17-11-2022 Beantwoording mondelinge vragen VVD V&A 16-11 inzake VVGB Aderpolder 4 te Kaag
Tekst van het document
beantwoording mondelinge vragen vergadering raad Visie en Advies van 16 november 2022 Tijdens de vergadering V&A van 16 november 2022 zijn door de heer Möllers van de VVD twee vragen gesteld bij agendapunt 8 m.b.t. de verklaring van geen bedenkingen inzake het realiseren van vier aanlegpalen, twee seizoensligplaatsen, een walstroomvoorziening en een septictank nabij het perceel Aderpolder 4 te Kaag. De overige fracties hebben zich bij deze vragen aangesloten. Vraag 1 De gemeente zou medio 2017 een positieve grondhouding hebben gehad voor de nu voorgenomen ontwikkeling. Hoe kan het dat deze grondhouding nu niet gestand wordt gedaan? antwoord Het is juist dat de aanvrager in 2017 een principeverzoek heeft ingediend voor een aantal afmeerplaatsen rondom het ‘Aderpolder-eiland’. Het college heeft daarop een positieve grondhouding ingenomen waarbij wel een aantal voorwaarden waren gesteld, o.a. aan het aantal ligplaatsen en de duur van het verblijf. Op de (eerste) aanvraag om omgevingsvergunning in 2017 is in eerste instantie een positief ontwerpbesluit genomen. Bij de inhoudelijke behandeling van daarop kenbaar gemaakte zienswijzen is gebleken dat de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag deels onjuist had plaatsgevonden. Zo was er niet langer sprake van een kortdurend verblijf (passantenplaatsen) zoals het college had gesteld, maar van seizoensplaatsen.
Het innemen van dergelijke seizoensplaatsen was in strijd met het bepaalde in de MRSV. Als gevolg daarvan heeft de gemeenteraad het afgeven van de noodzakelijke verklaring van geen bedenkingen geweigerd en is ook de gevraagde omgevingsvergunning vervolgens geweigerd. Vraag 2 In de aanloop naar deze aanvraag om omgevingsvergunning zou er ambtelijk contact zijn geweest waaruit het verlenen van medewerking kon worden afgeleid. Is dat juist?
antwoord Na het weigeren van de (eerste) aanvraag om omgevingsvergunning in 2017 bleken op en rond het eiland al diverse bouwwerken en voorzieningen aanwezig te zijn. Dit heeft geleid tot een handhavingszaak waarbij de aanvrager is gesommeerd deze bouwwerken en voorzieningen te verwijderen en verwijderd te houden. In de correspondentie rond deze zaak is in een brief een alinea opgenomen met betrekking tot het uitgevoerde legalisatieonderzoek. Daarin is opgenomen dat afmeerpalen eventueel toegestaan zouden kunnen worden, in een mate die verenigbaar is met het toegestane gebruik van het perceel. Let wel, er is daarbij dus alleen sprake van afmeerpalen, niet van seizoensligplaatsen.