2021-01-22 Input inspreker inzake RES 1.0 en burgerparticipatie
Tekst van het document
Bedenkingen bij de brief die gaat over de burgerparticipatie richting Holland Rijnland en de Zienswijze van de gemeente op de RES 1.0. Wat betreft de opbrengst van de participatie; Opvallend is – en dat staat ook als zodanig benoemd – dat er nogal uiteenlopen resultaten zijn opgehaald onder de bewoners in het bewonerspanel, de zgn. roadshows en ook de eigen initiatieven zoals die van de dorpsraad in Rijnsaterwoude en een ander initiatief in Leimuiden. De antwoorden die je krijgt hangt sterk af van de informatie die je vooraf verstrekt en de manier waarop je de vragen stelt. De vraag; Vindt u de overgang van energie uit o.a. gas, olie en steenkool naar duurzame energie uit o.a. zon en wind (zeer) belangrijk? Beantwoord driekwart (75%) van de respondenten met ja. De meeste burgers zijn inderdaad in meer of mindere maten vóór een energietransitie. Natuurlijk. Wie kan daar tegen zijn. Maar als je bewoners aan het woord laat en vraag vraagt; Wat vind je er nu echt zelf van?, komen er allerlei mitsen en maren. Met ook vaak zeer steekhoudende argumenten. Voor de goede orde, ook ik ben vóór het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Niet persé van uit het oogpunt van CO2 reductie, maar zeker uit milieu overwegingen en de eindigheid van de voorraad van die fossiele brandstoffen.
Zelf heb ik eind vorig jaar deelgenomen aan één van die roadshows die waren georganiseerd om de burgers te informeren. De stemming daar was ronduit negatief over manier waarop de plannen rondom de RES 1.0 tot stand zijn gekomen. De algemene stemming was, en ik citeer; ‘het wordt ons hoe dan ook door de strot geduwd’. In het hele traject van de besluitvorming is met de burgers niet gecommuniceerd over de nadelen die kleven aan opwekking door wind en zon. Dat is zelfs niet eens geïnventariseerd. Het lijkt er op dat er alleen is toegewerkt naar een inventarisatie van locaties voor zonnepanelen en windturbines zonder oog te hebben voor de nadelige effecten. Alles bekeken door een groene bril.
En daarom heb ik als burger die lijst van nadelige effecten maar verzameld; Er ontstaat onherroepelijke schade aan het open landschap van Kaag en Braassem Eeuwenoud cultuurlandschap wordt verworden tot een industrieterrein. Waar eenmaal zonnepanelen en windmolens staan, gaan die niet meer weg. Ze worden op z’n best vervangen door andere bouwwerken. ‘Omdat er toch al iets staat.’ Er ontstaat schade aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor het toerisme De gemeente wil toch juist het toerisme bevorderen? Dat gaat niet lukken met spiegelende zonnevelden of windturbines met rood knipperende lampen er op. Het beperkt de mogelijkheid tot het bouwen van huizen Waar windmolens staan kunnen in de wijde omgeving geen huizen meer worden gebouwd. En we willen zo graag huizen kunnen bouwen in onze gemeente. Er treed waarde vermindering op van het onroerend goed. Schade aan de natuur en de biodiversiteit. Vogels en veermuizen worden door windmolens uit de lucht gemept, evenals insecten. Onder zonnepanelen groeit niets. Dat wordt dood terrein. En we zijn zo vóór bio diversiteit. Door zonnevelden gaat vruchtbare landbouwgrond verloren. Vruchtbare landbouwgrond waar de hele wereld jaloers op is. Recyclebaarheid. Aan het einde van de levensduur van zonnepanelen en windturbines na zo’n 20-25 jaar, blijft er veel afval over dat niet valt te recyclen.
De wieken van windmolens worden gemaakt van gelamineerd glasfiber en kunnen niet worden gerecycled. Ook de glazen panelen van zonnepanelen kunnen niet worden gerecycled. Windmolens draaien op SDE+ subsidie. Dat is subsidie waarbij een minimale prijs per kWh wordt gegarandeerd door het rijk. Dit zorgt er voor dat het verdienmodel van windturbines en zonnevelden wordt gegarandeerd. Er moet dus blijvend geld bij. Belasting geld Windmolens make herrie Windmolens maken een laagfrequent geluid waar je niet bij in de buurt wil zijn. Hoe groter de molen des te groter de herrie. Een hele waslijst met nadelige gevolgen die we blijkbaar voor lief nemen. Waar we liever niet over praten. Alles om gestelde doelen maar te halen. Als ik een bouwplan indien waar maar één van deze nadelen zich voordoet gaat het hele feest niet door.
En dan is er nog de techniek. Het idee bestaat dat alle stroom die wordt opgewekt door zonnepanelen en windturbines evenzoveel fossiele brandstoffen besparen of equivalente hoeveelheden CO2. Het lijkt zo logisch. Stroom dat wordt opgewekt door zon of wind hoeft niet door een fossiele centrale te worden opgewekt. Zie hier het milieuvoordeel. Nou dat is niet zo. Windmolens en zonnepanelen leveren stroom als het hen uitkomt. Alleen als de zon schijnt of alleen als het waait. Of allebei natuurlijk. Ze zijn wat heet ‘aanbod gestuurd’. Het komt zo voor dat op winderige zonnige dagen veel stroom wordt geproduceerd, juist als het niet wordt gevraagd. Overbodig opgewekte stroom wordt van het net geweerd om overbelasting te voorkomen. Windmolens worden dan stil gezet of zonnevelden worden afgeschakeld. Er is berekend dat bij inpassing van 25% wind en zon aan het net, door stroomoverschotten een verlies van 10% optreed. Andersom komt het ook voor dat er juist geen wind is en dat de zon niet schijnt. Onze oosterburen hebben al een kreet bedacht voor die momenten. Dat noemen ze daar dunkelflaute. Tijdens momenten van dunkelflaute moeten fossiele centrales ons stroomnet op gang houden. Fossiele centrales moeten dus steeds de variaties in de levering van zon en wind opvangen.
Vergelijkbaar met een auto die in stadsverkeer veel meer brandstof verbruikt dan op de snelweg door optrekken en stilstaan voor het stoplicht. Hoe groter het aanbod van zon en wind des te groter zijn deze verliezen. Hierdoor gaat tot 50% van de opgewekte stroom verloren aan zogenaamde rendementsverliezen. Daarnaast verbruiken windmolens zelf tot 14% van hun zelf opgewekte energie. Het resultaat is, dat na aftrek van al deze verliezen netto ten hoogste 31% van de totale elektriciteitsproductie als brandstof- c.q. CO2 besparing overblijft. Hier bovenop komt nog de energie die nodig is om windmolens en zonnepanelen te produceren over de wereld te vervoeren, te installeren maar ook later weer af te breken. Alles afwegende is de vraag in welke mate de burgers als ze dit weten nog steeds enthousiast zijn over de plaatsing van windturbines en zonnepanelen. Zoveel nadelen en zo weinig nut.
Afsluiting Maar hoe moet het dan? Want we hebben toch een akkoord? We hebben inderdaad een akkoord waarin de mogelijkheden die destijds geopperd werden, stuk voor stuk niet blijken te werken of grote nadelen met zich meebrengen. Aan de andere kant verandert de stemming in het land rondom kernenergie. Kernenergie blijkt zo slecht en eng nog niet. Ga af van het idee dat wij in onze toch al drukke regio ook onze duurzame energie moeten opwekken. Waarom in onze al overvolle regio ook nog eens ruimte verslindende zonnevelden aanleggen en windturbines plaatsen? Als je er nuchter over nadenkt is het ook idioot om in ons land vruchtbare landbouwgrond op te offeren voor het plaatsen van zonnepanelen. Die zijn ook veel efficiënter in Zuid Europa. Maar daar liggen ze niet omdat er daar geen subsidie op wordt verstrekt. Beschouw de energietransitie dan ook niet lokaal, ook niet regionaal, zelfs niet landelijk maar internationaal. Beperk de mogelijkheden niet tot wind en zon met als argument dat alleen deze technieken tot 2030 inzetbaar zouden zijn. Zon en wind hebben opslag van elektriciteit nodig om efficiënt te kunnen leveren. En voor de opslag van elektriciteit op grote schaal is nog geen begin van een oplossing in zicht. Kijk serieus naar de inzet van kernenergie. Levering zeker, veilig en co2 vrij.
Het beste moment om te starten met de bouw van een kerncentrale was 10 jaar geleden, en het op een na beste moment is morgen. Ondanks de summiere communicatie over de negatieve gevolgen van windturbines en zonnevelden geeft 75% van de bewoners nu al aan ze niet te willen. Niet dus. De zienswijze op de RES 1.0 mag daarom nog een stuk scherper worden geformuleerd. Kom op voor de belangen van uw burgers. Trap op de rem. Duw het de burgers van Kaag en Braassem niet door de strot.