Transitievisie Warmte 1.0
Tekst van het document
Voor heel gemeente IJsselstein komt het totale technische potentieel van de Hollandsche IJssel op 200.000 GJ. Het toepassingsgebied zit voornamelijk in het noordelijke deel van Achterveld-Noord. Dat gedeelte van de buurt bestaat uit nieuwbouw en ligt aan de Hollandsche IJssel (korte afstand). De Lek stroomt ten zuiden van gemeente IJsselstein. De afstand naar de nieuwbouwwijken De Tuinen, Het Hart, De Wereldsteden, De Rivieren en Het Staatse is te groot voor een rendabele businesscase van het warmtenet (circa 2 kilometer). In het noorden van de gebouwde omgeving in IJsselstein bevindt zich de Nedereindseplas op Utrechtse grond. De plas heeft een potentie van circa 500.000 GJ. Er kunnen daarmee 19.000 woningen worden verwarmd. Echter zijn er een aantal knelpunten waardoor de potentie wordt verminderd. Om warmte te onttrekken uit de Nedereindseplas, is er stroming nodig. Het creëren van stroming en onttrekken van warmte uit de Nedereindseplas heeft mogelijk invloed op de ecologie. Er is momenteel nog weinig bekend over deze techniek om in een grote plas toe te passen met bijbehorende gevolgen. Het is daarnaast een dure warmtetechniek om toe te passen voor grondgebonden woningen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
47
Met deze aandachtspunten en de financiële haalbaarheid is de Nedereindseplas nu niet meegenomen als een haalbare warmtetechniek voor 2026. De Nedereindseplas is wel een potentiële warmtebron om in de toekomst mee te nemen bij herziening van de transitievisie. De theoretische potentie aan thermische energie uit oppervlaktewater in IJsselstein is circa 250.000 GJ. Hiermee kunnen ongeveer 7.500 woningen worden verwarmd (STOWA, 2018). Hierbij is de limiterende factor van opslagcapaciteit (wko of buffervat) niet meegenomen. Deze potentie is voldoende om de nabijgelegen buurt Achterveld-Noord geheel in warmte te voorzien. Thermische energie uit afvalwater Bij thermische energie uit afvalwater (TEA) wordt - zoals de naam doet vermoeden - warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn verschillende bronnen van afvalwater waarvan de grootste ons rioolsysteem is. De warmte kan op verschillende plekken gewonnen worden, zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), pompgemalen of rioolbuizen of bij de bron zelf, zoals een productiebedrijf. TEA lijkt in vele opzichten op TEO, maar onderscheidt zich op één belangrijk punt: de temperatuur van het afvalwater is veel stabieler gedurende het jaar: 12°C in de winter tot 20°C in de zomer bij de RWZI. Dit betekent dat opslag geen vereiste is.
Korte termijnopslag is vaak wel een vereiste wanneer de momenten van afvalwaterproductie niet overeenkomen met de momenten van warmtevraag. Er is een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in IJsselstein met een potentie van circa 150.000 GJ per jaar (STOWA, 2018). De RWZI is gelegen nabij de gemeentegrens tussen IJsselstein en Nieuwegein. De warmte van de RWZI kan met een collectieve warmtepomp worden opgewaardeerd en via een warmtenet naar de woningen worden getransporteerd of kan via een (zeer)laagtemperatuurnet worden gedistribueerd naar een wooncluster en decentraal worden opgewaardeerd via een warmtepompcentrale. De afstand naar de dichtstbijzijnde bebouwing in gemeente IJsselstein vormt een belemmering; circa 1 kilometer naar het bedrijventerrein Over Oudland en 1,5 kilometer naar de nieuwbouwwijk. Om warmteverliezen te voorkomen, is het zaak de afstand tussen warmtebron en aan te sluiten woonkern zo klein mogelijk te houden. Het Waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Landen (HDSR) wilt deze warmte graag ‘kwijt’. Rond de RWZI zijn ook plannen voor nieuwbouw, dat lijkt het best aan te sluiten. Het rioolgemaal gelegen langs de Hollandsche IJssel in buurt IJsseloevers, heeft een technische potentie van 7.000 GJ per jaar. Daarmee kunnen circa 175 WEQ verwarmd worden. Bij benutting van beide warmtebronnen kunnen er theoretisch circa 5.800 woningen worden verwarmd.
Praktisch is vooral het inzetten van de warmte uit de RWZI interessant. Bij het rioolgemaal ligt dit minder voor de hand. Thermische energie uit drinkwater De laatste vorm van aquathermie is thermische energie uit drinkwater (TED). Dit is een nieuwe techniek die nog niet veel is toegepast. De potentie van TED per regio of de bijdrage die TED kan leveren aan de energietransitie is onbekend. Tot dusver houdt Vitens het winnen van warmte uit de drinkwaterbronnen nog af. Er is op het moment dus geen praktische potentie voor TED in de gemeente.
Restwarmte Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die ‘overblijft’ na bijvoorbeeld een productieproces. Deze warmte kan zich bevinden in een gas of vloeibare stroom en de temperatuur verschilt per bron. Restwarmte wordt via een warmtenet getransporteerd naar de woningen. Restwarmte van een hoge temperatuur kan direct worden toegepast in woningen zonder gebruik van een warmtepomp en vraagt weinig tot geen aanpassingen in de woning. Dit is financieel dus een heel gunstig scenario (bij een voldoende hoge bebouwingsdichtheid). Bij een lagere temperatuur restwarmte moet deze eerst met een (individuele of centrale) warmtepomp worden opgewaardeerd.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
48
Een risico bij het gebruik van restwarmte is dat bij vertrek van het bedrijf, de bron dus ook verdwijnt. Niet alle bedrijven zijn bereid een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot levergarantie voor een specifiek aantal jaren. Gemeente IJsselstein heeft een aantal restwarmtebronnen met wisselende potentie. Het merendeel is restwarmte uit supermarkten en dit potentieel is te beperkt om te benutten. Op bedrijventerrein De Lage Dijk zit een bedrijf met restwarmte, circa 35.000 GJ (Warmteatlas, 2018 en Greenvis potentiekaart, 2020). Deze restwarmte is zeer lokaal, op het bedrijventerrein zelf, te benutten via een kleinschalig warmtenet. Voor de praktische inzetbaarheid van de restwarmtebron is nader onderzoek nodig (bijvoorbeeld naar leveringszekerheid, temperatuurniveau, bron continu beschikbaar). De restwarmte is zeer lokaal te benutten, de 35.000 GJ is goed voor circa 1.000 woningen. Zodoende kunnen we concluderen dat er in de gemeente geen potentie aan restwarmte is om in te zetten voor de gebouwde omgeving.
Bodem- en aardwarmte Warmte uit de bodem kan met behulp van diverse technieken gewonnen worden, afhankelijk van de bodemgesteldheid en beschikbaarheid van warmte. Onderstaand wordt op deze technieken ingegaan. Bodemlus Een bodemlus is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1 -100 meter diep. Hierbij wordt een gesloten buis de bodem in geboord, ofwel horizontaal, ofwel verticaal, en gevuld met een water en antivries mengsel. De vloeistof in de buis neemt de temperatuur over van de omgeving, de bodem. De bodemtemperatuur is gedurende het jaar betrekkelijk constant en rond de 12°C. Zo kan er met een bodemlus in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer koude. Een warmtepomp waardeert de warmte op naar 40°C of hoger om de woning te verwarmen. Een groot voordeel van een bodemlus gekoppelde warmtepomp ten opzichte van een luchtwarmtepomp (zie 2.1) is dat het rendement hoger ligt en er in de zomer (passief) gekoeld kan worden, zonder elektriciteitsverbruik. Een nadeel van de techniek is dat er voor bestaande bouw vaak twee bodemlussen per woning nodig zijn met een onderlinge afstand van 8 meter om interferentie (onderlinge beïnvloeding) te voorkomen. Dit vraagt om voldoende tuinoppervlak per woning. Daarnaast resulteert het boren van de buizen in het overhoop halen van de tuin, wat niet iedere bewoner wil.
Bodemlussen zijn een individuele techniek; voor hoogbouw, of industriegebieden met een grote warmtevraag zijn bodemlussen minder geschikt dan een open wko-systeem, omdat de bodem dan overmatig aangeboord wordt (geperforeerd). Er zijn gebieden waar de bodem helemaal niet aangeboord mag worden en slechts tot een bepaalde diepte om vervuiling van drinkwaterbuffers te voorkomen. Er zijn geen verbodsgebieden bescherming drinkwater in gemeente IJsselstein. Wel is er voor het buitengebied in IJsselstein een restrictie specifiek provinciaal beleid. Er is ook een restrictie dieptebeperking voor het oostelijk deel van IJsselstein (deel van IJsselveld-Oost, Panoven, Over Oudland, Europakwartier) dat zich ook uitstrekt over Nieuwegein. Voorwaarde om bodemsystemen in dit gebied toe te passen is een dieptebeperking. Boren is toegestaan tot de aangegeven maximale diepte, aangegeven in meters onder maaiveld. Bijvoorbeeld voor een onderzochte locatie geldt een dieptebeperking, dan betekent dat dat boren is toegestaan tot een maximale diepte van 80 meter18. Via de wko-tool is te zien dat er zowel in het buitengebied van IJsselstein (restrictie provinciaal beleid) als in Over Oudland en Panoven (dieptebeperking) gesloten bodemsystemen (bodemlussen) actief zijn. Op deze plekken waren de restricties dus niet belemmerend in het realiseren van bodemsystemen.
18 Informatie van wkotool.nl
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
49
De potentie voor het toepassen van bodemlussen in gemeente IJsselstein is circa 1,6 miljoen GJ, groter dan de warmtevraag van de gebouwde omgeving in IJsselstein. De toepassing ervan wordt echter beperkt door het benodigde tuinoppervlak per woning en het gevraagde temperatuurniveau. WKO Bij warmte-koudeopslag wordt warmte en koude gewonnen uit een afgesloten waterpakket in de bodem op een diepte tussen de 100-500 meter en via een warmtenet getransporteerd naar de woningen/panden. Het temperatuurniveau is tussen de 8°C en 15°C. Het is gunstig wanneer de panden aangesloten op dit warmtenet zowel een koude- als een warmtevraag hebben. Bij een wko-systeem moet namelijk evenveel warmte onttrokken worden aan de bodem als er in wordt teruggebracht. Is dit niet het geval, dan raakt de bron uitgeput. Wanneer er een onbalans is tussen de warmte- en koudevraag, kan deze worden hersteld door warmte en/of koude toe te voegen uit een externe bron, bijvoorbeeld oppervlaktewater of elektrisch. Dit noemen we regeneratie. Als de benodigde regeneratie omvangrijk is, is een wko-systeem minder rendabel. Hoe dichter de warmte- en koudevraag dus bij elkaar liggen, hoe gunstiger de businesscase. Bij goed beheer gaan wkosystemen dertig jaar mee. Een wko-warmtenet wordt vooral daar toegepast waar zowel een warmte- als koudevraag is.
Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden, verzorghuizen of hotels, maar ook sommige industrie. Ook goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen hebben een grotere koudevraag dan bestaande woningen. Maar het aandeel aan koudevraag ten opzichte van warmte blijft klein. De technische potentie is 4,1 miljoen GJ en is groter dan de gemeentelijke warmtevraag voor de gebouwde omgeving. De toepassing wordt echter bepaald door de financiële rendabiliteit van het systeem. Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie is het boren tot een diepte tussen de 500 en 1.500 meter. Op deze diepte wordt grondwarmte onttrokken met een temperatuur tussen de 15°C en 40°C. Wanneer het water 40°C is, kan de warmte via een warmtenet rechtstreek worden gebruikt voor het verwarmen van goed geïsoleerde woningen in combinatie met individuele boilers voor het tapwater. Bij andere temperaturen of woningtypen wordt de warmte eerst opgewaardeerd met een (centrale) warmtepomp. In tegenstelling tot een wko-systeem hoeft er bij ondiepe geothermie geen balans te zijn in de koude- en warmteonttrekking. Omdat ondiepe geothermie hoge investeringskosten vraagt, is er een minimale gegarandeerde afzet nodig om de techniek financieel haalbaar te laten zijn. Voor ondiepe geothermie is de minimale schaalgrootte tussen de 1.000 en 2.500 woningen afhankelijk van de brondiepte.
Daarnaast is een hoge woningdichtheid (oftewel warmtevraagdichtheid) een vereiste om de kosten van het warmtenet te beperken. In deze analyse is de grens gesteld op een minimum van 40 woonequivalenten per hectare. De potentie van ondiepe geothermie in IJsselstein is onbekend. Voor het toepassen van ondiepe geothermie zijn er woonkernen in IJsselstein die zich daar voor lenen qua omvang en dichtheid, zoals IJsselveld-Oost en West. Echter, de potentie is onbekend en om die reden wordt ondiepe geothermie niet als warmtebron meegenomen. Diepe (en ultradiepe) geothermie Wanneer er nog dieper wordt geboord, spreekt men van diepe geothermie (1.500 tot 4.000 meter) en ultra diepe geothermie (dieper dan 4.000 meter). Diepe geothermie wordt al langer toegepast in sectoren met een continue, hoge warmtevraag, zoals de glastuinbouw, en kan temperaturen leveren tot 100°C (stoom). Net als bij ondiepe geothermie, is een minimale afzet een vereiste voor het ontwikkelen van een geothermische boring. Woningen lenen zich al minder voor deze techniek, omdat de warmtevraag sterk fluctueert tussen de zomer en winter. Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en een hoogtemperatuurwarmtenet duur is,
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
50
moeten deze woningen dichtbij elkaar en dichtbij de bron staan. Een serie van galerijflats in een stadscentrum is dan ook het meest gunstige scenario voor het toepassen van geothermie voor woningen (40-50 woningen per hectare). De potentie van diepe en ultradiepe geothermie is onbekend in en rondom gemeente IJsselstein. Daarnaast kan de minimale schaalgrootte niet bereikt worden in IJsselstein en nemen we geothermie niet mee als warmtebron voor de gebouwde omgeving.
Biomassa Vaste biomassa, zoals hout, gebruiken voor het verwarmen van woningen is omstreden. Het is een goedkope optie (bij resthout en snoeiafval) en levert hoogtemperatuurwarmte, maar er komt fijnstof en CO2 vrij bij verbranding. Er zijn vraagtekens over het effect op de CO2-uitstoot door biomassa: op papier is dit energieneutraal, maar onder andere het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) waarschuwen dat biomassa in de praktijk een grotere uitstoot dan kolen kan hebben, met name als niet alleen snoeiafval wordt verbrand.19 Daarnaast is er in Nederland veel te weinig biomassa beschikbaar om in onze warmtevraag te kunnen voorzien. Met name in stedelijk gebied is het zeer de vraag waar de biomassa vandaan komt. Bij het ontwikkelen van een biomassacentrale is het dan ook van groot belang dat over een lange periode een toestroom van lokale restbiomassa gegarandeerd kan worden. Zo moet voorkomen worden dat er biomassa uit andere landen moet worden gehaald of minder duurzame biomassa wordt gebruikt. In IJsselstein is het geschatte potentieel aan warmte uit biomassa 10.000 GJ (Warmteatlas 2018, met een correctiefactor van 0,5). Met houtgasketels kunnen hiermee ongeveer 400 woningen worden verwarmd. Bij voorgenomen gebruik van biomassa moet realistisch gekeken worden naar de wenselijkheid van het gebruik van deze bron.
Groengas Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa, zoals mest en GFT-afval. Biogas zelf kan niet worden gebruikt met onze huidige apparatuur, omdat er naar ratio te veel koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxiden in het gas zitten. Deze kunnen worden verwijderd om zo biogas om te zetten naar groengas: gas dat 1:1 aardgas kan vervangen. Dit opwaarderen van biogas naar groengas kost ongeveer 5% van de energetische waarde van het totale volume aan groengas en de kosten van een dergelijke installatie zijn hoog. Maar hiermee kan het gas worden gebruikt in onze bestaande aardgasleidingen, wat logischerwijs vele voordelen oplevert. Het aanbod aan biogas is op dit moment zeer beperkt en kan volgens de sector in 2030 ongeveer 5% van onze huidige gasconsumptie vervullen.20 Dit stelt de grootste discussie rondom groengas aan de kaak: moeten we dit gas in willen zetten voor de gebouwde omgeving? Met de energietransitie (en een stijgende CO2-belasting) gaat straks ook de industrie, die nu aardgas gebruikt voor ondervuring of als grondstof, een alternatief zoeken. En ook mobiliteit is een sector waar biogas goed gebruikt kan worden: zwaar transport is nog steeds moeilijk te verwezenlijken met een elektrische motor. Deze sectoren hebben weinig tot geen alternatieven, omdat zij de hoge temperatuur bij ontbranding van gas nodig hebben.
Woningen daarentegen kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is daarom de vraag of het verstandig is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te reserveren voor de gebouwde omgeving. De invloed van een verhoogde vraag naar biogas vanuit de industrie kan ook gevolgen hebben voor de marktprijs van biogas waardoor dit straks niet meer betaalbaar is voor woningeigenaren. 19 Zie onder andere Visiedocument KNAW (2015), Biobrandstof en hout als energiebronnen – Effect op uitstoot van broeikasgassen, en PBL
(2013), Climate effects of wood used for bio-energy.-- KNAW heeft bevestigd dat rapport ook in 2020 nog steeds relevant is. 20 Green gas Roadmap Netherlands, Juli 2014. De geraamde hoeveelheid is het equivalent van 2,2 miljard m³ aardgas. Woningen en de industrie gebruiken allebei ongeveer 20 miljard m³ aardgas per jaar, samen ruim 40 miljard m³.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
51
Groengas nú inzetten via het bestaande aardgasnet als transitiewarmtebron is wel een goede keuze. Idealiter in combinatie met een hybride warmtepomp. Dit maakt het mogelijk om woningen die zich niet in één keer laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare warmtetechnieken zijn, toch van het aardgas af te halen en de warmtepomp vermindert het totale energieverbruik. In IJsselstein is het geschatte potentieel aan groengas 60.000 GJ (Warmteatlas 2018, met een correctiefactor van 0,5). Wanneer dit groengas wordt gebruikt in een gasketel staat deze potentie gelijk aan de warmtebehoefte van ongeveer 1.800 woningen.
Waterstof Waterstof wordt vaak genoemd als kansrijke warmtebron voor de transitie. Belangrijk om te beseffen, is dat waterstof geen energiebron is, maar een energiedrager. Het moet geproduceerd worden. De duurzaamheid van waterstof hangt af van de productiewijze. Op dit moment wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas waarbij CO2 vrijkomt. In de toekomst kan waterstof meer en meer CO2-arm of -neutraal worden geproduceerd door het afvangen van CO2 en productie met elektrolyse met hernieuwbare elektriciteit. Waterstof speelt in de periode tot 2030 naar verwachting geen significante rol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het kost veel elektriciteit om waterstof te maken en voorlopig hebben we hernieuwbare elektriciteit nog hard nodig om de huidige elektriciteitsvoorziening te verduurzamen. Daarna neemt de beschikbaarheid toe, maar onduidelijk is of waterstof na 2030 al concurrerend is of pas in 2050 zal zijn. Voor wijken die moeilijk te verduurzamen zijn, zoals monumentale stadscentra, is waterstof een interessante optie, omdat alternatieven niet toepasbaar of duur zijn. Het wordt echter pas na 2030 duidelijk of deze optie beschikbaar en enigszins betaalbaar is. Ook in die situatie verdient het de overweging om de waterstofketel te combineren met het gebruik van een warmtepomp (hybride opstelling), waardoor de warmtevraag deels elektrisch ingevuld kan worden.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
52
Bijlage 2 - Technisch potentieel warmtebronnen Tabel B2.1 Overzicht theoretisch potentieel warmtebronnen in gemeente IJsselstein
Warmtebron
Technisch Potentieel in potentieel in GJ woningequivalenten huidig gebruik
Potentieel in woningequivalenten na rendabel isoleren
Toepassingsgebied
Bron geraadpleegd
LAAGTEMPERATUUR WARMTEBRONNEN Omgevingswarmte Ongelimiteerd (lucht)
> 17.400
> 17.400 Overal, met name geschikt voor goed geïsoleerde woningen
Niet van toepassing
Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)
250.000
7.500
8.250 Achterveld-Noord, STOWA woonkern IJsselstein met Hollandsche IJssel
Thermische energie uit afvalwater (TEA) (RWZI + gemalen)
200.000
5.800
6.400 Woonkern IJsselstein (RWZI), IJsseloevers (gemaal)
Bodemwarmte
4.500.000
> 17.400
> 17.400 Overal behalve Warmteatlas hoogbouw en verbodsgebied drinkwaterbescherming
Warmtekoudeopslag (wko)
10.000.000
> 17.400
> 17.400 Gebouwen met zowel warmte- als koudevraag
Warmteatlas
Restwarmte
35.000
1.000
1.100 Er zijn een aantal restwarmtebronnen (supermarkten); die potentie is te beperkt om te benutten. Op bedrijventerrein De Lage Dijk is een restwarmtebron met potentie.
Warmteatlas
STOWA
MIDDEN- EN HOOGTEMPERATUUR WARMTEBRONNEN Geothermie
Potentieel onbekend
Voor de technische ThermoGIS, potentie is nog nader Greenvis onderzoek nodig. Financieel haalbaar vanaf aansluiten 2.500 (ondiepe) en 5.000 (diepe geothermie) woningen.
Biomassa hout
15.000
400
440 Alleen in buitengebied
Warmteatlas
Groengas
60.000
1.800
2.000 Voornamelijk buitengebied en daar waar geen goede alternatieven zijn
Warmteatlas
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
53
Bijlage 3 - Marktrijpheid technieken Op dit moment zijn met name een warmtenet en all-electric verwarming (met een warmtepomp) interessante oplossingen voor de huidige woningbouw. Ook is de hybride warmtepomp een geschikte oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp heb je nog maar weinig aardgas nodig. Later kan dit worden vervangen in een groengas. Duurzaam gas is schaars en gaat voornamelijk benut worden door de industrie en mobiliteit. Waar laagtemperatuursystemen niet toepasbaar zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale boerderijwoningen, is levering van groengas op termijn denkbaar. Ook is de hybride warmtepomp voor die woningen een geschikt alternatief. De keuze voor duurzame warmtebronnen- en technieken hangt sterk samen met isolatie. Bij een hogere isolatiewaarde heeft een gebouw minder energie nodig om de woning te verwarmen. Hoe lager de warmtevraag van woningen, hoe meer woningen verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron. Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag (de vraag naar energie op momenten dat het erg koud is), wat belangrijk is om de kosten van energienetten en duurzame bronnen beperkt te houden. Woningen gebouwd na 1992 zijn relatief goed geïsoleerd.
Dit heeft te maken met het Bouwbesluit 1992, waar een strengere eis is opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Vanaf 2005 is deze eis nog verhoogd, waardoor woningen vanaf 2005 nog beter geïsoleerd zijn. Deze woningen zijn over het algemeen geschikt voor toepassing van laagtemperatuurverwarming. Als regel geldt: hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de temperatuur kan zijn om je woning te verwarmen. Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er sterke verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld. Op de volgende pagina toont figuur B3.1 een aantal alternatieve warmtebronnen op de marktrijpheid en de aannemelijkheid om de warmtebron toe te passen voor de verwarming van gebouwen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
54
Toelichting assenkruis Dit assenkruis is een manier om de alternatieve warmtetechnieken in te delen. Met marktrijpheid bedoelen we: kan deze techniek al op grote schaal toegepast worden? Is het haalbaar en betaalbaar? Met aannemelijkheid bedoelen we: is het aannemelijk dat deze techniek wordt toegepast in de gebouwde omgeving? Waterstof staat bijvoorbeeld bij niet aannemelijk, omdat we weten dat wanneer het beschikbaar komt dit eerst naar de industrie en het zware vervoer gaat. Deze indeling is voortdurend in beweging en afhankelijk van ontwikkelingen in de markt.
Figuur B3.1 Ingeschatte marktrijpheid en aannemelijkheid van alternatieve warmtebronnen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
55
Bijlage 4 - Verdeling buurtgroepen Tabel B4.1 Verdeling buurten in groepen en onderbouwing
Buurtgroep
1) Kern IJsselstein
2) Hoogbouw en jaren 60/70 bouw
3) Overwegend nieuwbouw
4) Gemiddelde bouw
5) Industrieterrein
6) Buitengebied
Buurten
Argumentatie
IJsselstein-Binnenstad (1) Nieuwpoort (2) Kasteelkwartier (4)
De woningen in deze buurten zijn voor 1965 gebouwd. Het centrum bestaat uit een oude historische kern gebouwd voor 1945. Nieuwpoort en Kasteelkwartier zijn de twee buurten gebouwd tussen 1946 – 1964. De drie buurten zijn dichtbij elkaar gelegen en zijn relatief oude woningen.
Europakwartier (5) Oranjekwartier (6) IJsselveld-Oost (7) IJsselveld-West (8)
De buurten liggen nabij elkaar en zijn gebouwd tussen 1965 – 1974. De bebouwingsdichtheid is soortgelijk en deze buurten hebben relatief veel hoogbouw. De woningcorporatie heeft komende vijf jaar in deze buurtgroep meerdere werkzaamheden gepland staan.
IJsseloevers (9) Panoven (12) De Hoven en De Boomgaard (17) De Tuinen (18) Het Hart (19) De Wereldsteden (20) De Rivieren (21) Het Staatse (22) Benschopperpoort en Het Podium (23) Eiterse Waard (28)
Dit zijn buurten met meer nieuwbouw, woningen gebouwd na 1992. De woningen 17 tot en met 23 zijn geclusterd, bij elkaar gelegen en de bebouwingsdichtheid is soortgelijk. De overige buurten zijn overwegend nieuwbouwwoningen.
Groenvliet (3) Hazenveld en Overwaard (10) Achterveld-Zuid (24) Achterveld-West (25) Achterveld-Noord (26) Achterveld-Oost (27)
De woningen uit de bouwperiode 1975-1991 zijn samengevoegd tot de buurtgroep Gemiddelde bouw. De woningen hebben hetzelfde bouwjaar en zijn gelegen in het noordwesten van IJsselstein. Bebouwingsdichtheid is in het meeste van de wijken soortgelijk. De wijken Groenvliet, Hazenveld en Overwaarde liggen niet nabij Achterveld, maar hebben zelfde woningtypen en bouwperiode.
Paardenveld (13) Over Oudland (14) Industrieterrein Lage Dijk (15) Bedrijventerrein De Corridor (16)
Dit zijn buurten met overwegend utiliteitsbouw. De bouwjaren en bebouwingsdichtheid verschillen. Op basis van de type gebouwen zijn de buurten geclusterd.
Rijpickerwaard (11) Landelijk gebied Noord (29) Landelijk gebied Zuid (30)
Dit zijn de buurten met verspreide woningen en lintbebouwing. Gemeente IJsselstein heeft ‘slechts’ drie buurten die we tot deze buurtgroep toerekenen.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
56
Figuur B4.1 Buurtgroepen IJsselstein
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
57
Bijlage 5 - Gemeente IJsselstein in kaart
Figuur B5.1 Bezit woningcorporatie Provides
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
58
Figuur B5.2 Energielabel per pand
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
59
Figuur B5.3 Functie per pand
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
60
Figuur B5.4 Warmtevraag per woningequivalent (WEQ)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
61
Figuur B5.5 Gepland onderhoud woningcorporatiebezit
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
62
Bijlage 6 - Openingsbod (Stedin) Het Openingsbod is een tool van Stedin dat aangeeft op buurtniveau welke uitkomst maatschappelijke de beste keuze is voor een duurzame warmtevoorziening. Het Openingsbod vergelijkt de uitkomsten van de drie meest gebruikte modellen voor de gebouwde omgeving met elkaar en de uitkomst van het model zegt iets over de robuustheid en aannemelijkheid van de voorkeursoptie per buurt. Als er veel overlap zit tussen de uitkomsten van de drie modellen, dan is de buurt kansrijk om op korte termijn over te stappen op nieuwe warmte. De uitkomsten uit de tool zijn: all-electric, MT/HT-warmtenet, LT-warmtenet en duurzaam gas. De modellen die het Openingsbod met elkaar vergelijkt zijn: Vesta-MAIS model van PBL (model van de Startanalyse), CEGOIA model van CE Delft en het Energietransitiemodel (ETM) van Quintel Intelligence. Het Openingsbod gebruikt verschillende variabelen (zoals kosten en CO2-besparing) en rekent vervolgens met drie verschillende toekomstbeelden.
Ruim warmte en ruim duurzaam gas.
Ruim warmte en beperkt duurzaam gas.
Beperkt warmte en beperkt duurzaam gas.
Alle drie de modellen werken met andere uitgangspunten en een verschillende methodiek en elk model heeft andere uitkomsten met de bovengenoemde toekomstbeelden. Hoe meer overeenkomsten er zijn tussen uitkomsten uit de modellen, hoe robuuster de uitkomsten van het Openingsbod en hoe aannemelijker de voorkeursoptie is in die wijk of buurt. De buurten met de hoogste robuustheidsscore zijn robuust en de rest heeft een onzekere uitkomst. Hierbij hanteert het model als grens dat 20% van alle woningequivalenten in het verzorgingsgebied van Stedin met de hoogste robuustheidscore worden gecategoriseerd als ‘robuust’. De overige 80% omvat alle andere buurten die op dit moment nog ‘onzeker’ zijn. Het Openingsbod laat voor een aantal buurten in IJsselstein robuuste scores zien (tabel B6.1). Dit zijn dus buurten waar het interessant kan zijn om te starten door de overeenkomsten tussen de vergeleken modellen. Zie ook figuren B6.1 en B6.2 op de volgende pagina voor de resultaten van de gemeente IJsselstein uit het Openingsbod. Inmiddels heeft Stedin het openingsbod verder uitgewerkt in zogenaamde Buurtanalyses. Deze kunnen in de vervolganalyses worden benut om binnen buurten nog gerichter te kunnen werken aan een duurzame warmtevoorziening. Tabel B6.1 Buurten met een robuuste uitkomst
Techniek
Buurten
All-electric
IJsseloevers, Over Oudland, Het Staatse
Duurzaam gas
Achterveld-Zuid, Landelijke gebied Noord, Landelijke gebied Zuid
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
63
Figuur B6.1 Snapshot gemeente IJsselstein van Openingsbod (Stedin)
Figuur B6.2 Snapshot robuustheidsscore buurten van gemeente IJsselstein van Openingsbod (Stedin)
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
64
Bijlage 7 - Startanalyse (PBL) Voor elke gemeente is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een analyse uitgevoerd welke techniek (door PBL strategie genoemd) de laagste kosten per vermeden CO2 geeft. In deze zogenoemde Startanalyse wordt uitgegaan van de volgende technieken/strategieën. s1
individuele combiwarmtepomp
s2
warmtenet met middentemperatuurbron (N.B. bedoeld wordt 70℃)
s3
warmtenet met laagtemperatuurbron
s4
groengas met hybride warmtepomp of ketel
s5
waterstof met hybride warmtepomp of ketel
De analyse is dus op kosten gebaseerd, maar houdt ook (tot op zeker hoogte) rekening met technische uitvoerbaarheid. Zo kijkt het model naar de aanwezigheid van warmtebronnen. Om de resultaten goed te kunnen duiden, is het echter belangrijk om bekend te zijn met de uitgangspunten, aannames en werkwijze van het model. De analyse houdt ook (tot op zeker hoogte) rekening met technische uitvoerbaarheid door bijvoorbeeld de aanwezigheid van warmtebronnen in acht te nemen. Echter, het model treedt niet in detail of die warmtebron ook daadwerkelijk te benutten is. Een lokale analyse van warmtebronnen geeft daar een beter beeld van. Ook de output van het model, techniek en kosten per ton vermeden CO2, is een globale inschatting per buurt en gemeente. De tool wordt dan ook geraadpleegd om resultaten uit de lokale analyse van gemeente IJsselstein te spiegelen. Het model kiest bij gemeenten met veel buitengebied vaak voor de groengasstrategie. Dit heeft mogelijk te maken met uitgangspunten waar het model mee rekent. In verband met de beperkte hoeveelheid beschikbaar groen gas wordt deze strategie door het model gekozen voor de buurten in heel Nederland waar het kostenverschil tussen de strategie groengas en het eerstvolgende goedkoopste alternatief het grootst is. Dit doet het model totdat het aantal m 3 groengas op is (uitgangspunt is 1,5 miljard m3 groengas).
Figuur B7.1 op de volgende pagina is een snapshot van de uitkomsten van de Startanalyse van IJsselstein. Er komen vier strategieën uit het model. De buurten in de gemeente IJsselstein die uitkomen op de strategie groengas zijn dus volgens de uitgangspunten van de Startanalyse kostbaar aardgasvrij te maken met de overige strategieën (s1 – s3). De Startanalyse maakt per buurt een keuze voor één techniek, waar adviesbureau DWA per buurt soms meerdere technieken als kansrijk ziet.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
65
Figuur B7.1 Snapshot gemeente IJsselstein uitkomst PBL Startanalyse
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
66
Bijlage 8 - Subsidies, financiering en kosten Via gunstige financieringsconstructies wordt het soms mogelijk om de investerings-/aanschafkosten op te brengen. Die investering kan dan worden terugverdiend door de besparing die wordt gerealiseerd. Een belangrijke rol hiervoor ligt bij het Rijk. De inzet van het Rijk is om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past. In de transitie naar nieuwe bronnen worden investeringen gedaan. Die kunnen een besparing in energielasten opleveren. Dit betekent niet direct dat maatregelen voor iedereen betaalbaar en financierbaar zijn. Om dit mogelijk te maken, bestaan er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen). Subsidiemogelijkheden Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken; het deel van de investering dat zich niet terugverdient. Het is ook bedoeld als cofinanciering om investeringen op gang te brengen. Je investeert immers in een bepaalde maatregel en het deel dat je niet terugverdient, wordt gedekt door de subsidie. Een nieuwe verduurzamingsmaatregel levert vaak energiebesparing op of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te verdienen.
Voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen zijn verschillende subsidiemogelijkheden op verschillende niveaus beschikbaar; lokaal, regionaal, nationaal en Europees.
Subsidies voor particulieren bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen of aanschaf van installaties, zoals een (hybride) warmtepomp (ISDE).
Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie of CO2-reducerende
Proeftuinsubsidie Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) voor gemeenten bedoeld voor het aardgasvrij of
Europese subsidieprogramma’s voor organisaties gericht op duurzaamheid, zoals Horizon Europe, European
technieken (SDE++). aardgasvrij-ready maken van een wijk. Green Deal of LIFE. Dit zijn omvangrijke en complexe subsidieprogramma’s die doorgaans lange aanvraagtrajecten kennen en vaak internationale samenwerking eisen. Financieringsmogelijkheden Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand bij de start een grote investering uit eigen geld moet doen. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder:
Energiebespaarfondsen voor particulieren. Deze bestaan op nationaal niveau, zoals de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds, op provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau. Zo mag in de Starterslening en Blijverslening, aangeboden door gemeenten via het Stimuleringsfonds Volkhuisvesting (SVn) een deel worden gebruikt voor duurzame maatregelen.
Gemeente IJsselstein kan bijvoorbeeld via SVn leningen aan particulieren aanbieden voor het onderhoud en de verduurzaming van woningen, bijvoorbeeld de Duurzaamheidslening en de Stimuleringsregeling.
Energiefondsen voor initiatieven/organisatie (regionaal).
Voor particulieren geldt dat een nationale regeling als de ISDE heel interessant is. Op dit moment (najaar 2021) is het (nog) mogelijk om subsidie te krijgen voor een aansluiting op een warmtenet, een warmtepomp, isolatiemaatregelen en zonneboilers.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
67
Bijlage 9 - Communicatie en participatie Met het behalen van de kerndoelen, zoals benoemd in hoofdstuk 7, willen we voorkomen dat we de energietransitie formuleren als drempel, verplichting of kostenpost. De energietransitie mag veel meer worden gezien als kans waarin we toewerken naar een realistische, haalbare en betaalbare duurzame toekomst. Focus op de inwoners:
Oplossingsgericht – Bieden van concrete ‘geen-spijt’ oplossingen in de energietransitie.
Eerstvolgende stap is daarbij het ontwikkelen van de aanpak Energiebesparing inclusief het IJsselsteinse Slimme Stappenplan.
Ontzorgen – Oog hebben voor de impact van energietransitie op inwoners.
Op maat bedienen van huiseigenaren achter de voordeur door inzet van coaches, energieloket en met (regionaal) maatwerkadvies voor woningtypes.
Faciliteren – Huishoudens helpen bij het treffen van maatregelen.
Met het inloopspreekuur in de bibliotheek en opschaling van ondersteuning door collectieve inkoopacties en verbeterde inzet vanuit het Energieloket.
Samen – Actief communiceren met inwoners, open staan voor feedback en samen optrekken.
Dit bereiken we door verbeterde en optimale inzet van de huidige portal Jouwhuisslimmer.nl/ijsselstein en de gemeentelijke website www.ijsselstein.nl.
Om inwoners te informeren en interesseren voor de TVW, heeft de gemeente actief, open en interactief gecommuniceerd via eigen, geïnteresseerde en betaalde media. De eigen media van de gemeente IJsselstein bestaan uit de gemeentelijke website en sociale media-accounts op Facebook, Instagram, LinkedIn en Twitter. Via het mailadres info@ijsselstein.nl is de gemeente continu bereikbaar voor vragen. Daarnaast heeft de gemeente alle informatie voor inwoners en bedrijven over de TVW verzameld op een eigen pagina op de website van Jouw Huis Slimmer. Op de pagina is het laatste nieuws, procesinformatie, uitnodigingen, verslagen van bijeenkomsten en basisinformatie over de TVW te vinden, net als concrete verbeteringen in huis, buurtinitiatieven en subsidies. Geïnteresseerde media, waaronder het lokale Zenderstreeknieuws, zijn benaderd via persberichten. Onder deze categorie worden ook communicatiekanalen van betrokken maatschappelijke organisaties gerekend. Onder andere Achterveld Actief en KNIJ verspreidden gemeentelijke boodschappen over de TVW. Tot slot zijn ook betaalde media ingezet: advertenties in het Zenderstreeknieuws en huis-aan-huiskranten en op Facebook.
Participatie met stakeholders Bij het succesvol opstellen en tot uitvoering brengen van de TVW is afstemming en samenwerking met externe regionale stakeholders van noodzakelijk belang. Tijdens het proces is daarom de samenwerking gezocht met onder andere woningcorporatie Provides, netbeheerder Stedin en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Vanuit deze samenwerking is een projectgroep ingericht waarin de vier sporen voor de TVW verder worden gestroomlijnd. Vanuit de totstandkoming van de TVW is de aansluiting gevonden met zowel interne als externe stakeholders. Deze betrokkenheid stelt ons in staat om ook bij de uitvoering van de TVW gebruik te kunnen blijven maken van deze kennis en expertise.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
68
Participatie met inwoners: introductie en doelen Deze eerste versie van de TVW heeft een algemeen en visionair karakter: het gaat over lange termijn strategieën en uitgangspunten. Het is een eerste stap op een lange weg naar een aardgasvrij IJsselstein in 2050. In de ogen van een inwoner lijkt dat vaak nog erg ver weg. Actieve participatie vanuit inwoners is met het oog op de relevantie van dit thema een uitdaging. Op basis van ervaring met vergelijkbare trajecten in andere gemeenten blijkt dat inwoners behoefte hebben aan concrete onderwerpen die direct raken aan hun persoonlijke leefomgeving. Ze willen weten wat er specifiek voor hen gaat veranderen. En dat is pas over een aantal jaar met zekerheid te zeggen. Om de relevantie van betrokkenheid bij onze inwoners te versterken, is binnen de afstemmingsmomenten toegewerkt naar zowel een inhoudelijke toelichting over de TVW, als over het thema dat nu al van toepassing is op de eigen leefomgeving. Zo hebben we inwoners bij de afstemmingsmomenten voor de ontwikkeling van de Transitievisie Visie warmte ook voorzien van informatie over het opstarten en organiseren van wijk- en buurtinitiatieven en voorzien van informatie over de nu al toe te passen maatregelen voor het verduurzamen van de woning.
Terugblik en doelstellingen participatie Met het oog op de mate waarop inwoners en betrokkenen van invloed zijn op de totstandkoming van de TVW hebben we in dit stadium gekozen voor de eerste twee treden van de participatieladder. Specifiek betekent dit in deze fase het volgende. Informeren (en betrekken) Inwoners en stakeholders werden actief geïnformeerd over de inzichten, keuzes en mogelijkheden van de TVW. Welke keuzes liggen voor de hand, welke keuzes zijn onbereikbaar en hoe zou de warmtetransitie van de gemeente IJsselstein eruit kunnen komen te zien. We hebben dit bereikt door vooraf eerst een informatiebijeenkomst te organiseren waarin we huishoudens zoveel mogelijk mee hebben genomen in de uitdagingen voor het vormgeven van de TVW. De informatiebijeenkomst leidde tot 90 aanmelding en uiteindelijk 40 tot 50 actieve deelnemers. Aanvullend op deze inwonersbijeenkomst hebben we op vrijdag 8 oktober koffie geschonken aan de toevallige bezoekers van de vrijdagmarkt in IJsselstein. Op deze dag hebben we zo’n 50 inwoners kunnen spreken over de energietransitie, over zorgen en kansen en over hun persoonlijke vragen en behoeften rond deze uitdaging. Raadplegen (en toetsen) Naast het informeren wilden we de keuzes, beweegredenen en inzichten ook toetsen. We hebben daarom twee interactieve inwonersavonden georganiseerd voor onze inwoners.
Deze inwonersavonden stonden in het teken van interactie en het beantwoorden van vragen en meenemen van opmerkingen. Beide avonden resulteerden in een bezoekersavond van tussen de 30 tot 40 betrokken inwoners. Vooruitblik In het vervolg van het proces willen we de brug slaan naar advisering en coproductie en misschien zelfs tot de hoogste trede waarin inwoners ook mee kunnen gaan beslissen. Er is bij de totstandkoming van de TVW gebouwd aan een interne en externe poule van experts, met een grote groep inwoners als betrokken achterban. Deze relaties willen we vasthouden en uitbreiden. Waar men tot nog toe met name inhoudelijk is meegenomen in de TVW, kunnen we na vaststelling van deze visie samen met onze inwoners toewerken naar een gezamenlijke uitvoeringsprogramma.
Transitievisie Warmte IJsselstein 1.0 | 19538
69