CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

20240229 r_NL.IMRO.1884.BPZWARTEWEG8-VAS1

Gemeenteraad 18 maart 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Bestemmingsplan Zwarteweg 8, Oud Ade.6.761 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan (Regels)

Zwarteweg 8, Oude Ade Gemeente Kaag en Braassem

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.1884.BPZWARTEWEG8-VAS1

Datum:

29 februari 2024

Kenmerk:

430-BPOA

ir. wim klaassen – ARCHITECT Zwarteweg 6a 2374 BA Oud Ade

2

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ..................................................................................................................................... 4 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................................................................... 4 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................................................................... 13

2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 15 Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden ......................................................................... 15 Artikel 4 Wonen ...................................................................................................................................................... 17 Artikel 5 Waarde - Archeologie - 1 .......................................................................................................................... 20 Artikel 6 Waterstaat - Waterkering ......................................................................................................................... 22

3 Algemene regels .................................................................................................................................... 23 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................... 23 Artikel 8 Algemene bouwregels .............................................................................................................................. 23 Artikel 9 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................................... 24 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................... 24 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels ...................................................................................................................... 25 Artikel 12 Overige regels ......................................................................................................................................... 25

4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 26 Artikel 13 Overgangsrecht ....................................................................................................................................... 26 Artikel 14 Slotregel .................................................................................................................................................. 26

3

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan Zwarteweg 8, Oude Ade als vervat NL.IMRO.1884.BPZWARTEWEG8-ONT1 van de gemeente Kaag en Braassem;

in

het

GML-bestand

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar in gevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan-huis-gebonden beroep de uitoefening van een beroep door de bewoner op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied in een woning of bijgebouw, waarbij de woning overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.6 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,0 m van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; nader te onderscheiden in: a.

b.

c. d.

grondgebonden veehouderij: het, geheel of nagenoeg geheel op open grond, houden van melk en ander vee alsmede het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate is toegestaan; akker- en vollegronds tuinbouw: de teelt van gewassen op open grond met uitzondering van bosbouw, sier- en bollenteelt, echter met insluiting van een- en tweejarige sierteeltgewassen op open grond (zoals zonnebloem, asters en papavers); glastuinbouw: de teelt van tuinbouw- of siergewassen geheel of nagenoeg geheel met behulp van kassen; fruitteelt: de teelt van fruit op open grond, onder fruitteelt wordt mede verstaan het plant van hagen rondom fruitteelt percelen,

4

e.

f.

g. h. i.

intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en geheel of nagenoeg geheel zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel, of scharrelpluimvee en – varkens; sierteelt: de teelt van siergewassen, alsmede van sierstruiken en sierbomen al dan niet met behulp van ondersteunend glas, tijdelijke kweek tunnels, recirculatie bassins en planttafels doch zonder groot- of detailhandel in sierteeltgewassen; bollenteelt: de teelt van bollen; bosbouw: de teelt van bomen voor de houtproductie; intensieve kwekerij: het kweken van gewassen of vissen, zonder of nagenoeg zonder gebruikte maken van daglicht.

1.8 agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd een agrarisch bedrijf met een omvang, passend bij minder dan een halve arbeidskracht.

1.9 ambachtelijk bedrijf een bedrijf dat gericht is op het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk, vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen als ook de verkoop en / of het leveren – als ondergeschikte nevenactiviteit – van goederen die verband houden met het ambacht zoals een kaasmakerij.

1.10 ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten het bewerken van agrarische producten die afkomstig zijn van het eigen bedrijf of vanuit de streek, voor zover deze karakteristiek zijn voor de streek.

1.11 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.12 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.13 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.

1.14 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.15 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.16 bed & breakfast het verstrekken van logies met ontbijt binnen de (bedrijfs-)woningen bijbehorende bij gebouwen of het hoofdgebouw.

5

1.17 bedrijf een inrichting, onderneming of instelling gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen, dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.18 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen legale afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan totstand zijn gekomen of totstand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.19 bestaande bouwwerken bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn of (mogen) worden gebouwd krachtens een rechtsgeldig verleende omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een bouwvergunning.

1.20 bestaand gebruik het op het tijdstip van het in werking treden van het plan legaal aanwezige en/of vergunde gebruik.

1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.23 Bevi-inrichtingen bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.24 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.25 bijbehorende bouwwerken hieronder worden begrepen: aanbouw/uitbouw: een aan een hoofgebouw aangebouwd gebouw dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden en door zijn verschijningsvorm een ondergeschikte bouwmassa vormt; bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

6

1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.28 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is.

1.29 bouwperceel een aan een gesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.30 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel.

1.31 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarin gevolgede regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.32 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.33 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk, gebied of landschapselement toegekende waarde in verband met ouderdom, gaafheid, zeldzaamheid en herkenbaarheid vanuit historisch oogpunt in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden (bodem, water, terreinvormen).

1.34 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst, achter de goothoogte.

1.35 dakopbouw een uitbreiding van het hoofdgebouw als zijn de vergroting van de bestaande ruimten, niet op de begane grond.

7

1.36 deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen in zake land- en tuinbouw, cultuurhistorie, landschap, natuur en/of archeologie.

1.37 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

1.38 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen.

1.39 dierenpension een tijdelijke opvangplaats voor huisdieren, waar het dier na verloop van tijd weer wordt opgehaald door de eigenaren, bijvoorbeeld na vakantie.

1.40 erf- en terreinafscheiding een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein.

1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.42 geluidsgevoelige objecten woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

1.43 gevoelige functies ten opzichte van landbouwbedrijven en kassen gevoelige functies, zoals opgenomen in artikel 8 lid 3, onderverdeeld in de volgende categorieën: a.

b.

c.

d.

objecten categorie I: 1. bebouwde kom met stedelijk karakter; 2. ziekenhuis, sanatorium en internaat; 3. objecten voor verblijfsrecreatie; objecten categorie II: 1. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving; 2. objecten voor dagrecreatie; objecten categorie III: 1. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woon- of recreatiefunctie verleend; objecten categorie IV:

8

1.

e.

woning behorend bij een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waar 50 of meer varkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn; objecten categorie V: 1. woning, behorend bij een veehouderij waar 50 of meer varkeneenheden op grond van een vergunning aanwezig mogen zijn.

1.44 hobbymatige agrarische activiteiten het gebruiken van gronden voor het hobbymatig houden van vee en / of telen van agrarische producten, zonder dat sprake is van een agrarisch bedrijf.

1.45 hobbykas een gebouw, dat geheel of vrijwel geheel bestaat uit glas of ander doorzichtig materiaal en dat dient voor het hobbymatig telen van planten.

1.46 hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.47 kampeermiddelen een niet als een bouwwerk aan te merken, seizoensgebonden verblijfsrecreatief onderkomen, zoals tenten en toercaravans.

1.48 kantoor voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.49 kas bouwwerk van glas of ander lichtdoorlatend materiaal, met een hoogte van 1,5 m of meer boven het maaiveld, ten behoeve van teelt van gewassen.

1.50 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.51 kleinschalige natuurontwikkeling de aanleg van kleine elementen zoals rietlandjes, schraallanden, moerasjes, plas-draszones, open wateren bosschages van een zeer beperkte omvang ten behoeve van de natuur.

9

1.52 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van bodem, waterhuishouding, terrein vormen, levende natuur en het menselijk grondgebruik in onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding.

1.53 levensloopbestendige woning een woning welke geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus welke ook rolstoeltoegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking, waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer met toilet) zich op dezelfde bouwlaag moeten bevinden en/of bereikbaar zijn middels een (trap)lift. Daarnaast dienen alle primaire leefruimten inpandig drempelvrij toegankelijk te zijn en dienen de deurkozijnen een minimale breedte van 90 centimeter te hebben. Tevens dient de woning drempelvrij toegankelijk te zijn vanuit het aansluitende terrein.

1.54 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en / of fauna in relatie met de bijbehorende abiotische randvoorwaarden (bodem, water, terreinvormen).

1.55 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.

1.56 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.57 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.

1.58 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.59 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een (overwegend) gesloten dak.

1.60 paardenbak/buitenrijbaan een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijdactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining ten behoeve van het berijden, trainen en/of africhten van paarden.

10

1.61 pand de kleinste bij de tot stand koming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.62 peil a. b.

ten opzichte van gebouwen, waar van de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdingang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

1.63 perceel gronden die bij elkaar horen, omdat zij aan elkaar grenzen en in het gebruik een eenheid vormen, doordat zij uitsluitend bij hetzelfde bedrijf, dezelfde woning of instelling behoren.

1.64 praktijkuitoefening het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, (para)medisch, therapeutisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

1.65 rooilijn a. b.

de grens tussen de het bouwvlak en het bestemmingsvlak; in overige gevallen; de lijn evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de voorgevel van het gebouw(niet zijnde een bijgebouw) dat het dichtst bij de weg is gelegen dan wel (indiende voorgevel niet evenwijdig is aan de weg) de lijn evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van zij- en voorgevel van het gebouw (niet zijnde een bijgebouw) dat het dichtst bij de weg is gelegen.

1.66 ruwvoedergewassen gewassen, zoals olifantengras, maïs, voederbieten, luzerne, die in de volle grond worden geteeld en waarvan de opbrengst is bestemd als voer voor landbouwhuisdieren, niet zijnde weidegras.

1.67 standplaats voor kampeermiddel Een gedeelte van een terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.

1.68 steiger een bouwwerk in en boven het water bedoeld als aanleg plaats voor vaartuigen (aanlegsteiger) of als kleinschalige dagrecreatieve voorziening, zoals een zwem- en/of vissteiger.

1.69 verblijfsmiddelen voor verblijf geschikte- al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken- voer- en vaartuigen, arken, caravans, tenten en andere soortgelijke constructies, voor zover geen bouwwerken en geen kampeermiddelen zijnde.

11

1.70 verkoop streekeigen producten het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf/in de regio zijn geteeld en hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf/in de regio zijn verwerkt of bewerkt.

1.71 vloeroppervlak voor (neven)activiteiten de totale oppervlakte van een (neven)activiteit, zoals een aan-huis-gebonden beroep, een ambachtelijke of nijverheidsactiviteit, een kapper-aan-huis, lesinstituut of (kleinschalige) horecagelegenheid met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen, keukens, toiletten en overige dienstruimten.

1.72 voorgevel de naar de weg of waterweg gekeerde zijde van een gebouw; indien meerdere gevels naar de weg of waterweg zijn gekeerd: de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt, zoals verbeeld in onderstaande figuur.

1.73 voorgevelrooilijn de lijn die - evenwijdig aan de openbare weg - in het verlengde ligt van de voorgevel van het gebouw, dat het dichtst bij de weg is gelegen, gebouwen kleiner dan 6 m² niet meegerekend.

1.74 wgh-inrichting bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.

1.75 zomerseizoen de periode van 15 maart tot en met 31 oktober.

1.76 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouwen gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

12

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:

2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3 Breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.

2.4 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, mits de goot niet meer dan 75 cm loodrecht uitsteekt ten opzichte van de gevel.

2.5 Hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.6 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 Inhoud overkappingen, carports en daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken vanaf peil tot aan de buitenzijde van het dak en tussen de buitenwerkse maten van de draagconstructie, waarbij overstekken tot 0,75 meter niet worden meegeteld bij de berekening van de inhoud.

13

2.8 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken, het hart van de scheidingsmuren en/of de buitenwerkse maten van de draagconstructie, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein terplaatse van het bouwwerk.

2.9 Vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

2.10 Breedte, lengte en diepte van een steiger a. b. c.

Breedte: de afstand tussen de uiteinden van de steiger op het kortste deel; Lengte: de afstand tussen de uiteinden van de steiger op het langste deel, bij meerdere steigeronderdelen, het totaal van de verschillende lengten; Diepte: de afstand van de oever tot het uiterste punt van de steiger, gemeten loodrecht op de oever.

14

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c.

behoud en herstel van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden, bestaande uit de openheid, het verkavelingspatroon, de aanwezigheid van weidevogels en kenmerkende oever- en slootvegetaties het kweken van gewassen en het houden van dieren hobbymatige agrarische activiteiten

alsmede voor: d. e.

ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden; het hobbymatig houden van vee

met daaraan ondergeschikt: f. g.

kleinschalige natuurontwikkeling; voorzieningen zoals, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, bruggen, dammen, water een voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het bergen van water

met dien verstande dat: h.

erfontsluitingswegen ten behoeve van gronden anders dan gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden tevens zijn toegestaan, doch uitsluitend met een zo kort mogelijke lengte, met zo min mogelijk doorsnijding van het landschap.

3.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering terreinafscheidingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; bouwvlakken mogen geheel bebouwd worden; overigens geldt het volgende;

schuren, bergingen, werkruimten erf- en terreinafscheidingen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (geen erf- of terreinafscheidingen)

max. oppervlak

max. goothoogte

500 m²

6m

15

van

erf-

max. bouwhoogte 10 m 1,5 m 3m

en

3.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

faciliteiten ten behoeve van paarden, zoals paardenbakken, tredmolens, uitloopvoorzieningen en mestplaten, zijn niet toegestaan; het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; opslag van stoffen en producten die gevaar of milieuoverlast kunnen opleveren, is in geen geval toegestaan.

16

Artikel 4 Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

het wonen; in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen, hobbymatig agrarisch gebruik en ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten; tuinen en erven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf (silo)': bebouwing behorende bij een voormalig agrarisch bedrijfscomplex; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water(huishouding), steigers, insteekhavens en toegangswegen.

alsmede voor: f.

ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e. f.

woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het aantal toegestane woningen per bouwvlak bedraagt één, tenzij met de maatvoeringaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangeduid; voor zover is aangegeven mogen uitsluitend de woningtypen worden gebouwd: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen; 2. indien geen aanduiding is opgenomen: aaneengebouwde en geschakelde woningen; voor zover gebouwen niet op de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot deze grens ten minste 2 m te bedragen; bijgebouwen, aanbouwen en overkappingen bij de woning dienen ten minste 1 m terugliggend op de voorgevelrooilijn te worden gebouwd; overigens geldt de maatvoering uit de volgende tabel, tenzij met maatvoeringsaanduidingen in de verbeelding anders is aangeduid: max. inhoud

woningen (inclusief aanen uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen en overkappingen) * aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen behorende bij de woning

max. oppervlak

max. goothoogte 6m

max. bouwhoogte 10 m

50 m²

de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm tot een maximum van 4 m

5m

750 m³, tenzij met de maatvoeringsaanduiding 'maximum volume' anders is aangeduid

17

* vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen behorende bij de woning woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - woongebouw t.p.v. voormalige boerderij' erfen terreinafscheidingen: voor de voorgevelrooilijn - buiten het bouwvlak - elders overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (geen erfof terreinafscheidingen)

850 m³

3m

5m

6m

10 m

1m 1,5 m 2m 3m

met dien verstande dat g.

ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen – voormalig agrarisch bedrijf (silo)' afwijkende maatvoering geldt: 1. de maximum inhoud van de woning inclusief aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen is 1350 m³; 2. de maximum goothoogte is 6 m en de maximum bouwhoogte is 7,5 m.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Specifiek beeldbepalende bouwregels In verband met de ligging binnen het provinciaal vastgestelde Kroonjuweel Cultureel Erfgoed ‘Kagerplassen en Molens’ gelden eisen met betrekking tot zowel het behoud van de historisch gegroeide situatie als het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Derhalve dient voor het verkrijgen van omgevingsvergunningen voor de verschillende plandelen voldaan te worden aan de navolgende, in de toelichting op het bestemmingsplan omschreven uitgangspunten: a.

b.

c. d. e.

Het bestaande ‘clusterbeeld’, de samenhang in bebouwing, dient behouden en/of versterkt te worden door instandhouding van de hiërarchie in het ruimtelijk beeld, met: 1. het hoofdgebouw ter plaatse van de voormalige boerderij als karakteristiek hoofdvolume en, 2. de nieuw te bouwen vrijstaande woningen in hun architectonische uitwerking ondergeschikt aan en in materialisatie samenhang vertonend met het hoofdvolume. De nieuw te bouwen vrijstaande woningen dienen in vorm, materialisatie en maatvoering onderling samenhang te vertonen en te verwijzen naar de voormalige agrarische functie van het gebied door ze uit te voeren als eigentijdse ‘schuur-volumes’, met een relatief eenvoudig hoofdvolume, voorzien van een kap. Aanbouwen, (dak)-uitbouwen en dergelijke dienen in bijbehorende stijl te worden uitgevoerd. De bestaande wegenstructuur dient zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven De te verbouwen silo dient in zijn huidige autonome vorm herkenbaar te blijven.

18

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Algemeen a.

het oprichten van lichtmasten, lichtbakken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan

4.4.2 aan-huis-verbonden-beroep Gebruik van ruimen binnen de woning ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.

ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van - bij elkaar geteld - de woning en de bijgebouwen, tot ten hoogste 50 m², mag worden gebruikt voor het aan- huis-verbonden bedrijf; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd; het bedrijf dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; voor de activiteit is geen omgevingsvergunning milieu benodigd; er mag geen detailhandel, groothandel of horeca plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de aan-huis-verbonden activiteit.

4.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De bouw van woningen is slechts toegestaan wanneer wordt voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, in werking vanaf 1 januari 2024) art. 4.124 lid 4: "Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht."

4.4.4 Voorwaardelijke bepaling Een niet al bestaande woning mag uitsluitend in gebruik worden genomen nadat sloop van de agrarische opstallen heeft plaatsgevonden zoals omschreven in de toelichting van dit plan.

19

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 1 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

c.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in artikel 5 lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd 2. waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 3. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet 4. worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.

een bouwplan met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e.

het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of bouwhoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

20

5.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van artikel 5 lid 3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij artikel 5 lid 2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m², of; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, of; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning, of; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd, of; alledaags gebruik van de gronden en ten behoeve van de primaire bestemming betreft.

5.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 5 lid 3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a.

b.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

5.3.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door een of meer bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen indien het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

21

Artikel 6 Waterstaat - Waterkering 6.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor ‘Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor waterkeringen.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Dubbelbestemming Op de gronden mogen ten behoeve van de bestemming, zoals in artikel 6 lid 1 bedoeld, geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

6.2.2 Primaire bestemming Voor het bouwen op deze gronden ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen mag, met inachtneming van de voor de bestemming geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd conform een schriftelijke toestemming dan wel een watervergunning van het hoogheemraadschap van Rijnland. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Ten behoeve van de genoemde bestemming Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 6 lid 2.1, voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn in het kader van waterstaatsbelang.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in gronden met de bestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen: a. b. c. d.

ontginnen, ophogen, afgraven, bodemverhogen, egaliseren; aanbrengen opgaande beplantingen; aanleg van verharde wandel-, fiets- en ruiterpaden en (half-)verhardingen > 50 m2 (niet zijnde kavelpaden); dempen, graven, vergroten of herprofileren van waterlopen.

6.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 6.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c.

normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

6.4.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6 lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor het waterkeringsbelang, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1, niet onevenredig wordt of kan worden aangetast; ter beoordeling dient de aanvrager hiertoe een schriftelijk advies van het hoogheemraadschap aan te leveren.

22

3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. b. c.

mogen

in

afwijking

van

aanduidingen,

tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

8.2 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a.

b. c.

Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. In geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

8.3 Afstand gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten, zoals genoemd in 1.43 : Inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden

Inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden 50 m1)

Minimum afstand tot objecten 100 m1) categorie I en II Minimum afstand tot objecten 50 m1) 25 m1) categorie III, IV en V 1) Tenzij uit de 'Verordening geurhinder en veehouderij' vastgesteld d.d. 6 februari 2012 blijkt dat een andere afstand tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten in acht genomen moet/kan worden.

23

8.4 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. b. c. d.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen bouwvlakken; ondergrondse bouwwerken worden niet meegeteld bij bepaling van de inhoudsmaat van woningen; de onderkant van het bouwwerk (inclusief fundering) bedraagt ten hoogste 3,2 m onder het peil; het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder c, indien het hydrologisch belang niet wordt geschaad; hetgeen door de aanvrager wordt onderbouwd met een schriftelijk advies van het waterschap en de provincie;

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Milieuzone ruwvoeder 9.1.1 Gebruiksverbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - ruwvoeder' is de teelt van maïs/ruwvoeder niet toegestaan.

9.1.2 Afwijking van het gebruiksverbod Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 9 lid 1.1 , met inachtneming van het volgende: a. b.

de aanvrager dient met een schriftelijk advies van een landschapsdeskundige aan te tonen dat de teelt plaatsvindt op zodanige wijze dat deze geen invloed heeft op de bodemdaling; de teelt van maïs/ruwvoeder wordt verleend tot maximum 20% van de bedrijfsoppervlakte.

Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Overschrijding bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van regels hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. b.

afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

24

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels 11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

11.2 Waarde archeologie 11.2.1 Wijzigingsbevoegdheid voor verwijdering van de bestemming Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van een bestemming Waarde Archeologie geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. b.

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Artikel 12 Overige regels 12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 12.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren a.

b.

Voor zover in hoofdstuk 2 geen specifieke parkeernormen zijn opgenomen, dient bij het wijzigen van het bestaande gebruik en/of het bouwen op grond van de regels in hoofdstuk 2, voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de: 1. 'Nota Parkeernormen 2018', 2. of de rechtsopvolger daarvan, 3. of hetgeen in de parkeerbalans van de toelichting van dit plan is opgenomen. Van het bepaalde onder a. kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

25

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.

b.

c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Zwarteweg 8, Oude Ade'.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=bef033d5-1dda-4d99-8daf-de561373ffd6