CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.0425 Was-Wordt-lijst ontwerp-gewijzigde GR VRHM

Gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Zienswijze wijziging Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden.14.078 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-Wordt lijst herziening Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden In groen de nieuwe tekst. In rood de vervallen tekst. Versie 25 april 2024 Nr.

Huidige tekst (‘Was’)

Nieuwe tekst (‘Wordt’)

1

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1.

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, wordt in deze regeling verstaan onder:

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de Veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; b. de regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden; c. een deelnemende gemeente: een aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente; d. de politiechef: de politiechef van de eenheid Den Haag van de landelijke politieorganisatie, of het lid van de eenheidsleiding daartoe aangewezen namens de politiechef; e. GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. f. de minister: de minister van Veiligheid en Justitie g. de commissaris van de koning: de commissaris van de koning in de provincie Zuid-Holland h. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; i. district: regionale gebiedsindeling politie Eenheid Den Haag

a. Veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; b. regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden; c. deelnemende gemeente: een aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente; d. politiechef: de politiechef van de eenheid Den Haag van de landelijke politieorganisatie, of het lid van de eenheidsleiding daartoe aangewezen namens de politiechef; e. GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. f. geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer;

j. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester onderscheidenlijk respectievelijk de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

g. minister: de minister van Justitie en Veiligheid; h. commissaris van de koning: de commissaris van de koning in de provincie Zuid-Holland; i. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; j. colleges: colleges van burgemeester en wethouders; k. bestuur: het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden; l. Hecht: de Gemeenschappelijke Regeling Hecht; m. Meldkamerfunctie: het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen waarbij wordt gevraagd om acute inzet van brandweer, politie of Koninklijke marechaussee, en om inzet van ambulancezorg, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten; n. Meldkamer: de fysieke plaats waar de meldkamerfunctie wordt uitgevoerd; o. Ingestelde commissie: een commissie ingesteld op grond van artikel 27 van deze regeling. 2. Daar waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de gemeenteraad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

2

Artikel 2 Openbaar lichaam

Artikel 2 Openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: Veiligheidsregio Hollands Midden.

1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: Veiligheidsregio Hollands Midden. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is ingesteld op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s.

2. Het openbaar lichaam, hierna te noemen ‘de Veiligheidsregio’, is gevestigd te Leiden.

Pagina 2

3

3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Hollands Midden zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Veiligheidsregio’s.

2. Het openbaar lichaam, hierna te noemen ‘de Veiligheidsregio’, is gevestigd te Leiden.

Artikel 3 Bestuursorganen

Artikel 3 Bestuursorganen

De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:

De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:

a. het algemeen bestuur;

a. het algemeen bestuur;

b. het dagelijks bestuur;

b. het dagelijks bestuur;

c. de voorzitter.

c. de voorzitter.

Artikel 4 Belangen

Artikel 4 Belangen

De Veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:

De Veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:

a. de brandweerzorg;

a. de brandweerzorg;

b. de GHOR;

b. de GHOR;

c. de samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding;

c. de samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding;

d. de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing;

d. de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing.

3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Hollands Midden zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.

e. het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer.

5

Artikel 5 Taken en bevoegdheden

Artikel 5 Taken en bevoegdheden

1. Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde gemeenschappelijke belangen is de Veiligheidsregio belast van de uitvoering van de volgende taken en bevoegdheden:

1. Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde gemeenschappelijke belangen is de Veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en bevoegdheden:

a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;

a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;

Pagina 3

b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises;

b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises;

c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de brandweerzorg;

c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de brandweerzorg;

d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken. 2. Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in lid 1 gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in het genoemde lid aan het Openbaar Lichaam zijn opgedragen

6

d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken. 2. Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in het genoemde lid aan de Veiligheidsregio zijn opgedragen.

Artikel 6 Overige bevoegdheden en plichten

Artikel 6 Overige bevoegdheden en plichten

Waar in wettelijke regelingen, op grond waarvan de taken aan de Veiligheidsregio zijn overgedragen, bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en

Waar in wettelijke regelingen, op grond waarvan de taken aan de Veiligheidsregio zijn overgedragen, bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de Pagina 4

7

wethouders of de burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wettelijke regelingen anders bepalen een en ander behoudens hetgeen bepaald is in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wettelijke regelingen anders bepalen een en ander behoudens hetgeen bepaald is in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 7 Samenstelling

Artikel 7 Samenstelling

1. Het algemeen bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt; 3. Een burgemeester kan zich bij verhindering of ontstentenis laten vervangen door de loco-burgemeester.

8

2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt. 3. Een burgemeester kan zich bij verhindering of ontstentenis laten vervangen door de locoburgemeester.

Artikel 8 De werkwijze

Artikel 8 De werkwijze

1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien ten minste één vijfde van het aantal leden, onder opgaaf van redenen, schriftelijk daarom verzoekt.

1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien ten minste één vijfde van het aantal leden, onder opgaaf van redenen, schriftelijk daarom verzoekt.

2. Op het houden van de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 22 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

2. Op het houden van de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Ten aanzien van het houden van een vergadering achter gesloten deuren zijn de artikelen 23 tot en met 25 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4. De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en

3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Ten aanzien van het houden van een vergadering achter gesloten deuren zijn de artikelen 23 tot en met 25 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 4. De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en de Pagina 5

de coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het algemeen bestuur bij.

coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het algemeen bestuur bij.

5. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering van het algemeen bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

5. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering van het algemeen bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

6. De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. 7. De commissaris van de koning wordt uitgenodigd om bij de vergadering van het algemeen bestuur aanwezig te zijn.

9

6. De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. 7. De commissaris van de koning wordt uitgenodigd om bij de vergadering van het algemeen bestuur aanwezig te zijn.

Artikel 9 Inlichtingen en verantwoording

Artikel 9 Inlichtingen en verantwoording

1. Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemende gemeenten in verband met hun controlerende taak ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

1. Indien het bestuur van de regeling en ingestelde commissies over informatie beschikken, waarbij zij inschatten dat de raden van de deelnemende gemeenten die informatie nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, delen zij die door rechtstreekse schriftelijke verzending aan de raden van de deelnemende gemeenten of mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten.

2. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is de raad van eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

2. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is de raad van eigen gemeente met inachtneming van artikel

Pagina 6

16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 5. De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid.

10

11

Artikel 10 Reglement van orde

Artikel 10 Reglement van orde

1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

2. Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden.

2. Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden.

Artikel 11 De besluitvorming

Artikel 11 De besluitvorming en burgerparticipatie

1. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling:

1. Het aantal stemmen dat door een lid in de vergadering van het algemeen bestuur wordt uitgebracht is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente waaruit het lid afkomstig is. Het aantal uit te brengen stemmen per lid bedraagt voor de gemeenten met een inwoneraantal:

a. gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem; b. gemeenten van 20.000 tot 40.000 inwoners: 2 stemmen; c. gemeenten van 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen; d. gemeenten van 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen; e. gemeenten van 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen f. gemeenten van 100.000 en meer inwoners: 6 stemmen. 2. Voor de vaststelling van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten wordt uitgegaan van de per 1 januari van het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

a.

beneden 20.000: 1 stem;

b.

van 20.000 tot 40.000: 2 stemmen;

c.

van 40.000 tot 60.000: 3 stemmen;

d.

van 60.000 tot 80.000: 4 stemmen;

e.

van 80.000 tot 100.000: 5 stemmen;

f.

van 100.000 en meer: 6 stemmen.

2. Voor de vaststelling van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten wordt uitgegaan van de per 1 januari van het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. 3. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. 4. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

Pagina 7

3. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. 4. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

5. Indien deze regeling of de wet dat bepaalt, of indien het algemeen bestuur dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen. 6. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten of andere belanghebbenden worden niet betrokken bij besluiten van het algemeen bestuur.

12

Artikel 12 Taken en bevoegdheden

Artikel 12 Taken en bevoegdheden

1. Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn opgedragen.

1. Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn op- of overgedragen.

2. Het algemeen bestuur kan taken en bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur. Niet kunnen worden overgedragen:

2. Het algemeen bestuur kan, binnen het kader van de belangen zoals omschreven in artikel 4, besluiten tot het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan. Artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen is hierop van toepassing.

a. het vaststellen en wijzigingen van de begroting; b.

het vaststellen van het jaarbericht;

c. het vaststellen en wijzigen van jaarplannen; d. het vaststellen en wijzigen van verordeningen; e. het doen van voorstellen tot het wijzigen van de regeling;

3. Het algemeen bestuur kan taken en bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur en de voorzitter. Niet kan worden overgedragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen en wijzigingen van de begroting;

f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling b. het vaststellen van de jaarrekening; tussen de Veiligheidsregio en een ander openbaar c. het vaststellen en wijzigen van jaarplannen; lichaam, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; d. het vaststellen en wijzigen van verordeningen; g. het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen e. het doen van voorstellen tot het wijzigen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel van de regeling;

Pagina 8

het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan; h. het vaststellen en wijzigen van het beleidsplan; i. het vaststellen en wijzigen van het risicoprofiel; 3. het vaststellen en wijzigen van het crisisplan.

f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheidsregio en een ander openbaar lichaam, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g. het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan; h. het vaststellen en wijzigen van het beleidsplan; i. het vaststellen en wijzigen van het risicoprofiel; j. het vaststellen en wijzigen van het crisisplan; k. het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan, zoals bedoeld in het tweede lid. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaande aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur, gehoord de bestuderen van de deelnemende gemeenten, bepaald.

13

Artikel 13 Het beleidsplan

Artikel 13 Het beleidsplan

1. Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaren een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgesteld ten aanzien van de taken van de Veiligheidsregio.

1. Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaren een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgesteld ten aanzien van de taken van de Veiligheidsregio.

2.

2.

Het beleidsplan omvat in ieder geval:

a. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de

Het beleidsplan omvat in ieder geval:

a. een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de

Pagina 9

politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

b. een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de Veiligheidsregio, van de door de minister vastgestelde landelijke doelstellingen ten aanzien rampenbestrijding en crisisbeheersing;

b. een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de Veiligheidsregio, van de door de minister vastgestelde landelijke doelstellingen ten aanzien rampenbestrijding en crisisbeheersing;

c. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a. bedoelde diensten en organisaties;

c. een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a. bedoelde diensten en organisaties;

d.

d.

een oefenbeleidsplan;

e. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 5 onder b.; f. de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen; 3. Het beleidsplan wordt afgestemd met de beleidsplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken waterschappen en het beleidsplan van de regionale eenheid van politie.

14

een oefenbeleidsplan;

e. een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b. van deze regeling; f. de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen; 3. Het beleidsplan wordt afgestemd met de beleidsplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken waterschappen en het beleidsplan van de regionale eenheid van politie.

Artikel 14 Het risicoprofiel

Artikel 14 Het risicoprofiel

1. Het beleidsplan in artikel 13 is mede gebaseerd op een door het algemeen bestuur vastgesteld risicoprofiel.

1. Het beleidsplan in artikel 13 is mede gebaseerd op een door het algemeen bestuur vastgesteld risicoprofiel.

2.

2.

Het risicoprofiel bestaat uit:

Het risicoprofiel bestaat uit:

a. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden;

a. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden;

b. een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de Veiligheidsregio kunnen voordoen, en

b. een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de Veiligheidsregio kunnen voordoen, en

Pagina 10

15

c. een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen.

c. een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen.

3. Het algemeen bestuur stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het algemeen bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid.

3. Het algemeen bestuur stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het algemeen bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid.

4. Het algemeen bestuur nodigt voor de vaststelling van het risicoprofiel in ieder geval de door de korpschef daartoe aangewezen ambtenaren van politie, de besturen van de betrokken waterschappen en door de minister daartoe aangewezen functionarissen uit hun zienswijze ter zake kenbaar te maken.

4. Het algemeen bestuur nodigt voor de vaststelling van het risicoprofiel in ieder geval de door de korpschef daartoe aangewezen ambtenaren van politie, de besturen van de betrokken waterschappen en door de minister daartoe aangewezen functionarissen uit hun zienswijze ter zake kenbaar te maken.

5. Het algemeen bestuur nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio.

5. Het algemeen bestuur nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio.

Artikel 15 Het crisisplan

Artikel 15 Het crisisplan

1. Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een crisisplan vast, waarin ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven.

1. Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een crisisplan vast, waarin ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven.

2. Het crisisplan omvat een beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden met betrekking tot de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen inzake de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, alsmede van de afspraken die zijn gemaakt met andere bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen.

2. Het crisisplan omvat een beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden met betrekking tot de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen inzake de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, alsmede van de afspraken die zijn gemaakt met andere bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen.

3. Het crisisplan is in ieder geval afgestemd met crisisplannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende veiligheidsregio’s.

3. Het crisisplan is in ieder geval afgestemd met crisisplannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende veiligheidsregio’s.

Pagina 11

16

4. Het algemeen bestuur zendt het vastgestelde crisisplan aan de commissaris van de koning.

4. Het algemeen bestuur zendt het vastgestelde crisisplan aan de commissaris van de koning.

Artikel 16 Samenstelling

Artikel 16 Samenstelling

1.

Het dagelijks bestuur bestaat uit:

1.

Het dagelijks bestuur bestaat uit:

a.

de voorzitter van het algemeen bestuur;

a.

de voorzitter van het algemeen bestuur;

b. minimaal vier en maximaal zeven leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van de gemeenten waaruit de leden afkomstig zijn, zodat er uit elk district ten minste één vertegenwoordiger is. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur. 4. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wijst het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering een nieuw lid aan. 5. Het algemeen bestuur hoeft van de bevoegdheid bedoeld in het vierde lid, geen gebruik te maken wanneer er nog minimaal vijf leden (inclusief voorzitter) zijn van het dagelijks bestuur.

17

b. minimaal vier en maximaal zeven leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van de gemeenten waaruit de leden afkomstig zijn. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden voor vier jaar benoemd en aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur na de gemeenteraadsverkiezen. 3. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wijst het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering een nieuw lid aan. 4. Het algemeen bestuur hoeft van de bevoegdheid bedoeld in het vierde lid, geen gebruik te maken wanneer er nog minimaal vijf leden (inclusief voorzitter) zijn van het dagelijks bestuur.

Artikel 17 Werkwijze

Artikel 17 Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dat nodig acht of wanneer twee leden daarom schriftelijk, onder opgaaf van redenen, verzoeken.

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dat nodig acht of wanneer twee leden daarom schriftelijk, onder opgaaf van redenen, verzoeken.

2. Op het houden van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

2. Op het houden van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3. De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en

3. De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en de

Pagina 12

de coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij.

coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij.

4. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen worden uitgenodigd deel te nemen van de vergadering van het dagelijks bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

4. De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen worden uitgenodigd deel te nemen van de vergadering van het dagelijks bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

5. De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

18

Artikel 18 Inlichtingen, verantwoording en ontslag 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde beleid. 2. De leden van het dagelijks bestuur geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. De leden van het dagelijks bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur – behalve de voorzitter – kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

5. De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

Artikel 18 Inlichtingen, verantwoording en ontslag 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde beleid. 2. De leden van het dagelijks bestuur geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. De leden van het dagelijks bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur – behalve de voorzitter – kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5. Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid.

Pagina 13

19

20

21

Artikel 19 Reglement van orde

Artikel 19 Reglement van orde

1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

2. Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur gezonden.

2. Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur gezonden.

Artikel 20 De werkwijze

Artikel 20 De werkwijze

1. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem.

1. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem.

2. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

2. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29, en 30 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

3. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

3. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

Artikel 21 Taken en bevoegdheden

Artikel 21 Taken en bevoegdheden

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur.

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur.

2. Het dagelijks bestuur oefent toezicht uit op al hetgeen de Veiligheidsregio aangaat.

2. Het dagelijks bestuur oefent toezicht uit op al hetgeen de Veiligheidsregio aangaat.

3. Het dagelijks bestuur beheert de inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio.

3. Het dagelijks bestuur beheert de inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio.

4. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit die door het algemeen bestuur en krachtens de regeling aan hem zijn opgedragen.

4. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit die door het algemeen bestuur en krachtens de regeling aan hem zijn opgedragen.

5.

Het dagelijks bestuur besluit over:

a. het voeren van rechtsgedingen door de Veiligheidsregio daaronder begrepen het al dan niet instellen van hoger beroep; b. het berusten in een tegen de Veiligheidsregio ingestelde rechtsvordering.

5.

Het dagelijks bestuur besluit over:

a. het voeren van rechtsgedingen door de Veiligheidsregio daaronder begrepen het al dan niet instellen van hoger beroep; b. het berusten in een tegen de Veiligheidsregio ingestelde rechtsvordering.

Pagina 14

22

Artikel 22 Aanwijzing en vervanging

Artikel 22 Aanwijzing en vervanging

1. De voorzitter als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de burgemeester die als zodanig is aangewezen in artikel 11 Wet veiligheidsregio’s.

1. De voorzitter als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de burgemeester die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 11 Wet veiligheidsregio’s.

2. Het algemeen bestuur benoemt een vervanger op grond van artikel 11 Wet veiligheidsregio’s. Hetgeen in de regeling ten aanzien van de voorzitter is bepaald, vindt mede toepassing ten aanzien van de vervanger 3. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

23

24

2. Het algemeen bestuur benoemt een vervanger op grond van artikel 11, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Hetgeen in de regeling ten aanzien van de voorzitter is bepaald, vindt mede toepassing ten aanzien van de vervanger. 3. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

Artikel 23 Inlichtingen en verantwoording

Artikel 23 Inlichtingen en verantwoording

1. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hem gevoerde beleid.

1. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hem gevoerde beleid.

2. De voorzitter geeft ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

2. De voorzitter geeft ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3. De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

3. De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

4. De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de wijze waarop de Veiligheidsregio haar taken uitvoert.

4. De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de wijze waarop de Veiligheidsregio haar taken uitvoert.

Artikel 24 Taken en bevoegdheden

Artikel 24 Taken en bevoegdheden

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. Artikel 273 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van door het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur genomen besluiten.

Pagina 15

2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de Veiligheidsregio opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 4. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de Veiligheidsregio is betrokken, oefent een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid uit haar midden die in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.

25

2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de Veiligheidsregio opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 4. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de Veiligheidsregio is betrokken, oefent een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid uit haar midden die in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.

Artikel 25 Rol voorzitter bij bovenlokale rampen en crises

Artikel 25 Rol voorzitter bij bovenlokale rampen en crises

1. Ingeval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Wet Veiligheidsregio’s, aan artikel 11, 14 eerste lid, 56 eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012, aan de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid, en artikelen 5, 6, 7, 8 en 9 van de Wet openbare manifestaties.

1. Ingeval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Wet veiligheidsregio’s, aan artikel 11, 14 eerste lid, 56 eerste en vierde lid, en artikel 62 van de Politiewet 2012, aan de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid, en artikelen 5, 6, 7, 8 en 9 van de Wet openbare manifestaties.

2. De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van elk direct betrokken waterschap wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam.

2. De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van elk direct betrokken waterschap wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam.

3. De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de

3. De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de

Pagina 16

26

vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter nodigt voorts de overige functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen.

vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter nodigt voorts de overige functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen.

4. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit van het regionaal beleidsteam het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt .

4. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit van het regionaal beleidsteam het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt .

5. De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door het regionaal beleidsteam genomen besluiten.

5. De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door het regionaal beleidsteam genomen besluiten.

6. Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.

6. Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.

Artikel 26 Verantwoording aan de gemeenteraad

Artikel 26 Verantwoording aan de gemeenteraad

1. De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die het regionaal beleidsteam heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen.

1. De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die het regionaal beleidsteam heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen.

2. De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk de vragen die de gemeenteraden na ontvangst van het verslag stellen. 3. De voorzitter verstrekt in een gemeenteraad mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de

2. De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk de vragen die de gemeenteraden na ontvangst van het verslag stellen. 3. De voorzitter verstrekt in een gemeenteraad mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de desbetreffende gemeenteraad daarom verzoekt. Pagina 17

desbetreffende gemeenteraad daarom verzoekt. De gemeenteraad zendt een afschrift van het verzoek en van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken aan de commissaris van de koning. 4. Indien de gemeenteraad, gehoord de inlichtingen van de voorzitter van de Veiligheidsregio, besluit zijn standpunt over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, ter kennis te brengen van de minister, geschiedt dit door tussenkomst van de commissaris van de koning.

27

De gemeenteraad zendt een afschrift van het verzoek en van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken aan de commissaris van de koning. 4. Indien de gemeenteraad, gehoord de inlichtingen van de voorzitter van de Veiligheidsregio, besluit zijn standpunt over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, ter kennis te brengen van de minister, geschiedt dit door tussenkomst van de commissaris van de koning.

Artikel 27 Commissies van advies

Artikel 27 Commissies van advies

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24, 24a en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 28 De inrichting van de ambtelijke organisatie

Artikel 28 De inrichting van de ambtelijke organisatie

1. Het algemeen bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio en stelt hiervoor een organisatieverordening op.

1. Het algemeen bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio en stelt hiervoor een organisatieverordening op.

2. De veiligheidsregio kent in ieder geval de volgende organisatieonderdelen en functionarissen:

2. De veiligheidsregio kent in ieder geval de volgende organisatieonderdelen en functionarissen:

a.

a.

de regionale brandweer;

de regionale brandweer;

b. de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio

b. de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio;

c.

de directeur publieke gezondheid;

c.

de directeur publieke gezondheid;

d.

de gemeenschappelijke meldkamer;

d.

de coördinerend functionaris;

e.

de GHOR;

f.

het bureau gemeentelijke crisisbeheersing;

g.

de veiligheidsdirectie;

h.

de secretaris.

e. de directeur gemeenschappelijke meldkamer; f.

de coördinerend functionaris;

g. het bureau gemeentelijke crisisbeheersing;

Pagina 18

h.

de veiligheidsdirectie;

i.

de secretaris;

j.

het veiligheidsbureau;

3. In de organisatieverordening als bedoeld in het eerste lid wordt opgenomen op welke wijze de functionarissen hun taak dienen te verrichten.

Artikel 29 De rechtspositie

Artikel 29 De rechtspositie

Het algemeen bestuur regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet 1929 de rechtspositie van de medewerkers van het openbaar lichaam die ambtenaar zijn, alsmede van de medewerkers van het openbaar lichaam die werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Het algemeen bestuur regelt de rechtspositie van de medewerkers van de Veiligheidsregio die ambtenaar zijn, alsmede van de medewerkers van de Veiligheidsregio die werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Artikel 30 Taak brandweer

Artikel 30 Taak brandweer

1. De regionale brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit:

1. De regionale brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit:

a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;

a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;

b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;

b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;

c.

c.

het waarschuwen van de bevolking;

het waarschuwen van de bevolking;

d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;

d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;

e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

2. De regionale brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

2. De regionale brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

3. De regionale brandweer voert tevens werkzaamheden uit in het verlengde van de in het eerste en tweede lid genoemde wettelijke taken, voor zover die niet ten koste gaat van de uitoefening van deze taken. Voor deze dienstverlening zijn rechten verschuldigd,

3. De regionale brandweer voert tevens werkzaamheden uit in het verlengde van de in het eerste en tweede lid genoemde wettelijke taken, voor zover die niet ten koste gaat van de uitoefening van deze taken. Voor deze dienstverlening zijn rechten verschuldigd, conform Pagina 19

conform de legesverordening, tenzij het algemeen bestuur besluit een privaatrechtelijke overeenkomst aan te gaan.

de legesverordening, tenzij het algemeen bestuur besluit een privaatrechtelijke overeenkomst aan te gaan.

Artikel 31 De commandant van de regionale brandweer / directeur Veiligheidsregio

Artikel 31 De commandant van de regionale brandweer / directeur Veiligheidsregio

1. De regionale brandweer staat onder leiding van een commandant.

1. De regionale brandweer staat onder leiding van een commandant.

2. De commandant is verantwoordelijk voor de operationele leiding over de brandweer bij optreden in groter verband.

2. De commandant is verantwoordelijk voor de operationele leiding over de brandweer bij optreden in groter verband.

3. De commandant is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

3. De commandant is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

4. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de commandant.

4. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de commandant.

5. De commandant is tevens directeur van de Veiligheidsregio.

5. De commandant is tevens directeur van de Veiligheidsregio.

6. De directeur heeft de algemene leiding over de organisatie van de Veiligheidsregio.

6. De directeur heeft de algemene leiding over de organisatie van de Veiligheidsregio.

7. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

7. De directeur is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

8. Het algemeen bestuur stelt voor de commandant en de directeur een instructie vast.

Artikel 32 Behoud gemeentelijke brandweer Vervallen

Artikel 33 Bedrijfsbrandweer

Artikel 32 Bedrijfsbrandweer

1. Het algemeen bestuur kan een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.

1. Het algemeen bestuur kan een locatie waarop een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen milieubelastende activiteiten worden verricht, of een inrichting die behoort tot een bij die maatregel aangewezen categorie, die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.

2. In afwijking van het eerste lid geldt deze aanwijzingsbevoegdheid niet voor een inrichting die gelegen is op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er

Pagina 20

gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat is geboden.

2. In afwijking van het eerste lid geldt deze aanwijzingsbevoegdheid niet voor een locatie of inrichting die gelegen is op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat is geboden.

Artikel 34 Taak GHOR

Artikel 33 Taak GHOR

1. De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening, en met de advisering van andere overheden en organisaties op het gebied van de geneeskundige hulpverlening.

1. De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening, en met de advisering van andere overheden en organisaties op het gebied van de geneeskundige hulpverlening.

2. Met de in de regio Hollands Midden werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, worden door het algemeen bestuur schriftelijke afspraken gemaakt over de inzet van deze instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten bij de uitvoering van hun taak en de voorbereiding daarop.

2. Met de in de regio Hollands Midden werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, worden door het algemeen bestuur schriftelijke afspraken gemaakt over de inzet van deze instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten bij de uitvoering van hun taak en de voorbereiding daarop.

3. Indien de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening of de voorbereiding daarop naar het oordeel van het algemeen bestuur tekort schiet, treedt het algemeen bestuur in overleg met een instelling of zorgaanbieder als bedoeld in het tweede lid.

3. Indien de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening of de voorbereiding daarop naar het oordeel van het algemeen bestuur tekort schiet, treedt het algemeen bestuur in overleg met een instelling of zorgaanbieder als bedoeld in het tweede lid.

4. De voorzitter kan, indien hij geen verbetering constateert, de desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven.

4. De voorzitter kan, indien hij geen verbetering constateert, de desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven.

5. Blijft de instelling of zorgaanbieder in gebreke, dan verzoekt de voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de nodige maatregelen te treffen.

5. Blijft de instelling of zorgaanbieder in gebreke, dan verzoekt de voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de nodige maatregelen te treffen.

Pagina 21

Artikel 35 Directeur Publieke Gezondheid

Artikel 34 Directeur Publieke Gezondheid

1. De GHOR staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.

1. De GHOR staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.

2.

2. De directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening.

Vervallen

3. De directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. 4. De directeur publieke gezondheid is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur voor de taken genoemd onder lid 1 en 3. 5. De benoeming, schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid vindt plaats door het algemeen bestuur van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden in overeenstemming met het algemeen bestuur van de veiligheidsregio.

3. De directeur publieke gezondheid is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur voor de taken genoemd onder het eerste en het tweede lid. 4. De benoeming, schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid vindt plaats door het algemeen bestuur van Hecht in overeenstemming met het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio.

6. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur publieke gezondheid een instructie vast.

Artikel 36 Organisatie GHOR Het algemeen bestuur voorziet in de instelling en instandhouding van een GHOR middels een verzoek aan de deelnemende gemeenten dit te regelen middels de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden.

Hoofdstuk 10 De gemeenschappelijke meldkamer

Hoofdstuk 10 Meldkamerfunctie

Artikel 37 Taak gemeenschappelijke meldkamer

Artikel 35 Taken meldkamerfunctie

1. De gemeenschappelijke meldkamer is ingesteld en wordt in stand gehouden ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, de ambulancezorg en de politietaak, met dien verstande dat de

1. De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.

Pagina 22

Regionale Ambulancevoorziening zorg draagt voor het in stand houden van de meldkamer voor de ambulancezorg, als onderdeel van de meldkamer, en dat de korpschef van politie zorg draagt voor het in stand houden van de meldkamer politie, als onderdeel van de gemeenschappelijke meldkamer. 2. De gemeenschappelijke meldkamer is belast met het ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpaanvragen ten behoeve van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening, de ambulancezorg en de politie, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten.

2. Deze meldkamerfunctie behelst het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten. 3. De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak. 4. De Veiligheidsregio is ‒zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering‒ verantwoordelijk om binnen vijf minuten op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident te geven. 5. Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de meldkamerfunctie, zoals omschreven in het derde en het vierde lid, hebben de Veiligheidsregio, de regionale eenheid van de politie en de regionale ambulancevoorziening een verplichting zich in te spannen voor een zo groot mogelijke integrale samenwerking op de meldkamers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=aa779d4f-8bd9-49ff-8756-9ec5aa9ee528