Aanvraagformulier Basis VU 2022_KB
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20221 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
1 Versie aanvraagformulier d.d. 5 oktober 2021
1
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •
•
•
• •
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden
2 Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2023 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2022
3
1. Verklaring college bij een basisverzoek
Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Het bijstandsbestand is in 2022 gegroeid met 33 uitkeringen. De totale kosten hiervoor bedragen € 4.493.572. De vergoeding vanuit het Rijk bedraagt €4.072.625. Dit betekent dat we een tekort hebben van € 420.947. Tabel 1: Overzicht financiën BUIG 2022 BUIG Rijksvergoeding
€ 4.072.625
Uitgaven 2022
€ 4.493.572
Tekort of overschot
€ -420.947
Overschrijding uitgaven tov Rijksvergoeding Eigen risicodrempel (7,5% van het toegekende budget) Resteert Compensatie 7,5% en 12,5% (= 50%)
10,34% €
305.447
€
115.500 €
Compensatie > 12,5% Totaal compensatie vangnetuitkering
57.750 -
€
57.750
Gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt is dit een onverwacht beeld. Wat betreft de groei van het bestand komt uit de cijfermatige analyse en het dossieronderzoek dat is uitgevoerd geen duidelijk aanwijsbare, specifieke oorzaak naar voren. De uitstroom is lager dan de instroom waardoor er per saldo sprake is van een groeiend bestand. Een verklaring voor de lagere uitstroom kan zijn dat er sprake is van een slechte match tussen mensen met een uitkering Participatiewet en de vraag vanuit de arbeidsmarkt.
5
B.
Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken.
Om de dienstverlening aan inwoners die een uitkering in het kader van de Participatiewet aanvragen nog beter te organiseren, is in de klantroute de participatie-intake opgenomen. Hierin wordt samengewerkt door professionals van het Serviceplein in Alphen aan den Rijn en van Team Ontwikkeling (Rijnvicus). Zij verzorgen gezamenlijk de participatie intake. Het doel is om met de inwoner direct na het indienen van een aanvraag voor een uitkering, via een brede intake de onderwerpen participatie en de mogelijkheden naar werk te bespreken. We willen immers dat iemand waar mogelijk zo kort mogelijk in de uitkering zit. Er is ingezoomd op de groep die is ingedeeld als bemiddelbaar A doelgroep maar niet gekoppeld is aan een klantregisseur bij Rijnvicus. . Deze mensen zijn gesproken en is onderzocht of deze personen aangemeld kunnen worden voor een traject bij Rijnvicus. Zo niet, dan wordt er gekeken of een traject Sociale activering passend is. Het is de verwachting dat deze actie leidt tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus. Er is ingezoomd op de groep die parttime werkt. De vraag is of dit voor deze groep het maximaal haalbare is of dat er mogelijkheden zijn voor uren uitbreiding of zelfs een andere baan waarmee uitkeringsgerechtigden kunnen uitstromen. Verder zien we dat de Nederlandse taal een grote belemmering is bij het vinden van werk.
Vanuit de WEB gelden kunnen alle inwoners gratis Nederlandse lessen volgen. We gaan met de taalschool en onze andere partners in het sociaal domein in gesprek om te onderzoeken of dit wel voldoende gebeurt. Weet men de taalschool wel te vinden? Samen met de gemeente Nieuwkoop en Rijnvicus organiseren we een speeddate event voor ondernemers en inwoners om de mensen die kunnen werken, zo snel mogelijk aan een vacature te kunnen koppelen. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De gemeente Kaag en Braassem stuurt op doelen en resultaten, vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alphen aan den Rijn informeert ons middels een half jaar en een jaarrapportage over de ontwikkelingen rondom de bijstandsuitkeringen, en welke inzet er gepleegd wordt. Doordat er in 2022 een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden is geweest, hebben we met Alphen afgesproken dat we hierover structurele overleggen inplannen, om vinger aan de pols te houden, en gezamenlijk de analyse van ons stijgende bestand op te pakken.
Hoewel er in deze analyse meerdere mogelijke verklaringen genoemd worden, zal voor het vinden van een eenduidige verklaring voor deze afwijkende stijging verder onderzoek noodzakelijk zijn. Het effect dat we met de genoemde maatregelen willen bereiken is: 6
-
Het bijstandsbestand bestaat voornamelijk uit inwoners die langer dan twee jaar een uitkering hebben én geen arbeidsvermogen hebben. Iedere inwoner van Kaag en Braassem met arbeidsvermogen doet mee door: o Betaald werk, de inwoner is niet (of nauwelijks) afhankelijk van een uitkering o Vrijwilligerswerk indien betaald werk (nog) niet mogelijk is.
We zetten hierbij in op maatwerk, en nauwere samenwerking met onze partners zoals in onderdeel B benoemd. (taalschool, Rijnvicus, ondernemers etc.). Hoewel we natuurlijk sturen op een kleiner uitkeringenbestand, zijn we ons ervan bewust dat het huidige bestand veel belemmeringen kent. Dat is niet geheel verrassend, gezien de huidige tekorten op de arbeidsmarkt. We zien dat deze doelgroep maatwerk vereist, waardoor kwantitatieve monitoring per beleidsinterventie niet wenselijk is.
7
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces De kadernota, de begroting. Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
8
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. A.1. Schetsen situatie Kaag en Braassem Op basis van CBS cijfers heeft in Kaag en Braassem 1% van alle inwoners (2022: 27.895) een Participatiewet uitkering. Ten opzichte van het aantal huishoudens (2023: 12.035) heeft 2,5% een Participatiewet uitkering. Het landelijk gemiddelde in 2022 is 4,2% (8,1 miljoen huishoudens waarvan 341.000 huishoudens een bijstandsuitkering ontvangen). Het niveau van Kaag en Braassem ligt daarmee onder het landelijk gemiddelde. In 2022 hebben echter ontwikkelingen plaatsgevonden die vragen opriepen. Het bestand maakte in 2022 een groei van 33 bijstandsuitkeringen door. Dit is een stijging van 12.5 %. Gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt is dit een onverwacht beeld. Het bijstandsbestand is in 2022 gegroeid met 33 uitkeringen. De totale kosten hiervoor bedragen € 4.493.572. De BUIG vergoeding vanuit het Rijk bedraagt in 2022 €4.072.625. Dit betekent dat we een tekort hebben van € 420.947. Hieronder een beknopt financieel overzicht: Tabel 1: Overzicht financiën BUIG 2022 BUIG Rijksvergoeding
€ 4.072.625
Uitgaven 2022
€ 4.493.572
Tekort of overschot
€ -420.947
Overschrijding uitgaven tov Rijksvergoeding Eigen risicodrempel (7,5% van het toegekende budget) Resteert Compensatie 7,5% en 12,5% (= 50%)
10,34% €
305.447
€
115.500
€
57.750
Compensatie > 12,5% Totaal compensatie vangnetuitkering
€
57.750
Van 2014 tot en met 2017 was er in Kaag en Braassem ook sprake van een tekort, en werd er een aanvraag ingediend voor de Vangnetuitkering (tot 2015 heette dit de Incidentele Aanvullende Uitkering), de compensatieregeling van het Rijk voor gemeenten die een tekort hebben op hun BUIGbudget. Tot en met 2020 was er sprake van een overschot op het BUIG-budget, en in 2021 was het tekort € 251.170. Dit bedrag lag onder de eigen risicodrempel van 7,5%, waardoor wij geen aanspraak konden maken op de Vangnetuitkering. Ook in 2022 is er weer sprake van een tekort. Ditmaal is het 9
tekort hoger van 7,5% van het toegekende budget, waardoor er wel een aanvraag kan worden gedaan voor de Vangnetuitkering. A.2. Ontwikkelingen WW in Kaag en Braassem en de regio Het aantal vacatures dat niet vervuld kan worden liep het afgelopen jaar snel op. Niet vervulde vacatures tegenover een groot aantal werkzoekenden betekent een mismatch op de arbeidsmarkt. Waarbij het aantal werkzoekenden zonder dienstverband in Holland Rijnland afnam, zagen we in Kaag en Braassem een kleine stijging. Beroepsklassen die verhoudingsgewijs een forse toename lieten zien, waren technische en leidinggevende beroepen (bron: UWV). Tabel 2: aantal ingeschreven inwoners bij UWV als werkzoekend en aantal openstaande vacatures (bron: werk.nl) Werkzoekenden zonder dienstverband
Holland Rijnland
% verandering
Kaag en Braassem
December 2021 December 2022
16.882 15.953
100% - 5,5%
682 684
100% + 0,29%
Aantal openstaande vacatures in HR 9550 10.500
100% + 9,9%
A.3. Analyse van het tekort Het bestand maakte in 2022 een groei van 33 bijstandsuitkeringen door. Dit is een stijging van 12,5% ten opzichte van 2021. In onderstaande tabel wordt de groei gedurende het jaar uiteengezet. Tabel 3: Aantal bijstandsuitkeringen per einde Q1, Q2, Q3 en Q4 2022 2022 Ontwikkeling t.o.v. voorafgaand kwartaal Q1 275 Plus 11 Q2 288 Plus 13 Q3 297 Plus 9 Q4 297 Gelijk
2021 283 284 276 264
Gezien de grote vraag naar personeel op de arbeidsmarkt is dit een onverwacht beeld. De uitstroom is lager dan de instroom waardoor er per saldo sprake is van een groeiend bestand. Een verklaring voor de lagere uitstroom kan zijn dat er sprake is van een slechte match tussen mensen met een uitkering Participatiewet en de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Er is in 2022 een plan van aanpak ‘ombuiging bestand’ in werking gesteld om deze ontwikkeling om te buigen. De uitvoering daarvan is gericht op het totale bestand van de drie Rijnstreek gemeenten samen. In onderdeel B (‘Getroffen maatregelen’) gaan we hier dieper op in. Wat betreft de groei van het bestand komt uit de cijfermatige analyse en het dossieronderzoek dat is uitgevoerd geen duidelijk aanwijsbare, specifieke oorzaak naar voren. In algemene zin kan gezegd worden dat qua positie ten opzichte van de arbeidsmarkt Kaag en Braassem, in vergelijking met Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop het grootste percentage uitkeringsgerechtigden in categorie A (bemiddelbaar naar werk) heeft: dus met de kortste afstand tot de arbeidsmarkt. Hier staat tegenover dat in Kaag en Braassem het grootse percentage is ingedeeld op de onderste trede van de participatieladder en dus het verst van de arbeidsmarkt afstaat. Een bestand met opvallende uitersten 10
dus. Het percentage uitkeringsgerechtigden met een achtergrond als statushouder wijkt niet af van dat in de andere twee Rijnstreek gemeenten. Ook het deel uitkeringsgerechtigden zonder startkwalificatie is in de drie gemeenten ongeveer even hoog. Kaag en Braassem kent wel het laagste percentage jongeren binnen het bestand. De groei van het bestand in 2022 is vanaf het derde kwartaal gestabiliseerd. Dit komt overeen met de start van de uitvoering van het eerder genoemde plan van aanpak ‘Ombuiging bestand’, maar of hier sprake is van een duidelijk verband kan op dit moment nog niet geconcludeerd worden. Het bestand wordt opgedeeld in meerdere categorieën die iets meer zeggen over hun achtergrond. Deze staan genoemd in tabel 4. Meest opvallend hierin is de toename van het percentage statushouders en de groei van het aandeel uitkeringen met een duur van minder dan één jaar. Dit correspondeert met voornoemde opvallende groei van het uitkeringsbestand over de eerste 3 kwartalen van 2022. Tabel 4: Bestandsopbouw in percentages 31-122022 50-plussers tot 65 jaar 36%
31-122021 39%
65 jaar en ouder
4%
2%
Jongeren t/m 27 jaar
8%
8%
Statushouders
26%
20%
Geen startkwalificatie
82%
80%
Uitkeringsduur < 1 jaar
27%
16%
Uitkeringsduur > 5 jaar
27%
26%
Als we kijken naar het aantal inwoners met een bijstandsuitkering zonder startkwalificatie. dan valt voor Kaag en Braassem op dat dit percentage het hoogst is onder de doelgroep 46-plussers. Voor deze doelgroep zal het lastig blijven om aan werk te komen, ook omdat er vaak fysieke beperkingen zijn. De gemiddelde leeftijd van uitkeringsgerechtigden in Kaag en Braasem is 45,8. Hieronder lichten we het aantal statushouders in het uitkeringenbestand extra uit. 26% van de uitkeringsgerechtigden is statushouder. Hoewel statushouders tijdens de inburgering geactiveerd worden om deel te nemen aan de samenleving, en sommige statushouders er al in slagen (betaald) werk te vinden, ervaren veel statushouders het taalniveau, en de inspanning die het behalen van hun inburgeringsdiploma met zich meebrengt, als een belemmering bij het vinden van (betaald) werk. Tabel 5: Aantal en % statushouders Leeftijdscategorie Statushouders 18 - 26 9 27 - 35 24 36 - 45 32 46 - 55 22 > 55 8 Totaal 95
Totaal 30 66 90 80 105 371
% statushouders 30% 36% 36% 28% 8% 26%
11
A.4. Startkwalificatie van de bijstandsgerechtigden Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. In totaal heeft 82% van de uitkeringsgerechtigden in Kaag en Braassem geen startkwalificatie. Als we kijken naar het aantal inwoners met een bijstandsuitkering zonder startkwalificatie. dan valt voor Kaag & Braassem op dat dit percentage het hoogst is onder de doelgroep 46-plussers. Voor deze doelgroep zal het lastig blijven om aan werk te komen, ook omdat er vaak fysieke beperkingen zijn. De gemiddelde leeftijd van uitkeringsgerechtigden in Kaag en Braasem is 45,8. Tabel 6 Aantal en % klanten zonder startkwalificatie Leeftijdscategorie Aantal zonder startkwalificatie 18 - 26 27 - 35 36 - 45 46 - 55 > 55 Totaal
25 44 73 69 94 305
Totaal
% zonder startkwalificatie
30 66 90 80 105 371
83% 67% 81% 86% 90% 82%
A.5. Bemiddelbaarheid Om inzicht te hebben in de bijstandsgerechtigden gebruiken we een aantal manieren: een indeling in bemiddelbaarheid en positie op de participatieladder gespecificeerd naar wel of geen ontwikkelpotentieel (mogelijkheden). De kolom ‘onbekend’ is te verklaren door tijd die nodig is om de klantsituatie in beeld te krijgen en de verwerking en de centrale verwerking hiervan in de systemen. Tabel 7: Aantal klanten in relatie tot hun afstand tot de arbeidsmarkt Stand per 31-12-2022 Personen Bemiddelbaar (nog)niet bemiddelbaar Kaag & Braassem 371 113 209
Niet bemiddelbaar 34
Onbekend 15
Tabel 7 laat zien dat ruim 65% van de klanten dusdanige belemmering ondervindt bij het traject richting betaald werk, en daardoor (momenteel) niet bemiddelbaar is. Dit kunnen psychische belemmeringen zijn, maar ook fysieke belemmeringen, of een combinatie van beide. Belangrijk om te vermelden is dat van de 113 inwoners die als bemiddelbaar werden geclassificeerd, het taalniveau van 60 daarvan als onvoldoende werd bestempeld. Dit bemoeilijkt de begeleiding richting werk.
12
A.6. Instroom en uitstroom In tabel 8 en tabel 9 zetten we de in -en uitstroomredenen uiteen. Tabel 8: Instroomredenen in aantallen Stand per 31-12-2022
Totaal
Kaag & Braassem
Alphen aan den Rijn
Nieuwkoop
Statushouder*
222
46
135
41
Einde ander inkomen
119
27
82
10
Einde arbeid in loondienst
48
6
39
3
Einde zelfstandig beroep of bedrijf
39
15
20
4
Einde uitkering werkloosheid (WW)
37
4
30
3
Oorzaak bij partner
37
9
24
4
Einde uitkering ziekte/arbeidsong.(ZW/WIA)
23
2
18
3
Einde huwelijk/relatie
23
3
19
1
Einde studiefinanciering
21
2
18
1
Einde detentie
17
1
15
1
Overige
7
3
2
2
593
118
402
73
Totaal
*Als een inwoner ingeburgerd is valt deze niet meer in de categorie statushouder. Zo lang deze inwoner in de uitkering zit zal de instroomreden wel ‘statushouder’ blijven, tot dat hij/zij uitstroomt
Tabel 9: Uitstroomredenen in aantallen Stand per 31-12-2022
Totaal
Kaag & Braassem
Alphen aan den Rijn
Nieuwkoop
Arbeid in dienstbetrekking
154
14
117
23
Verhuizing andere gemeente
65
8
46
11
Aangaan relatie
42
8
27
7
Oorzaak bij partner
38
8
25
5
Pensioengerechtigde leeftijd bereikt
35
4
30
1
Zelfstandig beroep of bedrijf
20
6
9
5
Op verzoek van belanghebbende
19
4
14
1
Ander inkomen
16
2
13
1
Overlijden
14
0
12
2
Aanvang studie
13
1
8
4
Uitk. ziekte/arbeidsongeschkt.
11
0
9
2
Detentie
11
0
11
0
Geen inlichtingen
7
0
6
1
Overige
12
2
8
2
457
57
335
65
Totaal
Uit de cijfers blijkt dat uitstroom naar een dienstbetrekking achterblijft ten opzichte van de andere Rijnstreek gemeenten, ondanks dat de inzet die Alphen a/d Rijn doet op het bereiken van uitstroom voor alle drie de gemeenten gelijk is.
13
A.7. Mogelijke verklaringen voor groeiend bestand Er zijn voor Kaag en Braassem verschillende oorzaken mogelijk, zoals bovengemiddelde groei van het aantal inwoners, toename van woningen waar mensen met een Participatiewet uitkering in komen wonen, toegankelijkheid openbaar vervoer binnen en in de omgeving van de gemeente, beschikbaarheid van vacatures voor mensen met een Participatiewet uitkering binnen en in de omgeving van de gemeente. Als we kijken naar de data die beschikbaar zijn van de mensen met een Participatiewet uitkering, komt er op dit moment geen eenduidige verklaring naar voren wat betreft de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Naar aanleiding van deze stijging hebben we samen met Alphen naar de dossiers gekeken van de inwoners die in 2022 zijn ingestroomd. Bij ieder dossier dat steekproefsgewijs werd getrokken was er sprake van (meervoudige) psychische of fysieke problematiek. Opvallend is dat Nieuwkoop een ander beeld laat zien. Een mogelijke verklaring hiervoor, is dat er in Nieuwkoop veel inwoners met een uitkering geplaats kunnen worden bij sociale ondernemingen, zoals Samen Sterker BV. In 2022 hebben zij bijvoorbeeld meerdere inwoners met een bijstandsuitkering in dienstgenomen.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren B.1. Participatie-intake Om de dienstverlening aan inwoners die een uitkering in het kader van de Participatiewet aanvragen nog beter te organiseren, is in de klantroute de participatie-intake opgenomen. Hierin wordt samengewerkt door professionals van het Serviceplein in Alphen aan den Rijn en van Team Ontwikkeling (Rijnvicus). Zij verzorgen gezamenlijk de participatie intake. Het doel is om met de inwoner direct na het indienen van een aanvraag voor een uitkering, via een brede intake de onderwerpen participatie en de mogelijkheden naar werk te bespreken. We willen immers dat iemand waar mogelijk zo kort mogelijk in de uitkering zit. In de intake onderzoeken we de afstand tot de arbeidsmarkt en bepalen we met en voor de inwoner de juiste route. Inwoners die direct bemiddelbaar zijn, worden ondersteunt met intensieve matching. Inwoners waarbij meer ondersteuning nodig is, maken de stap naar ‘Opstap’ bij Rijnvicus, voor een uitgebreide diagnose. ‘Opstap’ geeft inzicht in de talenten en ontwikkelpunten van werkzoekenden. Werkzoekenden laten bij ‘Opstap’ zien wat ze kunnen en waar (mogelijk) ondersteuning nodig is. Door deze gezamenlijke intake, is sneller duidelijk wat het best passende vervolg is voor alle betrokkenen. Wanneer een vervolg intake nodig is om de uitkeringsaanvraag te beoordelen vindt deze daarna plaats. B.2.
Samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland Het afgelopen jaar heeft het Rijk het plan ‘Dichterbij dan je denkt’ uitgerold binnen de verschillende arbeidsmarktregio’s. Kern van dit plan is om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken en te zorgen dat de mismatch tussen werkzoekenden en werkgevers minder wordt. Het plan van aanpak is in het tweede halfjaar vastgesteld. De coördinatie ligt bij centrumgemeente Leiden. De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen.
14
Daarnaast is het plan Perspectief op Werk (POW) in 2022 nog actueel geweest en waren er middelen beschikbaar vanuit het Rijk. Dit plan heeft het Rijk de afgelopen jaren bij de regio’s uitgezet om verder vorm te geven. Hier is een verstevigde regionale samenwerking van de werkgeversservicepunten (WSP) uit voortgekomen: er is nu één regionaal WSP voor de arbeidsmarktregio Holland Rijnland, wat de dienstverlening aan werkgevers ten goede komt. In het tweede halfjaar hebben de gemeenten van de arbeidsmarktregio Holland Rijnland het Uitvoeringsplan voor 2022 en 2023 vastgesteld. Het regionale WSP wordt gevormd door samenwerking op basis van brancheteams van de sub regionale ontwikkelbedrijven in Holland Rijnland, te weten DZB, Provalu en Rijnvicus. De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen. In 2022 is verder het regionaal mobiliteitsteam (RMT) actief geweest. Het Rijk heeft tijdens de coronaperiode deze crisisinterventie ingesteld. Onderdeel was de inrichting van een RMT per arbeidsmarktregio. Leiden heeft hierin als centrumgemeente de coördinatie. Deze interventie is door het Rijk verlengd en loopt door in 2023. Voor de arbeidsmarktregio zijn middelen beschikbaar gesteld.
De informatieverstrekking en voortgang vindt plaats in het Ambtelijk Overleg Participatie Holland Rijnland waar alle gemeenten in Holland Rijnland aan deelnemen. Op 11 oktober jl. heeft het ministerie van SZW een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin is aangegeven dat er per arbeidsmarktregio een regionale arbeidsmarkt infrastructuur moet komen die voldoet aan bepaalde voorwaarden. Er is ook een start gemaakt door het ministerie om bij gemeenten, UWV en andere samenwerkende partners als vakbonden en werkgeversorganisaties op te halen hoe die regionale infrastructuur er dan uit zou moeten komen te zien. Dit vraagt veel van de afzonderlijke gemeenten in de arbeidsmarktregio. Binnen de Rijnstreek heeft een brainstorm bijeenkomst plaatsgevonden op beleidsniveau om na te gaan wat wij als sub regio belangrijk vinden. Wat er van gemeenten en binnen de arbeidsmarktregio wordt verwacht is nog niet scherp. In de regio is besloten om in het eerste kwartaal van 2023 een verkenning te laten plaatsvinden die inzicht geeft in cijfers over de situatie in onze arbeidsmarktregio en inzicht in de behoefte die er is. B.3. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Om inzicht te kunnen bieden in de mogelijkheden van mensen met een Participatiewet uitkering, maken we naast de indeling bemiddelbaar en (nog) niet bemiddelbaar, gebruik van de participatieladder.
Dit is een landelijk instrument dat door meerdere gemeenten gebruikt wordt en de afstand tot de arbeidsmarkt illustreert. Wij hebben elke stap op de Participatieladder in twee treden opgedeeld. Deze indeling van klanten maakt zichtbaar of bepaalde klanten wel of niet in de omstandigheden zijn of het potentieel hebben om nog een stap omhoog te zetten. Deze opdeling zorgt er voor dat wij niet onnodig instrumenten inzetten voor klanten die de voor hen hoogste haalbare trede behaald hebben. Zie tabel 10.
15
Tabel 10: Participatieladdertrede in %
Rijnstreek
Kaag en Braassem
01 Geïsoleerd met groeipotentieel 01 Geïsoleerd zonder groeipotentieel 02 Sociale contacten buitenshuis met groeipotentieel 02 Sociale contacten buitenshuis zonder groeipotentieel 03 Deelname georganiseerde activiteiten met groeipotentieel 03 Deelname georganiseerde activiteiten zonder groeipotentieel 04 Onbetaald werk met groeipotentieel 04 Onbetaald werk zonder groeipotentieel 05 Betaald werk met ondersteuning met groeipotentieel 05 Betaald werk met ondersteuning zonder groeipotentieel
6% 4% 19% 13% 30% 5% 5% 4% 5% 4%
11%
06 Betaald werk Onbekend
3% 2%
5%
Stand per 31-12-2022
3% 18% 10% 31% 4% 6% 5% 5% 2% 2%
B.3.1. Plan van aanpak ‘ombuiging bestand’. Met de eerste analyse viel op dat de instroom niet zozeer is toegenomen, maar de uitstroom ten opzichte van de vorige kwartalen lager is. Dit heeft ertoe geleid dat er een plan van aanpak is gemaakt waarin concrete acties zijn opgenomen die ertoe bijdragen de toename af te remmen. Onderstaand de acties die in 2022 zijn ingezet voor de gehele Rijnstreek. •
•
•
•
Met het verder uitrollen van de Participatie intake wordt er ingezet op passende dienstverlening en willen we bereiken dat eerder en mensen met een Participatiewet uitkering zich ontwikkelen en een traject volgen naar werk. Er is ingezoomd op de groep die is ingedeeld als bemiddelbaar A doelgroep maar niet gekoppeld is aan een klantregisseur bij Rijnvicus. Het betrof 91 personen.3 Na dossiercontrole zijn de gegevens geactualiseerd en bleek de groep kleiner te zijn. Deze mensen zijn gesproken en is onderzocht of deze personen aangemeld kunnen worden voor een traject bij Rijnvicus. Zo niet, dan wordt er gekeken of een traject Sociale activering passend is. Het is de verwachting dat deze actie leidt tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus. Er is ingezoomd op de groep die parttime werkt. Wat blijkt is, dat 14% van de uitkeringsgerechtigden een parttimebaan heeft.4 De vraag is of dit voor deze groep het maximaal haalbare is of dat er mogelijkheden zijn voor uren uitbreiding of zelfs een andere baan waarmee uitkeringsgerechtigden kunnen uitstromen. Deze groep is geanalyseerd en gesproken vanuit Rijnvicus en waar mogelijkheden zijn, wordt actie ondernomen. Het is de verwachting, dat deze actie leidt tot toename van arbeidsinschakeling in 2023. Vanuit Handhaving heeft in 2022 een Themaonderzoek ‘instroom corona’ plaatsgevonden.
Het betreft 40 uitkeringsgerechtigden die sinds corona een uitkering ontvangen5. Het thema onderzoek kan aanleiding geven tot een heronderzoek dan wel gesprek. In het onderzoek is meegenomen om te onderzoeken of een aanmelding bij Rijnvicus aan de orde is. Het is de
3 Betreft gehele Rijnstreek 4 Betreft gehele Rijnstreek 5 Betreft gehele Rijnstreek
16
•
•
verwachting, dat deze actie (naast de verwachtingen van het onderzoek vanuit Handhaving) zal leiden tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus in 2023. We hebben een gerichte actie gezet op de groep (nog)niet bemiddelbaar die actief zijn doordat zij bij instroom in de uitkering al actief waren door bijvoorbeeld mantelzorg, vrijwilligerswerk of een traject vanuit een andere organisatie als Brijder of Reclassering (categorie ‘eigen inzet’). Op basis van data is een gerichte groep samengesteld die is gesproken en onderzocht is wat de mogelijkheden zijn om zich te ontwikkelen en of een traject naar Rijnvicus mogelijk is. Het is de verwachting, dat deze actie leidt tot een verhoging van het aantal aanmeldingen bij Rijnvicus in 2023.
B.3.2. Taalniveau uitkeringsgerechtigden Uit de beschikbare data kwam naar voren dat een deel van de uitkeringsgerechtigden die als ‘bemiddelbaar naar werk’ worden gecategoriseerd onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. Dit vormt een belemmering bij de (duurzame) uitstroom naar werk. In Kaag en Braassem is NT2 (Nederlands als Tweede taal) onderwijs beschikbaar voor alle inwoners die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn. Samen met de taalschool die dit voor onze regio uitvoert en Rijnvicus gaan we een plan van aanpak opstellen om het taalniveau van deze bijstandsontvangers te verhogen, zodat de kans op uitstroom naar betaald werk vergroot wordt. B.3.3. Verbinding tussen ondernemers en Rijnvicus Ondernemers zouden een grote(re) rol kunnen spelen bij het aan het werk krijgen van mensen in de uitkering. Essentieel hierbij is het versterken van de verbinding tussen Rijnvicus en de ondernemers. Rijnvicus heeft immers de opdracht om onze inwoners naar werk te begeleiden. Voor de coronacrisis organiseerde Rijnvicus, samen met de gemeente Kaag en Braassem ‘Pak je kans’, een speeddate concept waarbij ondernemers uit de gemeente gekoppeld werden aan werkzoekenden. Tijdens de coronacrisis is dit stil komen te liggen. Inmiddels zijn de eerste gesprekken opgestart, waarbij we willen kijken of we dit samen met de gemeente Nieuwkoop kunnen opzetten, en daardoor groter kunnen aanpakken.
De planning is om dit in Q3 op te zetten. B.3.4. Sociale Activering Voor sommige inwoners is de stap naar betaald werk te groot om in één keer te maken. Een taak binnen de Participatiewet is om mensen met een Participatiewet uitkering sociaal te activeren. Er zijn diverse manieren waarop dit plaats kan vinden. Vanaf 2022 voert de welzijnsorganisatie De Driemaster het instrument (re-integratie voorziening) sociale activering uit voor de gemeente Kaag en Braassem. Tussen de Driemaster en team inkomen van het Serviceplein van Alphen a/d Rijn zijn afspraken gemaakt over aanmelden en samenwerking. Dit verloopt goed. De Driemaster verantwoordt aan de gemeente Kaag en Braassem. Daarnaast zijn er andere trajecten die erop gericht zijn, dat mensen zich ontwikkelen en zoveel mogelijk participeren naar vermogen als een traject naar werk nog niet mogelijk is. In 2022 zijn er 3 inwoners uitgestroomd naar betaald werk, en 9 inwoners zijn gestart met structureel vrijwilligerswerk, wat vaak ook een eerste stap is richting betaald werk. B.3.5.Taalniveau van uitkeringsgerechtigden Uit de beschikbare data kwam naar voren dat een deel van de uitkeringsgerechtigden die als ‘bemiddelbaar naar werk’ worden gecategoriseerd onvoldoende de Nederlandse taal beheerst. Dit vormt een belemmering bij de (duurzame) uitstroom naar werk.
In Kaag en Braassem is NT2 (Nederlands als Tweede taal) onderwijs beschikbaar voor alle inwoners die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn. Samen met de taalschool die dit voor onze regio uitvoert en Rijnvicus gaan 17
we een plan van aanpak opstellen om het taalniveau van deze bijstandsontvangers te verhogen, zodat de kans op uitstroom naar betaald werk vergroot wordt. B.3.6. Verbinding tussen ondernemers en Rijnvicus Ondernemers zouden een grote(re) rol kunnen spelen bij het aan het werk krijgen van mensen in de uitkering. Essentieel hierbij is het versterken van de verbinding tussen Rijnvicus en de ondernemers. Rijnvicus heeft immers de opdracht om onze inwoners naar werk te begeleiden. Voor de coronacrisis organiseerde Rijnvicus, samen met de gemeente Kaag en Braassem ‘Pak je kans’, een speeddate concept waarbij ondernemers uit de gemeente gekoppeld werden aan werkzoekenden. Tijdens de coronacrisis is dit stil komen te liggen. Inmiddels zijn de eerste gesprekken opgestart, waarbij we willen kijken of we dit samen met Nieuwkoop kunnen opzetten, en daardoor groter kunnen aanpakken. De planning is om dit in Q3 op te zetten.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie C.1. Prognose ontwikkeling aantal uitkeringen 2023 In het derde kwartaal van 2022 is het aantal uitkeringen gestabiliseerd. In het eerste kwartaal van 2023 vond er nog een lichte stijging plaats, maar inmiddels is het aantal bijstandsuitkering weer op hetzelfde niveau als op 31-12-2022 (-1). Tabel 11: Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen 2023 Q1 en Q2
Maand 1 februari 2023 1 maart 2023 1 april 2023 1 mei 2023
Aantal 299 305 306 296
Het is nog te vroeg om te concluderen dat dit het resultaat is van de al genomen maatregelen. C.2. Sturen op resultaten en effecten De gemeente Kaag en Braassem stuurt op doelen en resultaten, vanuit vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is belangrijk dat daarbij een goede balans is tussen vertrouwen en controle. Alphen informeert ons middels een half jaar en een jaarrapportage over de ontwikkelingen rondom de bijstandsuitkeringen, en welke inzet er gepleegd wordt. Doordat er in 2022 een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden is geweest, hebben we met Alphen afgesproken dat we hierover structurele overleggen inplannen, om vinger aan de pols te houden, en gezamenlijk de analyse van ons stijgende bestand op te pakken. Hoewel er in deze analyse meerdere mogelijke verklaringen genoemd worden, zal voor het vinden van een eenduidige verklaring voor deze afwijkende stijging verder onderzoek noodzakelijk zijn. Hoewel we natuurlijk sturen op een kleiner uitkeringenbestand, zijn we ons ervan bewust dat het huidige bestand veel belemmeringen kent. Dat is niet geheel verrassend, gezien de huidige tekorten op de arbeidsmarkt. We zien dat deze doelgroep maatwerk vereist. Het effect dat we met de genoemde maatregelen willen bereiken is: 18
-
Hij bijstandsbestand bestaat voornamelijk uit inwoners die langer dan twee jaar een uitkering hebben én geen arbeidsvermogen hebben. Iedere inwoner van Kaag en Braassem met arbeidsvermogen doet mee door: o Betaald werk, de inwoner is niet (of nauwelijks) afhankelijk van een uitkering o Vrijwilligerswerk indien betaald werk (nog) niet mogelijk is.
We zetten hierbij in op maatwerk, en nauwere samenwerking met onze partners zoals in onderdeel B benoemd. (taalschool, Rijnvicus, ondernemers etc.). C.3. Financiële vooruitblik naar 2023 De rijksvergoeding BUIG voor 2023 is voorlopig vastgesteld op € 4.214.370 (op basis van het nader voorlopig budget). Dit is een verhoging ten opzichte van het definitieve budget van 2022 met € 141.745. De verwachte kosten over 2023 (berekend door middel van extrapolatie van de eerste vier maanden van 2023), liggen op een bedrag van € 4.865.000. Dit is een stijging van ruim € 371.000. De hogere rijksvergoeding is dus lang niet voldoende om de stijgende kosten te dekken. De stijgende kosten worden mede veroorzaakt door het feit dat het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2023 de minimumlonen te indexeren met 10,15%. Dit betekent een forse stijging van de bijstandsnormen. Per 1 juli kan nog een verdere indexatie plaatsvinden. Bij het vaststellen van de definitieve budgetten 2023 (in oktober 2023) ontvangen gemeenten daarom extra budget voor deze loon- en prijsbijstellingen. Een indicatieve berekening van het ministerie van SZW geeft een geïndexeerd budget voor Kaag en Braassem van € 4.667.000. Zetten we dit geïndexeerde budget tegenover de verwachte kosten, dan volgt er uiteindelijk een tekort van € 198.000.
19
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem verklaart dat het voor 15 augustus 2023 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
20
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien
21
Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Kaag en Braassem stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente.
Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
22
Naam van de ondertekenaar: ___________
23
Toelichting op het aanvraagformulier bij het basis verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • •
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2022 dient uiterlijk op 15 augustus 2023 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken die na 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. U vindt onderaan dit formulier meer achtergrondinformatie over de aanvraagprocedure, de wet- en regelgeving, de relatie met jaarcijfers (SiSa verantwoording) en de ondersteuning vanuit Divosa. Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de aanvraagprocedure en de deadline voor het indienen van een complete aanvraag. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2020 als over 2021 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
•
indien uw gemeente over 2020 en/of over 2021 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 24
2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit. Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt.
Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord.
De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2022 wordt een en ander eveneens toegelicht.
25
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven. Onder een analyse van de oorzaken van het tekort wordt verstaan: ‘de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Een algemene analyse, die niet ingaat op de situatie in de eigen gemeente of arbeidsmarktregio, volstaat niet als analyse van de oorzaken van het tekort. Suggesties bij de beantwoording van A • • •
• •
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat een tekort zal ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 2022i en/of de Benchmark van Divosaii. U kunt in de analyse ook beschrijven wat het effect is van getroffen maatregelen in voorgaande jaren.
Onderdeel B De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk de datum van indiening van het verzoek. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘het treffen van maatregelen’. •
•
Wat wordt verstaan onder een maatregel? o Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. Wat wordt verstaan onder het treffen van maatregelen. 26
Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen door het college en waarvan de uitvoering in gang is gezet voor het tijdstip van indiening van de aanvraag. Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? o Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven. o
•
Suggesties bij de beantwoording van B • • •
• •
•
Geef waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen. U kunt in uw antwoord verwijzen naar eerder genomen maatregelen. Indien mogelijk kunt u de effecten van eerder genomen maatregelen betrekken bij de maatregelen die u nu treft. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO o de benchmark Divosa o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt in uw antwoord bij voorkeur onderscheid maken tussen eerder getroffen maatregelen (voorafgaande jaren) en nieuwe (nog te treffen, lopende het jaar tot indiening). U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten in het sociale domein benoemen.
Onderdeel C De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.
Suggesties bij de beantwoording van C 27
•
• •
U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U kunt aangeven op welke wijze het college de effecten van de maatregelen monitort.
28
Achtergrondinformatie bij dit formulier Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Aanvraagprocedure De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen.
Verdere toelichting op de aanvraagprocedure en de vangnetuitkering 2022 kunt u vinden op: www.toetsingscommissievp.nl Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven. Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
ihttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/10/19/rekentool-participatiewet-2022 ii
www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
29