2022-11-30 Vooraf ingediende vragen Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Winkelhart Roelofarendsveen D66
Tekst van het document
Beste griffie, Bijgaand treft u ‘vooraf ingediende vragen’ over het raadsvoorstel aangaande het instellen van een BIZ voor Winkelhart Roelofarendsveen. Het bevat enkele politieke vragen en – op verzoek van het presidium – ook mijn eerder informeel aan het college overgebrachte technische vragen bij het voorstel. Technische vragen • Waarom mist in de overwegingen na “artikel 1 (...) vierde” het woord ‘lid”? • Waarom mist in de overwegingen bij artikel 7 na ‘vierde lid’ een komma? • Waarom missen de woorden ‘op de’ in de geciteerde wetsnaam de woorden ‘op de’ aan het eind van de zin beginnend met ‘gelet op’? • Artikel 2, tweede lid, is strijdig met de toelichting – mogelijk ten gevolge van een missende komma. Graag opheldering en correctie van of het artikel of bijhorende stukken. o De tekst luidt: De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. o In deze constructie is alles vanaf ‘die zijn gericht’ een bijzin die voorwaarden stelt aan ‘activiteiten in de openbare ruimte en op internet’.
Met de heffing mogen heffingsgelden dan enkel gebruikt worden ter bestrijding van kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte of op het internet – mits ze voldoen aan nagenoemde criteria. o Afgaande op de toelichtende stukken gaan grote delen van de begroting ook op aan interne activiteiten, activiteiten in niet-openbare ruimte en printwerk. In die logica is de heffingsgrondslag alternatief bedoelt: (i) activiteiten in de openbare ruimte / internet; (ii) activiteiten die de leefbaarheid of veiligheid in de BIZ bevorderen; (iii) activiteiten die gericht zijn op de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ. o Deelt u de opvatting dat correctie van het artikel mogelijk is met plaatsing van een komma na de eerste vermelding van de bedrijfsinvesteringszone en toevoeging van ‘die ten bate zijn van’ direct na de daaropvolgende ‘of’? • De stukken verschillen van opvatting over wie belastingplichtig is. Hoe rijmt het college onderstaande stellingen met elkaar? o Het Activiteitenplan beschrijft dat de gebruikers van de bedrijfspanden door de initiatiefnemers van de BIZ (waaronder de gemeente) als belastingplichtige zijn aangewezen; enkel als er leegstand is wordt de bijdrage bij de eigenaar geheven.
o In artikel 4 van de verordening staat dat de BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar; en ook artikel 7 benoemt de eigenaar (niet de gebruiker). o Het raadsvoorstel schrijft weliswaar als uitgangspunt a op pagina 2 dat de eigenaar de belastingplichtige is, maar ook dat ‘alle ondernemers meedoen’ en zogeheten freeriders voorkomen worden. Dit impliceert heffing aan gebruikers, omdat de eigenaar van het onroerend goed vaak niet zelf de ondernemer van de winkel is. • Artikelen 5 en 6 bepalen de maatstaf van de heffing aan de hand van de vastgestelde WOZwaarde van een onroerend goed, minus de vrijstellingen in de heffingsmaatstaf. Welke doelen dienen deze artikelen, gegeven dat in artikel 3 reeds bepaald is wat de belastingobjecten zijn, artikel 4 bij wie geheven wordt en zowel artikel 7 als de toelichting stellen dat de BIZ-bijdrage een vast bedrag is (550 euro)? Als de artikelen geen doel dienen, waarom zijn ze dan wel in de verordening opgenomen?
•
Het Activiteitenplan stelt op pagina 9, direct boven paragraaf 4.2, dat de daarna benoemde hoofdactiviteiten zijn uitgewerkt voor Noordwijkerhout Centrum. Dat lijkt een kennelijke verschrijving te zijn, klopt dat? Waar komt in dat geval Noordwijkerhout vandaan? En richten de daarna volgende activiteiten zich dan op onze BIZ of die van Noordwijkerhout?
Politieke vragen • Waaruit blijkt, gegeven de in de technische vragen geconstateerde tekortkomingen in het voorstel, dat het college zorg en aandacht besteed heeft aan het voorstel en dat passende kwaliteitscontrole heeft plaatsgevonden? • De voorgenomen bestuurders van de BIZ komen allen uit de binnenste schil van het aan te wijzen gebied. Op welke wijze is betrokkenheid en zeggenschap van kleine(re) ondernemers aan de rand van het gebied duurzaam geborgd? • De toelichting vermeldt dat ‘een ruime meerderheid’ het instellen van een BIZ steunt. Hoe ruim is ruim? Is deze steun evenredig over het gebied verdeeld? Of zijn er gebiedsdelen waarin ondernemers minder happig zijn? Wat is daarvoor de argumentatie? • Bijna een kwart van de voorgestelde begrootte ‘Uitgaven diensten’ gaat naar interne activiteiten (bestuurskosten, ledenactiviteiten, bijdrage OVKB), slechts 2 procent (500 euro) gaat naar duurzaamheid. o In de toelichting van het raadsvoorstel wordt evenwel genoemd dat de kans op geslaagde gezamenlijke projecten wordt vergroot.
Welke projecten acht het college realiseerbaar voor 500 euro? o Heeft de gemeente, als mede-initiatiefnemer en beoogd betrokkene bij de BIZ, zicht op waarom deze begroting en plannen niet inzetten op het vergroenen en klimaatadaptief maken van het winkelhart? Of het nu winter of zomer is – dat vergroot de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het gebied. Hartelijke groet, Carsten Zwaaneveld Raadslid Jeugdhulp | Gezonde leefomgeving | Werk & inkomen | Mobiliteit | ICT | Betrokken overheid | Land- en tuinbouw
T + 31 6 50 74 94 67 M czwaaneveld@raad.kaagenbraassem.nl