CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-10-26 Beantwoording vooraf ingediende vragen D66 Begroting en Reservenota 2023

Gemeenteraad 7 november 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Programmabegroting 20231.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INFORMATIEVE en TECHNISCHE VRAGEN Vraag nr. : Onderwerp : Begroting 2023 Vraagsteller : D66/ Carsten Zwaaneveld Datum : 19 oktober 2022 1. In de reserve Bouwgrondexploitatie staat voor 2022 een beschikking opgenomen voor bijdrage aan provincie t.b.v. N207 Passage Leimuiden. Wat betekent dit? De provincie communiceerde immers bij haar Kadernota dat zij niet voornemens is het project uit te voeren, is daar bij de ontwerpbegroting niet op teruggekomen en mijn raadsvragen over de gemeentelijke belangenbehartiging zijn nog niet beantwoord. Dat duidt er alle drie op dat het project geen doorgang vindt, anders dan het uit de reserve beschikking van een bijdrage voor het einde van het jaar lijkt aan te duiden. Antwoord: De antwoorden op uw raadsvragen over de gemeentelijke belangenbehartiging zijn op 6 september in het college vastgesteld en naar de griffie gestuurd. Aanvullend hierop kunnen wij u op basis van bovenstaande vraag antwoorden dat wij de provincie houden aan de gemaakte afspraken over de realisatie van de N207 Passage Leimuiden en dat betekent dat wij ook onze bijdrage hieraan moeten blijven reserveren. Op basis van de laatste besprekingen is duidelijk geworden dat de uitvoering pas later plaatsvindt, op z’n vroegst aan het eind van deze raadsperiode. De geraamde onttrekking uit de reserve zal in de reservenota (en begroting) worden aangepast naar 2026 (ipv 2022). 2.

De reserve Onderhoud Kunstwerken wordt dit jaar in de bijna volle 2 miljoen euro uitgegeven. De jaren erna worden er per 2 a 3 jaar steeds stortingen en uitgaven van tot 200.000 euro gedaan. Klopt het dat de beschikbare middelen daarmee nog geen 10% zijn van wat ze afgelopen jaar waren? Op welke wijze is het college bezig de dekking voor de – ook in het raadsakkoord onderkende – financiële uitdaging te vinden voor het matchen van ambitieniveau voor (noodzakelijk) onderhoud met beschikbare middelen? Antwoord: De reserve wegen infrastructuur is naast een reserve voor onderhoud aan kunstwerken ook een reserve voor wegen, water en groen. Het totaal beschikbare budget voor onderhoud kunstwerken, wegen, water, groen is jaarlijks zo rond de € 4 miljoen. (zie tabel IBOR paragraaf 3 in de begroting). Dit is beschikbaar vanuit de exploitatie. De bedragen vanuit de reserve zijn een aanvulling daarop, bedoeld om schommelingen op te vangen. De beschikbare middelen zijn daarmee veel meer dan de 10% van de afgelopen jaren. 3. Bij de reserve Holland Rijnland stelt het college dat de omvang van de reserve is afgestemd op de investeringsstrategie 2008-2024. Na 2024 zitten er echter nog middelen in de reserve – waar zijn die voor bestemd? Antwoord: Het saldo dat eind 2024 over zal zijn, is niet meer nodig voor het RIF.

Van 2008 t/m 2022 is steeds € 368.865 vrijgevallen ter dekking van de bijdrage aan Holland Rijnland voor het RIF. Vanaf 2023 geldt een lagere bijdrage van € 284.345,

waardoor er nu een saldo overblijft aan het eind van de looptijd van het RIF. De raad kan beslissen om het saldo van € 169.040 vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve of hier een andere bestemming aan te geven. 4. De reservering Onderhoud riolering wordt blijkens de toelichting jaarlijks gevuld met het niet-beklemde deel van het budget riolering. In de reservenota is behalve de 2023-storting ook de 2024-storting zichtbaar. Hoe weten we nu al wat het nietbeklemde budgetdeel in 2024 is, maar niet wat in de Voorziening riolering in 2023 en 2023 de verwachtte onttrekkingen of toevoegingen zijn? Betekent dit dat stijgende uitvoeringskosten niet doorberekenend worden aan de gemeente of dat het gemeentelijk budget meestijgt met de stijgende kosten om de overstort op dezelfde waarde te laten? Indien het eerste: betreft dit geen uitvoeringsrisico? Indien het tweede: welk doel dient dit? Antwoord: In december wordt samen met de belastingverordening een geactualiseerd dekkingsplan bij het GRP 2019-2023 ter vaststelling aan u voorgelegd. De verwachting is op basis van dit geactualiseerde dekkingsplan GRP dat in de komende 40 jaar de eerste 2 jaren de reserve iets gevuld wordt en dat deze reserve na ongeveer 40 jaar inclusief de voorziening op 0 staat. Er is hier geen sprake van een uitvoeringsrisico omdat er een storting plaatsvindt.

In 2024 komt er een nieuw GRP 2024-2028. De verwachting is dat dan alle cijfers weer zullen veranderen.(ook mede door de verduurzaming van het rioolstelsel) 5. De voorziening Onderhoud gebouwen kent een omvang die enkele malen de omvang van de jaarlijkse belasting van de voorziening is. Er lijkt daarmee geld in te zitten om versneld onderhoud aan gemeentelijk eigendom te doen ten behoeve van verduurzamende en energiebesparende maatregelen. Is in beeld voor welke gebouwen dat een win-win-maatregelen is, kijkende naar het saldo van het eerder afschrijven van bestaande activa tegenover de verduurzamingswinst in lagere energiekosten? Antwoord: De hoogte van de voorziening Onderhoud is gebaseerd op het vastgestelde onderhoudsplan Gebouwen. Dit is een vereiste vanuit het BBV. Er is in het onderhoudsplan geen rekening gehouden met (extra) investeringen voor verduurzamende en energiebesparende maatregelen. Daar waar dit mogelijk is, zullen wij hier rekening mee houden binnen de budgetten voor onderhoud. Daar waar het om extra investeringen vraagt, zal dit ten laste van duurzaamheidsbudgetten moeten komen. Ofwel beschikbaar gesteld vanuit het rijk ofwel apart beschikbaar gesteld door uw raad. 6. De voorziening verplichting wethouder pensioen wordt slechts gemuteerd voor een rekenrente van 2,5%. Dit roept een aantal vragen op: a.

Hoe kan dit gegeven dat het college in fte is toegenomen en er dus meer pensioenopbouw zal plaatsvinden? b. Betekent dit dat de wijziging van de Wet appa per 1 juli 2022 (met wijziging van de grondslagberekening) geen gevolgen gehad voor de omvang van de aanspraken? c. Mag verder uit de toelichting (“De minimale omvang van deze voorziening is gelijk aan het totaal van de meest recente en jaarlijks op te stellen actuariële berekening” en dat de minimale en maximale omvang hetzelfde zijn) afgeleid worden dat de dekkingsgraad van de voorziening op dit moment 100% is, niet meer, niet minder?

Antwoord: a. Het college is uitgebreid met 0,1 fte. Dit heeft een minimale impact op de benodigde voorziening. b. Dit zal blijken uit de actuariële berekeningen die wij jaarlijks bij de jaarrekening ontvangen. De wetswijziging ten aanzien van de grondslagberekening heeft wel degelijk invloed op de hoogte van de voorziening. Ook de indexering heeft hier invloed op (beide verhogend) De rentestijging van het afgelopen jaar zal echter weer een verlagend effect op de hoogte van de voorziening hebben. Wij hebben hierover contact gehad met de actuarissen en de verwachting is op dit moment dat ondanks de indexering en de wetswijziging een deel van de voorziening zal kunnen vrijvallen per balansdatum. Dit is het gevolg van de enorme rentestijging op dit moment. c. De voorziening verplichting wethouderspensioenen wordt jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd op basis van actuariële berekeningen. Op balansdatum is de voorziening daarmee 100%. Aangezien de voorziening vanuit de voorschriften niet hoger of lager mag zijn dan het benodigde bedrag is de voorziening op balansdatum altijd per definitie 100%. Overschotten of tekorten vallen vrij of moeten worden aangevuld via de exploitatie.

Bij de begroting en in de reservenota die wij u ter vaststelling aanbieden bij de begroting, is de voorziening per voorgaande balansdatum steeds weer actueel en voegen wij jaarlijks een % toe (momenteel 2,5%) om er voor te zorgen dat de voorziening, die tegen contante waarde is, op peil blijft. Uiteindelijk is de aanpassing per balansdatum bepalend voor de 100% dekking.

7. Wat is de daadwerkelijk behaalde rente de afgelopen sinds 2015 over de Voorziening Ghoybos? Hoe vertaalt die daadwerkelijke rente zich naar een gemiddelde effectieve rente van 2% over de gehele voorzieningsduur? Antwoord: Aan de voorziening Ghoybos wordt een vast rentepercentage toegerekend, omdat het bedrag dat is ontvangen van de provincie een netto uitbetaling in één keer is geweest en de voorziening daarmee tegen contante waarde is. Een afkoopsom om 15 jaar lang in het onderhoud te kunnen voorzien. Sinds 2017 is jaarlijks 2% rente toegevoegd. De werkelijke rentetoevoeging (2%) aan deze voorziening is steeds gelijk aan de begrote (2%). Wat het daadwerkelijke resultaat hierop in de afgelopen jaren is geweest hebben wij niet op het niveau van deze voorziening specifiek inzichtelijk. Onze financiering vindt in totaal, op basis van onze liquiditeitsbegroting plaats, niet op project- of voorzieningenbasis specifiek. Wel kunnen we specifiek voor deze voorziening aangeven dat het slechts een heel klein deel uitmaakt van de totale omslagberekening van de rente (in 2023 minder dan 0,26% en in 2030 dalend tot 0,02% van de totale rentelast). 8.

Hoe kan de Voorziening bruggen al jaren in de reservenota staan, maar nog steeds als toelichting bevatten dat we “bij de jaarrekening van 2019 een voorziening dienen te treffen”? Dat legt immers het verwerken van de voorziening in de jaarrekening van 2019 in de toekomende tijd – alsof het nog niet of incorrect heeft plaatsgevonden. Kunt u bevestigen dat dit een kennelijke verschrijving is? Indien niet, wat is dan de status van de nu voorgelegde ‘voorziening’ en de reeds gedane uitgaven? Antwoord: Wij kunnen bevestigen dat dit een verschrijving is. De juiste zin moet zijn: “Een wijziging in het BBV heeft er toe geleid dat wij in 2019 voor deze situatie bij de jaarrekening van 2019 een voorziening hebben getroffen.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=2a8bff08-f83d-4d80-957a-aecd2c810313