Verordening Verblijfsbelasting gemeente IJsselstein 2021
Tekst van het document
Besluit van de raad van de gemeente IJsselstein tot vaststelling van een nieuwe verordening voor een verblijfsbelasting De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 februari 2021, zaaknummer 928110,
Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet. besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de heffing en invordering van verblijfsbelasting gemeente IJsselstein 2021 Artikel 1 Definities
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;
d.
vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; e. seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; f. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; g. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'verblijfsbelasting' wordt een directe belasting geheven voor: 1. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. 2. Het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.
Artikel 3 Belastingplicht
1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen: 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000; die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. 3. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; 4. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd. Artikel 5 Maatstaf van de heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Artikel 6 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per overnachting € 1,50 Artikel 7 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen en seizoenplaatsen, bepaald op 2. 2. Het aantal malen dat de door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: in het geval van het eerste lid, bepaald op 84.
Artikel 8 (Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 7 berekende aantal. Artikel 9 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 11 Aanslaggrens
Belastingaanslagen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd. Artikel 12 Termijnen van betaling
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 13 Kwijtschelding Bij invordering van de verblijfsbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 15 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijf houdenden te registreren in een daarvoor bestemd en eventueel door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3.Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 7. 5. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijf houdenden kan worden vastgesteld. Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 april 2021. 3. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening verblijfsbelasting gemeente IJsselstein 2021”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 18 maart 2021. de griffier,
A.J.O. van Kooij
de voorzitter,
mr. P.J.M. van Domburg