Was-wordt overzicht
Tekst van het document
Artikel 2 lid 1 en lid 2 Huidig 120,- per maand
Toekomst 153,33 per maand
Waarom wijzigen? Deze wijziging is dan in lijn met de laatste versie van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Met ingang van 1 januari 2024 is het bedrag van de maximale toelage voor een lid van een bijzondere commissie verhoogd naar 139,90 euro per maand. 1 Met ingang van 1 juli 2024 wordt het bedrag van de maximale toelage voor een lid van een bijzondere commissie wederom verhoogd naar 153,33 euro. Deze wijziging voert die verhoging ook in de verordening door. Daarmee wordt deze toelage gelijk gemaakt voor leden van een vertrouwenscommissie, onderzoekscommissie en een bijzondere commissie. Artikel 3 Huidig
1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3.Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4.Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5.De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Toekomst “Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7. van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. De kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. Bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.’’
1 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 september 2022, nr. 2022-0000455249, tot wijziging van enige wetten en besluiten in verband met de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het personeel in de sector Rijk 2022–2024, Stcrt. 2022, 24634.
Waarom wijzigen? Voor de vergoeding van reiskosten aan raads- en commissieleden voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente waren al regels gesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente kon dit nog niet omdat de Gemeentewet daarvoor geen grondslag bood. Inmiddels is dat wel het geval en is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager zo aangepast dat het in een vergoeding voor alle dienstreizen voorziet.2 In lijn hiermee wijzigt dit besluit ook de bepalingen in de verordening.
Artikel 8 Huidig ‘’Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.
Toekomst ‘’Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.’’
Waarom wijzigen? Als politieke ambtsdragers onkosten declareren dienen zij daarbij in beginsel bewijsstukken te verstrekken. In de Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is kenbaar gemaakt dat dit niet aan de orde is als de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3 In verband met vragen hierover, wordt dit ook in de verordening tot uitdrukking gebracht.
2 Besluit van 26 april 2022, houdende wijziging van het Besluit pensioen politieke ambtsdragers, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen en het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman onder meer in verband met de inwerkingtreding van de Wet aanpassing Appa en enkele andere wetten 2021, alsmede aanpassing van het Vergoedingenbesluit nationale ombudsman 2006, Stb. 2022, 178. 3 Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stcrt. 2018, 68918) p.8.