2022-12-05 Beantwoording vooraf ingediende vragen Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Winkelhart Roelofarendsveen D66
Tekst van het document
Beste griffie, Bijgaand treft u ‘vooraf ingediende vragen’ over het raadsvoorstel aangaande het instellen van een BIZ voor Winkelhart Roelofarendsveen. Het bevat enkele politieke vragen en – op verzoek van het presidium – ook mijn eerder informeel aan het college overgebrachte technische vragen bij het voorstel. Beantwoording: even vooraf Bij de technische vragen vraagt u een verklaring waarom een aantal taalkundige aspecten zo is opgeschreven zoals het is opgeschreven. Impliciet spreekt u ons daarbij aan op onze redactionele vaardigheden. Even verderop stelt u concreet de vraag of een correctie van een artikel mogelijk is. Wij vertalen dit als een behoefte aan stukken die van betere kwaliteit zijn, zowel taalkundig als inhoudelijk. Een begrijpelijke en op zich terechte vraag. Dit neemt niet weg dat wij daar niet altijd aan kunnen voldoen. In het algemeen kunnen we stellen dat in de voorbereiding wel degelijk aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van de stukken. De ambtelijke capaciteit is echter beperkt. Wij zetten ons graag in voor de samenleving. Mindere redactionele kwaliteit van stukken doet daar geen afbreuk aan. De totstandkoming van de BIZ is een mooi voorbeeld hoe ondernemers met elkaar bijdragen aan de ontwikkeling van onze gemeente. Daar werken wij graag aan mee. Uiteraard blijven wij werken aan een verdere verbetering van de stukken.
Technische vragen • Waarom mist in de overwegingen na “artikel 1 (...) vierde” het woord ‘lid”? • Waarom mist in de overwegingen bij artikel 7 na ‘vierde lid’ een komma? • Waarom missen de woorden ‘op de’ in de geciteerde wetsnaam de woorden ‘op de’ aan het eind van de zin beginnend met ‘gelet op’? • Zie onze inleiding op de antwoorden • Artikel 2, tweede lid, is strijdig met de toelichting – mogelijk ten gevolge van een missende komma. Graag opheldering en correctie van of het artikel of bijhorende stukken. o De tekst luidt: De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. o In deze constructie is alles vanaf ‘die zijn gericht’ een bijzin die voorwaarden stelt aan ‘activiteiten in de openbare ruimte en op internet’. Met de heffing mogen heffingsgelden dan enkel gebruikt worden ter bestrijding van kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte of op het internet – mits ze voldoen aan nagenoemde criteria. o Afgaande op de toelichtende stukken gaan grote delen van de begroting ook op aan interne activiteiten, activiteiten in niet-openbare ruimte en printwerk.
In die logica is de heffingsgrondslag alternatief bedoelt: (i) activiteiten in de openbare ruimte / internet; (ii) activiteiten die de leefbaarheid of veiligheid in de BIZ bevorderen; (iii) activiteiten die gericht zijn op de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ. o Deelt u de opvatting dat correctie van het artikel mogelijk is met plaatsing van een komma na de eerste vermelding van de bedrijfsinvesteringszone en toevoeging van ‘die ten bate zijn van’ direct na de daaropvolgende ‘of’? o De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1, tweede lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones. Wij zien geen aanleiding dit aan te passen.
•
De stukken verschillen van opvatting over wie belastingplichtig is. Hoe rijmt het college onderstaande stellingen met elkaar? o Het Activiteitenplan beschrijft dat de gebruikers van de bedrijfspanden door de initiatiefnemers van de BIZ (waaronder de gemeente) als belastingplichtige zijn aangewezen; enkel als er leegstand is wordt de bijdrage bij de eigenaar geheven. o In artikel 4 van de verordening staat dat de BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar; en ook artikel 7 benoemt de eigenaar (niet de gebruiker). o Het raadsvoorstel schrijft weliswaar als uitgangspunt a op pagina 2 dat de eigenaar de belastingplichtige is, maar ook dat ‘alle ondernemers meedoen’ en zogeheten freeriders voorkomen worden. Dit impliceert heffing aan gebruikers, omdat de eigenaar van het onroerend goed vaak niet zelf de ondernemer van de winkel is.
Het activiteitenplan én de verordening spreken elkaar op dit punt inderdaad tegen. Het activiteitenplan is leidend én correct. Het is dus niet de WOZ-eigenaar, maar de WOZ-gebruiker die voor de BIZ wordt aangeslagen. De Wet BIZ geeft twee opties, voor een winkelgebied is de WOZgebruiker gebruikelijk. Wij stellen voor dat wij na de V&A zorgen voor een gecorrigeerde versie van de verordening zodat de raad het juiste besluit kan nemen. •
Artikelen 5 en 6 bepalen de maatstaf van de heffing aan de hand van de vastgestelde WOZwaarde van een onroerend goed, minus de vrijstellingen in de heffingsmaatstaf. Welke doelen dienen deze artikelen, gegeven dat in artikel 3 reeds bepaald is wat de belastingobjecten zijn, artikel 4 bij wie geheven wordt en zowel artikel 7 als de toelichting stellen dat de BIZ-bijdrage een vast bedrag is (550 euro)? Als de artikelen geen doel dienen, waarom zijn ze dan wel in de verordening opgenomen?
Ofschoon deze artikelen zonder staffel n.a.v. de WOZ waarden geen direct nut dienen zijn zij in de conceptverordening alsnog opgenomen. Een eerste conceptverordening hield de mogelijkheid open om op basis van WOZ-waarden via een staffel verschillende bijdrages te innen, gelijk op het Veenderveld, met één gelijke bijdrage voor iedere deelnemers zijn deze de facto niet meer nodig. •
Het Activiteitenplan stelt op pagina 9, direct boven paragraaf 4.2, dat de daarna benoemde hoofdactiviteiten zijn uitgewerkt voor Noordwijkerhout Centrum. Dat lijkt een kennelijke verschrijving te zijn, klopt dat? Waar komt in dat geval Noordwijkerhout vandaan? En richten de daarna volgende activiteiten zich dan op onze BIZ of die van Noordwijkerhout?
Dat ondernemers ook samenwerken met ondernemers(verenigingen) van buiten de gemeente is duidelijk door u opgemerkt. Een deel van het actieplan is geïnspireerd op de Noordwijkerhoutse BIZ die winkeliers aldaar instelde met de gemeente eerder dit jaar. Het gaat dus inderdaad om een verschrijving. Wij stellen voor dat wij na de V&A zorgen voor een gecorrigeerde versie van de verordening waarin dit is hersteld. Politieke vragen • Waaruit blijkt, gegeven de in de technische vragen geconstateerde tekortkomingen in het voorstel, dat het college zorg en aandacht besteed heeft aan het voorstel en dat passende kwaliteitscontrole heeft plaatsgevonden? Zie de inleiding op onze antwoorden.
•
De voorgenomen bestuurders van de BIZ komen allen uit de binnenste schil van het aan te wijzen gebied. Op welke wijze is betrokkenheid en zeggenschap van kleine(re) ondernemers aan de rand van het gebied duurzaam geborgd?
De Wet op de Bedrijveninvesteringszone geeft aan dat alle activiteiten in een BIZ ten algemene nutten van alle bijdrage plichtige ondernemers aan de BIZ moet zijn. Hier is rekening mee gehouden in de activiteiten op de begroting en daarnaast moet het BIZ bestuur verantwoording afleggen over het gevoerde (ook financiële) beleid aan de gemeente. Ook is in het BIZ activiteitenplan (pag. 2) opgenomen dat elke bijdrage plichtige ondernemer uit het gebied zich aan kan en mag melden voor het bestuur. Er ligt ook een verantwoording bij de ondernemers zelf om iets te vinden van hun bedrijfsomgeving en de besteding van hun bijdrage. •
De toelichting vermeldt dat ‘een ruime meerderheid’ het instellen van een BIZ steunt. Hoe ruim is ruim? Is deze steun evenredig over het gebied verdeeld? Of zijn er gebiedsdelen waarin ondernemers minder happig zijn? Wat is daarvoor de argumentatie?
Er bevinden zich 48 potentiële bijdrageplichtige gebruikers in het gebied. Voor een geldige formele draagvlakmeting is een opkomst van 50%, dus 24 gebruikers, nodig waarvan minimaal 2/3 deel instemt met de BIZ. Tijdens de informele draagvlakmeting hebben 29 ondernemers aangegeven positief te zijn over het invoeren van een BIZ voor het Winkelhart. Dit afgezet tegen de stemvoorwaarden houdt in dat er een ruime meerderheid bestaat voor het instellen van een BIZ. •
Bijna een kwart van de voorgestelde begrootte ‘Uitgaven diensten’ gaat naar interne activiteiten (bestuurskosten, ledenactiviteiten, bijdrage OVKB), slechts 2 procent (500 euro) gaat naar duurzaamheid. o In de toelichting van het raadsvoorstel wordt evenwel genoemd dat de kans op geslaagde gezamenlijke projecten wordt vergroot. Welke projecten acht het college realiseerbaar voor 500 euro? o Binnen een termijn van een BIZ mag alleen geld worden uitgegeven aan onderwerpen die op de begroting zijn genoemd. Binnen de begroting mag echter wel met posten worden geschoven. Op het moment zijn er echter geen concrete duurzame activiteiten gewenst die (het algemene nut dienen en) op de activiteiten begroting kunnen worden gezet. Omdat de initiatiefnemers van de BIZ zich realiseren dat dit echter nog wel kan komen gezien alle ontwikkelingen, hebben ze ervoor gekozen om in ieder geval het onderwerp in de breedste zin te benoemen zodat ze er in de toekomst, indien gewenst, een project van zouden kunnen maken. Daarnaast mag een BIZ begroting worden aangevuld met subsidies. Nu zijn er op basis van duurzaamheid vele subsidies beschikbaar (zowel lokaal, regionaal als provinciaal) o
Heeft de gemeente, als mede-initiatiefnemer en beoogd betrokkene bij de BIZ, zicht op waarom deze begroting en plannen niet inzetten op het vergroenen en klimaatadaptief maken van het winkelhart? Of het nu winter of zomer is – dat vergroot de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het gebied.
o
Een BIZ bevat altijd activiteiten die bovenop het (basis)voorzieningen niveau van de gemeente worden uitgevoerd door de ondernemers. Het vergroenen en klimaatadaptief maken van een gebied is in eerste instantie toch een opgave voor de gemeente zelf. Uiteraard zal een BIZ hierin met enthousiasme participeren en gezamenlijk draagvlak voor een dergelijk project realiseren maar aan de investeringskant (en dus op de begroting) is het niet direct een taak voor de BIZ. Wel
ziet de BIZ in dat zij een taak hebben in de aankleding van het gebied (als ze hierin meer willen dan waarin de gemeente voorziet) en hiervoor is wel en post opgenomen op de begroting.
Hartelijke groet, Carsten Zwaaneveld Raadslid Jeugdhulp | Gezonde leefomgeving | Werk & inkomen | Mobiliteit | ICT | Betrokken overheid | Land- en tuinbouw
T + 31 6 50 74 94 67 M czwaaneveld@raad.kaagenbraassem.nl