CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE BP Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein VASTGESTELD

Commissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 20:10 uur Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 216.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING (OMGEVINGSANALYSE)

4.4.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.

Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een ‘rustig buitengebied’. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in onderstaande tabel. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

28

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

6 1.500 m 1000 m Tabel 4 - Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied (bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG

Naast het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied wordt ook het omgevingstype ‘gemengd gebied’ onderscheiden. Bij een gemengd gebied kunnen kleinere afstanden tussen bedrijven en woningen worden aangehouden. In een dergelijk gebied zijn dus kleinere milieuzones van toepassing. Bij een gemengd gebied kunnen de afstanden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd. Dit betekent dat de afstand van de eerstvolgende lagere categorie mag worden aangehouden. Een gemengd gebied is een gebied dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. De aan te houden afstanden in een gemengd gebied zijn ook opgenomen in tabel 1. 4.4.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging (van ‘Groen’ naar ‘Wonen’) zodat de bouw van maximaal twee nieuwe woningen mogelijk wordt gemaakt. Wonen betreft een milieugevoelige functie. Invloed omgeving op plangebied Het plangebied bevindt zich in een gebied waar hoofdzakelijk woningen aanwezig zijn. De omgeving is daarmee te typeren als een rustige woonwijk. Ten noordoosten van het plangebied is aan de Prins Bernhardlaan 22 een dagcentrum voor mensen met een beperking aanwezig.

In het geldende bestemmingsplan ‘Noordoost’ hebben deze gronden een maatschappelijke bestemming, waarbinnen diverse maatschappelijke voorzieningen (o.a. educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, zorg-, welzijns- en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie) zijn toegestaan. De toegestane functies binnen de maatschappelijke bestemming vallen onder maximaal categorie 2 uit de VNG-lijst. De bijbehorende richtafstand op grond van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ bedraagt 30 meter, gebaseerd op het milieuaspect geluid. Omdat het bouwvlak van de beoogde woning(en) op tenminste 90 meter vanaf de bestemming ‘Maatschappelijk’ is gesitueerd, wordt ruimschoots aan de genoemde richtafstand voldaan. Verder hebben de gronden aan de Utrechtseweg 32 een bestemming ‘Bedrijf’, welke het geldende bestemmingsplan ‘Noordoost’ nader zijn aangeduid met ‘categorie 3.1’. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter. Omdat het plangebied op ruim 120 meter afstand van dit bedrijf is gesitueerd, wordt ook ruimschoots aan de richtafstand voldaan en bestaan er voor de gewenste nieuwbouw geen milieutechnische belemmeringen in het kader van milieuzonering. Invloed plangebied op omgeving Woningen zelf hebben geen richtafstand waarmee rekening gehouden hoeft te worden.

4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

29

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

4.5

BODEM

4.5.1 Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.5.2 Bodem in relatie tot het plangebied Het voorliggende plan beoogt de bouw van maximaal twee nieuwe woningen planologisch mogelijk te maken, waarbij een functiewijziging aan de Prinses Irenelaan (naast nr. 2) wordt voorgestaan. Hoewel een deel van het plangebied al een woonbestemming heeft, wijzigt het meest zuidelijke perceel van een groenbestemming naar een woonbestemming.

Gezien het feit dat dit perceel ook al vele jaren als zodanig in gebruik is, gecombineerd met de informatie van het bodemloket (www.bodemloket.nl) en de Omgevingsdienst regio Utrecht waaruit blijkt dat de gronden niet zijn aangemerkt als een ‘verdachte locatie’, zijn er op voorhand geen redenen om te veronderstellen dat de betreffende gronden niet geschikt zijn voor de beoogde functiewijziging en de bouw van nieuwe woningen. Desalniettemin zal bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen een actueel bodemonderzoek conform NEN5740 worden uitgevoerd en beoordeeld worden. Dit wordt geborgd door de bouwverordening. 4.5.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van het plan op voorhand niet in de weg. 4.6

WATER

4.6.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente IJsselstein wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR).

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

30

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

4.6.2 Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2010 (NW); • Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet; Provinciaal • Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie; • Provinciale Ruimtelijke Verordening; Regionaal / HDSR • Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021’; • Legger oppervlaktewateren; • Keur en handboek watertoets; Gemeente • Waterplan IJsselstein. Op alle bestuursniveaus worden dezelfde basisprincipes gehanteerd over hoe om te gaan met water, te weten: • Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit); • Schoon houden - scheiden - zuiveren(waterkwaliteit); • Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen(veiligheid). Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geïnfiltreerd.

4.6.3 Water in relatie tot het plangebied Oppervlaktewater en waterkeringen In het plangebied, alsook in de directe omgeving daarvan, is geen oppervlaktewater aanwezig. Er zijn ook geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied aanwezig. Grondwaterbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook ligt het plangebied niet binnen de ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ uit de PRV. Bebouwing en verharding Binnen het plangebied is een bestaand gebouw in de vorm van een garage aanwezig met een grondoppervlakte van ca. 17 m2. Deze wordt gesloopt.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

31

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de nieuwbouw van één vrijstaande woning óf een twee-onder-een-kapwoning. Hoewel hiervoor (nog) geen bouwplan bekend is, is al wel duidelijk dat de verharding in het plangebied niet significant zal toenemen. Voor de beoogde woning(en) is immers één bouwvlak opgenomen van in totaal ca. 90 m2. Daarnaast is per woning nog 50 m² aan bijgebouwen mogelijk (indien uitgegaan wordt van een vrijstaande woning 60 m 2). In totaal is daarmee maximaal 190 m2 aan gebouwen toegestaan. Het totaal aantal vierkante meters aan gebouwen dat binnen het plangebied mogelijk wordt gemaakt is daarmee beperkt. Het realiseren van watercompensatie is op grond van de beleidskaders van het waterschap derhalve niet nodig. Afval- en regenwater In vergelijking met het huidige gebruik van het plangebied neemt de afvoer van vuilwater toe. Gezien het beoogde woningtype (vrijstaand óf twee-onder-een-kap) en aantal woningen (maximaal 2) is deze toename beperkt. Verwacht wordt dat deze toename kan worden opgevangen in het bestaande rioleringsstelsel ter plaatse (mede gelet op de ligging in bestaand stedelijk gebied). De woning(en) wordt/ worden derhalve aangesloten op de ter plaatse aanwezig riolering. Via dit rioleringssysteem wordt het afvalwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Hierbij wordt gestreefd om het hemelwater dat op de daken neerkomt gescheiden af te voeren en te laten infiltreren in de bodem. Daartoe dient het gebruik van uitloogbare materialen bij het bouwen te worden vermeden. Watertoets en vervolgtraject Via de digitale watertoets2 is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Hiervoor is een stappenplan doorlopen. Het waterschap HDSR is hierover geïnformeerd. Het doorlopen van het stappenplan heeft ertoe geleid dat het waterschap concludeert dat het voorliggende woningbouwplan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Er kan volstaan worden met een standaard wateradvies van het waterschap. In dit kader wordt ook verwezen naar bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing waarin de resultaten en samenvatting van de digitale watertoets zijn opgenomen. 4.6.4 Conclusie Vanuit het aspect water zijn geen belemmeringen te verwachten voor de beoogde ontwikkeling. 4.7

ECOLOGIE

4.7.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en 2

Resultaten digitale watertoets Prinses Irenelaan naast 2, dossier 20190625-14-20846, IJsselstein, 25 juni 2019

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

32

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) vastgelegd. Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten. Soortbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe.

Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 4.7.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde planontwikkeling op beschermde gebieden en soorten uit de Wnb, is door ecologisch adviesbureau EcoTierra onderzoek uitgevoerd in de vorm van een Quickscan Flora en fauna. De rapportage3 met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies worden hieronder weergegeven.

Gebiedsbescherming Het plangebied in de kern IJsselstein ligt niet in het NNN of nabij een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wnb. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij 3

EcoTierra – ecologisch adviesbureau, ‘Perceel naast Prinses Irenelaan 2 te IJsselstein Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming’, 12 augustus 2019

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

33

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen een straal van 3 kilometer. (Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het ‘gebied ‘Uiterwaarden Lek’ op ca 5,5 km ten zuiden van het plangebied.) De verwachting is dan ook dat er geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid en menselijke aanwezigheid) zal plaatsvinden op de soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van het project (mogelijk) enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is echter niet van toepassing, daar de bomen (aantal op rij of oppervlakte) niet voldoen aan de definitie die staat voor houtopstanden. Mogelijke stikstofdepositie In de genoemde Quickscan is expliciet aangegeven dat het thema verzuring (o.a. in relatie tot het aspect ‘stikstof’) niet onder de reikwijdte van het uitgevoerde onderzoek valt. In dit kader wordt het volgende opgemerkt en overwogen. Ruimtelijke projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied.

Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van (bouw)werkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de projectlocatie). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de woningen. Omdat de nieuwe woningen in het plangebied gasloos gerealiseerd (dienen te) worden, is echter alleen het aspect auto- en vrachtverkeer van toepassing. De emissie (uitstoot) van stikstof in verband met de uitvoering van het bouwplan voor maximaal 2 woningen is echter zo beperkt dat op een afstand van ca. 5,5 km tot de ‘Uiterwaarden Lek’ (het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied) geen stikstofdepositie is te verwachten. Dat is omdat de stikstofemissie van verkeer niet ver draagt maar vlak bij de weg neer slaat, de locatie in het stedelijk gebied is gesitueerd (waarvan de bebouwing en beplanting in de weg staat aan een grote verspreiding van de uitstoot), en het betreffende Natura 2000-gebied op zeer ruime afstand is gesitueerd. Ditzelfde geldt voor de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase als gevolg van de nieuwbouw.

Hierdoor is dan ook niet te verwachten dat sprake is van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jr) op het genoemde Natura 2000-gebied als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Een indicatieve berekening met de rekentool AERIUS calculator bevestigd deze conclusie. Zie figuur 14 waarin een schermafdruk van de calculator met de emissiebronnen en rekenresultaten is weergegeven. Daarbij zijn de volgende zaken ingevoerd:

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

34

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

• Licht verkeer 17 voertuigen per etmaal (conform CROW publicatie 381, max 8,2 per etmaal voor koopwoningen twee-onder-een-kap in sterk stedelijk gebied in de bebouwde kom)

Figuur 14 – schermafbeelding AERIUS-calculator (v 16-09-2019)

Soortenbescherming Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde broedlocaties aangetroffen of aanwezig. Algemeen voorkomende soorten broeden binnen het plangebied. De verstorende werkzaamheden (sloop-, rooi- en bouwwerkzaamheden) dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli/augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten (of verblijfplaatsen ervan) waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie Utrecht. Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen. Vleermuizen Het is niet te verwachten dat er door vleermuizen gebruik gemaakt wordt van de te amoveren schuur. Tevens zijn er geen verblijfplaatsen in bomen te verwachten. Er zal gefoerageerd worden binnen het plangebied. Foerageergebied is alleen

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

35

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn, er is voldoende foerageergebied in de directe omgeving aanwezig. Significante vliegroutes zullen niet worden aangetast. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nietvrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Conclusie en aanbevelingen quickscan Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten: • Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; • Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; • Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; • De zorgplicht is altijd van toepassing.

4.7.3 Conclusie Naar aanleiding van het uitgevoerde natuuronderzoek in de vorm van een quickscan, wordt geconcludeerd dat het aspect ecologie niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. 4.8

ARCHEOLOGIE

4.8.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (WAMZ) uit 2007, welke is geïmplementeerd in de Monumentenwet uit 1988. De wet regelt: • Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; • Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; • Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, is nog niet bekend. Naar verwachting zal dit niet eerder dan 2021 zijn.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

36

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

Gemeentelijk beleid In 2012 heeft de gemeente IJsselstein haar gemeentelijk beleid op het gebied van archeologie geactualiseerd, gebaseerd op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, d.d. maart 2011. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Binnen het gemeentelijke beleid worden drie verschillende ‘Archeologische waardes’ onderscheiden en vier ‘archeologische verwachtingszones’. Iedere archeologische verwachtingszone heeft een eigen handleiding over hoe om te gaan met nieuwe ontwikkelingen. 4.8.2 Archeologie in relatie tot het plangebied Het plangebied maakt op grond van de genoemde beleidskaart deel uit van een ‘lage archeologische verwachting’. Hierop is in het geldende bestemmingsplan ‘Noordoost’ de gebiedsaanduiding ‘Archeologisch waardevol gebied 3' opgenomen, ten behoeve van de bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings-) waarden. Op grond hiervan mogen in het plangebied echter wel werkzaamheden of werken worden uitgevoerd, voor zover deze een oppervlakte beslaan van ten hoogste 10 hectare. Gezien de omvang van het plangebied (circa 420 m2, ver beneden de drempelwaarde) is derhalve geen nader archeologisch onderzoek nodig.

Desalniettemin zal de bovengenoemde categorie voor de bescherming van de archeologische verwachtingswaarden wel in het voorliggende bestemmingsplan vertaald worden middels de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 3’. Daarmee wordt aangesloten bij de plansystematiek die binnen de gemeente IJsselstein gebruikelijk is. Deze dubbelbestemming heeft dus vooral een signaleringsfunctie met het oog op eventuele (grotere) toekomstige grondbewerkingen. Indien bij uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische waarden worden aangetroffen, dient conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten te worden gedaan. 4.8.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. 4.9

CULTUURHISTORIE

4.9.1 Algemeen Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.9.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere objecten of structuren aanwezig met een belangrijke cultuurhistorische waarde. Derhalve herbergt het

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

37

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden die bescherming vanuit het bestemmingsplan behoeven. 4.9.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor het plan. 4.10

DUURZAAMHEID

4.10.1 Wetgeving en beleid Duurzaamheid gaat over de balans tussen mens, milieu en financiën en kan op verschillende niveaus worden bezien. Op het niveau van gebiedsontwikkeling gaat het naast technische maatregelen bij gebouwen om het functioneren van het gehele gebied. De kracht zit in het zoeken naar goede combinaties voor een specifieke locatie waardoor een prettige leefomgeving kan worden ontwikkeld. Bepaalde randvoorwaarden en/of de ruimtelijke omgeving van een plan kunnen kansen voor duurzaamheid opleveren. Duurzaam bouwen gaat dus verder dan alleen energie. Het gaat ook over duurzaam materiaalgebruik, comfort, binnenmilieu, bouwen voor de toekomst en slim bouwen. Duurzaam bouwen wordt vaak afgekort als 'dubo' en beoogt naast vermindering van de uitstoot van CO2 ook zaken als: • bij te dragen aan het welzijn van gebruikers (kwaliteitsbevordering); • uitputting van grondstoffen te verminderen; • vervuiling van bodem, water en lucht tegen te gaan. Energieneutraal (BENG) Vanaf 1 januari 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD.

De vastgestelde niveau’s voor woningen gelden als volgt: • Een maximaal energiebehoefte van 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; • Een maximaal primair fossiel energiegebruik, eveneens in 25 kWh/m2/jr gebruiksoppervlak; • Een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 50%. Het voorgaande houdt concreet een EPC tussen 0 en 0,2 in. Tot 1 januari 2020 geldt echter nog de wettelijk verplichte EPC van 0,4. Aardgasvrij (Wet VET) In de Wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente, bij zwaarwegende redenen van algemeen belang, een ontheffing verlenen. De omgevingsvergunning voor nieuwe bouwwerken wordt afgekeurd als in de bouwaanvraag geen rekening is gehouden met aardgasvrij bouwen. Milieuprestatie Gebouwen (MPG) Voor nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m² is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning een Milieuprestatie Gebouwen (MPG) verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum schaduwprijs van 1,00 euro per m 2 BVO per jaar. Voor een MPG

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

38

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

berekening kan het instrument GPR Gebouw gebruikt worden. GPR Gebouw is opgebouwd uit vijf verschillende thema’s: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Scores variëren van 0 t/m 10. Het is gebruikelijk om uit te gaan van een gemiddelde GPR Gebouw score van 8. GPR Gebouw is een bruikbaar instrument om tot een duurzaam ontwerp te komen voor onder andere woningbouw. 4.10.2 Relatie met het plangebied Het plan, en daarmee de realisatie van de woningen, zal voldoen aan de duurzaamheidsambities zoals hiervoor genoemd. De woningen worden niet voorzien van een gasaansluiting en er zullen verschillende duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen, hetgeen uiteindelijk in de omgevingsvergunning zal worden onderbouwd. Bij de definitieve uitwerking van de plannen in het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen zullen dan ook alle verplichte documenten met betrekking tot het aspect duurzaamheid en energie worden toegevoegd. 4.11

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

4.11.1 Regelgeving De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 4.11.2 Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

39

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; • of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met voorliggende bestemmingsplan worden maximaal 2 nieuwe woningen binnen het stedelijk gebied van IJsselstein voorzien. Daar komt bij dat het plangebied slechts ca. circa 420 m2 groot is. Daarmee blijft deze ontwikkeling ruim onder de genoemde drempelwaarden. Bovendien geldt dat het voorliggende project gelet op de aard en omvang, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject hoeft te worden aangemerkt in de zin van het Besluit m.e.r.. In dit kader wordt ook verwezen naar de uitspraak van de ABRvS op 12 juni 2019 (zaaknummer 201807060/1/R1). In deze uitspraak is namelijk geoordeeld dat de wijziging van het gebruik van een perceel door de realisatie van onder andere twee eengezinswoningen niet aangemerkt wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject indien het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Dit geldt ook voor het plangebied aan de Prinses Irenelaan. Op grond van bovenstaande uitspraak en motivering wordt geconcludeerd dat in het kader van voorliggend plan geen m.e.r.-procedure nodig is.

4.11.3 Conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen m.e.r.-procedure nodig.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

40

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

INLEIDING

5.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan. Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond).

Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 5.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten. Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden.

Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

41

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

5.2

OPBOUW REGELS EN VERBEELDING

5.2.1 Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels; • Nadere eisen; • Afwijking van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijking van de gebruiksregels; • Omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden; • Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen bevat, dit verschilt per bestemming. Naast de SVBP2012 speelt ook de afstemming met het aangrenzende bestemmingsplan ‘Noordoost’ een belangrijke rol. Vooral de opbouw en formulering van de regels is hierbij van belang. 5.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond.

Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven. Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Digitale Kadastrale Kaart (DKK). 5.3

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 Begrippen / Artikel 2 Wijze van meten Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij het bestemmingsplan ‘Noordoost’. Artikel 3 Tuin De bestemming ‘Tuin’ is gebruikt voor de gronden die voor de voorgevel(s) van de beoogde nieuwe woning(en) zijn gesitueerd. Op deze gronden zijn tuinen toegestaan. Maar ook in- en uitritten, alsmede parkeervoorzieningen, zijn zonder meer mogelijk.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

42

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

De bestemming ‘Tuin’ waarborgt dat de gronden zoveel mogelijk vrij blijven van bebouwing. Gebouwen zijn namelijk niet toegestaan. Wel zijn er onder voorwaarden erkers toegestaan (bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen). Ook toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen. Artikel 4 Wonen Voor dit artikel is aangesloten bij de regels voor ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan ‘Noordoost’, waarbij een aantal bepalingen is toegesneden op het woningbouwplan die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. De bestemming ‘Wonen’ is gegeven aan het deel van het plangebied waar de nieuwe woningen zijn voorzien. Deze gronden kunnen worden gebruikt voor wonen en bijbehorende zaken zoals tuinen en erven. Op de verbeelding is aangeduid welk woningtype (in dit geval vrijstaand en twee-aaneen) is toegestaan. Gestapelde woningen (appartementen) zijn dus niet mogelijk. Hoofdgebouw Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven. Het hoofdgebouw van de woningen mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale goothoogte voor hoofdgebouwen is eveneens op de verbeelding aangeduid (i.c. 6,5 meter). De dakhelling mag daarbij maximaal 55 graden bedragen. Deze bepaling is terug te vinden in de regels en is daarmee afgestemd op de plansystematiek uit het bestemmingsplan ‘Noordoost’.

Bijbehorende bouwwerken In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het oprichten van erfbebouwing bij de woningen in de vorm van bijbehorende bouwwerken (aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen). Dit betreft regels voor onder andere de plaats, oppervlakte en hoogte van erfbebouwing. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ worden gebouwd. Buiten het bouwvlak is maximaal 60 m² aan bijbehorende bouwwerken toegestaan indien sprake is van een vrijstaande woning en maximaal 50 m² in geval van een twee-aaneen gebouwde woning (2/1 kap). Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Verder zijn regels opgenomen voor het realiseren van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen. Voor de voorgevellijn mogen erf- en terreinafscheidingen niet hoger zijn dan 1 meter en daarachter niet hoger dan 2 meter. Een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een woning en bijbehorende bouwwerken mogen onder voorwaarden worden gebruikt voor een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Deze regeling is ook afgestemd op het bestemmingsplan ‘Noordoost’.

Voorwaardelijke verplichting geluidwal Vanwege het verkeerslawaai van de Koningin Wilhelminalaan dient een geluidscherm op de zuidelijke erfgrens met lengte van 5 meter langs de perceelsgrens en een hoogte van 1,5 meter te worden gerealiseerd. Om het

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

43

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

betreffende geluidsscherm ook planologisch te borgen is de functieaanduiding ‘geluidscherm’ opgenomen waaraan een zogenaamde voorwaardelijke verplichting is gekoppeld. Hiermee is het gebruik van de gronden voor de woonfunctie uitsluitend toegestaan als ter plaatse van de aanduiding ‘geluidscherm’ over de volle lengte van de aanduiding een scherm met een bouwhoogte van minimaal 1,5 meter wordt gerealiseerd en in stand wordt gelaten. Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 Voor het gehele plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ opgenomen. De gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. De regeling is inhoudelijk afgestemd op de archeologische bestemmingsplanregels van de gemeente IJsselstein. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het verbod om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan is opgenomen in artikel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo. In deze bepaling is dan ook enkel aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig met dit bestemmingsplan moet worden aangemerkt.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels De regels bevatten een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken, zoals: • geringe afwijkingen van de ligging van bouw- en aanduidingsgrenzen, voor zover die nodig zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; • afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels De regels bevatten een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Het betreft wijzigingsbevoegdheden voor het in geringe mate wijzigen van de ligging van grenzen van bestemmingsvlakken. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn regels voor parkeren opgenomen. Deze zijn overgenomen uit het op 8 november 2018 vastgestelde paraplubestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeernormen IJsselstein’. Door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014 is de bouwverordening voor het bestemmingsplan niet meer van toepassing. Regelingen met betrekking tot parkeren dienen daarom in het bestemmingsplan te worden opgenomen.

In het Besluit ruimtelijke ordening is mede in verband met het intrekken van de toetsing aan de bouwverordening de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was. Omdat de gemeente IJsselstein over een eigen parkeernota beschikt, de ‘Parkeerbeleidsplan IJsselstein’, wordt in de regels hiernaar verwezen.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

44

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

Artikel 11 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), en toegespitst op de Wabo. De grootste verandering ten opzichte van de tot voorheen gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Bij het tenietgaan van bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 12 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan aangehaald kunnen worden.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

45

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

6

UITVOERBAARHEID

6.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan moet een exploitatieplan (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als: • Er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro; • Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-; • Er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro; • De verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal twee grondgebonden woningen mogelijk op een perceel aan de Prinses Irenelaan (naast nummer 2, hoek Koningin Wilhelminalaan) in de kern IJsselstein.

Het betreft een particulier initiatief waaraan in beginsel geen kosten voor de gemeente IJsselstein zijn verbonden, afgezien van kosten van het ambtelijk apparaat voor de begeleiding en toetsing van aanvragen. Deze worden door middel van leges gedekt. Ook eventuele planschadekosten ex artikel 6.1 Wro komen voor rekening van initiatiefnemer, alsmede de kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente IJsselstein wordt in dit kader een anterieure overeenkomst afgesloten waarin het kostenverhaal is vastgelegd. Concluderend kan gesteld worden dat in beginsel geen kosten voor de gemeente verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan. Dit betekent dat wordt afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro, omdat dekking van het kostenverhaal anderszins verzekerd is. 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Het bestemmingsplan zal op de in de gemeente IJsselstein gebruikelijke wijze in procedure worden gebracht. 6.2.1 Voorbereidingsfase Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn.

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

46

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

Participatie Initiatiefnemers hebben, voorafgaand aan het formele planproces, omwonenden op de hoogte gesteld van voorliggend plan. Gezien de huidige situatie als gevolg van voorschriften omtrent COVID19, is dit middels een schriftelijke toelichting op het bouwplan gebeurt en is gevraagd om een schriftelijke bevestiging of opmerkingen. Voor zover, op moment van schrijven, bekend zijn er geen bezwaren vanuit de omwonenden geuit. Inspraak en vooroverleg De gemeente IJsselstein heeft het voorontwerp bestemmingsplan op 17 november 2020 gepubliceerd en heeft het voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de inspraakprocedure kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn reactie omtrent het ontwerp kenbaar maken. Tevens is het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg aangeboden aan de Provincie Utrecht, het Waterschap en de Veiligheidsregio Utrecht Tijdens de terinzagelegging is er 1 inspraakreactie ontvangen en 3 vooroverlegreacties. De reacties zijn allen binnen de daarvoor geldende termijn ingediend, en daarmee ontvankelijk verklaard. De reacties zijn samengevat en van een reactie voorzien in de Nota van Vooroverleg en Inspraak, die als bijlage4 bij deze toelichting is gevoegd.

De ingediende inspraakreactie en een vooroverlegreactie geven aanleiding tot een beperkt aantal ondergeschikte aanpassingen van het ontwerp bestemmingsplan ten opzichte van het voorontwerpplan. 6.2.2 Ontwerpfase De formele bestemmingsplanprocedure start met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging (6 weken) kan eenieder zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan indienen. Zodra eventuele zienswijzen bekend zijn, dan zal een beknopte inhoud van de zienswijzen alsmede de gevolgen van de zienswijzen voor het bestemmingsplan vermeld worden. 6.2.3 Vaststellingsfase In dit kader heeft het ontwerp bestemmingsplan met ingang van 18 maart 2021 tot en met 28 april 2021 (zes weken) ter inzage gelegen in het stadhuis van IJsselstein en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens de terinzagelegging zijn er geen zienswijzen ontvangen en derhalve is het bestemmingsplan ongewijzigd vastgesteld.

4

Nota van Inspraak en vooroverleg voorontwerp bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein, gemeente IJsselstein, maart 2021

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v. / TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

47

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v./ TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

BIJLAGE 1. RAPPORTAGE GELUIDSONDERZOEK

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v./ TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

BIJLAGE 2. WATERTOETSRESULTAAT

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v./ TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

BIJLAGE 3. RAPPORTAGE QUICKSCAN ECOLOGIE

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v./ TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

BIJLAGE 4. NOTA VAN INSPRAAK EN VOOROVERLEG

Gemeente IJsselstein Bestemmingsplan Prinses Irenelaan naast 2, IJsselstein mRO b.v./ TOE / 99.424 – v4 / mei 2021

NL.IMRO.0353.PrIrenelaannaast2-Va01 vastgesteld

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10339492/1