2021-05-25 Brief college inzake de Grietpolderweg Leimuiden
Tekst van het document
VERTROUWELIJK Aan de gemeenteraad
datum zaaknr.
25 mei 2021 7947
uw brief van uw kenmerk behandeld door onderwerp bijlage(n)
College van B&W Grietpolderweg Brief aan SBB en Second opinion Fugro
Geachte leden van de gemeenteraad, Wij hebben u op 9 april 2021 in een memo geïnformeerd over de Grietpolderweg. In dit memo is aangegeven dat op het moment dat wij de second opinion van Fugro hebben ontvangen, wij uiteraard de vervolgstappen aan u zullen communiceren. Inmiddels is de second opinion ontvangen en is SBB hiervan in kennis gesteld middels de (juridische) brief die La Gro Geelkerken Advocaten (LGGA) namens ons heeft verzonden. De brief van LGGA en de second opinion van Fugro zijn als bijlagen gevoegd bij deze brief. Koers Wij hebben diverse overleggen gevoerd met LGGA over de opstelling van SBB en de uitkomst(en) van de second opinion van Fugro. Deze hebben geleid tot de brief die LGGA namens ons heeft verzonden aan SBB. Vooralsnog blijft ons standpunt dat wij niet verantwoordelijk zijn voor hetgeen nu ontstaan is en dat wordt ondersteund door de second opinion van Fugro. Ons doel is te bereiken dat SBB z.s.m. voor eigen rekening en risico aanvangt met de werkzaamheden aan de Grietpolderweg, zodat deze zo snel mogelijk weer openbaar toegankelijk is. De verwachting is echter dat een juridisch procedure onvermijdelijk is. Wetende dat de rechtbank te kampen heeft met grote drukte en achterstanden als gevolg van de coronacrisis zien wij een voorlopig tijdspad als volgt: 1. Brief naar SBB met standpunt gemeente en verzoek om reactie binnen een week. 2.
Bij uitblijven bevredigende reactie (herstel op kosten van SBB): opstellen dagvaarding voor kort geding. 3. Vermoedelijke kortgedingprocedure: eind juni. 4. uitspraak kort geding: medio/eind juli.
Pagina 1 van 4
onderwerp
Grietpolderweg
Indien SBB niet bereid is om aansprakelijkheid te erkennen en het werk op korte termijn voor eigen rekening en risico te hervatten, zal een kortgedingprocedure worden gestart bij de voorzieningenrechter van de rechtbank waarin wordt gevorderd dat SBB de werkzaamheden voor eigen rekening en risico en op de kortst mogelijke termijn zal hervatten en afronden. Een kortgedingprocedure is een procedure met kortere doorlooptijden dan een gewone gerechtelijke procedure (bodemprocedure). In een kortgedingprocedure wordt een voorlopige voorziening gevraagd en zo’n procedure is bedoeld voor spoedeisende gevallen. Daarvan is in dit geval sprake. De vordering van de gemeente om SBB te veroordelen om de werkzaamheden voor eigen rekening en risico op de kortst mogelijke termijn te hervatten en af te ronden, kan als voorlopige voorziening worden toegewezen door de voorzieningenrechter. Indien SBB in kort geding daartoe wordt veroordeeld, is SBB daartoe gehouden. SBB kan daartegen wel hoger beroep instellen. Indien SBB wordt veroordeeld de werkzaamheden voor eigen rekening en risico te hervatten en af te ronden, kan zij vervolgens (tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of na afronding daarvan) een zogenaamde bodemprocedure starten bij de rechtbank om alsnog de extra uitvoeringskosten en/of schade vergoed te krijgen van de gemeente.
Dat laat echter onverlet dat SBB – ingeval van een veroordeling in kort geding – gehouden is het werk te hervatten en af te ronden. In een bodemprocedure kan de rechter evenwel in afwijking van het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter oordelen dat de herstelkosten niet voor rekening zijn van SBB. Aangezien ons doel is om de Grietpolderweg zo snel mogelijk weer open te kunnen stellen, werkt de juridische procedure hierin vertragend. We hebben niet de illusie dat SBB na het bestuderen van de brief en second opinion zich neer zal leggen bij het standpunt van de gemeente en voortvarend herstelwerkzaamheden aan de weg zal gaan verrichten. Om toch te kunnen komen tot een snelle aanvang van de werkzaamheden zien wij op dit moment slechts één manier om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden spoedig zullen worden hervat en dat is z.s.m. het gesprek voeren met SBB en haar een voorstel doen voor een voorlopige of definitieve tegemoetkoming in de uitvoeringskosten. Om die reden is in de brief van LGGA aan SBB verzocht om te laten weten of zij voelt voor een minnelijke regeling. Wij willen dit gesprek per direct starten, met inachtneming van de agenda van SBB. Een minnelijke regeling kan een regeling zijn waarmee het geschil definitief wordt beëindigd. Dat kan als partijen met elkaar tot een vergelijk kunnen komen over een verdeling van de (extra) uitvoeringskosten.
Als partijen een dergelijke regeling overeenkomen, kunnen de werkzaamheden vervolgens op korte termijn worden hervat. Het nadeel van een definitieve regeling omtrent de kostenverdeling, is dat de gemeente zich aldus neerlegt bij betaling van een deel van de kosten, terwijl wij van mening zijn dat de gemeente daarvoor niet verantwoordelijk is. Een andere mogelijkheid is dat partijen een regeling treffen waarin een voorlopige kostenverdeling wordt afgesproken teneinde de werkzaamheden zo snel mogelijk opgestart en uitgevoerd te krijgen. Pagina 2 van 4
onderwerp
Grietpolderweg
Over de definitieve kostenverdeling moet vervolgens nog worden gesproken tussen partijen en als daarover geen overeenstemming kan worden bereikt, zal daarover (alsnog) geprocedeerd moeten worden teneinde de rechtbank te laten vaststellen wie aansprakelijk is voor (welk deel van) de kosten. In dat geval zal één van de partijen een zogenaamde bodemprocedure moeten starten. Een bodemprocedure is een “gewone” gerechtelijke procedure met een langere doorlooptijd dan een kort geding. Een bodemprocedure duurt naar verwachting ongeveer een jaar. De reden dat in dit geval geen kortgedingprocedure kan worden gevoerd, is omdat vanwege de voorlopige regeling over de kostenverdeling en de hervatting van de werkzaamheden door SBB, er geen spoedeisend belang meer bestaat. SBB hervat in dat geval immers de werkzaamheden op basis van de voorlopige kostenverdeling en het geschil tussen partijen gaat dan enkel nog om definitieve vaststelling van de kostenverdeling. Op dit moment is nog niet duidelijk of SBB openstaat voor een minnelijke regeling. Als SBB daarvoor niet openstaat en niet bereid is de werkzaamheden voor eigen rekening en risico uit te voeren, zal een kortgedingprocedure moeten worden gestart door de gemeente, waarin wordt gevorderd dat SBB wordt veroordeeld het werk voor eigen rekening en risico te hervatten en af te ronden, zoals in het voorgaande is beschreven.
Civiel De second opinion van Fugro is zeer uitgebreid en heeft hierdoor meer tijd gekost dan verwacht. Het is goed te weten dat de second opinion hierdoor wel een volledig inzicht en antwoord geeft op cruciale vragen, die zeer belangrijk zijn in de te starten juridische procedure tegen SBB. De second opinion maakt duidelijk dat voorafgaand aan de werkzaamheden aan de Grietpolderweg de waterkering niet voldeed aan de stabiliteitseis van 0,9 (was 0,87), maar het verschil tussen de berekende stabiliteit en de eis zeer beperkt is. Op basis hiervan valt dus niet met zekerheid vast te stellen of het niet voldoen aan de norm de oorzaak is van de ontstane instabiliteit van de waterkering. Uit de berekeningen voor de uitvoeringsstabiliteit blijkt wel dat alle werkzaamheden, met uitzondering van het verwijderen van de oude wegverharding, een negatief effect hebben op de stabiliteit van de waterkering. Voorafgaand aan de werkzaamheden voor het aanbrengen van de nieuwe weg, was het dus noodzakelijk geweest om maatregelen te treffen om schade aan en instabiliteit van de waterkering te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van een damwand in de kade langs de boezem of een lichtgewicht wegconstructie.
Op basis van de uitgevoerde zettingsberekening wordt geconcludeerd dat de zettingen ten gevolge van de ophoging voor de nieuwe weg dusdanig groot zijn, dat voorbelasten van de weg of andere zettingsversnellende of -reducerende maatregelen zoals verticale drainage of lichte ophoogmaterialen noodzakelijk zijn.
Pagina 3 van 4
onderwerp
Grietpolderweg
Tijdelijke langzaamverkeerverbinding Het alternatief voor een langzaamverkeerverbinding is inmiddels uitgewerkt en er wordt een tijdelijke vergunning aangevraagd bij de gemeente en het hoogheemraadschap. De kosten worden in eerste instantie betaald door de gemeente, maar indien mogelijk later verhaald op SBB. Op het moment dat de damwanden geslagen moeten gaan worden is het vanuit veiligheidsoogpunt niet mogelijk de langzaamverkeerroute te gebruiken. De verwachting is dat de werkzaamheden ca. twee weken zullen duren. Wat gaan wij nu doen Wij blijven inzetten op de juridische procedure. Dit is een kortgedingprocedure om te bewerkstelligen dat SBB het werk voor eigen rekening en risico zal hervatten en afronden. Of een bodemprocedure in geval van een regeling waarin een voorlopige kostenverdeling is overeengekomen. Het bedrag voor de werkzaamheden is geraamd op € 614.000. De voorlopige kostenverdeling zien wij als 50/50. Als deze kosten zich inderdaad voordoen zullen deze kosten ten laste worden gebracht van het begrotingsresultaat in 2021. Indien SBB geen aansprakelijkheid erkent en ook niet mee wil werken aan een voorlopige kostendeling, dan is het gezien de juridische procedure, maar ook de lange levertijden voor damwanden, niet realistisch te verwachten dat de weg nog in 2021 wordt heropend.
Dit betreuren wij zeer, maar het belang van een juiste juridische procedure en het beschermen van de gemeente tegen hoge, en mogelijk, onterechte kosten is daarin een zwaarwegend argument. Indien u zich niet kunt vinden in deze koers, willen wij u vragen (i.v.m. de voortgang van de juridische procedure) dit uiterlijk 31 mei in vertrouwelijkheid aan ons te laten weten. Wij verzoeken u (i.v.m. de juridische procedure) deze brief en de bijlagen vertrouwelijk te behandelen en de geheimhouding ervan te bekrachtigen in uw eerstvolgende vergadering.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, de gemeentesecretaris, de burgemeester, M.E. Spreij mr. K.M. van der Velde-Menting
Pagina 4 van 4