250929 Advies Sweco + bijlage (geanonimiseerd)
Tekst van het document
(geanonimiseerd)
Van:
nn
Verzonden:
maandag
29
september
2025
16:34
Aan:
Onderwerp:
| Braassemerland voorbelasting document gemeente NL25-648800269-147486, De Poelen Kaag en Braassem, D1.pdf Kaag
Bijlagen:
en
Braassem
ag Naar
aanleiding
van
uw
vraag
inzake
bouwrijp
maken in veengebieden
en
de ontvangen
de
volgende
documenten, ontvangt
u
hierbij onze reactie. In
veengebieden wordt met betrekking tot zettingen veengebied geschikt te maken als bouwlocatie: e
algemeen
werkmethode toegepast
om
een
Inzicht in diktes de ondergrond.
en
Vaststellen
de
samenstelling
van
de slappe
klei-
en
veenlagen, waterpeilen
en
heterogeniteit
van
Ontwerp;
benodigde ontwerppeilen/ aanleghoogten. _Schematisering van de ondergrond en onderverdelen van de projectlocatie in verschillende deelgebieden, bijvoorbeeld op basis van bestaande geometrie, variatie in de ondergrond of verschil in toekomstig gebruik; Inzicht in de te verwachten eindzettingen en verloop van de zettingen in de tijd per deelgebieden; _Dimensionering van een voorbelasting per deelgebied; Opstellen monitoringsplan.
o o
o o
o e
het
_Grondonderzoek; o
e
over
van
Uitvoering;
Aanbrengen monitoringspunten, zoals zaakbaken, volgens monitoringsplan; Aanbrengen voorbelasting, inclusief verticale drainage, volgens het ontwerp; o _Inmeten van de monitoringspunten volgens het monitoringsplan. Monitoring: o o
e
Controle van de meetdata; Controle of de gemeten zettingen overeenkomen met de meetdata; Indien nodig bijstellen van de prognose en eventueel aanpassen van de
o o o e
voorbelasting.
Aanbrengen
definitieve ophoging Nadat uit de monitoringsgegevens volgt dat er aan de restzettingseis wordt voldaan kan de voorbelasting worden verwijderd. Vervolgens kunnen de definitieve (grond)constructies worden aangebracht, zoals wegen en riolering.
o
o
In Braassemerland wordt deze methode toegepast. voor Braassemerland.
Sweco
onderschrijft de gekozen
methode
en
het
gebruikte
zettingsmodel
In een notitie heeft Sweco aandachtspunten opgenomen over de aangehouden grondparameters en de uitgevoerde zakbaakevaluaties. Daarnaast zijn enkele aanbevelingen gedaan om meer inzicht te verkrijgen in het risico op het overschrijden van de restzettingseisen. Wij gaan graag in overleg voor nadere toelichting.
Met
vriendelijk groet,
senior Adviseur Geotechniek Sweco Nederland www.sweco.nl
B.V.
| De
Bilt
®
SWECO
ra)
Handelsregister: Lees hier
voor
30129769
meer
| Statutair gevestigd
informatie
over
hoe
Sweco
te: De Bilt uw
persoonsgegevens
verwerkt.
SWECO
2 29-09-2025
De
Poelen
Kaag
en
DI
Braassem
Versie: Aute
2nd
opinion zettingsanalyse
Gecontroleerd door
Vrijgegeven door
1
Documentnummer:
Algemeen
(geanonimiseerd)
NL25-648800269-147486
In
gemeente Kaag en Braassem wordt aan Braasemmermeer het project gerealiseerd. Dit woningbouwproject wordt gefaseerd bouw- en woonrijp gemaakt. ‘De Poelen’
Gezien de slappe
ondergrond ziet de gemeente een groot risico op (te) grote restzettingen met hinder voor de bewoners en hoge onderhoudskosten tot gevolg. De gemeente heeft Sweco daarom gevraagd een 2nd opinion uit te voeren op de zettingsanalyses die zijn uitgevoerd voor fase 4A en 4B. In
voorliggende notitie wordt verslag gedaan van de bevindingen van Sweco op volgende notities van GeoRisQ: [1]-De Poelen Kaag en Braassem, Geotechnisch zettings- en stabiliteitsadvies Fase 4A+4B. Documentnummer GR0267-RAP-002, d.d. 18-01-2024; [2].De Poelen Kaag en Braassem, Eindevaluatie zakbaken Fase 4A+4B. Documentnummer: GR0267-RAP-009, d.d. 01-08-2025.
de
2 Er
Bevindingen lijkt lokaal sprake
verwezen). zijn op
de te
te
zijn van een sanering (er wordt naar een saneringsplan duidelijk hoe deze is uitgevoerd en of dit van invloed kan verwachten restzettingen. Hier wordt verder ook niet op ingegaan
Het is niet
in de documenten. De
restzettingseis voor de verhardingen bedraagt maximaal 15 cm in 30 jaar. restzetting in de overige gebieden, onder andere openbaar groen, bedraagt maximaal 20 cm in 30 jaar. De
Voor
de
uitgeefbare percelen Dat
gehanteerd. wijkt af van voor de overige gebieden. Het is onduidelijk
maar
wijze
restzettingseis van 0,30 restzettingseis van maximaal 20
m
in 30
cm
in 30
jaar jaar
watergangen zijn gedempt. Het rapport gaat zand, grond wordt opgehoogd. In dat geval bestaat echter de kans op aanzienlijke klink van het ophoogmateriaal, slecht voorspelbaar zakkingsgedrag en daarmee grote restzettingen. In geval van dempingen met grond dient zowel de ondergrond het ophoogmateriaal te worden gemonitord op zakkingen. uit van
op welke
wordt een de
de
staat ook toe dat het met
als
Sweco
kan zich grotendeels vinden in de gebruikte laagindeling. Inzake de grondparameters merkt Sweco op: De gebruikte samendrukkingsparameters zijn gunstiger dan voorgeschreven NEN9997-1, waarmee het risico bestaat dat de daadwerkelijk optredende zettingen groter zijn. Vooral de lage kruipparameters die zijn aangehouden resulteert mogelijk in grotere restzettingen dan berekend; De OCR-parameter bepaald onder andere het huidige zakkingsgedrag van de omgeving. Deze is niet gemotiveerd en lijkt in eerste instantie laag met waarden van 1,3 à 1,5. Dit geeft juist een te conservatief beeld van de te verwachten zettingen; Het is niet duidelijk hoe met de OCR is omgegaan ter plaatse van watergangen; *
*
*
Documentreferentie
NL25-648800269-147486 1/2
•
die belangrijk zijn Sweco kan zich vinden in de aangehouden c-waarden v
29-09-2025
voor de snelheid waarmee de zettingen optreden. Voor veen kan mogelijk een c/h c v > 1 worden aangehouden. Dit zal de zettingssnelheid vergroten en
Versie D1
daarmee de restzettingen reduceren. De aangehouden waarden (c h = c)v zijn daarmee conservatief.
Samenvattend zou Sweco op basis van NEN9997-1 uitgaan van minder gunstige grondparameters en daarmee grotere zettingen berekenen dan [1]. Het aanhouden van een relatief lage OCR in [1] zal dit verschil echter (deels) teniet doen. Het grootste risico is naar verwachting het aanhouden van te lage kruip parameters in [1] waardoor de berekende restzettingen in de praktijk hoger kunnen uitvallen. Er heeft tevens een evaluatie plaatsgevonden van de zakbaakmetingen [2]. Sweco mist een overzicht van het verschil tussen de berekende en gemeten zettingen en hoe de verschillen kunnen worden verklaard. Er is nu per zakbaak een fit gemaakt zonder dat duidelijk is op welke wijze deze tot stand is gekomen. De aangehouden ophoogfasering komt niet overal overeen met de zakbaakgegevens. Dit moet worden aangepast voor een betrouwbare ,
zakbaakfit. Er wordt een periode van 2 maanden genoemd waarin de verticale drainage is aangebracht. Het is niet duidelijk wat in de berekeningen is aangehouden en wat voor impact dit heeft op de prognose.
3
Advies
Geadviseerd wordt een fit te laten opstellen waarin: Het daadwerkelijke ophoogschema is aangehouden; De verschillen tussen metingen en prognose worden verklaard; Met minder gunstige samendrukkingsparameters wordt gerekend in lijn met NEN9997-1. Met bovengenoemde fit kan meer inzicht worden verkregen in het risico op en mate van eventuele overschrijding van de restzettingseis. Tot slot dient de waterstand in de ophoging gedurende het voorbelasten te worden meegenomen in de zakbaakevaluatie. Indien deze niet bekend is wordt geadviseerd deze alsnog in te laten meten. Een hoge grondwaterstand in de voorbelasting leidt tot een verminderde effectiviteit van de voorbelasting overschatting van de stijfheid van de ondergronden daarmee onderschatting van de geprognosticeerde restzetting. • • •
,
Documentreferentie NL25-648800269-147486
2/2