3. Nota van beantwoording consultatie - 17 april 2024
Tekst van het document
Nota van beantwoording concept lokale energie strategie April 2024 Na een startbijeenkomst in juli 2023 hebben we gesproken met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. In de maanden oktober en november 2023 hebben we op verschillende manieren gesprekken gevoerd met de inwoners. Tijdens vijf inwonersavonden en straatgesprekken op drie weekmarkten, zijn we op zoek gegaan naar kansen, voorkeuren voor en zorgen over duurzame energie-opwek door zon en wind. De opbrengsten uit de gesprekken zijn verwerkt in een eerste concept van de lokale energiestrategie. Om te toetsen in hoeverre het beeld uit de gesprekken met inwoners, representatief is voor de gemeente en breder wordt gedeeld, is er voor gekozen het concept vrij te geven voor een reactie van alle inwoners. Van 8 februari tot en met 7 maart konden inwoners reageren via een vragenlijst van Moventem of een algemene reactie geven op het concept van de lokale energiestrategie. In de vragenlijst zijn, per thema, de opbrengsten uit de eerdere gesprekken (de vijf inwonersavonden en de straatgesprekken) met inwoners gedeeld. Vervolgens is gevraagd aan de respondenten of men zich in het beeld herkent. In totaal hebben 387 inwoners de vragenlijst over de concept LES volledig ingevuld.
Met dit hoge aantal respondenten kunnen met een betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 4,93% uitspraken worden gedaan op een algemeen niveau. Naast de ingevulde vragenlijst, hebben 17 inwoners een aparte reactie naar ons gestuurd. Deze zijn samengevat en beantwoord in deel I van de nota van beantwoording. Vragenlijst Moventem In de vragenlijst zijn over de volgende thema’s vragen gesteld (dit is gelijk aan de thema’s die aan de orde zijn gekomen bij de inwonersavonden en de straatgesprekken): 1. 2. 3. 4.
Algemeen beeld en voorwaarden duurzame energie opwek Kansen en zorgen over opwek van duurzame energie door wind Kansen en zorgen over opwek van duurzame energie door zon Kansen en zorgen over financiële participatie
Per thema bestond de mogelijkheid om het antwoord toe te lichten. De top 3 van de meest gemaakte opmerkingen, zijn beantwoord in deel II van de nota van beantwoording.
In de nota van beantwoording vindt u aan de linkerkant van de tabel een korte samenvatting van de reactie, in de middelste kolom wordt vervolgens antwoord gegeven op de vragen en/of opmerkingen. Per reactie is vervolgens in de rechterkolom aangegeven in hoeverre dit (mogelijk) heeft geleid tot een wijziging van de concept LES. Via de pictogrammen uit onderstaande tabel is direct inzichtelijk hoe deze reactie is verwerkt. In verband met de privacy zijn alle reacties anoniem verwerkt in de nota van beantwoording.
Symbolen
Op welke manier meegenomen of opgenomen in lokale energie strategie Puzzelstuk voor de lokale energie strategie. Dit symbool geeft aan welke input uit de reactie wij hebben verwerkt in de lokale energie strategie. Als input voor de uitvoering. Dit symbool geeft aan welke input uit de consultatie veelal te specifiek is voor de lokale energie strategie. De input waar dit symbool bij staat is echter wel relevant en belangrijk. Om die reden wordt deze input gebruikt in de volgende fase van de LES, na een besluit van de gemeenteraad. Voor kennisgeving aangenomen. Op dit moment zien wij geen aanleiding om deze input te verwerken in de lokale energie strategie of om hier directe actie op te ondernemen. Als input om inwoners, organisaties, en/of interne organisatie te informeren. De gemeente is niet altijd aan zet, voor sommige opgaven is bijvoorbeeld overleg nodig met de regio Holland Rijnland, de provincie of het Rijk. De input aangeduid met dit symbool nemen wij bijvoorbeeld mee in overleggen met deze partijen.
Reacties – concept lokale energie strategie– deel (I) 17 aparte reacties
Samenvatting reactie Reacties 1 t/m 4: In de reactie wordt aangegeven dat de suggestie van windmolens langs N207 in strijd is met eerdere beslissingen. De zoekgebieden die nu in de LES worden gepresenteerd zijn geen nieuwe zoekgebieden omdat de N207 al decennialang en herhaaldelijk is afgewezen door zowel gemeente, provincie als RES Holland Rijnland. Bij de bewonersbijeenkomsten van de LES zijn van tevoren al zoveel “randvoorwaarden” en “uitgangspunten” aangegeven dat de uitkomsten van tevoren wel vaststaat: alleen de A4 en de N207 blijven over. Ook hebben de inwoners geen enkele realistische visualisatie gezien waaruit de gigantische hoogtematen van de moderne windturbines blijken. Het feit dat windturbines het landschap tot op vele kilometers afstand
Beantwoording
Bij de vaststelling van de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) door de gemeenteraad, zijn de zoekgebieden wind binnen de gemeente Kaag en Braassem geschrapt. Tegelijkertijd vindt de gemeenteraad dat ook Kaag en Braassem haar aandeel in de energietransitie moet nemen. Daarom heeft het college de opdracht gekregen op zoek te gaan naar nieuwe zoekgebieden voor duurzame opwek van energie in samenspraak met inwoners en andere betrokkenen. In de LES is aangegeven dat het Rijk, de provincie en Schiphol ook beleid heeft dat kan leiden tot (ruimtelijke) restricties. Maar de provincie wil meer ruimte bieden aan grootschalige opwek. In de uitvoering van de LES zal de gemeente (individueel en gezamenlijk via de RES) in gesprek gaan met de provincie om te kijken welke mogelijkheden er zijn. Het doel van de inwonersavonden was om op zoek te gaan naar kansen, voorkeuren voor en zorgen over verschillende vormen van duurzame energie opwek met name door middel van zon en wind. We startten met een toelichting op de opdracht aan het college, de wens om dit samen met de inwoners te onderzoeken, uitleg over bestaand beleid en de wettelijke kaders waar de gemeente zich aan moet houden. Daarna volgden een toelichting op de landschappen van Kaag en Braassem. In kleinere groepjes werd vervolgens gevraagd naar de zorgen, voorkeuren en kansen voor zon en/of wind.
Ook de kaarten van het Plan Milieu Effect Rapportage (PlanMER) (bijlage 4 concept LES) zijn op tafel gekomen om inwoners uitleg te geven wat op deze kaarten staat en wat dit betekent voor de mogelijkheden zon en/of wind. Daarnaast zijn foto-montages gebruikt van zon op daken, zonneweides en/of windturbines. In de vervolg uitwerking van de LES zal opnieuw gebruik worden gemaakt van 3D beelden en/of visualisaties. Financiële participatie gaat over het financieel mee profiteren van de omgeving aan een project. Dit kan in diverse vormen worden uitgevoerd. Tijdens de inwonersavonden kwam naar voren dat het merendeel financiële participatie belangrijk vindt bij duurzame opwek. Om te voldoen aan de randvoorwaarden voor het vergroten van maatschappelijk draagvlak bij initiatieven in de energietransitie, wil de gemeente een toepassing van financiële participatie verplicht stellen. Dit beleid is er nog niet, dat zal de gemeente uitwerken in een volgende fase. We begrijpen de zorgen over geluid van windturbines.
Hoe meegenomen
bepalend beïnvloeden, komt zo niet aan de orde. Er wordt getwijfeld in hoeverre er sprake is van een eerlijke verdeling van lusten en lasten bij het plaatsen van windturbines. De lasten komen in het bijzonder terecht bij de omwonenden. Zij dienen gecompenseerd te worden (bijv. schade aan gezondheid, bederf van uitzicht en waardevermindering van woningen). Er zijn zorgen over het geluid van windturbines en de gevolgen hiervan voor de gezondheid. Reactie 5: In de reactie wordt aangegeven dat de voorgestelde aanpak met grote windturbines afbreuk doet aan de landschappelijke en culturele kenmerken van de gemeente. Daarom heeft de provincie al aangegeven dat windturbines in het Groene Hart niet zijn toegestaan. Er wordt gevreesd voor waardevermindering van de woning en gezondheidsklachten door het plaatsen van windturbines.
De gemeente heeft geen eigen lokale afstandsnormen voor windturbines maar volgt de ontwikkeling van nieuwe algemene regels voor windparken die momenteel door het rijk worden opgezet. Het gaat vooral om regels over externe veiligheid, geluidhinder, slagschaduw en lichtschittering. Nieuwe afstandsnormen worden, naar verwachting, in juli 2025 in het staatsblad gepubliceerd. Mochten, tegen die tijd, nieuwe initiatieven voor wind opgestart zijn, dan zal de gemeente de dan geldende normen toepassen. (https://www.platformparticipatie.nl/windturbinesleefomgeving/default.aspx).
Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
Er worden vraagtekens gezet bij de financiële participatie voor inwoners. Gevreesd wordt dat de opbrengsten alleen ten gunste komen van de agrariër(s) die hun grond(en) beschikbaar stellen. Bovendien combineren windturbines niet met de belangen en potentie voor recreatie in onze gemeente. Aan de gemeente wordt gevraagd meer in te zetten op kleine systemen zoals zonnepanelen op kleine daken of erfmolens omdat dit opgeteld ook bijdraagt en het niet ten koste gaat van het open gebied.
Reactie 6: Keer op keer heeft de gemeenteraad en de provincie het idee van windturbines langs de N207 verworpen omdat deze locatie in het Groene Hart ligt. Dat de N207 nu toch weer genoemd wordt in de concept LES vindt deze inwoner bestuurlijk onbehoorlijk. Ook wordt aangegeven dat bij de bewonersbijeenkomsten van tevoren al zoveel “randvoorwaarden” en “uitgangspunten” worden aangegeven dat de uitkomsten
We houden in de LES, bij het voorkeurscenario wind en zon, rekening met waardevolle landschappen zoals rond de Kagerplassen en de veenweide gebieden ten westen van de A4. Ook het water van bijv. de Braassem is geen plek voor grootschalige opwek met zon en/of wind. Deze aanpak past bij de ambities die wij hebben op het gebied van recreatie.
De gemeente heeft zich, via de RES Holland Rijnland, verbonden aan de doelstelling om in 2050 een energie neutrale regio te worden. Deze opwek moet komen van zonnepanelen op grote daken (daksystemen met een opwekvermogen groter dan 15 kilowatt-piek, ongeveer 40 panelen), zonnevelden en windturbines. Zonnepanelen op kleine daken en/of erfmolens tellen niet mee voor het RES-bod maar helpen uiteraard wel in het energieneutraal maken van de gemeente en de regio. (zie LES, bijlage 1). Zelfs wanneer alle daken met potentie voor zonnepanelen worden benut, blijft een groot deel van de opgave voor duurzame opwek staan. Dus naast kleine systemen moet de gemeente ook de mogelijkheden voor grote systemen onderzoeken. Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
van tevoren wel vaststaat. Het hele proces lijkt niet gericht op de inbreng van de deelnemers in het proces maar om het inbrengen van de eigen visie bij de bewoners. Over het verdelen van lusten en lasten wordt opgemerkt dat de inwoners die de lasten het meest ervaren hiervoor gecompenseerd moeten worden (bijv. schade aan gezondheid, bederf van uitzicht en waardevermindering van woningen). De grondeigenaar moet alleen gecompenseerd worden voor het verlies aan teeltmogelijkheden van die gronden. Er zijn zorgen over het (laagfrequent) geluid van windturbines en de gevolgen hiervan voor de gezondheid. De A4, in de buurt van het Ghoybos, wordt als een betere locatie gezien voor windturbines dan de N207. Er wordt opgemerkt dat de “glastuinbouw” in onze gemeente net zo veel energie gebruikt als de categorie “gebouwd”. Als in de glastuinbouw een derde minder energie wordt verbruikt dan nu, dan komt dat bijna overeen met de ambitie voor duurzame
Het plaatsen van windturbines ter hoogte van het Ghoybos langs de A4, is vanuit milieu perspectief niet haalbaar. De windturbines staan te dicht op woningen (zie LES, bijlage 4).
Bij het Klimaatakkoord zijn er afspraken gemaakt met verschillende sectoren. Glastuinbouw is een andere sector dan de gebouwde omgeving waar woningen, bedrijven en voorzieningen onder vallen. Natuurlijk kan de gemeente een aparte afspraak maken met de glastuinbouw maar dat betekent nog steeds dat de gemeente zich ook moet inzetten voor de doelstellingen voor de gebouwde omgeving.
opwek in de gemeente. Waarom maakt de gemeente, naast het rijk, geen aparte afspraken met de glastuinbouw? Over inpassing in het landschap wordt opgemerkt dat met 2 of 4 windmolens geen lijnopstelling te maken is. Reactie 7: In de reactie wordt aangegeven dat de suggestie van windmolens langs N207 in strijd is met eerdere beslissingen. De zoekgebieden die nu in de LES worden gepresenteerd zijn geen nieuwe zoekgebieden omdat de N207 al decennialang en herhaaldelijk is afgewezen door zowel gemeente, provincie als RES Holland Rijnland. Er wordt gevraagd hoe de aantasting van het landschap (door het plaatsen van windmolens) zich verhoudt tot de wens van de gemeente om recreatie te bevorderen. Over het verdelen van lusten en lasten wordt opgemerkt dat de inwoners die de lasten het meest ervaren hiervoor gecompenseerd moeten worden. De grondeigenaar moet alleen gecompenseerd worden
Op basis van de uitkomsten van de inwonersavonden en atelierbijeenkomsten hebben we een voorkeursscenario wind en zon gemaakt. We clusteren de opwek zoveel mogelijk en stellen combinaties voor van wind en zon om zowel de netbelasting als de impact op het landschap te minimaliseren. Visualisaties van windturbines in het landschap kunnen een plek krijgen in een volgende fase. Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
Zie antwoord onder reactie no. 5
Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
voor het verlies aan teeltmogelijkheden van die gronden. Er wordt getwijfeld of de landeigenaren, die graag een windmolen zouden willen plaatsen, de energietransitie werkelijk omarmen of dit alleen maar doen vanwege de extra verdiensten. Het plaatsen van windmolens in de Wassenaarsche polder is in strijd met PlanMER van Holland Rijnland. Het plaatsen van windmolens verdient minimaal een regionale/provinciale en eigenlijk een landelijke aanpak.
In de LES hebben wij de kaarten gebruikt van PlanMER Holland Rijnland. Binnen de Wassenaarsche polder zijn er stukken die geschikt te maken zijn voor windturbines (zie LES, bijlage 4). In de PlanMER Holland Rijnland wordt verwezen naar twee voorbeeld turbines, waarvan één, de innovatieve turbine, te hoog is voor het gebied vanwege Schiphol restricties en daardoor geen optie is. Wel is de reguliere turbine een optie. In de PlanMER staat de Wassenaarsche polder dan ook aangegeven als gebied ‘bij voorkeur vermijden’, met als reden landschappelijk karakter. Eén van de redenen dat de LES is opgesteld, is te komen tot nieuwe zoekgebieden voor grootschalige opwek van elektriciteit. Met inbreng van stakeholders en inwoners is het voorkeurscenario tot stand gekomen. De N207 komt naar voren vanwege de grootste afstand tot woningen en in lijn met infrastructuur. Bij het Klimaatakkoord hebben de waterschappen, provincies en gemeenten aangegeven dat zij gezamenlijk de uitwerking op zich wilden nemen. De gemeente Kaag en Braassem doet dit binnen de regio Holland Rijnland met de buurgemeenten, het Hoogheemraadschap Rijnland en de provincie Zuid Holland. De eerste regionale energiestrategie voor Holland Rijnland is in 2020 opgeleverd. Wat wij nu lokaal hebben opgehaald via de LES, wordt ook besproken in Holland Rijnland.
Dus de regionale afstemming blijft belangrijk: niet alleen met andere gemeenten maar ook met de provincie Zuid Holland.
Reactie 8: In de reactie zijn er zorgen over de schade aan gezondheid (o.a. door ultrasound geluid), bederf van uitzicht en waardevermindering van woningen. Ook wordt aangegeven dat er tijdens de inwonersbijeenkomst in Hoogmade veel kritiek en
Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
In de gesprekken met inwoners hebben we zowel voor- als tegenstanders gesproken en alle meningen daar tussenin. De indruk van deze gesprekken is beschreven in hoofdstuk 4 van de LES.
zorgen zijn geuit die niet terugkomen in de concept LES. Tot slot wordt gewezen op het risico van het uitvallen van bemaling van polders: de stroom valt weg vanwege de onvoorspelbare levering van wind- en zonnestroom. Dit kan leiden tot overstromingen. Dit is levensgevaarlijk voor de inwoners en bovendien is de schade als gevolg van natuurgeweld niet te verzekeren. Reactie 9: Volgens de reactie leidt het plaatsen van windmolens in het Groene Hart tot beschadiging van het landschap en is dit onomkeerbaar.
Deze vraag kunnen wij niet beantwoorden omdat het Hoogheemraadschap van Rijnland verantwoordelijk is voor de bemaling van de polder.
Besparing en verduurzaming van de glastuinbouw kan de noodzaak voor het plaatsen van windmolens wegnemen.
Zie de beantwoording onder reactie no. 6
Tot slot wordt gewezen op de volgende kansen voor de gemeente: geothermie, zonneenergie op daken, de opname van CO2 door de groei van grondstoffen/bouwstoffen/ voedsel, isoleren, bezuinigen, verminderen en werken aan gedrag en leefwijze. Het aandeel snelwegen kan verminderd worden door ook ’s
Hier staan zeker oplossingen tussen die ook in de LES zijn genoemd. Om in 2030 een CO2-reductie van 49% te behalen, zetten we in op besparen en isoleren. Via de energiecoaches van de gemeente werken we ook aan verandering in gedrag en leefwijze. Maar om de doelstellingen van 2030 te behalen is meer nodig. Daarom willen we ook duurzame elektriciteit opwekken. In de LES wordt voorgesteld om 0,09 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Dit doen we door aan de slag te gaan met zonnepanelen op daken en parkeerplaatsen en de ontwikkeling van kleine zonneparken langs infra, op restruimte/braakliggende gronden en bij bedrijventerreinen. Hiermee passen we impliciet de zonneladder toe. Daarnaast blijft grootschalige opwek nodig: daarom zijn drie gebieden voor windturbines langs de A4 en N207 aangewezen. Bomen planten is een goed idee dat bovendien de leefomgeving verbetert. Maar al onze CO 2 uitstoot opvangen met bomen is niet realistisch. Op het platform www.energievoorkaagenbraassem.nl onder veel gestelde vragen / “Keuzes maken in Kaag en Braassem” leggen we uit hoe dit precies zit.
Zie de beantwoording bij reactie no. 1 t/m 4
nachts een maximale snelheid van 100 km/u in te stellen. Reactie 10: In de reactie staan zorgen over geluidsoverlast en schade aan gezondheid door windturbines. Ook heeft de gemeente een woningbouwopgave. De zonneparken en windturbines kunnen wellicht problemen veroorzaken bij het vinden van geschikte locaties voor toekomstige woningbouw. Het terug leveren van stroom opgewekt door zonnepanelen en zonneparken lukt niet goed door het overvolle stroomnet. In de toekomst kan overtollige stroom mogelijk worden opgeslagen in batterijen en/of omzetten naar waterstof in meerdere waterstofinstallaties. Er wordt gesteld dat we te veel zoeken naar oplossingen voor de korte termijn waar we wellicht later spijt van krijgen. Als inwoners zullen we moeten beseffen dat alle mogelijke oplossingen niet altijd fraai zullen zijn en wellicht voor enige overlast zullen zorgen.
Verlagen van de snelheid op snelwegen levert, naast een besparing op de CO2 uitstoot, ook andere voordelen op zoals een betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder. De gemeente kan niet bepalen hoe hard op rijkswegen mag worden gereden, dat is aan Rijkswaterstaat.
Duurzame opwek, zoals zon en wind op land, hangt altijd samen met andere ruimtelijke uitdagingen voor de gemeente zoals woningbouw, mobiliteit, bedrijventerreinen, landbouw, natuur en recreatie. De weging tussen de verschillende ruimtelijke claims is een onderdeel van de omgevingsvisie.
De problemen met het elektriciteitsnet liggen anders dan in deze reactie is beschreven. In de LES wordt dit uitgelegd in hoofdstuk 2: Er is sprake van netcongestie aan de afname-kant. Dit betekent dat grootverbruikers (aansluitingen groter dan 3x80 Ampère) die een aansluiting aanvragen of hun bestaande aansluiting willen uitbreiden niet geholpen kunnen worden tot dat het net wordt uitgebreid. Het terug-leveren van stroom (door bijv. zonnepanelen op een dak of door grootschalige opwek) is nog wel mogelijk. Het terug leveren van stroom opgewekt door zonnepanelen bij kleingebruikers is gewoon mogelijk. Wel schakelen sommige omvormers af op het absolute piekmoment in een jaar. Netbeheer NL heeft berekend dat dit in 2022 om minder dan 1% van alle zonuren gaat, daarmee is de impact klein. Maar zonnepaneelgebruikers voelen dit natuurlijk wel, daarom werken netbeheerders hard aan het versterken van laagspanningsnetten. Ook wordt nu het advies gegeven om zoveel mogelijk de energie achter de meter meteen te gebruiken bijv. de wasmachine aan als de zon schijnt. In de LES wordt erkend dat voor de toekomst opslag van energie nodig is (o.a. batterijen). Het klopt dat overtollige stroom om kan worden gezet naar waterstof. Voorlopig wordt duurzame waterstof op erg kleine schaal gemaakt en is daarmee erg duur. Schaalvergroting komt zeer waarschijnlijk pas na 2030.
Dit is beschreven in bijlage 1 van de LES. Wij begrijpen uit uw reactie dat u windturbines en/of zonneweides niet ziet als een toekomstbestendige oplossing. De oplossingen die we nu kiezen, zijn niet in beton gegoten: wat nu het meest haalbaar en betaalbaar is, is dat mogelijk niet over 20 jaar. We kunnen dan alsnog een andere keuze maken. We blijven in ontwikkeling. Zo wordt er nu gewerkt aan nieuwe technieken zoals kleine modulaire kernreactoren of het opslaan van CO2. Deze technieken gaan mogelijk een rol
spelen na 2030. Tot die tijd zijn wind en zon betrouwbare en betaalbare technieken om de CO2 uitstoot te verlagen. Reactie 11: In deze reactie is verwoord dat de inwoners niet tegen duurzame energie zijn, onder de volgende basisvoorwaarden: • Start eerst met het terugdringen van het energieverbruik; • Duidelijkheid over wat financiële participatie en/of compensatie inhoudt; • Het kan niet zo zijn dat de inwoners tegen windmolens aan kijken op het land van boeren, zonder dat zij zelf hun bedrijfsvoering verder verduurzamen. Reactie 12: Er wordt positief gereageerd op de concept LES. Namens meerdere partijen is deze reactie gemaakt. De partijen benadrukken daarbij dat de inpassing van duurzame energie zorgvuldig moet gebeuren en met zo groot mogelijk draagvlak onder de inwoners. Om de betrokkenheid en inbreng van de inwoners te vergroten zodat ook de lusten van die opwek lokaal kunnen worden genoten, wordt het oprichten van een
Zie de beantwoording bij reactie 9 en no. 1 t/m 4.
Agrariërs hebben inderdaad meerdere uitdagingen waar zij een belangrijke rol in spelen zoals het omgaan met (en/of beperken van) bodemdaling, de afname van de biodiversiteit en de stikstofproblematiek. Als er mogelijkheden zijn voor zon en/of wind op land, dan zal dit in overleg gaan met de betreffende grondeigenaar. Dit kan ook een agrariër zijn die de energie transitie gebruikt voor meerdere doelen. Dit neemt niet weg dat hier pas vergunning voor wordt verleend als voldaan wordt aan de randvoorwaarden rond financiële participatie die in een vervolgproces zullen worden opgesteld. Alle initiatiefnemers, dus ook agrariërs, zullen aan deze eisen moeten voldoen.
Wij waarderen het dat de opzet van de LES wordt onderschreven.
We zijn het eens met het belang van zorgvuldige inpassing van duurzame energieprojecten. De oprichting van een gebiedscoöperatie kan inderdaad bijdragen aan een groter lokaal draagvlak en de lusten van duurzame opwek eerlijk verdelen. We kijken uit naar de samenwerking met u om dit te realiseren.
gebiedscoöperatie gesteund. Zij willen graag hieraan meewerken. Ook is het belangrijk dat de initiatiefnemers van duurzame energie met windturbines en zonnevelden weten waar ze aan toe zijn. Door de gemeenteraad vastgestelde criteria helpen daarbij. Zij vragen om in de LES meer te benadrukken dat 2030 geen eindpunt is: het is een tussenstap richting 2050. Tot slot wordt gepleit voor een hogere ambitie voor 2030 vanuit de wetenschap dat het laatste stuk van het realiseren van een doelstelling altijd moeizamer verloopt dan het eerste stuk. Reactie 13: In deze reactie wordt positief gereageerd op de LES: men ziet het nu opgestelde concept als een eerste stap om het doel van 2050, een energie-neutraal Kaag en Braassem, te bereiken. Ze ondersteunen de aanpak om, naast energie te besparen, ook in te zetten op duurzame opwek. Tot slot wordt gepleit om te komen tot een gebiedscoöperatie Kaag en Braassem als lokaal overkoepelend orgaan waarbij
Het verstrekken van duidelijke criteria voor de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden is essentieel voor zowel initiatiefnemers als omwonenden. Wij nemen uw suggestie ter harte. In de volgende fase, na het vaststellen van de LES, is ruimte om hieraan te werken. Dit doen wij graag in samenwerking met verschillende stakeholders en inwoners. Dit zal bijdragen aan transparantie en voorspelbaarheid binnen het kader van duurzame energieprojecten, zoals ook beoogd wordt in onze Lokale Energie Strategie. Met de LES wordt de strategie uitgezet tot 2030, er zal rond 2030 opnieuw worden gekeken wat er nodig is om te voorzien in de energiebehoefte en welke duurzame vormen van opwek hiervoor passend zijn. Uw punt over het benadrukken dat 2030 geen eindpunt is, maar een tussenstap richting 2050, is terecht. De LES zal worden aangevuld om dit perspectief duidelijker naar voren te brengen. Er zijn inwoners die vinden dat de ambitie van de gemeente hoger mag zijn, anderen vinden dat het juist lager moet zijn. Wij hebben een compromis geformuleerd: voor onze ambitie nemen we een logisch aandeel in het regionale bod (RES Holland Rijnland) op basis van het energieverbruik van Kaag en Braassem. Mocht de gemeenteraad van mening zijn dat de gestelde doelen te laag zijn, dan staan we klaar om deze ambities aan te passen en te verhogen.
Uit deze reactie begrijpen wij dat onze visie in de LES in grote delen overeenkomt met de visie van deze partij. Daar zijn we blij mee.
Zie de beantwoording onder reactie no. 12
verschillende partijen zich aan kunnen sluiten. Zij hebben de volgende vragen: 1. In hoeverre zijn de resultaten uit de enquête via Kaag en Braassem Spreekt (2020) representatief voor alle inwoners? 2. De opwekdoelstelling van 0,09 TWh voor de gemeente Kaag is gebaseerd op cijfers uit 2014. Is dat jaar een goede basis om de opwekdoelstelling op te baseren? 3. Dient de ambitie van 0,09 TWh voor opwek in aanvang niet hoger te liggen? Aangezien het laatste stuk van de doelstelling, zo blijkt in de praktijk, vaak moeizamer verloopt? Reactie 14: Er wordt positief gereageerd: de aanpak van de LES wordt als een goed uitgangspunt gezien om te komen tot gemeentelijk beleid. Aan de gemeente wordt gevraagd te benadrukken dat 2030 geen eindpunt is. Het is een tussenstap naar volledige energieneutraliteit in 2050. Verder worden 3 vragen gesteld:
1. Het bureau Moventem ondersteunt ons met het inwonerspanel Kaag en Braassem Spreekt. In 2020 hebben 466 inwoners mee gedaan. Op basis van dit aantal respondenten is door Moventem bepaald dat met 95% betrouwbaarheid en 4,49% nauwkeurigheid uitspraken kunnen worden gedaan over de resultaten. Dat wil zeggen dat, als het onderzoek op dezelfde wijze en op hetzelfde moment zou worden herhaald, de uitkomsten in 95% van de gevallen hetzelfde beeld zouden geven. Daarmee is het onderzoek uit 2020 representatief voor alle inwoners. De concept lokale energiestrategie hebben we 4 weken voor consultatie open gezet. Deze nota van beantwoording is een onderdeel van het resultaat uit de consultatie-ronde. Inwoners konden reageren via een vragenlijst en we hebben ook het inwonerspanel Kaag en Braassem Spreekt ingezet. Opnieuw hebben we veel reacties ontvangen waardoor ook de resultaten uit deze consultatie representatief is voor alle inwoners. 2. Het jaar 2014, als uitgangspunt voor onze opwekdoelstelling, is in overeenstemming met de RES 1.0 van Holland Rijnland. Dit reflecteert de regionale inzet voor energiebesparing tegen 2030 en 2050. Na een daling in energiegebruik sinds 2010, bleef verdere besparing na 2014 uit. Daarom is 2014 als basis jaar genomen. 3. Zie de beantwoording onder reactie no. 12
Uit deze reactie begrijpen wij dat onze visie in de LES in grote delen overeenkomt met de visie van deze partij. Daar zijn we blij mee. Zie de beantwoording onder reactie no. 12
1. Het voorkeurscenario wind en zon kenmerkt zich door een kleinschalige en praktische aanpak voor zonneweides, naast drie mogelijke gebieden voor windturbines langs de A4 en
1. Waarom wordt er geen duidelijkheid gegeven over zon op dijklichamen? 2. Waarom wordt geen visie gegeven op “local4local”ontwikkelingen? 3. Wat is de visie van de gemeente op het uitvoeren van de transitievisie warmte?
Reactie 15: In de reactie worden complimenten gemaakt over de concept LES. Wel wordt gesteld dat een hogere ambitie nodig is en dat benadrukt moet worden dat 2030 geen eindpunt is. Verder wordt aan gegeven dat het belangrijk is dat succescriteria voor initiatieven voor energie opwekprojecten (zoals lokaal draagvlak en betrokkenheid, financiële haalbaarheid, duurzaamheid en impact, enz.) vooraf duidelijk moeten zijn. Een gebiedscoöperatie wordt als oplossing gezien om de uitvoering van lokale initiatieven te coördineren en er wordt gepleit voor het “local4local” principe.
N207. Bij de kleinschalige en praktische aanpak is veel ruimte voor lokale initiatieven: hier worden voorbeelden genoemd als zonnepanelen op daken, parkeerplaatsen en op restruimte/braakliggende gronden. Wij hebben er voor gekozen om niet te specifiek locaties te benoemen maar in brede zin te spreken over restruimte. Een dijklichaam is wellicht een goede plek en valt wat ons betreft onder de term restruimte. 2. Het concept van “local4local”, waarbij lokale energieopwekking direct ten goede komt aan de lokale gemeenschap, is een belangrijk uitgangspunt van onze LES. Hoewel niet zo genoemd in de LES wordt dit weerspiegeld in onze inzet waarbij de gemeente het uitgangspunt van het rijk volgt, namelijk het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom bij energieprojecten en energiecoöperaties. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen klein- en grootschalige projecten. Figuur 16 (blz. 38) in de LES. 3. De gemeente ziet de Transitievisie Warmte als een belangrijk onderdeel van de totale energietransitie, gericht op het verminderen van de warmtevraag en het verduurzamen van warmtevoorzieningen. De uitvoering van deze visie vereist een gefaseerde aanpak, waarbij nauw samengewerkt wordt met belanghebbenden zoals woningcorporaties, bedrijven, en inwoners.
Wij vinden het fijn dat we complimenten krijgen voor onze aanpak. Zie antwoord op reactie 12.
Er wordt gevraagd in hoeverre de ambities van Kaag en Braassem bijdragen aan de doelstellingen van Holland Rijnland (Regionale Energie Strategie). Daarnaast wordt aan gegeven om uit te gaan van de meest recente beschikbare dataset uit 2022.
In de LES is voorgesteld dat Kaag en Braassem een aandeel neemt van de regionale ambitie, gebaseerd op het energieverbruik ten opzichte van de regio. Of hiermee de regionale doelstelling wordt gehaald, is afhankelijk wat andere partijen binnen Holland Rijnland bij kunnen dragen. Momenteel werken meerdere gemeenten uit de regio aan een lokale aanpak. Tot slot is het belangrijk dat er ruimte ontstaat binnen het beleid van bijv. Schiphol of de provincie zodat de initiatieven voor duurzame opwek ook gerealiseerd kunnen worden. Beide punten zullen we verder afstemmen met de betreffende partijen en/of de regio. We gebruiken de meest recente data in het Energie Transitie Model uit 2018.
Er wordt de suggestie gedaan om de opbrengsten uit duurzaam opgewekte energie te stoppen in verduurzaming.
De keuze hoe om te gaan met de opbrengsten uit duurzaam opgewekte energie wordt nog niet gemaakt in de LES. Dit is voor een volgende fase als gewerkt wordt aan de eisen die de gemeente zal stellen aan ontwikkelaars. In de LES worden een aantal voorbeelden gegeven van financiële participatie. De opbrengsten uit duurzaam opgewekte energie stoppen in verduurzaming kan een vorm zijn waarvoor wordt gekozen.
Tot slot is een aparte bijlage toegevoegd met specifieke opmerkingen per pagina.
De volgende onderdelen zijn aangevuld in de LES: aantal acties van het fix-team Regionaal Energie Loket, het gebruik van warmte batterijen, rekenvoorbeeld (blz. 21), reductie door biobrandstof, afbeelding (blz. 22), hybride warmtepomp is geen alternatief voor all electric oplossing, inzet glastuinbouw als warmtebuffer.
Reactie 16: In de reactie wordt uitleg gegeven over het plan voor windturbines langs de N207. Er wordt aan gegeven dat hiermee een forse bijdrage wordt geleverd aan het opwek doel van de gemeente in 2030. Daarbij worden de volgende uitgangspunten benoemd: maximale veiligheid garanderen door de windturbines op flinke afstand tot bebouwing te zetten en de positieve invloed op de stabiliteit van het elektriciteitsnet. Wat betreft de lusten en lasten wordt gesteld
Het plan voor windturbines langs de N207 kan een grote bijdrage leveren aan onze energiedoelen voor 2030. De focus op veiligheid en het plaatsen van turbines op ruime afstand van huizen past bij onze aanpak. Het coöperatieve model, waarbij de opbrengsten vooral ten goede komen aan de lokale gemeenschap, sluit aan bij onze visie op een eerlijke energietransitie.
dat alle inwoners, ook degene met kleine beurs, maximaal kunnen profiteren door het coöperatieve model van hun plan: 90% van de revenu’s komen voor de eigen inwoners. Reactie 17: In deze reactie worden complimenten gegeven aan de gemeente met de gedegen aanpak van de lokale energiestrategie (LES) zowel inhoudelijk als procesmatig. Volgens de reactie wordt in de LES helder beschreven dat de locatie langs de N207 (met name het zuidelijk deel) de beste plek lijkt voor een windpark. Op die plek hebben weinig mensen hinder van de molens. Zij hebben drie opmerkingen op de concept LES: 1. Maak ruimtelijke afwegingen in regionaal verband. Omdat Kaag en Braassem relatief weinig inwoners heeft en relatief veel ruimte, is het noodzakelijk dat de gemeente meer windmolens realiseert omdat anders de regionale doelen niet worden gehaald. Daar komt bij dat landschappelijke studies uit wijzen dat versnippering van lossen windmolens over
Bedankt voor de complimenten voor de aanpak van de LES zowel op inhoud als proces.
1. Wij erkennen het belang van regionale samenwerking bij de plaatsing van windmolens. De clustering van turbines draagt bij aan het verminderen van landschappelijke impact. Wat wij nu lokaal hebben opgehaald via de LES, wordt ook besproken in Holland Rijnland. Dus de regionale afstemming, ook wat betreft de landschappelijke impact, blijft belangrijk: niet alleen met andere gemeenten maar ook met de provincie Zuid Holland. 2. Financiële haalbaarheid is geen onderdeel geweest van de verkenning die is gedaan voor de LES. De LES heeft gekeken naar mogelijke locaties binnen de wettelijke kaders met draagkracht vanuit de inwoners van de gemeente. De financiële haalbaarheid zal een toets zijn voor de initiatiefnemer/ontwikkelaar. 3. Zie antwoord op reactie 14.
de regio meer afbreuk doet aan het landschap dan een clustering van minimaal 3 of 4 turbines. 2. Neem financiële haalbaarheid mee in de overweging. De realisatie van één of twee turbines kan financieel onhaalbaar zijn (o.a. door relatief hoge kosten voor de aansluiting op het onderstation, het plaatsen van de turbines en het afbouwen van de SDE++ subsidie). Dit betekent dat inzet van 1 tot 2 turbines ertoe kan leiden dat deze lokaal gefinancierde projecten de eindstreep niet halen en de investerende bewoners hun geld kwijt zijn. 3. Zet in op “local4local”. Dit betekent dat lokale energiegemeenschappe n hun eigen energievoorziening lokaal organiseren, volgens hun eigen spelregels, tegen een prijs die ze ook zelf (samen) in de hand hebben.
Reacties – concept lokale energie strategie– deel (II) opmerkingen uit onderzoek Moventem Samenvatting
Beantwoording
Alternatieve vormen voor duurzame opwek van elektriciteit: 1. Kernenergie 2. Kleine systemen 3. Warmte
Kaag en Braassem staat open voor alle alternatieve vormen van opwek, ook in de verdere uitwerking van de LES. Wanneer innovatieve of nieuwe technieken daadwerkelijk voldoende betaalbaar, schaalbaar en haalbaar zijn, zal Kaag en Braassem hier ook naar kijken, net zoals alle andere gemeenten in Nederland dat doen. Voor nu zijn zon- en wind de meest logische keuze, aangezien het bewezen technieken met de laagste kosten die de belangrijkste bijdrage leveren aan het beperken van de CO2-uitstoot (zie ook Q&A – IPCC rapport als bron) 1. Kernenergie is en wordt ook in de toekomst een belangrijk onderdeel van het energiesysteem. Echter is de ontwikkeling ervan een taak die bij de landelijke overheid hoort. Op dit moment wordt (landelijk) gewerkt aan 2 kerncentrales, mogelijk komen er nog 2 bij. Ook al zou de gemeente een kerncentrale een goed idee vinden, dan is de invloed die zij hierop heeft, klein. De gemeente kijkt daarom vooral naar de rol die zij zelf kan nemen. 2. Kleine systemen. Voor kleine opwekvormen (zoals een kleine windmolen) kan in onze gemeente al een vergunning voor worden aangevraagd. Wel is het zo dat dit soort kleinere windmolens relatief veel minder energie opwekken dan hogere windturbines: de opwek neemt namelijk kwadratisch toe met hoogte. Kleine windmolens hebben daarom een erg hoge terugverdientijd, waardoor zonnepanelen nog altijd de betere keuze is. 3.
Warmte en de daarbij behorende opwekvormen als aquathermie en geothermie, zijn als onderdeel van het energiesysteem beschreven in de LES.
Ambitie: • Realistisch • Rol lokaal versus landelijk
•
•
Er zijn inwoners die vinden dat de ambitie van de gemeente hoger mag zijn, anderen vinden dat het juist lager moet zijn. Wij hebben een compromis geformuleerd: voor onze ambitie nemen we een logisch aandeel in het regionale bod (RES Holland Rijnland) op basis van het energieverbruik van Kaag en Braassem. Hiermee wekken wij nadrukkelijk geen energie op voor andere gemeenten maar geven we aan dat we ook lokaal onze verantwoordelijkheid nemen. Ook achten we deze rol, gezien de inschatting van benodigde eigen opwek in 2030, als realistisch. In de LES ligt de focus op 2030 omdat daar ook onze regionale en nationale doelen liggen. Wanneer onze plannen voor 2030 steeds concreter worden, kunnen wij de vertaling gaan maken naar 2050. Bij het Klimaatakkoord is afgesproken dat er naast een landelijk rol, zoals wind op zee en grote kerncentrales, ook 35 TWh op land moet worden gerealiseerd. De waterschappen, provincies en gemeenten hebben aangegeven dat zij gezamenlijk de uitwerking op zich wilden nemen. De gemeente Kaag en Braassem doet dit binnen de regio Holland Rijnland met de buurgemeenten, het Hoogheemraadschap Rijnland en de provincie Zuid Holland. De eerste regionale energiestrategie voor Holland Rijnland is in 2020 opgeleverd. Wat wij nu
Hoe meegenomen
lokaal hebben opgehaald via de LES, wordt ook besproken in Holland Rijnland. Dus de regionale afstemming blijft belangrijk: niet alleen met andere gemeenten maar ook met de provincie Zuid Holland. Energie systeem: Opslag en flexibiliteit
Risico’s: • Aantasting landschap en natuur • Gezondheidsrisico’s en overlast • Materiaalgebruik • Netcongestie
Opslag en flexibiliteit vormen een belangrijk onderdeel van het toekomstige energiesysteem. De markt anticipeert hier ook al op. Het aangevraagde vermogen bij netbeheerders voor batterijen groeit namelijk snel: zo was er in februari 2023 34 GW aan batterijprojecten in beeld, waar dit in oktober nog 19 GW was (77% groei in 5 maanden tijd) (bron https://www.stratergy.nl/post/34-gw-aanbatterijprojecten-in-beeld-bij-netbeheerders-per-eind-februari-2023). Tennet heeft eerder aangegeven ongeveer 10 GW aan batterijvermogen in 2030 nodig te hebben om het net stabiel te houden (bron https://www.tennet.eu/nl/nieuws/tennet-ziet-grote-rol-voor-batterijenvoor-stabiel-elektriciteitsnet-2030). In de LES wordt opslag ook genoemd als een belangrijke oplossing voor netcongestie. Een accu kan een belangrijke bijdrage leveren aan het inperken van congestie, omdat opgewekte stroom wordt opgeslagen en op een gunstiger moment aan het net wordt teruggegeven. Omdat de salderingsregel blijft behouden, is er nog geen financiële prikkel om stroom op te slaan en later terug te leveren aan het net. Hierdoor blijven thuisbatterijen of buurtbatterijen voorlopig nog onrendabel. De verantwoordelijkheid om (financiële) instrumenten te creëren die het gebruik van dit soort batterijen verhoogt, ligt bij de landelijke overheid.
Zolang die er nog niet zijn, is het aan te raden om energie zoveel mogelijk achter de meter te verbruiken, bijvoorbeeld door het opladen van je auto of het draaien van de was wanneer de zon schijnt. Daarnaast werken de netbeheerder in Nederland hard aan het verzwaren van de netten. Ook de laagspanningsnetten waar het bij zonnepanelen op daken om draait. Netbeheer Nederland heeft in 2022 in kaart gebracht dat circa 1% van alle zonuren door spanningsproblematiek wordt gemist (bron https://www.netbeheernederland.nl/sites/default/files/Factsheet__258.pdf). •
•
Inwoners maken zich zorgen over de aantasting van het landschap bij het inpassen van grootschalige duurzame opwek van elektriciteit. Voor de LES is het landschap het startpunt, niet één van de randvoorwaarde. We hebben hier met inwoners en professionele stakeholders gesprekken over gevoerd hoe, gegeven het bestaande landschap in Kaag en Braassem, de opwek van energie een goede inpassing kan krijgen. Het voorkeursscenario is een uitwerking van deze gesprekken. Ook is in dit scenario beschreven hoe opwek van energie zo ingepast kan worden dat het landschappelijk de laagst mogelijke impact heeft. Zorgen over gezondheidsrisico’s, overlast, het handhaven van voldoende afstand van windturbines tot woningen. De Plan Milieu Effect Rapportage (PlanMER) brengt deze risico’s in kaart, op basis van bestaande wet- en regelgeving. Tijdens de inwoneravonden en gesprekken met professionele stakeholders is de PlanMER dan ook gebruik om in kaart te brengen waar in Kaag en Braassem deze risico’s het laagst zijn, en waarbij de afstand tot bebouwing het grootst is. De uitkomst van de gesprekken is verwerkt in het voorkeursscenario. Wanneer projecten in
•
•
Samenwerking: Buurgemeenten Markt
Uitvoering Participatie Vergunningen
Lokaal eigendom
Voorwaarden financiële participatie: Sociaal uitgangspunt
de energietransitie naar een concrete uitwerking gaan, is er wederom een PlanMER nodig om deze risico’s in kaart te brengen. De gemeente zal daarbij altijd werken op basis van de laatste wet- en regelgeving, wetende dat deze ook in ontwikkeling is. Materiaalgebruik: de gemeente volgt met interesse initiatieven die windturbines en zonnepanelen volledig recyclebaar maken. Windturbines en zonnepanelen zijn al voor het overgrote deel recyclebaar. Enkele onderdelen zijn slecht recyclebaar, zoals de wieken bij een windturbine en silicium bij zonnepanelen. Om ook dit laatste deel circulair te maken zijn er verschillende consortia die hieraan werken. Wanneer uitkomsten hiervan positief zijn en de betaalbaarheid van de energietransitie niet teveel onder druk zetten zal Kaag en Braassem zich ook inzetten voor circulaire windturbines en zonnepanelen. Netcongestie. Kaag en Braassem heeft veel contact met de netbeheerder Liander. Ook bij de LES zijn zij betrokken. Zij meten via hun netimpact analyses of de plannen van de gemeente ingepast kunnen worden op het net. Liander geeft aan dat er op het net voldoende toekomstige ruimte is om de voorstellen uit de LES in te passen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de geplande uitbreiding van een aantal onderstations. Bij verdere uitwerking van initiatieven houdt de gemeente contact met Liander voor hun beoordeling van de impact op het net.
De LES is tot stand gekomen met inbreng van inwoners en andere belanghebbenden. Voor de vervolgfases is dit niet anders, omdat we alle belanghebbenden nodig hebben om tot een goede uitwerking van de LES te komen. De gemeente heeft contact met gemeenten uit de regio (bijv. via de RES Holland Rijnland). Wanneer we naar een concretere uitwerking van initiatieven gaan, zullen we dit contact intensiveren om te kijken of samenwerking logisch en mogelijk is. Na goedkeuring door de gemeenteraad, wordt de LES, in de volgende fase, verder uitgewerkt. Zo kunnen de huidig geformuleerde zoekgebieden worden uitgewerkt naar zoeklocaties. Participatie zal ook hierbij een belangrijk onderdeel zijn zoals beschreven in hoofdstuk 4 van de LES. In het vergunningsproces kan de gemeente controleren of initiatieven op een goede manier zijn opgezet. Waar mogelijk zal de gemeente meewerken aan ideeën om het vergunningsproces te versnellen. Zie ook ‘Voorwaarden financiële participatie” hieronder – Uitwerking van lokaal eigendom als voorwaarde voor ontwikkelingen binnen de energietransitie wordt onderdeel van de vervolgfase van de LES. Dat lokaal eigendom een belangrijk aspect is om draagvlak binnen de energietransitie te creëren is daarbij een logische gedachte, en wordt door Kaag en Braassem ondersteund.
Uitwerking van de voorwaarden waarin financiële participatie opgenomen moet worden bij de ontwikkeling van initiatieven in de energietransitie wordt onderdeel in de volgende fase, na goedkeuring van de LES. Een voorwaarde dat financiële participatie een sterk sociaal uitgangspunt moet hebben, zodat ook inwoners met een kleinere portemonnee kunnen deelnemen of kunnen profiteren van de lusten van ontwikkelingen, is hierbij een logische gedachte en wordt door de gemeente ondersteund.
Vormen van financiële participatie: Energie coöperaties
Uitwerking van de vormen van financiële participatie wordt onderdeel van de vervolgfase waarin de LES naar de uitvoering wordt gebracht. Een vorm waarbij via energie coöperaties financieel wordt geparticipeerd in initiatieven is daarbij een logische gedachte.
Zoekgebieden: combinatie zon en wind
Inwoners geven zowel voor- als tegenargumenten bij de huidig ingetekende zoekgebieden van het voorkeurscenario in de LES. In de gesprekken met professionele stakeholders en de inwoners is gesproken over optimale zoekgebieden in de gemeente, waarbij de kaders en uitgangspunten van de gemeente zijn geweest om tot een zo klein mogelijke voetafdruk te komen. Hiermee bedoelen we zowel in ruimtegebruik, afstand tot bebouwing als de impact op landschap en natuur. Tegelijkertijd is het landschap van Kaag en Braassem als uitgangspunt genomen. De uitkomsten van deze gesprekken zijn vertaald naar het voorkeursscenario (zie bijlage 1.6 voor uitgebreide beschrijving). Combinaties van zon & wind hebben de voorkeur omdat deze leiden tot een optimaal (en klein) ruimtegebruik en een lagere impact op het net. Ook dit is beschreven in de LES. Voor zon wordt in de LES een voorkeursvolgorde beschreven, namelijk dat eerst zon op dak benut wordt, en daarna andere dubbelfuncties zoals zon op parkeerplaatsen, op infra en op restruimtes. Als allerlaatste mogelijkheid wordt zon op land beschreven. We weten uit berekening dat de potentie voor alleen zon op dak niet voldoende is om onze ambitie in Kaag en Braassem te realiseren. Bovendien is het niet mogelijk om op alle daken zonnepanelen te plaatsen. We zullen dus ook met andere opwekvormen aan de slag moeten gaan.
Dit proces willen we niet vertragen door eerst de realisatie van zon op dak af te wachten, dit kan namelijk nog jaren duren. Om die reden gaan we nu ook al met andere vormen van opwek aan de slag.
Zonneladder