CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening watertoeristenbelasting gemeente IJsselstein 2021

Raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen verordeningen Toeristenbelasting en watertoeristenbelastingen IJsselstein 20211.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente IJsselstein tot vaststelling van een nieuwe verordening voor een watertoeristenbelasting De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 februari 2021, zaaknummer 928110,

Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet. besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting gemeente IJsselstein 2021 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; b. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; c. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; d. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober e. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; f. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3. Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. 2.

De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig: a. de schipper b. de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of c. degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. 1. Artikel 4. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. door degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt voor verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5. Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6. Belastingtarief Het tarief bedraagt per verblijf € 1,50 Artikel 7. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Het aantal personen dat verblijf houdt, wordt met betrekking tot vaartuigen op vaste ligplaatsen bepaald op 2. 2. Het aantal malen dat de door de in het eerste lid bedoelde personen verblijf wordt gehouden: in het geval van het eerste lid, bepaald op 30.

Artikel 8 (Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 7 berekende aantal. Artikel 9. Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel 10. Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11. Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 5,-worden niet opgelegd. Artikel 12. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 13 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 15 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijf houdenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3.Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 7. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijf houdenden kan worden vastgesteld.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 april 2021. 3. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening watertoeristenbelasting gemeente IJsselstein 2021”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 18 maart 2021. de griffier,

A.J.O. van Kooij

de voorzitter,

mr. P.J.M. van Domburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9859631/1