2022-10-18 Vooraf ingediende vragen Reservenota 2023 D66
Tekst van het document
Beste griffie, Graag stel ik onderstaande technische en feitelijke vragen aan het college over de Reservenota 2023. Beantwoording hoeft niet voor de C&K; maar schriftelijke beantwoording vooraf aan de begrotingsavond in de V&A wordt gewaardeerd. 1. In de reserve Bouwgrondexploitatie staat voor 2022 een beschikking opgenomen voor bijdrage aan provincie t.b.v. N207 Passage Leimuiden. Wat betekent dit? De provincie communiceerde immers bij haar Kadernota dat zij niet voornemens is het project uit te voeren, is daar bij de ontwerpbegroting niet op teruggekomen en mijn raadsvragen over de gemeentelijke belangenbehartiging zijn nog niet beantwoord. Dat duidt er alle drie op dat het project geen doorgang vindt, anders dan het uit de reserve beschikking van een bijdrage voor het einde van het jaar lijkt aan te duiden. 2. De reserve Onderhoud Kunstwerken wordt dit jaar in de bijna volle 2 miljoen euro uitgegeven. De jaren erna worden er per 2 a 3 jaar steeds stortingen en uitgaven van tot 200.000 euro gedaan. Klopt het dat de beschikbare middelen daarmee nog geen 10% zijn van wat ze afgelopen jaar waren? Op welke wijze is het college bezig de dekking voor de – ook in het raadsakkoord onderkende – financiële uitdaging te vinden voor het matchen van ambitieniveau voor (noodzakelijk) onderhoud met beschikbare middelen? 3.
Bij de reserve Holland Rijnland stelt het college dat de omvang van de reserve is afgestemd op de investeringsstrategie 2008-2024. Na 2024 zitten er echter nog middelen in de reserve – waar zijn die voor bestemd? 4. De reservering Onderhoud riolering wordt blijkens de toelichting jaarlijks gevuld met het niet-beklemde deel van het budget riolering. In de reservenota is behalve de 2023-storting ook de 2024-storting zichtbaar. Hoe weten we nu al wat het niet-beklemde budgetdeel in 2024 is, maar niet wat in de Voorziening riolering in 2023 en 2023 de verwachtte onttrekkingen of toevoegingen zijn? Betekent dit dat stijgende uitvoeringskosten niet doorberekenend worden aan de gemeente of dat het gemeentelijk budget meestijgt met de stijgende kosten om de overstort op dezelfde waarde te laten? Indien het eerste: betreft dit geen uitvoeringsrisico? Indien het tweede: welk doel dient dit? 5. De voorziening Onderhoud gebouwen kent een omvang die enkele malen de omvang van de jaarlijkse belasting van de voorziening is. Er lijkt daarmee geld in te zitten om versneld onderhoud aan gemeentelijk eigendom te doen ten behoeve van verduurzamende en energiebesparende maatregelen. Is in beeld voor welke gebouwen dat een win-winmaatregelen is, kijkende naar het saldo van het eerder afschrijven van bestaande activa tegenover de verduurzamingswinst in lagere energiekosten? 6.
De voorziening verplichting wethouderspensioen wordt slechts gemuteerd voor een rekenrente van 2,5%. Dit roept een aantal vragen op: a. Hoe kan dit gegeven dat het college in fte is toegenomen en er dus meer pensioenopbouw zal plaatsvinden? b. Betekent dit dat de wijziging van de Wet appa per 1 juli 2022 (met wijziging van de grondslagberekening) geen gevolgen gehad voor de omvang van de aanspraken? c. Mag verder uit de toelichting (“De minimale omvang van deze voorziening is gelijk aan het totaal van de meest recente en jaarlijks op te stellen actuariële berekening” en dat de minimale en maximale omvang hetzelfde zijn) afgeleid worden dat de dekkingsgraad van de voorziening op dit moment 100% is, niet meer, niet minder? 7. Wat is de daadwerkelijk behaalde rente de afgelopen sinds 2015 over de Voorziening Ghoybos? Hoe vertaalt die daadwerkelijke rente zich naar een gemiddelde effectieve rente van 2% over de gehele voorzieningsduur? 8. Hoe kan de Voorziening bruggen al jaren in de reservenota staan, maar nog steeds als toelichting bevatten dat we “bij de jaarrekening van 2019 een voorziening dienen te treffen”? Dat legt immers het verwerken van de voorziening in de jaarrekening van 2019 in
de toekomende tijd – alsof het nog niet of incorrect heeft plaatsgevonden. Kunt u bevestigen dat dit een kennelijke verschrijving is? Indien niet, wat is dan de status van de nu voorgelegde ‘voorziening’ en de reeds gedane uitgaven? Hartelijke groet, Carsten Zwaaneveld Raadslid Jeugdhulp | Gezonde leefomgeving | Werk & inkomen | Mobiliteit | ICT | Betrokken overheid | Land- en tuinbouw
M czwaaneveld@raad.kaagenbraassem.nl