2021-10-12 Vragen en antwoorden CDA bij begroting Reservenota aangepaste versie
Tekst van het document
Vragen en antwoorden CDA bij begroting/Voortgangsmonitor
*Reservenota 2022 vergoeding degeneratiekosten 303.270 bij lasten. Graag uitleg hierover. In de reservenota is onder de “lasten” een post opgenomen voor vergoeding degeneratiekosten € 303.270. Deze post staat in de reservenota als “last”, omdat het een onttrekking uit de reserve betreft en daarmee de reserve kleiner wordt. (een “last” voor de reserve). Voor de exploitatie is het echter een opbrengst, omdat deze onttrekking als opbrengst in de exploitatie wordt geboekt. Deze opbrengst wordt in de exploitatie gebruikt ter dekking van de reparatiekosten die plaatsvinden als gevolg van het open breken van de weg. Aan het einde van elk jaar worden de niet bestede middelen voor onderhoud wegeninfrastructuur gestort in deze reserve. Het toevoegen van de middelen aan de bestemmingsreserve is het gevolg van jaaroverschrijdende projecten die in 2020 zijn gestart en worden afgerond in 2021. Dit bedrag is dus eind 2020 in de reserve gestort en in 2021 weer onttrokken als budget voor uit te voeren reparatiewerk/ onderhoud. Bij het vaststellen van de jaarstukken 2020 heeft de raad besloten (beslispunt 3b) om € 1.216.746 beschikbaar te stellen uit de reserve voor projecten in 2021. Het bedrag van € 303.270 maakt deel uit van dit totaalbedrag van € 1.216.746 (dit is gespecificeerd in het raadsvoorstel bij de jaarstukken, zie ingevoegd knipsel uit het raadsvoorstel).
Zie hieronder de toelichting op beslispunt 3b uit het raadsvoorstel behorende bij de jaarstukken 2020:
*Kunt u aangegeven wat de 10.000 euro landschapstafel voor K & B concreet inhoudt? Kaag en Braassem heeft van oudsher deelgenomen aan twee landschapstafels. Via het Jacobswoudedeel met de Rijn- en Veenstreek (met Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop) en via het Alkemade-deel met de Leidse Ommelanden (met Leiden, Leiderdorp, Teylingen, Zoeterwoude, Katwijk, Voorschoten
en Oegstgeest). Vanwege het wegvallen van de provinciale subsidie is de directe aanleiding voor deze programma’s komen te vervallen: het realiseren van recreatieve/groene projecten met een regionale component. Vanwege het opgebouwde netwerk en de activiteit vanuit gemeenten en initiatiefnemers (inwoners en ondernemers) is de wens in beide gevallen geweest om op enige wijze vervolg te geven aan de vruchtbare samenwerking. Vanuit de Leidse Ommelanden is er via het Groenprogramma van het RIF van Holland-Rijnland een financiële basis gelegd; vanuit de Rijn- en Veenstreek is deze er (nog) niet. De 10.000 die staat gereserveerd is voor een mogelijk vervolg waarbij het verkennen van nut en noodzaak voorop staat voor het daadwerkelijk verlengen van deze landschapstafel. Kaag en Braassem streeft ernaar om samenwerking op recreatie en groen/blauw regionaal te vereenvoudigen. Het aansluiten van andere partners in het Noordwestelijke deel van het Groene Hart bij één samenwerkingsverband geniet hierbij de voorkeur.