Samenvatting toets en afwegingskader duurzame energie IJsselstein
Tekst van het document
Samenvatting toets- en afwegingskader duurzame energie Het toets- en afwegingskader duurzame energie geeft nader invulling aan de wijze waarop zonnevelden en windturbines een plek kunnen krijgen in de gemeente IJsselstein. In deze bijlage wordt een samenvatting gegeven van het toets- en afwegingskader duurzame energie aan de hand van de volgende onderwerpen: - Context en doel; - Maatschappelijke uitgangspunten (participatie en lokaal eigendom); - Algemene ruimtelijke en landschappelijke uitgangspunten; - Gebiedsgerichte voorwaarden voor zonnevelden; - Gebiedsgerichte voorwaarde voor windturbines; - Zon op dak.
Context en doel Het gebruik van fossiele energiebronnen en de CO2-uitstoot die daarmee gepaard gaat, heeft tot gevolg dat het klimaat verandert. De gevolgen en effecten hiervan zijn steeds beter zichtbaar, ook in Nederland. Om die reden heeft de gemeente IJsselstein in 2016 vastgesteld dat zij in 2050 een energie en klimaat neutrale gemeente wil zijn. Gelijktijdig heeft Nederland in 2016 het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Deze afspraken zijn vervolgens doorvertaald naar een nationaal klimaatakkoord. Onderdeel van de afspraken uit het nationaal Klimaatakkoord is dat we meer duurzame elektriciteit moeten gaan opwekken. Hierover maken we afspraken in de Regionale Energiestrategie en ook IJsselstein zal hier een bijdrage aan leveren. In 2020 heeft de gemeente bij de behandeling van het Ontwerp RES uitgesproken als gemeente IJsselstein 0,05 TWh te willen bijdragen aan de regionale opgave. Deze 0,05 TWh is in lijn met de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. De opgave tot 2030 zal om technische redenen voornamelijk worden ingevuld met zonnevelden en windturbines. In het toets- en afwegingskader duurzame energie wordt vastgelegd waar en onder welke voorwaarden grootschalige duurzame energieprojecten (zon en wind) een plek kunnen krijgen in de gemeente IJsselstein. Dit geeft duidelijkheid aan inwoners, gemeenten en initiatiefnemers.
Op basis van het toets- en afwegingskader kunnen initiatiefnemers zich bij de gemeente melden. Wanneer het initiatief voldoet aan de kaders gesteld in het toets- en afwegingskader wordt de ruimtelijke procedure opgestart.
Samenhang in de Lopikerwaard Omdat de landschappelijke effecten van zonnevelden en windturbines verder reiken dan de gemeentegrenzen is vanaf het eerste moment samengewerkt met Lopikerwaard gemeenten (Woerden, Oudewater, Montfoort, Lopik en IJsselstein). Op die wijze is het landschap van de Lopikerwaard zo veel mogelijk als één beschouwd en is invulling gegeven aan de principes uit de Lopikerwaard agenda. Deze gezamenlijke aanpak leidt ertoe dat we in de Lopikerwaard kiezen voor een clustering van windmogelijkheden. De snelwegzones binnen de Lopikerwaard zijn reeds bestaande dynamische structuren. Hierbij gaat het om de A12 en een klein stukje A2. Vanuit het dynamische karakter is het landschappelijk passend om deze tevens te benutten voor windturbines. Vanuit die gedachte kiezen de Lopikerwaard gemeenten er dan ook voor om de A12 zone in Montfoort en Woerden open te stellen voor windenergie. Voor de A2 in IJsselstein is nader onderzoek nodig of deze zone, met in acht nemen van de WHO-norm, voor gebruik ruimte kan bieden voor windturbines. Daarnaast staan er in Lopik reeds 3 turbines bij het bedrijventerrein de Kopen. Deze kunnen worden vervangen door nieuwe turbines met een hogere opbrengst. Het vervangen hiervan heeft relatief veel draagvlak en de locatie sluit aan bij het bedrijventerrein dat net als snelwegen een dynamische zone vormt.
Voor zonnevelden hanteren we (grotendeels) dezelfde landschappelijke inpassingsvoorwaarden waarbij er rekening wordt gehouden met de agrarische, ecologische en landschappelijke waarde van het landschap. Op die wijze borgen we een vergelijkbare inpassing van de zonnevelden in de gehele Lopikerwaard. Het geheel van alle afwegingskader zou op deze manier invulling moeten geven aan de 0,26 TWh die we als Lopikerwaard willen bijdragen aan de regionale opgave.
Maatschappelijke uitgangspunten Bij de totstandkoming van nieuwe energieprojecten vindt de gemeente IJsselstein het van groot belang dat dit samen met de omgeving gebeurt en dat er maatschappelijke acceptatie ontstaat voor energieprojecten. De gemeente IJsselstein verwacht dat een initiatiefnemer een constante dialoog voert met de omgeving. Dit betekent dat een initiatiefnemer in zowel de verkenningsfase als ontwerpfase, inwoners actief informeert en uitnodigt om in gesprek te gaan over de locatie en financiële participatiemogelijkheden. Hierin moeten inwoners in elk geval inzicht krijgen in: - Wat de geografische, technische en ruimtelijke kaders zijn waarbinnen het project plaatsvindt. - Hoe de initiatiefnemer bepaalt welke invloed het project heeft op mens en milieu. - Hoe de omgeving over de plannen wordt geïnformeerd. - Hoe de omgeving wordt betrokken bij de keuze hoe de effecten op mens en milieu zoveel mogelijk zijn te reduceren. Via deze proces participatie kunnen inwoners op de eerste plaats meedenken over de invulling van een locatie. Daarnaast biedt het de initiatiefnemers ook de mogelijkheid om inwoners mee te nemen in de mogelijkheden van project participatie/financiële participatie. Dit kan bestaan uit medeeigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds, omwonendenregeling of een combinatie van deze.
Hierbij streeft de gemeente IJsselstein naar 50% lokaal eigendom waarmee zij aansluit bij het streven uit het Nationale klimaatakkoord. Voor windturbines vindt de gemeente IJsselstein het wenselijk dat er, ongeacht het initiatief, in elk geval een omgevingsfonds wordt ingericht. Windturbines hebben een relatief groot effect op de omgeving en op deze wijze kunnen alle inwoners meeprofiteren van de inkomsten die worden gegenereerd met de windturbines. Grondeigenaren die hun grond ter beschikking stellen voor de realisatie van een windturbine op eigen terrein, zouden naar inziens van de gemeente IJsselstein een zogeheten sociale grondvergoeding krijgen, tenzij de grondeigenaren zelf investeren in deze windturbines. Ook aan grondeigenaren die geen windturbine op hun terrein krijgen, maar wel grond bezitten in de omgeving van de windturbines, wordt een dergelijke vergoeding uitgekeerd. Bij het bepalen of zij recht hebben op deze vergoeding is leidend of het plaatsen van een windmolen effect heeft op de mogelijkheid zelf nog een andere windturbine te plaatsen op de grond. Juridisch zijn er beperkingen in wat gemeenten kunnen afdwingen wanneer het gaat om participatie en financiële participatie. Gemeente mag van een initiatiefnemer verwachten dat zij omwonenden betrekken bij het ontwikkelen van de locatie.
Hierbij is er echter sprake van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatverplichting. De inspanningsverplichting concretiseren we via de voorwaarden aan communicatie naar inwoners (zie paragraaf procesparticipatie). Een initiatiefnemer kan echter niet worden verplicht om tot overeenstemming te komen met de omwonenden of draagvlak te creëren. Voor lokaal eigendom speelt iets soortgelijks. 50% lokaal eigendom is een streven uit het klimaatakkoord en is tevens vastgelegd in het Ontwerp RES van de U16. Lokaal eigendom is juridisch echter niet af te dwingen. Dit neemt echter niet weg dat het merendeel van de ontwikkelaars van zonnevelden en windturbines de intentie hebben om dit lokaal eigendom wel in te vullen.
Algemene ruimtelijke en maatschappelijke uitgangspunten Zonnevelden en windturbines nemen fysieke ruimte in maar hebben ook een effect op het landschap. Het landschap van de Lopikerwaard is voornamelijk een open landschap, een aspect dat als zeer waardevol wordt gezien. Windturbines kunnen een effect hebben op de openheid of andere karakteristieken van het landschap. Of en in welke mate een zonneveld of windturbines iets toevoegt aan het landschap of hier juist afbreuk aan doet, is afhankelijk van de landschappelijke inpassing van een project. Landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit is dan ook een van de leidende principe bij het beoordelen van initiatieven voor zonnevelden en windturbines. Natuur en ecologische waarden zijn onderdeel van het landschap maar staan gelijktijdig nationaal gezien onder druk. De gemeente IJsselstein stelt dan ook dat zonnevelden en windturbines geen disproportionele negatieve effecten heeft op de natuur en ecologische waarde. Idealiter streeft zij ernaar dat zonnevelden en windturbines een netto positieve bijdrage leveren aan de natuur en ecologische waarde van een locatie Naast de landschappelijke en ecologische waarde streeft de gemeente er naar de gezondheid van inwoners te borgen. Windturbines creëren geluid en geluid kan een effect hebben op het welbevinden van mensen.
Er is discussie over de mate waarin windturbinegeluid leidt tot klachten, anders dan hinder. Om de gezondheid van inwoners te borgen kiest de gemeente IJsselstein er dan ook voor om voorlopig de WHO-norm voor turbines te handteren. De WHO-norm voor windturbines is 45 dB. Landschappelijke kwaliteit, behoud van natuur en ecologische waarde en het hanteren van de WHOnorm vormen samen de belangrijkste algemene ruimtelijke uitgangspunten. Voor de gebiedsgerichte voorwaarde is de gemeente IJsselstein opgedeeld in negen landschappelijke zones: - Gebied ten noorden van de Noord IJsseldijk (A1); - Gebied tussen de Noord IJsseldijk en Achtersloot (C4 en A1 samengevoegd); - Noordwestelijk agrarisch gebied (B3); - Ganzenrustgebied (D6); - Lintbebouwing (F7); - De Kern IJsselstein (F7); - IJsselstein zuid (A2); - Uiterwaarde lek (C5) - Snelwegzone A2 (G9);
Gebiedsgerichte voorwaarden voor zonnevelden; Op basis van de wettelijke beperkingen en provinciale toetsingskaders zijn er in IJsselstein relatief veel mogelijkheden voor zonnevelden en legt relatief weinig beperkingen op (zie afbeelding hieronder).
De omvang van de gemeente IJsselstein is echter beperkt en alle opgaven vragen hier om een plekje. Dit betekent ruimte voor wonen, werken, recreatie, natuur, landbouw. Energie dient hier ook een plekje te krijgen maar dit moet wel voorzichtig gebeuren. In het zuiden van IJsselstein ligt het ontwikkelingsperspectief IJsselstein zuid waarin een focus wordt aangebracht op groen stedelijk wonen door ruimte te maken voor een park en woningbouw. Hierin heeft ook energie een plekje gekregen. Zonnevelden in deze zone dienen dan ook aan te sluiten op het ontwikkelperspectief Kromme IJsselpark. Deze zonnevelden zouden voor 2030 al een plekje kunnen krijgen. Tegelijkertijd heeft de het gehele gebied ten oosten van de Achtersloot belangrijke functies op het gebied van natuur en recreatie. Een zonneveld in dit gebied zou dan ook moeten aansluiten bij de aanwezige natuur/ecologische en recreatieve waarden van dit gebied. Echter hebben we nog niet goed in beeld gekregen hoe dit precies vorm zou moeten krijgen. Voor dit gebied stellen we dan ook voor om een gebiedsgerichte verdieping te maken om zo tot een goede invulling van zonnevelden te komen in dit gebied. Als laatste hebben we het gebied ten westen van de Achtersloot dat belangrijk is ten aanzien van het agrarisch landgebruik.
In deze zone willen we het agrarische karakter leidend laten zijn en bieden we voorlopig geen mogelijkheden voor zonnevelden. Voor een volledig beeld van de mogelijkheden voor zon kunt u de tabel zon hieronder raadplegen.
Naam gebied
Code
Geschiktheid gebied
Ruimtelijke uitgangspunten
Openstelling gebied (tot 2030/na 2030)
Oude stroomrug
A1
Geschikt
Kromme IJsselpark
A2
Beperkt geschikt
• Voor 2030 • Middels gebiedsgerichte verdieping nadere invulling van dit gebied verkennen • Voor 2030
Polder Broek en Blokland
B3
Beperkt geschikt
Uiterwaard en Hollandse IJssel
C4
Beperkt geschikt
Uiterwaard en Lek
C5
On-geschikt
Ganzenrus tgebied
D6
On-geschikt
Bebouwing
E7
Beperkt geschikt
• Zonnevelden in dit gebieden dienen te passen binnen de natuur en recreatie-ontwikkeling die hier gepland zijn. • In dit gebied is de propositie IJsselstein zuid (kromme IJsselpark) leidend. Een mogelijk zonneveld dient aan te sluiten bij deze propositie. • Deze zone heeft een belangrijke agrarische functie in IJsselstein. Dit dient de hoofdfunctie te blijven in dit gebied. Een mogelijk zonneveld mag het behoud van deze functie niet in de weg staan. • De NNN gebieden in deze zone worden van grote ecologische waarde geachte en zijn daarmee niet geschikt voor zonnevelden en worden uitgesloten • Zonnevelden in dit gebied dienen te passen binnen de natuur en recreatie-waarde die hier reeds aanwezig is • Deze zone is onderdeel van NNN. Door overstromings-risico is deze zone niet geschikt voor zonnevelden • In lijn met de provinciale omgevingsvisie worden in het ganzenrustgebied geen zonnevelden toegelaten. • Binnen de bebouwde kom ligt de focus op zon op dak • Braakliggende terreinen en terreinen waar dubbel ruimte ruimtegebruik mogelijk zijn bieden kansen voor zonne-energie. Dit mits het zonneveld aansluit bij de omgevingskwaliteit en dit de (toekomstige) functie niet belemmerd.
Lintbebouwing
F8
Beperkt geschikt
Langs de snelweg
G9
Geschikt
• Na 2030 • Indien opgave tot 2030 met aandeel van zonne-energie niet gehaald wordt, dan mogelijk alsnog openstellen voor opgave 2030 • Voor 2030 • Middels gebiedsgerichte verdieping nadere invulling van dit gebied verkennen
• Uitgesloten
• Uitgesloten
• Voor 2030 focus zon op dak • Braakliggende terreinen voor 2030
• Voor 2030 ligt de focus in dit gebied op zonnepanelen op daken. • Voor 2030
Gebiedsgerichte voorwaarde voor windturbines; Op basis van de wettelijke beperkingen en het provinciale toetsingskader zijn er verschillende locaties die technisch geschikt zouden kunnen zijn voor grote windturbines. Dit is visueel inzichtelijk gemaakt in de afbeelding hieronder.
Bij de bovenstaande afbeelding is de wettelijke norm voor geluid vertaald naar een afstand. In aanvulling daarop hebben we het advies van de GGD en ODRU betrokken. Zij adviseren om niet de wettelijke norm te hanteren maar WHO-norm te hanteren. Op basis van de huidige inzichten en situatie kies de gemeente IJsselstein ervoor om voor nu aan te sluiten bij dit advies. Deze aanvullende norm betekent dat er meer gebieden worden uitgesloten en het resultaat hiervan is visueel inzichtelijk gemaakt in de afbeelding hieronder.
Deze afbeelding laat zien dat het aantal potentiele locaties voor windturbines wordt teruggebracht tot het noordwesten en een klein stukje langs de snelweg. Vanuit landschappelijk en maatschappelijk oogpunt wordt het op dit moment niet wenselijk geacht om hier windturbines te plaatsen. Dit maakt dat de zone langs de snelweg voorlopig de enige overgebleven locatie is die mogelijkheden biedt voor windturbines. De zone langs de snelweg is echter niet eenvoudig en op basis van de huidige inzichten is het de vraag of windturbines net wel of net niet mogelijk zijn. Deze zone heeft vanuit maatschappelijk oogpunt echter wel draagvlak en is ook vanuit landschappelijk oogpunt de meest geschikte locatie omdat het een dynamische zone betreft. Voorstel is dan ook om deze zone open te houden en nader te onderzoeken of het mogelijk is om hier binnen de gestelde kaders windturbines te realiseren. In de tabel hieronder vindt u het gehele overzicht voor de gebied specifieke voorwaarde voor windturbines. Naam gebied
Code
Geschiktheid gebied
Ruimtelijke uitgangspunten
Openstelling gebied (tot 2030/na 2030)
Oude stroomrug
A1
Ongeschikt
• Beperkingen op basis van WHOnorm sluit windturbines in dit gebied uit. • Deze zone is wel geschikt voor kleine windturbines
Kromme IJsselpark
A2
Ongeschikt
Polder Broek en Blokland
B3
Beperkt geschikt (maar voorlopig niet gewenst)
Uiterwaard en Hollandse IJssel
C4
Ongeschikt
• Het zuiden van IJsselstein wordt gezien als een potentiele woningbouwlocatie. Dit in combinatie met de beperkingen op basis van WHO-norm sluit windturbines in dit gebied uit. • Deze zone is wel geschikt voor kleine windturbines mits • Deze zone biedt technische beperkt mogelijkheden voor windturbines. Vanuit landschappelijke inpassing en draagvlak wordt de plaatsing van windturbines in dit gebied (voorlopig) als niet wenselijk gezien. • Deze zone is wel geschikt voor kleine windturbines • Beperkingen op basis van WHOnorm sluit windturbines in dit gebied uit.
• Grote windturbines op basis van huidige technieken en inzichten uitgesloten • Kleine windturbines (max 20 meter ashoogte) voor 2030 mogelijk. • Grote windturbines op basis van huidige technieken en inzichten uitgesloten • Kleine windturbines (max 20 meter ashoogte) voor 2030 mogelijk mits geen belemmering voor woningbouw. • Voor grote windturbines mogelijk open te stellen na 2030. • Kleine windturbines (max 20 meter ashoogte) voor 2030 mogelijk.
Uiterwaard en Lek
C5
Ongeschikt
Ganzenrustgebied
D6
Ongeschikt
• Beperkingen op basis van WHOnorm en het overstromingsrisico sluiten windturbines in dit gebied uit. • Deze zone biedt technische beperkt mogelijkheden voor windturbines. • In ganzenrustgebied worden geen windturbines toegelaten.
• Grote windturbines op basis van huidige technieken en inzichten uitgesloten • Kleine windturbines (max 20 meter as hoogte) voor 2030 mogelijk. • Grote windturbines op basis van huidige technieken en inzichten uitgesloten. • Uitgesloten
Bebouwing
E7
Ongeschikt
Lintbebouwing
F8
Ongeschikt
Langs de snelweg
G9
Beperkt geschikt
• Beperkingen op basis van WHOnorm sluit windturbines in dit gebied uit. • De bedrijventerreinen in deze zone kunnen wel geschikt zijn voor kleine windturbines en/of windwokkels • Beperkingen op basis van WHOnorm sluit windturbines in dit gebied uit. • Deze zone is wel geschikt voor kleine windturbines • Deze zone heeft landschappelijk en maatschappelijk het meeste draagvlak voor windturbines en is daarmee beperkt geschikt mits aan de WHO-normen kan worden voldaan. • Deze zone is gedeeltelijk NNN. Hierop zijn is de provinciale omgevingsvisie en verordening van toepassing. • Deze zone is ook geschikt voor kleine windturbines mits deze binnen het bouwkavel vallen en een vallen binnen de maximale ashoogte van 20 meter
• Grote windturbines Uitgesloten • Kleine windturbines en/of windwokkels wel mogelijk op bedrijventerrein • Grote windturbines Uitgesloten • Kleine windturbines (max 20 meter ashoogte) voor 2030 mogelijk. • Nader te onderzoeken voor opgave voor 2030 • Kleine windturbines (max 20 meter ashoogte) voor 2030 mogelijk. • Aansluitend op bouwkavel met een maximum van 2 per bouwkavel
Zon op dak Naast de zonnevelden en windturbines vormen zonnepanelen op daken een belangrijk onderdeel om de ambitie van 2030 te realiseren en dan in het bijzonder de grootschaligere zon op dak projecten. In regionaal verband voeren we een verdieping uit naar de potentie van zon op dak. Hierbij brengen we niet alleen de potentiele daken in beeld maar wordt ook gekeken naar de aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnet en andere drempels die bedrijven ervaren voor het realiseren van zon op dak. Op basis hiervan willen we samen met de Lopikerwaard gemeenten kijken hoe het potentieel van zon op dak kan worden verzilverd en hoe we bedrijven/organisaties kunnen ontzorgen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan een ‘aanjager’ zon op dak die namens een aantal gemeenten in gesprek gaat met bedrijven. Hij kan de mogelijkheden van zon op dak verkennen en bedrijven aan elkaar koppelen om de netaansluitingskosten te delen. In de tweede helft van 2021 verwachten wij u nader te infomeren over de aanpak van grootschalig zon op dak.