CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

20251030 Beantwoording vooraf gestelde vragen gemeenteraad d.d. 17 november inzake 10e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Kaag en Braassem 2012

Gemeenteraad 17 november 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 10e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Kaag en Braassem 2012.1.119 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

: maandag 17 november 2025 : Gemeenteraad : N.N.B. : 10e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Kaag en Braassem 2012 Vraag 1: Wil het College het Model-APV van de VNG, inclusief toelichting, met de raad delen? Antwoord: Hierbij ontvangt de raad de Model-APV, inclusief toelichting. Gezien de vertrouwelijkheid zijn deze bijlagen alleen voor raadsleden bedoeld en mogen deze niet extern worden gedeeld. Vraag 2: Kan het College bevestigen dat de geluidsniveaus die op pagina 8 en 29 van de integrale tekst van de APV worden genoemd, geen verband houden met de artikelen 4:5b en 4:5d? Antwoord: De geluidsniveaus die worden genoemd op pagina 8 en 29 van de APV staan geheel los van de artikelen 4:5b en 4:5d. Op pagina 8 staat beschreven welk geluid er mag worden geproduceerd tijdens een klein evenement waarbij er geen evenementenvergunning verleend is. Op pagina 29 staat beschreven welk geluid er mag worden geproduceerd bij een groter evenement waar wel een evenementenvergunning voor verleend is. Beide geluidsniveaus, zoals benoemd in de integrale tekst, hebben betrekking op geluid tijdens een evenement. De artikelen 4:5b en 4:5d gaan over gedragingen in de open lucht die los staan van evenementen of activiteiten.

Vraag 3: Kan het College bevestigen dat zolang op basis van artikel 4:5b, derde en vierde lid, geen gebieden, wateren of de gehele gemeente zijn aangewezen met bijbehorende geluidsvoorschriften, er geen objectieve norm bestaat voor wat als “geluidshinder” geldt? Antwoord: Het College kan bevestigen dat, zolang er geen specifieke gebieden of wateren zijn aangewezen met bijbehorende geluidsvoorschriften op basis van artikel 4:5b, derde en vierde lid, er geen gedetailleerde, objectieve norm is vastgelegd voor wat precies als "geluidhinder" wordt beschouwd. Artikel 4:5b stelt het verbod vast om geluidsapparaten, toestellen of machines buiten een inrichting in de openlucht in werking te hebben, maar de bepaling laat ruimte voor het College om gebieden aan te wijzen waar specifieke geluidsvoorschriften van toepassing zijn. Dit betekent dat, zonder zo'n aanwijzing, de beoordeling van geluidhinder per situatie kan verschillen en afhankelijk is van de omstandigheden, zoals de aard van de activiteit en de mate van overlast voor de omgeving. 1

Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Vraag 4: Klopt het dat artikel 4:5b uitsluitend ziet op gedragingen in de openbare ruimte en dat de reikwijdte zich niet uitstrekt tot het privédomein van inwoners, aangezien de APV niet in strijd mag zijn met hogere wetgeving? Antwoord: Dit klopt niet want artikel 4:5b heeft niet uitsluitend betrekking op de openbare ruimte, maar ook op geluidhinder in de openlucht. Dit betekent dat de bepalingen ook kunnen gelden voor geluiden die van een privédomein afkomen en overlast veroorzaken in de openbare lucht, bijvoorbeeld wanneer geluid vanuit een tuin, balkon of privéterrein zich verspreidt naar de omliggende omgeving. Het artikel richt zich dus op geluidhinder die de omgeving in de openlucht kan beïnvloeden, ongeacht of het geluidsapparaat zich in de openbare ruimte of op privédomein bevindt. Dit sluit echter niet uit dat de APV altijd in overeenstemming moet zijn met hogere wetgeving, zoals de Grondwet en het Burgerlijk Wetboek, wat betekent dat handhaving van dit artikel in privédomeinen enkel mogelijk is wanneer er sprake is van geconstateerde overlast.

Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Vraag 5: Is de overlast door muziek uit de tuin van een buurman, die in het raadsvoorstel als voorbeeld wordt genoemd, niet al geregeld via artikel 151d Gemeentewet en artikel 2:79 APV (woonoverlast)? Antwoord: Nee. Artikel 2:79 APV moet als een “ultimum remedium”, dus als laatste redmiddel, worden beschouwd. Deze bevoegdheid mag pas worden uitgeoefend als de overlast niet op een andere geschikte wijze met succes kan worden tegengegaan. Ook moet de geconstateerde hinder kunnen worden geclassificeerd als “ernstig en herhaaldelijk”. De burgemeester gebruikt haar bevoegdheid op grond van artikel 2:79 APV dus niet als het gaat om slechts één incident, maar uitsluitend als het gaat om zeer extreme gevallen. Vraag 6: Is de overlast door een persoon onder invloed met een box in de openbare ruimte, eveneens genoemd in het raadsvoorstel, niet al geregeld via artikel 2:47 APV of via strafrechtelijke bepalingen over openbare dronkenschap? Antwoord: Hoewel artikel 2:47 APV inderdaad overlast op openbare plaatsen verbiedt, is dit artikel meer gericht op algemeen hinderlijk gedrag, zoals het zich ophouden op ongeschikte plaatsen of ander gedrag dat overlast veroorzaakt voor omstanders. Het gaat dus breder dan alleen geluidhinder en richt zich op de verstoring van de openbare orde in het algemeen, bijvoorbeeld wanneer iemand zich hinderlijk gedraagt in de openbare ruimte.

Artikel 4:5b APV, daarentegen, is specifiek gericht op geluidhinder in de openlucht. Dit betekent dat wanneer een persoon onder invloed is en een geluidsbox meeneemt, dit zowel onder artikel 2:47 kan vallen (bijvoorbeeld als het gedrag hinderlijk of verstorend is) als onder artikel 4:5b (wanneer het geluid zelf als hinderlijk wordt ervaren). De 2

specifieke regeling voor geluidhinder in artikel 4:5b biedt dus een extra mogelijkheid om gericht op geluidsoverlast op te treden, ook als de overlastgever niet onder invloed is. Strafrechtelijke bepalingen over openbare dronkenschap kunnen ook een rol spelen wanneer het gedrag van de persoon zich uit in een verstoring van de openbare orde, maar artikel 4:5b richt zich expliciet op de hinder die geluid kan veroorzaken, ongeacht de staat van de persoon. Datum: dinsdag 14 oktober 2025

Indiener: VVD - Möllers (Roy)

Vraag 7: Acht het College het niet wenselijk om in beleid of in de APV zelf vast te leggen dat alleen wordt opgetreden bij duidelijk objectieve, herhaaldelijke of disproportionele geluidsoverlast, zodat niet op elke subjectieve klacht hoeft te worden gehandhaafd? Antwoord: Het College begrijpt het belang van duidelijke en objectieve criteria voor het optreden tegen geluidsoverlast. Tegelijkertijd wordt erkend dat elke melding van geluidhinder zijn eigen context kent. Daarom kiest het College voor een aanpak waarin maatwerk dan centraal staat. Dit betekent dat per situatie zorgvuldig kan worden afgewogen welke interventie passend is. In gevallen waar de geluidsoverlast duidelijk, herhaaldelijk of disproportioneel is, zal handhaving gericht zijn op het aanpakken van de daadwerkelijke overlast. Hoewel het wenselijk is om objectieve criteria te hanteren, is het belangrijk te realiseren dat geluidsoverlast vaak afhankelijk is van de specifieke omstandigheden zoals de omgeving en de betrokkenen. Door een flexibele benadering te hanteren, kan het College ervoor zorgen dat iedereen zich gehoord voelt en er effectief iets aan de overlast wordt gedaan.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=099aa96a-d0df-4097-beca-e9fbd1421218