2021-12-16 Beantwoording vragen CDA hoorcommissie bpoa Westmeerlaan 19 tm 25
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN
ZAAKNUMMER
38710
Datum
13 december 2021
Onderwerp
Vragen CDA (dhr. T. Mooren) hoorcommissie bestemmingsplan bij bestemmingsplan Westmeerlaan 19 t/m 25 Roelofarendsveen
Vragen
1. Kan de wethouder aangeven op welke wijze geborgd is dat de nieuwe bewoners nooit bezwaar kunnen maken tegen de activiteiten naastgelegen bedrijf, immers de richtafstand komt niet overeen met wat we als raad beleidsmatig hebben vastgelegd. Antwoord Iedereen heeft en blijft het recht houden om bezwaar te maken, dat kunnen en willen we niet voorkomen. Door gebruik te maken van de wettelijke regelgeving en de afspraken daarover met bevoegd gezag (omgevingsdienst) vast te leggen in het bestemmingsplan wordt een juridisch kader gevormd waarmee toekomstige bezwaren na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan als ongegrond kunnen worden bestempeld. De richtafstand in deze concrete casus is (minimaal) 7 meter tot het plangebied. In het kader van de milieuregelgeving wordt het plangebied aangeduid als ‘gemengd gebied’ waar een richtafstand geldt van 10 meter. De milieuwetgeving schrijft voor dat indien er niet voldaan wordt aan de richtafstand, in het bestemmingsplan in de toelichting gemotiveerd moet worden dat er toch sprake is van: 1. een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van de nieuwe woningen én 2. dat de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf niet belemmerd wordt door de realisatie van de woningen. Ad 2.
Paragraaf 4.4 van de toelichting van het bestemmingsplan op aanvraag wordt aangevuld met de motivering dat tussen de kassen en de beoogde bebouwing een watergang is gelegen en de ontsluiting van het glastuinbouwbedrijf niet plaats vindt aan de zijde van de te
realiseren woningen. Overlast van laden en lossen kan op voorhand uitgesloten worden. De Omgevingsdienst West Holland heeft geconstateerd dat de te realiseren woningen voor dit aspect van de bedrijfsvoering geen belemmering zullen vormen. Daarnaast zijn de kassen aan de zijde van de woningen gesloten, waardoor emissie van geur of de verspreiding van nevel van bestrijdingsmiddelen beperkt zijn dan wel nihil. Gezien de ligging langs de watergang mogen op basis van de keur van Hoogheemraadschap van Rijnland overigens ook bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater komen, waarmee ook dit niet als een belemmering mag worden gezien in het kader van het Activiteitenbesluit. Ad 1 Tenslotte zullen de gevelopeningen in de woning aan de zijde van het bedrijf beperkt zijn tot drie relatief kleine ramen waardoor de naastgelegen bedrijfsvoering niet of nauwelijks waarneembaar is. Bovenstaande motivering is beoordeeld door de Omgevingsdienst West Holland en zij hebben geconcludeerd dat bovenstaande motivering en feitelijkheden met zich meebrengen dat de invloed van het bedrijf op het woon- en leefklimaat beperkt is en dat er dientengevolge sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiermee vindt een borging plaats van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van milieuwetgeving ten aanzien van het aspect richtafstanden.