CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bij de beleidsregels bijzondere bijstand

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Harmonisatie Minimaregelingen fase 12.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij de beleidsregels bijzondere bijstand gemeente IJsselstein Algemeen Deze beleidsregel maakt onderscheid in een algemeen deel met basisvoorwaarden voor het toekennen van bijzondere bijstand en een deel met een lijst van specifieke kostensoorten. Uitgangspunt is artikel 35 van de Participatiewet. Voor de inwoners zijn begunstigende afwijkingen vastgelegd in het beleid dat is vastgesteld door de Lekstroomgemeenten. Er zijn kostensoorten opgenomen, die begunstigend afwijken van artikel 35 van de Participatiewet. Een aantal kostensoorten die regelmatig aangevraagd worden, is ook in dit beleid opgenomen, ondanks dat toekenning op basis van artikel 35 PW mogelijk is. De ervaring leert dat het benoemen van deze kostensoorten, zowel voor aanvrager als behandelaar duidelijkheid geeft over de voorwaarden. Daarnaast is het zo dat artikel 35 PW geen uitgebreide opsomming geeft van de (kostensoorten) bijzondere bijstand en wat daaronder valt. Dit betekent veel beleidsvrijheid om dit nader in te vullen en in ons beleid uit te werken. Recht op maatwerk/gelijk effect De bedoeling van de Participatiewet is het garanderen van het bestaansminimum. De Participatiewet gaat ervanuit dat inwoners in eerste instantie zelf middelen kunnen verwerven.

Daarom is het belangrijk om inwoners te ondersteunen om zo snel mogelijk duurzaam werk te vinden, of als dat niet lukt vrijwilligerswerk of een andere vorm van dagbesteding. De drie hoofddoelen van het sociaal domein (1. Het leiden van een menswaardig bestaan, 2. Het complementaire karakter van de wetgeving en 3. Het bevorderen van de zelfredzaamheid) komen dan ook samen in de Participatiewet. De bijzondere bijstand is onderdeel van de Participatiewet en is bedoeld om te voorzien in noodzakelijke kosten van het bestaan die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen Artikel 1 Omschrijving van begrippen In artikel 1 lid 3 zijn een aantal klantgroepen benoemd, die van belang zijn voor verschillende artikelen in dit beleidsstuk. De groep jongeren in de overgang van 18- naar 18+ die vanuit een instelling zelfstandig gaan wonen is aan deze klantgroepen toegevoegd, aangezien deze groep in sommige gevallen over het hoofd gezien wordt en tussen wal en schip dreigt te raken. Door deze groep specifiek te benoemen wordt hier extra aandacht voor gevraagd.

Hoofdstuk 2 Algemeen (Basisvoorwaarden bij toekenning) Artikel 2 Uitgangspunten Alle bijzondere bijstandsaanvragen gaan in beginsel gepaard met de toets of de gevraagde kosten zich voordoen, noodzakelijk en bijzonder zijn, voorzienbaar waren, ervoor gereserveerd kon worden en of er voldoende draagkracht aanwezig is. Dit geldt ook voor de in deze beleidsregel genoemde kostensoorten en voor alle klantgroepen. Dit kan betekenen dat kostensoorten die in deze beleidsregel genoemd worden geheel of gedeeltelijk afgewezen worden op deze gronden. Artikel 3 De wijze en het tijdstip van aanvragen Lid 3 Bij het beoordelen of kosten in aanmerking komen voor vergoeding via bijzondere bijstand wordt als eerst gekeken naar wanneer de kosten zijn opgekomen. Dat wil zeggen: wat is de datum van de oorzaak van het ontstaan van de kosten? Daarna wordt gekeken of de aanvraag tijdig is ingediend. Het college heeft geen beleidsruimte bij de beantwoording van de vraag op welk moment de kosten zijn opgekomen, maar wel op welk moment de aanvraag moet worden ingediend na het opkomen van de kosten.

Lid 4: In deze gevallen moet in de regel een aanvraag vooraf worden ingediend, omdat anders de noodzaak van de kosten niet kan worden vastgesteld. Een aanvraag wordt ingediend op het moment dat men weet dat er kosten aan zitten te komen waarvoor men een vergoeding wenst. Ook kunnen de mogelijkheden om de kosten te voorkomen of ergens anders een vergoeding te ontvangen achteraf niet altijd meer beoordeeld worden. Er kunnen zich situaties voordoen waarin vooraf aanvragen niet kan worden gevraagd van een belanghebbende. Denk daarbij aan een spoedbezoek aan de tandarts in het weekend. Artikel 5 Draagkracht (periode) Lid 6 Met incidentele kosten worden alle incidentele kosten bedoeld, waarvoor bijzondere bijstand kan worden toegekend. Artikel 6 Draagkracht (inkomen) Lid 5 Voedingskosten zien op eten en drinken. Het gaat om al het gebruikelijke eten en drinken. Naast de 3 maaltijden omvat het ook voldoende drinken, tussendoortjes, fruit, koffie, thee en dergelijke. Het eten en drinken moet voldoen aan de basale kwaliteitseisen van bijvoorbeeld het Voedingscentrum. Lid 6 Er wordt onderscheid gemaakt tussen persoonlijke kosten en overige kosten. Persoonlijke kosten zien op kostenposten die zodanig verbonden zijn met de persoon van de aanvrager dat zij naar hun aard niet met medebewoners gedeeld kunnen worden. Zoals medische kosten en bewindvoeringskosten. Overige kosten zien o.a.

op woonlasten, boodschappen en verzekeringen. Artikel 8 Reserveringscapaciteit Voorbeelden van kostensoorten, waarvoor gereserveerd moet worden. Deze lijst is niet limitatief: - Woninginrichting - Stofferingskosten - Duurzame gebruiksgoederen - Verhuiskosten zoals eerste huur, dubbele huur en verhuisbus - Babypakket Artikel 10 Terugvordering In eerder geldende beleidsregels bijzondere bijstand waren de artikelen 9 en 10 bekend onder de artikelen 13 en 14. Laatstgenoemde artikelen zijn nog als zodanig genoemd in artikel 9 van de Beleidsregels terugvordering en invordering Werk en Inkomen Lekstroom 2018. Daarvoor kan nu dus gelezen worden: “dit dient te worden bezien in samenhang met artikel 9 en 10 van de beleidsregels bijzondere bijstand 2025”. Hoofdstuk 3 Kostensoorten (Uitwerking specifieke kostensoorten) De titel van het artikel benoemt de kostensoort. Vervolgens somt het artikel eventuele specifiekere kostensoorten op. Ook zijn de afwijkende voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen in de daaropvolgende leden opgenomen. Tot slot benoemt het artikel de hoogte en de duur van de bijzondere bijstand. Paragraaf 1. Woonkosten Artikel 11 Incidentele woonkosten Lid 1 Hierin worden een aantal mogelijke kostensoorten weergegeven. Deze kosten moeten per onderdeel aangevraagd worden.

Lid 1 onder b: Indien een huurovereenkomst direct ingaat op de eerste van de maand, dan wordt alleen bijzondere bijstand verstrekt voor die eerste hele maand minus huurtoeslag. Onder de bijzondere bijstand voor woninginrichting kan een kostenpost transportkosten vallen. Te denken valt aan de kosten voor het ophalen van spullen die op een (digitale) marktplaats gekocht worden. Lid 5: Een belanghebbende kan ook voor kosten komen te staan vanwege een verhuizing op verzoek van de woningstichting van groot naar beter passend of een ander soort project. Onderzocht moet worden welke kosten de woningstichting in dit soort gevallen vergoedt. Te denken valt aan transport- en stofferingskosten. Overige te maken kosten kunnen mogelijk in aanmerking komen voor vergoeding, mits aan alle voorwaarden in artikel 35 PW wordt voldaan. Lid 6 en 7: Leenbijstand moet worden terugbetaald. De terugbetaling van leenbijstand start na het verstrijken van de eerste 3 maanden na toekenning van de bijzondere bijstand. Artikel 12 Woonkostentoeslag Aan het ontvangen van de woonkostentoeslag zijn voorwaarden verbonden die gelden voor zowel huurders als huiseigenaren. Daarnaast hebben huiseigenaren aanvullende voorwaarden waaraan zij dienen te voldoen. Lid 4 sub c: In sommige gemeenten wordt een kansadviesgesprek ingezet als eerste stap bij de aanvraag van een urgentieverklaring.

Wanneer uit dit gesprek blijkt dat er geen reële kans bestaat op toekenning van urgentie, wordt hiermee voldaan aan de verplichting zoals bedoeld in artikel 12, lid 4, sub c. Artikel 13 Doorbetaling vaste lasten bij kortdurend verblijf in detentie Dit betreft een uitzondering met het oog op het maatschappelijk belang. Het verlies van de woning tijdens detentie kan grote maatschappelijke consequenties met zich meebrengen. Vanzelfsprekend wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden van belanghebbende om zelf de kosten van zijn woning te voldoen. Gedacht kan worden aan de huur zelf betalen vanuit opgebouwde reserves (spaargeld) dan wel de woning tijdelijk onder te verhuren. Als die mogelijkheden er niet zijn, kan bij wijze van uitzondering bijzondere bijstand worden verstrekt. Paragraaf 2. Woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen Artikel 14 Kosten voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen Complete woninginrichting Met dit bedrag worden spullen aangeschaft met betrekking tot de inrichting van de woning. Dit bedrag kan ook worden aangewend voor de aanschaf van onderstaande spullen:  mobiel  computer (laptop)  fiets Deze lijst is niet limitatief. Hierbij is rekening gehouden met de mogelijkheid om sommige spullen tweedehands aan te schaffen. Volgorde vormen van bijstand:  Geldlening  Verstrekking om niet Verf, behang, en vloerbedekking

De vergoeding voor verf, behang en vloerbedekking wordt om niet verstrekt, in tegenstelling tot de rest van de kosten voor (een gedeeltelijke) woninginrichting. Deze worden in de vorm van een lening verstrekt. De vergoeding voor genoemde kosten, die om niet wordt verstrekt, moet in mindering gebracht worden op de leenbijstand die wordt toegekend voor de complete woninginrichting. Gedeeltelijke woninginrichting Bijzondere bijstand kan worden toegekend voor de goederen die nog aangeschaft moeten worden. De aanvrager moet zelf een overzicht verstrekken waarop staat welke spullen nodig zijn. Woninginrichting en statushouders Bij het toekennen van kosten voor woninginrichting aan statushouders vinden twee momenten van betaling plaats. De eerste betaling vindt plaats zodra een woning toegewezen is. De tweede betaling na het overleggen van de aankoopbonnen/bewijzen van spullen voor de woninginrichting. Bij gezinshereniging in het kader van taakstelling komt een deel van het gezin bij de reeds gevestigde familieleden wonen. Duurzame gebruiksgoederen Voor duurzame gebruiksgoederen geldt het principe dat een normaal gebruik een normale levensduur oplevert. Bijzondere bijstand kan niet worden toegekend wanneer duurzame gebruiksgoederen verwijtbaar de gebruikelijke levensduur niet hebben behaald.

Lid 2 Voor deze klantgroepen worden bepaalde criteria voor het verkrijgen van bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting, zoals genoemd in artikel 35 PW, bij voorbaat aangenomen. Het betreft hierbij de noodzakelijkheid van de kosten en de aanwezigheid van persoonlijke bijzondere omstandigheden. De behandelaar hoeft hier geen nader onderzoek naar te doen en de aanvrager hoeft hierover geen aanvullende gegevens aan te leveren. De overige toetsingscriteria, zoals dat de kosten zich voordoen, de reserveringscapaciteit en de draagkracht blijven wel van toepassing. Basis inboedelpakket is als optie toegevoegd om aanvragers te ondersteunen die geen bijzondere bijstand toegekend krijgen vanwege voldoende reserveringscapaciteit en/of draagkracht, maar die op het moment van aanvraag niet over voldoende middelen beschikken. Op deze manier kunnen zij toch de meest essentiële huisraad aanschaffen om in de te betrekken woning te kunnen wonen. Paragraaf 3. Bewindvoering, mentorschap en curatele Artikel 15 Bewindvoering (incl. mentorschap en curatele) Lid 2: De rechtbank kan ook een machtiging afgeven in verband met wijziging tarief dan wel andere kosten die noodzakelijk zijn geacht door de rechtbank (denk aan verhuiskosten).

Paragraaf 4. Medische kosten Artikel 16 Medische kosten (incl. tandartskosten) Lid 1 en 2: Gebruik is gemaakt van de woorden ‘inclusief”: meestal zal het gaan om medische kosten óf tandartskosten, maar in een enkel geval (denk aan aangezichtsletsel) kan het gebeuren dat iemand voor zowel medische kosten als tandartskosten komt te staan. In zo’n geval kan voor beide soorten kosten bijzondere bijstand worden toegekend. Lid 4: Bij zeer uitzonderlijke situaties kan gedacht worden aan: • Ongevallen • Ernstige gezondheidsproblemen • Plotseling medisch achteruitgaan Deze lijst is niet limitatief. Paragraaf 5. Collectieve zorgverzekering Artikel 18 De voorwaarden en gemeentelijke bijdrage Beëindiging collectieve zorgverzekering Wanneer sprake is van onder meer de volgende omstandigheden eindigt het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering: • Einde Pw-uitkering: collectief loopt tot 31 december van dat kalenderjaar • Stijging inkomen: collectief loopt tot 31 december van dat kalenderjaar • Pensioengerechtigd*: collectief loopt tot 31 december van dat kalenderjaar • 21 jaar of ouder*: collectief loop tot 31 december van dat kalenderjaar • Verhuizing (buiten de WIL gemeenten): collectief loopt tot datum verhuizing • Overlijden: collectief loopt tot de dag na het overlijden Deze lijst is niet limitatief.

*Voor inwoners die de pensioengerechtigde of 21-jarige leeftijd bereiken geldt dat deelname aan de gemeentepolis onder voorwaarden wel toegestaan blijft. Het lopende recht moet beëindigd worden en de inwoner dient een nieuwe aanvraag in te dienen voor de start van het nieuwe kalenderjaar. Artikel 19 Reiskosten- en fietsvergoeding voor statushouders Lid 4 In het beleid van 2018 en daarvoor kregen statushouders een reiskostenvergoeding als de afstand tussen hun woning en de inburgeringslocatie 10 kilometer of meer was. Was de afstand tussen de 2 en 10 kilometer, dan konden zij een fietsvergoeding krijgen. Daarnaast konden zij maximaal zes maanden een tijdelijke reiskostenvergoeding ontvangen, zodat zij in die periode konden leren fietsen. Op basis van het nieuwe beleid heeft deze groep mensen geen recht op de soepelere regels voor reiskostenvergoeding. Verhuist iemand tijdens het inburgeringstraject en wordt de afstand tussen woning en het adres van de onderwijsinstelling, daardoor 10 kilometer of meer, dan kan diegene alsnog recht hebben op een reiskostenvergoeding. Dit komt, omdat die vergoeding ook onder het oude beleid zou zijn toegekend. Paragraaf 7. Diverse kosten Artikel 20 Babyuitzet (basispakket) Bij toekenning van de kosten voor een babyuitzet wordt gekeken of sprake is van de eerstgeborene binnen een gezin.

Is er eerder een kind geboren dan kunnen de spullen van de eerstgeborene gebruikt worden. Dit geldt ook als er sprake is van een samengesteld gezin waarin één van de partners al een kind heeft uit een eerdere relatie. Wanneer sprake is van een meerling of een nakomer wordt per situatie bekeken welke (extra) vergoedingen verstrekt zouden kunnen worden.

Deze regeling geldt aanvullend voor de gemeente Lopik. Inwoners van Lopik kunnen in eerste instantie gebruik maken van de Regeling Maatschappelijke Participatie waar het kindpakket onder valt. Artikel 21 Legeskosten Leges zijn kosten die overheidsinstanties in rekening brengen voor het uitvoeren van een dienst, zoals het verstrekken van officiële documenten. Deze kosten worden gerekend voor de administratieve afhandeling van een aanvraag. Kosten die verband houden met keuringen of inhoudelijke beoordelingen van de aanvraag vallen hier niet onder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16018586/1