20240705 Beantwoording vooraf gestelde vragen D66 inzake Richtnota 2025
Tekst van het document
Vooraf gestelde vragen Vergadering d.d. Soort vergadering Nummer agendapunt Titel agendapunt
: maandag 24 juni 2024 : Visie en Advies :7 : Richtnota 2025
Datum: Fractie: Vraag 1: 24 juni D66 2024 Eerdere vraag: Wat is het effect van strenger aan de voordeur? Mensen die tot nu toe recht hadden op WMO hebben dat straks niet? Kan het college voorbeelden geven? Antwoord college: Voorbeelden zijn: • Strenger het verhuisprimaat toepassen als iemand een grote woningaanpassing heeft • Strenger sturen op het gebruik van de Regiotaxi (alleen sociaal recreatief vervoer vergoeden) • Geen hulp bij het huishouden toekennen ter ontlasting van mantelzorgers • Meer sturen op inzet van netwerk/mantelzorg Onze aanvullende vragen hierover: 1.1. Wat valt onder grote woningaanpassing? 1.2. Klopt het dat de Regiotaxi nu ook ingezet kan worden voor bijv. zorg- en ziekenhuisafspraken? Zo ja, is er een (regio)alternatief als er, zoals voorgesteld, alleen sociale en recreatieve ritten worden vergoed? Diensten als automaatje en de Spil zijn toch alleen lokaal? 1.3. Geen hulp bij huishouden toekennen ter ontlasting mantelzorgers: hoeveel ‘besparing in €’ levert dit op? Staat dit niet haaks op inzet van mantelzorgers en om te voorkomen dat er meer kosten elders zijn door bijv. overbelaste mantelzorgers? Hoe wordt overbelasting tegengegaan? Antwoord: 1.1 Woningaanpassingen hoger dan € 7.500 volgens de verordening artikel 20. 1.2 Het klopt dat de regiotaxi gebruikt kan worden voor de zorg- en ziekenhuisafspraken.
De combibus van de Spil is inderdaad voor de korte ritjes en is niet geschikt voor zorg- en ziekenhuisafspraken. ANWB automaatje kan wel voor de zorg- en ziekenhuisafspraken ingezet worden. Dit omdat de chauffeur daadwerkelijk mee naar binnen gaat en wacht, indien de tijd het toelaat, tot de afspraak klaar is. Daarnaast kunnen inwoners voor zorg- en ziekenhuisafspraken de reguliere taxi gebruiken. 1.3 Dit betreft huishoudelijke ondersteuning thuis bij de mantelzorger en niet thuis bij de zorgvrager. Indien de zorgvrager op basis van zijn hulpvraag, aandoening en beperking een indicatie krijgt voor huishoudelijke ondersteuning blijft deze staan en wordt de mantelzorger 1
ontlast. Echter zullen we de aanvragen voor huishoudelijke ondersteuning bij de mantelzorger thuis, waar geen zorgvraag is, niet toekennen.
Datum: Fractie: Vraag 2: 24 juni D66 2024 Eerdere vraag: Wat wordt verstaan onder “Vereenvoudigen/versmallen toezicht en het cliëntervaringsonderzoek”? Antwoord college: We hebben als gemeente een toezichthoudende taak op de uitvoering van de Wmo. Hiervoor hebben we samen met Alphen en Nieuwkoop een toezichthouder aangesteld (met daarachter back up), die proactief toezicht uitoefenen. We kunnen dit minder intensief maken (en daarmee goedkoper) door alleen reactief toezicht uit te voeren (dus bij incidenten en/of duidelijke fraudesignalen). Het Cliëntervaringsonderzoek dat we nu uitvoeren is een doorlopend ceo. We kunnen dit vereenvoudigen en terugbrengen tot een (beperkt) onderzoek, 1 keer per jaar. Voor zowel toezicht als het ceo zijn we nu gebonden aan contractuele afspraken. We moeten onderzoeken hoe snel we deze afspraken kunnen wijzigen/beëindigen. Onze aanvullende vragen hierover: 1.1. Waar valt klachtenafhandeling onder? Onder ‘incidenten’? 1.2. Cliëntervaringsonderzoek (ceo) is ontzettend belangrijk. De gemeente moet namelijk weten wat de mening en klachten zijn om zsm bij te sturen. In hoeverre wordt dit bijsturingsproces beïnvloedt als er geen doorlopend ceo meer is? Doorlopend ceo is wellicht niet nodig, maar 1x een beperkt onderzoek is wel erg mager.
Wat wordt er precies onderzocht? Hoe denkt u over dit 2x per jaar te doen? Of 1x per jaar (in december), maar dan wel uitgebreid? Antwoord: 1.1. Een klacht kan over een incident gaan, maar dit hoeft niet. Of een klacht door de toezichthouder wordt behandeld hangt af van de aard van de klacht. 2.1. In een Wmo clientervaringsonderzoek worden met name 3 thema’s onderzocht: de vindbaarheid van de toegang, de kwaliteit van de ondersteuning, en de effecten van de ondersteuning op het leven van de inwoner. Uit een doorlopend onderzoek kan er over het algemeen meer sturingsinformatie gehaald worden dan uit een eenmalig onderzoek. Het vereenvoudigen van het clientervaringsonderzoek kan daardoor leiden tot minder sturingsinformatie. Er zijn meerdere onderzoeksmethodes mogelijk
2
om alsnog te zorgen voor voldoende sturingsinformatie. Hier zal verder onderzoek naar gedaan moeten worden.
Datum Fractie Vraag 3: : : Nieuwe vraag m.b.t. bijlage 1 (gemeentefonds circulaire): 24 juni D66 Onder sociale basisvoorzieningen, onder Maatstaven waarop de 2024 uitkeringsfactor n.v.t. is, staat bij post 351 LHBT emancipatiebeleid: €0. Kunt u dat toelichten? Betekent dit dat er geen geld bestemd is voor LHBTQIA+ beleid of maatregelen of dat wij geen specifiek LHBTQIA+ beleid voeren? Antwoord: Dit betekent dat het Rijk geen middelen beschikbaar stelt aan de gemeente Kaag en Braassem voor het uitvoeren van LHBTI beleid. De 54 door het Rijk benoemde Regenboogsteden ontvangen hier wel middelen voor (zie pagina 14 van de decembercirculaire voor meer informatie). https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2023/12/05/decembercir culaire-gemeentefonds-2023
3