095902-211119-RW-toelichting-bp
Tekst van het document
CONCLUSIE Het project is op het gebied van ecologie uitvoerbaar.
VERKEER EN PARKEREN WET- EN REGELGEVING De gemeente Kaag en Braassem stelt de volgende voorwaardelijke verplichtingen aan parkeren: a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of gebruiken staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregel ‘Nota Parkeernormen 2018’, wordt gerealiseerd. b. Wanneer het parkeerbeleid wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. c. Van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
ONDERZOEK Het plan betreft de verandering van een perceel ingericht als tuin met boothuis naar een nieuwbouwwoning met boothuis. De bestaande ontsluiting aan de Plantage blijft behouden. De bestaande verkeersbewegingen blijven gehandhaafd, dit wordt niet meer. Vanuit de ‘nota Parkeernormen 2018’ van gemeente Kaag en Braassem geldt voor een vrijstaande woning in ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen per woning. Het perceel biedt parkeerruimte voor 3 auto’s. Er zijn dus geen extra parkeerplaatsen benodigd.
CONCLUSIE Er gelden vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen voor het voorliggende plan. 095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
27
Juridische planbeschrijving ALGEMEEN Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de RO-standaarden, in werking getreden sinds 1 juli 2013. De ROstandaarden bestaan uit: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012), de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke instrumenten 2012 (STRI2012) en de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (PRBP2012). Tevens zijn de regels afgestemd op de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor).
BESTEMMINGSPLAN Het bestemmingsplan is zowel analoog als digitaal beschikbaar. Het digitale bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand met bijbehorende regels en toelichting. De koppeling van de kaart, toelichting en regels (het bestemmingsplan) wordt de verbeelding genoemd. De verbeelding is vervat in een GML-bestand (GML-bestand NL.IMRO.1884.BPPLANTAGE15-ONT1). De analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad (genummerd 095902-211119-RW-Verbeelding-01.pdf). Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.
PLANSYSTEMATIEK Het plangebied heeft een rechtstreekse bouwtitel, omdat is gekozen voor een gedetailleerde plansystematiek. De bestemmingsvlakken maken een flexibele invulling van het plangebied mogelijk, zodat ingespeeld kan worden op toekomstige invullingen. In de regels zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen die de bebouwings-, gebruiks- en inrichtings-mogelijkheden van het plangebied inkaderen. In het plan hoeft zodoende niet meer geregeld te worden dan noodzakelijk is voor het functioneren van het gebied. Dit betekent een flexibele regeling die enerzijds de individuele vrijheid van de initiatiefnemer waarborgt en er anderzijds voor zorgt dat algemene belangen, als de ruimtelijke kwaliteit, niet worden aangetast.
BESTEMMINGSPLANPROCEDURE In de Wro en het Bro zijn regelingen opgenomen voor de bestemmingsplanprocedure. In deze procedure zijn de onderstaande fases onderscheiden.
VOORBEREIDINGSPROCEDURE Indien de gemeente voornemens is een bestemmingsplan voor te bereiden waarvoor geen milieueffectrapport wordt opgesteld, geeft zij kennis op grond artikel 1.3.1 Bro van dat voornemen in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte manier. De kennisgeving vermeldt of en waar en wanneer er stukken van het voornemen ter inzage worden gelegd, of er gelegenheid wordt geboden om zienswijzen op het voornemen naar voren te brengen en door wie, op welke manier en binnen welke termijn en of een 095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
28
onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen. De gemeente voert onderzoek uit bij het opstellen van een ontwerpbestemmingsplan naar de bestaande situatie, de ruimtelijke ontwikkelingen en naar mogelijke en wenselijke ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt het ontwerpbestemmingsplan voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro beschikbaar aan de betreffende besturen en diensten. Ook wordt op het ontwerp inspraak geboden conform de gemeentelijke inspraakverordening. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de reactie van de gemeente op de open aanmerkingen uit overlegreacties opgenomen en op de ingekomen inspraakreacties.
VASTSTELLINGSPROCEDURE Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd, na een aankondiging in de Staatcourant, één of meer plaatselijke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en op de gemeentelijke internetpagina. Dit gebeurt zowel digitaal via ruimtelijkeplannen.nl als in analoge vorm op daarvoor aangewezen plaatsen. Tijdens deze periode kan eenieder zienswijzen indienen. Hierna stelt de gemeenteraad binnen twaalf weken na de periode van terinzagelegging het bestemmingsplan, gezamenlijk met een oordeel over de zienswijzen, vast. Wanneer noodzakelijk kan de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd vaststellen.
BEROEPSPROCEDURE Het vaststellingsbesluit waarin het bestemmingsplan is vastgesteld wordt door de gemeenteraad bekend gemaakt, zowel digitaal als analoog. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Wanneer door de Inspectie Leefomgeving en Transport of Gedeputeerde Staten een zienswijze is ingediend die niet volledig is overgenomen of wanneer het bestemmingsplan door de gemeenteraad gewijzigd is vastgesteld, moet het vaststellingsbesluit binnen zes weken na het besluit bekend worden gemaakt en moet het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Binnen zes weken na het bekendmaken van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die tijdig hun zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad hebben ingediend en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze tegen het ontwerp hebben ingediend. Als de gemeenteraad bij de vaststelling wijzigingen heeft aangebracht in het bestemmingsplan kan iedere belanghebbende hiertegen binnen de beroepstermijn eveneens beroep instellen.
Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld of gewijzigd is vastgesteld om gehoor te geven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport, wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Het bestemmingsplan wordt tevens uiterlijk 2 weken na vaststelling ter inzage gelegd.
REGELS De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1: Inleidende regels; - Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; - Hoofdstuk 3: Algemene regels; - Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
29
1.1.1
INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen De in de regels gebruikte begrippen worden hierin omschreven ter voorkoming van misverstanden of verschil in interpretatie. Artikel 2 Wijze van meten Dit betreft een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden.
1.1.2
BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 t/m 7 De bestemmingen De bestemmingen zijn opgebouwd uit één of meerdere van de volgende onderdelen: - een bestemmingsomschrijving; - bouwregels; - afwijking van de bouwregels; - specifieke gebruiksregels; - afwijking van de gebruiksregels; - omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; - wijzigingsbevoegdheid.
1.1.3
ALGEMENE REGELS Artikel 8 Antidubbeltelregel Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen met betrekking tot bestaande maten. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangeven welk gebruik te allen tijde verboden is. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is bijvoorbeeld de bescherming van de veiligheidszone van een leiding geregeld. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn alle afwijkingsregels opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels Dit artikel betreft alle wijzigingsbevoegdheden opgenomen die voor het gehele plangebied van toepassing zijn. Artikel 14 Algemene procedureregels Dit artikel omschrijft de procedure met betrekking tot de voorbereiding van de bestemmingsplanwijziging.
1.1.4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 Overgangsrecht In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en het gebruik van bestaande gronden en bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan;
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
30
Artikel 16 Slotregel Dit artikel geeft de titel van de regels van het bestemmingsplan aan.
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
31
Maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het plan is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg toegezonden naar de betreffende personen en instanties. Daar waar nodig is het plan aangepast zodat de belangen van de betreffende partijen gewaarborgd zijn. De initiatiefnemer heeft de buurt geïnformeerd betreft de beoogde ontwikkeling. Er zijn hierbij geen opmerkingen of reacties kenbaar gemaakt. Het ontwerp bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. De ingekomen zienswijzen worden vervolgens betrokken bij hun besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer deze plaatsvinden in het kader van een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, of een afwijkingsbesluit. Om de gemeentelijke kosten die gemaakt worden bij uitvoering van de geplande ontwikkeling te verhalen, kan een anterieure overeenkomst worden gesloten met de initiatiefnemer. Indien deze overeenkomst niet privaatrechtelijk tot stand kan worden gebracht, is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen om haar kostenverhaal te verzekeren. In dit geval is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee is vastgelegd dat de realisatie van de ontwikkeling voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen oplevert. Daarom wordt voor dit project geen exploitatieplan opgesteld.
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
32
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek, Verkennend asbest in grond onderzoek, Mol ingenieursbureau, 22 juli 2021
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
33
Bijlage 2 Geluidsberekening wegverkeerslawaai, Ardea acoustics & consult, 23 juli 2021
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
34
Bijlage 3 Watertoets, Hoogheemraadschap van Rijnland, 17 augustus 2021
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
35
Bijlage 4 Quick-scan Wet natuurbescherming, Blom Ecologie B.V., 15 juli 2021
095902-211119-RW-toelichting-bp.docx
36