CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

VNG - advies wijzigingen januari 2021

Commissie Bestuur 2 december 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 20:10 uur Raadsvoorstel Belastingverordeningen 20227.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijzigingen in modelverordeningen gemeentelijke belastingen januari 2021 Leeswijzer modelbepalingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – ook onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is in verband met het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt (en onderstreept in de gevallen waarin de bestaande tekst ook vetgedrukt is).

Modelverordening parkeerbelastingen WAS

WORDT

Artikel 1. Definities

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop

berustende bepalingen wordt verstaan onder:

berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

(…)

- motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het

- motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het

RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in

RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in

artikel 1 onder ia van het RVV 1990;

artikel 1 van het RVV 1990;

(…)

(…)

Modelverordening leges WAS

WORDT

Artikel 6 Wijze van heffing

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge

De leges worden geheven door middel van een mondelinge

dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving,

kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving,

waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel,

waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een

nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt

zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving

mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de

langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt

schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige

mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke

bekendgemaakt.

kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

Artikel 7 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet

1990 moeten de leges worden betaald ingeval de

1990 moeten de leges worden betaald ingeval de

kennisgeving bedoeld in artikel 6:

kennisgeving bedoeld in artikel 6:

a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van

a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van

de kennisgeving;

de kennisgeving;

b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van

b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van

de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan,

de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan,

binnen […] dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

binnen […] dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen […] dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

WAS

WORDT d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen […] dagen na dagtekening van de kennisgeving.

Titel 1 Algemene dienstverlening

Titel 1 Algemene dienstverlening

Hoofd-

Reisdocumenten en

Hoofd-

Reisdocumenten en

stuk 2

Nederlandse identiteitskaart

stuk 2

Nederlandse identiteitskaart

1.2

Het tarief bedraagt voor het

1.2

Het tarief bedraagt voor het

verrichten van handelingen ten

verrichten van handelingen ten

behoeve van een aanvraag:

behoeve van een aanvraag:

1.2.1

van een nationaal paspoort:

1.2.1

van een nationaal paspoort:

1.2.1.1

voor een persoon die op het

1.2.1.1

voor een persoon die op het

moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is 1.2.1.2

moment van de aanvraag 18 jaar € 73,23;*

voor een persoon die op het

of ouder is 1.2.1.2

moment van de aanvraag de

1.2.2

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft € 55,37*

van een nationaal paspoort, een

bereikt 1.2.2

groter aantal bladzijden

bevattende dan een nationaal

bevattende dan een nationaal

paspoort als bedoeld in

paspoort als bedoeld in

subonderdeel 1.2.1

subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

voor een persoon die op het

1.2.2.1

moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is 1.2.2.2

of ouder is 1.2.2.2

moment van de aanvraag de

van een reisdocument ten

bereikt 1.2.3

behoeve van een persoon die op

grond van de Wet betreffende de

grond van de Wet betreffende de

positie van Molukkers als

positie van Molukkers als

Nederlander wordt behandeld

Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

voor een persoon die op het of ouder is

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar

€ 73,23;*

voor een persoon die op het

of ouder is 1.2.3.2

moment van de aanvraag de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 55,37;*

van een reisdocument voor

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ 56,55;* 1.2.4

vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 74,77;*

voor een persoon die op het

moment van de aanvraag de bereikt 1.2.4

€ 56,55;*

van een reisdocument ten

behoeve van een persoon die op

moment van de aanvraag 18 jaar 1.2.3.2

voor een persoon die op het leeftijd van 18 jaar nog niet heeft

€ 55,37;*

(faciliteitenpaspoort): 1.2.3.1

€ 74,77;*

moment van de aanvraag de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft 1.2.3

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar

€ 73,23;*

voor een persoon die op het

bereikt

€ 56,55*

van een nationaal paspoort, een

groter aantal bladzijden

(zakenpaspoort): 1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 74,77;*

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument

€ 55,37;*

voor vreemdelingen

€ 56,55;*

2/14

WAS 1.2.5

WORDT van een Nederlandse

1.2.5

identiteitskaart: 1.2.5.1

identiteitskaart:

voor een persoon die op het

1.2.5.1

moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is 1.2.5.2

of ouder is 1.2.5.2

moment van de aanvraag de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft € 30,73;*

voor de versnelde uitreiking van

bereikt 1.2.6

een in de onderdelen 1.2.1 tot en

met 1.2.5 genoemd document,

met 1.2.5 genoemd document,

zijnde een toeslag op de in die 1.2.7

zijnde een toeslag op de in die € 49,86;*

voor het bezorgen van een in de

onderdelen genoemde bedragen: 1.2.7

onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5

genoemd document, zijnde een

genoemd document, zijnde een

toeslag op de in de onderdelen

toeslag op de in de onderdelen

1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde

1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde € 15,73.*

bedragen:

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2020.

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2021.

Hoofd-

Hoofd-

Rijbewijzen

stuk 3 1.3.1

€ 50,91;*

voor het bezorgen van een in de

onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5

bedragen:

€ 32,91;*

voor de versnelde uitreiking van

een in de onderdelen 1.2.1 tot en

onderdelen genoemde bedragen:

€ 64,03;*

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de

leeftijd van 18 jaar nog niet heeft 1.2.6

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar

€ 58,31;*

voor een persoon die op het

bereikt

van een Nederlandse

€ 16,06.*

Rijbewijzen

stuk 3 Het tarief bedraagt voor het in

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in

behandeling nemen van een

behandeling nemen van een

aanvraag tot het afgeven,

aanvraag tot het afgeven,

vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

vernieuwen of omwisselen van € 40,65.*

een rijbewijs

€ 41,00.*

(…)

(…)

* Dit is vanaf 1 januari 2020 het maximumtarief van € 30,95,

* Dit is vanaf 1 januari 2021 het maximumtarief van € 31,30,

vermeerderd met het rijkskostendeel van € 9,70.

vermeerderd met het rijkskostendeel van € 9,70.

(…)

(…)

Hoofd-

Bestuursstukken

Hoofd-

stuk 7

stuk 7

(…) 1.7.4.1

(…) tot het verstrekken van het gemeenteblad

Hoofd-

1.7.4.1 € [...];

Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 8

(…)

(…) het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

€ [...];

tot het verstrekken van het gemeenteblad, per pagina

stuk 8 1.8.2.4

Bestuursstukken

1.8.2.4

€ [...];

Vastgoedinformatie

het gemeentelijk erfgoedregister,

€ [...].

bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

3/14

WAS 1.8.2.5

WORDT het gemeentelijke

€ […].

beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet Hoofd-

Overige publiekszaken

Hoofd-

stuk 9

stuk 9

(…)

(…)

Overige publiekszaken

Model Leidraad invordering gemeentelijke belastingen WAS

WORDT

14.1.1 Keuze van invorderingsmaatregelen

14.1.1

De tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van

(Vervallen)

Burgerlijke Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten. 14.1.10 Onderhandse verkoop

14.1.10

Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken

(Vervallen)

naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, vraagt de ontvanger de belastingschuldige om instemming met de onderhandse verkoop. Indien de belastingschuldige zijn instemming niet verleent en daarbij geen redelijk belang heeft, kan de ontvanger besluiten over te gaan tot onderhandse verkoop. De ontvanger gaat allereerst na of het bod afkomstig is van een onafhankelijke derde. Als de koopsom direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige komt, gaat de ontvanger niet akkoord met een onderhandse verkoop. Daarnaast houdt de ontvanger rekening met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De ontvanger stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. De ontvanger heft het beslag niet op wanneer het aangeboden bedrag direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige afkomstig is. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente worden geschaad. 14.1.11 Samenloop opheffing beslag en onderhandse

14.1.11

verkoop

(Vervallen)

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/14

WAS

WORDT

De ontvanger kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen: a. een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag als bedoeld in artikel 14.1.8 van deze leidraad; b. een onderhandse verkoop als bedoeld in artikel 14.1.10 van deze leidraad. De ontvanger geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop. 14.2.4 Omvang van het beslag op roerende zaken

14.2.4 Omvang van het beslag op roerende zaken

Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als - naar het oordeel

1. Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als, naar het

van de belastingdeurwaarder - ruimschoots voldoende is voor

oordeel van de belastingdeurwaarder, in elk geval nodig is

dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten.

voor dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten. 2. Gezien het bepaalde in artikel 441, derde lid, Rv, wordt geen beslag gelegd op zaken indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken aanmerkelijk minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie. De belastingdeurwaarder kan wel beslag leggen op deze zaken als de belastingschuldige door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen. Daarvan is sprake als het aannemelijk is dat het onbetaald blijven van de belastingschulden waarvoor beslag wordt gelegd, te wijten is aan onwil van de belastingschuldige of als het aannemelijk is dat door de executoriale verkoop van de betreffende zaken kan worden voorkomen dat belastingschulden verder oplopen.

14.2.8 Beslag roerende zaken bij derden

14.2.8 Beslag roerende zaken bij derden

Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde

Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde

bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld

bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de

zoveel mogelijk door het leggen van een beslag op roerende

belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen van een

zaken.

beslag op roerende zaken.

De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder

De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag

derden leggen als:

onder derden leggen als:

- de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een

- de derde geen medewerking verleent aan het leggen van

beslag roerende zaken;

een beslag roerende zaken;

- het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de

- het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om

zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren;

de zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren;

- de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv,

- de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv,

voordat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten.

voordat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/14

WAS

WORDT

Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van

Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van

beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de

beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de

belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar

belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar

geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De

geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De

belastingdeurwaarder betekent in dat geval binnen drie dagen

belastingdeurwaarder betekent in dat geval een formulier

na de beslaglegging aan de derde een formulier in tweevoud als

als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv, binnen drie

bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv.

dagen nadat de derde zich erop heeft beroepen dat hij het beslag niet behoeft te dulden.

Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat

Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat

de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als

de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen

bedoeld in artikel 461d Rv.

als bedoeld in artikel 461d Rv. 14.4.1a. Geen beslag op coronabonus zorgprofessional De ontvanger laat geen derdenbeslag leggen onder een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, voor een bonus die door de zorgaanbieder wordt uitgekeerd aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, voor zover aan de zorgaanbieder een subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19. Als reeds beslag is gelegd onder de zorgaanbieder, verzoekt de ontvanger niet om afdracht van de bonus of betaalt de ontvanger de bonus alsnog aan de zorgprofessional uit als de zorgaanbieder de bonus al aan de ontvanger heeft afgedragen. 14.4.5b. Vrij te laten bedrag en beslag onder derden bij geen adres in Nederland Als de belastingschuldige op grond van de basisregistratie personen geen adres in Nederland heeft, stelt de ontvanger bij het leggen van derdenbeslag geen vrij te laten bedrag vast als bedoeld in artikel 475a, vijfde lid, Rv. Als de belastingschuldige inzicht geeft in zijn leefsituatie en aannemelijk maakt dat hij door het beslag onvoldoende middelen van bestaan overhoudt, kan hij de ontvanger verzoeken alsnog rekening te houden met het voor hem geldende vrij te laten bedrag.

De ontvanger stelt in dat geval het voor de leefsituatie van de belastingschuldige geldende vrij te laten bedrag vast. De ontvanger betaalt dat bedrag aan de belastingschuldige, nadat op het derdenbeslag is afgedragen. 14.4.5c. Toepassing 5%-regeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

14.4.6 Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van

14.4.6

verklaring

(Vervallen)

De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als zeven kalenderdagen na de termijn van vier weken nog geen verklaring van hem is ontvangen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/14

WAS

WORDT

Hij wordt daarbij gesommeerd om onverwijld tot verklaring over te gaan. 14.4.7 Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van

14.4.7

verklaring

(Vervallen)

De derde-beslagene wordt namens de belastingdeurwaarder door de ontvanger in gebreke gesteld als niet is overgegaan tot afdracht van de opeisbare geldsommen of tot het aan de belastingdeurwaarder ter beschikking stellen van de goederen en/of zaken binnen de termijn genoemd in de schriftelijke uitnodiging van de ontvanger aan de derde-beslagene. Hij wordt daarbij gesommeerd om binnen zeven kalenderdagen aan zijn verplichting te voldoen. 14.4.8 Afdracht binnen de vierwekentermijn bij

14.4.8

derdenbeslag

(Vervallen)

Een derde-beslagene kan binnen de termijn van vier weken verklaring doen van hetgeen hij onder zich heeft en de belastingdeurwaarder laten weten direct tot afdracht te willen overgaan. In dat geval deelt de ontvanger hem namens de belastingdeurwaarder mee - als er geen aanleiding bestaat de verklaring te betwisten - dat het beslag van rechtswege vervalt op het moment dat de door de derde-beslagene af te dragen geldsommen of ter beschikking te stellen goederen en/of zaken door de belastingdeurwaarder zijn ontvangen. 19.1.6 Doorbreken beslagverboden en vordering

19.1.6 Doorbreken beslagverboden en vordering

Bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de wet (het

Bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de wet (het

vereenvoudigd beslag op vorderingen tot bepaalde periodieke

vereenvoudigd beslag op vorderingen van de

uitkeringen) bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid een

belastingschuldige op derden) bestaat onder voorwaarden

wettelijk beslagverbod gedeeltelijk te negeren. Van deze

de mogelijkheid een wettelijk beslagverbod gedeeltelijk te

mogelijkheid maakt de ontvanger alleen gebruik als de

negeren. Van deze mogelijkheid maakt de ontvanger alleen

belastingschuldige kan worden gekwalificeerd als een notoire

gebruik als de belastingschuldige kan worden gekwalificeerd

wanbetaler in de zin van artikel 19, tweede lid, van de wet.

als een notoire wanbetaler in de zin van artikel 19, tweede lid,

De vordering waarbij een beroep wordt gedaan op de verruimde

van de wet.

beslagmogelijkheid vindt steeds separaat plaats en wordt vooraf

De vordering waarbij een beroep wordt gedaan op de

schriftelijk aangekondigd aan de belastingschuldige, onder

verruimde beslagmogelijkheid vindt steeds separaat plaats en

vermelding van het bijzondere karakter daarvan.

wordt vooraf schriftelijk aangekondigd aan de

De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder

belastingschuldige, onder vermelding van het bijzondere

welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de

karakter daarvan.

toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van

De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder

het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op

welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de

grond van de wet niet vatbaar is voor beslag.

toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op grond van de wet niet vatbaar is voor beslag. 19.1.6a. Toepassing 5%-regeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/14

WAS

WORDT 19.1.6b. Geen vordering voor corona bonus zorgprofessional De ontvanger doet geen vordering op grond van artikel 19, eerste lid, van de wet, voor een bonus die door een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 wordt uitgekeerd aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, voor zover aan de zorgaanbieder voor de bonus een subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19. Als reeds een vordering is gedaan, is de zorgaanbieder niet verplicht die bonus aan de ontvanger af te dragen, of betaalt de ontvanger de bonus alsnog aan de zorgprofessional uit als de zorgaanbieder de bonus al aan de ontvanger heeft afgedragen.

19.1.8 Vordering ten laste van de echtgenoot

19.1.8 Vordering ten laste van de echtgenoot

Als de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op

Als de echtgenoot van de belastingschuldige recht heeft op

gelden, penningen of periodieke betalingen die in de

gelden, penningen of een vordering heeft op een derde die

huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger een

in de huwelijksgemeenschap vallen, dan kan de ontvanger

vordering ten laste van de echtgenoot doen. Als de vordering

een vordering ten laste van de echtgenoot doen. Als de

ziet op een belastingschuld die niet tot de gemeenschap

vordering ziet op een belastingschuld die niet tot de

behoort, beperkt de ontvanger zijn vordering tot de helft van het

gemeenschap behoort, beperkt de ontvanger zijn vordering tot

voor beslag vatbare deel van de periodieke betalingen. Deze

de helft van het voor beslag vatbare deel van de vordering op

beperking geldt niet als de echtgenoot instemt met verhaal op

de derde. Deze beperking geldt niet als de echtgenoot instemt

het geheel. De bekendmaking van de vordering dient zo spoedig

met verhaal op het geheel. De bekendmaking van de

mogelijk, maar uiterlijk binnen acht dagen na het doen van de

vordering dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen acht

vordering, te geschieden aan de belastingschuldige en de

dagen na het doen van de vordering, te geschieden aan de

echtgenoot afzonderlijk. Voor zover het periodieke uitkeringen

belastingschuldige en de echtgenoot afzonderlijk. Voor zover

betreft die onder de opsomming van artikel 19, eerste lid, van de

het periodieke uitkeringen betreft die onder de opsomming van

wet vallen, past de ontvanger de beslagvrije voet toe alsof de

artikel 19, eerste lid, van de wet vallen, past de ontvanger de

echtgenoot de belastingschuldige is.

beslagvrije voet toe alsof de echtgenoot de belastingschuldige is.

19.3.2 Vooraankondiging van vordering op periodieke

19.3.2 Vooraankondiging van vordering op periodieke

uitkeringen

uitkeringen

Als de ontvanger het dwangbevel per post heeft betekend en de

Als de ontvanger het dwangbevel per post heeft betekend en

invordering vervolgt door een vordering onder de werkgever

de invordering vervolgt door een vordering onder de

(artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de wet) of door een

werkgever of door een andere vordering op een periodieke

andere vordering op een periodieke uitkering waaraan een

uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden, is hij

beslagvrije voet is verbonden, is hij verplicht de

verplicht de belastingschuldige vooraf schriftelijk in kennis te

belastingschuldige vooraf schriftelijk in kennis te stellen van zijn

stellen van zijn voornemen een vordering te doen.

voornemen een vordering te doen.

De ontvanger doet de vooraankondiging niet eerder dan nadat

De ontvanger doet de vooraankondiging niet eerder dan nadat

vier dagen zijn verstreken na de datum waarop hij het afschrift

vier dagen zijn verstreken na de datum waarop hij het afschrift

van het dwangbevel met bevel tot betaling ter post heeft

van het dwangbevel met bevel tot betaling ter post heeft

bezorgd.

bezorgd.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/14

WAS

WORDT

De ontvanger doet de betreffende vordering niet eerder dan

De ontvanger doet de betreffende vordering niet eerder dan

zeven dagen na de dagtekening van de vooraankondiging. De

zeven dagen na de dagtekening van de vooraankondiging. De

vooraankondiging blijft achterwege als de ontvanger de

vooraankondiging blijft achterwege als de ontvanger de

vordering doet bij een werkgever of uitkeringsinstantie die reeds

vordering doet bij een werkgever of uitkeringsinstantie die

op vordering van de ontvanger een belastingaanslag van de

reeds op vordering van de ontvanger een belastingaanslag

belastingschuldige betaalt of zou moeten betalen.

van de belastingschuldige betaalt of zou moeten betalen.

19.3.3 Beslagvrije voet en vordering op periodieke

19.3.3 Beslagvrije voet en vordering op periodieke

uitkeringen

uitkeringen

Als een vordering wordt gedaan voor periodieke uitkeringen die

Als een vordering wordt gedaan op periodieke uitkeringen

niet vallen onder de opsomming van artikel 19, eerste lid, van de

waarvoor geen beslagvrije voet geldt en de

wet (en waarvoor geen beslagvrije voet geldt) en de

belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn

belastingschuldige toont aan dat hij voor zijn levensonderhoud

levensonderhoud volledig afhankelijk is van deze

volledig afhankelijk is van deze uitkeringen, dan past de

uitkeringen, dan past de ontvanger de artikelen 475b en

ontvanger de artikelen 475b en 475d Rv toe.

475d tot en met 475e Rv toe.

In dat geval geldt de vordering nog slechts voor het gedeelte

In dat geval geldt de vordering nog slechts voor het gedeelte

waarmee de periodieke uitkering de beslagvrije voet overtreft.

waarmee de periodieke uitkering de beslagvrije voet overtreft.

Hetzelfde geldt bij vorderingen ten laste van een

Hetzelfde geldt bij vorderingen ten laste van een

belastingschuldige die niet in Nederland woont of vast verblijft.

belastingschuldige die niet in Nederland woont of vast verblijft.

19.3.4 Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije

19.3.4. Beslagvrije voet voor belastingschuldige zonder

voet

vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

Om de beslagvrije voet tot het juiste bedrag vast te kunnen

Als de ontvanger een vordering doet op een periodieke

stellen, vraagt de ontvanger bij de belastingschuldige informatie

uitkering waaraan een beslagvrije voet is verbonden, ten

op, waaronder begrepen gegevens van de eventuele partner. Dit

laste van een belastingschuldige van wie geen woon- of

gebeurt in de vooraankondiging van de loonvordering. De

verblijfadres bekend is, stelt hij de beslagvrije voet vast

ontvanger vermeldt daarin de toepasselijke beslagvrije voet die

overeenkomstig artikel 475da, vierde lid, Rv. Zodra de

hij heeft berekend op basis van de hem ter beschikking staande

ontvanger bekend wordt met het feit dat de

gegevens. Zolang de belastingschuldige geen informatie

belastingschuldige in Nederland woont of een vaste

verstrekt, past de ontvanger deze beslagvrije voet toe. Als de

verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger alsnog de juiste

belastingschuldige na toepassing van de loonvordering alsnog

beslagvrije voet vast en past deze toe vanaf de

de gevraagde informatie verstrekt, wijzigt de ontvanger de

eerstvolgende inhouding, dus zonder terugwerkende

beslagvrije voet vanaf de eerst volgende inhouding, dus zonder

kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan

terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de

aantonen dat het ontbreken van het adresgegeven niet

belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van

aan hem te wijten is.

informatie niet aan hem te wijten is. Indien de belastingschuldige kenbaar maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/14

WAS

WORDT

Als de ontvanger een loonvordering doet ten laste van een belastingschuldige waarvan geen woon- of verblijfadres bekend is, stelt hij de beslagvrije voet vast op nihil. De ontvanger kan dan immers niet bepalen of de belastingschuldige in Nederland woont. Zodra de ontvanger bekend wordt met het feit dat de belastingschuldige in Nederland woont of een vaste verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger alsnog de juiste beslagvrije voet vast en past deze toe vanaf de eerst volgende inhouding, dus zonder terugwerkende kracht. Het laatste geldt niet als de belastingschuldige kan aantonen dat het ontbreken van het adresgegeven niet aan hem te wijten is. In situaties waarin de ontvanger de beslagvrije voet heeft vastgesteld zonder vooraf informatie over inkomsten en uitgaven op te vragen bij de belastingschuldige, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet als door de belastingschuldige wordt aangetoond dat deze te laag is vastgesteld. Als de belastingschuldige kan aantonen dat de beslagvrije voet al op een eerder moment op een te laag bedrag was vastgesteld, gebeurt dit met terugwerkende kracht. 19.3.5 Belastingschuldige woont in buitenland en beslag

19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en

periodieke uitkering

beslagvrije voet

Als de belastingschuldige in het buitenland woont, stelt de

Als de belastingschuldige buiten Nederland een vaste

ontvanger overeenkomstig artikel 475e RV de beslagvrije voet

woon- of verblijfplaats heeft, stelt de ontvanger

vast op nihil. Na de vooraankondiging van de loonvordering kan

overeenkomstig artikel 475da, vierde lid, Rv de beslagvrije

de belastingschuldige door middel van het aanleveren van

voet vast bij het doen van een vordering op een

informatie aannemelijk maken dat hij uitsluitend of nagenoeg

periodieke uitkering waaraan een beslagvrije voet is

uitsluitend periodieke inkomsten uit Nederland geniet. Als de

verbonden. Na de vooraankondiging van de vordering kan

belastingschuldige kan aantonen dat hij buiten deze periodieke

de belastingschuldige door middel van het aanleveren van

inkomsten onvoldoende middelen van bestaan heeft, stelt de

informatie de ontvanger op de hoogte stellen over zijn

ontvanger op basis van de verstrekte informatie de beslagvrije

leefsituatie en bronnen van inkomsten. Als de

voet vast. In dat geval past de ontvanger op de beslagvrije voet

belastingschuldige aantoont wat zijn leefsituatie en

het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling

inkomen is, stelt de ontvanger op basis van de verstrekte

woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij

informatie de beslagvrije voet vast. Als de

die regeling is opgenomen voor het woonland van de

belastingschuldige geen inzicht verschaft of

belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de

onduidelijkheid blijft bestaan over zijn leefsituatie en

belastingschuldige uit zijn woonland geniet, komen in mindering

inkomstenbronnen blijft de ontvanger uitgaan van de

op de beslagvrije voet, nadat het in de vorige volzin bedoelde

beslagvrije voet overeenkomstig artikel 475da, vierde lid,

percentage is toegepast. Indien de belastingschuldige kenbaar

Rv.

maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar niet de juiste informatie verstrekt voor de goede vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de juiste informatie te verstrekken. Indien de belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/14

WAS

WORDT

Als de belastingschuldige in het buitenland woont, kan hij uit

Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige

Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland

uit zijn woonland geniet, komen in mindering op de

belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming

beslagvrije voet. Indien de belastingschuldige kenbaar

van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de

maakt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld, maar

belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt

niet de juiste informatie verstrekt voor de goede

met de belasting die in het woonland over die uitkering

vaststelling ervan, stelt de ontvanger hem in de

verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek

gelegenheid om binnen een redelijke termijn alsnog de

gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt.

juiste informatie te verstrekken. Indien de belastingschuldige de juiste informatie binnen de door de ontvanger gestelde termijn aanlevert, herstelt de ontvanger de beslagvrije voet met ingang van de inhouding volgend op het moment waarop de belastingschuldige kenbaar maakte dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld. Als de belastingschuldige buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, kan hij uit Nederland een periodieke uitkering genieten die in het woonland belast is op grond van een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belasting. In dat geval wordt op verzoek van de belastingschuldige het beslag op de periodieke uitkering beperkt met de belasting die in het woonland over die uitkering verschuldigd is. De belastingschuldige moet bij zijn verzoek gegevens overleggen waaruit deze belasting blijkt.

19.3.6 Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet Verhaal op (periodieke) inkomsten die een belastingschuldige geniet vanwege de Staat, gebeurt door aan de betreffende

19.3.6 (Vervallen)

autoriteit verrekening te vragen volgens artikel 117 van de Ambtenarenwet en subsidiair door een vordering te doen. 26.2.19 Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in

26.2.19 Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in

de bijstandsuitkering

de bijstandsuitkering

De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de

De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de

zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm,

zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm,

bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder €

bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder

33 per maand en voor echtgenoten € 74 per maand.

€ 34 per maand en voor echtgenoten € 76 per maand.

73.5.1 Voorwaarden voor MSNP

73.5.1 Voorwaarden voor MSNP

Stabilisatiefase

Stabilisatiefase

Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met

Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan

een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de

met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en

schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor de

de schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor

toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-

de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-

overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de

overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van

schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit die

de schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit

erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op

die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar

korte termijn te stabiliseren.

op korte termijn te stabiliseren.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/14

WAS

WORDT

Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-

Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-

overeenkomst neemt de ontvanger gedurende een periode van

overeenkomst neemt de ontvanger gedurende een periode

maximaal 240 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen.

van maximaal 240 dagen geen

Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo

dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende

nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt

invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in

verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die

overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt

(materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift

verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die

van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Het in deze

(materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift

alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties

van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Het in deze

waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in

alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties

aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het

waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet

hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert

in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het

de schuldhulpverlener hierover.

hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert de schuldhulpverlener hierover.

Schuldregelingsovereenkomst Nadat de schuldhulpverlener de ontvanger schriftelijk heeft

Schuldregelingsovereenkomst

bericht dat de overeenkomst tot schuldregeling tot stand is

Nadat de schuldhulpverlener de ontvanger schriftelijk heeft

gekomen, verleent de ontvanger uitstel van betaling voor een

bericht dat de overeenkomst tot schuldregeling tot stand is

periode van maximaal 36 maanden als:

gekomen, verleent de ontvanger uitstel van betaling voor een

a. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de

periode van maximaal 36 maanden als:

Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK tot stand is

a. de schuldregeling betrekking heeft op natuurlijke

gekomen of een overeenkomst tot stand is gekomen die

personen;

dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij voor de

b. de schuldhulpverlener lid is van de NVVK of de

berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de

schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in

door Recofa gepubliceerde normen;

eigen beheer (zie ook artikel 73.5a);

b. de schuldhulpverlener lid is van de NVVK of de

c. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de

schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in eigen

Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK tot stand

beheer (zie ook artikel 73.5a);

is gekomen of een overeenkomst tot stand is gekomen die

c. de schuldregeling betrekking heeft op natuurlijke personen,

dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij

niet zijnde ondernemers;

voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt

d. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de

uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen;

belastingschuldige - afgezien van de formaliteiten die daarvoor

d. een schuldregelingsovereenkomst tot stand is

verricht moeten worden - in aanmerking zou komen voor de

gekomen conform de Module Schuldregeling in het kader

toepassing van een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a

van schuldhulpverlening voor ondernemers van de NVVK

FW;

of een daarmee gelijk te stellen overeenkomst en waarbij

e. aan het eind van de looptijd van de

voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt

schuldregelingsovereenkomst een bedrag zal zijn betaald van

uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen,

ten minste dezelfde omvang als kan worden verkregen indien er

voor zover de schuldregeling ziet op een natuurlijk

sprake zou zijn van een wettelijke schuldsanering.

persoon, zijnde ondernemer;

Op basis van de voorwaarde onder c is de betreffende regeling

e. het aannemelijk is dat het bedrijf of beroep tijdens en

ook van toepassing op een ex-ondernemer, als aannemelijk is

na het volledig hebben doorlopen van de schuldregeling

dat hij in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep

met een levensvatbare bedrijfsuitoefening kan worden

zal uitoefenen.

voortgezet, voor zover de schuldregeling ziet op een natuurlijk persoon, zijnde ondernemer; f. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de belastingschuldige - afgezien van de formaliteiten die daarvoor verricht moeten worden - in aanmerking zou komen voor een schuldregeling als bedoeld in artikel 287a FW;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/14

WAS

WORDT g. aan het eind van de looptijd van de schuldregelingsovereenkomst een bedrag zal zijn betaald van ten minste dezelfde omvang als kan worden verkregen indien er sprake zou zijn van een wettelijke schuldsanering. De voorwaarden onder d en e zijn niet van toepassing op een ex-ondernemer indien aannemelijk is dat hij in de toekomst geen bedrijf zal uitoefenen of niet zelfstandig een beroep zal uitoefenen. De ontvanger kan ervoor kiezen om aanslagen, waarvoor hij redelijkerwijs derden aansprakelijk kan stellen, niet te betrekken in de schuldregeling, voor zover deze ziet op een natuurlijk persoon, zijnde ondernemer. Artikel 26.3.2 is hierbij van overeenkomstige toepassing.

Het uitstel vangt aan met ingang van de datum van de

Het uitstel vangt aan met ingang van de datum van de

schuldregelingsovereenkomst. Na totstandkoming van een

schuldregelingsovereenkomst. Na totstandkoming van een

schuldregelingsovereenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener

schuldregelingsovereenkomst onderzoekt de

of een schuldregeling met de schuldeisers tot stand kan worden

schuldhulpverlener of een schuldregeling met de schuldeisers

gebracht. De schuldhulpverlener streeft ernaar dit onderzoek af

tot stand kan worden gebracht. De schuldhulpverlener streeft

te ronden binnen 120 dagen, maar uiterlijk binnen 240 dagen,

ernaar dit onderzoek af te ronden binnen 120 dagen, maar

gerekend vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst.

uiterlijk binnen 240 dagen, gerekend vanaf de datum van de

Wanneer de schuldregeling met de schuldeisers tot stand is

schuldregelingsovereenkomst. Wanneer de schuldregeling

gebracht, zet de schuldhulpverlener de

met de schuldeisers tot stand is gebracht, zet de

schuldregelingsovereenkomst voort; hij stelt de schuldeisers

schuldhulpverlener de schuldregelingsovereenkomst voort; hij

daarvan schriftelijk op de hoogte. Slaagt de schuldhulpverlener

stelt de schuldeisers daarvan schriftelijk op de hoogte. Slaagt

niet tijdig in het tot stand brengen van de schuldregeling, dan

de schuldhulpverlener niet tijdig in het tot stand brengen van

beëindigt hij de schuldregelingsovereenkomst.

de schuldregeling, dan beëindigt hij de

Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen

schuldregelingsovereenkomst.

waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals

Deze regeling is ook van toepassing op belastingaanslagen

belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), omdat de wettelijke

waarvan in beginsel geen kwijtschelding wordt verleend (zoals

schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op die

belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting), omdat de

belastingaanslagen.

wettelijke schuldsaneringsregeling ook van toepassing is op

De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking

die belastingaanslagen.

hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met de

De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking

dag van de dagtekening van de schuldregelingsovereenkomst

hebben op de (materieel) verschuldigde belasting tot en met

en is definitief in die zin dat daarop van de zijde van de

de dag van de dagtekening van de

ontvanger in beginsel niet meer kan worden teruggekomen. In

schuldregelingsovereenkomst en is definitief in die zin dat

voorkomend geval wordt het bedrag van de verschuldigde

daarop van de zijde van de ontvanger in beginsel niet meer

belastingen door middel van schatting bepaald. In het geval de

kan worden teruggekomen. In voorkomend geval wordt het

in de vorige volzin bedoelde schatting naar achteraf blijkt

bedrag van de verschuldigde belastingen door middel van

substantieel te laag mocht zijn, kan de ontvanger daarop alleen

schatting bepaald. In het geval de in de vorige volzin bedoelde

terugkomen indien ter zake van die belasting ten tijde van de

schatting naar achteraf blijkt substantieel te laag mocht zijn,

schatting ten onrechte geen aangifte was gedaan dan wel indien

kan de ontvanger daarop alleen terugkomen indien ter zake

de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of

van die belasting ten tijde van de schatting ten onrechte geen

behoorden te weten dat de schatting te laag was.

aangifte was gedaan dan wel indien de belastingschuldige of de schuldhulpverlener wisten of behoorden te weten dat de schatting te laag was.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13/14

WAS

WORDT

Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke

Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke

schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of

schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of

gemeenten

gemeenten

Algemeen

Algemeen

Verzoeken om een minnelijke schuldsaneringsregeling gedaan

Verzoeken om een minnelijke schuldsaneringsregeling gedaan

door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste

door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste

lid, van de Wet op het consumentenkrediet, niet zijnde een

lid, van de Wet op het consumentenkrediet, niet zijnde een

NVVK-lid of een gemeente, worden in behandeling genomen

NVVK-lid of een gemeente, worden in behandeling genomen

met inachtneming van het volgende. De ontvanger zal een

met inachtneming van het volgende. De ontvanger zal een

belangenafweging moeten maken en zich daarbij moeten

belangenafweging moeten maken en zich daarbij moeten

afvragen of hij al dan niet tot instemming met de schuldregeling

afvragen of hij al dan niet tot instemming met de

kan komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen

schuldregeling kan komen, in aanmerking genomen de

het belang dat hij heeft bij de uitoefening van de bevoegdheid tot

onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij de

weigering en het belang van de schuldenaar dat door die

uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en het belang

weigering wordt geschaad. Artikel 73.5 is daarbij van

van de schuldenaar dat door die weigering wordt geschaad.

overeenkomstige toepassing. Dit betekent onder meer dat de

Artikel 73.5 is daarbij van overeenkomstige toepassing. Dit

schuldregeling betrekking moet hebben op natuurlijke personen,

betekent onder meer dat de schuldregeling betrekking

niet zijnde ondernemers.

moet hebben op natuurlijke personen.

Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden

Bij die belangenafweging zullen de volgende omstandigheden

een rol kunnen spelen:

een rol kunnen spelen:

1. is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar

1. is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar

gedocumenteerd;

gedocumenteerd;

2. is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is

2. is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste

waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht;

is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden

3. biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig

geacht;

uitzicht voor de schuldenaar;

3. biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig

4. biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig

uitzicht voor de schuldenaar;

uitzicht voor de ontvanger: hoe groot is de kans dat de

4. biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig

weigerende ontvanger dan evenveel of meer zal ontvangen;

uitzicht voor de ontvanger: hoe groot is de kans dat de

5. bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen;

weigerende ontvanger dan evenveel of meer zal ontvangen;

6. wat is de zwaarte van het financiële belang dat de ontvanger

5. bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen;

heeft bij volledige nakoming;

6. wat is de zwaarte van het financiële belang dat de

7. hoe groot is het aandeel van de weigerende ontvanger in de

ontvanger heeft bij volledige nakoming;

totale schuldenlast;

7. hoe groot is het aandeel van de weigerende ontvanger in de

8. staat de weigerende ontvanger alleen naast de overige met

totale schuldenlast;

de schuldregeling instemmende schuldeisers;

8. staat de weigerende ontvanger alleen naast de overige met

9. is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling

de schuldregeling instemmende schuldeisers;

geweest die niet naar behoren is nagekomen.

9. is er eerder een minnelijke of een gedwongen

Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd

schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen.

met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het

Als uit de belangenafweging volgt dat kan worden ingestemd

moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden

met een dergelijk verzoek dan verleent de ontvanger op het

uitstel van betaling.

moment van het ingaan van de schuldregeling voor 36 maanden uitstel van betaling.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10762630/1