20251010 Beantwoording Vooraf gestelde vragen fractie D66 inzake TAM-omgevingsplan Herenweg 136 Woubrugge
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt Datum: vrijdag 10 oktober 2025
Indiener: D66 - Zwaaneveld (Carsten)
: maandag 13 oktober 2025 : Hoorzitting Omgevingsplannen :5 : TAM-omgevingsplan ‘Herenweg 136, Woubrugge’ Vraag 1: In de achterliggende stukken staat dat zowel de normen voor geur als geluid overschreden worden, maar zien wij geen duidelijke mitigerende maatregelen om toekomstige bewoners schoon en veilig van huis en tuin te laten genieten (zoals met de dove gevel aan de jongerenstudio’s iets verderop wel gebeurde). In het raadsvoorstel staat evenwel dat het college van oordeel is dat voldaan is aan de in het principeverzoek gestelde voorwaarde dat de ontwikkeling milieuhygiënisch inpasbaar moet zijn. Graag ontvangen wij de onderliggende (belangen)afweging. Antwoord: Geluid Terecht wordt de vergelijking met de geplande jongerenhuisvesting op Woudsedijk-Zuid 22 gemaakt. Hier was echter de geluidsbelasting dusdanig hoog, dat zelfs de maximale ontheffingswaarde van 63 dB overschreden werd en er dus met dove gevels gewerkt moest worden in het ontwerp. In het geval van dit plan is de maximale geluidsbelasting 53 dB. Dat is dus significant lager dan bij de locatie Woudsedijk-Zuid 22 en dus zijn mitigerende maatregelen zoals een dove gevel niet nodig. Wel is er een hogere waardenbesluit genomen door de Omgevingsdienst, maar dat komt zeer regelmatig voor en is dus geen uitzondering.
Wel zal er ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning nog aangetoond moeten worden dat er aan het juiste binnenniveau (maximaal 33 dB) voldaan wordt, door het toepassen van gevelwering die het geluid met minimaal 25 dB reduceert dus. Dit is verankerd is artikel 7.3.5 van de regels van het TAM-omgevingsplan. Voor een uitgebreide toelichting wordt volledigheidshalve verwezen naar paragraaf 5.3 van de toelichting van het TAM-omgevingsplan. Geur Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer de (op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dan wel een geurverordening geldende) geurnorm wordt overschreden, dit niet per definitie inhoudt dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. In deze situatie wordt, net als bij het plan voor de jongerenhuisvesting op Woudsedijk-Zuid 22, de voorgrondbelasting aanvaardbaar geacht. De geurbelasting kan namelijk niet verder toenemen, omdat reeds sprake is van een overbelaste situatie. De geursituatie zal op de lange termijn juist alleen maar verbeteren door strengere eisen aan stallen zodra er wijzigingen aan het agrarisch bedrijf voorzien zijn of wellicht ooit zelfs volledige bedrijfsbeëindiging. Voor een uitgebreide toelichting wordt volledigheidshalve verwezen naar paragraaf 5.2 van de toelichting van het TAM-omgevingsplan.
1