CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-11-17 Beantwoording aanvullende vragen van VVD inzake Organisatieontwikkeling

Gemeenteraad 21 november 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Organisatieontwikkeling1.148 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende vragen n.a.v. raadsvoorstel Organisatieontwikkeling – VVD Dank voor het antwoord op de FTE ontwikkeling over de laatste jaren. De FTE aantallen over 2022 en 2023 zaten er niet bij en heb ik zoveel mogelijk uit de begroting gehaald. Gecombineerd met de totale kosten voor werknemers uit de beantwoording van de vraag van Mooi Kaag & Braassem heb ik een overzicht gemaakt waarover ik nog een paar vragen wil stellen. In bijgaande Excel zijn de cijfers opgenomen plus het deel uit de begroting waaruit de cijfers gekomen zijn. De vragen; 1. Mag ik u verzoeken het staatje qua cijfers compleet te maken, n.b. betekent “niet beschikbaar”, deze cijfers zouden ingevuld moeten worden. ANTWOORD:

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 146,64 144,86 139,80 134,68 140,48 137,65 142,15 *) Peildatum is steeds 1 januari en wordt bepaald op basis van personeelslasten. De gerealiseerde salarissen en sociale lasten tot en met september 2022 is € 8.544.674 Dit is niet te extrapoleren tot en met einde jaar i.v.m. onbekende uitputting IKB en de daarbij behorende sociale lasten. 2. Het FTE aantal over 2021 is 137,65, het in de begroting op pagina 71 genoemde cijfer voor ~september 2022 is 152,9 FTE. De huidige FTE aantallen zouden daarmee ruim boven voorgaande jaren liggen en de in de gemeenteraad genoemde daling van 10 FTE is dan meer dan volledig ingelopen. Klopt dat? ANTWOORD: Nee dat klopt niet. Het is namelijk zo dat het genoemde cijfer 137,5 FTE over 2021 een andere samenstelling kent dan het genoemde cijfer 152,9 FTE dat in de begroting “september 2022” staat vermeld. Laatstgenoemde cijfer is voor het eerst met ingang van 2022 uitgegaan van een gegevensextract uit de personeelsadministratie waar geen (extracomptabele) correcties op de gebudgetteerde (staat B) formatie hebben plaatsgevonden zoals bijvoorbeeld griffie, burgemeester, wethouders, buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand (BABS), boven formatief aangestelde medewerkers, gedetacheerde medewerkers WMO, stagiaires etc.

In voorgaande jaren werd dit namelijk wel gedaan waardoor er een “geschoond” FTE getal vermeld werd. Dit terwijl alle kosten (dus ook die van de “geschoonde”) wel gewoon onder de personeelslasten werden verantwoord. Dit maakt dat er op dit punt geen vergelijking te maken is tussen de afzonderlijke jaren enerzijds en de ontwikkeling in de personeelslasten in relatie tot de FTE ontwikkeling anderzijds. De 152,9 FTE geeft overigens wel een volledige weergave van de werkelijkheid die passend is bij de som van de personeelslasten en de vergoeding voor diverse rollen die ook buiten de reguliere staat B worden verstrekt. De tussentijdse aanpassing in de keuze van verslaglegging in de jaarrekening 2021 en de begroting 2022 had een tekstuele toelichting moeten krijgen zodat dit meer geduid kon worden. Op basis van een benchmark wordt geconcludeerd dat er extra mensen bij moeten, maar is dat wel echt zo? Waren de FTE gestart in 2022 wel voldoende ingewerkt om een 100% bijdrage te hebben kunnen leveren, op het moment dat de behoefte gesignaleerd werd? Deze vraag wordt ook gedreven doordat bij ons de vraag hangen waarom we in de FTE cijfers nauwelijks meer zien dat we een regie gemeente zijn. En leidt verder tot de vraag hoe het college het zijn van een regiegemeente dan ziet in relatie tot in-huis en uitbestede diensten, zie ook vraag 4.

ANTWOORD: In onderlinge interview gesprekken met onderzoeker Berenschot is uitvoerig gesproken over de samenstelling en uitvoering van taken die onder een formatieve bezettingsplek zitten. Dit is een vereiste om binnen de referentiegroep van gemeenten waar wij in geplaatst zijn een zo volledig en juist mogelijke vergelijking te kunnen maken. In het kader van de regie gedachte zijn bepaalde taken inclusief de destijds beschikbare formatie uitbesteed. Hierbij valt te denken aan o.a. de WMO, werk en inkomen, jeugd, welzijn en preventie, maatschappelijke zorg, ICT en belastingen. Tussen 2019 en 2021 zijn er o.a. vanuit de regiegedachte en de daaraan gekoppelde uitbesteding van taken ook diverse momenten geweest dat een aantal posities binnen het functiehuis zijn geherwaardeerd en een hogere inschalingsnormering heb gekregen door verandering van taakinhoud ten opzichte van de oorspronkelijke normering. Zo zijn het aantal uitvoerende bezettingsplekken afgenomen en zijn een aantal bestaande (strategische) regie en adviesfuncties hoger ingeschaald en dus duurder geworden. 3. In de cijfers is tussen 2021 en 2023 een stijging van de kosten voor Salaris en Sociale lasten te zien van 23,4%, wat vrij hoog zelfs als je rekening houdt met de hoge inflatie in 2022.

Is dit veroorzaakt door een FTE stijging of een kostenstijging? Wat is het verhaal hierachter? ANTWOORD: De begrote loonsom voor 2023 is inclusief loonkosten van voormalig personeel van € 258.578 (wachtgeld en pensioenregeling oud wethouders). Verder gaat de verwachte loonsom over 2023 uit van het feit dat alle vacatures worden ingevuld met vast personeel. De € 10.954.850 aan loonkosten 2021 waarmee wordt vergeleken, zijn de loonkosten van medewerkers die werkelijk op de loonlijst staan. Vacatures die zijn ingevuld door inhuurkrachten zitten hier niet in. Het is dus niet reëel om deze twee bedragen één op één te vergelijken. 4. In de begroting staat op pagina 71: “In 2023 verwachten we dat de externe inhuur zal afnemen naar 4,9% van de totale loonsom, ….. Dit komt overeen met ongeveer € 668.879 voor externe inhuur.” Dit is bijna EUR 1,0 mln minder dan de externe inhuur in 2021. Is hier sprake van een wijziging van beleid ten aanzien van de flexibele schil die past bij het regie model? Of is er iets anders aan de hand, graag toelichting. ANTWOORD: Externe inhuur is altijd meer dan in eerste instantie begroot, omdat niet alle vacatures ingevuld worden door vaste medewerkers. Ook bij (langdurige) ziekte wordt er doorgaans extern ingehuurd. In het bedrag van € 13.519.487 wordt ervan uit gegaan dat alle vacatures structureel bezet worden door vast personeel met een dienstverband.

De werkelijkheid is dat een (aanzienlijk) deel van de vacatures door ingehuurd personeel ingevuld moeten worden waardoor het bedrag inhuur derden ad. € 686.879 in uw berekening in werkelijkheid veel hoger uit zal vallen. 5. Tijdens de raadsvergadering hebben wij gevraagd of de FTE groei ook onderbouwd kon worden met de lijst van extra taken die in de laatste jaren op de gemeente afgekomen is. Een van de extra “taken” zat in de groei van het aantal inwoners. In de begroting worden op pagina 71 veel FTE kengetallen genoemd gerelateerd aan het aantal inwoners, maar er wordt geen vergelijking met voorgaande jaren of met andere gemeenten gemaakt. Kunnen deze kengetallen ook voor voorgaande jaren berekend worden? ANTWOORD:

Aantal FTE per 1000 inwoners

Gemeentelijke organisatie Bezetting

2020 5,09 4,74

2021 5,17 4,91

2022 5,63 5,37

2023 5,52 5,46

Tot zover. Alvast bedankt voor de antwoorden.

Met liberale groet, Ingrid Bader gemeenteraadslid M

+31637155405

E

ibader@raad.kaagenbraassem.nl

F

fractie@vvdkaagenbraassem.nl

W

vvd.nl | Facebook | Twitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=5a3ad871-e2d6-41a6-a5f8-562a6f977abf