mogelijkheden binnen verblijfsbelastingen en een eventueel forfaitair bedrag te onderzoeken. Het bureau heeft het gebruik onderzocht en meldt dat in tegenstelling tot accommodaties op het land, ligplaatsen vaak gebruikt worden door personen die woonachtig zijn in de regio. Op basis van verzamelde gegevens wordt het aantal niet-ingezetenen met vaste ligplaatsen in Kaag en Braassem geschat op rond de 40% van het totaal. Handhaving, toezicht en controle Invoering van watertoeristenbelasting brengt een uitbreiding aan taken voor de handhaving met zich mee die momenteel niet haalbaar zijn gezien de personele bezetting en verantwoordelijkheden. Zeker door het waterrijke, landelijke karakter van de gemeente en uitgebreide, al dan niet verboden, mogelijkheden die er binnen de gemeente zijn om af te meren, geven exploitanten van jachthavens ook aan zich zorgen te maken over oneerlijke concurrentie en gebrek aan toezicht en controle als watertoeristenbelasting wordt ingevoerd.
Bovenstaande argumenten, en daar het Raadsakkoord de invoering van watertoeristenbelasting ook niet specifiek benoemt, hebben tot de conclusie geleid dat invoering van deze vorm van verblijfsbelasting voor de gemeente Kaag en Braassem dusdanige uitdagingen met zich meebrengt dat het als niet haalbaar wordt gecategoriseerd.
VRIJSTELLINGEN Gebruikelijke vrijstellingen De gemeente heeft geen verplichting vanuit de Gemeentewet om vrijstellingen op te nemen in de Verordening Logiesbelasting. Het staat gemeenten wel vrij dit te doen, het betreft dan een facultatieve vrijstelling; een vrijstelling die de gemeente naar eigen inzicht kan toepassen. Onderstaand de meest voorkomende vrijstellingen die in Nederland worden gehanteerd. Bij de vrijstellingen geldt dat er doorgaans ook sprake moet zijn van verblijf tegen vergoeding. Bij alle vrijstellingen geldt dat er een duidelijke, objectieve afbakening moet zijn van de vrijstelling. Binnen verblijfsbelastingen zijn de volgende vrijstellingen gebruikelijk om op te nemen: ➢ Degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders. ➢ Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
9
➢ Opvang in accommodaties van kwetsbare groepen hulpbehoevenden (dak- en thuislozen) die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of van overheidswege erkende inrichtingen. ➢ Degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd en betaalt. Specifieke vrijstellingen voor Gemeente Kaag en Braassem Bovenstaande lijst met gebruikelijke vrijstellingen die door Nederlandse gemeenten over het algemeen gehanteerd worden is niet uitputtend en kan naar voorkeur van de gemeenteraad verder worden uitgebreid, zolang aan de voorwaarden van de gemeentelijke belastingheffing wordt voldaan. In dat kader wordt voorgesteld om ook de volgende vrijstellingen op te nemen in de Verordening Logiesbelasting: ➢ Personen die vanuit school, vereniging, scoutinggroep of andere vorm van vrijwilligersorganisatie, georganiseerde groepsreis in de gemeente overnachten. Het gaat hier om groepen (van personen t/m 17 jaar) die specifiek voor een sport, scouting of culturele activiteit overnachten. ➢ Degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als begeleider van minderjarigen als bedoeld in het punt hierboven. ➢ Kinderen die op de eerste dag van de boeking in de leeftijd van 0 tot en met 2 jaar zijn.
Vrijstelling minderjarige groepen De Omgevingsvisie van Kaag en Braassem meldt binnen het onderdeel ‘Sociaal’ het volgende: “Wij willen de kinderen in onze gemeente een goede basis en gelijke kansen bieden. Zij moeten veilig kunnen opgroeien en hun talenten kunnen ontwikkelen om, nu en later, naar vermogen te kunnen meedoen en bijdragen aan de samenleving.” En “Niet voor alle kinderen zijn een goede basis en gelijke kansen vanzelfsprekend. Door armoede, achtergrond, beperkingen of aandoeningen kunnen zij tegen grenzen aanlopen. Waar mogelijk willen wij deze grenzen slechten” Gezien deze uitgangspunten van de Omgevingsvisie van de gemeente past het niet om op deze activiteiten logiesbelasting te heffen. Vrijstelling baby’s en dreumesen Het eerste levensjaar van een mens wordt aangeduid als ‘baby’, na de eerste verjaardag verandert de naamgeving van ‘baby’ naar ‘dreumes’. Vanaf het tweede jaar wordt een kind officieel ‘peuter’ genoemd. De leeftijdsgroepen baby en dreumes verblijven op reis over het algemeen op de kamer/overnachtingsplek van de ouder(s)/verzorger(s). Binnen de reisbranche is het in de praktijk ook gemeengoed dat kinderen in deze leeftijdsklassen niet geregistreerd worden in het verblijf. Bijvoorbeeld tijdens vlieg- of busreizen blijkt dat baby’s
10
en dreumesen tijdens vervoer op schoot bij de ouder(s) meegaan. Ook recreatieondernemers binnen onze gemeente gaven in de gesprekken aan geen zicht te hebben op de aanwezigheid van deze groepen bij boekingen. Verschil toeristenbelasting en forensenbelasting Binnen de gemeente Kaag en Braassem is de Verordening Forensenbelasting (grondslag artikel 223, Gemeentewet) actief. Deze verordening is weliswaar ook een verblijfsbelasting, maar kent een ander belastbaar feit dan de Verordening Logiesbelasting (grondslag artikel 224, Gemeentewet). Forensenbelasting en logiesbelasting kennen dus overeenkomsten, maar tussen de twee verordeningen bestaan ook grote verschillen: ➢ Forensenbelasting kan alleen worden geheven van een natuurlijk persoon, terwijl logiesbelasting ook kan worden geheven van een rechtspersoon. ➢ Forensenbelasting kan worden geheven van een natuurlijk persoon die maar één dag feitelijk gebruikmaakt van de “gemeubileerde woning” en daarnaast minimaal negentig dagen daarvan gebruik zou kunnen maken. Logiesbelasting wordt alleen geheven over het feitelijk verblijf. ➢ De hoogte van forensenbelasting is niet afhankelijk van de omvang van het gebruik. De heffing van logiesbelasting is wel afhankelijk van het werkelijk verblijf.
➢ Forensenbelasting kan alleen worden geheven van de persoon aan wie de “gemeubileerde woning” ter beschikking staat, terwijl logiesbelasting kan worden geheven van de verblijfshouder of -aanbieder. Om samenloop tussen de verordeningen forensenbelasting en logiesbelasting te voorkomen is gebruikelijk, maar niet verplicht, dat in de verordening geregeld wordt dat de persoon geen logiesbelasting hoeft te betalen als voor dezelfde “gemeubileerde woning” ook forensenbelasting verschuldigd is (of omgekeerd). Bij deze vrijstelling is sprake van een anticumulatiebepaling. Op deze wijze wordt het dubbel belasten voorkomen.
FORFAITAIR BEDRAG EN MEERJARIGE VASTSTELLING TARIFERING Een veel gebruikte versie van een gedifferentieerd tarief is de heffingsmethode waarbij in basis de heffing geschiedt op basis van werkelijke aantal overnachtingen tegen een vast tarief. Voor vormen van verblijf waarbij het werkelijk aantal overnachtingen in de praktijk zeer lastig tot nagenoeg onmogelijk te registreren is, wordt voor de verblijfgever een ‘forfaitaire heffingsmaatstaf’ gebruikt. Het lastig tot nagenoeg onmogelijk zijn van de registratie van de werkelijkheid is vooral aan de orde bij verblijf op vaste jaar- en seizoenplaatsen. De verblijfhouders verblijven op die standplaatsen in wisselende samenstelling en groepsomvang met minimaal toezicht van de verblijfgevende terreinexploitant, terwijl de verblijfhouder niet afhankelijk van het werkelijke verblijf betaalt, maar betaalt voor de jaar- of seizoenplaats ongeacht het gebruik ervan. In die gevallen wordt nog vaak gebruikgemaakt van een forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag (ook
11
wel; forfaits). Een forfait is bedoeld als vereenvoudiging van het doen van aangifte en wordt per soort standplaats gedaan voor alle soortgelijke standplaatsen. Arrest Aalsmeer Op de forfaitaire berekeningswijze is het bekende Arrest Aalsmeer (Hoge Raad, 1996) van toepassing. In de uitspraak van de Hoge Raad is een aantal voorwaarden gesteld aan de forfaitaire heffingsmaatstaven die gemeenten kunnen hanteren bij de uitvoering van de toeristenbelastingen. Deze voorwaarden zijn: ➢ Het verblijfsritme van gasten op vaste stand/lig- en/of seizoenplaatsen, moet blijken uit lokaal onderzoek (binnen gemeentegrenzen). ➢ Het gemiddeld aantal personen en het gemiddeld aantal overnachtingen (of etmalen verblijf bij watertoeristenbelasting) in de verordeningen mag niet meer afwijken dan 25% van de lokale werkelijkheid. Dit betekent dat vanaf 1997 alle forfaitaire heffingsmaatstaven die worden toegepast bij de uitvoering van de land- en watertoeristenbelasting, zowel juridisch als statistisch onderbouwd dienen te worden. Om te kunnen voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld (aantonen dat afwijking forfait ten opzichte van het werkelijke verblijfsritme minder dan 25% is) kan niet worden volstaan met de uitvoering van een zestal tellingen gedurende het jaar, maar is het uitvoeren van een statistisch onderzoek op basis van enquêtes onder recreanten noodzakelijk.
Onderzoek forfaitair bedrag Gemeente Kaag en Braassem Om te kunnen voldoen aan het Aalsmeer Arrest en om de recreatieondernemers een ‘administratie verlichtende’ optie aan te bieden, heeft de gemeente het bureau Legitiem BV. uit Duiven gevraagd een notitie op te stellen met advies over de invoering van land- en/of watertoeristenbelasting. Hierbij diende ook een eventueel forfaitair bedrag onderzocht te worden. Tijdens de voorbereidende werkzaamheden, zoals de inventarisatie van de (mini-)campings, parken, kampeerterreinen en jacht/verenigingshavens, bleek dat de werkzaamheden bemoeilijkt werden doordat Legitiem tegen het feit aanliep van weerstand tegen het besluit tot invoering. Een groot aantal exploitanten zegde de gemaakte bezoekafspraken af of weigerde een bezoekafspraak te maken. Zij hebben dit in een brief naar de gemeente duidelijk gemaakt. De vruchtbare gesprekken en drukbezochte inloopavond die na deze brief volgden, hebben voor waardevolle informatie en zienswijzen gezorgd die samen met de al eerder opgedane kennis, via research en keukentafelgesprekken, tot het besluit hebben gezorgd om het forfaitair bedrag bij de invoering van logiesbelasting niet aan te bieden om zo aan de wens van de ondernemers te kunnen voldoen.
Deze conclusie staat los van de regeling die getroffen dient te worden met campinghouders vanwege het karakter van de aangeboden verblijfsmogelijkheden. Vaststellingsovereenkomst met uitbaters campings Als gevolg van vooral de ongewenste bijwerking en privacy-inbreuk bij verblijfhouders bij het bepalen van de forfaitaire rekeneenheden kiezen steeds meer gemeenten voor vaste
12
bedragen per seizoen- of jaarplaats of arrangement van verblijf. Deze vaststellingsovereenkomst is een vorm van differentiëren naar de duur van het mogelijk zijnde verblijf op de standplaats. Gemeente Kaag en Braassem kent in totaal zeven locaties die onder de noemer ‘camping’ vallen. Geadviseerd wordt bij het vaststellen van een Verordening Logiesbelasting een vaststellingsovereenkomst aan te gaan met deze partijen. De vaststellingsovereenkomst behoort tot de uitvoeringsregeling en kan na positief raadsbesluit in september 2024, en na het hoog seizoen voor de recreatieondernemers, worden afgesproken met de betreffende ondernemers. Vaststellen tarifering voor respectievelijk drie en zes jaar In de praktijk is het gebruikelijk om de gemeentelijke belastingverordeningen (uitgezonderd degene waarbij maximaal 100% kostendekkend geldt) en de legesverordening per kalenderjaar te indexeren. Voorgesteld wordt om dit binnen de Verordening Logiesbelasting niet te doen. Indexeren volgens welke maatstaf dan ook, houdt voor de ondernemers in dat zij jaarlijks kosten moeten maken om hun informatie- en promotiemateriaal hierop aan te passen. Denk hierbij aan de eigen website, informatie op grote online platformen maar ook binnen folders, recreatiekranten en informatiepakketten. Ook maken recreatieondernemers ‘prijsafspraken’ met klanten die een jaar vooruit boeken.
Het dan moeten terugkomen op deze afspraken wordt door recreatieondernemers als onredelijk, niet-klantvriendelijk en onwerkbaar gezien. Een ander punt om niet jaarlijks te indexeren is dat door de toepassing van indexatie onpraktisch te hanteren bedragen ontstaan (bijvoorbeeld 2% van €1,50 betekent dan €1,53). Voorgesteld wordt om één keer per drie jaar eventuele inflatiecorrectie toe te passen zodat de ondernemers hoogstens één keer in de drie jaar hun informatie omtrent logiesbelasting moeten updaten. Mocht er een nieuw tarief toegepast worden en/of andere voorwaarden/verplichtingen in de verordening gewenst zijn, dan wordt geadviseerd dit besluit voor het zomerreces van het desbetreffende jaar te nemen. Op die wijze kunnen de recreatieve ondernemers dit in hun communicatie naar vroegboekers en online platformen meenemen. Ondernemers staan positief tegenover dit voorstel omdat het als ‘werkbaar’ beschouwd wordt en dit de administratieve handelingen beheersbaar houdt. Campings De voorgestelde vaststellingsovereenkomst met uitbaters van campings kent een minimum vaststellingsperiode van vijf jaar. Om tot een werkbare regeling te kunnen komen, wordt voorgesteld om de vaststellingsovereenkomst met campinguitbaters in perioden van zes jaar te laten verlopen. Op deze wijze sluit de werkwijze aan op de periodieke tariefbepaling.
Keuze forfait en vaststellen tarief De keuze is gemaakt in afstemming met afgevaardigden van de recreatieondernemers om bij de introductie van logiesbelasting niet de werken met een forfait wegens de daaraan gekoppelde voorwaarden van het onderzoek. Voor uitbaters van de zeven campingaccommodaties dient een vaststellingsovereenkomst opgesteld te worden in samenspraak met deze ondernemers gezien de aard van verblijf. Daarnaast wordt
13
geadviseerd om de tarieven voor meerdere jaren vast te leggen en niet jaarlijks te indexeren. Voorstel is om het tarief per drie jaar opnieuw te beoordelen en voor het zomerreces van het laatste kalenderjaar ter besluitvorming aan te bieden aan de gemeenteraad. Voor vaststellingsovereenkomsten geldt een minimale periode van vijf jaar, waardoor geadviseerd wordt om deze overeenkomst per zes jaar te herzien. Op deze wijze loopt het tijdspad synchroon met die van de overige tarifering.
14
TARIEF Tariefmogelijkheden In de Verordening Logiesbelasting wordt vastgesteld volgens welk tariefstelsel men de belasting verschuldigd is en welke basis voor de berekening wordt gebruikt. Binnen logiesbelasting komen de volgende tariefsystemen procentueel bij Nederlandse gemeenten als volgt voor1: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Een vast bedrag of vaste bedragen: 83% Een percentage van de overnachtingsprijs: 5% Een classificatiesysteem met sterren: 1% Anders: 1% Géén toeristenbelasting: 10%
Vast bedrag Een vast bedrag per persoon per overnachting is het meest gebruikelijke manier van heffen binnen logiesbelasting. Het vastgestelde tarief varieert dan van vijftig cent tot enkele euro’s per overnachting. Binnen de tarifering logiesbelasting kiezen veel gemeenten voor gedifferentieerde tarifering. Belangrijkste reden voor deze keuze is de invloed van het te heffen bedrag op de prijselasticiteit van de prijs van het type overnachting. Het hanteren van een vast bedrag per persoon per overnachting wordt gezien als de meest eenvoudige wijze van uitvoering voor de exploitant. Percentage overnachtingsprijs Bij een percentage van de overnachtingsprijs hangt de overnachtingsprijs samen met het daadwerkelijk verblijf. Dit betekent dat de ondernemer in zijn administratie de omzet over de overnachtingsprijs afzonderlijk in de administratie dient vast te leggen. Gelet op het type (kleinschalige) accommodaties in Kaag en Braassem, ligt het hanteren van een percentage van de overnachtingsprijs niet voor de hand. Bij gemeenten waar deze heffingsmethodiek wordt gehanteerd, is sprake van een groot aantal grote accommodaties (hotels, vakantieparken) die verplicht zijn tot het opstellen van een jaarrekening. Aantal sterren Het tarief is bij deze gemeenten gekoppeld aan het aantal sterren dat wordt toegekend op basis van de Benelux-hotelclassificatie.
Aan 1 tot 5 sterren ligt een uitgebreide set van criteria ten grondslag, op basis waarvan een onafhankelijke organisatie de ster of de sterren toekent. Dit maakt dit tariefsysteem objectief rechtvaardig. Naast een tarief gekoppeld aan de sterren kent deze heffingsmethodiek een tarief voor de campings en een tarief voor accommodaties zonder ster. In de laatste categorie betrekt men de B&B’s en de Airbnb’s, alleen leidde dit tot discussie vanwege het niveau van luxe en de overnachtingsprijs die geldt bij bepaalde B&B’s.
1 https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2024/interactieve-kaarten-2024/atlas-gemeenten-2024/
15
Dit systeem raakt steeds meer uit de gratie, omdat het gebruik van de Beneluxhotelclassificatie niet langer verplicht is in Nederland. Overig De gemeente Soest heft geen toeristenbelasting, maar heeft een convenant afgesloten met logiesverschaffers. De gemeente is met de betrokken ondernemers overeengekomen dat er jaarlijks een bedrag aan de gemeente wordt afgedragen. Officiële berichtgeving schrijft dat beide partijen dit administratief eenvoudiger vonden dan een toeristenbelasting. Gedifferentieerd tarief De wettelijke bepaling in de Gemeentewet specificeert niet, of en in hoeverre, het de bedoeling is dat elke vorm van verblijf in de gemeente tegen hetzelfde tarief belast dient te worden. Noch maakt de bepaling duidelijk dat het op een andere manier zou dienen te gebeuren. Dat biedt aan de ene kant ruimte voor variatie en creativiteit, aan de andere kant heeft de Hoge Raad in 1981 bepaald dat er tenminste een verband tussen de omvang van het verblijf (in dagen c.q. het aantal personen dat verblijf houdt) en de hoogte van de heffing dient te zijn. Dat pleit voor een vast bedrag per persoon per verblijf c.q. overnachting. Het is evenwel toegelaten te differentiëren in de belastingtarieven. Menig gemeente maakt dan ook gebruik van deze mogelijkheid.
Tariefdifferentiatie op basis van verblijfsvorm is de meest voorkomende vorm van differentiatie in Nederland en ook passend voor de gemeente Kaag en Braassem. De reden om deze vorm van differentiatie toe te passen schuilt in het feit dat de logiesbelasting procentueel hoger drukt op de overnachtingsprijzen bij goedkopere vormen van verblijf (prijselasticiteit) als kamperen en verblijf in groepsaccommodaties. De bevoegdheid van de gemeenteraad bij de vaststelling van een differentiatie in de belastingtarieven wordt beperkt door de aan- of afwezigheid van een zogenaamde ‘redelijkerwijs te objectiveren rechtvaardigingsgrond’, of korter: ‘een objectieve rechtvaardigingsgrond’. De Hoge Raad verduidelijkte en benadrukte dit in 2022 nog eens met de betrekking tot het (positieve) oordeel over de ‘kerkenvrijstelling’ in de Rioolheffing en het (negatieve) oordeel over het lagere bedrag van de proceskostenvergoeding in WOZberoepszaken. Dat betekent dat er onderscheid kan worden gemaakt in groepen belastingplichtigen voor zover voor dat onderscheid een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. Dan is het onderscheid toelaatbaar. Tarieven in de regio Het laagste tarief voor de logiesbelasting in Nederland ligt op € 0,54 per persoon per nacht én het hoogste tarief op € 16,76.
In Nederland ligt het gemiddeld tarief op € 2,34, in de provincie Zuid-Holland op € 3,05 en regio Kaag en Braassem op € 3,08. Ten opzichte van 2023 is het gemiddeld tarief in onze provincie met 13,1% gestegen.
16
Naburige gemeenten
Aangrenzende gemeenten van de gemeente Kaag en Braassem voeren bijna allemaal al één of meerdere vormen van een verblijfsheffing. Onderstaand de tarifering ‘landtoeristenbelasting’ per 2024: Gemeente
Tarief p.p.p.n. (2024)
Uitzonderingstarief p.p.p.n. (2024)
Aalsmeer Alphen aan den Rijn Leiderdorp Nieuwkoop Teylingen Haarlemmermeer Lisse
€ 3,65 € 2,00 € 3,03 Ter besluit, 2025 6,29%, starttarief € 25,€ 2,95
€ 1,80 € 1,00 € 0,60 Ter besluit, 2025 € 1,81
Qua karakter en omgeving vergelijkbare gemeenten die zich relatief dichtbij gemeente Kaag en Braassem bevinden, zoals Bodegraven-Reeuwwijk (respectievelijk € 4,00 en € 2,00) en De Ronde Venen (€ 3,10 en € 1,70), werken daarnaast ook met aparte prijsafspraken met bepaalde groepen verblijfsaanbieders als hotels, vakantieparken en campings). Binnen de gemeente Nieuwkoop loopt op dit moment een traject voor de invoering van een logiesbelasting. Hierbij maakt men gebruik van hetzelfde bureau als de gemeente Kaag en Braassem geraadpleegd heeft. Bovenstaande tarieven gelden voor het jaar 2024, over de indexering voor 2025 zijn op het moment van schrijven nog geen gegevens bekend. Voorgesteld tarief voor Gemeente Kaag en Braassem Gezien de concurrentiepositie van onze gemeente, tarifering van de door ons omliggende gemeenten en begrote inkomsten, wordt voorgesteld om binnen de gemeente Kaag en Braassem één tarief te voeren ondersteund door een afwijkingstarief. Deze tarieven liggen lager dan die van de ons omliggende gemeenten. Geadviseerd wordt de volgend tarifering in de Verordening Logiesbelasting op te nemen: Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,50. 2.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per nacht overnachting in mobiele kampeeronderkomens, tenten, vouw- en toercaravans, niet zijnde verhuureenheden, op toeristische plaatsen op kampeerterreinen en gebezigd voor recreatief gebruik € 0,75. Hoofdlijnenakkoord kabinet PVV-NSC-BBB-VVD Het verstrekken van logies binnen het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf (short stay) valt momenteel onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet heeft het voornemen om dit verlaagde btw-tarief op logies grotendeels af te schaffen met ingang van het jaar 2026. Het btw-tarief voor logies gaat dan van 9% naar 21%.
17
Het huidige lage btw-tarief voor kampeerterreinen blijft behouden en is uitgezonderd van de verhoging naar 21%. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zijn er gedurende het traject meerdere gesprekken gevoerd met HISWA-RECRON. HISWA-RECRON voert een actief lobbybeleid richting het kabinet, wij ondersteunen de belangenvereniging in hun lobby. Op dit moment is onduidelijk of het voorgenomen beleid zoals omschreven in het hoofdlijnenakkoord ook daadwerkelijk en per welke datum definitief landelijk wordt ingevoerd. Keuze tarifering Gezien de concurrentiepositie van onze gemeente, tarifering in de door ons omliggende gemeenten en begrote inkomsten, wordt de keuze gemaakt om binnen de gemeente Kaag en Braassem één tarief te voeren van € 1,50 per persoon per nacht ondersteund door een afwijkingstarief van € 0,75 per persoon per nacht. Het afwijkingstarief geldt voor personen die overnachten in mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen op kampeerterreinen en aangewend voor recreatief gebruik. De geadviseerde tarieven liggen significant lager dan die van de ons omliggende gemeenten (in 2024) wat bevorderlijk is voor de concurrentiepositie. Gezien de begrote inkomsten in de Richtnota 2025 is het voor de gemeente Kaag en Braassem mogelijk om dit op deze manier in te steken en toch de eigen doelstellingen te behalen.
Voor uitbaters van campings wordt voorgesteld om via een vaststellingsovereenkomst tot een werkbare regeling te komen. De vaststellingsovereenkomst betreft een uitvoeringsregeling en hoeft als zodanig niet in de Verordening Logiesbelasting te worden opgenomen. Gezien het feit dat vaststellingsovereenkomsten een minimum termijn van vijf jaar kennen, wordt geadviseerd om deze overeenkomst per zes jaar te laten verlopen. Zodoende loopt het proces gelijk met dat van de algemene tarifering van logiesbelasting.
18
WETTELIJK KADER Gemeentewet Logiesbelasting vindt zijn grondslag in artikel 224 van de Gemeentewet. Artikel 224 in deze wet luidt als volgt: 1 Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven, kan een toeristenbelasting worden geheven. 2 Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Wetboek van Strafrecht + APV Volgens artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht moet de ondernemer voor het beroepsmatig aanbieden van nachtverblijf het nachtregister bijhouden. Bij het nietberoepsmatig aanbieden van nachtverblijf - zoals op airbnb.nl, booking.com en ‘kamperen bij de boer’ - geldt deze verplichting niet.
Echter, in de Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem, artikel 2.38 ‘Verschaffing gegevens nachtregister’ valt te lezen dat: “Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, aantal medereizigers, naam, adres, woonplaats en geboortedata van medereizigers, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken” Wet toeristisch verhuur van woonruimte Op 1 januari 2021 is de Wet toeristisch verhuur van woonruimte inwerking getreden. Deze wet regelt dat gemeenten een verplichting op kunnen leggen aan verhuurders die hun woning aan toeristen verhuren om een registratienummer aan te vragen. Dit nummer moet de verhuurder vermelden bij elke advertentie op platforms zoals airbnb.nl, booking.com of Stichting Fiets. Dit geeft gemeenten meer zicht op de adressen en personen die verhuren aan toeristen. Europese richtlijn Per 1 januari 2023 is de Europese richtlijn gegevensuitwisseling digitale platformeconomie van kracht. Deze richtlijn geldt ook voor verhuurders die woningen voor toeristisch verhuur aanbieden, bijvoorbeeld op platformen als airbnb.nl of booking.com. De richtlijn is gericht op het verstrekken van gegevens aan belastingautoriteiten.
Het verstrekken van de benodigde informatie is toegevoegd aan de Algemene wet inzake Rijksbelasting (AWR), artikel 53bis. Met dit artikel is de internationale bijstandverlening ook van toepassing verklaard op de
19
platformeconomie. Als de locatie van de toeristisch verhuurde woning in beeld is, kan deze richtlijn worden toegepast.
FINANCIËN In de Richtnota 2025 staan de geprognotiseerde inkomsten logiesbelasting vermeld. In de huidige meerjarenbegroting is deze logiesbelasting uit voorzichtigheid budgettair neutraal verwerkt. In het raadsakkoord is namelijk de randvoorwaarde opgenomen dat de opbrengsten logiesbelasting weer aan recreatieve investeringen worden uitgegeven. Maar in de vastgestelde CUP 2.0 is het recreatiebudget met structureel € 150.000,- verhoogd, en is voorgesteld in afwachting van dit raadsvoorstel invoering logiesbelasting, dit te dekken uit de algemene middelen. Er is vooruitlopend op de invoering van logiesbelasting samen met inwoners, verenigingen en ondernemers een Recreatievisie gemaakt. Dit is vervolgens verwerkt in de Omgevingsvisie en de investeringen zijn alvast gedaan en structureel gemaakt. De opbrengsten worden geïnvesteerd in recreatie. Die koppeling is bestuurlijk ook op alle participatieavonden nadrukkelijk gemaakt. Het doel van de logiesbelasting is om het extra recreatiebudget van € 150.000,- bij CUP 2.0 te dekken. De huidige geprognotiseerde inkomsten logiesbelasting wordt geschat op € 190.000,-. Het college acht dit een realistische prognose op basis van dit voorstel. Omdat we geen overzicht hebben van de actuele overnachtingscijfers blijft dit wel een inschatting.
In afspraak met de recreatieondernemers worden de inkomsten en uitgaven van logiesbelasting door de gemeente jaarlijks gemonitord en inzichtelijk gemaakt. DVO Uitvoering Belastingen Alphen aan den Rijn Sinds 1 januari 2018 voert de gemeente Alphen aan den Rijn middels een dienstverleningsovereenkomst (DVO), een deel van de belastingheffing voor Kaag en Braassem uit. De verordening die op deze heffing van toepassing is, is in overleg met de gemeente Alphen aan den Rijn voorbereid en wordt na vaststelling door de gemeenteraad aan de DVO als belastingverordening toegevoegd. Aangifte Wettelijk gezien is er geen verplichting via welk periodiek de heffingsmaatstaf moet lopen. Vanuit de gesprekken met het Economisch Overleg Platform en individuele recreatieondernemers is de voorkeur uitgesproken naar een jaarlijkse heffingsmaatstaf. Dat wil zeggen dat het belastingjaar gelijk gaat zijn aan het kalenderjaar en daarmee is dit in lijn met de andere geldende belastingverordeningen binnen de gemeente. Wel wijkt een jaarlijkse heffingsmaatstaf af van de Verordening Toeristenbelasting van de gemeente Alphen aan den Rijn, waarin kwartalen als tijdvak zijn opgenomen. Dit betekent dat de werkprocessen en het ICT-systeem voor Kaag en Braassem een andere inrichting gaat kennen dan voor Alphen aan den Rijn. Technisch gezien is dit mogelijk.
20
We willen de mogelijkheid beschikbaar maken dat bij jaarlijkse aangifte er wel per kwartaal al gegevens ingevoerd kunnen worden door de ondernemer. De ondernemer kan er dan voor kiezen om in één keer volledige aangifte te doen of om per kwartaal alvast gegevens in te sturen, zodat men minder administratief werk heeft tijdens de aangifte. Zo kiest de ondernemer de optie die het beste bij diegene past. Voor het beroepsmatig aanbieden van overnachtingen, wordt als gevolg van het invoeren van logiesbelasting de werklast mogelijk beperkt uitgebreid, omdat nu ook de meereizende personen moeten worden geregistreerd. Voor de niet-beroepsmatig aanbieders van nachtverblijf (bijvoorbeeld verhuurders via airbnb.nl of booking.com) worden de werkzaamheden uitgebreid nu deze ook het nachtregister zullen moeten bijhouden, inclusief de meereizende personen. Al is de gemeente erop gericht om de administratieve handelingen tot het hoognodige te beperken. Voor de inning en de invordering van deze aanslag is invorderingsambtenaar van Alphen aan den Rijn verantwoordelijk. Als controlemechanisme kan gekozen worden om jaarlijks een deel van de aangiftes steekproefsgewijs te controleren. Bijvoorbeeld elk jaar een vast deel van 33%, zodat de ondernemer eens in de drie jaar een controlebezoek krijgt.
In het geval uit de controle blijkt dat er onvoldoende logiesbelasting is opgegeven, heeft de heffingsambtenaar de mogelijkheid om een navorderingsaanslag op te leggen. Het meewerken aan het doen van aangifte kan ook worden afgedwongen met een bestuurlijke boete belastingen. Om een dergelijke boete te kunnen opleggen, dient het college eerst de ‘Beleidsregel bestuurlijke boeten belastingen’ vast te stellen. Wel heeft het de voorkeur om bij de invoering van de logiesbelasting deze beleidsregel nog niet vast te stellen, maar om eerst ervaring op te doen met het aangifteproces. Eerste aangifte Bij ingangsdatum 1 januari 2025 ontvangt de ondernemer in het eerste kwartaal van 2026 voor het eerst een uitnodiging tot het doen van aangifte logiesbelasting. De ondernemer is verantwoordelijk voor een correcte afdracht van logiesbelasting. Het door de gemeenteraad vastgestelde tarief wordt over het algemeen door de ondernemer doorbelast aan de bezoekers via de factuur, al is dit geen verplichting. Kaag en Braassem haakt aan bij de infrastructuur van de gemeente Alphen aan den Rijn, zodat gebruiksvriendelijk digitaal aangifte kan worden gedaan.
Geprognotiseerde kosten logiesbelasting De heffing en inning van logiesbelasting neemt op jaarbasis in samenspraak met Team Belastingen Alphen aan den Rijn naar verwachting structurele kosten met zich mee van € 27.000,- in het tweede jaar en de daaropvolgende jaren (bij ongewijzigd beleid). Geprognotiseerde inkomsten logiesbelasting Gemeente Kaag en Braassem heeft geen beschikking over actuele overnachtingscijfers binnen de gemeente. Wel is er een inschatting gemaakt in samenwerking met afdeling
21
belastingen van de gemeente Alphen aan den Rijn en gebruikmakend van de bezettingsgraad vanuit het CBS en het onderzoek van de Universiteit Utrecht naar airbnb.nl-overnachtingen in en in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. Hierbij worden overnachtingen op camping en kampeerplaatsen met een bezettingsgraad van 13,70% conservatief ingeschat op 80.000. B&B en andere ‘huisjes’ op 49.749 (bezettingsgraad 30,02%). Groepsaccommodaties op 1.648 (17,37%), hotels 4.000 (45,66%) en airbnb.nl op 32.032. In totaal zou dit bij de voorgestelde tarifering rond de € 190.000 via logiesbelasting kunnen opbrengen. Dit bedrag is een grove inschatting ter indicatie en houdt geen rekening met mogelijke vrijstellingen en vaststellingsovereenkomst(en). Qua gebudgetteerde inkomsten uit logiesbelasting gaat de gemeente Kaag en Braassem uit van € 150.000. Dit bedrag is één-op-één overgenomen uit het College Uitvoeringsprogramma 2.0. Deze dekking en bijbehorende uitgaven komen uit de algemene middelen vooruitlopend op de invoering van logiesbelasting. In het raadsakkoord is afgesproken dat zijn de inkomsten ter dekking van de extra investering zijn.
22