CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Toets en afwegingskader duurzame energie IJsselstein

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel toets- en afwegingskader duurzame energie17.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit

Gemeente IJsselstein

Inhoudsopgave Toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit ............. .

Inleiding ........................................................................................................................

.

Context en doel ............................................................................................................. . . Lokale Ambitie ........................................................................................................................ . . Toelichting toets- en afwegingskader ....................................................................................... . . Toelichting op het participatietraject ........................................................................................

.

Beoordelingskaders ..................................................................................................... . . Ruimtelijke kaders ................................................................................................................. Kansen vanuit wet- en regelgeving.......................................................................................... Specifieke voorschriften windturbines .................................................................................... Netwerk .................................................................................................................................. . . Wettelijke kaders ................................................................................................................... Klimaatwet en Klimaatakkoord ............................................................................................... Omgevingswet........................................................................................................................ Wet Natuurbescherming ......................................................................................................... Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................... . .

Maatschappelijke kaders ....................................................................................................... Maatschappelijke acceptatie ................................................................................................... Constante dialoog met omgeving ........................................................................................... De verschillende fases van een initiatief .................................................................................. De betrokkenheid van bewoners ............................................................................................. Procesparticipatie ................................................................................................................... Financiële participatie .............................................................................................................

. Conclusie ........................................................................................................................ Algemene ruimtelijke uitgangspunten .................................................................................... Gebiedstabellen ...................................................................................................................... . Randvoorwaarden en aspecten bij indienen voorstel voor lokaal energieproject.................. . . Procesvoorwaarden ten aanzien van de rol van de gemeente .................................................. . . Randvoorwaarden en aspecten ten aanzien van het betrekken van inwoners ........................... . . Randvoorwaarden en aspecten ten aanzien van lokaal eigendom............................................ . . Randvoorwaarden en aspecten voorafgaande aan het indienen van een projectvoorstel .......... . . Randvoorwaarden en aspecten in de procedure tussen het indienen van het projectvoorstel en vergunningverlening .................................................................................................................... Bijlage Beschrijving landschappelijke zones Gemeente IJsselstein ....................................... Bijlage Opzet participatietraject........................................................................................

Bijlage Uitkomsten participatietraject ...............................................................................

1. Inleiding Voor u ligt het toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente IJsselstein. Dit kader is bedoeld om te gebruiken bij de toetsing van nieuwe initiatieven voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Het kader biedt handvatten om te beoordelen of de nieuwe initiatieven voldoen aan de voorwaarden van de gemeente IJsselstein. Deze voorwaarden kunnen ruimtelijk, technisch of financieel zijn, maar gaan ook over wat de gemeente maatschappelijk acceptabel vindt. Het toets- en afwegingskader wordt gebruikt om aanvragen van ontwikkelaars van nieuwe initiatieven om grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken, te beoordelen. Daarnaast is het kader belangrijke input voor de bijdrage van de gemeente aan de Regionale Energiestrategie (RES) voor de RES-regio U . De gemeente IJsselstein staat natuurlijk niet alleen in deze opgave. Om samenhang in het gebied te borgen, is er samengewerkt met de gemeenten Lopik en Montfoort. De drie gemeenten hebben gezamenlijk het traject vormgegeven om te komen tot dit kader. Logischerwijs zit er overlap in de voorwaarden die gekozen zijn voor de toetsing van nieuwe initiatieven. Naast Lopik en Montfoort is er ook afstemming geweest met de gemeenten Woerden en Oudewater. Gezamenlijk vormen zij de Lopikerwaard.

De Lopikerwaard Het accommoderen van de energietransitie is een van de belangrijke ‘ruimtevragers’ in de komende decennia. Dit geldt niet alleen voor de Lopikerwaard, maar ook voor de RES-regio U en Nederland. Om als RES-regio U en als Lopikerwaard de energietransitie te laten slagen, is samenwerking cruciaal. Zo is in Utrecht en Nieuwegein de vraag groter dan de mogelijke opwek, terwijl voor de Lopikerwaard en Vijfheerenlanden het omgekeerde geldt. Hier is de opwekpotentie veel groter dan de vraag. Logischerwijs wordt er vanuit de omliggende gemeenten in belangrijke mate naar de Lopikerwaard gekeken voor het energievraagstuk. De gemeenten in de Lopikerwaard voelen zich verantwoordelijk om een volwaardige bijdrage te leveren aan de energietransitie door in ieder geval op te wekken voor eigen behoefte. Voor het draagvlak en de toekomst van de Lopikerwaard is een goede ruimtelijke inpassing randvoorwaardelijk. Een die past bij de openheid, linten en cope-verkaveling van ons gewaardeerde Groenehartlandschap. Ook een eerlijke verdeling van kosten en baten is essentieel. De gemeenten in de Lopikerwaard willen daarom bovenal vormgeven aan een eerlijke en wederkerige energietransitie in U -verband, waarbij opwekken samen opgaat met investeringen en lokale baten en eigenaarschap.

Leeswijzer Het toets- en afwegingkader is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk wordt de context, de aanleiding en het doel van dit toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit geschetst. Hierin wordt eveneens een toelichting gegeven op het toets- en afwegingskader, en het participatietraject dat is opgezet om samen met inwoners en andere belanghebbende lokale en regionale partijen dit toets- en afwegingskader vorm te geven. In hoofdstuk wordt beschreven welke beoordelingskaders allemaal van toepassing zijn op dit toetsen afwegingskader. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ruimtelijke, wettelijke en maatschappelijke beoordelingskaders. Deze beoordelingskaders bepalen waar wel en waar geen

windmolens en zonnevelden in de gemeente geplaatst kunnen worden, en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren. In hoofdstuk wordt een conclusie geformuleerd in de vorm van algemene en gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten. De ruimtelijke uitgangspunten die van toepassing zijn op één of enkele landschappelijke zone(s) in de gemeente, worden in twee gebiedstabellen samengevat: één gebiedstabel voor het plaatsen van zonnevelden en één gebiedstabel voor het plaatsen van windmolens. In deze gebiedstabellen wordt eveneens aangegeven welke gebieden door de gemeente worden opengesteld (tot /na ) voor het plaatsen van windturbines en zonnevelden, en in hoeverre inwoners die deelnamen aan het participatietraject kansen zien voor het plaatsen van windturbines en zonnevelden in ieder gebied, ter aanvulling op de algemene opbrengsten uit het participatietraject (bijlage ). In hoofdstuk wordt verduidelijkt welke proces- en randvoorwaarden de initiatiefnemer in acht dient te nemen bij het indienen van een projectvoorstel voor de ontwikkeling van een lokaal energieproject, in de vorm van een windmolens en/of zonneveld. Het gaat hier onder meer over de randvoorwaarden ten aanzien van het betrekken van inwoners, lokaal eigendom en de wijze waarop het projectvoorstel ingediend moet worden. Begrippenlijst

Begrip

Omschrijving

Toets- en afwegingskader

Het kader dat de gemeente gebruikt bij de afweging of bepaalde gebieden open worden gesteld voor vergunningsaanvragen voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit.

Zone

Een gebied dat op basis van ruimtelijk-functionele kenmerken onderscheidend is van andere gebieden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met schaalgrootte en landschapsstructuren.

RES

Een regionale energiestrategie (RES) is een gezamenlijke aanpak van partijen in de regio om de energietransitie te versnellen. In de RES staan regionaal gedragen keuzes voor het opwekken van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur. De gemeente IJsselstein is onderdeel van de RES-regio U .

Kleinschalig/ grootschalig

.In de RES wordt een indeling gemaakt in grootschalige en kleinschalige opwek. De grens hierbij ligt bij een vermogen van kWp. Alles daaronder wordt als kleinschalig gezien. Grootschalige opwek telt mee met het bod dat de RES-regio naar het rijk doet. . Daarnaast wordt er in het toets- en afwegingskader een onderscheid gemaakt tussen het grootschalig en kleinschalig opwekken van windenergie. Dit gaat over de schaalgrootte: kleinschalige windturbines zijn turbines met een ashoogte tot meter en grootschalige turbines zijn turbines met een minimaal vermogen van MW. De gemeente volgt hierbij het onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige windturbines, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht ( ) (zie artikel . en . ).

. Voor grondgebonden zonnevelden geldt de grens tot hectare als kleinschalig. Voor zonnepanelen op daken wordt de splitsing van kWp gehanteerd: alles wat onder deze grens ligt, wordt als kleinschalig beschouwd. Restricties

Dit zijn beperkingen die gelden voor de ontwikkeling van windturbines of zonnevelden. Er is onderscheid te maken in het type beperking. Er zijn wettelijke beperkingen rondom veiligheid en milieu (dit gaat bijvoorbeeld over geluidsnormen of veiligheidsafstanden). Deze worden restricties genoemd. Daarnaast zijn er toetsingskaders. Zie voor meer toelichting de uitleg bij het begrip ‘toetsingskader’. Zie ook de bijlage restricties.

Toetsingskader

Dit zijn beperkingen die gelden voor de ontwikkeling van windturbines of zonnevelden. Er is onderscheid te maken in het type beperking. Er zijn restricties (zie toelichting begrip ‘restricties’) en toetsingskaders. Dit betekent dat er beleid geldt dat kan conflicteren met de ontwikkeling van een windmolen of zonneveld. Er moet getoetst worden in hoeverre een ontwikkeling botst met bestaan beleid en er kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn voor een compensatieregeling of een manier om het initiatief aan te passen zodat een ontwikkeling wel mogelijk is.

Opstelling

De manier waarop zonnevelden worden opgebouwd. Zonnepanelen kunnen namelijk een oost-west oriëntatie hebben, of juist een zuidoriëntatie. Ook kan de hoogte van de structuur onder de panelen hoger of lager zijn. Voor windenergie is de opstelling ook de ordening van de turbines: een solitaire molen staat ‘alleen’, een rij-opstelling gaat over minimaal molens, en een cluster is een groep molens die niet in een rij staan.

2. Context en doel Het gebruik van fossiele energiebronnen en de CO -uitstoot die daarmee gepaard gaat, heeft tot gevolg dat het klimaat verandert. De gevolgen en effecten hiervan zijn steeds beter zichtbaar, ook in Nederland. In het landelijke Klimaatakkoord zijn daarom afspraken gemaakt om de uitstoot van CO en de gevolgen van klimaatverandering te beperken. In dat Klimaatakkoord en in de Regionale Energiestrategie (RES) staan afspraken waaraan gemeenten zich hebben gecommitteerd. Onderdeel van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat we meer duurzame elektriciteit moeten gaan opwekken. Ook binnen de gemeente IJsselstein. Tot gebeurt dit voornamelijk via zonnepanelen op daken, zonnevelden en windturbines. Zonnevelden en windturbines hebben een effect op de leefomgeving en het landschap. Aan de andere kant biedt het ook kansen voor IJsselstein, zoals mogelijke opbrengsten. Om samen te bepalen hoe de gemeente IJsselstein kan bijdragen aan de landelijke klimaatopgave, zijn we met inwoners in gesprek gegaan over de manier waarop we duurzaam elektriciteit gaan opwekken en wat we hierbij belangrijk vinden. Voorliggend toets- en afwegingskader is het resultaat van zowel een ruimtelijke als technische analyse van de mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit, als ook een inventarisatie van de voorkeuren van inwoners met betrekking tot dit onderwerp.

. . Lokale Ambitie De gemeente IJsselstein wil in een energie- en klimaatneutrale gemeente zijn. Met de voorziene elektriciteit in en de voorziene toename van het elektriciteitsverbruik naar vindt de gemeente het belangrijk om, conform het Klimaatakkoord, tot een eerste stap te zetten in het opwekken van duurzame elektriciteit. Tot zien we hiervoor voornamelijk mogelijkheden in zon en windenergie. In wil de gemeente IJsselstein binnen de gemeentegrenzen GWh ( , TWh) duurzame elektriciteit op een grootschalige manier opwekken. Dit is grofweg procent van het verwachte elektriciteitsgebruik in , en procent van het verwachte elektriciteitsgebruik in . Met deze ambitie van GWh ( , TWh) in , zet de gemeente een belangrijke stap om in alle elektriciteit hernieuwbaar op te wekken. Tot worden er geen nieuwe vergunningen meer verleend, zodra er op basis van de lopende initiatieven een overschrijding wordt voorzien van de ambitie van GWh ( , TWh).

. . Toelichting toets- en afwegingskader In het toets- en afwegingskader wordt vastgelegd onder welke voorwaarden grootschalige duurzame energieprojecten worden toegestaan. Deze voorwaarden kunnen ruimtelijk, technisch of financieel zijn, maar gaan ook over wat de gemeente maatschappelijk acceptabel vindt. Het toetsen afwegingskader wordt gebruikt om aanvragen van ontwikkelaars te beoordelen. Daarnaast is het belangrijke input voor de bijdrage van de gemeente aan de RES. Een afwegingskader maakt het aan de ene kant makkelijker om te reageren op initiatieven in de gemeente. Aan de andere kant kan er gekeken worden welke locaties en manieren van het opwekken van duurzame elektriciteit (bijvoorbeeld zon op dak, zonneveld of windturbines) actief

gestimuleerd kunnen worden om invulling te geven aan de opgave voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit, hetgeen in de RES beschreven staat. Doel Het toets- en afwegingskader heeft als doel om duidelijkheid te scheppen over de wijze waarop de gemeente IJsselstein verzoeken voor grootschalige zon- en windprojecten op het gemeentelijk grondgebied beoordeelt op geschiktheid. Het toets- en afwegingskader geeft duidelijkheid aan de volgende drie partijen:   

Aan initiatiefnemers die lokaal duurzame elektriciteit willen opwekken. Aan de gemeente om deze initiatieven te beoordelen op hun ruimtelijke inpasbaarheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Aan inwoners van de gemeente over de gebieden waar mogelijkerwijs zon- en windprojecten worden gerealiseerd.

Hoe is het toets – en afwegingskader tot stand gekomen? Het toets- en afwegingskader is opgesteld op basis van:   

Participatie: de opbrengsten van de inloopavonden met bewoners, online enquêtes met bewoners, digitale gesprekken met bewoners en stakeholders. Technische analyse: voldoen de plannen bijvoorbeeld aan wettelijke regels en de mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk? Ruimtelijke visie: wat vinden stedenbouwkundigen, landschapsexperts?

Relatie met de RES In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt een deel van de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord vertaald naar regionale afspraken. Dat gaat in elk geval om afspraken die aan de sectortafel Gebouwde omgeving en Elektriciteit zijn gemaakt, te weten:  

Het opwekken van duurzame elektriciteit op land. De warmtetransitie in de gebouwde omgeving (door het opstellen van een Regionale Structuur Warmte).

In totaal zijn er dertig RES-regio’s in Nederland. Binnen elke RES-regio werken overheden samen met maatschappelijke partners, netbeheerder, het bedrijfsleven en inwoners aan deze RES. De gemeente IJsselstein is onderdeel van de RES-regio U . Het toets- en afwegingskader dat dit document beschrijft, geeft duidelijkheid aan de RES-regio U welke (on)mogelijkheden er binnen de gemeente IJsselstein zijn voor het grootschalig opwekken van elektriciteit uit zon en wind. Op basis van de toets- en afwegingskaders van de verschillende gemeenten binnen de regio, stelt de RES-regio U vast wat het regionale aanbod is ten aanzien van het opwekken van duurzame elektriciteit op land. De gemeente IJsselstein trekt in dit verband gezamenlijk op met de Lopikerwaardgemeenten Lopik, Montfoort, Woerden en Oudewater. Het is mogelijk dat het toets- en afwegingskader wordt aangepast nadat de RES-regio de RES . heeft vastgesteld. Bijvoorbeeld om als gemeente meer bij te dragen aan de regionale opgave en/of aan te sluiten bij regionale richtlijnen. Denk bijvoorbeeld aan een aanpassing van uitgesloten gebieden of voorkeursgebieden, of het aanpassen van de richtlijnen rondom proces- en financiële participatie. In hoeverre het toets- en afwegingskader kan worden bijgesteld naar aanleiding van het vaststellen van een definitieve RES, hangt af van de lokale beleidsruimte op dat moment.

Indien de gemeente echter onvoldoende meewerkt aan de uitvoering van de RES, kan de provincie uiteindelijk bepaalde

eisen opleggen aan de gemeente, zoals via haar omgevingsbeleid. In het uiterste geval kan het Rijk eveneens ruimtelijke bevoegdheden overnemen, zoals via een projectbesluit. Uit welke onderdelen bestaat het toets- en afwegingskader? Het toets- en afwegingskader bestaat uit maatschappelijke, ruimtelijke en wettelijke beoordelingskaders die meegenomen dienen te worden in de beoordeling van een verzoek voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente IJsselstein. Een deel van deze beoordelingskaders zijn van toepassing op alle verzoeken; een deel van deze beoordelingskaders zijn enkel van toepassing op verzoeken voor het ontwikkelen van zonnevelden en/of windmolens in een specifieke zone. De beoordelingskaders per zone worden samengevat in een gebiedstabel. Aanvullend op deze gebiedstabel wordt een prioriteringsoverzicht gegeven, waarin de verschillende zones worden geordend in een volgorde, met bovenaan de zones die als eerste worden opengesteld voor de ontwikkeling van projecten voor het opwekken van duurzame elektriciteit. De gebiedstabel en het prioriteringsoverzicht zijn onderdeel van de conclusie van dit toets- en afwegingskader. Reikwijdte Het toets- en afwegingskader gaat uitsluitend over het grootschalig opwekken van elektriciteit uit zon en wind.

Overigens betekent dit niet dat de energieopgave van de gemeente IJsselstein enkel met zonnevelden en windmolens wordt ingevuld. Ook andere duurzame energiebronnen kunnen hierin een rol spelen. Wel heeft dit toets- en afwegingskader enkel betrekking op lokale initiatieven voor het grootschalig elektriciteit opwekken uit zon en wind. Ook gaat dit toets- en afwegingskader nadrukkelijk over het grootschalig opwekken van energie uit zon en wind. Daaronder verstaan we installaties van zonnepanelen op land of op grote daken met een minimaal vermogen van kWp – oftewel à zonnepanelen – of een windmolen met een minimaal vermogen van MW. Waarom wordt er in dit toets- en afwegingskader enkel gefocust op het grootschalig opwekken door zonnepanelen en windturbines? De focus van het toets- en afwegingskader ligt op technieken die op dit moment technisch haalbaar zijn voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Dit komt overeen met het ‘soort’ opwek dat wordt meegenomen in de RES. Er wordt immers op korte termijn een bijdrage aan duurzame elektriciteit verwacht. Hierdoor worden de pijlen op de korte termijn vooral gericht op technisch haalbare technieken (technical readiness level is hoog). Binnen de energietransitie vindt echter veel innovatie plaats, zowel binnen de zonne- en windenergie, als rondom nieuwe technieken.

Op het moment dat andere technieken ook technisch haalbaar zijn, kan dit invloed hebben op dit toets- en afwegingskader. Net als de RES is het afwegingsdocument niet een statisch document, maar wordt dit periodiek aangepast. Wat wordt er met het toets- en afwegingskader gedaan? Het toets- en afwegingskader wordt ingezet om af te wegen welke locaties ‘open’ worden gezet voor vergunningsprocedures voor zonnevelden of windturbines. De voorwaarden die zijn opgesteld in het toets- en afwegingskader moeten door de vergunningaanvrager aantoonbaar worden gemaakt. De vergunning is van tijdelijke aard (in geval van energie minimaal twintig jaar). Bovendien is er een opruimplicht.

Voorwaarden Er kan op verschillende locaties meer of minder draagkracht zijn (landschappelijk) voor inpassing van zonne- of windprojecten. Soms kunnen voorwaarden voor inrichtingselementen bijdragen in de inpassing. Dit kunnen voorwaarden zijn over verschillende aspecten, zoals omvang, vorm en patroon, of een combinatie met andere functies. Daarnaast kunnen er voorwaarden worden gesteld op basis van proces of participatie: wie moet er (financieel) worden betrokken, voordat er op projectontwikkeling wordt overgegaan? Naast de voorwaarden die gelden op gemeenteniveau, worden er ook vanuit het Rijk of de provincie voorwaarden gesteld. Zie voor een voorbeeld de instructieregel windenergielocatie uit het ontwerp Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht.

. . Toelichting op het participatietraject Doel participatietraject Zoals gezegd, onderzoekt de gemeente IJsselstein samen met onder meer technische experts, ondernemers en inwoners hoe en onder welke voorwaarden het mogelijk is om grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken. Het participatietraject heeft als voornaamste doel: in kaart brengen wat inwoners van de gemeente IJsselstein belangrijke voorwaarden vinden in het opwekken van duurzame elektriciteit en waar dat dan kan en waar niet. In het participatietraject is geprobeerd een zo divers mogelijke groep inwoners te spreken. Dit om een zo groot mogelijke verscheidenheid aan argumenten, invalshoeken en zienswijzen in het traject aan bod te krijgen. Het is daarbij geen doel geweest om een representatieve groep mee te laten praten. Er kunnen dus meer mensen uit een bepaalde groep mee hebben gepraat, dan uit een andere bevolkingsgroep. Dat heeft echter niet geleid tot een grotere invloed op het eindresultaat. Alles fases van het participatietraject   

Fase : sept – okt Fase : okt – nov Fase : nov – jan

. Het ontwikkelen van verschillende scenario’s. . In gesprek over dillema’s. . Voorleggen concept afwegingskader aan stakeholders.

Alle participatiemomenten op een rij voor gemeente IJsselstein 

Fase : -

-

-

Interviews met stakeholders: verschillende belanghebbende partijen zijn geïnterviewd (zoals ondernemersverenigingen, natuurorganisaties en de energiecoöperatie Lek en IJssel Stroom) over de kansen die zij zien en de zorgen die zij hebben bij het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente IJsselstein en de Lopikerwaard Eerste online vragenlijst: hierin zijn inwoners enkele energiedilemma’s voorgelegd om te inventariseren welke voorkeuren het zwaarst wegen onder inwoners. De resultaten zijn meegenomen in het opstellen van vier energiescenario’s voor de gemeente IJsselstein, die zijn besproken tijdens de eerste twee inloopavonden in fase . Raadsinformatieavond: raadsleden zijn geïnformeerd over de processtappen die gedurende het traject van het toets- en afwegingskader worden genomen, om tot het uiteindelijke eindproduct te komen.

Fase : -

Inloopavonden ( avonden): tijdens de eerste serie inloopavonden zijn op basis van vier energiescenario’s gesprekken gevoerd met inwoners over de mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente. Deze energiescenario’s illustreren elk andere opties voor het opwekken van elektriciteit uit zon en wind in het buitengebied. Deze energiescenario’s zijn overigens niet bedoeld als blauwdruk voor de toekomst, maar zijn een hulpmiddel geweest om een indruk te krijgen welke voorkeuren, belangen en waarden het zwaarst wegen voor inwoners.

Fase : -

-

-

-

Raadsinformatieavond: raadsleden zijn in deze fase geïnformeerd over de tussentijdse uitkomsten van het participatietraject en meegenomen in de keuzes en dilemma’s m.b.t. het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in de gemeente. Tweede online vragenlijst: in deze vragenlijst zijn inwoners de verschillende zones in de gemeente IJsselstein voorgelegd die geschikt, beperkt geschikt en ongeschikt zijn voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit. Per zone konden zij aangeven in hoeverre zij het eens zijn met de (on)geschiktheid van dit gebied voor zonnevelden dan wel windmolens. Ook konden ze op een kaart aanwijzen welke locaties volgens hen erg (on)geschikt zijn voor zowel windmolens als zonnevelden. Inloopavond ( avond): tijdens deze laatste inloopavond zijn inwoners de kaarten voorgelegd met daarop de kansen en beperkingen voor zonnevelden en windmolens per zone. Tijdens deze inloopavond is met inwoners gesproken over de mate van (on)geschiktheid van deze zones. Per zone is er een korte poll gehouden, waarbij inwoners konden aangeven in hoeverre zij kansen zien voor windmolens dan wel zonnevelden in een specifieke zone, en waarom zij dit zien.

Conceptversie toets- en afwegingskader voorgelegd aan stakeholders: de laatste versie van het document is toegestuurd naar de stakeholders die in fase zijn geïnterviewd, om hen de gelegenheid te geven hierop te reageren. De reacties en suggesties van stakeholders zijn meegenomen in het uiteindelijk vaststellen van het definitieve toets- en afwegingskader.

Communicatiemiddelen ingezet om inwoners te benaderen       

Persberichten Gemeentelijke webpagina Ansichtkaart huis-aan-huis Lokale krant (zenderstreeknieuws) Facebook Twitter Filmpje

Betrokken lokale en regionale stakeholders        

Klimaatneutraal IJsselstein Historische Kring IJsselstein LTO Afdeling Zuid-West Utrecht Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard Energie Coöperatie Lek en IJssel Stroom U.A. Agrarische natuurvereniging Lopikerwaard Natuur- en Milieufederatie Utrecht Recreatieschap Stichtse Groenlanden

Ook is met Eneco, Pure Energie en Solar Fields gesproken over het toets- en afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit. Bij het betrekken van deze partijen – alsook enkele bovenstaande lokale en regionale stakeholders – is rekening gehouden met het belang dat deze partijen mogelijk hebben bij de realisatie van lokale energieprojecten. Het belang van deze stakeholders is voor de gemeente niet leidend geweest in de uiteindelijke keuzes die zijn gemaakt in het toets- en afwegingskader.

3. Beoordelingskaders In dit hoofdstuk worden drie verschillende beoordelingskaders besproken die meegenomen worden in het beoordelen van verzoeken van initiatiefnemers voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit. Het gaat hier om ruimtelijke, wettelijke en maatschappelijke kaders.

. . Ruimtelijke kaders De gemeente IJsselstein is onderverdeeld in verschillende zones. Elke zone heeft zo zijn eigen karakteristieken, kwaliteiten en opgaven. Of binnen een zone zonnevelden of windturbines geplaatst kunnen worden, hangt af van vele zaken. Bijvoorbeeld wettelijke geluids- en veiligheidsafstanden of provinciaal beleid. Maar dat windturbines of zonnevelden in principe ergens geplaatst kunnen worden, betekent niet dat dit gewenst is. En voor sommige gebieden kan het zijn dat windturbines of zonnevelden enkel worden toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De kaart hieronder laat de verschillende gebieden van de gemeente IJsselstein zien. Het onderscheid is gemaakt op basis van verschil in ondergrond (veen of klei en veen). Figuur : Landschappelijke zones gemeente IJsselstein

Verdere uitwerking per landschappelijke zone kunt u vinden in de bijlage met een uitgebreide beschrijving van het gebied en de participatieve wensen per landschappelijke zone.

Kansen vanuit wet- en regelgeving Op basis van bestaande wet- en regelgeving, zijn er zones aan te wijzen die in potentie geschikt kunnen zijn voor het plaatsen van windmolens en zonnevelden. Wind Figuur laat de mogelijke zoekgebieden zien voor het plaatsen van windturbines, wanneer enkel wordt gekeken naar de geluids- en veiligheidseisen (conform de WHO-normen, zoals geadviseerd door de ODRU en de GGD) en provinciale voorwaarden. Hierbij wordt uitgegaan van bestaande bebouwing, wegen, buisleidingen en hoogspanningsleidingen. In de hieropvolgende paragraaf betreffende ‘specifieke voorschriften windturbines’ wordt dieper ingegaan op de gehanteerde afstanden van windturbines tot geluidsgevoelige en/of kwetsbare objecten. De onderstaande kaart laat niet zien of deze gebieden ook wenselijk zijn vanuit maatschappelijk en landschappelijk oogpunt. Ook de kansen en knelpunten in het bestaande elektriciteitsnetwerk zijn niet meegenomen in deze kaart. Figuur : Zoekgebieden windmolens o.b.v. bestaande wet- en regelgeving

Legenda:  

Groene gebieden: windturbines zijn mogelijk volgens de gehanteerde wettelijke geluids- en veiligheidseisen. Er gelden geen aanvullende provinciale voorwaarden. Oranje gebieden: windturbines zijn mogelijk volgens de gehanteerde wettelijke geluids- en veiligheidseisen. Er zijn in deze gebieden aanvullende provinciale voorwaarden aanwezig, zoals stiltegebieden, weidevogelgebieden en Natuur Netwerk Nederland. Ook is gekeken waar voorwaarden gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de Rijksdienst van het Cultureel erfgoed voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals archeologische rijksmonumenten. Gebieden zonder omkadering: hier zijn geen windturbines mogelijk wegens de gehanteerde veiligheids- en geluidsbeperkingen, bijvoorbeeld omdat ze dan te dicht bij bebouwing staan. Daarnaast heeft de provincie ganzenrustgebieden en Natura gebieden uitgesloten voor windturbines.

Zon Onderstaande kaart (figuur ) laat de mogelijke zoekgebieden zien voor het plaatsen van zonnevelden, wanneer enkel wordt gekeken naar landelijke en provincialevoorwaarden. Er gelden geen veiligheids- en geluidsbeperkingen voor zonnevelden. Legenda:   

Groene gebieden: Geen aanvullende provinciale voorwaarden. Oranje gebieden: Aanvullende provinciale voorwaarden aanwezig en/of vanuit de Rijksdienst van Cultureel erfgoed, Daken binnen de oranje gebieden gelegen zijn groen. Rode gebieden: hier zijn geen zonnevelden mogelijk wegens provinciaal beleid.

Figuur : Zoekgebieden zonnevelden o.b.v. bestaande wet- en regelgeving

Specifieke voorschriften windturbines Om een windturbine te kunnen plaatsen, moet aan verschillende wet- en regelgeving worden voldoen om de veiligheid en de leefbaarheid van de omgeving te beschermen. Zo zijn er regels ten aanzien van geluid, afstand tot kwetsbare objecten en slagschaduw. Geluid Inwoners die in de omgeving van een windturbine wonen, kunnen hinder ervaren van het geluid van windturbines. Om die reden dient een windturbine afstand te houden tot woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Deze norm is vastgelegd in het Activiteitenbesluit, waarin staat dat bij geluidsgevoelige objecten overdag maximaal dB en ’s nachts maximaal dB geluid mag worden geproduceerd. Ondanks dat geluid van windturbines minder luid is dan van andere bronnen (zoals verkeer en industrie), wordt dit geluid sneller als hinderlijk ervaren. De reden hiervan is het karakter van het geluid, en dan met name het zoeven en zwiepen van de wieken. Geluid kan leiden tot hinder, in het bijzonder tot verstoring van slaap. Door toenemende zorgen onder inwoners met betrekking tot mogelijk geluidshinder door windturbines, heeft de gemeente IJsselstein – op basis van een

zorgvuldige afweging – besloten om strengere geluidsnormen te hanteren bij het plaatsen van windturbines. De gemeente volgt hierbij het advies van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de GGD, die adviseren om de WHO-advieswaarden aan te houden: maximaal dB overdag en maximaal dB ’s nachts. Om een dergelijk geluidniveau te realiseren, moet meer afstand worden gehouden tussen windmolens en geluidsgevoelige gebouwen. Voor windturbines van 5,6 MW vertaalt de WHOnormering zich grofweg naar een afstand van 500 meter, die moet worden aangehouden tussen windturbines en woningen. Deze afstand is meegenomen in figuur 4 om dit visueel inzichtelijk te maken. Of een mogelijke locatie voor windturbines voldoet aan de geluidsnorm moet per locatie middels een akoestisch onderzoek worden bepaald, en vervolgens worden getoetst aan het Activiteitenbesluit (Wabo). De geluidsnorm is daarbij leidend, wat maakt dat de daadwerkelijke afstand die gehouden dient te worden kan afwijken. Afstand tot objecten Omdat een windturbine risico’s met zich meebrengt voor de directe omgeving, zoals val- en werpgevaar, bestaan er minimale afstanden tussen windturbines en verschillende (beperkt) kwetsbare objecten. In het Handboek Risicozonering Windturbines ( ) zijn zulke minimumafstanden opgenomen voor panden, hoogspanningsleidingen, buisleidingen, risicobronnen, spoorwegen, vaarwegen en hoofdwegen.

Bij de plaatsing van een windturbine dient rekening te worden gehouden met de minimumafstand tot deze objecten. Daarnaast hanteert Rijkswaterstaat de beleidsregel dat er minstens vijftig meter afstand tussen een windturbine en een vaarweg moet worden aangehouden, om hinder van radarapparatuur te voorkomen. Ook kunnen windturbines, door hun hoogte en draaiende wieken, verstoring veroorzaken op de beelden van radarsystemen van radarstations van Defensie. Op voorhand is niet te bepalen of een verstoring acceptabel is, daarom dient bij het realiseren van windturbines hoger dan m NAP op verstoring getoetst te worden. Figuur : Veiligheids- en geluidsvoorschriften windturbines

Slagschaduw De ronddraaiende wieken van een windturbine werpen schaduw op de omgeving. Dat wordt ‘slagschaduw’ genoemd. De frequentie, intensiteit en duur van dergelijke slagschaduw bij een locatie bepalen de mate van hinder. In het Activiteitenbesluit (art. . ) en de Activiteitenregeling Milieubeheer (art. . en . ) staan daarom normen voor slagschaduw. Ter voorkoming van onacceptabele hinder van slagschaduw, zijn deze milieuregels leidend. In sommige situaties moet een windturbine bij wet voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening. Dit is het geval als de afstand tussen de windturbine en het gevoelige gebouw minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt en slagschaduw gemiddeld meer dan dagen per jaar gedurende meer dan minuten per dag kan optreden. In de rechtspraak wordt vaak een maximale duur van uur per jaar gehanteerd.

Netwerk De energietransitie resulteert in een decentrale energievoorziening. Dit vraagt om aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk. Op locaties waar elektriciteit wordt opgewekt moet deze ook worden ontsloten. De bestaande kabels en netwerkstations hebben op korte termijn niet allemaal voldoende capaciteit om nieuwe windturbines en zonnevelden aan te sluiten. Daarnaast kan de ongelijktijdigheid van vraag en productie van elektriciteit door zon en wind leiden tot momenten met grote overschotten (veel zon en wind, weinig vraag) en momenten van grote tekorten (avond of winter, en windstil). Hierdoor wordt landelijk en regionaal gekeken naar manieren om elektriciteit op te slaan en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. In de gemeente IJsselstein is Stedin de netwerkbeheerder. Deze netbeheerder is ook betrokken bij de totstandkoming van dit afwegingskader. Zoals genoemd, zijn door de energietransitie de nodige aanpassingen van het elektriciteitsnetwerk vereist. Deze trajecten kosten tijd. Daarom zijn niet alle locaties geschikt om op korte termijn te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. Tegelijkertijd zijn er op termijn zeker kansen om door gerichte investeringen van netbeheerders meer ruimte te bieden voor (innovatieve) energieprojecten op locaties waar nu nog onvoldoende capaciteit is om energieprojecten op aan te sluiten.

Bovendien zijn er mogelijkheden om een deel van de onregelmatigheden in de elektriciteitsproductie van windturbines en zonnevelden door elkaar te laten wegnemer. Immers: vaak waait het op een donkere dag en is het windstil bij stralend weer. Een stabiele duurzame elektriciteitsproductie kan beter worden gegarandeerd door het combineren van windturbines en zonnevelden op één plek. En door dit te doen, is ook vaak maar één aansluiting op het net nodig (cable pooling). Dat betekent, naast dat slimmer gebruik wordt gemaakt van (bestaande) infrastructuur en hiermee aanvullende (maatschappelijke) kosten voor netuitbreiding worden gedrukt, dat initiatiefnemers van dergelijke lokale energieprojecten minder gebruikerskosten hebben. De netbeheerder hanteert vuistregels over de afstand tussen een netstation en een windturbine/zonneveld, waarbij het economisch rendabel is voor de aanvrager om een installatie aan te sluiten op het netwerk. De aanvrager is hierbij degene die de windturbine/zonneveld gaat ontwikkelen. Daarnaast moet er ook op korte termijn voldoende capaciteit op de kabels en het netwerkstation zijn, zodat wind- en zonneprojecten kunnen worden aangesloten. Deze vuistregels worden door de gemeente meegenomen in de afweging welke zones tot en daarna worden opengesteld voor lokale energieprojecten. Hieronder worden deze vuistregels kort toegelicht.

Wind Onderstaande kaart (figuur ) laat de vuistregels zien voor de afstand waarvoor het economisch rendabel is om een windturbine aan te sluiten. Is deze afstand groter, dan wordt het moeilijker voor een aanvrager om een businesscase rond te krijgen. Deze kaart laat zien dat de gehele gemeente IJsselstein valt binnen:  

km van een elektriciteitsstation waar windturbine projecten van , tot worden aangesloten. km van een elektriciteitsstation waar windturbine projecten van tot worden aangesloten.

MVA kunnen MVA kunnen

Figuur 5: Mogelijkheden voor het aansluiten van windturbines op bestaande elektriciteitsnetwerk

Zon Onderstaande kaart laat de vuistregels zien voor de afstand waarvoor het economisch rendabel is voor een aanvrager om een zonneveld aan te sluiten. Deze vuistregels verschillen voor zonnevelden en windturbines omdat MW zon minder elektriciteit opwekt dan MW wind. Daardoor is de afstand voor een rendabele businesscase voor zonnevelden kleiner dan voor windturbines.

Figuur 6: Mogelijkheden voor het aansluiten van zonnevelden op bestaande elektriciteitsnetwerk

Deze kaart laat zien dat: 

Niet de gehele gemeente IJsselstein valt binnen km van een elektriciteitsstation waar zonnevelden van , tot MVA kunnen worden aangesloten. De noordwestelijke rand van de gemeente en het gebied ten noorden van Lopikerkapel vallen buiten deze zone. Niet de gehele gemeente IJsselstein valt binnen km van een elektriciteitsstation waar zonnevelden projecten van tot MVA kunnen worden aangesloten. Alleen het noordoostelijk deel van de gemeente valt in deze zone.

. . Wettelijke kaders In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op aanvullende wettelijke kaders waar de gemeente IJsselstein rekening mee moet houden in het beoordelen van verzoeken van initiatiefnemers om grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken in de gemeenten. Als deze wettelijke kaders vanuit het Rijk en/of de provincie worden aangepast, dan vindt er vanuit de gemeente een heroverweging plaats. Het gaat om de volgende wettelijke kaders:    

Klimaatwet en Klimaatakkoord Omgevingswet (NOVI en POVI) Wet Natuurbescherming Natuurnetwerk Nederland

Klimaatwet en Klimaatakkoord In de Klimaatwet is vastgelegd dat de Nederlandse CO -uitstoot in % verminderd moet zijn ten opzichte van , en in met % verminderd moet zijn ten opzichte van . In de Klimaatwet staat echter niet hoe dit moet geschieden. De maatregelen die nodig zijn om deze doelen voor en te bereiken, staan namelijk in het Klimaatakkoord, dat in het najaar van

is gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van het Parijse Klimaatakkoord dat in is overeengekomen met bijna landen. Deze reductie van CO -uitstoot is een serieuze opgave, die op tal van terreinen moet worden vormgegeven. Daarvoor is een onderscheid gemaakt in vijf sectoren: Elektriciteit, Mobiliteit, Industrie, Landbouw en de Gebouwde Omgeving. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is om in de CO -uitstoot met % te hebben verlaagd. Dit bereiken we door % van de elektriciteitsproductie voor fossielvrij maken. In totaal gaat het hier om TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit. Van deze TWh wordt verwacht dat TWh wordt gerealiseerd door de autonome groei van het kleinschalig opwekken van duurzame elektriciteit met zonnepanelen op daken. Om de resterende TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken, zijn er twee subdoelen geformuleerd:  

De opschaling van windturbines op zee naar TWh; Opschaling van het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit op land naar TWh.

Het voorgaande betekent ook dat kleinschalige zon-op-dak installaties in het Klimaatakkoord niet worden meegeteld voor het TWh doel, en dus ook niet voor het doel om TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken op land voor . Waar deze TWh in Nederland wordt opgewekt, wordt op regionaal niveau besloten in de vorm van een Regionale Energie Strategie (RES). Nederland is opgedeeld in dertig RES-regio’s, die elk hun eigen RES moeten opstellen in samenwerking met lokale overheden, bedrijfsleven, inwoners, netbeheerders en maatschappelijke organisatie in de regio. Elke regio doet in deze RES een bod, waarin wordt toegelicht hoeveel de regio wil bijdragen aan de nationale ambitie om TWh aan duurzame elektriciteit grootschalig op te wekken op land. De focus in de RES ligt op de opgaven van de klimaattafels Gebouwde Omgeving en Elektriciteit. Doordat deze opgaven in de RES-processen in de specifieke regionale context worden bekeken, worden ook andere (ruimtelijke) opgaven en uitdagingen meegenomen waarvoor de regio’s staan. Iedere regio is immers verschillend. De gemeente IJsselstein is onderdeel van de RES-regio U .

Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet in in werking. Deze wet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Een onderdeel van de Omgevingswet is de omgevingsvisie. Dit is een integrale lange termijnvisie die over alle aspecten van onze leefomgeving gaat. Rijk, de provincie en de gemeente maken een omgevingsvisie. In de omgevingsvisie wegen overheden de verschillende belangen van wonen, bedrijven, mobiliteit en energie ten opzichte van elkaar. Om die reden is dit toets- en afwegingskader ook afgestemd op de omgevingsvisie. Wanneer de Omgevingswet onverhoopt niet in werking treedt, dan blijft de bestaande wetgeving van kracht, waaronder de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI geeft een doorkijk naar 2050, het jaar waarin de uitstoot van CO 2 met 95 procent lager moet zijn ten opzichte van 1990. De NOVI geeft richting aan de grote opgaven die de komende dertig jaar het aanzien van Nederland ingrijpend gaan veranderen en geeft twee richtinggevende kaders mee voor de RES op het gebied voor opwek van duurzame elektriciteit. Dit zijn: 

Voorkeur voor grootschalige clustering

Grootschalige clustering van de productie van duurzame elektriciteit (door windmolens, eventueel in combinatie met zonnevelden). Hier ligt echter wel een expliciete afweging tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Voorwaarde is dat bewoners echt goed zijn betrokken, invloed hebben op het gebruik van en, waar dat kan, meeprofiteren in de opbrengsten. Het is belangrijk aandacht te besteden aan een natuurinclusief ontwerp en beheer bij duurzame energieprojecten om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden natuur te versterken, door bijvoorbeeld onderwaternatuur te realiseren bij windprojecten op water. 

Voorkeursvolgorde voor zon pv De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Het inpassen op daken en gevels draagt niet alleen bij aan het combineren van functies. Omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur.Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties.

NOVI-aandachtsgebied Groene Hart Het buitengebied van IJsselstein is onderdeel van het Groene Hart. Het Groene Hart en de daarbij behorende karakteristieken landschappen worden van nationale waarde geschat. Om die reden is het Groene Hart aangewezen als NOVI-aandachtgebied waarbij extra aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit. De gevolgen die dit heeft zijn tot op heden niet bekend Provinciale omgevingsvisie (POVI) en (ontwerpversie) omgevingsverordening In de Omgevingswet, die naar verwachting in wordt ingevoerd, staat dat elke provincie een visie moet hebben voor de gehele fysieke leefomgeving: de provinciale omgevingsvisie. Om deze visie in de praktijk goed te laten werken, zijn er regels beschreven in de omgevingsverordening. Hier staat bijvoorbeeld in dat de provincie Utrecht Natura 2000-gebieden en ganzenrustgebieden uitsluit voor de ontwikkeling van zon en wind. Niet alleen worden gebieden uitgesloten, er kunnen ook voorwaarden worden gesteld. Dit kan voor zowel losse gebieden als voor de gehele provincie. Een voorbeeld van een regel uit de omgevingsverordening is: Artikel 5.4 Instructieregel Windenergielocatie uit Ontwerp interim omgevingsverordening. .

.

.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Windenergie kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van MW of meer toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: . de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld; en . er wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit voorzien. Wanneer een bestemmingsplan windturbines met een vermogen van minder dan MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van MW of meer niet mogelijk zijn. Wanneer een bestemmingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die

solitaire windturbine opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving.

. De motivering van een bestemmingsplan bevat: . een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; . een beeldkwaliteitsparagraaf; en: . een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken. Toetsingsvoorwaarden in de (ontwerpversie) provinciale omgevingsverordening De toetsingsvoorwaarden vanuit de Provincie Utrecht voor de ontwikkeling voor windturbines en zonnevelden in weidevogelkerngebieden, Natuur Netwerk Nederland (NNN) en stiltegebieden staan beschreven in de ontwerpversie van de provinciale omgevingsverordening. De toetsingsvoorwaarden van stiltegebieden gelden alleen voor windturbines en niet voor zonnevelden. Dit omdat zonnevelden geen tot nauwelijks geluid produceren. Deze kaart laat ook zien waar vanuit de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) gebieden met toetsingsvoorwaarden aanwezig zijn.

Figuur : Toetsingsvoorwaarden voor windturbines en zonnevelden

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) sluit aan bij en gaat op in de Omgevingswet. De Wnb beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. De wet regelt de bescherming van de in het kader van Europees natuurbeleid aangewezen Natura -gebieden en een door de provincies bepaald samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘natuurnetwerk Nederland’. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Dit garandeert een zorgvuldige afweging bij projecten die mogelijk gevolgen hebben voor natuurgebieden. Voor gebieden in of nabij Natura -gebied geldt dat onderzocht moet worden wat het significante effect is van een windproject op planten- en diersoorten waarvoor het Natura -gebied is aangewezen. Het bevoegd gezag kan liggen bij het Rijk of de provincie.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland is opgebouwd uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones. 

Kerngebieden zijn nationale parken en andere natuurterreinen, landgoederen, bossen, grote wateren en waardevolle agrarische cultuurlandschappen die minimaal hectare groot zijn. Natuurontwikkelingsgebieden zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis. Zo zijn de groene contourgebieden in de provincie Utrecht natuurontwikkelingsgebieden. Verbindingszones zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen.

Het Natuurnetwerk Nederland ligt vast in de Wet ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime lijkt op dat voor Natura -gebieden. Als een windproject de belangrijkste waarden en kenmerken van het gebied aantast, is het niet toegestaan. Ook hier geldt een uitzondering: als er geen redelijk alternatief is, er een dwingende reden van openbaar belang is en als er compensatie plaatsvinden. Als een windturbine in een NNN-gebied wordt geplaatst, moet een compensatieplan worden opgesteld waarin de compensatie vastligt.

. . Maatschappelijke kaders Ieder projectvoorstel dat bij de gemeente IJsselstein wordt ingediend voor een lokaal energieproject, wordt beoordeeld op basis van een aantal maatschappelijke uitgangspunten. Zodat inwoners op een volwaardige manier worden geïnformeerd en betrokken bij het plaatsen van windmolens en zonnevelden in hun omgeving.

Maatschappelijke acceptatie De gemeente vindt het belangrijk dat nieuwe initiatieven om grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken binnen de gemeentegrenzen, kunnen rekenen op maatschappelijke acceptatie. Dat betekent niet dat iedereen het unaniem eens moet zijn met de plaatsing van een windmolen of zonneveld. Wel wil de gemeente IJsselstein ervoor zorgen dat de keuzes die gemaakt worden over het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit binnen de gemeentegrenzen, zoveel mogelijk kunnen rekenen op acceptatie onder de inwoners. Dit toets- en afwegingskader is ook mede tot stand gekomen met input van inwoners.

Constante dialoog met omgeving De gemeente wil dat inwoners en andere belanghebbenden tijdig worden betrokken bij lokale energieprojecten rondom het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit. Dit kader beschrijft hoe dit proces moet plaatsvinden en de rol van initiatiefnemers en de gemeente daarbij.

De verschillende fases van een initiatief De gemeente heeft als doel om gezamenlijk met de initiatiefnemer en bewoners een keuze te maken voor de beste locaties voor windturbines en/of zonnevelden in het landschap, met het oog op mens en milieu. Om eventueel verbindingen te leggen met andere gemeentelijke ambities en opgaven, gaat de gemeente gedurende het proces actief het gesprek aan met de initiatiefnemer en worden duidelijke afspraken gemaakt over de rol van de initiatiefnemer en de gemeente tijdens de verschillende fases van een initiatief.

De gemeente IJsselstein onderscheidt verschillende fases van een initiatief: 

Verkenningsfase: de fase waarin een initiatiefnemer verkent of het mogelijk is in een bepaald gebied duurzame elektriciteit grootschalig op te wekken.

Planfase: de fase waarin de specificaties van het energieproject worden bepaald, zoals exacte locatie, aantal, hoogte en opbrengsten.

Realisatiefase: de fase waarin het lokale energieproject daadwerkelijk wordt ontwikkeld.

Exploitatiefase: de fase waarin het lokale energieproject elektriciteit opwekt.

De betrokkenheid van bewoners start in de verkenningsfase. In overleg met de gemeente stelt de initiatiefnemer een participatieplan vast, waarin wordt toegelicht wie, wanneer en op welke wijze wordt geïnformeerd en betrokken bij het lokale energieproject. Het participatieplan dient een uitkomst te zijn van een gezamenlijk gesprek tussen gemeente, initiatiefnemer en inwoners. Wel stelt de gemeente een aantal minimumeisen en uitgangspunten die de initiatiefnemer in acht dient te nemen voor het informeren en betrekken van inwoners. Deze eisen staan nader beschreven in de onderstaande paragrafen.

De betrokkenheid van bewoners Er is een onderscheid te maken tussen de effecten die het opwekken van duurzame elektriciteit heeft op verschillende bewoners. De gemeente maakt hierbij het volgende onderscheid: Direct omwonenden Onder direct omwonenden verstaat de gemeente iedere inwoner van de eigen gemeente of omliggende gemeenten die in een straal van keer de tiphoogte woont vanaf de windturbine, gemeten vanaf de meest dichtbij staande windturbine. Bij het bepalen van wie direct omwonenden zijn in het geval van zonnevelden, wordt als uitgangspunt een straal van meter genomen, gemeten vanaf de buitenranden van het zonneveld. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om af te wijken van het uitgangspunt van de gemeente voor het bepalen van de groep ‘direct omwonenden’ van een windproject, enkel als dit ten goede komt aan het bieden van maatwerk in het participatietraject aan inwoners die tenminste binnen een afstand van . meter van de dichtstbijzijnde windturbine woonachtig zijn. De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel helder te verantwoorden wie voor het lokale energieproject worden beschouwd als direct omwonenden, en – indien van toepassing – waarom is afgeweken van het uitgangspunt dat de gemeente heeft gesteld in dit toets- en afwegingskader. Acceptatiegebied De effecten van een windmolen of zonneveld beperken zicht echter niet tot direct omwonenden.

Naast direct omwonenden zijn er ook inwoners wiens belang niet rechtstreeks is betrokken bij de plaatsing van een windmolen en/of zonneveld in hun directe omgeving, maar ervaren zij wel effecten op hun leefomgeving. Dit zijn inwoners die binnen het acceptatiegebied wonen. Over het algemeen wordt voor een acceptatiegebied een wijk of dorp gekozen. Het acceptatiegebied kan worden uitgebreid tot de gehele landschappelijke zone van het afwegingskader, als het plaatsen van een windmolen en/of zonneveld in deze landschappelijke zone invloed heeft op mogelijke toekomstige trajecten elders in de zone. De initiatiefnemer neemt in het projectvoorstel op wat onder het acceptatiegebied wordt verstaan en verantwoordt deze keuze.

Procesparticipatie De gemeente IJsselstein vindt het belangrijk dat de omgeving van een toekomstig lokaal energieproject de mogelijkheid wordt geboden een actieve en betrokken rol te hebben in de verschillende fases van een lokaal initiatief. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het proces om inwoners te betrekken. De gemeente stelt hieraan een aantal minimumeisen: 

Een brief richting de direct omwonenden bij de start van de verkenningsfase.

Een digitale en/of fysieke bijeenkomst voor tenminste direct omwonenden bij de start van de verkenningsfase.

Een digitale en/of fysieke bijeenkomst voor tenminste direct omwonenden tijdens de planfase waarin de initiatiefnemer de verschillende opties presenteert, voorafgaand aan het maken van deze keuzes.

Een digitale en/of fysieke bijeenkomst voor direct omwonenden en inwoners uit het acceptatiegebied over de mogelijkheden die financiële participatie biedt.

De bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk.

Een initiatiefnemer moet openbare verslagen maken van deze bijeenkomsten en daarin aangeven wat met de input van de aanwezigen is gedaan.

Financiële participatie Zonnevelden en windturbines hebben een impact op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk dat inwoners ook de voordelen ervaren van het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in hun omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door inwoners te laten delen in de opbrengst en zeggenschap te geven over het initiatief. Dit heet financiële participatie, vaak ook wel projectparticipatie genoemd. De gemeente wil dat iedereen de mogelijkheid heeft om daarin mee te doen, ongeacht financiële draagkracht. De initiatiefnemer bepaalt samen met inwoners uit het acceptatiegebied welke vormen van financiële participatie het meest geschikt zijn voor het specifieke project. Wel is het uitgangspunt om direct omwonenden meer te laten meeprofiteren dan mensen die verder weg wonen. Ook dienen de afspraken die gemaakt worden omtrent financiële participatie in lijn te zijn met de gedragscode van de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) in het geval van windturbines en de gedragscode van Holland Solar in het geval van zonnevelden. Er zijn verschillende vormen van financiële participatie mogelijk. De gemeente onderscheidt hierbij vier vormen:    

Lokaal eigendom; Omgevingsfonds; Omwonendenregeling; Sociale grondvergoedingen;

De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel toe te lichten op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze vormen van financiële participatie. Indien de initiatiefnemer in zijn projectvoorstel afwijkt van de voorkeuren en/of uitgangspunten van de gemeente, zoals toegelicht hieronder, dan dient de initiatiefnemer dit te verantwoorden in het projectvoorstel.

Lokaal eigendom (van toepassing op wind- en zonneprojecten) De gemeente IJsselstein vindt het bij de ontwikkeling en exploitatie van lokale energieprojecten van groot belang dat partijen, inclusief de omgeving, op een gelijkwaardige manier samenwerken. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied, waarbij de initiatiefnemer – in lijn met het Klimaatakkoord – ernaar streeft om tenminste % lokaal eigendom (burgers en lokale bedrijven) te realiseren. De gemeente stelt % lokaal eigendom nadrukkelijk als streven, en niet als harde eis. Of % lokaal eigendom wordt behaald, is immers afhankelijk van de mate van interesse onder inwoners. De initiatiefnemer moet aantonen welke stappen zijn ondernomen om lokaal eigenaarschap te verwezenlijken in het project. Om te borgen dat de initiatiefnemer hiervoor voldoende mogelijkheden beidt, laat de gemeente, wanneer zij hier aanleiding toe ziet, een onafhankelijke toets op lokaal eigenaarschap uitvoeren. De initiatiefnemer dient hier medewerking aan te verlenen. Zodra een lokaal energieproject uitsluitend tot doel heeft om duurzaam opgewekte elektriciteit te verkopen door dit terug te leveren aan het net, dan dient een onafhankelijke lokale organisatie (in de vorm van een stichting, vereniging of coöperatie) betrokken te zijn bij het energieproject om lokaal eigenaarschap te borgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10025955/1