23b. bijlage-2-4-besparingsontwikkeling-en-potentie_6001a347062ee
Tekst van het document
Energiebesparing in Holland Rijnland Van monitoring tot impact
Inhoudsopgave 1. Inleidende uitgangspunten en proces 2. Inzichten monitoring (historie tot heden) 3. Mogelijke concretisering van de doelstelling 4. Verkennen concretiseren ambitie met bouwstenen (heden tot 2030)
Inleidende uitgangspunten 1.
Energiebesparing is een belangrijk onderdeel van de RES Holland Rijnland
2.
Energiebesparing is een complex vraagstuk en behoeft een integrale benadering: •
Het raakt aan alle sectoren (en daarmee ook alle uitvoeringslijnen)
•
Het is een resultante van gelijktijdige groei en krimp van het energiegebruik
•
Het is een gevolg van verschillende dynamieken zoals economische, technologische en maatschappelijke trends, maar ook beleid op alle niveau’s (Gemeenten, Provinciaal, Nationaal en Europees)
Methode en proces richting RES 1.0 3 december Inzicht in monitoring en methode: •
Inzicht over het behaalde resultaat
•
Focus voor besparingsbouwstenen
•
Methode voor verkennen resultaten m.b.v. het Energietransitiemodel
Vandaag Inzicht: • Update monitoring • Inzicht besparingsambitie m.b.v. scenario Doen: • Gezamenlijk beoordelen effect huidig instrumentarium • Verkennen noodzaak voor aanvullend instrumentarium
29 januari PHO+ •
Inzicht in de huidige situatie
•
Inzicht voor concretisering besparingsambitie naar sector
Vervolg RES 1.0 Input voor de RES 1.0 (o.a. lobby voor aanvullend instrumentarium) Input voor gemeentelijke beleid op gebied van energiebesparing
Monitoring: uitkomsten
Enkele inzichten uit de top-down monitoring •
Afhankelijk van het gekozen historische perspectief ligt Holland Rijnland wel/niet op koers om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen
•
De grootste netto besparing is gehaald in de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010
•
Terwijl het energiegebruik in de gebouwde omgeving is gedaald was in bijna elke gemeente een groei in het energiegebruik van mobiliteit
Holland Rijnland ligt wel/niet op koers Vanuit 2014 perspectief niet op koers richting 2030 en 2050 doelen Vanuit 2010 perspectief wel op koers richting 2030 en 2050 doelen
Historische ontwikkeling en doelstelling energiebesparing (TWh) 12
2014 -2018 trend
10
1
2 3
8
TWh
ENERGIE
6
De doelstelling is grofweg gelijk aan 1 TWh per decennium
4 2 0 2010
2020
2030
2040
2050
Bron: De Klimaatmonitor (monitoring donkerblauw); projectie (lichtblauw) is de doorgetrokken trend
Mobiliteit is de enige sector die gegroeid is in energieverbruik sinds 2010 Sinds 2010 groei was er wel een groei van 25.000 woningen dat is ca. 10% van het aantal woningen. Verschil energiebesparingstrend 2010-2018 tussen sectoren (TWh ) 0,2 0,0 -0,2
TWh
ENERGIE
-0,4 -0,6 -0,8 -1,0 Verkeer en vervoer
Bron: De Klimaatmonitor
Landbouw, bosbouw en visserij
Gebouwde Omgeving
Industrie, Energie, Afval en Water
8
ENERGIE
Hoe is nu de verdeling van energieverbruik naar sector in Holland Rijnland? (TWh) Land/tuinbouw Industrie
Huishoudens
Mobiliteit Diensten
Bron: Het Energietransitiemodel, o.b.v. de Klimaatmonitor; Industrie en land en tuinbouw blijven onzeker en krijgen vanaf de RES 2.0 meer aandacht.
ENERGIE
Hoe is nu de verdeling van per drager per sector in Holland Rijnland? (TWh) Energiedrager per sector
Industrie
Land-/tuinbouw Mobiliteit Diensten/ Utiliteiten Huishoudens 0,0
0,5
Aardgas
1,0
Elekticiteit
1,5
2,0
2,5
Heet water (WKK/warmtenet)
3,0
3,5
Biogene brandstoffen
4,0
Olie
Bron: Het Energietransitiemodel, o.b.v. de Klimaatmonitor; Industrie en land en tuinbouw blijven onzeker en krijgen vanaf de RES 2.0 meer aandacht
ENERGIE
Bij Mobiliteit zit het energiegebruik vooral in auto’s en vrachtwagens Verdeling energiegebruik Mobiliteit (TWh) Binnenvaart; 0,0
Bussen; 0,1
Treinen; 0,1
Brommers; 0,0
Vrachtwagens/busjes ; 1,1
Auto's
Vrachtwagens/busjes
Brommers
Fietsen; 0,0
Auto's; 1,6
Binnenvaart
Bussen
Treinen
Fietsen
Bron: De Klimaatmonitor in TWh, treinen zijn een bijschatting op basis van reizigers per station en nationaal elektricitetisverbruik van treinen
11
ENERGIE
In nagenoeg alle gemeenten heeft de behoefte aan warmte het grootste energiegebruik Energiegebruik per gemeente in Holland Rijnland (TWh) Zoeterwoude Voorschoten warmtegebruik (aardgas en (hern.) warmte) [2018]
Teylingen Oegstgeest Noordwijk Nieuwkoop
elektriciteitsgebruik, incl. zonnestroom 'achter de meter' [2018]
Lisse Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en Braassem
energiegebruik Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer) [2018]
Hillegom Alphen aan den Rijn 0,0
0,5
1,0
Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1 TWh = 3600 TJ)
1,5
2,0
12
ENERGIE
In de meeste gemeenten zit het grootste energiegebruik in de gebouwde omgeving en mobiliteit Energiegebruik Holland Rijnland, per gemeente, per sector Zoeterwoude Gebouwde Omgeving
Voorschoten Teylingen Oegstgeest
Mobiliteit
Noordwijk Nieuwkoop Lisse
Land- en tuinbouw
Leiderdorp Leiden Katwijk
Industrie
Kaag en Braassem Hillegom Onbekend
Alphen aan den… 0
1000
2000
3000
Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1 TWh = 3600 TJ)
4000
5000
6000
7000
8000
13
ENERGIE
Woningen hebben het grootste energiegebruik in de gebouwde omgeving Energiegebruik in de Gebouwde omgeving Zoeterwoude Voorschoten
Energiegebruik Woningen
Teylingen Oegstgeest
Noordwijk Nieuwkoop Lisse
Energiegebruik Commerciële dienstverlening
Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en…
Energiegebruik Publieke dienstverlening
Hillegom Alphen aan… 0
1000
2000
3000
Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1TWh = 3600 TJ)
4000
5000
14
ENERGIE
Energiegebruik publieke dienstverlening Energiegebruik publieke diensverlening in Holland Rijnland (TJ) Zoeterwoude Voorschoten Teylingen Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen (SBI O) Onderwijs (SBI P)
Oegstgeest Noordwijk Nieuwkoop Lisse
Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q)
Leiderdorp Leiden
Katwijk
Kunst, amusement en recreatie (SBI R)
Kaag en Braassem Hillegom
Overige dienstverlening (SBI S)
Alphen aan den Rijn 0
200
400
600
800
Bron: De Klimaatmonitor in TJ (1TWh = 3600 TJ)
1000
1200
15
Inzicht in ambitie
Mogelijke concretisering van de doelstelling Mobiliteit •
Naar verwachting komt hier een energiebesparingsdoelstelling van 11% en CO2doelstelling van 22% t.o.v. 1990
Gebouwde omgeving •
Bij gelijkblijvende industrie en land-/tuinbouw moet de gebouwde omgeving minimaal 15% besparen op finale energie t.o.v. 2014 om de 11% te halen. Mobiliteit doet dan ook 11%.
•
HR kan zich het doel stellen om minimaal 15% te besparing in woningen en utiliteiten in 2030 t.o.v. 2014.
Industrie & Land- en tuinbouw (Geen onderdeel van de RES 1.0)
•
Richting de RES 2.0 kan er gekeken worden naar convenanten/afspraken met deze sectoren.
Verkennen van ambitie met bouwstenen
Wat hebben wij tot nu toe verkend en geleerd? •
Het grootste besparingspotentieel is voor de RES-regio te halen in de gebouwde omgeving en daarna mobiliteit, ondanks de verwacht groei van woningen van 30.000 in 2030
•
Voor de industrie en land- en tuinbouw wordt netto nauwelijks energiebesparing verwacht richting 2030 (KEV 2020)
•
Als mobiliteit 11% haalt en gebouwde omgeving 15%, dan wordt het doel bij gelijkblijvende industrie en land-/tuinbouw gehaald
•
Het lijkt een grote maar niet onrealistische opgave op 11% te besparen op mobiliteit en 15% in de gebouwde omgeving.
Verkenning bruto besparingspotentie tot 2030 door de oogharen heen Besparingspotentie in Holland Rijnland (TWh) 1,20
1,00
0,80
0,60
0,40
0,20
0,00 Woningen
Diensten
Mobiliteit Laag
Midden
Industrie
Landbouw
Hoog
De uitgebreide lijst is te vinden in de bijlage. Deze bouwstenen zijn hier bruto nog exclusief groei (bijvoorbeeld nieuwe woningen, meer inwoners, meer mobiliteit).
Besparingspotentie top 8 in Holland Rijnland voor 2030 2,5
Inschatting Besparingspotentie Holland Rijnland - TOP 8
Diensten Besparing op apparaten - diensten 1 1.5 2 %/jaar
2
Mobiliteit Vrachtvervoer elektrisch (% ladingtonkilometers) 5 10 20 % Diensten Ledverlichting - diensten 50 75 100 %
TWh
1,5
Diensten Besparing op warmte (door isolatie, betere aansturing/inregeling etc. ) - diensten 10 20 30 % Huishoudens Verwarming door warmtepompen - huishoudens 5 10 20 %
1
Mobiliteit % van vervoer met de auto elektrisch 10 20 30 %
0,5
Diensten Verwarming door warmtepompen/wko - diensten 5 10 20 %
0 Laag
Midden
Hoog
Inschatting besparingsbouwstenen in Energietransitiemodel voor 2030 (TWh)
Huishoudens Besparing op warmte (door isolatie, betere aansturing/inregeling etc. ) huishoudens 10 20 30 %
Deze bouwstenen zijn hier bruto nog exclusief groei (bijvoorbeeld nieuwe woningen, meer inwoners, meer mobiliteit). In het energietransitiemodel wordt het in zijn geheel bekeken.
Mogelijke bouwblokken voor CO2 en energiereductie mobiliteit In Holland Rijnland Verkenning van de effecten (CO2 en energie) van verschillende bouwblokken in verschillende gradaties Anders
3x meer vracht over water
25% meer treinen (i.p.v. met de auto) 2x meer bussen (i.p.v. met de auto) 2x meer fietsen (i.p.v. met de auto)
Slimmer
1% besparing door banden oppompen Gelijkblijvende passagierskilometers tot 2030 Gelijkblijvende vrachtkilometers tot 2030
Schoner
10% van vrachtwagens op groene waterstof 10% van vrachtwagens elektrisch %25 van de mobiele werktuigen elektrisch
%25 van de mobiele werktuigen elektrisch hybride 100% van de bussen elektrisch Elektrificatie auto's 25% Elektrificatie auto's 50% Elektrificatie auto's 100% 0%
10%
20%
CO2-reductie (kTon) t.o.v. 1990 - indicatief en o.b.v. groene stroommix
30%
40%
50%
Energiebesparing (TWh) t.o.v. 2014
60%
Samenbrengen bouwstenen, beleid en ontwikkelingen in middenscenario
Samenbrengen in middenscenario voor 2030 •
Het middenscenario voor 2030 komt voort uit: • Landelijk beleid • De bouwstenen vanuit besparing, warmte, mobiliteit en sessies over systeemintegratie. • Groei van 30.000 woningen
•
Het middenscenario is geen voorkeursscenario of voorgesteld scenario. Het geeft alleen inzicht in wat er nodig zou kunnen zijn om de besparingsdoelstelling van totaal 11% te halen in 2030 t.o.v. 2014
Inschatting effecten van landelijk beleid o.b.v. de Klimaat en energieverkenning 2020 Inschatting van effecten landelijk beleid (vastgesteld en voorgenomen) en economische trends op Holland Rijnland (TWh) 4,0 3,4
3,5 3,0
3,0
2,8
3,3 2,9
2,9
2,5 2,0 2,0
2,0
1,8
1,5 0,9
1,0
0,8
0,8
1,0 0,8
0,8
0,5 0,0 Mobiliteit
Woningen 2014
Utiliteiten/Diensten 2018 (ETM)
Landbouw
Industrie en overig (onbekend)
Vertaling landelijk beleid voor 2030
Belangrijk: De inschatting is gemaakt op basis van de Klimaat en energieverkenning van het PBL. Deze inschatting is nog exclusief 30.000 extra woningen in 2030 in Holland Rijnland.
Inschatting effecten van landelijk beleid en trends + extra regionale groei o.b.v. de Klimaat en energieverkenning 2020 Inschatting van effecten landelijk beleid (vastgesteld en voorgenomen) en economische trends op Holland Rijnland (TWh) 4,0
Inclusief 30.000 nieuwe woningen 3,4
3,5 3,0
3.3 3,0
2,8
3,3
3.2
2,9
2,5 2,0 2,0
2,0
1,8
1,5 0,9
1,0
0,8
0,8
1,0 0,8
0,8
0,5 0,0 Mobiliteit
Woningen 2014
Utiliteiten/Diensten 2018 (ETM)
Landbouw
Industrie en overig (onbekend)
Vertaling landelijk beleid voor 2030
Belangrijk: De inschatting is gemaakt op basis van de Klimaat en energieverkenning van het PBL. Er is i blauw een inschatting gemaakt 30.000 extra woningen in 2030 in Holland Rijnland. Aanname: De BENG woning heeft 75% van het energiegebruik van de gemiddelde woning nu.
Verkenning scenario’s die 11% besparing mobiliteit halen en 15% voor de gebouwde omgeving
Inschatting van energiebesparingsopgave per sector (TWh) 4,0 3,5
15% t.o.v. 2014
3,0
11% t.o.v. 2014
2,5 2,0
15% t.o.v. 2014
1,5 1,0 0,5 0,0 Mobiliteit
2014
Woningen
2018 (ETM)
Utiliteiten/Diensten
Huidig midden scenario (TWh)
Mogelijke bouwblokken die de voorgestelde doelstellingen behalen Ter indicatie, gezamenlijk halen de onderstaande bouwblokken (samen met staand beleid) 24% CO2reductie t.o.v. 1990 en 13% energiebesparing t.o.v. 2014.
Additionele bouwblokken bovenop vastgesteld en voorgenomen beleid in RES scenario Holland Rijnland 2030 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% Elektrificatie Verdubbeling Stabiel houden Verdriedubbeling personenvervoer volgens fietskilometers passagierskilometers vrachtvervoer via water investeringscenario (verschuiving auto naar ondanks groei inwoners, Liander (van 10% naar fiets) d.m.v. stimulering 24%) thuiswerken. Energiebesparing t.o.v. 2018
CO2 besparing t.o.v. 1990
Banden oppompen
Verkenning doelstelling woningen/huishoudens Concept bouwstenen additioneel t.o.v. landelijk beleid, deze werken wij nog uit en komen in het Energietransitiemodel
Warmtevraag ontwikkeling Startanalyse (woningen) 3,0
•
30.000 nieuwe woningen gebouwd volgen BENG
•
Naar minimaal label D in 2030 levert 20% besparing op de warmtevraag in de huishoudens. (PBL, startanalyse)
• •
•
2,5
TWh
2,0 1,5 1,0 0,5
Technologiekeuzes voor 2030 in de Transitie Visies Warmte dragen bij aan besparing Zonthermie op dak kan tot wel 30% van de warmtevraag leveren (CE Delft, 2020), tot 2030 3% van de daken zonthermie Verder zijn er nog effecten van klimaat op warmte (en koelingsvraag), besparing op elektriciteitsvraag door appraten met een hoger label, ledverlichting en gedragsverandering zoals het uitzetten van de kachel ‘s nachts.
0,0 2019
2030 Referentie
D+ strategie
LN strategie
B+ strategie
Energiebesparing, met name door gedrag, beklijft op ca. 25% (DUWO, 2017)
Verkenning doelstelling utiliteiten Concept bouwstenen additioneel t.o.v. landelijk beleid leveren nu ca. 21% besparing in t.o.v. 2014: •
Ca. 22% besparing op warmte. Wellicht door minimaal label B in 2030 (label C is al verplicht in 2023)
•
Tot 2030 ca. 3% van de daken zonthermie. Zonthermie op dak kan tot wel 30% van de warmtevraag leveren (CE Delft, 2020)
•
Het effect van klimaat op warmte (en koelingsvraag) aanname 1 graden warmer in 2030
•
Zit nog niet in het scenario: Besparing op elektriciteitsvraag (apparaten), led en gedrag zit nog niet in het integrale scenario. Ledverlichting kan 10% besparing opleveren op totale energiegebruik diensten
Bijlagen: Methode en inzichten
Gemeentelijk zijn er verschillen in behaalde energiebesparing, waar sommige gemeentes energie besparen, daar stijgen andere in energiegebruik. • •
De gemeenten hebben allemaal een forse energiebesparing sinds 2010, gemiddeld was dit 9%. Sinds 2014 zijn sommige gemeenten netto gegroeid in energiegebruik en andere gedaald
Verschil energiebesparingtrend 2010-2018 en 2014-2018 (negatief = groei van het energiegebruik) 25%
21%
20% 15%
11%
10%
5%
3%
7%
5%
6%
6%
-2%
-4%
-4%
11%
9%
8% 4%
7% 2%
1%
0%
0% -5%
15%
15%
-2%
7% 0%
9% 5%
2%
-2%
0%
-10%
% energiebesparing tussen 2010-2018
% energiebesparing tussen 2014-2018
Bron: De Klimaatmonitor
32
Inzichten top-down monitoring De grootste netto besparing komt uit de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010. Ontwikkeling energiebesparing per gemeente vs. groei woningbouw 20% 18% 16% 14%
12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%
Energiebesparing Gebouwde Omgeving
Bron: De Klimaatmonitor
Groei woningbouw relatief
Inzichten top-down monitoring De grootste netto besparing komt uit de gebouwde omgeving, ondanks dat er 25.000 woningen bij zijn gekomen sinds 2010. • De gebouwde omgeving heeft in bijna elke gemeente de grootste energiebesparing geleverd
Energiebesparing per gemeente per sector tussen 2010-2018 in GWh (=1/1000 TWh) - negatief betekent groei in energiegebruik 200 150 100 50 0 -50
Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen, excl. elektr. railverkeer) Landbouw, bosbouw en visserij (gas en elektr.) Gebouwde Omgeving Industrie, Energie, Afval en Water (excl. gasgebruik energieproductie)
Bron: De Klimaatmonitor
Inzichten top-down monitoring Terwijl het energiegebruik in de gebouwde omgeving is gedaald is bijna overal een groei in het energiegebruik van mobiliteit Ontwikkeling energiebesparing per gemeente (2010-2018), negatief = groei van energiegebruik 18%
20%
15%
15% 9%
10% 5%
15%
13%
2%
10%
9%
12%
11%
10%
10%
10%
7%
0%
0% 0%
-5% -10%
-7%
-6%
-4% -7%
-4%
-5%
-4%
-3% -5%
-9%
-15%
Verkeer en vervoer (incl. auto(snel)wegen)
Bron: De Klimaatmonitor
Energiebesparing Gebouwde Omgeving
Methode Modelering van 2030
Klimaat- en energieverkenning (PBL) als basis voor Nationale en Europese ontwikkelingen
Het Energietransitiemodel.nl omvat alle sectoren. Zowel gelijktijdige groei als krimp van de vraag zijn in samenhang te kwantificeren.
Basisscenario
Regionaal significante afwijkingen met input uit de uitvoeringslijnen, denk aan: o Woningbouw o Warmtevraagontwikkeling o Mobiliteitsontwikkeling o Opwek
Overzicht bouwstenen in figuur besparingspotentie
Bouwstenen energiebesparingsp otentie Naam energiebesparingsbouwsteen
Mobiliteit
% van vervoer met de auto elektrisch % van vervoer met bussen elektrisch Meer fietsen Vrachtvervoer elektrisch (% ladingtonkilometers) Besparing op warmte (door isolatie, betere Huishoudens aansturing/inregeling etc. ) - huishoudens Verwarming door warmtepompen - huishoudens Ledverlichting - huishoudens Besparing op apparaten - huishoudens Gebouwen/Dienste Besparing op warmte (door isolatie, betere n aansturing/inregeling etc. ) - diensten Verwarming door warmtepompen/wko - diensten Ledverlichting - diensten
Inschatting besparingsbouwstenen in Energietransitiemodel voor 2030 (TWh) Ranking
Bandbre edte
Eenhe Laag Midden Hoog id Laag Midden Hoog 10 20 30% 0.10 0.20 0.30 10 50 100% 0.00 0.02 0.03 8.6 12.9 17.2% 0.00 0.10 0.20 5 10 20% 0.02 0.04 0.09
3 14 6 8
10 5 50 0
20 10 75 10
30% 20% 100% 20%
0.23 0.06 0.03 0.00
0.46 0.12 0.05 0.04
0.69 0.24 0.07 0.08
1 4 13 12
10 5 50
20 10 75
0.06 0.09 0.10
0.11 0.17 0.15
0.22 0.34 0.20
5 2 6
Besparing op apparaten - diensten
1
1.5
0.05
0.07
0.09
8
Industrie
Besparing industrie (nationale trend)
0.0
0.5
0.00
0.05
0.08
10
Landbouw
Besparing landbouw (nationale trend) Totale energiebesparingspotentie in TWh
0.0
0.5
30% 20% 100% %/jaa 2r %/jaa 1.0 r %/jaa 1.0 r
0.00 0.7
0.03 1.5
0.08 2.6
11