CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2023_KB

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Aanvraag Vangnetuitkering 2023.8.384 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG

1 Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022

2 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

pagina raadsleden.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •

•

•

• •

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.

3 Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Waar in 2022 een flinke stijging te zien was in het aantal bijstandsuitkeringen in Kaag en Braassem, is deze stijging in 2023 gestabiliseerd. Het aantal bijstandsuitkeringen is in 2023 licht gedaald, met 4 bijstandsuitkeringen. In het eerste half jaar van 2024 is het aantal uitkeringen verder gedaald, tot 291 uitkeringen.

4 Kaag en Braassem kampt sinds 2021 met een te kort op het BUIG budget, na een aantal jaar een overschot te hebben gehad. In 2022 kwamen we ook in aanmerking voor de Vangnetuitkering. Tabel 1: Overzicht financiën BUIG 2023 BUIG Rijksvergoeding

€ 4.702.881

Uitgaven 2023

€ 5.245.023

Tekort of overschot Overschrijding uitgaven t.o.v. Rijksvergoeding

€ -542.142

Eigen risicodrempel (7,5% van het toegekende budget) Compensatie 7,5% en 12,5% (= 50%)

11,53%

€

352.716 €

Compensatie > 12,5% Totaal compensatie vangnetuitkering

94.713 -

€

94.713

Hoewel het aantal uitkeringen licht is gedaald, moeten we constateren dat deze daling gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt gering is. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat van het totale 4 Peildatum 29 april 2024

5

bijstandsbestand van Kaag en Braassem 84% niet over een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt beschikt. We constateren dat de kansen die de economie biedt voor een groot deel van onze uitkeringsgerechtigden nog steeds buiten bereik blijven doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten. De gemeente Kaag en Braassem heeft een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Alphen aan den Rijn voor de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante dienstverlening. Na het aanvragen van de Vangnetuitkering 2022 hebben we gezamenlijk getracht in te zoomen op het bijstandsbestand van Kaag en Braassem. Bestudering van de reden van instroom laat zien dat er veel speelt, van lichamelijke klachten, tot taalbarrières tot geen kinderopvang en ontheffingen. Vanuit Team Inkomen wordt aangegeven, dat elke situatie anders is, maar dat zij nagenoeg geen direct bemiddelbare inwoners zien. We zien dat 84% van bet bijstandsbestand van Kaag en Braassem een belemmering heeft wat het traject naar werk bemoeilijkt, en vaak zelfs op korte termijn niet mogelijk maakt.

B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Sinds de stijging van het uitkeringenbestand in 2022 heeft Kaag en Braassem op meerdere manier geprobeerd het tekort op de BUIG te reduceren. Onze prioriteit lag in eerste instantie bij het in beeld brengen van het uitkeringenbestand. Wie zijn deze inwoners, en wat heeft hun bewogen een bijstandsuitkering aan te vragen? Analyse van het bestand laat zien dat er eigenlijk geen inwoners meer aan de poort staan die we direct naar betaald werk kunnen begeleiden. Dat betekent dat we verwachten dat de resultaten van de interne en externe maatregelen gericht op de uitstroom naar werk beperkt zullen zijn. Daarom hebben we het afgelopen jaar ook gekeken naar de dienstverlening die wij, samen met Alphen aan den Rijn als uitvoerder, onze bijstandsgerechtigden bieden, met daarbij de focus hoe we deze inwoners toch kunnen begeleiding richting activering. Verder heeft onze focus voornamelijk gelegen op het initiëren van interne maatregelen om tot een reductie van het tekort te komen.

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De gemeente Kaag en Braassem stuurt op doelen en resultaten, vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alphen aan den Rijn informeert ons middels een half jaar en een jaarrapportage over de ontwikkelingen rondom de bijstandsuitkeringen, en welke inzet er gepleegd wordt. Daarnaast zijn de lijnen tussen de ambtelijke organisaties van Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn kort, en vindt er regelmatig overleg plaats om vinger aan de pols te houden. Om de effecten van de maatregelen kwantitatief te maken sluiten we sinds 2024 aan bij de benchmark Werk en Inkomen van Divosa. De Divosa Benchmark is een instrument waarmee gemeenten hun resultaten op gebied van Werk & Inkomen, Statushouders & Inburgering en Armoede & Schulden kunnen meten en vergelijken. 6

Gezien de samenstelling van het bestand is het lastig een kwantitatief doel te koppelen aan het aantal uitkeringen. Deze doelgroep vereist maatwerk, en dat willen we zoveel mogelijk bieden. Hierbij kijken we altijd of betaald werk mogelijk is, maar indien dat niet het geval is, wordt er ingezet op activering en participatie.

7

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting. Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.

X

Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

8

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Net als in 2022 had Kaag en Braassem in 2023 een tekort op het BUIG budget, het budget dat gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. In tabel 1 worden de financiën BUIG 2023 uiteengezet. Tabel 1: Overzicht financiën BUIG 2023 BUIG Rijksvergoeding

€ 4.702.881

Uitgaven 2023

€ 5.245.023

Tekort of overschot

€ -542.142

Overschrijding uitgaven tov Rijksvergoeding Eigen risicodrempel (7,5% van het toegekende budget) Compensatie 7,5% en 12,5% (= 50%)

11,53 €

352.716 €

Compensatie > 12,5% Totaal compensatie vangnetuitkering

94.713 -

€

94.713

In 2022 groeide het bijstandsbestand in Kaag en Braassem met 33 uitkeringen; voor een kleine gemeente een grote stijging. Deze stijging stabiliseerde aan het einde van 2022, en inmiddels is er sprake van een lichte daling. Het bijstandsbestand is in 2023 licht gedaald, met 4 bijstandsuitkeringen. Grafiek 1 laat de ontwikkeling zien in het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering in Kaag en Braassem, en in tabel 2 wordt de ontwikkeling van het bestand per kwartaal uiteengezet.

9

Grafiek 1: Ontwikkeling aantal huishoudens met bijstandsuitkering in Kaag en Braasem (t.o.v. de rest van Nederland). Bron: CBS

Desondanks moeten we constateren dat de daling gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt gering is. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat van het totale bijstandsbestand van Kaag en Braassem 84% (zie tabel 2) niet over een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt beschikt. We constateren dat de kansen die de economie biedt voor een groot deel van onze uitkeringsgerechtigden nog steeds buiten bereik blijven doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten. Tabel 2: Aantal bijstandsuitkeringen per einde Q1, Q2, Q3 en Q4 2023 2023 Q1 Q2 Q3 Q4

303 297 300 293

Ontwikkeling t.o.v. voorafgaand kwartaal Plus 6 Min 6 Plus 3 Min 7

2022 275 288 297 297

10

Tabel 3: Aantal en % klanten zonder startkwalificatie Leeftijdscategorie 18 - 26 27 - 35 36 - 45 46 - 55 56 – 65 > 65 Totaal

Aantal zonder startkwalificatie 28 40 66 62 94 11 301

Totaal

% zonder startkwalificatie

31 54 82 77 105 11 360

90% 74% 80% 81% 90% 100% 84%

Tabel 3 laat zien dat 84% van de uitkeringsontvanger geen startkwaificatie heeft. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Dit beeld correspondeert met het onderwijsniveau van de totale beroepsbevolking in Kaag en Braassem.

Grafiek 2: Beroepsbevolking met laag onderwijsniveau in Kaag en Braassem (t.o.v. de rest van Nederland). Bron: CBS

11

Het bestand kan worden opgedeeld in meerdere categorieën die iets meer zeggen over de achtergrond van deze mensen. Deze sluiten aan bij de registratievereiste die de gemeente heeft aan het CBS en staan genoemd in tabel 4. Meest opvallend hierin is de toename van het 50-plussers tot 65 jaar en de daling van het aandeel uitkeringen met een duur van minder dan één jaar. Deze achtergronden van het bestand maken zichtbaar dat het in veel gevallen uitkeringsgerechtigden betreft waarvoor matching op de vraag vanuit de arbeidsmarkt niet eenvoudig is. Zij lopen het risico langdurig afhankelijk te blijven van een uitkering. Tabel 4: Bestandsopbouw in percentages 31-122023 43%

31-122022 36%

65 jaar en ouder

3%

4%

Jongeren t/m 27 jaar

9%

8%

Statushouders

26%

26%

Geen startkwalificatie

84%

82%

Uitkeringsduur < 1 jaar

19%

27%

Uitkeringsduur > 5 jaar

29%

27%

50-plussers tot 65 jaar

De gemeente Kaag en Braassem heeft een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Alphen aan den Rijn voor de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante dienstverlening. Na het aanvragen van de Vangnetuitkering 2022 hebben we gezamenlijk getracht in te zoomen op het bijstandsbestand van Kaag en Braassem. Bestudering van de reden van instroom laat zien dat er veel speelt, van lichamelijke klachten, tot taalbarrières tot geen kinderopvang en ontheffingen. Vanuit Team Inkomen wordt aangegeven, dat elke situatie anders is, maar dat zij nagenoeg geen direct bemiddelbare inwoners zien. Team Inkomen deelt het bestand op in 3 categorieën: Doelgroep A: mensen die een traject naar werk kunnen volgen – hier valt ook een groot deel van de statushouders onder. Doelgroep B1: deze groep is op dit moment niet bemiddelbaar – er is geen zicht op wanner dit wel het geval is, en er kunnen nu geen gerichte stappen worden gezet richting werk. Dit zou in de toekomst wellicht wel mogelijk zijn. Doelgroep B2: deze groep wordt ook wel het ‘granieten bestand’ genoemd. Trajecten gericht op werk of activering zijn voor deze doelgroep naar alle waarschijnlijk niet mogelijk. Er wordt vooral ingezet op zorg. Op peildatum 20-3-2024 hebben we gekeken naar de samenstelling van het bijstandsbestand.

In tabel 5 worden de verschillende doelgroepen uiteengezet, en in tabel 6 t/m 8 worden per doelgroep uiteengezet of er sprake is van fysieke dan wel psychische beperkingen.

12

Tabel 5: Aantal bijstandsgerechtigheden per doelgroep Doelgroep

Aantal

Doelgroep A

110

Doelgroep B1

206

Doelgroep B2

31

Totaal

3475

Tabel 6: Aantal belemmeringen in doelgroep A Belemmering

Aantal

Belemmering

79

Geen belemmering

31

Totaal

110

Tabel 7: Aantal belemmeringen in doelgroep B1 Belemmering

Aantal

Belemmering

182

Geen belemmering

23

Leeg

1

Totaal

206

Tabel 8: Aantal belemmeringen in doelgroep B2 Belemmering

Aantal

Belemmering

31

Geen belemmering

0

Totaal

31

We zien dat 84% van bet bijstandsbestand van Kaag en Braassem een belemmering heeft wat het traject naar werk bemoeilijkt, en vaak zelfs op korte termijn niet mogelijk maakt. We kunnen vervolgens ook inzoomen op welke belemmeringen men dan ervaart. In tabel 9 t/m 11 worden de verschillende belemmeringen per doelgroep uiteen gezet.

5 De meeste cijfers in deze analyse komen uit het DVO jaarverslag, met als peildatum 31-12-2023. Deze

doelgroepenanalyse heeft als peildatum 20-3-2024 waardoor de cijfers enigszins van elkaar kunnen verschillen.

13

Tabel 9: Soort belemmering doelgroep A Soort belemmering

Aantal

Lichamelijk

13

Psychisch

17

Onvoldoende Nederlandse taal

51

Detentie verleden

1

Kinderopvang

13

Verslaving

0

Motivatie

0

Totaal

956

Tabel 10: Soort belemmering doelgroep B1 Soort belemmering

Aantal

Lichamelijk

96

Psychisch

91

Onvoldoende Nederlandse taal

43

Detentie verleden

3

Kinderopvang

2

Verslaving

1

Motivatie

3

Totaal

2397

6 Een uitkeringsgerechtigde kan meerdere belemmeringen hebben. Daarom correspondeert het eindtotaal niet met

het totaal aantal dat een belemmering heeft 7 Een uitkeringsgerechtigde kan meerdere belemmeringen hebben. Daarom correspondeert het eindtotaal niet met het totaal aantal dat een belemmering heeft

14

Tabel 11: Soort belemmering doelgroep B2 Soort belemmering

Aantal

Lichamelijk

24

Psychisch

8

Onvoldoende Nederlandse taal

3

Detentie verleden

0

Kinderopvang

0

Verslaving

0

Motivatie

0

Totaal

358

Indien de bijstandsgerechtigde een medische belemmering heeft, wordt er altijd een medisch advies aangevraagd bij de GGD. Daar wordt dan beoordeelt of men inderdaad belemmert wordt in een traject naar werk, en wordt er gekeken naar welk aanbod vanuit de gemeente wel passend is (bijvoorbeeld een traject Sociale Activering).

A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

Hieronder benoemen we de verschillende maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffen om het aantal inwoners dat een bijstandsuitkering ontvangt te reduceren. Het project "Sluitende aanpak voor jongeren in de Participatiewet” (18-27 jaar) Dit project is inmiddels met goed gevolg afgerond. Het Serviceplein in Alphen aan den Rijn en Rijnvicus hebben een sluitende klantroute ontwikkeld voor jongeren in de Rijnstreek. Deze klantroute leidt jongeren zo snel mogelijk naar onderwijs, indien dit mogelijk is, of naar duurzaam werk. Er worden zorg- of activeringstrajecten ingezet als er nog te veel problematiek speelt die opgelost moet worden. In de eerste fase van deze aanpak zijn 66 jongeren9 in beeld gebracht en gesproken, deze worden nu allemaal actief begeleid. Deze begeleiding is gericht op onderwijs (waar nodig en mogelijk) of een traject naar werk. Waar zorg nodig is, wordt dit georganiseerd in samenwerking met de Driemaster, die de opdracht Welzijn en Preventie uitvoert.

8 Een uitkeringsgerechtigde kan meerdere belemmeringen hebben. Daarom correspondeert het eindtotaal niet met

het totaal aantal dat een belemmering heeft 9 Betreft de gehele Rijnstreek: Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem en Nieuwkoop

15

In de tweede fase van deze aanpak zijn de resterende 82 jongeren10 in beeld gebracht. Zij worden nu actief begeleid of zijn inmiddels uitgestroomd. Er zijn geen jongeren met een uitkering, die alleen werkzoekend zijn of een onderwijsvraag hebben en geen problematiek ervaren. Bij alle jongeren speelt andere problematiek die we moeten stabiliseren ofwel oplossen om de weg naar onderwijs of werk vrij te maken. De jongere moet hier zelf actief aan meewerken. Een aantal jongeren heeft met begeleiding van Rijnvicus al een stap richting werk kunnen maken en er zijn nu meer jongeren actief in een re-integratietraject naar werk. Het project Toegang tot Serviceplein

Binnen de Uitvoeringsagenda Participatiewet zijn verschillende klantroutes ontwikkeld om mensen te begeleiden naar een hogere stap op de participatieladder. Elke stap omhoog verkleint de afstand tot de arbeidsmarkt. Deze klantroutes zorgen daarnaast ook voor duidelijkheid en eenduidigheid voor de professionals en klanten. Zo zijn de routes visueel uitgewerkt in stroomschema’s, zijn gezamenlijke doelstellingen ontwikkeld en zijn de werkafspraken opgeschreven. Deze klantroutes en eventuele samenloop op plekken (bijvoorbeeld: een jongere kan ook een statushouder zijn), willen we graag ook in beeld hebben voor het Serviceplein. Het gaat hierbij niet alleen om onze interne routes, maar ook om de routes met en naar andere samenwerkingspartners zoals Tom in de buurt en de Driemaster. Uitgangspunt is: er komt een klant bij het Serviceplein, en dan? Welke routes kan deze klant bewandelen? Wat zijn alle werkafspraken? Hoe weten wij het als er zowel een klant bij een partner als bij de gemeente tegelijk loopt? De antwoorden hierop hebben we gevonden en die zijn in de routes verwerkt. De routes zijn opgeleverd en het project is afgerond. Het project Statushouders De groep statushouders die een Participatiewet-uitkering hebben, is met de gestegen taakstelling van gemeenten een steeds grotere groep geworden.

Dit maakt dat meer professionals betrokken zijn bij de dienstverlening en er meer behoefte is aan afstemming. Daarnaast was er behoefte om na te gaan of de instrumenten voor statushouders, waarvoor we beschikken, nog aansluiten bij wat statushouders nodig hebben. Omdat de dienstverlening voortkomt uit de Participatiewet en de wet Inburgering, vraagt dit in de praktijk om afstemming tussen Serviceplein en Rijnvicus, en de Driemaster. Dit maakt dat er aan de hand van een analyse een verbeterplan is opgesteld in 2023 om te komen tot een klantroute statushouders richting werk. De klantroute zal in 2024 gemaakt worden en in de lijn worden geïmplementeerd.

10 Betreft de gehele Rijnstreek: Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem en Nieuwkoop

16

Nederlandse taallessen Een veel voorkomende belemmering waar uitkeringsgerechtigden mee te maken hebben is taalniveau. Veel bijstandsontvangers beheersen het Nederlands onvoldoende om mee te kunnen draaien op de werkvloer. Rijnvicus en taalschool Sagenn werken daarom veelvuldig samen en geven taal op de werkvloer lessen. Daarnaast bieden wij als gemeente gratis Nederlandse taallessen aan alle inwoners met een taalvraag die niet inburgeringsplichtig zijn. Dit geldt zowel voor NT1 (Nederlands als eerste taal) en NT2 (Nederlands als tweede taal). Taalschool Sagenn biedt deze lessen voor de gehele Rijnstreek. We hebben ons de afgelopen maanden extra ingezet om weer een groep in Kaag en Braassem te starten. Veelal moesten deelnemers uit onze gemeente naar Alphen reizen voor deze taallessen. In 2023 is er weer een groep in Roelofarendsveen gestart.

Het project Hoofdzaak Werk Dit project komt voort uit een landelijke opgave van het Rijk om mensen (de gemeentelijke doelgroep van de Participatiewet) met een kwetsbare psychische gezondheid, toe te leiden naar werk. Voorwaarde voor mee kunnen doen is dat de kandidaten onder behandeling staan van een GGZ-aanbieder. Meedoen is op vrijwillige basis: mensen moeten dus een werkwens hebben. Als zij instromen kunnen zij verschillende vormen van begeleiding ontvangen: een IPS-traject (financiering via landelijke subsidieregeling die het UWV uitvoert), job coaching (regulier re-integratiebudget) of een ander begeleiding richting werk. De inspanningsverlichting 2023 voor de Rijnstreek was om 30-35 nieuwe kandidaten in te laten stromen. Het ging hierbij zowel als kandidaten van het UWV of om de gemeentelijke doelgroep. Dit laatste betreft zowel inwoners met Participatiewet-uitkering als zonder enige uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden, ook wel NUG-ers genoemd). Kwalitatieve resultaten van Hoofdzaak Werk: 1. Er is een uitvoeringspraktijk ontwikkeld om mensen in beeld te krijgen, aan te melden en te bespreken of zij mogen (voorwaarden) en kunnen (geschiktheid) instromen. 2. De samenwerking tussen GGZ Rivierduinen, het Serviceplein in Alphen en Rijnvicus is verstevigd. 3.

Wij hebben nieuwe partijen gevonden die kandidaten met CMD (common mental disorders) begeleiding naar werk kunnen bieden. De financiering van deze trajecten vraagt nog aandacht. Kwantitatieve resultaten van Hoofdzaak Werk: Eind 2023 zijn er 32 actieve trajecten in de Rijnstreek. Dit betrof zowel trajecten van het UWV als van kandidaten die via de gemeente zijn ingestroomd. Hiervan liepen er al 13. Er zijn dus 19 nieuwe trajecten gestart in 2023. Hiervan zijn er 5 via het UWV gestart en 14 via de gemeente De Rijnstreek is landelijk gezien de regio waar de toename van het aantal trajecten het grootst is. In tabel 12 leest u de aantallen uit Kaag en Braassem.

17

Tabel 12: Resultaten Hoofdzaak Werk via gemeentelijke route Kaag en Braassem Aantal kandidaten Besproken 5 Ingestroomd 3 Soort traject IPS-traject 3 CMD -traject 0 Status kandidaat Participatiewet-uitkering 1 Niet-uitkeringsgerechtigd (traject 2 gestart ter voorkoming van instroom).

A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.

Voor de analyse naar het tekort zijn onderstaande bronnen gebruikt • • •

Dienstverleningsovereenkomst Participatiewet en aanverwante dienstverlening jaarverslag 2023 (Alphen aan den Rijn) CBS data PowerBI

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is.

B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen

Voor 2023 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: ‘Zittend bestand’ in beweging

18

We hebben de ‘cohort aanpak’ die bijdraagt aan ‘ken je klant’ en om het zittend bestand in beweging te krijgen, voortgezet. We hebben in 2023 ervaren, dat het werken met een specifiek samengestelde groep, een ‘cohort’, goed werkt om periodiek een groep uit het uitkeringsbestand onder de loep te nemen. In 2023 betrof het de groep ex-gedetineerden en jongeren. We gaan dit ook in 2024 voortzetten. De aanpak bestond uit inzoomen op bepaalde groepen in ons bestand om aan de hand van dossieronderzoek en een gesprek na te gaan of inzet op arbeidsinschakeling aan de orde is of dat er andere ondersteuning nodig is. Gebleken is dat de acties die zijn ingezet ertoe hebben bijgedragen dat er een update van de registratie in het systeem heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft het geleid tot de inzet van zorg en in enkele gevallen tot een aanmelding voor een traject sociale activering of een traject naar werk. De verwachting dat het tot een verhoogde toename van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus zou leiden is uitgebleven. Dit komt door de meervoudige problematiek en de situatie in de zorg (wachtlijsten) ontbreken van hulpaanbod (zorg en werk).

Gezien de individuele problematiek is hier geen traject op te organiseren die voor een groep ingezet kan worden, maar gaat het altijd om maatwerk en gezamenlijke inzet van de hulpaanbieder, de kandidaat en Rijnvicus of andere organisatie om werkgerichte ondersteuning te bieden. Dit is ingewikkeld en ontbreekt het nu aan tijd en capaciteit (in de zorg en bij de gemeente) om hier actie op te zetten. Participatie intake Om kandidaten die zich melden voor een uitkering direct op de juiste klantroute te plaatsen, doen de klantregisseur van Rijnvicus en de inkomensspecialist van het Serviceplein gezamenlijk een participatieintake. Dit eerste gesprek geeft een goed beeld van de kandidaat en tevens worden de eerste participatiemogelijkheden al in beeld gebracht. Op basis van het klantprofiel wordt een keuze gemaakt of het een kandidaat voor Rijnvicus betreft: de mate van afstand tot de arbeidsmarkt wordt in beeld gebracht. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: Wij hebben in Kaag een Braassem geen maatregelen getroffen die na evaluatie niet meer worden voortgezet. Maatregelen die nieuw zijn getroffen: Dienstverlenende gesprekken Sinds 1 juli 2023 is het Serviceplein gestart met het voeren van dienstverlenende gesprekken (DVG), waarbij de consulent Inkomen per kandidaat elk jaar één keer een breed gesprek voert op alle leefgebieden die hij/zij ondersteunt.

Dit gesprek vindt plaats naast het contact dat nodig is voor een correcte uitvoering van de Participatiewet. Doel is om te zorgen voor goede kennis van de inwoners in de bijstand. Het gaat tevens het niet-gebruik van voorzieningen tegen. Een toename van het aantal aanvragen

19

minima/voorzieningen is nu al zichtbaar. Helaas hebben we ook ervaren dat er mensen in de bijstand al een hele tijd niet zijn gesproken. Op deze manier leren de inkomensconsulenten de klant en zijn leefsituatie beter kennen. Dit biedt goede mogelijkheden om te onderzoeken wat nodig en mogelijk is om verbetering in de situatie van de klant te realiseren. Verbetering in de zin van participatie, sociale activering of begeleiding naar arbeid in loondienst en in het benutten van de voorzieningen die er voor mensen met een minimum inkomen bestaan. En natuurlijk loopt de controle op de rechtmatigheid van de uitkering hier gewoon in mee. Deze nieuwe gespreksvorm vraagt nu een forse extra tijdsinvestering van de consulenten, maar zal ook leiden tot een terugverdieneffect bij toekomstige contacten en aanvragen. De resultaten van dit instrument zijn positief. In 2024 vindt een tussentijdse evaluatie plaats en waar nodig zal op basis daarvan worden bijgestuurd. Banenmarkt Kaag en Braassem is een gemeente vol ondernemers, en we zijn in 2023 gestart met de voorbereiding van een banenmarkt. Omdat we graag willen dat hier zowel voor ondernemers, als voor werkzoekende genoeg te halen valt, vereist dit veel voorbereiding. Vanwege personele wisselingen binnen onze organisatie heeft de banenmarkt even stil gelegen. We hopen op korte termijn een datum te prikken voor in het najaar van 2024.

Leerlijnen sociaal ontwikkelbedrijf Rijnvicus Het overgrote deel van mensen in de bijstand heeft geen startkwalificatie, wat het vinden van werk moeilijker maakt. Daarom is het investeren in opleiding en werknemersvaardigheden van belang om kandidaten een betere kans op de arbeidsmarkt te bieden. De leerwerktrajecten (LWT) bij Rijnvicus zijn inmiddels zodanig ingericht dat zij opleiden naar een diploma, waarbij ieder LWT een praktijkopleider heeft die kandidaten gericht begeleidt. We hebben in 2023 twee nieuwe leerwerktrajecten ingericht. Het LWT Techniek & Energie waarin we kandidaten opleiden voor werk in de energietransitie en het externe LWT Bouw. Beiden kenmerken zich door een zeer nauwe samenwerking met werkgevers, die zowel helpen opleiden en bereid zijn kandidaten een baan te gunnen. De eerste klas voor het LWT Techniek & Energie start in het voorjaar 2024. Bij LWT Bouw zijn al meerdere kandidaten geplaatst Aanpak jeugdwerkloosheid Het grootste deel van de gediplomeerde jongeren heeft de weg naar de arbeidsmarkt weten te vinden en zal dat de komende tijd waarschijnlijk ook doen. De kwetsbaarheid zit structureel vooral bij bepaalde groepen: de voortijdig schoolverlaters, vso/pro-jongeren (voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs), jongeren met mentale of gezondheidsbeperkingen of met een migratieachtergrond.

Jongeren met problematiek op meerdere terreinen zoals schulden, huisvesting, mantelzorg, eenzaamheid of (latente) zorgvraag zijn extra kwetsbaar. Voor de jongeren die een diploma hebben gehaald van een minder goed in de arbeidsmarkt liggende opleiding is mogelijk wel extra aandacht nodig. 20

Dit zijn de zaken waarop in 2023 inzet is gepleegd: •

•

•

•

Stageaanpak: verbinding aanbrengen tussen scholen, werkgevers en partnerorganisaties; Het probleem is geen stagetekort, maar een mismatch van stage aanbieders en stage zoekenden. Er zijn genoeg stages in de regio Rijnland, maar er komen onvoldoende stagiaires op de aangeboden stages af. Met name in agricultuur bedrijven, ICT, bouw en techniek stromen onvoldoende jongeren in de opleidingen. Zij komen dus ook onvoldoende aan bij bedrijven voor stages én voor werk. Daarnaast is er een intern stagebureau opgericht waarmee de gemeente stagiaires werft op elk niveau voor de eigen organisatie. Zo kan de gemeente fungeren als rolmodel naar werkgevers toe. Op dit moment zijn er geen resultaat gegevens beschikbaar. Extra ondersteunende inzet voor begeleiding jongeren naar werk of (terug) naar school; binnen Rijnvicus is de begeleiding voor jongeren bij twee klantregisseur belegd. Daarnaast is er een project ‘jongeren’ uitgevoerd binnen de Uitvoeringsagenda 2.0 Dit betreft vooral de samenwerking tussen team Inkomen, het JIP Serviceplein en Rijnvicus, waarbij de route van jongeren naar onderwijs en werk is herzien. Zie project ‘Sluitende aanpak voor jongeren in de Participatiewet.’ Mentorproject. Deze aanpak voor de Rijnstreek koppelt jongeren met een specifieke vraag aan een mentor (een vrijwilliger uit de samenleving met kennis van het thema).

Voorbeelden zijn jongeren die een beroepsveld willen verkennen om een opleidingskeuze te maken, of jongeren die van opleiding willen switchen. Soms zijn het ook jongeren die vastlopen in hun leven. Ze worden veelal aangemeld vanuit het RMC of het JIP Serviceplein. In 2023 zijn er 78 trajecten gestart. Op dit moment zijn er geen jongeren uit Nieuwkoop aangemeld bij het Mentorproject. Er zijn wel mentoren vanuit Nieuwkoop aangesloten . Het project, inclusief projectleider, is nu geborgd is bij Rijnvicus. Eind 2024 stopt deze aanpak. Per 2025 zal de aanpak jeugdwerkloosheid stoppen en opgaan in de nieuwe wet van school naar duurzaam werk.

Pilot screening aanvraag levensonderhoud Van oktober tot en met december 2023 heeft het team Controle en Handhaving een pilot uitgevoerd met als uitgangspunt: meekijken aan de poort. Daarbij is er volgens een willekeurige selectieprocedure meegekeken met de inkomensspecialisten bij nieuwe aanvragen levensonderhoud. Met de expertise vanuit handhaving kwamen daarbij punten naar voren waar de inkomensspecialisten op door konden vragen bij de aanvrager. De bedoeling is daarbij om van elkaar te leren en betere vaardigheden te ontwikkelen als het gaat om fraude herkenning. Na de evaluatie van deze pilot wordt gekeken of en hoe hier een vervolg aan wordt gegeven.

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet

21

Maatregel 1: Werkgeverservicepunt Holland Rijnland a)

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?

Kaag en Braassem neemt deel aan het WSP Holland Rijnland. Het WSP Holland Rijnland is inmiddels een krachtige samenwerking vanuit de gemeenten, UWV, de sociaal ontwikkelbedrijven DZB (Leiden), Provalu (Duin -en bollenstreek) en Rijnvicus (Rijnstreek). De brancheteams vormen het hart van de samenwerking. Het Rijk wil dat er per arbeidsmarktregio een regionale arbeidsmarkt infrastructuur komt die voldoet aan bepaalde voorwaarden om zo een betere samenwerking tussen partners als het regionaal Werkgeversservicepunt, het regionaal mobiliteitsteam (RMT), gemeenten, ontwikkelbedrijven en vakbonden te realiseren. Alphen aan den Rijn vervult hierin een actieve rol en stemt daarbij af met de beleidsadviseurs van Nieuwkoop en Kaag en Braassem. b)

Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

In de regio heeft in het eerste kwartaal van 2023 een verkenning plaats gevonden die inzicht geeft in cijfers ver de situatie in onze arbeidsmarktregio en inzicht in de behoefte die er is. Eind 2023 is in het bestuurlijk overleg Werk en Onderwijs besloten dat voor de verdere uitwerking een projectleider wordt aangesteld die vooralsnog midden 2024 zal gaan starten. De val van het kabinet leidt er nu toe dat er vertraging vanuit het Rijk is. De uitwerking die na de zomer door het Rijk op de planning stond, wordt nu in april 2024 verwacht. Ook is er nog geen duidelijkheid over de middelen die beschikbaar komen voor gemeenten. c)

Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

In 2023 zijn de brancheteams uitgebreid voor de sector transport en logistiek en energietransitie. Rijnvicus speelt hier een actieve rol in. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Onze focus heeft de afgelopen jaren vooral gelegen op interne maatregelen om het tekort te reduceren. Het aantal externe maatregelen de afgelopen jaren is daardoor beperkt. Er zijn dus momenteel geen externe maatregelen die na evaluatie niet worden voortgezet. Alle maatregelen die getroffen zijn lopen nog. Maatregelen die nieuw zijn getroffen Maatregel 1: Werkcafé 22

a)

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?

In 2023 heeft het Rijk het plan ‘Dichterbij dan je denkt’ uitgerold binnen de verschillende arbeidsmarktregio’s. Kern van dit plan is om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken en te zorgen dat de mismatch tussen werkzoekenden en werkgevers minder wordt. In september is het Werkcafé gestart in Alphen aan den Rijn voor de sub-regio Rijnstreek. Het werkcafé is een samenwerkingsverband van het Leerwerkloket, Het Regionaal Mobiliteitsteam RMT, het regionale Werkgeversservicepunt WSP en Rijnvicus. b)

Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

Inwoners weten het werkcafé goed te vinden. Van te voren waren de kleinere gemeenten in de regio enigszins sceptisch, omdat er verwacht wordt van de inwoners uit de verschillende kleine dorpskernen dat ze naar Alphen aan den Rijn afreizen. Dit bleek echter ongegrond. Ook inwoners uit Kaag en Braassem vonden hun weg naar het werkcafé.

c)

Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

In Kaag en Braassem hebben we ervoor gekozen om zowel over het werkcafé in Alphen aan den Rijn, als het werkcafé in Leiden te communiceren. Het Werkcafé wordt in 2024 voortgezet. Vanuit Holland Rijnland wordt onderzocht hoe werkgevers aangesloten kunnen worden bij het Werkcafé. Omdat we er achter kwamen dat ook veel onbenut arbeidspotentieel (denk: niet-uitkeringsgerechtigden) hebben we besloten de banenmarkt, een idee wat is blijven liggen door te weinig capaciteit, weer nieuw leven in te blazen. Maatregel 2: Tool “informatie over eerdere aanvragen” a)

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?

In 2023 is de ambtelijke ondersteuning begonnen met het oriënteren op andere maatregelen van gemeenten van vergelijkbare grootte. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de eerdere aanvragen van de Vangnetuitkering. b)

Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? 23

Op het moment van schrijven zijn de aanvragen over 2022 nog niet gepubliceerd op de website, waardoor actuele problematiek lastig met elkaar te vergelijken. We zien wel in de aanvragen van de afgelopen jaren dat veel gemeenten die aanspraak maken op de Vangnetuitkering kampen met dezelfde problematiek, zoals de hoge instroom van statushouders (die per definitief allemaal starten met een uitkering), en het feit dat uitkeringsgerechtigden veelal kampen met multi problematiek. c)

Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

In de aanvraag van de gemeente Berg en Dal (2019) lazen we over het rapport Schulden en Werk van onderzoeksbureau Panteia. Hier wordt ingegaan op de relatie tussen het hebben van schulden en het vinden van werk. Hierop hebben we de volgende maatregel gebaseerd. Verder hopen we van harte dat de aanvragen over 2022 op korte termijn worden gepubliceerd, omdat we denken dat deze informatie beter aansluit bij de actualiteit. Maatregel 3: Vroegsignalering schulden versterken a)

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?

Panteia (2018) Schulden & Werk Deelrapport I: Bijstandsgerechtigden met schulden – Onderzoek naar het effect van schuldenproblematiek onder bijstandsgerechtigden b)

Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie?

Dit onderzoekt concludeert dat bijstandsgerechtigden vaker schulden hebben dan nietbijstandsgerechtigden. Schuldhulpverlening en Werk en Inkomen zijn vaak van elkaar gescheiden binnen de uitvoering van gemeenten. Consulenten van Werk & Inkomen beschikken niet altijd over de tijd, kennis en de juiste uitvraaginstrumenten- en technieken om zicht te krijgen op eventuele schuldenproblematiek onder bijstandsgerechtigden in de caseload. Het onderzoek concludeert ook dat schulden een belemmering vormen bij de begeleiding naar werk. Schuldenproblematiek gaat vaak gepaard met andere (zware) problemen, wat veel onrust en stress bij mensen veroorzaakt. c)

Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

In 2023 hebben we ingezet op het project Vroeg Erop af!, de uitvoering van vroegsignalering in Kaag en Braassem. De uitvoering van vroegsignalering ligt bij de welzijnsorganisatie Tom in de buurt. In 2023 heeft er een DPIA plaatsgevonden voor de aanschaf van het RIS software systeem waarin partners zoals de woningcorporaties, waterbedrijf, energiemaatschappijen etc. meldingen kunnen doen bij betaalachterstanden. Een medewerker van Tom in de buurt gaat dan vervolgens op die melding af, om te 24

kijken of de inwoner ondersteuning nodig heeft. In 2023 is de DPIA afgerond, en konden we het systeem aanschaffen. Per februari 2024 zijn we daadwerkelijk van start gegaan. Daarnaast zijn in 2023 de voorbereidingen geweest om de uitvoering van schuldhulpverlening van PLANgroep over te hevelen naar Alphen aan den Rijn. De Rijnstreek besteedden de uitvoering van schuldhulpverlening de afgelopen jaren uit aan PLANgroep. In 2023 besloot Alphen aan den Rijn dit zelf te willen gaan doen, en Kaag en Braassem en Nieuwkoop zijn hierbij aangesloten. Het idee achter de uitvoering naar ons zelf toe trekken was dat er op deze manier meer zicht is op de kwaliteit, en er beter kan worden samengewerkt met de andere disciplines op het Serviceplein.

25

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2).

C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. In 2023 is de grote stijging van het aantal bijstandsuitkering gestabiliseerd, maar gezien de huidige arbeidsmarkt is de uitstroom laag. Het beoogde effect van de getroffen maatregelen is dat het aantal bijstandsuitkeringen verder daalt. Daarbij moet niet voorbij worden gegaan aan het feit dat de gemeente de afgelopen jaren gegroeid is, en ook de komende jaren het aantal inwoners zal blijven stijgen. Bij een stijgend aantal inwoners is de kans groot dat er ook meer uitkeringsgerechtigden zich in de gemeente vestigen. In tabel 13 zetten we de ontwikkeling van het uitkeringenbestand in de eerste twee kwartalen van 2024 uiteen. Tabel 13: Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen 2024 Q1 en Q2

Maand 1 februari 2024 1 maart 2024 1 april 2024 1 mei 2024

Aantal 296 300 294 291 (nog 7 in werkvoorraad beëindigen)

Hoewel we vanzelfsprekend het aantal uitkeringen naar beneden willen krijgen, laat de analyse in onderdeel A zien dat we te maken hebben met een bestand waarin veel speelt. Er melden zich nagenoeg geen inwoners voor een uitkering die direct richting werk kunnen worden bemiddeld. De inwoners voor wie dit wel geldt, vinden op de huidige arbeidsmarkt makkelijk zelfstandig werk en hoeven geen beroep te doen op de bijstand. Bij de inwoners die zich wel melden is er veelal sprake van complexe problematiek, en hoewel uitstroom richting werk altijd het doel moet zijn, is dat voor veel inwoners op korte termijn niet haalbaar (als het überhaupt al haalbaar is). Daarom zijn veel van onze maatregelen in eerste instantie meer zorg-gericht dan dat uitstromen richting betaald werk het eerste doel is.

26

C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Omdat er geen eenduidige reden is van de hoge instroom en de lage uitstroom uit de uitkering, is het lastig om de beoogde effecten te kwantificeren. Daarnaast zal het aantal inwoners in de gemeente de komende jaren blijven stijgen, wat het sturen op een streefgetal wat betreft het aantal uitkeringen bemoeilijkt. Verder zien we dat er in het bestand sprake is van complexe problematiek, waar geen one-size-fits-all oplossing voor is.

C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen rondom de Particpatiewet, sluit Kaag en Braassem per 2024 aan bij de benchmark werk en inkomen van Divosa. Via deze tool hopen we meer inzicht te krijgen, en snelle op eventuele ontwikkelingen te kunnen inspelen. Daarnaast houden we vinger aan de pols bij de uitvoering in Alphen aan den Rijn, en zorgen we ervoor dat die lijnen kort blijven.

27

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

28

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. 29

X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Kaag en Braassem stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.

Datum: ___________ 30

De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=0bd24236-5f1a-46ef-aac5-829437e5a34f