CConstaterende datKaag en Braassem
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Was-wordt tabel 10e wijziging APV

Gemeenteraad 17 november 2025, gemeente Kaag en BraassemBij agendapunt: 10e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Kaag en Braassem 2012.2.066 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel - Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012 Actualisatie per 17 november 2025

Bestaande tekst Artikel 1.1 Definities - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

Nieuwe tekst Artikel 1.1 Definities - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaand in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

Artikel 2:31a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.

Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

2. Het verbod geldt niet voor wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie en evenmin voor andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt mits deze zaken zodanig zijn ingepakt dat zij niet geschikt zijn voor onmiddellijk gebruik.

2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Toelichting Dit betreft een technische wijziging. De definitie wordt gewijzigd conform model APV. Het Besluit bouwwerken leefomgeving bestaat niet meer. Dit betreft een technische wijziging. Conform de model APV van de VNG wordt de bevoegdheid verlegd van de burgemeester naar het college en wordt het artikel geplaatst op de plek waar deze ook in de model APV staat.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode binnen de tijden zoals omschreven in het derde lid van artikel 2:25 van deze verordening, beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 2 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de maatschappelijke functie van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend zwakalcoholhoudende drank van maandag tot en met zondag na 12.00 uur, beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 2 uur na beëindiging van de activiteiten zoals die zijn beschreven in het bestuursreglement van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf een tijdstip dat ligt na 12.00 uur.

2. De burgemeester kan zes keer per jaar ontheffing verlenen van de schenktijden zoals opgenomen in lid 1.

3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en zij mogen per jaar tijdens ten hoogste vier bijeenkomsten, die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, alcoholhoudende drank verstrekken. 4. Van het bepaalde in lid 3 zijn uitgezonderd de dorpshuizen, culturele centra met een dorpshuisfunctie en kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste 26 bijeenkomsten van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten.

3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard (bijeenkomsten waarbij minimaal de helft van de aanwezigen niet of niet rechtstreeks betrokken is bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon). Hier mag ten hoogste vier keer per jaar een uitzondering op worden gemaakt. 4. Van het bepaalde in lid 3 zijn uitgezonderd de dorpshuizen, de culturele centra met een dorpshuisfunctie en de kerkelijke centra. Deze rechtspersonen kunnen alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste 26 bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard, niet zijnde recepties en bruiloftsfeesten.

Dit betreft een inhoudelijke wijziging. De tijdvakken waarbinnen er alcohol mag worden verstrekt, wordt gekoppeld aan het bestuursreglement van de vereniging of stichting waarin beschreven staat wanneer zij activiteiten organiseren. De koppeling met artikel 2:25 wordt losgelaten. De manier waarop verenigingen en stichtingen hun bijeenkomsten bijhouden zoals genoemd in lid 5 wijzigt ook niet. Hoewel de wijziging hierboven als inhoudelijk wordt betiteld, verandert er in de praktijk weinig voor verenigingen en stichtingen.

5. De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van de in de vorige leden bedoelde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage te worden gegeven. Artikel 2:71 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

5. De paracommerciële rechtspersonen houden een jaarlijks overzicht bij van de in de vorige leden bedoelde bijeenkomsten. Dit overzicht dient in het bedrijf aanwezig te zijn en op eerste aanvraag ter inzage te worden gegeven. Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:74a Verzameling van personen in verband met harddrugs of heling Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1 (samenscholing), 2:26 (ordeverstoring evenement), 2:31 (ordeverstoring in openbare inrichting), 2:31a (verbod messen), 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare plaats), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:50 (hinderlijk gedrag voor in publiek toegankelijke ruimten), 2:74 (drugshandel op straat), 2:74a (verzameling van personen met drugs), 2:75 (bestuurlijke

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten

Dit betreft een technische wijziging. Mede gelet op de huidige vuurwerkdiscussie is het goed om niet specifiek naar categorie F1, F2 en F3 vuurwerk te verwijzen maar deze breder te trekken via artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit. Dit betreft een technische wijziging. De titel krijgt een andere benaming.

Dit betreft een technische wijziging . Met de wijziging wordt volledig aangesloten bij de model APV en de wijzigingen die in 2023 en 2024 zijn doorgevoerd. Dit is noodzakelijk om juridisch goed uitvoering te geven aan het kunnen opleggen van een gebiedsontzegging.

ophouding) of 3:9 (straatprostitutie) van deze verordening overtreedt een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht (niet opgenomen)

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.

Dit betreft een inhoudelijke wijziging. Dit artikel wordt voorgesteld vanwege klachten over geluidhinder die worden gemeld via de diverse kanalen bij zowel de toezichthouders van de gemeente als bij de politie. Met het opnemen van dit artikel hebben deze partijen de mogelijkheid om hierop te handhaven wanneer hier noodzaak voor is. Het artikel niet opnemen betekent dat er niet gehandhaafd kan worden op het moment dat er sprake is van verstoring van rust en welzijn.

4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik.

Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen

Dit betreft een inhoudelijke wijziging.

(niet opgenomen)

Artikel 4:9b Verbod oplaten ballonnen (niet opgenomen)

Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.

Artikel 4:9b Verbod oplaten ballonnen 1. In dit artikel wordt onder een ballon verstaan: een herdenkingsballon, een vuurballon, een gelukslampion, een (Thaise) wensballon, een papierballon, een geluksballon en andere daarmee vergelijkbare voorwerpen. 2. Het is verboden ballonnen en daarmee vergelijkbare voorwerpen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten.

Dit artikel wordt voorgesteld naar aanleiding van verschillende meldingen die door de politie zijn ontvangen. Op dit moment zijn er geen handhavende bevoegdheden op het moment dat motorvoertuigen en bromfietsen met hun geproduceerde geluid zorgen voor een verstoring van verstoring van rust en welzijn. Met het toevoegen van dit artikel willen we de politie een handvat bieden zodat er hierop kan worden gehandhaafd indien nodig. Dit betreft een inhoudelijke wijziging. Door een brief van de Rijnlandse Molenstichting is het college er op geattendeerd dat de gemeente Kaag en Braassem als één van de weinige gemeentes geen verbod in de APV heeft opgenomen op het oplaten van ballonnen. Op basis van de adviezen vanuit Duurzaamheid nemen we dit verbod alsnog op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=KaagenBraassem&id=acaf51eb-89e6-4b61-8c75-8594f3005505