CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-12-23 Beantwoording vragen-opmerkingen vanuit raadsavond

Gemeenteraad 24 januari 2022, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: Wijzigingsdocument Omgevingsvisie2.822 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen wijzigingsdocument Omgevingsvisie Vanuit de hoorzitting en inhoudelijke behandeling van het wijzigingsdocument en de Omgevingsvisie op 8 december 2021 zijn er enkele (inhoudelijke) vragen gekomen. Deze vragen worden in dit document beantwoord. Ook hebben de gesprekken met de insprekers en deze vragen geleidt tot enkele aanpassingen in de het wijzigingsdocument, waaronder ook in de gebiedsgerichte programma’s. Per vraag wordt, waar nodig, ook beschreven waar dit heeft geleid tot een wijziging in de documenten. Deze wijzigingen kunt u ook terugvinden in het aangepaste wijzigingsdocument. Daarnaast willen we u, de gemeenteraad, ambtelijke ondersteuning aanbieden bij het opstellen van amendementen, wanneer dit wenselijk is. •

Waarom is de vaststelling van de RES 1.0 en het daarop aangenomen amendement niet meegenomen in de wijzigingen van de Omgevingsvisie? Context: Op 31 mei 2020 is de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) in onze gemeente vastgesteld. De ambities voor energie besparen, zon op dak, warmte en duurzame mobiliteit worden gesteund. Ook is goedkeuring om te onderzoeken of en hoe energie kan worden opgewekt door zonnepanelen in de bermen langs de A4 en de hogesnelheidslijn. Het onderdeel grootschalige duurzame opwek van elektriciteit door middel van windturbines levert discussie op: de raad schrapt de zoekgebieden wind in de gemeente zoals weergegeven op de kaart van de RES 1.0. In een motie wordt opdracht gegeven onderzoek te doen naar nieuwe zoekgebieden wind langs infra (in lijn met de omgevingsvisie) en voor mogelijkheden van zonnevelden binnen bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden. Niet alleen moeten de nieuwe zoekgebieden wind en zon in samenspraak met de inwoners en betrokkenen worden gezocht, ook dient rekening te worden gehouden met natuur, landschap, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid. De provincie stelt de RES ook vast maar geeft geen goedkeuring voor nieuwe zoekgebieden wind in het Groene Hart [1]. Daar bovenop komt de uitspraak van de Raad van State [2] dat de regering een milieubeoordeling moet maken voor windturbines.

Tot die tijd mogen de algemene normen voor windturbines niet worden gebruikt. Gemeente aan zet voor de uitvoering Door de visie van de provincie en de uitspraak van de Raad van State is het voor de gemeente nu niet logisch om aan de slag te gaan met het onderzoeken van nieuwe zoekgebieden wind. We gaan verder met besparing, zon op dak, warmte en duurzame mobiliteit. Daarnaast is gevraagd of er mogelijkheden zijn voor zonnevelden binnen bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden. Tot slot is er steun voor zonnepanelen in de bermen en op de geluidschermen langs de A4 en de hogesnelheidslijn. [1] Statenbesluit provincie Zuid Holland, Vaststellen regionale energiestrategieën 1.0, nummer 7358 [2] Zie https://www.raadvanstate.nl/@125920/milieubeoordeling-voor-windturbinenormen/

•

Hoe is het uitgangspunt ‘voorrang voor lokale ondernemers op bedrijventerreinen’ alsnog op te nemen in de Omgevingsvisie en gebiedsgerichte programma’s? Onderstaand tekstvoorstel is een voorlopig voorstel, er is hierover nog contact met het EOP. Zowel vanuit het EOP als de gemeenteraad is aangegeven om de positie van lokale ondernemers aangaande onze (nieuwe) bedrijventerreinen goed te verankeren in de Omgevingsvisie. Het college deelt die koers.

Pagina 1 van 6

Het voorstel is om de volgende tekst aan pagina 47 van de Omgevingsvisie toe te voegen: “De bedrijventerreinen in onze gemeente zijn van groot belang voor onze lokale ondernemers. Bij lokale bedrijven is behoefte aan zogenoemde ‘doorschuiflocaties’, waarbij zij kunnen uitbreiden of verplaatsen naar een nieuw bedrijventerrein. Bij (uitbreiding van) onze bedrijventerreinen willen we ruimte bieden aan (het doorgroeien van) lokale ondernemers. In het Omgevingsplan zullen we de regels hier, binnen de grenzen van het mogelijke, op richten.” •

Waarom hanteren wij een ander toetsingskader dan de provincie in het gebiedstype buitengebied-droogmakerijen? Daarbij zal worden na gegaan wat de verschillen zijn in de ondergronden (veen en klei) in de droogmakerijen. Naar aanleiding van de inspraak op 8 december is het landschappelijke toetsingskader van de Droogmakerij aangepast zodat het in lijn is met provinciaal beleid. Het tekstvoorstel is toegevoegd aan het wijzigingsdocument van de Omgevingsvisie. Dit houdt tevens een wijziging in van de kaart van het buitengebied in de Omgevingsvisie (kaart p. 76).

•

Met insprekers en de gemeenteraad is gesproken over de relatie tot recreatieve ontwikkelingen en de Drechtzone. Daarbij werd opgemerkt dat er geen ruimte zou zijn voor opzichzelfstaande verblijfsrecreatie onder aan de dijk. Het splitsen van de opsommingstekens is gedaan om het onderscheid te maken tussen de bovenlandjes en de percelen onderaan de dijk. De zinsnede “Onderaan de dijk is ruimte voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling.” gaat over de Drechtzone onderdijks en de zinssnede “Het saneren van (agrarische) bedrijfsbestemmingen die incidenteel het lint onderbreken ten behoeve van kleinschalige woningbouw (bijv. ruimte voor ruimte) of natuurontwikkeling is wenselijk.” gaat immers over de Drechtzone bovendijks. De zin “Bijvoorbeeld niet in de Drechtzone.” (p. 75 van de Omgevingsvisie) is te kort door de bocht. Immers, op deze manier zouden ook recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven in de Drechtzone worden uitgesloten. Voorgesteld wordt om deze zin te wijzigen in “Bijvoorbeeld niet op de bovenlandjes in de Drechtzone.” Het klopt dat er geen opzichzelfstaande verblijfsrecreatie wordt beoogd onderaan de dijk. De kleinschalige recreatieve ontwikkelingen waar bij het gebiedstype Drechtzone aan gerefereerd wordt, dient in de basis gekoppeld te zijn aan een (voormalig) agrarisch bedrijf.

Enige uitzondering hierop zou kunnen zijn als het een aanvulling betreft op de exploitatie van bestaande verblijfsrecreatie bovenaan de dijk. De zinsnede “Onderaan de dijk is ruimte voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling.” is destijds rechtstreeks overgenomen uit de MRSV. Voorstel is om deze zinsnede aan te vullen tot: “Onderaan de dijk is ruimte voor kleinschalige recreatieve ontwikkeling. Dit betreffen neven- of vervolgactiviteiten bij (voormalig) agrarische bedrijven of uitbreiding van bestaande recreatieve activiteiten op de bovenlandjes.”. Op basis van deze inspraak is ook de link tussen Vriezekoop en het gebiedstype ‘Agrarische linten’ opnieuw onder de loep genomen. Deze selectie van linten is gemaakt op basis van de kaart ‘Transformeren, herstructureren en verdichten’ van het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland en Vriezekoop valt hier niet onder. Dit betreft dus een omissie. De arcering ‘Agrarisch lint’ bij Vriezekoop zal dan ook verwijderd worden.

•

Waarom is er geen milieueffectrapportage (MER) opgenomen? Voor de voorgestelde wijzigingen voor de Omgevingsvisie is een MER niet verplicht. Het is goed om te vermelden dat een MER op dit moment überhaupt niet verplicht is voor de Omgevingsvisie, omdat er geen MER-plichtige ontwikkelingen in zitten. Dit Pagina 2 van 6

verandert als de Omgevingswet van kracht is, dan is het verplicht om, bij een (volledige) herziening van de Omgevingsvisie, een MER uit te voeren. De vraag waarom er geen MER is opgenomen bij zowel het wijzigingsdocument als de Omgevingsvisie 1.0, is tweeledig. Ten eerste omdat het op dit moment niet verplicht is. Ten tweede omdat een MER een tijdrovende en kostbare operatie is. Een MER kan bijvoorbeeld maanden duren. Veel gemeenten kiezen er daarom, net als wij, alleen voor als het écht nodig is. Destijds hebben we gedurende het proces van de Omgevingsvisie 1.0 in 2020 ook geen signalen vanuit de raad ontvangen dat een MER gewenst was. Op het moment dat de Omgevingsvisie aangepast gaat worden, en de verwachting is dat dit na de invoering van de Omgevingswet (1 juli 2022) zal zijn, zal een MER uitgevoerd moeten worden. •

In de gebiedsgerichte programma’s is opgenomen dat in de kernen geen nieuwe weekmarkten zijn toegestaan, waarom is dit opgenomen? In Kaag en Braassem is er één weekmarkt en twee zogeheten mini-markten (verzameling standplaatsen), dit aanbod is door de jaren heen ontstaan en voldoet. Vanaf 6 tot 8 standplaatsen kan men spreken van een weekmarkt. Ruimtelijk gezien zijn er weinig nieuwe locaties voorhanden waar een weekmarkt van die omvang zou kunnen plaatsvinden. Er gelden voor weekmarkten zware aanvullende eisen. De verkeersveiligheid, de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen, milieueisen, en openbare orde worden bezien. Voorgesteld wordt om zeer terughoudend te zijn in het toestaan van nieuwe weekmarkten. Het direct uitsluiten van nieuwe weekmarkten is echter te hard gesteld. Besloten is de tekst onder ‘uitgesloten activiteiten’ te wijzigen. ‘nieuwe weekmarkt op een nieuwe locatie’ zal worden vervangen door: ‘in principe geen weekmarkt op een nieuwe locatie’

•

Wanneer komt het tekstvoorstel omtrent stoppende agrariërs, zoals is besproken tijdens de C&K avond van 12 juli 2021 (groep buitengebied)? Dit is ter sprake gekomen bij het sub-gebiedstype agrarische linten. Naar aanleiding daarvan is bij het gebiedsprogramma van de agrarische linten de volgende passage toegevoegd: ‘Voor (agrarische) bedrijven die gaan stoppen geldt dat er verschillende mogelijkheden zijn; hierbij valt te denken aan de ruimte voor ruimte-regeling of vervolgfuncties binnen de bestaande opstallen.’ Dit geldt feitelijk voor het hele buitengebied. Om dit extra te benadrukken zal deze passage worden toegevoegd aan de gebiedsprogramma's van de Droogmakerijen en het Veenweidegebied. De passage zal worden geschrapt bij de agrarische linten. Voor de duidelijkheid, het betrof geen toezegging van de wethouder. Hier zal dan ook geen apart raadsvoorstel voor worden voorbereid. Daarbij is het wel een voor de hand liggend thema om, ook gezien het regeerakkoord en vragen die op de landbouw afkomen, mee te nemen in de volgende herziening van de Omgevingsvisie.

Pagina 3 van 6

•

In de gebiedsgerichte programma’s is opgenomen dat we grootschalige evenementen als circussen in de kernen uitsluiten, waarom is dit opgenomen? In de gebiedsgerichte programma’s is het wenselijk om richting te geven aan wenselijke locaties van evenementen in de gemeente. Dit maakt het voor organisatoren duidelijker waar wat mogelijk is en kan daaraan ook beter worden getoetst, daarbij kunnen we verschil maken tussen type evenementen. De huidige evenementen kunnen blijven plaatsvinden in de kernen. In de gebiedsgerichte programma’s wordt voorgesteld dat grootschalige evenementen, waar een circus een voorbeeld van is, beter passend zijn in het buitengebied en het wenselijk is deze zoveel mogelijk buiten de kernen toe te staan. In bijzondere/incidentele gevallen zal er met maatwerk worden getoetst.

•

Na afloop van de avond van 8 december heeft Rob Loekenbach, namens de werkgroep geluidshinder Kaag en Braassem noord, een reflectie gedeeld. Per vraag/opmerking zal hieronder antwoord worden gegeven op deze reflectie. Vraag/opmerking 1 In de Omgevingsvisie wordt nadrukkelijk stilgestaan bij het terugdringen van de hinder die inwoners van Schiphol ervaren. De werkgroep geluidshinder Kaag en Braassem Noord verwijst naar de uitspraak ‘minder hinder voor iedereen’ van de bestuurlijke regio Schiphol. Voorgesteld wordt om te verwijzen naar deze uitspraak in de Omgevingsvisie. Daarom wordt op pagina 33, na de zin: “Wij streven naar … t/m … van Schiphol ervaren.”, de volgende tekst toegevoegd: “We sluiten daarbij aan bij de doelstelling ‘Minder hinder voor iedereen’ van de bestuurlijke regio Schiphol”. Daarnaast wordt gevraagd welke afwegingen er liggen aan ‘het behouden van de balans’. Zoals is beschreven in de Omgevingsvisie zijn zowel de economische en maatschappelijke belangen groot, waarbij Schiphol impact heeft op de omgeving en samenleving. Gestreefd wordt om de balans daarin te behouden. Ook wordt gevraagd naar hoeveel verbetering we streven, in de Omgevingsvisie zetten we in op de grote opgave en doelstelling van het streven naar terugdringen van de hinder van Schiphol voor de inwoners van Kaag en Braassem.

Dit is vooral gericht op terugdringen van geluidhinder, maar het is te concreet en lastig te beschrijven hoeveel verbetering we nastreven. Vraag/opmerking 2 In de gemeenteraad van Kaag en Braassem is overeengekomen dat in ieder geval tot 2023 geen draagvlak is voor uitbreiding van Schiphol. Wij begrijpen het verzoek om actief deel te nemen aan overleggen over de toekomst van Schiphol tot 2050. Deze gesprekken worden voornamelijk op het niveau van het Rijk gevoerd en zowel vanuit de gemeente als vanuit de regio sluiten we hier zoveel mogelijk bij aan en houden de ontwikkelingen in beeld. Daarbij zijn we met name alert op wijzigingen als gevolg van de luchtruimherziening, om nadelige gevolgen voor onze gemeente te voorkomen. Dit is ook zo verwoord in de Omgevingsvisie. In de huidige Omgevingsvisie wordt steeds concreter over Schiphol gesproken, waarbij zowel de economische- als gezondheidsaspecten worden beschreven. Dit onderwerp krijgt ook steeds meer aandacht in de beleidstukken de afgelopen periode. We zullen de voorgestelde tekstwijziging opnemen in de visie, dat betekent dat het volgende tekstgedeelte op blz. 33 van de Omgevingsvisie:

Pagina 4 van 6

“In afwachting hiervan …. t/m … tot 2023 geen draagvlak.” Aangepast zal worden in: “In afwachting hiervan is er tot minstens 2023 geen draagvlak voor uitbreiding op de huidige locatie. De gemeente zal actief participeren in de overleggen bij de onderzoeken naar en totstandkoming van de Luchtvaartnota en Luchtruim herziening.” Vraag 3 De gemeente volgt met belangstelling de discussie over de geluidsnormen en de verschillende uitkomsten tussen geluidmetingen en geluidberekeningen. Dat is ook de reden dat de gemeente al enkele jaren geluidmetingen in Leimuiden uitvoert en deze geluidmeetpunten bekostigd. De omgevingsvisie is echter niet het document om de wettelijke geluidscontouren aan te passen, waar nodig zal dit een plek krijgen in het Omgevingsplan. Vraag 4 Bij het beoordelen van woningbouwplannen worden de wettelijke normen gehanteerd. De komende periode worden de nieuwe eisen op het gebied van leefomgeving (waaronder geluid en lucht) vanuit de Omgevingswet verwerkt in het Omgevingsplan. Hierbij is ook nadrukkelijk aandacht voor gezondheid en de adviezen daarover van de WHO. Ook cumulatie van hinder is een aandachtspunt. Het Omgevingsplan kan vervolgens weer aanleiding zijn om de Omgevingsvisie te wijzigen of aan te scherpen. •

Hoe verhouden de uitgangspunten van het landschappelijke toetsingskader bij de droogmakerijen zich tot elkaar met betrekking tot nieuwe polderwegen die bestaande slotenpatronen niet mogen doorkruisen en nieuwe eenvoudige recreatieve verbindingen? Hierbij wordt concreet het voorbeeld van Boot Beton genoemd. In het gebiedsgerichte programma voor de Droogmakerij wordt aangeven dat nieuwe eenvoudige recreatieve verbindingen door het gebied gewenst zijn. Hiermee wordt bijvoorbeeld het aanleggen van een wandelroute ter recreatie bedoeld. Hiermee wordt dus wel degelijk iets anders bedoeld dan een nieuwe ontsluitingsweg die toegankelijk is voor auto's. Bij nieuwe polderwegen geldt het uitgangspunt dat bestaande slotenpatronen niet doorkruist mogen worden. Als een dergelijke casus voor een nieuwe polderweg ter sprake komt zal worden bekeken hoe dat zich verhoudt tot de omgevingsvisie en de gebiedsgerichte programma's. Een weg dwars door de polder, welke de slotenpatronen doorkruist, is vanuit het landschappelijke toetsingskader niet wenselijk. Echter is het uiteindelijk aan uw raad om hier een belangenafweging in te maken.

•

Wat zijn de bevoegdheden van de raad en het college m.b.t. de vaststelling en wijzigingen van Omgevingsvisie en gebiedsgerichte programma’s? De gebiedsgerichte programma's en het wijzigen daarvan zijn een collegebevoegdheid. De programma's hoeven in principe niet langs de gemeenteraad. Gezien de nauwe samenwerking met de raad, die er al sinds het begin van de Omgevingsvisie is, hebben we besloten om de gebiedsgerichte programma's ook aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Dit hebben we gedaan door de programma's als bijlage toe te voegen aan het wijzigingsdocument. De raad neemt dus in januari een besluit over de programma's. Tijdens de raadsbehandeling werd de vraag gesteld hoe dat in de toekomst zou gaan, als er een wijziging in de programma's wordt doorgevoerd. Dit blijft een collegebevoegdheid. Een gemeente kan hier echter zelf werkafspraken over maken. Pagina 5 van 6

Ons voorstel zou zijn dat eventuele wijzigingen van de programma's zoveel mogelijk worden gekoppeld aan een periodieke wijziging van de Omgevingsvisie. Eigenlijk zoals we dat nu ook in dit proces hebben geregeld. Mocht het zo zijn dat er een snelle wijziging nodig is die niet kan wachten op een periodieke visiewijziging, dan is het voorstel om de raad hierover tijdig te informeren en consulteren. •

Toelichting op het participatie-traject tijdens opstellen gebiedsgerichte programma’s In het traject van de totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 heeft er een uitgebreid en lang participatietraject plaatsgevonden, doormiddel van een inwonerspanel, activerende filmpjes, het Festiviral en vele gesprekken is er veel input en kennis opgehaald. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een breed gedragen Omgevingsvisie voor en van Kaag en Braassem. Bij de vaststelling van de visie 1.0 hebben we met elkaar bepaald dat de Omgevingsvisie op een aantal onderwerpen nog verdere uitwerking nodig had, dat is gebeurd doormiddel van de gebiedsgerichte programma’s. Aan de start van dit traject hebben we met u, als gemeenteraad, gesproken over dit traject en uitgelegd welke instrumenten we verder uitwerking geven. Daarin is ook voorgesteld om wederom een participatietraject op te zetten, maar anders dan het proces tot de Omgevingsvisie 1.0, omdat er nu concreet gesproken zal worden over een aantal specifieke thema’s en gebieden. Daarom hebben we toen met elkaar bepaald dat we kleinschaliger, maar specifieker, gesprekken met partners en professionals uit het werkveld zijn gaan organiseren. Hierin is er dus niet voor gekozen om bijvoorbeeld weer breed via het inwonerspanel te participeren, maar inhoudelijk met experts en partners te praten.

Tijdens de avond van 8 december werd ook verwezen naar het voorbeeld van het bestemmingsplan Buitengebied Oost. In dat traject is iets extra’s gedaan door duizenden brieven te sturen, wat ook niet verplicht was. Deze Omgevingsvisie en de programma’s zijn een verdere uitwerking en gaan over vele onderwerpen, het lijkt ons niet uitvoerbaar om voor elke wijziging een brief op te stellen.

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=623d1b34-dffa-4f53-ab5a-7b280c2a8bb0