1a Reg nota bodembeheer_11gemeenten ODWH_WSP_SOB015939_verkleind - mei 2023
Tekst van het document
NOTA BODEMBEHEER 2023-2033 REGIO WEST-HOLLAND GEMEENTEN HILLEGOM, KAAG EN BRAASSEM, LEIDEN, LEIDERDORP, LISSE, NIEUWKOOP, NOORDWIJK, OEGSTGEEST, TEYLINGEN, VOORSCHOTEN EN ZOETERWOUDE 5 MEI 2023
WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl-nl
PROJECTNUMMER SOB015939 DOCUMENTNUMMER SOB015939.RAP003
COLOFON CONTACTPERSONEN OMGEVINGSDIENST WEST-HOLLAND NAMENS 11 GEMEENTEN IN DE REGIO WEST-HOLLAND E-mail: info@odwh.nl Telefoon: 071-4083100 Stefanie Coesel Alex Jirka CONTACTPERSOON WSP Jeroen Spronk
AUTORISATIE PROJECTNUMMER
DOCUMENTNUMMER
STATUS
SOB015939
SOB015939.RAP003
Definitief
OPGESTELD DOOR
FUNCTIE
DATUM
Jeroen Spronk
Senior adviseur
5 mei 2023
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
PARAAF
WSP 5 mei 2023 pagina 2/98
SAMENVATTING INLEIDING De gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude willen duurzaam omgaan met grondstoffen en dus ook met te hergebruiken grond door hiervoor meer en betere toepassingsmogelijkheden te creëren. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. Deze nota bodembeheer is een gemeenschappelijke nota van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. In deze nota bodembeheer staat welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. De nota bodembeheer geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. Deze nota bodembeheer heeft 2 doelen: 1. Het stellen van regels voor duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond in de regio. De Omgevingswet richt zich op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door niet meer per gemeente naar de bodem te kijken, maar in de grotere regio, vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert als bijkomstig voordelen op dat wordt bijdragen aan de circulaire economie.
Verder verminderen de administratieve en de financiële lasten voor burgers, bedrijfsleven en overheid. 2. Het beleidsmatig verankeren van bodembeleid. Het beleidsmatig verankeren van het bodembeleid komt erop neer dat de activiteiten grondverzet en bodemsanering zo eenduidig mogelijk worden beoordeeld. Dit maakt het beleid helder voor burgers en bedrijven in de regio en voor bedrijven die binnen de regio werkzaamheden in de bodem uitvoeren. Voordat werkzaamheden of maatregelen op of in de bodem worden uitgevoerd, is een milieuhygiënische verklaring nodig. Een milieuhygiënische verklaring is een bewijsmiddel dat de kwaliteit van de grond aantoont. Om deze doelen te realiseren hebben de gemeenten aangepaste bodemfunctieklassenkaarten, nieuwe bodemkwaliteitskaarten en deze nota bodembeheer opgesteld. De kaarten zijn de instrumenten bij de uitvoering van het bodembeleid. De voorbije jaren is binnen de gemeenten ervaring opgedaan met het gevoerde grondstromenbeleid. Deze ervaringen zijn bij het opstellen van deze nota bodembeheer geïnventariseerd. Het beleid dat als positief is ervaren blijft gehandhaafd, verder is voor de optimalisering beleid aangepast of nieuw beleid geïntroduceerd.
Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaarten, de nieuwe bodemkwaliteitskaarten en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaarten, bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer voor de gemeentelijke grondgebieden vervangen. Deze nota bodembeheer is vastgesteld voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Aanvullingswet Bodem en diverse besluiten (o.a Aanvullingsbesluit Bodem, Besluit activiteiten leefomgeving), en Algemene maatregelen van bestuur (Aanvullingsregeling bodem), vervallen de huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het functioneel en nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Bodem wordt daarmee een integraal deel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet bodem regelt overgangsrecht voor: — De gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3). — De gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage N2). — De ontgravings- en toepassingskaarten (gebiedsspecifiek kader Besluit bodemkwaliteit; zie de kaartbijlagen N6). — Het stellen van strengere eisen aan de bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen en onbewerkt hout; zie § 4.4). — De acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten als bewijsmiddel bij grondverzet (zie § 4.2).
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 3/98
De bodemkwaliteitskaart van de gemeenten is voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het Besluit bodemkwaliteit bestuurlijk vastgesteld. Deze kaart kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit. Na bestuurlijke vaststelling verliest de bodemkwaliteitskaart na 5 jaar haar geldigheid, moet worden geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. In een transponeringstabel (zie bijlage 7) wordt aangegeven welke beleidsregel in deze nota bodembeheer waar terugkomt in de (toekomstige) Omgevingswet. Ook wordt aangegeven hoe een beleidsregel onder de (toekomstige) Omgevingswet wordt of moet worden geregeld: overgangsrecht, maatwerkregel, decentrale regel, beleidsregel, instructieregel. Met de transponeringstabel wordt aangegeven hoe het gemeentelijke grondstromenbeleid wordt aangepast in het licht van de Omgevingswet en daarmee beleidsneutraal over gaat als gevolg van de komst van de Omgevingswet. GEMEENTELIJK BELEID In de onderstaande tabel is het (gebiedspecifieke) beleid weergegeven waarbij is aangegeven of het beleid een voortzetting of een aanpassing van het tot nu toe gevoerde beleid dan wel nieuw beleid is.
Beleidsonderwerp Het uitbreiden van het gemeentelijke bodembeheergebied tot de gemeentelijke grondgebieden van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude (zie § 4.2) Het accepteren van geldige bodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel bij grondverzet van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en de bodemkwaliteitskaarten van de plangebieden Offem-Zuid en Bronsgeest in Noordwijk (zie § 4.2). Het stellen van strengere eisen bij het toepassen van grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en, schooltuinen (zie § 4.3.2). Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond op (relatief) schone gebieden met de bodemfunctie ‘Wonen’ of ‘Industrie’ gebieden (zie § 4.3.3). Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond op aangewezen industrie- en bedrijventerreinen in de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden en Noordwijk (zie § 4.3.4). Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond op aangewezen industrie- en bedrijventerreinen in de gemeente Teylingen (zie § 4.3.4).
Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en in de bermen van aangewezen (spoor)wegen met de bodemfunctie ‘Industrie’ (zie § 4.3.5). Het onder voorwaarden verruimen van regels bij het toepassen van grond uit de bodemkwaliteitszones “B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden”, B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten’ en ‘VS7 bovengrond in Voorschoten’ (zie § 4.3.6). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op de plangebieden Offem-Zuid (fase 1 t/m 3) en Bronsgeest in de gemeente Noordwijk (zie § 4.3.7). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op het plangebied Nieuw Broekhorst in Voorhout, gemeente Teylingen (zie § 4.3.7). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en op (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen (zie § 4.3.7).
Voortzetting voorgaand en/of huidig beleid
Aanpassing voorgaand en/of huidig beleid
Nieuw beleid
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
✓ ✓
WSP 5 mei 2023 pagina 4/98
Beleidsonderwerp Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van gebieden met toemaakdek (gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude) (zie § 4.3.8) Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van het plangebied Braassemerland in de gemeente Kaag en Braassem (zie § 4.3.9) Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit en ter plaatse van het plangebied Nieuw-Rhijngeest in de gemeente Oegstgeest (zie § 4.3.10) Het onder voorwaarden verruimen van de regels voor de tijdelijke opslag van grond (zie § 4.3.11). Het stellen van (strengere) eisen bij het toepassen van grond met bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, hout, plastic, piepschuim etc.; zie § 4.4) Het stellen van strengere regels bij het toepassen van grond met asbest(verdacht) materiaal bij bepaalde bodemgebruiken dat in opdracht van de gemeente wordt uitgevoerd (zie § 4.5). Het stellen van regels bij het toepassen van PFAS-houdende grond uit de gemeente Voorschoten (zie § 4.6.1). Het stellen van (strengere) eisen bij het toepassen van PFAS-houdende grond en verspreiden baggerspecie (zie § 4.6.2).
Het stellen van strengere eisen uit de bodemkwaliteitszones “B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden”, ‘VS1 bovengrond in Voorschoten’ en ‘VS7 bovengrond in Voorschoten’ (zie § 4.7). Het verruimen van de regels bij de tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen en het stellen van regels bij de tijdelijke opslag van grond als deze niet op of nabij de graaflocatie tijdelijk kan worden opgeslagen (zie § 4.8). Het verruimen van de regels voor het toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld (zie § 4.9). Het stellen van regels bij het toepassen van grond afkomstig van gebieden waar de gemeenten de bodemkwaliteitskaart niet hebben geaccepteerd (zie § 4.10). Het stellen van fysische eisen aan toe te passen grond in aangewezen waardevolle natuurgebieden (zie § 4.11) Het stellen van regels bij het toepassen van gerijpte baggerspecie (zie § 4.12) Het stellen van regels bij het toepassen van granuliet (zie § 4.13) Het stellen van regels bij grondverzet bij kleine partijen (zie § 4.14). Het stellen van regels bij terugsaneerwaarden en toepassen van grond op saneringslocaties (zie § 4.15). Het toepassen van grond van of in gebieden die zijn uitgesloten van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (zie § 4.16.1).
Het stellen van regels ter plaatse van provinciale en gemeentelijke beschermingsgebieden (zie § 4.16.2 en § 4.16.3). Het stellen van regels bij het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie en bij het realiseren van weilanddepots (zie § 4.17.2). Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij het vaststellen van de veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden (zie § 4.18). Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten (bij de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is; zie § 4.19).
Voortzetting voorgaand en/of huidig beleid
Aanpassing voorgaand en/of huidig beleid
Nieuw beleid
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
✓
WSP 5 mei 2023 pagina 5/98
Beleidsonderwerp Het voorkomen van verspreiding van invasieve exoten door grondverzet (flora, zoals bijvoorbeeld de Aziatische duizendknoop en de Reuzenberenklauw; zie § 4.20). Het stellen van regels voor de geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek (zie § 4.21). Het gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart als al een kwaliteitsonderzoek is uitgevoerd (zie § 4.22 t/m § 4.24). Het stellen van regels bij het toepassen van grond uit een tijdelijke opslag (zie § 4.25). Het stellen van regels bij het toepassen van grond in grootschalige toepassingen (zie § 4.26). Het stellen van regels voor de onderzoeksinspanning voorafgaand aan het grondverzet (zie hoofdstuk 6) Het verruimen van meldingregels bij de tijdelijke opslag van grond voorafgaand aan de definitieve toepassing (zie § 7.2.3). Het verruimen van de regels bij repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen (zie § 7.6). Het verruimen van de regels bij grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie § 7.7).
Voortzetting voorgaand en/of huidig beleid
Aanpassing voorgaand en/of huidig beleid
Nieuw beleid
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
MANDATEREN BEVOEGDHEDEN Het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid en eventuele toekomstige wijzigingen op dit beleid moeten, conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit, worden vastgesteld door de gemeenteraad. Om praktische redenen worden besluiten met een uitvoerend karakter gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het betreft besluiten voor: — wijzigingen van de bodemfunctieklassenkaart; — het toevoegen van aanvullende gegevens aan de bodemkwaliteitskaart die geen invloed hebben op het gebiedsspecifieke grondstromenbeleid; — het onder voorwaarden accepteren van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeenten als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond; — het opnieuw bestuurlijk vaststellen van een gewijzigde bodemfunctieklassenkaart en/of bodemkwaliteitskaart onder voorwaarde dat de wijzigingen geen invloed hebben op het in deze nota geformuleerde gebiedsspecifieke grondstromenbeleid. Het vaststellen van nieuw of gewijzigd gebiedsspecifiek beleid (Lokale Maximale Waarden of afwijkende percentages bijmenging bodemvreemd materiaal) kan conform artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit niet worden gemandateerd.
FINANCIËN EN BEOOGD EFFECT Het beleid heeft voor de gemeenten geen nadelige financiële gevolgen. Met het vaststellen van dit grondstromenbeleid wordt gefaciliteerd dat: — de gemeenten duurzaam bodembeleid in uitvoering brengt dat praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant is; — meer toepassingslocaties beschikbaar komen om vrijkomende grond duurzaam te hergebruiken; — het gebruik en de aankoop van primaire én secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank) wordt verminderd; — de druk op het wegennet, de uitstoot van uitlaatgassen, stikstof en fijnstof en het gebruik van energie wordt verminderd (grond hoeft minder ver te worden getransporteerd, geen extra productie door grondverwerker).
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 6/98
— meer grondstromen kunnen plaatsvinden zonder dat voorafgaand de kwaliteit van de grond moet worden onderzocht. Voor de gemeenten en derden kunnen hierdoor besparingen worden gerealiseerd in uitvoeringstijd en kosten.
COMMUNICATIE De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, worden door de gemeenten en de Omgevingsdienst West-Holland digitaal inzichtelijk gemaakt op hun websites. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 7/98
INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING
3
1
INLEIDING
15
1.1
Algemeen
15
1.2
Formuleren duurzaam en efficiënt grondstromenbeleid
17
1.3
Beleidsmatige verankering
17
1.4
Afbakening nota bodembeheer
18
1.4.1
Bevoegd gezag
18
1.4.2
Reikwijdte
19
1.5
Geldigheid
20
1.6
Verantwoordelijkheid
21
1.7
Aansprakelijkheid
21
1.8
Leeswijzer
22
2
DE TE VERWACHTEN BODEMKWALITEIT IN DE GEMEENTEN
23
3
MAATSCHAPPELIJKE OPGAVE
30
4
UITWERKING VAN HET GRONDSTROMENBELEID
31
Kwaliteitsdoelstelling bij hergebruik/toepassen van grond
31
Uitbreiding van het bodembeheergebied en acceptatie bodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel bij toepassen grond
31
4.3
Definiëren Lokale Maximale Waarden
32
4.3.1
Inleiding
32
4.3.2
Lokale Maximale Waarden toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes/volkstuin(complex)en (bodemlaag 0-0,5 m-mv; LMW1)
32
Lokale Maximale Waarden (relatief) schone gebieden met de bodemfunctie ‘Industrie’ of ‘Wonen’ (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW2)
34
Lokale Maximale Waarden op aangewezen industrieen bedrijfsterreinen (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW3)
34
Lokale Maximale Waarden toepassen grond uit en ter plaatse van onverharde (spoor)wegbermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ (bodemlaag 0-0,5 m-mv; LMW4)
35
4.1 4.2
4.3.3
4.3.4 4.3.5
4.3.5.1
Onderbouwing en definiëring Lokale Maximale Waarden
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 8/98
4.3.5.2
Toepassen grond uit onverharde berm van door de gemeenten aangewezen (spoor)wegen met de bodemfunctie ‘Industrie’
4.3.6
Lokale Maximale Waarden hergebruik van grond in de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1. Historische bebouwing Leiden’, ‘B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten’ en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten’ (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW5)
37
4.3.7
Lokale Maximale Waarden en toepassen grond van en op (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen (LMW6 t/m LMW9) 38
4.3.7.1
Inleiding
4.3.7.2
Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden op (voormalige) bollenteeltpercelen Gemeente Noordwijk: plangebieden Offem-Zuid fase 1 en fase 3 (bodemlaag 0-2 mmv; LMW6)
4.3.7.3
Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden op (voormalige) bollenteeltpercelen Gemeente Noordwijk: plangebied Offem-Zuid fase 2 (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW7)
4.3.7.4
Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden op (voormalige) bollenteeltpercelen Gemeente Noordwijk: plangebied Bronsgeest (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW8)
4.3.7.5
Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden op overige (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW9)
4.3.7.6 Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden Gemeente Teylingen: plangebied Nieuw Boekhorst in Voorhout (bodemlaag 0-2 m-mv; LMW9) 4.3.7.7
Uitwerking gebiedsspecifiek beleid: toepassen grond van én op (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen
4.3.8
Lokale Maximale Waarden hergebruik van grond in de gebieden met toemaakdek (Gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; bodemlaag 0-2 m-mv; LMW10)
48
Lokale Maximale Waarden Braassemerland (gemeente Kaag en Braassem; bodemlaag 0-2 m-mv; LMW11)
50
4.3.9
4.3.10 Lokale Maximale Waarden Nieuw-Rhijngeest (gemeente Oegstgeest; bodemlaag 0-2 m-mv; LMW12)
51
4.3.11
Lokale Maximale Waarden tijdelijke opslag (LMW13)
52
4.3.12
Grondverzet in en uit het duingebied (uitgesloten bodemkwaliteitskaart voor PFAS; gemeente Noordwijk, bodemlaag 0-1 m-mv)
53
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 9/98
4.4
Toepassen van grond of baggerspecie met bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen, hout, plastc, ijzer etc.)
53
Toepassen van grond op bepaald bodembegruik met asbestverdacht/-houdend materiaal
55
4.6
Toepassen PFAS-houdende grond en baggerspecie
56
4.6.1
Toepassen grond uit de gemeente Voorschoten
56
4.6.2
Toepassingseisen 11 gemeenten regio West-Holland
57
4.7
Toepassen van grond uit de bodemkwaliteitszones “B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden”, “VS1 bovengrond in Voorschoten” en “VS7 bovengrond in Voorschoten”
58
4.5
4.8
Tijdelijke uitname van grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen 58
4.9
Toepassen van grond uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld
60
Toepassen van grond afkomstig van gebieden waar de gemeenten de bodemkwaliteitskaart niet hebben geaccepteerd als bewijsmiddel
61
Toepassen grond: Eisen fysische kwaliteit aangewezen waardevolle natuurgebieden
61
4.12
Toepassen gerijpte baggerspecie
62
4.13
Toepassen granuliet
4.14
Grondverzet kleine partijen (maximaal 25 m )
62
4.15
Terugsaneerwaarden en toepassen grond op saneringslocaties
63
4.15.1
Terugsaneerwaarden en toepassen grond
63
4.15.2
Melden toepassen grond op een saneringslocatie
64
4.16
Bijzondere omstandigheden bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond
64
4.10
4.11
62 3
4.16.1
Van de bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties
64
4.16.2
Provinciaal Beschermde gebieden
65
4.16.3
Gemeentelijk beschermde gebieden
65
4.17
Verspreiden onderhoudsbaggerspecie en weilanddepots
65
Verspreiden onderhoudsbaggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam
65
Verspreiden onderhoudsbaggerspecie over een aangrenzend perceel en realisatie weilanddepots
65
4.17.1 4.17.2
4.17.2.1 Algemeen 4.17.2.2 Realisatie weilanddepots 4.17.2.3 Verspreiden PFAS-houdende onderhoudsbaggerspecie op het aangrenzend perceel en tijdelijke opslag in weilanddepot
4.18
Gebruik bodemkwaliteitskaart voor vaststelling veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
67
WSP 5 mei 2023 pagina 10/98
4.19
Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten
68
4.19.1
Onder het Activiteitenbesluit
68
4.19.2
Onder de Omgevingswet
68
4.20
Voorkomen verspreiden invasieve exoten (flora) bij grondverzet
69
4.21
Geldigheidsduur van een uitgevoerd onderzoek
70
4.22
Uitgevoerde partijkeuring of specifiek onderzoek van de NEN5740 en gebruik ontgravingskaart
70
4.23
Uitgevoerd NEN5740 onderzoek en gebruik ontgravingskaart
70
4.24
Uitgevoerd onderzoek en gebruik toepassingskaart
71
4.25
Toepassen grond uit een tijdelijke opslag
71
4.26
Toepassen grond in een grootschalige bodemtoepassing
72
4.27
Totaal overzicht gemeentelijk beleid
73
5
HET TOEPASSEN VAN GROND MET DE BODEMKWALITEITSKAART ALS BEWIJSMIDDEL
82
ONDERZOEKSINSPANNING VOORAFGAAND AAN HET GRONDVERZET
84
6.1
Historisch onderzoek
84
6.2
Onderzoek toe te passen grond en ontvangende bodem
85
6.2.1
Onderzoek toe te passen grond
85
6.2.2
Onderzoek ontvangende bodem
87
7
PROCEDURES
88
7.1
Opvragen informatie voorafgaand aan het grondverzet
88
7.2
Melden tijdelijk opslaan en toepassen van grond
88
7.2.1
Algemeen
88
7.2.2
Toepassen van grond
89
7.2.3
Tijdelijke opslag
89
7.3
Registratie en archivering van meldingen
90
7.4
Beoordeling en toetsing van de melding
91
7.5
Transport van grond
91
7.6
Repeterende vrachten en omvangrijke grondtoepassingen
91
Grondtransport met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel
91
6
7.7
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 11/98
8
TOEZICHT EN HANDHAVING
92
8.1
Betrokkenen bij grondverzet
92
8.2
Toezicht en handhaving
93
9
MANDATEREN BEVOEGDHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
94
9.1
Inleiding
94
9.2
Aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart en toepassingskaarten
94
9.3
Aanvullende bodeminformatie
95
9.3.1
Uitgesloten locaties en gebieden
95
9.3.2
Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie
95
Acceptatie bodemkwaliteitskaart andere gemeente/gebied als bewijsmiddel chemische kwaliteit toe te passen grond
95
Bestuurlijk vaststellen bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart
96
9.6
Procedure
96
9.7
Rapportage
96
BRONVERMELDINGEN
97
9.4
9.5
–
OVERZICHT BIJLAGEN
Bijlage 1
— Begrippenlijst Bijlage 2
— Wet en regelgeving en bodemtaken Bijlage 3A
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones NEN5740 incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3B
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones bestrijdingsmiddelen incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3C
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones PFAS incl. toetsing (gemeten waarden) Bijlage 3C —
Statistische parameters bodemkwaliteitszones PFAS incl. toetsing (gemeten waarden)
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 12/98
Bijlage 3D
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones gemeente Voorschoten incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3E
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones Plangebied Offem-Zuid Fase 1 en 3 incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3F
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones plangebied Offem-Zuid fase 2 incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3G
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones Plangebied Bronsgeest incl. toetsing (standaardwaarden) Bijlage 3C
— Statistische parameters bodemkwaliteitszones PFAS incl. toetsing (gemeten waarden) Bijlage 4A
— Onderbouwing Lokale Maximale Waarden Toemaakdekgebied Bijlage 4B
— Onderbouwing Lokale Maximale Waarden Braassemerland Bijlage 4C
— Onderbouwing Lokale Maximale Waarden NieuwRhijngeest Bijlage 5
— Grondstromenmatrix Bijlage 6
— Provinciale verwachtingswaardekaart PFOS en PFOA Bijlage 7
— Transponeringstabel beleidsregels nota bodembeheer 11 gemeenten onder de Omgevingswet
OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage N1 —
Ligging gemeenten nota bodembeheer regio West-Holland
Kaartbijlage N2 —
Bodemfunctieklassenkaart
Kaartbijlagen N3 —
Ligging bodemkwaliteitszones
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 13/98
Kaartbijlagen N4 —
Ontgravingskaarten
Kaartbijlagen N5 —
Toepassingskaarten generiek beleid
Kaartbijlagen N6 —
Toepassingskaarten gebiedsspecifiek beleid
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 14/98
1
INLEIDING
In de teksten zijn blauw gekleurde literatuurverwijzingen opgenomen. Deze zijn opgenomen bij de bronvermeldingen op de bladzijden 97 en 98 van deze nota bodembeheer.
1.1
ALGEMEEN
De gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude (zie bijlage N1 en figuur 1.1) willen duurzaam omgaan met grondstoffen en dus ook met te hergebruiken grond door hiervoor meer en betere toepassingsmogelijkheden te creëren.
Figuur 1.1 Ligging 11 gemeenten waar de gezamenlijke nota bodembeheer voor wordt opgesteld Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. Deze nota bodembeheer is een gemeenschappelijke nota van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude (hierna aangeduid als ‘de gemeenten’). In deze nota bodembeheer staat welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie. De nota bodembeheer geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 15/98
Deze nota bodembeheer heeft 2 doelen: 1. Het stellen van regels voor duurzaam en efficiënt hergebruik van vrijkomende grond in de regio. De Omgevingswet richt zich op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en de ondergrond. Met deze nota bodembeheer wordt hierop ingespeeld. Door niet meer per gemeente naar de bodem te kijken, maar in de grotere regio, vinden grondstromen soepeler en dus efficiënter hun weg. Dit levert als bijkomstig voordelen op dat wordt bijdragen aan de circulaire economie. Verder verminderen de administratieve en de financiële lasten voor burgers, bedrijfsleven en overheid. 2. Het beleidsmatig verankeren van bodembeleid. Het beleidsmatig verankeren van het bodembeleid komt erop neer dat de activiteiten grondverzet en bodemsanering zo eenduidig mogelijk worden beoordeeld. Dit maakt het beleid helder voor burgers en bedrijven in de regio en voor bedrijven die binnen de regio werkzaamheden in de bodem uitvoeren. Voordat werkzaamheden of maatregelen op of in de bodem worden uitgevoerd, is een milieuhygiënische verklaring nodig. Een milieuhygiënische verklaring is een bewijsmiddel dat de kwaliteit van de grond aantoont. Deze nota bodembeheer is vastgesteld voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Aanvullingswet Bodem en diverse besluiten (o.a Aanvullingsbesluit Bodem, Besluit activiteiten leefomgeving), en Algemene maatregelen van bestuur (Aanvullingsregeling bodem), vervallen de huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het functioneel en nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Bodem wordt daarmee een integraal deel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet bodem regelt overgangsrecht voor: — De gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3). — De gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage N2). — De ontgravings- en toepassingskaarten (gebiedsspecifiek kader Besluit bodemkwaliteit; zie de kaartbijlagen N6). — Het stellen van strengere eisen aan de bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen en onbewerkt hout; zie § 4.4). — De acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten als bewijsmiddel bij grondverzet (zie § 4.2). De bodemkwaliteitskaart van de gemeenten[1] is voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het Besluit bodemkwaliteit bestuurlijk vastgesteld. Deze kaart kan ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de afgifte van een milieuverklaring bodemkwaliteit.
Na bestuurlijke vaststelling verliest de bodemkwaliteitskaart na 5 jaar haar geldigheid, moet worden geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld (zie § 1.5). In een transponeringstabel (zie bijlage 7) wordt aangegeven welke beleidsregel in deze nota bodembeheer waar terugkomt in de (toekomstige) Omgevingswet. Ook wordt aangegeven hoe een beleidsregel onder de (toekomstige) Omgevingswet wordt of moet worden geregeld: overgangsrecht, maatwerkregel, decentrale regel, beleidsregel, instructieregel. Met de transponeringstabel wordt aangegeven hoe het gemeentelijke grondstromenbeleid wordt aangepast in het licht van de Omgevingswet en daarmee beleidsneutraal (blijven materieel gelijk aan het huidige recht) over gaat als gevolg van de komst van de Omgevingswet. In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie, worden door de gemeenten en de Omgevingsdienst West-Holland digitaal inzichtelijk gemaakt op hun websites. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 16/98
1.2
FORMULEREN DUURZAAM EN EFFICIËNT GRONDSTROMENBELEID
Om deze doelen te realiseren hebben de gemeenten de bodemfunctieklassenkaarten aangepast[1], nieuwe bodemkwaliteitskaarten[1] gemaakt en deze nota bodembeheer opgesteld. Met de aangepaste bodemfunctieklassenkaarten, de nieuwe bodemkwaliteitskaarten en deze nota bodembeheer worden de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaarten, bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer voor de gemeentelijke grondgebieden[2] vervangen. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en baggerspecie vrij. De regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond en baggerspecie valt onder het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit[3] [4] (hierna aangeduid als 'het Besluit' en 'de Regeling'). Het grondstromenbeleid moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het milieuvriendelijk en verantwoord hergebruiken, toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie in de gemeenten. Er zijn vier motieven voor het duurzaam en verantwoord grondstromenbeleid: 1. Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op het niveau van het bodembeheergebied (zie § 4.1). 2. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire en secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). 3.
Substantieel minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van stikstof -NOx- fijnstof en CO2 en minder grondverwerking). 4. Kostenbesparing (minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeenten kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaarten zijn de instrumenten bij de uitvoering van het duurzame en efficiënte grondstromenbeleid. Op de bodemfunctieklassenkaarten zijn de functies ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’ weergegeven. Ook is oppervlaktewater op de kaart weergegeven. Op de ontgravingskaarten wordt de te verwachten diffuse milieuhygiënische ontgravingskwaliteit op de gemeentelijke grondgebieden weergegeven. Op de toepassingskaarten is weergegeven aan welke kwaliteit de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie moet voldoen. De gemeenten hebben binnen de mogelijkheden van het Besluit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifieke beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeenten.
De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken.
1.3
BELEIDSMATIGE VERANKERING
Bij bodembeleidsonderdelen zoals het hergebruik van grond, bodemsanering en activiteiten zoals bouwen en ruimtelijke planvorming wordt, zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving gestreefd naar één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig. In de voorgaande jaren hebben gemeenten al bodembeleid in uitvoering gehad dat ingaat op de voornoemde bodembeleidsonderdelen. Hierbij is zoveel als mogelijk binnen de wet- en regelgeving één uniform ambitieniveau en eenzelfde bodemkwaliteitsdoelstelling nagestreefd. Een dergelijk beleid is helder en eenduidig voor de burgers en bedrijven.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 17/98
In deze nota bodembeheer is aansluiting gezocht met andere beleidsterreinen: de Wet bodembescherming[5], Het Besluit en de Regeling uniforme saneringen[6], het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, de Wet milieubeheer[7], het Activiteitenbesluit[8] en de Algemene wet bestuursrecht[9]. Vanwege andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld. In de volgende hoofdstukken en paragrafen wordt het beleid in deze nota bodembeheer, waar nodig, nader toegelicht.
1.4
AFBAKENING NOTA BODEMBEHEER
1.4.1
BEVOEGD GEZAG
In de meeste situaties zijn bij het hergebruik/toepassen van grond op of in de landbodem, de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming de gemeenten voor hun eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder de Wet milieubeheer vallen, reguleert het voor deze Wet aangegeven bevoegd gezag het grondverzet. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. Voor de rijkswateren is dat Rijkswaterstaat en voor de overige wateren zijn dat het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (gemeente Nieuwkoop), het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (gemeente Nieuwkoop) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude). Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming bepalend. De gemeente Leiden is voor haar eigen grondgebied meestal hiervoor het bevoegd gezag. De gemeente Leiden heeft deze taken gemandateerd aan de Omgevingsdienst West-Holland (hierna aangeduid als ‘ODWH’. Voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude is de provincie Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland heeft deze taken gemandateerd aan de ODWH.
Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de gemeenten voor hun eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet waaronder beschikte spoedlocaties, locaties met ingediende (deel)saneringsplannen, locaties met een maximaal 12 maanden oude ingediende BUS-melding, locaties waar sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging (ontstaan in de periode 1 januari 1987 en 31 december 2023, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet) en locaties met nazorgsmaatregelen zoals bijvoorbeeld geregistreerde restverontreinigingen, leeflaagsaneringen, monitoringsverplichtingen. Voor deze locaties in de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude blijft de provincie Zuid-Holland, de ODWH (gemandateerd), bevoegd gezag. Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Zuid-Holland als het bevoegd gezag optreedt.
Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn de gemeenten voor hun eigen grondgebied het bevoegd gezag. Voor de gemeenten wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet[10]. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 18/98
1.4.2 REIKWIJDTE Deze nota bodembeheer heeft betrekking op: — Het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie op het grondgebied van de gemeente. — Grondverzet bij bodemsanering. — De landbodem tot aan de grens van de oeverlijn. — Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten. Beoordelingen op grond van het in deze nota geformuleerde bodembeleid vinden plaats bij nieuwe ontwikkelingen (dynamische situaties, zoals grondverzet). Op locaties waar geen ontwikkelingen plaatsvinden (statische situaties) is het bodembeleid niet van toepassing. Toepassen en het tijdelijk opslaan van grond op of in de landbodem en het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie Voor alle toepassingen van grond geldt dat deze functioneel, nuttig, moeten zijn (zie § 2.1.1 van bijlage 2). Als dat niet zo is, wordt de grond niet nuttig hergebruikt en wordt de grond als afvalstof gezien. Dit geldt óók voor schone grond. Een voorbeeld hiervan is het creëren van overhoogte op een geluidswal zonder dat dit vanwege geluidswering noodzakelijk is. Voor het ontgraven en tijdelijk opslaan van grond in het kader van gevallen van ernstige bodemverontreiniging geldt de Wet bodembescherming. Als de Omgevingswet in werking treedt, vervalt de Wet bodembescherming.
Diverse onderwerpen uit de Wet bodembescherming komen in de Aanvullingswet en -besluit bodem Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving aan de orde. Ook moeten bepaalde onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en/of de Omgevingsverordening. Voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen geldt een bijzonder kader met acceptatieplicht voor de aangelanden op basis van de Waterwet en de Keur van waterschappen. Voor het inrichten van een weilanddepot voor baggerspecie moet in de gemeenten een omgevingsvergunning (vroeger aanlegvergunning) worden aangevraagd (artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Afhankelijk van de locatie is ook een ontheffing noodzakelijk van het daar geldende bestemmingsplan. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde grondstromenbeleid heeft geen betrekking op toepassingen van grond in een oppervlaktewaterlichaam tenzij het om een demping van een oppervlaktewaterlichaam gaat waardoor feitelijk een landbodem ontstaat. In die situatie worden nadere afspraken gemaakt tussen de desbetreffende waterkwaliteitsbeheerder1 en de gemeente. Grondverzet bij bodemsanering Een bodemsanering moet worden uitgevoerd als er sprake is van een spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging of als bodemkwaliteit op de locatie niet voldoet aan de bodemkwaliteit die hoort bij de toegekende functie.
Bij een bodemsanering wordt (sterk) verontreinigde grond ontgraven en eventueel de saneringsput opgevuld met grond. Ook kan een bodemsanering plaatsvinden door het aanbrengen van een isolatielaag, een ophooglaag of een leeflaag met grond. Afhankelijk van het type bodemsanering kan de bodemfunctieklassenkaart of de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de terugsaneerwaarde(n) te bepalen (zie § 4.15.1). Het aanvullen van een saneringsput of het aanbrengen van een isolatielaag, ophooglaag of leeflaag als sanerende maatregel is in het kader van het Besluit een nuttige toepassing. Afhankelijk van de ligging van de saneringslocatie gelden hierbij de toepassingseisen die in deze nota bodembeheer zijn geformuleerd (zie hoofdstuk 4).
1
Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (gemeente Nieuwkoop), het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (gemeente Nieuwkoop) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude).
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 19/98
De landbodem tot aan de grens van de oeverlijn De definitie van de grens tussen landbodem en waterbodem is aangegeven in artikel 1 van de Waterwet: “Oppervlaktewaterlichaam: 'samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende waterbodem, oevers en voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens deze wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna'.” De ligging van het beheergebied van Rijkswaterstaat zijn inzichtelijk gemaakt op de website van Rijkswaterstaat: https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/waterwet/kaarten/kaart-waterregeling/. Ter plaatse van de overige wateren in het beheergebied zijn de ‘Keur’ van toepassing van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (gemeente Nieuwkoop), het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (gemeente Nieuwkoop) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (alle gemeenten). De Keur is alleen van toepassing op waterstaatswerken. Dat wil zeggen oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken en op de daarlangs gelegen beschermingszones (zie figuur 1.2). Deze gebieden zijn inzichtelijk gemaakt op de ‘Legger’ van elke waterkwaliteitsbeheerder. De legger is op de volgende websites inzichtelijk gemaakt: — Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: https://www.hdsr.nl/werk/leggers-watergangen/.
— Waterschap Amstel, Gooi en Vecht: https://www.agv.nl/onze-taken/legger/. — Hoogheemraadschap van Rijnland: https://www.rijnland.net/regels-op-een-rij/legger/leggeroppervlaktewateren/.
Figuur 1.2. Zonering oppervlaktewateren (bron: Keur van Delfland. Schematische tekening zonering watergangen). Voor situaties waar de overgang onduidelijk is, zal overleg plaatsvinden tussen het waterschap en de gemeente. Retentievoorzieningen maken onderdeel uit van het watersysteem. Noodoverlopen en inundatiegebieden zijn echter gericht op landgebruik en vallen dus onder het bevoegd gezag van de gemeente. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij bodemverontreinigende activiteiten Eén van de doelen van de Omgevingswet is dat de bodemkwaliteitskaart voor meer doelen dan het toepassen/ hergebruik van grond wordt ingezet. De gemeenten willen de bodemkwaliteitskaart onder voorwaarden gaan gebruiken bij de interpretatie van eindsituatie-onderzoeken bij bodemverontreinigende activiteiten als geen nulsituatie-onderzoek is uitgevoerd (zie § 4.19).
1.5
GELDIGHEID
Deze nota bodembeheer wordt door elke gemeente vastgesteld voor een periode van maximaal 10 jaar. De bodemkwaliteitskaarten worden maximaal 5 jaar na de bestuurlijke vaststelling in 2028, geactualiseerd (zie artikel 4.3.5 van de Regeling). Voor een bodemfunctieklassenkaart geldt geen wettelijke houdbaarheidstermijn. Een bodemkwaliteitskaart moet elke 5 jaar opnieuw worden vastgesteld, ongeacht of er aanpassingen zijn. Met de actualisatie van de bodemkwaliteitskaarten worden ook de bodemfunctieklassenkaarten geëvalueerd. Als de
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 20/98
bodemfunctieklassenkaarten moeten worden aangepast, moeten deze ook weer opnieuw bestuurlijk worden vastgesteld. Op basis van de geactualiseerde bodemfunctieklassenkaarten en de bodemkwaliteitskaart wordt vastgesteld of aanpassing van deze nota noodzakelijk is of dat de nota in de huidige vorm nog een volgende 5 jaar kan worden gebruikt. Alleen als het gebiedsspecifieke beleid (artikel 44 van het Besluit) moet worden aangepast, moet ook de nota opnieuw door elke gemeenteraad bestuurlijk worden vastgesteld.
1.6
VERANTWOORDELIJKHEID
De verantwoordelijkheid voor naleving van de regels bij het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Maar ook een ieder die op een bepaald moment in enig opzicht macht uitoefent over (een deel van) de toepassing kan worden aangesproken; bijvoorbeeld een eigenaar, erfpachter, huurder of bruiklener. De initiatiefnemer voor de grondtoepassing, of een hiertoe gemachtigd persoon (ontdoener van de grond of tussenpersoon zoals een aannemer of adviesbureau), is dan ook verplicht om het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond te melden. In § 7.2.2 is een aantal situaties beschreven waarbij het toepassen van grond niet gemeld hoeft te worden. De verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer voor het ontgraven, het tijdelijk opslaan en/of het toepassen van grond en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie ligt verankerd in de wettelijke zorgplicht: — Algemene zorgplicht in het kader van de Wet milieubeheer (artikel 1.1.a): achterwege laten van handelingen, die nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. — Zorgplicht uit de Wet bodembescherming (artikel 13): een ieder die handelingen verricht, die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, is verplicht preventieve en zo nodig herstellende maatregelen te treffen. — Zorgplicht voor handelingen inzake afvalstoffen.
Met afvalstoffen wordt gedoeld op bijlage 1 van EU-richtlijn afvalstoffen van 1975. In de Wet milieubeheer wordt hierop ingegaan in de artikelen 10.1 en 10.2. Bij bodemsanering gaat het dan om verontreinigd puin, sintels, teerresten et cetera. — Zorgplicht uit het Besluit (artikel 7): een ieder die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast die kunnen leiden tot bodemverontreiniging, voorkomt die gevolgen of beperkt die voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover van hem kan worden gevergd. De zorgplicht wordt overgenomen in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving. Als achteraf blijkt dat foutief is gehandeld, kan geen beroep worden gedaan op de gedane melding voor het Besluit bodemkwaliteit of het eventueel uitblijven van een reactie van het bevoegd gezag binnen een bepaalde termijn. Ook na toepassing mag het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit nog optreden tegen overtredingen van de regelgeving als blijkt dat niet de juiste gegevens zijn verstrekt of sprake is van het toepassen van grond/bagger van een onjuiste kwaliteit.
1.7
AANSPRAKELIJKHEID
De bodemfunctieklassenkaarten, de bodemkwaliteitskaarten en deze nota bodembeheer zijn met grote zorgvuldigheid opgesteld. De bodemkwaliteitskaarten bieden geen harde garanties voor de kwaliteit van een partij grond. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De eindverantwoordelijkheid voor de toepassing van grond blijft bij de initiatiefnemer en daarna een ieder die macht uitoefent op de toepassingslocatie. Als twijfel bestaat over de kwaliteit van de grond, wordt geadviseerd een onderzoek te laten uitvoeren.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 21/98
1.8
LEESWIJZER
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten waarna in hoofdstuk 3 een toelichting wordt gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeenten. Het beleid voor de toepassing van grond wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 5 aan de orde. Hoofdstuk 6 gaat in op de onderzoeksinspanning die moet worden verricht voorafgaand aan het ontgraven en toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond worden in hoofdstuk 7 beschreven. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op toezicht en handhaving bij grondverzet. Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele mandaten van bevoegdheden door de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders en een overzicht van de in de teksten aangegeven bronvermeldingen. De in deze nota gebruikte begrippen worden in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 wordt ingegaan op de Wet- en regelgeving voor bodem en verantwoordelijkheden bij bodemtaken, onder andere bij het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In bijlage 3 wordt de statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten opgenomen. De onderbouwing van de Lokale Maximale Waarden in het toemaakdekgebied is onderbouwd in bijlage 4.
De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeenten, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, worden weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 5 is opgenomen. De provinciale verwachtingswaardenkaart PFAS-is integraal opgenomen in bijlage 6. In bijlage 7 een transponeringstabel opgenomen met hoe de in deze nota bodembeheer opgenomen beleidsregels waar terugkomen in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving en op welke wijze de beleidsregels in het gemeentelijke omgevingsplan komen. Op de kaartbijlagen N2 en N3 worden respectievelijk de bodemfunctieklassenkaarten en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen N4 worden de te verwachten ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor grond in de gemeenten worden voor het generieke kader en het gebiedsspecifieke beleid opgenomen in respectievelijk de kaartbijlagen N5 en N6.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 22/98
2 DE TE VERWACHTEN BODEMKWALITEIT IN DE GEMEENTEN Als gevolg van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van de wijken, en de belasting door emissies van bedrijven en voertuigen, kan de bodem diffuus belast zijn met verontreinigende stoffen. In het algemeen geldt: hoe langer een gebied door mensen in gebruik is, des te meer een gebied belast is. In verband hiermee heeft een indeling plaatsgevonden op basis van bodemgebruik, historie en vastgestelde bodemkwaliteit. Bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaarten[1] zijn de grondgebieden van de gemeenten op basis van de bovengenoemde criteria verdeeld in bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen2 (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv). Voor de gemeente Voorschoten is de bodemkwaliteitskaart niet voor PFAS-verbindingen vastgesteld. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen chemische bodemkwaliteit verwacht (zie tabel 2.1 en de kaartbijlagen N3). Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste halve meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag.
De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: — Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de (spoor)wegbermen (andere beheerorganisatie). — Defensieterreinen (andere beheerorganisatie). — Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, inclusief: • locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende en verwerkende bedrijven, inzet blusschuim en secundaire bronnen). • (Voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). • Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI) (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). — Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart). — Noordse Buurt (gemeente Nieuwkoop). — De bodemlaag 0-1 m-mv van een deel van het duingebied is verdacht voor diffuus verhoogde gehalten aan PFASverbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’.
— Waterbodems: ander bevoegd gezag • Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling[12]; • overige wateren: Hoogheemraadschap van Rijnland (binnen gemeente Nieuwkoop: tevens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht). — De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. — Het grondwater. — Voor het grondgebied van de gemeente Voorschoten zijn de achtergrondwaarden voor PFAS niet vastgesteld. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [13]. Voor PFAS-verbindingen is aangesloten bij het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond [14] en aanvullende eisen van de gemeenten. Met uitzondering van de gemeente Voorschoten zijn alle bodemkwaliteitszones vastgesteld voor PFAS-verbindingen. De bodemkwaliteitskaart is vastgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 met de Begrippen onder het kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen 2
Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 23/98
polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. De (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen3 in de gemeenten zijn ook vastgesteld voor bestrijdingsmiddelen (OCB). Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden*. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor PFAS-verbindingen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte onderscheiden*. * De onderscheiden dieptelagen voor PFAS-verbindingen hebben geen invloed op de bodemkwaliteitszones voor de andere stoffen. In tabel 2.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De bodemkwaliteitszones zijn op basis van de gemiddelde waarden (zie de bijlagen 3 (kolom ‘Gem’)).
De kwaliteit is ingedeeld volgens de landelijk vastgestelde klassen voor ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De kleuren in tabel 2.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassen, ontgravings- en toepassingskaart (respectievelijk de kaartbijlagen N2, N4 en N5). Uit tabel 2.1 blijkt dat volgens het generieke kader van het Besluit het nuttig hergebruik van gebiedseigen licht verontreinigde grond beperkt mogelijk is. In de gemeenten zijn relatief veel gebieden waar alleen schone grond toegepast mag worden; kwaliteitsklasse “Landbouw/natuur”. Hierdoor kan veel ontgraven grond niet worden hergebruikt en moet vervolgens worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Het Besluit biedt de gemeenten de mogelijkheid om beleid te formuleren waardoor meer licht verontreinigde grond kan worden hergebruikt dan mogelijk is in het generieke kader van het Besluit zónder dat dit tot risico’s voor het (toekomstig) bodemgebruik leidt. Dit gemeentelijke/regionale beleid is in hoofdstuk 4 van deze nota bodembeheer beschreven.
3
Bijvoorbeeld bloem(bollen)percelen, fruitteeltpercelen, glastuinbouw etc.
SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland
WSP 5 mei 2023 pagina 24/98
Tabel 2.1: Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfunctie conform het Besluit bodemkwaliteit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES
ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)
TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER @
Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # B1. Historische bebouwing Leiden
Wonen
Industrie *
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie B2. Oude uitbreidingen Leiden Wonen B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude B4. Overige historische woonbebouwing
Industrie Wonen Industrie Wonen Industrie
B5. Oudere woonbebouwing, sport en recreatie
Wonen Wonen
Wonen Landbouw/natuur