3c. Bijlage 3 - Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland
Tekst van het document
De Duin- en Bollenstreek is een groen uitloopgebied voor de Randstad en een toeristische trekpleister van wereldformaat
Tot slot hebben we samen met de regio een Regionale Investeringsagenda opgesteld met daarin strategische projecten zoals de MNDBSH, de Corridorstudie N206 ruimte en mobiliteit – A44 – Zuidelijke ontsluiting Duinen Bollenstreek, de uitrol van een warmtenet en de eerdergenoemde Regio Deal Sierteeltregio. Bij een aantal van die projecten hebben we wel hulp van Rijk en provincie nodig.
De bereikbaarheid moet op orde zijn voor deze ontwikkelingen
We ontwikkelen in samenhang met elkaar en doen actief voorstellen daartoe. Samen met de twee andere Greenports in Holland Rijnland hebben we bijvoorbeeld een voorstel gedaan voor een Regio Deal Sierteeltregio. We betreuren dat deze is afgewezen en zullen in 2024 een aangescherpte aanvraag indienen. We hebben de afgelopen jaren al laten zien dat we tot resultaten kunnen komen. We hebben bijvoorbeeld de afgelopen jaren woningbouwuitleglocaties gerealiseerd met veel aandacht voor groen- en recreatievoorzieningen. Bijvoorbeeld in Rijnsburg (Merovechpark, Dorpsweide), bij Valkenburg (de start met de Mient Kooltuin), de ecologische zone bij OffemZuid (Noordwijk), enzovoorts. Ook hebben we in veel verschillende landgoederen geïnvesteerd en gewerkt aan het open houden en maken van het landschap. Een aantal boerenerven met gebouwen uit de Hoogeveense polder (Noordwijkerhout) is bijvoorbeeld uitgeplaatst om de openheid in de polder te herstellen.
Wat hebben we nodig? Om onze ambities voor natuur en landschap, leefbaarheid en economie te realiseren zijn een robuuste energie-infrastructuur en goede bereikbaarheid noodzakelijke randvoorwaarden. Juist ook bij het creëren van die randvoorwaarden zien wij een grote rol voor Rijk en provincie. Wij vragen Rijk en provincie om ons te helpen met kennisontwikkeling, de juiste instrumenten en cofinanciering. Specifiek vragen wij de volgende zaken:
- 35-
1. Investeren in bereikbaarheid, voor recreatie en brede welvaart We zijn als regio bereid en in staat om veel bezoekers van buiten ontspanning te bieden. Daarnaast moeten onze eigen inwoners gemakkelijk op hun werk en bij hun studie kunnen komen. Beide zaken vragen om een goede bereikbaarheid, zowel bovenregionaal als tussen onze kernen. Liefst per fiets, ov of deelmobiliteit, en als dat niet mogelijk is per eigen auto. We zien kansen voor om bereikbaarheid slimmer aan te pakken, via mobiliteitshubs. We willen dat graag samen met Rijk en provincie verkennen. Wij waarderen de inzet van Rijk en provincie voor de mobiliteitsaanpak van de noordelijke Duin- en Bollenstreek enorm. Die aanpak vraagt om vasthoudendheid van de partners. Wij vragen Rijk en provincie om zich hier - met ons - hard voor te blijven maken. Wij vragen daarnaast om het opstarten van een corridorstudie N206 Ruimte en Mobiliteit – A44 – Zuidelijke ontsluiting Duin- en Bollenstreek. Ook voor de ontwikkeling van de NL Space Campus is investeren in bereikbaarheid van groot belang. 2. Samenwerken aan een toekomstbestendige energie-infrastructuur De Duin- en Bollenstreek-gemeenten willen in lijn met de RES energieneutraal zijn in 2050. Hiermee hebben we een grote opgave in het fossielvrij maken van het energiesysteem.
Dit vraagt om het besparen van energie, het opwekken van duurzame energie en het afbouwen van aardgas. Hierbij zijn er twee opties, namelijk volledig inzetten op elektriciteit (met de daaraan gekoppelde ruimteclaim), of inzetten op alternatieve warmtebronnen zoals aardwarmte, aquathermie en restwarmte door een warmtenet. Met de kennis van nu lijkt het erop dat inzetten op maximale alternatieve warmtebronnen de meeste voordelen met zich meebrengt. Uit de bronnenstrategie van Holland Rijnland is naar voren gekomen dat in principe de vraag en het aanbod van duurzame warmte op elkaar afgestemd kunnen worden, mits alle alternatieve bronnen ontwikkeld worden. Binnen de Duin- en Bollenstreek zien we geothermie van de opsporingsvergunning Rijnland als de grootschalige en kansrijke bron. We trekken hier als Duin- en Bollenstreek samen op en vragen Rijk, provincie, netbeheerders en andere betrokken partijen ons te ondersteunen. Binnen dit proces is nog veel onduidelijk. Het vraagt kennis, maar ook de juiste bevoegdheden (wetgeving) en middelen van Rijk en provincie om het voor elkaar te krijgen.
P3
Denk aan het inzetten van drones voor duurzamere tuinbouw
P2 P1
3. Samen werken aan de transitieopgaven in het landelijk gebied Wij maken graag samen met de provincie plannen voor het landelijke gebied in kerngebied Kust- en Duinen. We willen investeren in de aantrekkelijkheid van het gebied voor bezoekers én onze eigen inwoners en zien recreatie als kans voor lokale werkgelegenheid en voor het draagvlak van voorzieningen in onze kernen. Dat vraagt om investeringen in extra recreatiemogelijkheden, zeker als we kwetsbare natuur willen ontlasten. Om het gebied leefbaar te houden is tegelijkertijd ook enige ruimte en flexibiliteit nodig voor andere functies, zoals woningbouw en energievoorzieningen en andere functies. Alleen dan houden we de regio vitaal! Wij vragen provincie en Rijk om ons die nodige ‘regelruimte’ te bieden om de komende jaren de ruimtelijke puzzel in te vullen. En de transitie goed en gedragen door onze inwoners en ondernemers vorm te geven.
Tot slot
Wij kunnen en willen de ‘tuin’ voor Randstad en toerisme blijven. Tegelijkertijd vraagt dat investeringen in de brede welvaart: in economisch perspectief, in recreatievoorzieningen, in bereikbaarheid en in het energienetwerk. Wij staan als regio uitstekend gesteld om die uitdaging aan te gaan, maar hebben ook uw hulp nodig. Wij gaan graag aan de slag. U ook?
Doorfietsroutes In Holland Rijnland realiseren we een netwerk van doorfietsroutes. We willen dat de fiets een volwaardig alternatief wordt voor de auto op korte afstanden naar huis, werk of school. Met een doorfietsroutenetwerk is de regio op een duur zame, comfortabele en veilige manier verbonden. We stimuleren fietsgebruik – wat ook nog eens de gezondheid bevordert.
Het realiseren van een doorfietsroutenetwerk is bij uitstek een opgave die de gemeentegrens overstijgt. Daarom pakken we dit op vanuit een groter (regionaal) samenwerkingsverband. De routes brengen we samen in het uitvoeringsprogramma Doorfietsen. In dit programma benoemen we middelen, tijd en governance. Aan de hand van het uitvoeringsprogramma realiseren we, gefaseerd, verschillende routes. Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Regionale Strategie Mobiliteit - Nationaal Toekomstbeeld Fiets - Fietsplan Provincie Zuid-Holland - Regionale Energiestrategie Holland Rijnland We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen en energie.
4. Steun voor brede welvaart en specifiek voor de Regio Deal Sierteeltregio Wij vragen steun om de brede welvaart in de regio te behouden. Dat houdt in: investeren in werkgelegenheid, draagvlak voor voorzieningen en bereikbaarheid. Dat gaat hand in hand met investeren in landschap, natuur en recreatie: het mes snijdt aan twee kanten. De aanvraag voor de Regio Deal Sierteeltregio, die we samen met de gemeenten in de twee andere Greenports in Holland Rijnland (Aalsmeer en Boskoop) hebben voorgesteld, is helaas afgewezen in de tranche van 2023. Wij vragen dat onze nieuwe aanvraag in 2024 wél wordt toegekend.
Betrokken partijen: - Provincie Zuid-Holland - Het Rijk - Overige partijen (Vervoersregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Regio Midden-Holland) Fasering: De doorfietsroutes zijn onder te verdelen in de fases P1, P2 of P3. Op dit moment bestaat het netwerk uit routes in de P2- of P3-fase. - P1: Een route valt onder P1 wanneer het projectplan gereed is voor realisatie, kosten bekend zijn, eigen middelen (vanuit gemeenten en regio) zijn samengebracht en trekkers van het project zijn benoemd.
Werk met ons samen aan een regio waarin mensen zich verbonden voelen met de sierteelt, die een veilige, aantrekkelijke en inclusieve plek is om te werken, die een broedplaats is voor talent, innovatie en nieuw ondernemerschap, die duurzaam en circulair is, en bovendien een gezonde bodem- en waterhuishouding heeft.
- 36-
Projectblad 1
- 37-
-
P2: Een route in de P2-fase vereist verdere uitwerking om inzicht te krijgen in precieze kosten van de route, om eigen middelen samen te brengen en een coalitie te vormen voor de uitvoering van het project. - P3: De P3-fase is voor routes die vanuit planfase richting ontwerpfase worden gebracht. Daarvoor is studiegeld beschikbaar om routes verder te specificeren. In de periode van 2024 tot 2027 brengen we de vier meest kansrijke routes van de P2-fase richting P1-fase. Investering: De kosten van de ontwikkeling van de vier meest kansrijke routes van de P2-fase naar de P1-fase zijn € 50.000 per route, voor een totaal van € 200.000. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: Totaal 2024-2027: € 200.000 NB: - In de startnotitie Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek & Haarlemmermeer is de positie van Holland Rijnland als regisseur van de doorfietsroutes in de Duin- en Bollenstreek vastgelegd. In dit maatregelenpakket stelt de Provincie Zuid-Holland € 10 miljoen beschikbaar voor fietsmaatregelen. - Er is een intentieverklaring getekend voor de doorfietsroute Leiden - Zoeterwoude - Alphen aan den Rijn.
P3 P2
Projectblad 2
P3
Mobiliteitsaanpak Rijn- en Veenstreek Noord, inclusief Leimuiderbrug
P2 P1
Binnen Holland Rijnland, maar zeker ook in de gebieden ten noorden en zuiden van ons, volgen ruimtelijke ontwikkelingen elkaar in fors tempo op. G rootschalige woningbouwontwikkelingen in Haarlemmermeer en Alphen aan den Rijn s pringen daarbij het meest in het oog. Maar ook de ontwikkeling van de S tedelijke As Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn en de ontwikkelingen in en rond de kernen van het Groene Hart hebben invloed op het gebied. De centrale ligging tussen de Metropoolregio’s zorgt voor veel doorstromend (forensen)verkeer waardoor de leefbaarheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid onder druk staan.
Het grootste knelpunt is de Leimuiderbrug over de Ringvaart. Die veroorzaakt verkeerscongestie, onder andere op de provinciale wegen N207 (corridor Leimuiden), de N11, N209 en de N231 richting Aalsmeer (route FloraHolland). Daarnaast is het openbaar vervoer ontoereikend zowel binnen als door de noordelijke Rijn- en Veenstreek. Daarom zetten we in op betere ontsluiting van het gebied. De totaalaanpak betreft onder andere de aanleg van (door)fietsroutes, een snelle ov-verbinding tussen Alphen aan den Rijn en Uithoorn via de N231 (inclusief goed toegankelijke HUBs), een structurele aanpak van de problemen rond de oeververbinding van de Ringvaart bij Leimuiden, het verbeteren van de doorstroom op N-wegen en een beter fijnmazig netwerk van (ov-)verbindingen tussen de dorpen. Er ligt een breed scala van projecten binnen de mobiliteitsaanpak. De rondweg bij Ter Aar heeft hierin prioriteit. Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: Het project is onderdeel van de mobiliteitsaanpak Rijn- en Veenstreek zoals benoemd in de Regionale Strategie Mobiliteit. Het draagt bij aan de uitgangs punten van het coalitieakkoord van de provincie Zuid-Holland 2023-2027.
Betrokken partijen: Gemeenten Nieuwkoop (trekker van de Ringweg Ter Aar), Kaag en Braassem (trekker Leimuiderbrug/tunnel), Alphen aan den Rijn, provincies Zuid-Holland en Noord-Holland, grondeigenaren economisch cluster. De gemeente Nieuwkoop heeft zich uitgesproken over een variant voor de rondweg.
- 38-
Projectblad 3
Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer De bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid in de Duin- en Bollenstreek en de westflank van de Haarlemmermeer staan onder druk. Er zijn allerlei ruimtelijk-economische ontwikkelingen die de noodzaak versterken voor een goed functionerend mobiliteitssysteem. Partijen in Noord- en Zuid-Holland, waaronder Holland Rijnland, zijn het erover eens dat samenwerken essentieel is voor oplossings richtingen en te maken keuzen.
Wij – de samenwerkende partijen – kiezen ervoor om gezamenlijk drie concrete projecten te onderzoeken, waarbij de uitwerking plaatsvindt in wisselende samenstellingen. We definiëren drie, aan elkaar verbonden, deelprojecten: (1) Fietsmaatregelen, (2) Verbinding N208-A44 en (3) Verbinding N206-N207 met een aftakking naar station Hillegom.
Een 2e project betreft het knooppunt Leimuiderbrug. De gemeente Kaag en Braassem nam (unaniem) een motie aan tot verbetering van de Leimuiderbrug (verbetering oeververbinding). Fasering: De Rondweg Ter Aar is een P2-project. De rondweg is opgenomen in de gebiedsagenda Mobiliteit Holland Rijnland 2024-2027. De overige projecten uit de Regionale Strategie Mobiliteit, plus het knooppunt Leimuiderbrug, en de Regionale Investeringsagenda (fijnmazig netwerk openbaar vervoer, verbinding tussen de kernen en HOV) zijn P3-projecten. Uitgegaan wordt van het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Mobility as a service, Personenauto).
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: We beogen met de mobiliteitsmaatregelen de leefbaarheid, de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid in de regio substantieel te verbeteren. Het is een multi modale aanpak die andere, ruimtelijk-economische ontwikkelingen ondersteunt, zoals de woningbouw opgave en de groei van werkgelegenheid. Betrokken partijen: De provincie Zuid-Holland is voorzitter van de stuurgroep. Per deelproject zijn er projectverantwoorde lijken: - Fietsmaatregelen: Holland Rijnland als regisseur - Verbinding N208-A44: provincie Zuid-Holland - Verbinding N206-N207, met aftakking station Hillegom: gemeenten Hillegom en Noordwijk
Investering: De globale kosten voor de rondweg Ter Aar zijn geraamd op € 5,9 miljoen tot € 8,3 miljoen. Dat is exclusief onderzoekskosten (bodem, flora en fauna), verwervingskosten en kosten van risicoreservering op basis van een risicoanalyse. Nieuwkoop heeft op dit moment € 5 miljoen gereser veerd voor infrastructurele werken gekoppeld aan nieuwe woningbouw. Er zijn mogelijkheden voor (private) cofinanciering. Ook de provincie heeft baat bij de aanleg.
Ieder project kent zijn eigen governance. Een gezamenlijke stuurgroep borgt de integraliteit van de drie projecten samen. Stakeholders zijn: provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, Vervoersregio Amsterdam, gemeenten Haarlemmermeer, Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, het
Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: Voor onderzoek naar een integrale mobiliteitsaanpak (STOMP) is een bedrag van € 500.000 nodig.
- 39-
Waterschap en ProRail/NS. Daarnaast zijn er nog zo’n 150 andere stakeholders in het gebied betrokken. Fasering: - Doorfietsroutes: P1, P2 en P3 - N208-A44: P2 - N206- N207: P2 Investering: Provinciale Staten van Zuid-Holland investeren € 47,5 miljoen, waarvan € 10 miljoen voor fietsmaatregelen. Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) van Holland Rijnland reserveert € 12,5 miljoen voor de uitvoering van infrastructurele maatregelen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek. De andere partners hebben onderzoeksgeld gereserveerd. Meer investeringsgeld is noodzakelijk voor het grondgebied in Noord-Holland. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: Bedragen zijn gedekt door afspraken in het kader van de startnotitie Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer. NB. De startnotitie is door de deelnemende partijen ondertekend op 10 november 2023.
P3
Projectblad 4
P3
Corridorstudie N206 Ruimte en Mobiliteit – A44 – zuidelijke ontsluiting Duin- en Bollenstreek De corridor die centraal staat in deze studie, vormt het scharnierpunt tussen de Stedelijke As langs de Oude Rijn, de aantrekkelijke kustplaatsen in het duingebied en het kenmerkende landschap van de Bollenstreek. Ontwikkelingen rondom woningbouw, ruimtelijk-economische kansen, leefbaarheid en mobiliteit komen in deze corridor samen.
Verschillende regionale opgaven krijgen een plek in de corridorstudie. We kijken hierin naar meer ruimte voor betaalbare woningen en kennisintensieve bedrijvigheid. Daarnaast is er aandacht voor: - HOV-verbinding van Leiden naar Noordwijk. - Barrièrewerking en het effect van het stevige autolandschap bij de knoop van de N206/A44 op de leefbaarheid van de omliggende woon- en werkgebieden. - Kwaliteit en de beleving op het onderliggende wegennet in de wereld van de fiets- en voetganger. - Verkeerscongestie op- en afritten A44 Oegstgeest/Teylingen, met een urgente opgave voor opafrit N444. - Mogelijkheden voor de ontwikkeling van Ruimte en Mobiliteit ten noorden van Rijnsburg, in samenhang met de versterking van de landschappelijke kwaliteiten en de blauwe dooradering van het gebied. De corridorstudie is ook randvoorwaardelijk voor andere ontwikkelingen in de regio, zoals de Barrepolder, Energy Lane of de NL Space Campus. Om het project te laten starten is commitment nodig van zowel bestuurders als ambtenaren van de betrokken gemeenten. Ook de deelname van de provincie en Rijkswaterstaat is essentieel.
Op hoofdlijnen bestaat de aanpak uit de volgende projectstappen: - Inventarisatie basisgegevens - Aanscherping opgave - Visie op de corridor - Concretisering maatregelenpakket/varianten - Afweging en faseringsvoorstel met behulp van een zogenoemde ‘MKBA-light’ Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland - Strategische agenda Ruimte van de Duin- en
- 40-
Projectblad 5
Studie Regionale aansluiting MIRT Knooppunt Leiden Centraal HOV + Fiets en oost-west HOV-corridor Stedelijke As ESA ESTEC/NL Space Campus-Katwijk-Leiden-Alphen De Regionale Strategie Mobiliteit en de Regionale Omgevingsagenda én de uitwerking daarvan naar de Stedelijke as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn, beschrijven de wederkerigheid tussen verstedelijking en (Hoogwaardig Openbaar Vervoer, HOV)-mobiliteit. Noodzakelijk daarbij is een visie op de ontwikkeling van de Stedelijke As Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn om het daily urban system te laten functioneren.
Bollenstreek - Regionale Strategie Mobiliteit We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/ blauw, wonen en energie.
Aan de westzijde (NL Space Campus-Katwijk-LeidenZoeterwoude) van de Stedelijke As hebben de ruimtelijke ontwikkelingen zich sneller ontwikkeld dan het mobiliteitsnetwerk aankan. Het nieuw ontwikkelde stedelijk gebied vraagt om een stedelijk netwerk van vervoersmodaliteiten om de leefbaarheid, verkeers veiligheid en bereikbaarheid te garanderen.
Betrokken partijen: - Gemeenten: Katwijk (als trekker van het project), Leiden, Oegstgeest, Katwijk, Teylingen en Noordwijk - Holland Rijnland - Provincie Zuid-Holland - Rijkswaterstaat
De ontwikkelingen aan de oostzijde (Alphen aan den Rijn) van de Stedelijke As raken de ‘toegangspoort’ naar Holland Rijnland. Om de aanstaande ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren zijn voor zowel de in- als externe bereikbaarheid ingrepen nodig. Hierbij hoort ook de ontwikkeling van station Hazerswoude-Rijndijk.
Fasering: In 2024 start dit project als P3-project (onderzoek). Afhankelijk van de resultaten verwachten we dat onderdelen van de opgave vervolgens als P2-project kunnen worden uitgewerkt en dat deze onderdelen gereed zijn bij de eerstvolgende herijking van priori taire projecten van de RIA.
De investeringen in de schaalsprong en de verbetering van het Knooppunt Leiden Centraal, dragen bij aan een betere duurzame bereikbaarheid van de hele (sub)regio. Het westelijk deel van de Stedelijke As wordt nu onvoldoende bediend met het ov. Aansluiting met (door)fietsroutes en HOV op Knooppunt Leiden Centraal is daarbij de sleutel.
Investering: De kosten voor de P3-fase komen op € 200.000 (2024) ten laste van de Regionale Investeringsagenda. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 200.000 (2024)
Na 2040 is het huidige mobiliteitssysteem niet meer toereikend. Investeringen met een ruimteclaim zijn dan noodzakelijk om het goed functioneren van het daily urban system in stand te houden.
NB. In de raad van Katwijk en in de Provinciale Staten van Zuid-Holland is een motie aangenomen waarin wordt aangespoord onderzoek te verrichten naar de N206. De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek spraken in de zomer van 2023 al hun commitment uit in de vorm van een bestuursopdracht.
- 41-
Het is noodzakelijk om onderzoek te verrichten naar de toekomstige vervoersvraag en hoe het huidige ov-systeem in stappen een schaalsprong nodig heeft. Daarbij kijken we naar: - wat de vervoersvraag is – ook in relatie tot de toekomstige verstedelijking langs de Stedelijke as en welk vervoerssysteem daarbij past; - hoe we de huidige beide vervoerslijnen aan elkaar koppelen in het knooppunt Leiden Centraal: zijn het twee systemen die bij Leiden Centraal bij elkaar komen of is het één systeem; - hoe en op welk moment de systemen kunnen meegroeien met de verstedelijking; - wat het concreet betekent voor een eventuele ruimtereservering in de stationsomgeving van Leiden – als mogelijk onderdeel worden van de MIRT-verkenning Knooppunt Leiden Centraal. De aansluiting van het regionale (door)fietsroutenetwerk met het Knooppunt Leiden Centraal is belangrijk, net als bij de Rijnsburg-Noord-corridor en de Leiden-Zoetermeer-corridor. Waarbij ook de bereikbaarheid van Alphen aan den Rijn via het doorfiets routenetwerk belangrijk is. Het ontwikkelen van een adaptieve strategie, waarin de ontwikkeling hand in hand gaat met de ontwikkeling van de verstedelijking, is noodzakelijk. Inzicht verkrijgen in mogelijke ingrepen in de komende twintig jaar, is een centrale onderzoeksvraag. Hierbij hoort ook de vraag waar op termijn grotere infrastructurele ingrepen nodig zijn.
P3
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Regionale Strategie Mobiliteit - Regionale Omgevingsagenda - Ontwikkeling Oude Lijn - Novex-en Zuidelijke Randstad en Groene Hart - Ruimtelijk voorstel provincie Zuid-Holland - Toekomstbeeld OV 2040
Projectblad 6
Warmtenet inclusief consequenties elektriciteit Onze regio heeft de mogelijkheid een deel van de warmtevraag te voorzien via warmtenetten, gevoed met bovenlokale warmtebronnen (geothermie en restwarmte via Warmtelinq+).
We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/ blauw, wonen, en energie.
Door de warmtevraag niet te elektrificeren, voorkomen we verdere druk op het elektriciteitsnet en kunnen andere sectoren het net benutten. Het ontwikkelen van deze beschikbare bovenlokale warmte is noodzakelijk om de overstap naar warmtenetten mogelijk te maken. Dit kan alleen als lokaal de warmtenetten worden uitgerold én transport wordt ontwikkeld om vraag en aanbod aan elkaar te verbinden.
Betrokken partijen: Holland Rijnland, provincie Zuid-Holland, vervoerders, gemeenten, Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, het Rijk, VNO-NCW en eventueel in later stadium te betrekken marktpartijen. Fasering: De doorlooptijd van het totale onderzoeksproject wordt vooralsnog ingeschat op 10 à 12 maanden. Investering: De kosten voor de P3-fase worden geraamd op € 300.000 ten laste van de Regionale Investeringsagenda.
Wat moeten we doen om het project te starten? - We werken een ontwerp uit van de benodigde infrastructuur, passend bij de plannen rondom de lokale warmtetransitie (uitrol warmtenetten/ wijkuitvoeringsplannen) en bij de plannen rondom de realisatie van bovenlokale warmtebronnen. - We maken afspraken over de organisatie rondom transport (realisatie, beheer, eigendom) en de relatie met de afzetgebieden (kavels). - Het uiteindelijke doel is dat we komen tot een detail ontwerp, vormen van samenwerkings afspraken, et cetera om tot realisatie over te kunnen gaan.
Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 300.000
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen, en energie. De regionale warmte-infrastructuur draagt bij aan landelijke, provinciale, regionale én lokale doelen. Dit is door de provincie Zuid-Holland bij het nMIEK (nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) aangemeld als nationaal belang. De warmte-infrastructuur in de regio Holland Rijnland is onderdeel van die aanvraag.
- 42-
- 43-
Betrokken partijen: De RES-regio trekt dit project, in nauwe samenwerking met de sub-regio’s. Stakeholders zijn gemeenten, de provincie Zuid- Holland, de ministeries van EZK en BZK; publieke partijen (EBN, Gasunie, Alliander, Firan) en private partijen (Vattenfall, Aardwarmte Rijnland). Fasering: Onderzoek naar een integraal infrastructuurontwerp, financiering en mogelijke governance. Parallel analyse Wet Collectieve Warmtevoorziening: wat is er mogelijk binnen de nieuwe wet? - Besluitvorming over (globale) fasering en aanleg van warmtetransportnet, in samenhang met plannen uitrol lokale netten (vraagontwikkeling). - Uiteindelijk toewerken naar een definitieve investeringsovereenkomst op basis van afspraken ontwerp, afname en levering van warmte fasering, governance etc. Investering: - Globale kosteninschatting op basis van het infrastructuurontwerp - Inschatting benodigde cofinanciering van het Rijk binnen haalbare businesscases - Beschikbare middelen bij gemeenten - De kosten voor de P3-fase komen op € 300.000 (2024) Financiële consequentie ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 300.000
P3 P2
Projectblad 7
P3
Energy Lane inclusief Barrepolder 150kV-station Langs de N11 wordt een zone voor energie-gerelateerde ontwikkelingen gerealiseerd. Binnen deze zone vinden ook infrastructuur- en landschaps ingrepen plaats, waaronder de realisatie van het Barrepolder 150kV-station, de N11 Energy Lane en de aanleg van een ongelijkvloerse kruising bij de Burgemeester Smeetsweg. De Barrepolder vormt daarbij de beoogde locatie voor thematische bedrijvigheid.
De aanleiding voor deze projecten ligt in de energietransitie in de regio. Met een grotere elektriciteitsbehoefte heeft het elektriciteitsnet een verhoging van de capaciteit nodig. De Energy Lane N11 is een serie van duurzame energieprojecten en opslagfaciliteiten langs de N11. Het project in de Barrepolder verhoogt de capaciteit van de elektriciteitsinfrastructuur. Het hoofddoel van de projecten is om te voorzien in groene energie langs belangrijke wegen in de regio terwijl het elektriciteitsnet niet overbelast raakt. Daarnaast is landschappelijke kwaliteit van groot belang voor de regio en zullen we extra investeren in het landschap rondom de Energy Lane. Hier komen landschappelijke kwesties en ambities met de Energy Lane samen. Daarmee biedt het traject toekomstperspectief aan het landelijk gebied (Programma Landelijk Gebied, nationaal en van de provincie Zuid-Holland, Kaderrichtlijn Water, vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), etc.). De benodigdheden om te starten met de Energy Lane zijn – naast de start van studies – de voorbereiding van vergunningen en gronduitgiftevoorwaarden. Bijdrage aan landelijke, provinciale en/of regionale doelen: Deze projecten dragen bij aan het Nationale Klimaatakkoord. Het draagt ook bij aan regionale doelstellingen voor de energietransitie (RES), het creëren van werkgelegenheid en de versterking van bedrijventerreinen.
Tevens willen we hiermee de landschappelijke kwaliteiten versterken in de breedste zin van het woord. Hierbij geven we invulling aan de doelen van de NOVEX-en Groene Hart en Zuidelijke Randstad. Betrokken partijen: - Barrepolder: Liander, TenneT en Holland Rijnland, gemeenten. - Energy Lane: Rijkswaterstaat, Holland Rijnland, provincie Zuid-Holland, gemeenten. Via land
- 44-
Projectblad 8
Haalbaarheidsonderzoek Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor werk is schaars. Voor een sterke economie zijn toekomstbestendige werklocaties nodig, zeker gegeven de nieuwe koers van de provincie Zuid-Holland, waarbij wonen én werken het moeten doen met de ruimte die ze nu hebben.
Dit vraagt om revitalisering, intensivering en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, om efficiënter gebruik van de ruimte, gebiedsgericht te intensiveren, de juiste bedrijven op de juiste plaats te huisvesten en schuifruimte te creëren bijvoorbeeld bij een bedrijventerrein zoals de Baanderij in Leiderdorp. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) maakt dit beter en op grotere schaal mogelijk.
schappelijke studie ook hoogheemraadschap en andere partijen die een rol hebben in het landelijke gebied. We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/ blauw, wonen, en energie.
Aan de oprichting van de ROM wordt in eerste instantie in de Leidse regio gewerkt, als onderdeel van de bedrijventerreinenstrategie van Economie071 (met vertegenwoordiging vanuit gemeenten en bedrijfs leven). Dit project is in de verkennende fase. Gemeenten in de Leidse regio en Economie071 onderzoeken de steun en het draagvlak voor een dergelijke organisatie. De tweede fase wordt het plan van aanpak, inclusief een businesscase en de nodige besluitvorming. Tijdens deze fases wordt er mogelijk al geconstateerd dat er een breder draagvlak nodig is op Holland Rijnland- niveau en financiering van andere bestuurlijke gremia (provincie, Rijk) nodig is.
Fasering: - Barrepolder 150kV-station: P2, dit station wordt naar verwachting in Q2 2028 opgeleverd. - Energy Lane: P3, zit momenteel in de verkenningsfase. Investering: - Barrepolder 150kV-station: wordt gefinancierd door Liander/ TenneT. - Energy Lane: Gemeentelijke bijdragen op gebied van middelen, capaciteit en participatie. In verband met de verkenningsfase is het nog te vroeg om een duidelijke inschatting van de kosten te kunnen geven.
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: We werken in de Stedelijke As toe naar een samenhangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen, en energie. De ROM draagt direct bij aan de doelen van de dertien gemeenten van Holland Rijnland op het vlak van een 1) economisch sterke, toekomstbestendige en innovatieve regio, 2) een groene en klimaatbestendige regio, en 3) een energiezekere regio. Ook levert het indirect een bijdrage aan de ambitie om 20.000 extra banen te creëren in de regio.
De kosten voor de P2/P3-fase worden geraamd op € 500.000. Financiële consequentie ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 500.000 NB. Opwekking Energie Rijksgronden (OER)-traject A4-N11: de bestemmingsprocedure voor het elektriciteits station Barrepolder loopt. De gemeenteraad van Alphen aan den Rijn heeft een motie aangenomen waarin de oproep wordt gedaan dat de duurzame opwek van elektriciteit niet met windturbines gebeurt.
De ROM draagt ook bij aan de ambities van de provincie om de economie te vernieuwen en het ruimtegebruik op werklocaties te intensiveren en kwalitatief te verbeteren. Ook het Rijk stuurt aan op slimmer gebruik van de beschikbare ruimte. Herontwikkeling draagt ook
- 45-
bij aan de grote transities op het gebied van klimaat, circulariteit en de energietransitie. Betrokken partijen: In de eerste twee fases de gemeenten van de Leidse regio en Economie071. Zij trekken het project. Mogelijk ook overige gemeenten van Holland Rijnland en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Op termijn zijn ook andere partijen betrokken, zoals de provincie Zuid-Holland, het Rijk, en partijen zoals Vervoersregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, regio Midden-Holland. Fasering: In eerste instantie gaat het om een P3-project (onderzoek). Bij positief besluit leidt het onderzoek tot het uitwerken van een business case (Q1-Q2 2024). Dat leidt niet eerder dan Q4 2024 tot een P2-project (ontwikkelproject), gericht op realisatie van een P1-project (investeringsproject). Investering: - De kosten van de verkennende fase bedragen circa € 50.000 (deze kosten zijn al gedekt) - Bij opstellen van een businesscase en de daaropvolgende start moet worden gedacht aan een projectfinanciering van € 200.000 - € 400.000. Wanneer een succesvolle start is gemaakt en wordt besloten tot professionalisering en geleidelijke institu tionalisering, gaat het om zowel projectfinanciering als instelling van een revolverend fonds. De project financiering kent daarbij een grote bandbreedte, afhankelijk van gekozen insteek en doorlooptijden.
Bij een revolverend fonds moet worden gedacht aan € 5 à 10 miljoen. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 200.000 - € 400.000
P2
Projectblad 9
P3
Regio Deal Sierteeltregio
P2
Samen met de Greenports Aalsmeer, Boskoop en Duin- en Bollenstreek hebben we een voorstel gedaan voor de Regio Deal Sierteeltregio. Deze is helaas afgewezen voor de tranche van 2023, maar voor de tranche van 2024 zullen we een aangescherpte aanvraag indienen. Het doel is om via concrete projecten de brede welvaart in deze regio’s te versterken.
Met een krachtige coalitie van onderwijs, overheden, ondernemers, inwoners en het Rijk proberen we een doorbraak te realiseren naar een weerbare en vitale landelijke regio, met een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Een duurzaam en circulair sierteeltcluster is hierbij de drager onder de brede welvaart van inwoners. Het sierteeltcluster is immers niet alleen belangrijk voor de regionale economie, maar ook voor de brede welvaart. Echter door een tekort aan passende huisvesting voor arbeidsmigranten ervaren inwoners verdringing op de krappe woningmarkt. Daarnaast zijn jongeren onvoldoende bekend met de diversiteit aan banen in de sierteeltsector. Inwoners zien dat de sierteelt een grote druk legt op de beschikbare ruimte en de kwaliteit van water en bodem. Zij zijn bezorgd over het gebruik van klassieke gewasbeschermingsmiddelen en hun gezondheid. Hierdoor dreigt het sierteeltcluster, in plaats van een fundament onder de brede welvaart te zijn, ongemerkt te verworden tot een zwakte en bedreiging voor het welzijn en het leefgebied van inwoners. Met de Regio Deal maken we de sierteeltregio weer toekomstbestendig.
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Topprioriteiten van de Duin- en Bollenstreek - Economische agenda van de Rijn- en Veenstreek - De uitvoeringsagenda’s van de Greenports Duinen Bollenstreek, Boskoop en Aalsmeer - Coalitieakkoorden van de provincies Noord- Holland en Zuid-Holland - Rijksprogramma’s van ministeries van JenV, OCW, IenW, LNV, SZW in samenwerking met de VNG
- 46-
P1
Betrokken partijen: Gemeenten Noordwijk, Katwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen, Alphen aan den Rijn, Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk, Kaag en Braassem, Nieuwkoop, Amstelveen, Aalsmeer, Haarlemmermeer, Uithoorn en het hoogheemraadschap van Rijnland. Eén van de betrokken gemeenten wordt kassier. In triple-helix verband worden projecten gezamenlijk uitgevoerd.
Projectblad 10
Groenblauw Raamwerk Een sterke groen- en waterstructuur is een belangrijke pijler voor de ontwikkeling van de regio. Aan de westflank werken Katwijk, Oegstgeest, Leiden, Leiderdorp, Voorschoten en Zoeterwoude hiervoor samen aan een groenblauw raamwerk in en om de stad: ‘Groen-Blauw Verbindt!’. Hetzelfde doen Leiden, Zoeterwoude en Alphen aan den Rijn langs de N11.
Een gedegen groen- en waterstructuur versterkt de leefbaarheid van onze regio en vormt de basis voor vergroening, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarnaast draagt de groenstructuur bij aan de mobiliteitstransitie door deze te koppelen aan het wandelen fietsnetwerk. Groen-Blauw Verbindt! bestaat uit drie belangrijke speerpunten: - De Groenblauwe Ringen: de groenblauwe structuur die de verschillende groengebieden en kernen verbindt binnen het verstedelijkt gebied. - De Groene Randen: deze zorgen voor een goede overgang van het verstedelijkt gebied naar het open landschap. - De Groene Vingers: deze verbinden de omringende landschappen tot diep in het verstedelijkt gebied. De groenstructuur van de Groenblauwe Ringen, Groene Randen en Groene Vingers zijn grotendeels in kaart gebracht.
Stakeholders zijn de ministeries IenW, OCW, LNV, SZW, JenV en BZK, de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland, de Greenports Boskoop, Aalsmeer, Duinen Bollenstreek, verschillende onderwijsinstellingen, bedrijven en kennisinstellingen en belangverenigingen en maatschappelijke organisaties. Fasering: P2-ontwikkelproject: vereist uitwerking tot uitvoerbaar investeringsproject. Investering: Voor de planperiode 2025-2028 van deze Regio Deal maakt de regio zelf € 20 miljoen vrij. De regio vraagt € 20 miljoen in cofinanciering van het Rijk voor de planperiode van deze Regio Deal.
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Nationaal Programma Landelijk Gebied en Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied - Kaderrichtlijn Water - Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie - NOVEX Zuidelijke Randstad
Voor een gedegen uitvoering van de Regio Deal is een goede projectstructuur (programmamanagement en projectleiders) noodzakelijk. Gevraagde bijdrage vanuit Holland Rijnland voor de projectstructuur is ca € 150.000 per jaar, een totaal van € 600.000 voor de periode 2025 tot en met 2028.
We werken in de Stedelijke As toe naar een samenhangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen, en energie.
Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 600.000
Betrokken partijen: Stakeholders en cofinancierders zijn partijen als de Europese Unie, het Rijk, de provincie Zuid-Holland, het waterschap, terreinbeheerders of landgoedeigenaren, gemeenten, ondernemers/economic boards. In eerste instantie zijn gemeenten trekkers van het project, in nauwe samenwerking met provincie,
- 47-
oogheemraadschap, terreinbeheerders en onderneh mers. Afhankelijk van afspraken binnen deelprojecten kan de trekkersrol bij een andere partij liggen. Fasering: Het programma Groen-Blauw Verbindt! is een langjarig programma, met delen die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden en delen waarvoor nadere studie en uitwerking nodig is of waar realisering pas later in de tijd wordt voorzien. Groen-Blauw Verbindt! loopt door meerdere gemeenten in het gebied. Grote delen van de groenstructuur zijn al bestaand en functioneren goed. Daarnaast zijn er delen van de structuur en ontbrekende schakels waaraan nog gewerkt moet worden om voor een continue robuuste regionale groenstructuur te komen. De verschillende schakels waaraan gewerkt moet worden, zijn grotendeels in beeld gebracht en benoemd als P1-, P2- of P3-projecten. Voorbeelden zijn het Singelpark (P1), Tweede Groene Ring Leiden, Rijnmonding (Limes erfgoed centrum), Overkluizing N206/ Limespark (P2), Vlietzone, diverse Groene Randen en Vingers (zoals bij Rijnsburg-Noord) en verbinding over het water zoals bij de Oude Rijn, de Vliet en ’t Heen. Investering: Ingeschat wordt dat er € 500.000 onderzoeksgeld nodig is om tot P1-projecten te komen. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 500.000
P3 P2 P1
Projectblad 11
P3
Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten Recreatiemogelijkheden bij woon- en werkgebieden dragen bij aan brede welvaart, een prettige leefomgeving en economisch vestigingsklimaat van onze regio. Holland Rijnland heeft vele (historische) landschappelijke kwaliteiten die niet altijd goed bekend zijn bij inwoners en toeristen en beter benut kunnen worden. Door verbetering van de bekendheid en de bereikbaarheid van deze landschappen, zetten we het gebied toeristisch en recreatief op de kaart.
Het toerisme moet in balans zijn met de omgeving. Dit betekent dat toerisme lokale waarden, zoals natuur, erfgoed en (water)recreatie, versterkt en lokale voorzieningen en economie stimuleert. Recreanten worden idealiter het hele jaar door gespreid over het gebied. Als onderdeel van de landbouwtransitie liften agrarisch ondernemers steeds vaker mee door activiteiten te ontplooien aansluitend bij recreatie en toerisme. Daarmee bieden we toekomstperspectief voor delen van het landelijk gebied wat in transitie gaat. Daarmee nemen we ook de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) mee in deze studie. Voor de leefbaarheid van de regio is het noodzakelijk dat landschappen bereikbaar en beleefbaar zijn. Het recreatieve (water)netwerk moet daarvoor op orde zijn. Door de gebiedsmarketing Hollandse Plassen, Groene Hart en Nationaal Park Hollandse Duinen slim met elkaar te verbinden zijn landschappen beter te vinden voor recreanten en toeristen uit binnen- en buitenland. Daarom investeren wij in het versterken van het landschap en werken aan een gedegen gebiedsbranding. Betrokken partijen De stakeholders en cofinancierders zijn partijen als de Europese Unie, het Rijk, de provincie Zuid-Holland, hoogheemraadschap, terreinbeheerders, gemeenten, ondernemers en economic boards.
Trekkers van een project zijn in eerste instantie gemeenten, in nauwe samenwerking met provincie, hoogheemraadschap, terreinbeheerders, landgoed eigenaren en marketingbureaus of economic boards. Afhankelijk van afspraken binnen deelprojecten kan de trekkersrol bij een andere partij liggen. Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) - Provinciaal Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) - 48- - Kaderrichtlijn Water (KRW)
-
Projectblad 12
HUBs grondstoffen, materialen, goederen en personen Mobiliteitshubs zijn fysieke schakels tussen verschillende v ervoersmodaliteiten. Naast een mobiliteitsfunctie kunnen deze ook fungeren als katalysator voor ruimtelijke ontwikkeling.
NOVEX-en Zuidelijke Randstad, Schiphol en Groene Hart
We werken in de Stedelijke As toe naar een samenhangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen en energie. Investering: Versterken landschap - Duurzame waterrecreatie – oplaadpalen (Uitvoeringsprogramma Hollandse Plassen (UP HP)) (P1-P2) - Versterken grofmazig (recreatief) waternetwerk (UP HP): Westeinderscheg (P2), verbinding Haarlemmertrekvaart-Kaag (P2-P3) - Versterken fijnmazig (recreatief) waternetwerk (UP HP en Recreëren tussen erfgoed-Haarlemmertrekvaart e.o.): diverse projecten (bruggen, aanpassen, uitbreiden vaarwegen, enz.) (P2-P3) - Overige arrangementen/watersportcentrum (UP HP) (P2-P3) - Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) met evt veranderende en passende bestemmingen (P3) Totaal: circa € 200.000 onderzoeksgeld nodig om van P3/P2 naar P1 te komen.
Overstap- en overslagpunten van personen en goederen worden HUBs genoemd. De mobiliteitshubs op sommige locaties binnen Holland Rijnland – zoals bij de Keukenhof of tijdens drukke stranddagen – spelen ook een belangrijke rol voor het toeristisch en recreatief v erkeer. Daarmee wordt de druk op het totale mobiliteitsnetwerk verminderd.
gemeenten, planologische ruimte en stimulans voor HUBs en verwerking gecreëerd moeten worden om dit hergebruik mogelijk te maken. We werken toe naar een regionaal systeem van HUBs voor materialen, goederen en personen. Daartoe is eerst onderzoek nodig, waarbij aard, omvang, regionale behoefte en locatie leidend zijn.
Het Toekomstbeeld OV 2040 laat zien dat in landelijke gebieden de tendens bestaat naar een beperkt aantal hoogwaardige ov-verbindingen, terwijl er een fijnmazig ov wordt ontwikkeld in hoogstedelijke omgevingen met veel reizigers. Meer dan voorheen is het daarom essentieel dat verschillende modaliteiten worden verbonden.
Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Draagt bij aan de volgorde volgens het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobility as a service, Personenauto) - Het streven om een modal shift te realiseren - Betere bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid - Maar ook met betrekking tot grondstoffenhubs, Nationaal Klimaatakkoord, CO2-reductie, stimu leren circulair bouwen en circulaire bedrijvigheid
Voor diverse situaties en omgevingsfactoren bestaan verschillende invullingen van HUBs. Op veel plekken in Nederland zijn ontwikkelingen in het landelijk gebied gaande om bereikbaar te blijven voorzien door middel van een flexibeler mobiliteitsaanbod. Zoals genoemd is voor de circulaire economie uitwisseling en mogelijk opslag van materialen van belang. In de realisatie van HUBs is zichtbaar hoe verschillende modaliteiten alsook mobiliteit en andere voorzieningen actief worden samengebracht. Zo ontstaat voor reizigers, bewoners en (keten)bedrijven een totaalpakket. Een HUB kan fungeren als ondersteuning voor verschillende gerelateerde activiteiten, bijvoorbeeld (snel)laadfaciliteiten voor vrachtvervoer en ophaalpunt voor pakketten en dagelijkse goederen.
Vergroten naamsbekendheid landschappen Globale kosteninschatting. Voor marketingcampagnes Hollandse Plassen (P1), Groene Hart (P2) minimaal € 75.000 per gebied inclusief coördinatie totaal € 150.000. Afstemming marketing HP en GH met Nationaal Park Hollandse Duinen € 20.000 (P3).
Hoogwaardig hergebruik van grondstoffen in onder andere de woningbouwopgave is enkel mogelijk wanneer de materialen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Nu is het percentage dat wordt toegepast relatief klein omdat veel bestaande gebouwen daar niet op ontworpen zijn. Losmaakbaarheid - of demonteerbaarheid - is belangrijk om toe te passen zodat in de toekomst dit beter geborgd is. Om de ruimte binnen Holland Rijnland slim te gebruiken zal, in overleg met
Totaal: circa € 170.000 onderzoeksgeld nodig om van P3/P2 naar P1 te brengen. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 370.000
- 49-
We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/ blauw, wonen en energie. Betrokken partijen: Provincie Zuid-Holland, vervoerders, gemeenten en ondernemers. In de onderzoeksfase is het een optie om Holland Rijnland – in samenwerking met de gemeenten – het project te laten trekken. Fasering: P3 Investering: Circa € 200.000 onderzoeksgeld. Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 200.000
P3 P2
Projectblad 13
P3
Mobiliteit gebiedsontwikkeling Alphen-West inclusief Gnephoek Het gebied Alphen-West is een katalysator bij het vinden van oplossingen voor een aantal ruimtevragende opgaven. Denk hierbij aan wonen, werken, recreatie en mobiliteit. De bedrijvigheid in dit gebied maakt duurzame transities mogelijk. Er is ruimte voor de omschakeling naar circulaire bedrijvigheid die een rol speelt in hergebruik en recycling van materialen.
De gebiedsontwikkeling van Alphen-West inclusief de Gnephoek is gericht op het samenbrengen van (betaalbare) woningbouw in de nabijheid van werk, groen, sport en recreatie. Een goede bereikbaarheid is daarvoor noodzakelijk. Dit vraagt om een investering in plan overstijgende mobiliteitsinfrastructuur met een snelle HOV-verbinding naar station Alphen aan den Rijn en Schiphol, plus (door)fietsroutes naar het station en het stadscentrum. Op deze manier integreren we dit gebied in de stad en sluiten het goed aan op de Stedelijke As. Er worden 7.500 woningen gerealiseerd, waarvan 5.500 in de Gnephoek en 2.000 in de Rijnhaven. Aan welke landelijke, provinciale of regionale doelen draagt dit project bij: - Realisatieagenda Wonen - Regionale Omgevingsagenda - Regionale Strategie Mobiliteit - Coalitieakkoord provincie Zuid-Holland We werken in de Stedelijke As toe naar een samenhangende ruimtelijke-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen en energie. Betrokken partijen: - Ministerie van Binnenlandse Zaken - Provincie Zuid-Holland - Regio Holland Rijnland - Gemeente Alphen aan den Rijn (zowel ambtelijk als bestuurlijk trekker) - Hoogheemraadschap van Rijnland - Grondeigenaren Onderzocht wordt op welke wijze kennisinstellingen en bedrijfsleven kunnen worden betrokken bij deze ontwikkeling.
- 50-
Projectblad 14
Studie: versterken en verbinden kennis- en innovatie-as Innovatie en kennisontwikkeling zijn de motoren van de (toekomstige) economie. Door vernieuwing en verbetering is er meer bedrijvigheid. Dit stimuleert de brede welvaart.
Voor een toekomstbestendige economie is het van belang dat de innovatieve sectoren in de regio aan de top blijven. Dat vraagt stimulering, keuzes en inzet. Daarnaast is er in de regio behoefte om kennis intensieve clusters in de regio te verbinden met de van oudsher aanwezige sectoren, zoals de land- en tuinbouw.
Fasering: Rijnhaven-Oost: realisatie tot en met 2030 Gnephoek: realisatie tot 2040 Investering: Voor de ontwikkeling van de bovenplanse infrastructuur wordt een rijksbijdrage van € 50 miljoen gevraagd. Vanuit de grondexploitatie van het project wordt € 61 miljoen geïnvesteerd. Voor de P3 naar P2 fase is € 100.000 onderzoeksgeld nodig.
Holland Rijnland heeft zowel onderwijs als verschillende kennisintensieve clusters in huis. Binnen dit studieproject onderzoeken we hoe de kennis- en innovatie-as kan worden versterkt op de kennis economiethema’s: life sciences and health (Leiden Bio Science Park), aerospace (space & drones, ESA ESTEC, NL Space Campus, Unmanned Valley). Op deze thema’s komen onderzoek en bedrijfsleven in de regio samen. Er liggen concrete opgaven voor de groei van het Leiden Bio Science Park, ontwikkeling van Zijlhoek-De Woerd, de toekomst van Unmanned Valley en en de NL Space Campus in Noordwijk. Ook willen we onderzoeken hoe innovatie in het mkb en de Greenports kan worden versterkt en de onderlinge verbinding van de kennis- en innovatieclusters kan worden verbeterd, waarbij aandacht is voor human capital. De gemeente Zoeterwoude is aan het verkennen hoe de regio zich verder kan ontwikkelen en innoveren op mbo-niveau, met name op de thema’s duurzaamheid, eiwittransitie en biobased economy.
Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 100.000 NB. Rijnhaven-Oost: In 2021 is het bestemmingsplan voor Rijnhaven-Oost vastgesteld, de herziening ligt voor bij de Raad van State. Eind 2020 zijn Impulsgelden van het Rijk ontvangen, aangevuld met een bijdrage van de provincie. Dit maakt de transformatie naar een levendig woon-, werk- en leergebied mogelijk. De Kroon heeft besloten dat twee bedrijven die een groot deel van de transformatie in de weg staan, onteigend mogen worden. Gnephoek: De gemeenteraad van Alphen aan den Rijn stelde op 12 oktober 2023 het Contourenplan Gnephoek vast. Op 10 januari 2024 stemden Provinciale Staten in met het starten van de procedure om het provinciaal omgevingsbeleid aan te passen. Daarmee is het Contourenplan voor de Gnephoek dan niet meer strijdig met het provinciale Omgevingsbeleid.
De vraag is: als je de kennis- en innovatiesectoren wil versterken, hoe doe je dat? Naast de meer praktische ingrepen vraagt dat om een nadere studie en onderbouwing over wat kan, wat gemeenten willen, wat Holland Rijnland hierin kan betekenen en hoe dan de verantwoordelijkheden te verdelen. Per opgave zal de samenwerking en taakverdeling verschillen.
Dit project bevindt zich hiermee in de initiatieffase. Na een positief besluit van PS wordt een bestuursovereenkomst aangegaan waarna de planvorming voor de Gnephoek verder wordt uitgewerkt.
Bijdrage aan landelijke, provinciale, regionale doelen: De regio Holland Rijnland zet in op het creëren van 20.000 banen. Uit het Koersdocument Economie komen de speerpunten waarop de regio en de gemeenten gaan inzetten en de projecten die bijdragen aan het creëren van een toekomstbestendige, innovatieve economie die bijdraagt aan brede welvaart in de regio. Versterking van de kenniseconomie draagt hieraan bij. Rijk en provincie stimuleren elk op hun eigen wijze bedrijven die vernieuwende producten ontwikkelen en innovatiekracht van de economie op verschillende thema’s. We werken in de Stedelijke As toe naar een samen hangende ruimtelijk-economische invulling en systeem op de terreinen economie, mobiliteit, groen/blauw, wonen, en energie. Betrokken partijen: Gemeenten en Holland Rijnland trekken hierbij gezamenlijk op om te onderzoeken wat er nodig is om de kennis- en innovatie-as te versterken en te verbinden. Daarbij worden de partijen uit o.a. het onderwijs en het bedrijfsleven betrokken. Denk hierbij aan koepelorganisaties, onderwijsinstellingen, Economic Board Duin- en Bollenstreek en bedrijfsleven etc. Fasering: P3-fase. Deze studie is bedoeld om met de regio de behoefte, de opties en de aanpak voor het versterken van de kenniseconomie te identificeren. Investering: € 200.000 Financiële consequenties ten laste van de Regionale Investeringsagenda: € 200.000
- 51-