2022-01-17 Omgevingsvisie K&B_jan_2022 (incl. wijzigingsdocument)
Tekst van het document
1
OMGEVINGSVISIE KAAG EN BRAASSEM
1.0 VERSIE IS VASTGESTELD OP 26 OKTOBER 2020 Deze publicatie betreft een eerste (gedeeltelijke) herziening van de Omgevingsvisie. De wijzigingen zijn beschreven in het bijgevoegde wijzigingsdocument.
Foto voorpagina: R. Looijenstein
Inleiding 3
Deze veranderende samenleving vraagt om een gemeente die mee verandert. Een gemeente die niet afwacht, maar zelf alvast aan de slag gaat om er tijdig klaar voor te zijn en vernieuwing in gang zet. Het vraagt ook om een gemeente die midden in de samenleving staat en die weet wat er speelt. Bijvoorbeeld door een stap naar voren, opzij of achteren te zetten om zo ruimte te bieden aan alles wat er in onze gemeente gebeurt en kan gebeuren. Door de krachten te bundelen met inwoners, ondernemers en organisaties, kunnen we samen de ambities en opgaven voor de toekomst oppakken.
Een brede omgevingsvisie als antwoord op de veranderende samenleving De veranderende samenleving is terug te zien in onze omgevingsvisie. In deze brede visie verbinden we de fysieke leefomgeving en het sociale domein aan elkaar. En vanuit deze visie geven we, waar het kan, zoveel mogelijk de regie aan onze inwoners en professionals. In Kaag en Braassem zijn we daar al eerder mee aan de slag gegaan, bijvoorbeeld met de Maatschappelijke Ruimtelijke Structuur Visie (MRSV) en de Maatschappelijke agenda (MAG). We onderscheiden ons al jaren door steeds te vernieuwen. Met de omgevingsvisie borgen we wat goed gaat en zetten we in op verdere vernieuwing en ontwikkeling waar dit nodig is. De afgelopen jaren hebben we kritischer gekeken naar onze rol als gemeente. Op een aantal onderdelen maken we steeds meer de beweging van beleidsbepaler naar partner. Dit is niet alleen terug te zien in onze sturing maar ook in deze brede omgevingsvisie. We sturen op wat we willen bereiken, op doelen en resultaten. De uitvoering en hoe de doelen en resultaten bereikt worden, laten we zo veel mogelijk over aan inwoners en professionals. We geven per onderwerp de opgaven weer en welke doelen we op deze opgaven willen bereiken.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
De samenleving verandert. We zien vergrijzing, grotere culturele diversiteit, een veranderende arbeidsmarkt, een groter verschil in gezondheid en persoonlijke voorkeuren, specifieke zorg, nieuwe woonvormen, een veranderend klimaat. We zien een gemeente die meer taken en verantwoordelijkheden krijgt, die vaker regionaal samenwerkt. We zien gemeenschappen en dorpen initiatief nemen: energiecoöperaties die worden opgericht, sportverenigingen die meer dan sportclub zijn.
4
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: A. Hogenboom
Met de omgevingsvisie willen we samenwerking verder uitdragen en stimuleren tussen organisaties, inwoners en gemeente. Samenwerken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ieder vanuit zijn eigen rol. Deze rol kan per opgave, per thema of per taak verschillen. Om dat zo goed mogelijk inzichtelijk te maken, hebben we bij de opgaven in de omgevingsvisie ‘klokken’ geplaatst. De wijzers van de klok geven aan hoe de gemeente haar eigen rol ziet en die van inwoners. Het uitgeven van een paspoort is bijvoorbeeld een taak van de gemeente. Maar het onderwerp biodiversiteit is juist een onderwerp waar iedereen een rol in heeft. Met de klok kunnen we ook laten zien waar we heen willen bewegen. Daarbij houden we rekening met de mogelijkheid dat er nieuwe opgaven bij kunnen komen, dat uitdagingen kunnen veranderen of dat inwoners of professionals het initiatief willen nemen op een opgave waar dit voorheen niet het geval was. Dit houdt in dat de rol, en daardoor de wijzers van de klok, niet vaststaan. Niet voor de gemeente, niet voor de inwoners en professionals. Omgevingsvisie is een levend document Met de omgevingsvisie willen we iedereen in Kaag en Braassem laten zien dat we een gemeente zijn die de wens heeft om samen te werken, verbinding te zoeken en midden in de samenleving te staan.
Het is niet zomaar een technisch beleidsstuk, het is een levend document dat we met elkáár gemaakt hebben. Ondanks alle inzet, input, meningen en feedback die we hebben mogen ontvangen van ‘buiten’ het gemeentehuis, is er het besef dat de omgevingsvisie nog niet van Kaag en Braassem is: het is nu nog vooral een document van de gemeente. Maar we hebben wel de wens en de hoop dat de omgevingsvisie met de jaren, stapje voor stapje, een levend document wordt. Van heel Kaag en Braassem. Als de omgevingsvisie is vastgesteld, gaan we dus gewoon verder met het werk. De omgevingsvisie is een ‘groeidocument’ dat, net als de samenleving, steeds mee verandert. Daarom zullen we de omgevingsvisie steeds een beetje bijstellen. Daar hebben we iedereen bij nodig: ondernemers, jonge ouders, mantelzorgers, boeren, ouderen, onderwijzers en juist ook de jeugd. Zij weten allen het beste wat er speelt in de gemeente. Doe daarom met ons mee, laten we samen die topprestatie leveren. Zij aan zij maken we onze gemeente elke dag een stukje mooier!
ROADMAP TOT OMGEVINGSVISIE 1.0 EN 2.0 55
Bestaand beleid en kaders Onderzoek en analyse
Op weg naar een Omgevingsvisie 2.0
Informeren & samen denken Concept Omgevingsvisie Informeren & samen denken
Ontwerp-omgevingsvisie Formele inspraakperiode Besluitvorming gemeenteraad Omgevingsvisie
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Opgaven in Kaag en Braassem
6
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: A. Hogenboom
Samen met organisaties, professionals, ondernemers en inwoners De omgevingsvisie hebben wij samen met organisaties en inwoners opgesteld. De titel van de Samenwerkingsagenda: ‘Maak meedoen mogelijk’ zegt het al en spreekt immers van ‘invloed aan de voorkant, en verder’. In de roadmap is te zien hoe wij deze invloed tijdens het proces hebben opgezet: - We zijn gestart vanuit bestaande stukken en informatie. De wereld is namelijk niet nieuw en over een hoop thema’s is al samen met inwoners en organisaties nagedacht bij het opstellen van de MRSV en de samenwerkingsagenda. Ook is er een hoop data beschikbaar waaruit blijkt welke opgaven in Kaag en Braassem spelen. Daarna hebben we onderzocht of alle informatie in deze stukken nog actueel is, welke data in de afgelopen periode is gewijzigd, of dit aansluit bij ‘wat er buiten speelt’, of wij de juiste interpretatie aan de cijfers gegeven of dat er zaken missen. - Vervolgens is er een informatiecampagne geweest om mensen te informeren over het traject rond de omgevingsvisie, en tegelijk uit te nodigen om met ons mee te denken. Dit gebeurde via verschillende media (bijeenkomsten, klankbordgroep, digitale vragenlijsten etc.). - Alle input uit bestaande stukken en informatie is daarna met de input uit de externe participatie samengevoegd tot een eerste concept omgevingsvisie.
- Dit concept is vervolgens weer besproken met inwoners en organisaties. Ook zijn de dilemma’s die in dit eerste concept naar voren zijn gekomen aan de orde geweest in de gemeenteraad. Dit is verwerkt in de omgevingsvisie zoals u die nu leest. - De concept-omgevingsvisie is besproken in de gemeenteraad en heeft vervolgens ter inzage gelegen tijdens een formele inspraakperiode. De zienswijzen vanuit deze inzageperiode zijn verwerkt in een nota van beantwoording. - De Omgevingsvisie zal vervolgens worden vastgesteld door de gemeenteraad. Leeswijzer De omgevingsvisie is opgedeeld in een aantal grote thema’s, bijvoorbeeld gezondheid, duurzaamheid en natuur. Binnen die thema’s is een aantal opgaven geformuleerd. Die worden toegelicht en eventuele doelen worden daarbij benoemd. Bij elk thema staat een (eerdergenoemde) klok, waarop te zien is wat de rol van de gemeente en die van de inwoners of professionals is. Verder hebben we de gemeente in vier gebiedstypen ingedeeld. Voor de verschillende gebieden hebben we kenmerken en waarden bepaald, zodat het voor iedereen duidelijk is hoe zo’n gebied eruit ziet en wat het beeld voor de toekomst is. Van elk dorp in onze gemeente is een kort perspectief gemaakt.
7
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Foto: A. de Haas
Inhoud Gemeente Kaag en Braassem
8
Inleiding
3
1. Samenwerken in en aan Kaag en Braassem
9
2. Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem
15
3. Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem
23
4. Wonen in Kaag en Braassem
35
5. Gezonde economische ontwikkeling in Kaag en Braassem
45
6. Sociaal Kaag en Braassem
53
7. Mobiliteit in Kaag en Braassem
61
8. Veilig Kaag en Braassem
67
9. Gebiedstypen
73
Bijlage 1. Wijzigingendocument omgevingsvisie en gebiedsgerichte programma’s
9
In Kaag en Braassem wonen en werken niet alleen agrariërs, onderwijzers, juristen en groenspecialisten maar alle mogelijke beroepen zijn vertegenwoordigd. Mensen dus met unieke vaardigheden, met uiteenlopende soorten ervaring, met specifieke kennis. Mensen die op verschillende manieren willen bijdragen aan hun eigen omgeving, die eigenaarschap en verantwoordelijkheid wensen en nemen, die initiatieven laten ontstaan. Er worden steeds meer ideeën en projecten uitgevoerd waar de gemeente (bewust) een (zeer) beperkte rol heeft en er zijn initiatieven gestart die volledig buiten de gemeente om worden georganiseerd. Een klein deel van onze inwoners wil zelfs taken van de gemeente terug of wil deze overnemen. Maar er zijn ook thema’s waar inwoners een beperkte rol voor zichzelf zien en waarvan ze vinden dat de gemeente voornamelijk aan zet is. Dit geldt bijvoorbeeld voor veiligheid, handhaving en toezicht (volgens 35% van het inwonerspanel). Wij willen als gemeente onze inwoners de ruimte bieden, zodat zij vanuit hun eigen verantwoordelijkheid kunnen meewerken aan een breed gedragen en goed antwoord op vraagstukken die in de eigen omgeving spelen. Dit vraagt flexibiliteit, ruimte voor verschil, durf en ook het besef dat het niet altijd gemakkelijk zal gaan.
Samenwerking is maatwerk en de rol van de gemeente is afhankelijk van de rol die inwoners en/of samenwerkingspartners (willen) pakken. Het is dynamisch en verschilt per dorp, per buurt, per samenwerkingspartner, per opgave en per project. Dit is een uitdaging voor de gemeente want inwoners zijn tot nu toe niet onverdeeld blij met de samenwerking: maar 9% van de respondenten van het inwonerspanel (2019) is (zeer) tevreden over de manier waarop wij inwoners betrekken bij onze plannen; 42% is (zeer) ontevreden. Deze ontevredenheid geldt overigens niet alleen voor Kaag en Braassem: Nederlanders geven de samenwerking met hun gemeente gemiddeld een krappe voldoende (via www.waarstaatjegemeente.nl). Er is dus wat te verbeteren! Daarom bespreken we in de komende periode de samenwerking als apart punt in de gemeenteraad en vanzelfsprekend met inwoners. Om alvast meer inzicht te geven over wat mensen van de gemeente in de toekomst kunnen verwachten, is in de omgevingsvisie per thema aangegeven welke rol wij voor onszelf zien.
Foto: J. Kret
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
1
Samenwerken in en aan Kaag en Braassem
ACHTERGROND
Gemeente Kaag en Braassem
10
Onze inwoners willen betrokken worden bij plannen en besluiten van de gemeente Hierin telt ’hoe dichter bij huis, hoe groter de betrokkenheid’. Van onze inwoners wil: - 79% betrokken worden bij plannen voor eigen straat/buurt; - 77% betrokken worden bij plannen voor het eigen dorp; - 38% betrokken worden bij plannen voor geheel Kaag en Braassem; en - 32% betrokken worden bij strategische onderwerpen en/ of visietrajecten. Daar waar inwoners betrokken willen worden, willen zij voornamelijk geïnformeerd worden zonder actieve betrokkenheid (69% van de respondenten van het inwonerspanel), wil 68% geraadpleegd worden, wil iets meer dan een kwart (27%) de gemeente graag adviseren, wil een klein groepje (6%) samen met de gemeente projecten ontwikkelen en uitvoeren en zijn er enkelen (3%) die graag zelf het initiatief nemen. Onze inwoners willen vooral meedenken Uit het inwonerspanel blijkt dat er grote verschillen zijn over hoe inwoners betrokken willen worden: 77% wil meer samen denken; 55% wil meer samen besluiten; 23% wil meer samen doen; en 2% wil niet meer samenwerken.
Uit bovenstaande resultaten komt een bepaalde bereidwilligheid onder de inwoners naar voren om meer betrokken te worden bij plannen. Dit wordt nog eens versterkt door de uitkomst dat 67% van de respondenten uit het inwonerspanel aangeeft, de gemeente te willen helpen wanneer de gemeente om hulp zou vragen; 2% geeft aan dit niet te willen en de overige 31% weet niet of ze zouden willen meehelpen. De manier waarop inwoners willen samenwerken is vooral digitaal. Zo geeft 90% van de respondenten aan dat zij digitaal geraadpleegd willen worden door de gemeente en laat 86% van de respondenten weten dat ze de gemeente digitaal willen adviseren. Een inwonersbijeenkomst is minder geschikt voor het raadplegen (39% van de respondenten geeft dit aan). Voor het adviseren van de gemeente is een bijeenkomst dan wel weer geschikt, aldus 63% van het inwonerspanel.
GEWENSTE BEWEGING
We staan open voor initiatieven uit de samenleving en we zijn duidelijk naar initiatiefnemers wat zij van ons kunnen verwachten Inwoners kunnen ideeën hebben waar wij als gemeente voor nodig zijn. Elk idee is anders en vraagt om een andere samenwerking. Onze rol en de ruimte voor initiatieven verschilt daarom ook per opgave en vaak zelfs per initiatief. Daar waar mogelijk bepalen wij onze rol zo snel en helder mogelijk. Daar waar dit geen wettelijk vastgelegde rol is, kijken we wat inwoners en organisaties zelf kunnen en willen en wat redelijk is.
11
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Samenwerking is geen doel op zich Samenwerken is een middel om ervoor te zorgen dat we een goed en breed gedragen resultaat realiseren. Per opgave en situatie organiseren we een op maat gemaakte manier van samenwerken. Dit kan variëren van informeren, tot samen denken, samen doen of zelfs overlaten.
De gemeente is van de inwoners en organisaties De gemeenschappen in Kaag en Braassem zijn Kaag en Braassem. In eerste instantie is de gemeente er, als één enkel tandwiel in groot klokwerk, voor die gemeenschappen. Een belangrijk maar niet altijd noodzakelijk tandwiel: het klokwerk kan namelijk soms ook blijven draaien omdat er heel veel dingen gebeuren buiten het gemeentehuis om. Initiatieven en samenwerkingen waar de gemeente geen weet van heeft. Zo zorgen agrariërs, onderwijzers, juristen, timmermannen, vrijwilligers en groenspecialisten er bijvoorbeeld voor dat verenigingen kunnen bloeien. Verenigingen geven, doordat zij activiteiten organiseren, invulling aan de eigen gemeenschap. Dit betekent dat er ook een aantal dingen zijn die ver bij het gemeentehuis vandaan moeten blijven, waar wij als gemeente geen enkele rol in hebben en waaruit het principe vloeit dat het eigenaarschap moet liggen bij de rechtmatige eigenaar, de gemeenschap.
12
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: K. van As
Aan de hand daarvan, en op grond van de link met onze opgaven bepalen we welke rol voor de gemeente passend is. Dit is dynamisch en niet in beton gegoten. Tijdens het proces blijven wij over de rol van de gemeente nadenken en passen wij deze in samenwerking en in overleg met inwoners en organisaties aan waar dat nodig of mogelijk blijkt te zijn. Inwoners/belanghebbenden worden (volgens het principe van participatief werken) in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij beleidsvorming en -uitvoering om zo mee te beslissen of mee uit te voeren Vanzelfsprekend heeft de gemeente ook taken en verantwoordelijkheden waarmee de gemeente vooral zelf aan de slag moet gaan. We zoeken hierbij wel zo veel mogelijk de samenwerking met inwoners en organisaties op het moment dat er wat ‘te kiezen, te beslissen en te samenwerken valt’. Daar waar wij tijd en energie van derden vragen, moet er op korte termijn een actie kunnen plaatsvinden en anders een helder beeld van de verwachtingen geschetst worden. We zoeken geen samenwerking op als er niets te kiezen is of wanneer er (bijvoorbeeld wettelijk) geen ruimte is voor inbreng.
SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN •
‘Hoe meer mensen hoe meer meningen. En dus hoe meer deelnemers hoe meer conflicterende ideeën en soms ook belangen.’ We gaan conflicten niet uit de weg en begrijpen dat een conflict ook het resultaat is van betrokkenheid. We proberen deze betrokkenheid daar waar mogelijk in te zetten om te komen tot een breed gedragen uitvoering. Aan de voorkant denken we wel goed na over wie de stakeholders zijn, en wie op welke manier mee participeert of wordt geïnformeerd. We zorgen voor heldere verwachtingen waarbij voor alle deelnemers duidelijk is welke mate van invloed wanneer mogelijk is. • ‘Samenwerking werkt alleen als je elkaar kan vinden’ We kijken naar (nieuwe) instrumenten die we inzetten om de samenwerking met inwoners en organisaties beter vorm te geven. Denk hierbij aan het Inwonerspanel, Openstad, Digitaal plein Kaag en Braassem, etc. we kijken per opgave/ project welke instrumenten het beste aansluiten bij de doelgroep.
13 Foto: N. Bartels
• Niets is zo ongelijk als de gelijke behandeling van ongelijken Samenwerking is maatwerk en de rol van ons als gemeente is afhankelijk van de rol die samenwerkingspartners (willen) pakken. Per situatie, per dorp, per buurt, per vraagstuk, per organisatie bekijken wij samen welke rol wij zouden moeten hebben. Het toepassen van dit principe vraagt om ruimte voor verschil, ruimte voor maatwerk, ruimte voor een specifieke aanpak.
REGIO Elke gemeente in Nederland maakt een omgevingsvisie. Sommige gemeenten maken een beknopte visie, anderen juist een uitgebreid stuk. Toch komen in de meeste omgevingsvisies een aantal dezelfde onderwerpen terug. Zoals natuur, wonen, mobiliteit, openbare ruimte en economie. Deze onderwerpen overstijgen bovendien de gemeentegrenzen. Een weidevogel kijkt niet in welke gemeente zij broedt en de wegen stoppen niet aan de gemeentegrens. Daarom vindt er tussen (buur)gemeenten onderling overleg plaats over elkaars omgevingsvisie en met name de regionale onderwerpen. Ook wij hebben met veel omliggende gemeenten overlegd en samengewerkt. Zo hebben we in Holland Rijnland gewerkt aan de Regionale Omgevingsagenda. Holland Rijnland bestaat uit 13 gemeenten om ons heen: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. In de kern bespreekt de Regionale Omgevingsagenda hoe op een integrale wijze ruimtevragende functies en toekomstige opgaven een plek kunnen krijgen in onze regio. Een gezamenlijke visie helpt ons in de lobby met andere overheden zoals de provincie of het Rijk.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
• Eigenaarschap ligt daar waar het hoort Het eigenaarschap organiseren we waar nodig daar waar het hoort, daar waar het volgens de gemeenschap en de gemeente het beste past en het meeste oplevert. Mensen hebben de neiging om dingen die zij zelf (gedeeltelijk) gecreëerd of gemaakt hebben, meer te waarderen dan dingen die door anderen gemaakt of ontworpen zijn. En dat wat van jezelf is, daar ben je zuinig en trots op.
14
Foto: A. de Haas
Gemeente Kaag en Braassem
Een ander voorbeeld van het gezamenlijk werken is dat we regionale opgaven goed in beeld hebben en de informatie van de verschillende onderwerpen als onderliggende kennis gebruikt kan worden voor ieders omgevingsvisie. Omdat onze visie een groeidocument is, kan de informatie die we regionaal op doen worden gebruikt in de volgende Omgevingsvisie. Naast de samenwerking in Holland-Rijnland is er ook regelmatig contact met de Rijn- en Veenstreek, met de gemeenten Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn. In de overleggen is kennis uitgewisseld en in hoeverre onze verschillende documenten op elkaar aan sluiten. Het is belangrijk te noteren dat de regionale samenwerking van belang is, ook als het gaat om de omgevingsvisie. Een aantal onderwerpen spelen in veel van onze omliggende gemeenten. Door die terug te laten komen in de verschillende visies, ontstaat de mogelijkheid een gezamenlijke aanpak op te zetten. Bijvoorbeeld op het gebied van biodiversiteit, of mobiliteit.
Tot slot, onze omgevingsvisie is ook gelijk ons visitekaartje aan de rest van de regio. In onze visie staan onze ambities en opgaven, welke kant wij met onze gemeente op willen gaan. Het kan als leidraad gelden in de regionale gesprekken die op ambtelijk en bestuurlijk niveau gevoerd worden. Na het vaststellen van de omgevingsvisie zullen de regionale overleggen en samenwerking niet stoppen. Integendeel. Iedere gemeente stelt nu een omgevingsvisie op, waarin de focus vaak wat meer op de eigen gemeente zal liggen. Omdat we te maken hebben met regionale opgaven, zal de inhoud van de verschillende omgevingsvisies een rol gaan spelen en eventueel uitgebreid of aangepast worden.
Foto: R.van de Meer
15
In Kaag en Braassem werken we samen hard aan een duurzame gemeente. Vrijwel iedereen uit het inwonerspanel van Kaag en Braassem (84%) vindt dat we aan de slag moeten met het thema duurzaamheid. Een grote meerderheid van hetzelfde panel (73%) geeft bovendien aan dat niet alleen de gemeente, niet alleen de inwoners en niet alleen de (agrarische) bedrijven aan de slag zouden moeten: We moeten allemaal onze schouders onder de verschillende duurzaamheidsopgaven zetten. Met duurzaam bedoelen we in dit hoofdstuk het besparen van energie, het zelf opwekken van groene stroom, het verminderen van afval en het recyclen en duurzaam gebruik van grondstoffen en materialen. We proberen hiermee samen de uitstoot van fossiele brandstoffen terug te dringen én zo min mogelijk niet-duurzame materialen te gebruiken. Om zo in de toekomst net zoveel schone energie duurzaam op te wekken als dat we zelf gebruiken. Om zo op den duur een kringloopeconomie te realiseren waardoor een begrip als afval uiteindelijk tot het verleden behoort.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
2
Energie & Grondstoffen in Kaag en Braassem
ACHTERGROND
Gemeente Kaag en Braassem
16
Bewustzijn rondom duurzaamheid stijgt, maar opgaven en uitdagingen blijven groot Steeds meer inwoners zijn bezig of gaan bewust aan de slag met duurzaamheid. Vooral met het treffen van energiebesparende maatregelen, het opwekken van duurzame energie via zonnepanelen en het bewuster omgaan met afval: - Ondanks de vele nieuwbouw (6% meer woningen) is het energieverbruik van het totale aantal woningen in de afgelopen 6 jaar gedaald met 2,8% (Gemeente en Liander, 2019). - In 2018 lagen er circa 20.700 zonnepanelen op de daken van de huizen (35% heeft panelen), stallen en bedrijven (Sobolt, 2019). - In 2018 waren de inwoners van Kaag en Braassem koploper in de Cyclus-regio met gemiddeld maar 117 kilo restafval per inwoner (Cyclus, 2019), een stuk minder dan het landelijk gemiddelde uit 2017 van 179 kilogram (Rijksoverheid, 2019). Dit zijn mooie en goede cijfers. Maar ze zijn ook hard nodig willen we in de toekomst zelf in ons eigen energieverbruik kunnen voorzien en daarnaast slim en efficiënt omgaan met de producten, materialen en grondstoffen die we gebruiken: - We kunnen gezamenlijk nog ongeveer tien keer zoveel energie besparen als dat we nu hebben gedaan door onze woningen en bedrijven te isoleren, LED-lampen te plaatsen en oude apparatuur te vervangen (POSAD, 2017).
- Circa 80% van de daken van woningen, stallen, sporthallen en ondernemingen die geschikt zijn voor zonnepanelen, kunnen nog worden bedekt met zonnepanelen (POSAD, 2017). - Van het totale aantal kilo’s afval, 490 kilo voor een gemiddeld Nederlands huishouden per jaar, kunnen we nog 25% slimmer en efficiënter scheiden (Milieu Centraal, 2019).
Meeste energieverbruik door de agrarische sector, woningen en onze voertuigen In Kaag en Braassem wordt de meeste energie verbruikt in onze agrarische sector (36%), in onze woningen (26%) en in het lokale verkeer en vervoer (24%). De publieke dienstverlening (sportverenigingen, scholen, gemeente) en de commerciële dienstverlening (detailhandel, bouwbedrijven, kantoren) verbruiken een stuk minder: respectievelijk 3% en 6%. De grootste opgaven liggen dus bij onze woningen, onze agrariërs en hoe we onszelf en onze boodschappen verplaatsen. Afval en recycling Momenteel zijn er alleen nog maar gegevens beschikbaar over het huishoudelijk afval. Zo weten we bijvoorbeeld dat bijna al onze inwoners (88%) aan afvalscheiding doen en dat 45% vaak probeert zoveel mogelijk voorwerpen en producten te hergebruiken. De komende tijd zullen er meer gegevens moeten komen om inzichtelijk te maken hoeveel en welke materialen, grondstoffen, producten worden gebruikt en hoeveel ‘afval’ er bijvoorbeeld door bedrijven wordt geproduceerd. We verwachten, op basis van gegevens van de inwoners zelf, dat inwoners in de nabije toekomst (binnen nu en 5 jaar) meer en meer aandacht zullen krijgen hoe duurzaam om te gaan met materialen en grondstoffen.
Grootste opgaven voor een duurzaam Kaag en Braassem zien we in: - de toekomstige energievraag (warmte, elektra en brandstof) en bijbehorende infrastructuur betaalbaar te verduurzamen; - het werken richting een kringloopeconomie waarin er geen sprake meer is van afval en we steeds meer duurzaam geproduceerde, hernieuwbare grondstoffen en materialen gebruiken.
17 Foto: T.Geevers
Maar een zeer klein deel van het daadwerkelijke energieverbruik en het gebruik van fossiele, niet hernieuwbare en zeldzame materialen en grondstoffen komt voor rekening van de gemeente. Met andere woorden: de directe invloed van de gemeente in beide opgaven is beperkt. Dit betekent echter niet dat gemeente een beperkte rol heeft in de energietransitie en het realiseren van een (circulaire) kringloopeconomie: - De gemeente zal ervoor moeten zorgen dat de eigen bedrijfsvoering steeds meer duurzaam, circulair en energieneutraal is (presterende overheid). - Waar nodig zal de gemeente aansluiten en ondersteuning bieden bij initiatieven van inwoners, ondernemers, agrariërs en anderen om de eigen gemeenschap, de eigen (sport)vereniging of de eigen bedrijfsvoering energieneutraal en circulair te maken (participerende overheid). - Omdat bij beide opgaven veel inwoners, ondernemers en (regionale) organisaties betrokken zijn, wat afstemming en verbinding vraagt, ziet de gemeente voor zichzelf ook een samenwerkende rol weggelegd.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM
Gemeente Kaag en Braassem
18
GEWENSTE BEWEGING Met de omgevingsvisie willen we aansluiten bij en invulling geven aan de volgende beweging: - van top down … naar zoveel mogelijk bottom up; - van gelijkwaardigheid en een centraal systeem energienetwerk … naar maatwerk bestaande uit duurzame alternatieven en oplossingen die verschillen per dorp, per wijk, per initiatief; - van op zichzelf staande opgaven … naar een duurzaam onderdeel uitmaken van ieder project en iedere ontwikkeling; - van alleen energieneutraal en circulair … naar een totale benadering waarin we verschillende (duurzaamheids)opgaven tegelijkertijd meenemen. ENERGIE: DE TOEKOMSTIGE ENERGIEVRAAG EN BIJBEHORENDE INFRASTRUCTUUR BETAALBAAR VERDUURZAMEN Om in de toekomst alle energie die we zelf verbruiken, duurzaam, veilig en betaalbaar op te wekken, zullen er dingen gaan veranderen: in onze huizen, bedrijven en op onze boerderijen, maar op den duur mogelijk ook in het landschap. Voor de komende jaren zal de focus liggen op alle beschikbare daken bedekken met zonnepanelen
en ons energieverbruik terugdringen door bijvoorbeeld te isoleren en ledverlichting te plaatsen. Dit omdat het maatregelen zijn die financieel aantrekkelijk zijn en de logische eerste stap om uiteindelijk van het gas af te gaan. Maar we weten ook: deze opgave vraagt meer dan alleen spouwmuurisolatie en zonnepanelen op de daken van woningen of bedrijven. Het vergt namelijk ook een gedragsverandering, bewustwording en ondernemerschap van ons allen. Bij het (ver) bouwen van onze woningen, onze monumenten, onze bedrijven, onze huisvesting voor bijzondere doelgroepen, onze scholen en bijbehorende vergunningverlening; bij zowel het wonen als het werken, maar ook bij de vele recreatie in ons groen en blauw; en ook bij het organiseren van evenementen en het onderhoud van zowel de openbare ruimte als de eigen leefomgeving.
19 Foto: E. van Kampen
Naast deze doelstellingen voor de komende periode is het ook verstandig om verder te kijken, naar een toekomst waarin we al onze energie zelf, lokaal en duurzaam opwekken. In het gesprek met elkaar over die toekomst, gaan we het hebben over grootschalige opwek van energie. Wellicht via zonneweiden/zonthermie (warmte uit zonnepanelen) en mogelijk ook warmte door aquathermie (zoals oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater), uit de grond of restwarmte van bedrijven die veel energie nodig hebben.
Dit kan wel alleen als we toestemming van de provincie ZuidHolland krijgen. Tot op heden geeft de provincie Zuid-Holland geen toestemming voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit via windturbines in het Groene Hart. Hoewel er de komende periode nog aanvullend gezocht wordt naar de mogelijkheden voor grootschalige opwek van duurzame elektriciteit, is de doelstelling een energieneutraal Kaag en Braassem, op dit moment, niet realistisch. Te meer omdat we biomassa(centrales) niet als duurzame energie/opwek beschouwen en andere oplossingen, zoals kernenergie, niet toegepast kunnen worden voor 2030. Ondanks dit houden we de technologische vooruitgang nauwlettend in de gaten. Wat naast energiebesparing en de daken benutten sowieso moet gebeuren, is een verzwaring van het elektriciteitsnet vanwege onze (toekomstige) zonnepanelen, elektrische auto’s en onze warmtepompen. Hiervoor moet sneller dan gedacht ruimte komen, mogelijk ook in Kaag en Braassem. De ontwikkelingen en groei gaan op het moment zo hard dat de kans dat andere opgaven zoals bijvoorbeeld woningbouw, op korte termijn in de knel kunnen komen vanwege de beperkte capaciteit van het net. Niet alleen boven de grond, maar ook onder de grond waar er niet zoveel ruimte is als men in eerste instantie zou denken.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Wat willen we bereiken? - Vóór 2025 een besparing van 44 terajoule realiseren in onze woningen wat gelijkstaat aan een gemiddelde besparing van ongeveer 15% van het totale energieverbruik (gas en elektriciteit) in een gemiddelde woning. - Vóór 2025 een besparing van 59 terajoule realiseren bij onze agrariërs en 19 terajoule minder energie verbruiken in onze kantoren, sportkantines, scholen en op het gemeentehuis. - Vóór 2025 liggen er minimaal gemiddeld 6 zonnepanelen op iedere woning in Kaag en Braassem. - Vóór 2025 wekken onze agrariërs minimaal 61 terajoule duurzame energie op (= 76.250 zonnepanelen) en is de commerciële en publieke dienstverlening verantwoordelijk voor een opwek van 19,6 terajoule (= 24.500 zonnepanelen).
20
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: R. van de Meer
Er lopen namelijk nu al veel gas- en waterleidingen, elektriciteitskabels, rioleringsbuizen en kabels van telecommunicatiebedrijven. Daarvan zullen er mogelijk een aantal gaan verdwijnen, maar er zullen er meer voor terugkomen. En daar komt nog eens bij dat niet alle ondergrond in Kaag en Braassem even geschikt is voor de infrastructuur van de toekomst. Daarom hebben we slimme en innovatieve oplossingen nodig. Regionaal en lokaal Bovenstaande vraagstukken spelen niet alleen in Kaag en Braassem, maar overstijgen (deels) ook gemeentegrens. We maken deel uit van een regio, zoals Holland Rijnland en Hart van Holland. Daar zijn we al geruime tijd bezig deze grote opgaven te bespreken en na te denken hoe we elkaar in de regio kunnen helpen in plaats van in de weg zitten. Een goed voorbeeld hiervan is de regionale energiestrategie (RES) waarin de gemeente, met andere gemeenten uit de regio, samen kijkt naar oplossingen voor onze energievraag. Deze RES is in 2021 officieel vastgesteld. In deze samenwerking, waarbij ook de provincie is aangesloten, kijken we naar het grotere plaatje: hoe en waar we onze stroom grootschalig duurzaam zouden kunnen gaan opwekken, maken we een inschatting hoe zwaar het elektriciteitsnetwerk zal worden belast en onderzoeken we of er eventueel regionale warmtenetten interessant zijn.
Vanzelfsprekend wordt deze strategie ook lokaal uitgewerkt en gaan we daar met elkaar over in gesprek. Op het gemeentehuis, in de dorpen en wijken, met de agrariërs, het hoogheemraadschap en de andere ondernemers. Om te bekijken waar en hoe we op een slimme, verstandige en betaalbare manier op den duur kunnen beginnen met het overstappen naar duurzame energiebronnen. Is dat bijvoorbeeld met een individuele oplossing (een eigen warmtepomp) of is het misschien goedkoper om in bepaalde dorpen of wijken een gezamenlijk (collectief) systeem te gaan gebruiken voor de verwarming van onze woningen en andere gebouwen? En zo ja, wat voor een systeem is dat dan? Dit doen we omdat we als gemeente een Warmtevisie moeten opstellen, maar vooral ook om ons goed voor te bereiden op de toekomst. En, belangrijker, omdat we beseffen dat het overgaan op schone energie landschappelijke en ruimtelijke inpassing vraagt, maatwerk vereist, draagvlak vergt en gedeeld eigenaarschap verlangt. De Warmtevisie, waarin wordt onderzocht in welke dorpen en wijken we eventueel voor 2030 op een verstandige manier van het gas af kunnen, wordt het komende jaar opgesteld. Het doel is om deze visie in de toekomst een vast onderdeel te laten zijn van de omgevingsvisie.
21
LINEAIRE
HERGEBRUIK
CIRCULAIRE
ECONOMIE
ECONOMIE
ECONOMIE
GRONDSTOFFEN: HET OP DEN DUUR REALISEREN VAN EEN KRINGLOOPECONOMIE De rijksoverheid wil dat we in 2050 een circulaire economie hebben. Een circulaire economie is een gesloten kringloopeconomie waarin er geen afval bestaat. Het is ook een economie waarin we alleen nog maar herbruikbare en duurzaam geproduceerde grondstoffen gebruiken. Een belangrijke tussenstap om dat doel te halen, is het streven vijftig procent minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) te gebruiken in 2030. De overgang van onze huidige economie naar een circulaire economie wordt hieronder schematisch weergegeven.
Dit betekent dat: - we in onze woningen, het gemeentehuis en onze (sport) verenigingen efficiënter gebruik moeten maken van grondstoffen ( o.a. het delen van producten en diensten), zodat er minder grondstoffen nodig zijn; - wanneer we nieuwe grondstoffen en materialen gebruiken, voor bijvoorbeeld het bouwen van een school of van een nieuwe woning, dit duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen zijn; - onze ondernemers en agrariërs tegelijkertijd gaan nadenken over en bouwen aan een circulaire bedrijfsvoering en een productieproces waarin, op den duur, geen afval meer ontstaat.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Het is nu nog niet geheel duidelijk wat deze nationale doelstellingen voor Kaag en Braassem precies inhouden. Wat we wel weten, is dat we in de toekomst zuiniger, slimmer en efficiënter om moeten gaan met materialen en grondstoffen.
22
Gemeente Kaag en Braassem
Foto: J. Kret
Hoe we dat verstandig en betaalbaar gaan doen, daar willen we ons met elkaar de komende jaren op gaan richten. Want ondanks dat er al een aantal creatieve en intelligente oplossingen zichtbaar zijn voor deze opgave, staan we als Kaag en Braassem, maar ook als Nederland en wereldwijd gezien, pas aan het begin van de gewenste omslag. Duidelijk is wel dat we allemaal, in onze woningen, in onze bedrijven, op het gemeentehuis en op onze agrarische erven, de schouders onder deze overgang moeten zetten.
- Inzicht krijgen in de productiemethoden en wat er nodig is om over te gaan op een productieproces waarin alleen maar duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen worden gebruikt.
Wat willen we bereiken? - De komende jaren willen we ons huishoudelijk restafval blijven verminderen: vóór 2025 willen we nog maximaal 30 kilo restafval per inwoner per jaar produceren; vóór 2025 willen we zoveel mogelijk grondstoffen uit het restafval halen. - Inzicht krijgen en verbeteringen realiseren in de afvalstromen en het gebruik van materialen binnen het gemeentehuis en op de gemeentewerf. - Inzicht krijgen in de bedrijfsmatige afvalstromen en tegelijkertijd de eerste stappen zetten om het afval te verminderen.
•
SPECIFIEKE UITGANGSPUNTEN •
•
Als gemeente stimuleren we duurzaamheidsinitiatieven die ontstaan door de inwoners in de wijken en dorpen. De gemeente zal daar waar nodig sturen op een dorpsgerichte aanpak, waardoor de aanpak van opgaven als de energietransitie en het realiseren van een kringloopeconomie, per dorp en per initiatief kunnen verschillen. Als gemeente gaan we, mede ook op basis van de uitkomsten van het inwonerspanel, uit van een breed gedragen verantwoordelijkheid bij de aanpak van de duurzaamheidsopgaven. We zoeken daarom, wanneer dit wenselijk is, verbinding tussen inwoners, het bedrijfsleven, de agrariërs in een dorp en eventuele andere overheidsinstanties.
23
Groen en blauw is overal aanwezig in Kaag en Braassem: de weilanden met de vele sloten, de wuivende rietkragen langs de Kagerplassen en het Braassemermeer. Het veenweide gebied is van oudsher een uniek deel van het Groene Hart waar uitzonderlijke planten en dieren voorkomen. Maar dit staat onder druk: onze veenweidegebieden waren de kraamkamer van verschillende soorten weidevogels maar soorten als de kievit en de grutto worden ook hier steeds zeldzamer, andere soorten komen al niet meer voor. Typische planten in ons gebied zoals dotterbloem, echte koekoeksbloem, kattenstaart en rietorchis zien we steeds minder langs de slootkanten en ook de weilanden bevatten weinig kruiden als klaver en boterbloem. Ook het akkerbouwgebied kan bijdragen aan onze biodiversiteit: het biedt in potentie ruimte aan de veldleeuwerik en de patrijs, maar dit betekent wel dat we ons ook voor deze soorten moeten willen inzetten op behoud want ze worden nauwelijks meer waargenomen. Onze oevers met het vele riet herbergen diverse plantensoorten, bieden nestgelegenheid voor verschillende rietzangers en zijn een beschutte leefomgeving voor ontelbare insecten. Gezonde poldersloten zijn belangrijk voor vissen en amfibieën. Ook helpen de karakteristieke sloten bij het verwerken van al het regenwater: ze zorgen ervoor dat we minder overlast hebben tijdens een heftige onweersbui.
Een natuurlijke leefomgeving waarin het groen en blauw ecologisch gezond en in evenwicht is, is niet alleen goed voor planten en dieren. Het is ook goed voor ons als mens: het geeft ontspanning en vermindert stress, stimuleert bewegen en het versterkt onze veiligheid doordat we in de toekomst beter om kunnen gaan met extremer weer. We zijn trots op het landschap in onze gemeente, maar we moeten er ook met het oog op de toekomst zuiniger op zijn. Trots en zuinig zijn we ook op onze agrariërs die grotendeels verantwoordelijk zijn voor het huidige polderlandschap waar zoveel inwoners van genieten, waardoor dagjesmensen ons graag komen bezoeken. En juist omdat we trots en zuinig willen blijven op onze agrariërs en ons landschap, liggen hier verschillende uitdagingen op ons te wachten: het tegengaan van de verdere afname van dier- en plantensoorten, soorten terugbrengen in ons landschap, een dalende bodem die aandacht vraagt, een omgeving die zo ingericht moet worden dat het om kan gaan met extreem weer. Foto: M. Boer
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
3
Natuur, water en lucht in Kaag en Braassem
ACHTERGROND
Gemeente Kaag en Braassem
24
Het groen en blauw in Kaag en Braassem is belangrijk maar staat tegelijkertijd ook onder druk De inwoners van Kaag en Braassem hechten waarde aan de landelijke leefomgeving met de polders en het vele water. Zo blijkt onder meer dat: - 87% van de respondenten van het inwonerspanel stelt dat zij natuur, zowel binnen als buiten de dorpskern, belangrijk vinden; - 77% van de respondenten aangeeft dat koeien in de polder natuur is; - 70% van de respondenten vindt dat de groene openbare ruimte best wat rommeliger mag wanneer dit goed is voor de natuur; - 21% van de respondenten vindt dat duurzaamheid te maken heeft met ons milieu, de natuur, klimaat en de bescherming ervan en 73% laat weten dat iedereen hier een bijdrage aan zou moeten leveren. Ondanks de waarde die wordt gehecht aan het groen en blauw, zijn er uiteenlopende ontwikkelingen die een gezonde, robuuste en duurzame leefomgeving onder druk zetten: - Net als in de rest van de wereld is er ook in Nederland een afname van verschillende soorten flora (planten) en fauna (dieren). Een afname van wel 85% van de oorspronkelijke staat, dit ligt een stuk hoger dan in Europa (50%) en zelfs wereldwijd (70%); - 53% van de respondenten van het inwonerspanel geeft aan last te hebben (van de gevolgen) van bodemdaling. Meer dan 40% van het totale landoppervlak van de gemeente Kaag en Braassem is gevoelig voor veenoxidatie, en dus voor
bodemdaling, waardoor er plekken zijn waar de bodem in totaal met circa 60 centimeter zal dalen in de komende 30 jaar; - Er zijn verschillende andere opgaven die ruimte nodig hebben zoals woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit. Naast deze ontwikkelingen zien we ook dat Kaag en Braassem aantrekkelijk is voor recreanten die wandelend, zwemmend, met de fiets of op de boot genieten van het water en de molens. Samen met de landbouw, die de Hollandse polders gebruikt voor het produceren van het eten dat dagelijks op ons bord verschijnt, hebben deze twee sectoren een relatief grote en directe invloed op de natuurlijke leefomgeving in Kaag en Braassem. In dit hoofdstuk richten we ons op vier opgaven/uitdagingen in het groen en het blauw. Het is waarschijnlijk dat deze vier opgaven in de (nabije) toekomst belangrijker worden wanneer we in Kaag en Braassem willen blijven wonen en werken. Deze vier opgaven zijn: - de resterende biodiversiteit in Kaag en Braassem behouden en werken aan herstel; - bodemdaling, al dan niet door veenoxidatie, en haar nadelige gevolgen zoveel mogelijk tegengaan dan wel benutten; - de veiligheid van het grondwater en de kwaliteit van de bodem waarborgen; - ervoor zorgen dat Kaag en Braassem in de toekomst goed om kan gaan met extreme regenval, droogte en hittestress (klimaatadaptatie).
ROL GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM
25
GEWENSTE BEWEGING - van één oplossing voor de gehele gemeente … naar meerdere oplossingen per wijk, per buurt, per dorp die de biodiversiteit herstellen, behouden en versterken; - van het alleen willen tegengaan van de nadelige gevolgen van bodemdaling … naar het meervoudig gebruikmaken of benutten van de maatregelen die worden genomen om de gevolgen van bodemdaling/veenoxidatie tegen te gaan; - van het aanpakken van iedere opgave afzonderlijk … naar het zoveel mogelijk bedenken en toepassen van oplossingen die meerdere opgaven tegelijkertijd het hoofd bieden.
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Veel van het groen is van de agrariërs en in mindere mate van inwoners en andere organisaties. Verder zorgt het hoogheemraadschap van Rijnland voor een groot deel van het blauw. Dit betekent vooral dat we, om de uitdagingen in het groen en blauw op te pakken, moeten samenwerken. De gemeente ziet dan ook de volgende rollen voor zichzelf weggelegd bij de opgaven rondom biodiversiteit, klimaatadaptatie en bodemdaling: - De gemeente moet het eigen vastgoed klimaatadaptief maken (presterende rol). - Bodemdaling is een opgave waar de gemeente voornamelijk een participerende en samenwerkende rol voor zichzelf ziet weggelegd. Dit omdat deze opgaven (regionale) afstemming en samenwerking vragen met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap Rijnland: een groot deel van het bodemdalingsgebied en omliggend water is van hen en zij hebben hier dus ook dagelijks mee te maken. - Het behoud en herstel van de biodiversiteit is een opgave waar de gemeente een tweeledige rol voorziet, enerzijds vormen onze bermen een groot areaal waar we met beheer de biodiversiteit kunnen stimuleren hierbij is een presterende rol voor de hand liggend.
Maar er is ook een participerende en samenwerkende rol omdat deze opgaven (regionale) afstemming en samenwerking vragen met voornamelijk onze agrariërs en het hoogheemraadschap Rijnland, want een groot deel van het gebied en omliggend water is van hen en zij zijn verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer. - Ruim 51% van de respondenten in het inwonerspanel geeft aan bereid te zijn om, al dan niet samen met anderen, het openbaar groen te onderhouden. Er is een samenwerkende en
participerende rol voor de gemeente om samen de openbare ruimte in te richten en te onderhouden op plekken waar initiatief, draagvlak en energie ontstaat.
BIODIVERSITEIT BEHOUDEN EN VERSTERKEN
Gemeente Kaag en Braassem
26
Biologische diversiteit, of biodiversiteit, verwijst naar het aantal, de verscheidenheid en de veranderlijkheid van alle levende dieren, planten en micro-organismen (o.a. algen en schimmels). Biodiversiteit is belangrijk voor onze leefomgeving. Sterker nog: we zijn er onderdeel van. Als de biodiversiteit om ons heen afneemt komen natuurlijke processen, waarvan we ons vaak niet eens bewust zijn, vanzelf onder druk te staan. Bestuiving van planten (ook landbouwgewassen), schoon water, een vruchtbare bodem en fluitende vogels zijn namelijk niet vanzelfsprekend. Zonder voldoende biologische diversiteit houdt dit vanzelf op er ’te zijn’. We zien dit nu al in Kaag en Braassem gebeuren: plaagvorming, zoals de eikenprocessierups, ziektes (essentaksterfte) en troebele sloten zijn het directe gevolg van minder biodiversiteit in de buitenruimte. Ook treden deze onwenselijke situaties vaker op en kunnen ze grotere gevolgen hebben. Biodiversiteit is dus niet alleen belangrijk voor productieve landbouw: het verhoogt de (be)leefbaarheid van onze directe omgeving en kan ons onnodige uitgaven besparen. Gelukkig laten voorbeelden zien dat een ingreep van een individuele boer die met oog voor de natuur werkt, zelfs op kleine en lokale schaal, kan zorgen voor een (plaatselijke) ommekeer.
Het is nu nog te vroeg om te weten of we hier een (lokale) ommekeer kunnen realiseren: we weten nog niet goed hoe het ervoor staat en er zijn veel oorzaken die bijdragen aan het hebben van succes of juist niet. Belangrijk is vooral dat de verschillende partijen die werken aan biodiversiteit en waterkwaliteit hetzelfde doel voor ogen hebben. Gerichte samenwerking door agrariërs, het hoogheemraadschap en de gemeente maakt de kans op succes groter dan wanneer we afzonderlijke doelen nastreven.
Zo zijn er in onze gemeente ook meerdere waterlichamen die moeten voldoen aan Europese Richtlijnen: de Kader Richtlijn Water (KRW). In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de KRW in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De KRW beoogt onder meer de bescherming en verbetering van aquatische ecosystemen en duurzaam gebruik van water. Oppervlaktewateren moeten daarom een ‘goede ecologische toestand’ bereiken. Het hoogheemraadschap alleen kan niet zorgen dat de KRW-doelen worden behaald, ook agrariërs en de gemeente hebben hierin een belangrijke rol. De achteruitgang van de biodiversiteit is een landelijke trend en daarom zien we het als opgave om de biodiversiteit te versterken óf te vergroten. Dit is een belangrijk verschil. Het versterken van de biodiversiteit betekent niet vanzelfsprekend meer verschillende dier- en plantensoorten in een gebied en dus vergroting van de biodiversiteit. Het kan namelijk in de toekomst verstandig blijken om in een aantal landelijke ‘groengebieden’ gericht te kiezen voor bepaalde icoonsoorten. Dit kunnen unieke, bedreigde of zeldzame dier- en plantensoorten zijn die ons iets vertellen over dat gebied: gaat het goed met de icoonsoort, dan gaat het ook goed met andere soorten in dat gebied. Dan is de kwaliteit van het groen en blauw verbeterd en daarmee wordt de biodiversiteit versterkt.
Het specifiek inzetten op het vergroten van de biodiversiteit houdt in dat er meer verschillende dier- en plantensoorten in een gebied aanwezig gaan zijn. Deze aanpak vraagt maatwerk omdat in sommige wijken en dorpen soorten voorkomen die gebruik maken van oude gebouwen (vleermuizen, mussen en zwaluwen) terwijl dit in andere delen van onze bebouwde omgeving, zoals de Oevers in Roelofarendsveen, duidelijk niet het geval is.
Het verzamelen van de aanwezige informatie over de huidige soortenrijkdom in Kaag en Braassem is hierbij wel de eerste, noodzakelijke stap. Want aan de hand van deze gegevens, die we mogelijk ook zelf moeten gaan verzamelen en bijhouden, is het mogelijk om de voortgang en het effect van de genomen maatregelen te monitoren. Zijn er positieve of negatieve trends dan kunnen we inhoudelijk motiveren hoe het gaat met onze biodiversiteit en kan worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om achteruitgang te keren. De agrarische sector en biodiversiteit De agrariërs zijn beeldbepalend in Kaag en Braassem en hebben een grote invloed op veel uitdagingen van vandaag en morgen. Zo ook bij de opgave rondom biodiversiteit want er liggen grote kansen om in ons buitengebied de biodiversiteit te versterken en te verhogen. Vandaar dat we met elkaar in gesprek zullen gaan. Hoe kunnen agrariërs een goede boterham verdienen met hun polders, terwijl zij tegelijkertijd
een belangrijke bijdrage leveren aan bijvoorbeeld het verbeteren van de waterkwaliteit en de bescherming van plant- en diersoorten die het zwaar hebben zoals weidevogels? Betekent dit dan ook dat alles anders moet? Nee niet alles, maar doorgaan met de huidige werkwijze met kennis van vandaag kan niet. Met maatwerk, zoals bijvoorbeeld alternatieve gewassen als natte teelt, door bewuste keuzes in het maairegime en het benutten van reststroken landbouwgebied, kunnen dier en plantensoorten zich handhaven. Het inzaaien van kopakkers, en een strook gewas laten overstaan voor vogels en zoogdieren kunnen, ondanks dat het kleine stroken zijn, dienen als steppingstones door onze gemeente waardoor ze bijdragen aan instandhouding en verspreiding van soorten. Wat willen we bereiken? - Het versterken van de biodiversiteit (in met name het buitengebied). - Het vergroten van de biodiversiteit (in met name de bebouwde omgeving). - Het verbeteren van de waterkwaliteit en het voldoen aan de KRW. - Het vergroten van het bewustzijn en attenderen op de mogelijk (nieuwe) verdienmodellen voor met name agrariërs als zij met biodiversiteit aan de slag gaan.
27
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Zo moeten we juist bij nieuwbouw en renovatie rekening houden met soorten die er al zijn maar ook keuzes maken om soorten mogelijkheden te bieden zodat ook nadat de werkzaamheden zijn afgerond er een aantrekkelijk leefmilieu is gerealiseerd. De kennis is er, we moeten het alleen nu en in de toekomst bij bestaande dorpskernen, nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen en waterwegen toepassen. Concreet zou dit onder andere kunnen betekenen: natuur inclusief bouwen, meer ruimte voor (inheemse) bomen en planten zodat zij meer insecten en vogels aantrekken. Ook een focus op het realiseren van groene verbindingszones waardoor diersoorten zich eenvoudiger kunnen verplaatsen is een kansrijke maatregel. Niet alleen dieren profiteren hier van, ook de mens kan groene zones gebruiken om te wandelen, fietsen en tot rust te komen.
Gemeente Kaag en Braassem 28
Foto: M. van der Zwaan
OMGAAN MET BODEMDALING
De veenweidegebieden zijn van economisch belang voor Kaag en Braassem omdat een groot deel van de agrariërs er hun inkomen op verdient. Met name de melkveehouders en de daarvan afgeleide kaasmakerijen zijn afhankelijk van de groene polders. Een continue kunstmatige verlaging van het grondwaterpeil, wat tot op heden vooral wordt toegepast, lijkt op lange termijn niet houdbaar en staat daarom dan ook ter discussie.
De opgave is dus groot, maar de kansen en mogelijkheden zijn ook groot. Eenvoudige oplossingen zijn er echter niet. De mogelijkheden om veenoxidatie en bodemdaling te beperken zijn uiteenlopend en hangen sterk af van het gebruik van het land. Zo zou een andere bedrijfsvoering die hogere waterpeilen mogelijk maakt en agrariërs tegelijkertijd, via een alternatief verdienmodel, een goede boterham oplevert, een mogelijke oplossing kunnen zijn. Drijvend bouwen om zo de belasting op de bodem te verminderen is een andere. Het is duidelijk dat het veenweidegebied een gebied is vol details, gemaakt door eeuwenlange interactie tussen mens, water en bodem en dat hierdoor gebiedskennis van wezenlijk belang is bij het vinden van de oplossing. Wat betreft de bodemdaling die ontstaat vanwege belasting: ook daar zullen de oplossingen uit innovatie moeten komen. Het heeft geen zin door te gaan met het opnieuw opbrengen van de bodem met zwaarder ophoogmateriaal om de opgetreden bodemdaling te compenseren. Licht maar sterk of drijvend bouwen, om zo de belasting op de bodem te verminderen, kan het begin van een interessante oplossing zijn. Wat we zeker weten is dat we samen aan de slag moeten. Met de agrariërs maar ook met vrijwel alle overheden die bij bodemdaling en veenoxidatie betrokken zijn, zoals het hoogheemraadschap Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de Omgevingsdienst West-Holland.
29
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Een groot deel van Kaag en Braassem, circa 40% van het landoppervlak, bestaat uit veengrond. Deze grondsoort is gevoelig door bodemdaling die op twee manieren kan ontstaan: • Bodemdaling door veenoxidatie in het veenweidegebied. Wanneer veengronden worden ontwaterd en in contact komen met zuurstof, breken ze af en lost de veen als het ware op. Hierdoor zakken veel polders in ons veenweidegebied. Sinds kort is ook duidelijk dat deze vorm van bodemdaling niet alleen zorgt voor een lager maaiveld. Het zorgt er ook voor dat enorme hoeveelheden broeikasgassen worden uitgestoten. Bodemdaling door veenoxidatie draagt daarmee bij aan de opwarming van de aarde. • Belasting van de veengrond met zwaarder ophoogmateriaal zoals zand, beton of asfalt. Deze vorm van bodemdaling is vooral terug te zien in gebieden waar gebouwd wordt: de bebouwde kom en bij wegen. Deze vorm van bodemdaling kan (plaatselijk) oplopen tot centimeters per jaar een heeft grote gevolgen: wegen verzakken, rioleringsbuizen breken af, er ontstaat wateroverlast of hinder en er kan paalrot optreden in houten funderingen.
Dit maakt bodemdaling in het veenweidegebied een uitdaging voor de toekomst waarin we voornamelijk met de agrariërs moeten zoeken naar innovatieve oplossingen en nieuwe kansen en verdienmodellen. Hiervoor moet ruimte komen. Ook omdat agrariërs, wanneer ze bodemdaling door veenoxidatie kunnen tegengaan, een enorme bijdrage kunnen leveren aan de vermindering van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen.
Gemeente Kaag en Braassem
30
Lokale verzilting Verzilting, wat samen kan hangen met bodemdaling en veenoxidatie, is een regionaal probleem en speelt in onze gemeente (vooralsnog) op de achtergrond. Oppervlaktewater en kwel (grondwater dat onder druk uit de bodem komt) fungeren als buffer tegen zout water. Door bemaling, bodemdaling en stijging van de zeewaterspiegel hebben we wel te maken met lokale verzilting en neemt het risico op verzilting binnen Kaag en Braassem toe. Dit heeft uiteindelijk ook invloed op het (duurzaam) bodemgebruik en de biodiversiteit. Hoewel het nog geen groot probleem is, is het wel wenselijk onderzoek te doen naar de ernst en mogelijke maatregelen die nodig zijn om effecten van verzilting van oppervlakte- en grondwater tegen te gaan op de lange termijn. Net als bij bodemdaling zijn hier veel andere overheidsinstanties bij betrokken. Wat willen we bereiken? - De leef- en werkomgeving van Kaag en Braassem samen met de agrariërs en andere betrokkenen zo inrichten dat we: o met de nadelige gevolgen van bodemdaling en veenoxidatie kunnen omgaan; o of de nadelige gevolgen kunnen benutten voor het oplossen van andere opgaven en uitdagingen.
DE VEILIGHEID VAN HET GRONDWATER EN DE KWALITEIT VAN DE BODEM WAARBORGEN De bodem, de ondergrond, het grondwater en het water in onze sloten, gangen en plassen, allemaal zijn ze nauw met elkaar verbonden en reageren ze op elkaar. Met opgaven als bodemdaling, de energietransitie, het omgaan met extremer weer en het versterken van de biodiversiteit, is het belangrijk om verstandig om te gaan met onze bodem en ons water. Helemaal omdat het ‘trage systemen’ zijn die lang nodig hebben om te herstellen. Daardoor kunnen beslissingen van nu grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld ons grond- en drinkwater in de komende decennia. Het water komt in alle facetten van de fysieke leefomgeving voor. We leven en wonen ermee samen, verbouwen ons voedsel ermee, en gebruiken het om te douchen en om er op te varen. Water is zichtbaar aanwezig en lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. De ontwikkelingen en veranderingen in het klimaat hebben impact op het gebied. Klimaatverandering en de verschillende opgaven in deze regio zijn een enorme uitdaging waar verschillende overheden, bedrijfsleven en inwoners gezamenlijk aan moeten werken.
Duurzaam gebruik van de bodem, ondergrond en water is daarom nodig voor een gezonde en veilige leefomgeving waarin onze inwoners kunnen blijven wonen en leven; waarin onze agrariërs en andere bedrijven kunnen blijven werken; waarin de toeristen kunnen blijven recreëren. En dit zal een uitdaging worden, omdat we de Zuid-Hollandse bodem en wateren steeds intensiever gebruiken. Goede bodemkwaliteit, voldoende vruchtbaarheid, veilig drinkwater en de mogelijkheden om water vast te houden, zullen, wanneer we niets doen, niet langer vanzelfsprekend zijn.
31
Om in toekomst in onze behoefte naar drinkwater, voedsel, gezondheid, energie en recreatie te kunnen voorzien, zullen we in bepaalde gebieden keuzes moeten maken in de bodem, de ondergrond en in het gebruik van water. Voorkeur daarin hebben keuzes die het mogelijk maken om verschillende functies in de ondergrond te combineren of keuzes die ervoor zorgen dat meerdere opgaven tegelijkertijd aangepakt worden.
Wat willen we bereiken? - Het vergroten en verbeteren van de veiligheid van onze leefomgeving, van ons grondwater en dat van onze bodem. - Innovatief en duurzaam bodemgebruik. - Het realiseren van een zo goed mogelijke bodem- en waterkwaliteit. EEN KLIMAATADAPTIEF KAAG EN BRAASSEM We merken het steeds vaker: periodes van lange droogte, zeer warme zomers en regenbuien met enorme hoeveelheden water in een zeer korte tijd. Het klimaat verandert en dit heeft gevolgen: wateroverlast, het warmer worden van de gebouwde omgeving en een versnelde bodemdaling. Het opvangen en/of beperken van deze gevolgen noemen we: klimaatadaptatie.
31
Omgevingsvisie Kaag en Braassem
Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om het bufferen van overtollig water (klimaatadaptatie) te combineren met het versterken van de biodiversiteit, het opwekken van energie en het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie.
In Kaag en Braassem treffen we nu al maatregelen om in de toekomst beter om te kunnen gaan met extremer weer en klimaatadaptief te zijn. Zo worden riool- en regenwater bij projecten inmiddels van elkaar gescheiden en krijgen nieuwe rioolbuizen een grotere diameter zodat ze als tijdelijke buffer/opvang kunnen dienen. Ook koppelen we, tijdens het onderhoud aan de wegen en de riolering, bij zoveel mogelijk mensen de afvoer van hemelwater af. Dat betekent dat regen die op onze daken valt, niet langer wordt afgevoerd door de rioleringsbuizen, maar de kans krijgt om in de grond te trekken. Ook leggen we nieuwe wegen en trottoirs slim neer zodat het regenwater uit zichzelf naar een nabijgelegen berm of plantsoen kan stromen. Hoewel we met deze maatregelen de meeste neerslag, hitte en droogte van nu het hoofd kunnen bieden, is dit geen zekerheid voor de toekomst. De verwachting is dat het weer in Nederland, en dus ook in Kaag en Braassem extremer wordt, waardoor er meer (stevige) maatregelen noodzakelijk zijn. Maatregelen waardoor we meer water voor een tijdelijke periode kunnen opslaan. Dit wordt een uitdaging, want we wonen en werken in bodemdalingsgevoelig gebied waar het grondwaterpeil al relatief hoog staat. Hierdoor kunnen we niet simpelweg al het regenwater in de sloten laten lopen omdat die al snel vol zullen zitten.
Dit vraagt om maatregelen van de gemeente in het groen, op de wegen, trottoirs, fietspaden, parkeerplaatsen en in de openbare ruimte waar we spelen en bewegen. Maar ook van inwoners in hun tuinen en op de daken. Van ondernemers op en om de bedrijfspanden, van agrariërs in de polders en van projectontwikkelaars bij nieuwbouw. Wanneer we dat doen, voorkomen we veel van de wateroverlast en stress door hitte en bijbehorende schade, en vergroten we de veiligheid van onze leefomgeving.