CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerbrief

Commissie Bestuur 15 april 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: 20:50 uur Op verzoek van de begeleidingscommissie rekenkamer: bespreken brief rekenkamer inz. Doorwerkingsonderzoek3.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamercommissie postadres Postbus 26, 3400 AA IJsselstein

bezoekadres Overtoom 1 3401 BK IJsselstein

Gemeenteraad gemeente IJsselstein Overtoom 1 3401 BK IJsselstein

t 14 030 f 030 6884350 e info@ijsselstein.nl

Betreft uw kenmerk uw brief van behandeld door

Rekenkamerbrief onderzoek doorwerking aanbevelingen Zaaknummer

B. IJsselmuiden

datum 16 maart 2021 blad 1 van 6 bijlagen 3

REKENKAMERBRIEF Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt een zogenaamde rekenkamerbrief, een binnen het rekenkameronderzoek gebruikelijke manier van rapporteren aan de gemeenteraad, maar een primeur voor de gemeente IJsselstein. Onze doelstelling met deze vorm van rapporteren is om u kernachtig, in enkele pagina’s, te informeren over bevindingen van kleinere (deel) onderzoeken die wij hebben uitgevoerd. Met deze eerste rekenkamerbrief rapporteren wij onze bevindingen over de vraag wat er is gebeurd met onze aanbevelingen in drie rekenkameronderzoeken die wij in 2019 hebben gepubliceerd: ‘Functioneren en presteren Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN)’, ‘Wijkgericht Werken in IJsselstein’ en ‘Subsidiebeleid IJsselstein’. De rekenkamer heeft daarvoor een selectie van 12 aanbevelingen uit genoemde rapporten geanalyseerd. Hoe deze selectie tot stand is gekomen, kunt u terugvinden in bijlage 2. In deze brief treft u aan: - De algemene bevindingen van de rekenkamer over de doorwerking van de aanbevelingen; - Bestuurlijke reactie van het college van B&W; - Een nawoord van de rekenkamer; - Drie bijlagen: 1) de specifieke bevindingen: doorwerking per aanbeveling 2) de onderzoeksopzet en selectie aanbevelingen 3) overzicht van bestuurders en ambtenaren die we voor dit onderzoek hebben geïnterviewd.

Algemene bevindingen

Na analyse van de aanbevelingen uit de drie onderzoeken komt de rekenkamer tot de volgende bevindingen: 1. De drie onderzoeksrapporten zijn besproken in een van de raadscommissies en toegelicht door de rekenkamercommissie. De onderzoeksrapporten gaven geen aanleiding tot nadere discussie in de raadsvergaderingen waarover over het overnemen van de conclusies en aanbevelingen werd besloten. 2. Alle aanbevelingen zijn door de gemeenteraad overgenomen en de raad heeft het college opdracht gegeven de aanbevelingen te implementeren. 3. De rekenkamer ziet bij de 12 geanalyseerde aanbevelingen het volgende: - 4 aanbevelingen zijn uitgevoerd/gerealiseerd. - 7 aanbevelingen deels zijn uitgevoerd/gerealiseerd. - 1 aanbeveling is niet uitgevoerd/gerealiseerd. De analyse en oordelen per aanbeveling treft u aan in bijlage 1. 4. Van de 7 deels uitgevoerde aanbevelingen bevinden er zich nog 4 in de (voorbereidende) fase van besluitvorming. 5. In de interviews worden de volgende verklaringen gegeven voor het nog niet volledig uitvoeren van alle aanbevelingen: - Nasleep van de ontvlechting UW Samenwerking: na de ontvlechting blijkt er achterstand op veel terreinen. - Beleidscapaciteit bij de gemeente is lange tijd te weinig geweest: de gemeente is met een inhaalslag bezig.

- Bij de doorwerking van de aanbevelingen uit het onderzoek naar functioneren en presteren van RMN, wordt gewezen op de bestuurlijke complexiteit van een Gemeenschappelijke Regeling. Het kost veel tijd om draagvlak te creëren en tot politieke besluitvorming te komen bij de zes deelnemende gemeenten. 6. Wat betreft de aanbeveling die niet is uitgevoerd (het inzichtelijk maken van de voor- en nadelen van meer beleidscapaciteit bij de RMN vs voor- en nadelen van meer beleidscapaciteit bij de gemeente) wordt gesteld dat dit niet is uitgevoerd omdat dit onderdeel is van de uitvoering (door de GR) en de raad er dus niet over gaat. Het college komt daarmee terug op haar toezegging in de bestuurlijke reactie op het RMN onderzoek waarin zij stelt: ‘Deze aanbeveling zullen wij opvolgen en voor de Raad inzichtelijk maken wat de voor- en nadelen zijn van meer beleidscapaciteit bij RMN dan wel bij de gemeente. Deze afweging nemen we ook mee in de evaluatie en vervolgaanpak wat betreft de beleidsrol bij de additionele taken en de personele gevolgen daarvan.’1 7. De drie onderzoeksrapporten spelen een substantiële rol in de verdere beleidsontwikkeling van de gemeente IJsselstein. In onder andere raadsinformatiebrieven, (externe) ambtelijk en bestuurlijke overleggen (m.n.

RMN), evaluatie (Subsidiebeleid), bijeenkomsten met professionals en inwoners en nieuwe beleidskaders (Wijkgericht Werken) vormen de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer een belangrijke kennisbasis. 8. De onderzochte rekenkamerrapporten zijn door betrokken ambtenaren en bestuurders positief ontvangen: de rapporten waren volgens hen behulpzaam bij het verder brengen van de onderwerpen waar onderzoek naar is gedaan. 1

Zie Bestuurlijke reactie d.d. 13-8-2019, zaaknummer 726921, blad 3.

9. De meeste aanbevelingen zijn voldoende specifiek en to-the-point om de doorwerking ervan ook nauwkeurig in kaart te kunnen brengen, zo heeft de Rekenkamer in dit doorwerkingsonderzoek ondervonden. 10. Bij het rekenkameronderzoek lijkt er sprake van zogenaamde ‘preventieve doorwerking’: dat wil zeggen dat de aandacht die met het onderzoek uitgaat naar een onderwerp mogelijk al direct leidt tot verbeteringen in het beleid of de beleidsuitvoering. Preventieve doorwerking van rekenkameronderzoek is echter altijd lastig onomstotelijk vast te stellen. 11. Buiten de mogelijkheid van incidenteel doorwerkingsonderzoek door de Rekenkamer beschikt de gemeenteraad niet over een systematische werkwijze om de voortgang van de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen van de rekenkamer inzichtelijk te maken. Bestuurlijke reactie

De rekenkamer heeft haar bevindingen aan organisatie en college voorgelegd voor wederhoor. Het ambtelijk wederhoor (‘feitencheck’) heeft de rekenkamer tot enkele wijzigingen gebracht op de oorspronkelijke versie. Het bestuurlijk wederhoor heeft de rekenkamer op 12 maart ontvangen en is hieronder integraal opgenomen. Geachte commissie, Hartelijk dank voor het toezenden van de concept-rekenkamerbrief inzake het onderzoek naar de doorwerking van de aanbevelingen in de rapporten ‘‘Functioneren en presteren Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN)’, ‘Wijkgericht Werken in IJsselstein’ en ‘Subsidiebeleid IJsselstein’. Conform uw verzoek zijn in bijgevoegde verwerkingstabel ambtelijk wederhoor opmerkingen meegegeven met betrekking tot geconstateerde feitelijke onjuistheden of onvolledigheden. Tevens heeft u ons verzocht om een bestuurlijke reactie die zal worden opgenomen als onderdeel van de bestuurlijke nota. Onderstaand treft u onze reactie op de concept-rekenkamerbrief aan. Allereerst willen wij reageren op de vorm van uw rapportage; voor IJsselstein voor het eerst in de vorm van een rekenkamerbrief. Wij vinden het prettig om hiermee kernachtig en overzichtelijk kennis te kunnen nemen van uw bevindingen en hopen dat deze vorm ook bij toekomstige onderzoeken gekozen zal worden als uw commissie dat passend acht.

In lijn van deze opzet geven wij in deze brief een korte en bondige reactie. Uw bevindingen naar de doorwerking van aanbevelingen geven ons een dwarsdoorsnede van de mate waarin en wijze waarop wij uitvoering hebben gegeven aan verbeterpunten. Enerzijds reeds preventief zoals is toegelicht in uw brief, anderzijds door ons opgepakt na kennisname van de concrete aanbevelingen. U constateert het volgende inzake de 12 geanalyseerde aanbevelingen: - 4 aanbevelingen zijn uitgevoerd/gerealiseerd. - 7 aanbevelingen deels zijn uitgevoerd/gerealiseerd. - 1 aanbeveling is niet uitgevoerd/gerealiseerd. Als oorzaken van de nog niet geheel uitgevoerde opvolging van de aanbevelingen worden in uw brief benoemd:

1.Nasleep van de ontvlechting UW Samenwerking: na de ontvlechting blijkt er achterstand op veel terreinen. 2.Beleidscapaciteit bij de gemeente is lange tijd te weinig geweest: de gemeente is met een inhaalslag bezig. 3.Bestuurlijke complexiteit van een Gemeenschappelijke Regeling. Het kost veel tijd om draagvlak te creëren en tot politieke besluitvorming te komen bij de zes deelnemende gemeenten (betreft RMN). Deze oorzaken zijn voor ons herkenbaar. Voor de twee eerstgenoemde oorzaken hebben wij in ons Collegeprogramma 2018-2022 expliciet aandacht gevraagd. Onze ambities hebben wij in dit programma aangepast aan de bijzondere omstandigheid van een eerste bestuursperiode na de ontvlechting van UW Samenwerking. Opbouw van een nieuwe slagvaardige organisatie inclusief specifiek voor IJsselstein benodigde beleidscapaciteit is in ons bestuursprogramma aangemerkt als prioriteit. Maar ook als omstandigheid waardoor IJsselstein mogelijk nog niet in het gewenste tempo kan acteren op alle beleidsterreinen. De genoemde inhaalslag vordert gestaag, maar is gedurende deze hele bestuursperiode nog gaande. De nog niet geheel gerealiseerde aanbevelingen zijn in uitvoering en zullen zo spoedig mogelijk zodanig gevorderd zijn dat toevoeging aan de categorie “ uitgevoerd/gerealiseerd” mogelijk is.

De derde oorzaak is ons en ook alle andere gemeenten bekend: een beleidswijziging in een GR vraagt veel afstemming ten behoeve van het organiseren van gezamenlijk draagvlak onder de diverse deelnemers. Een besluit nemen in de collegekamer of raadzaal kent een andere dynamiek dan in het AB en DB van een GR. Als regiegemeente taken op afstand plaatsen in onder andere een GR heeft tot gevolg dat besluitvorming niet meer enkelvoudig op lokaal niveau maar meervoudig binnen een netwerk van regionale partners plaatsvindt. De daarvoor benodigde bestuurlijke en ambtelijke samenwerking vereist zorgvuldigheid en ook tijd, wat terug te zien is in uw bevindingen inzake de aanbevelingen die nog niet/niet geheel zijn uitgevoerd. Met betrekking tot de nog niet uitgevoerde aanbeveling willen wij graag het volgende toelichten. Het betreft uw onderstaande bevinding: Wat betreft de aanbeveling die niet is uitgevoerd (het inzichtelijk maken van de voor- en nadelen van meer beleidscapaciteit bij de RMN vs voor- en nadelen van meer beleidscapaciteit bij de gemeente) wordt gesteld dat dit niet is uitgevoerd omdat dit onderdeel is van de uitvoering (door de GR) en de raad er dus niet over gaat.

Het college komt daarmee terug op haar toezegging in de bestuurlijke reactie op het RMN onderzoek waarin zij stelt: ‘Deze aanbeveling zullen wij opvolgen en voor de Raad inzichtelijk maken wat de voor- en nadelen zijn van meer beleidscapaciteit bij RMN dan wel bij de gemeente. Deze afweging nemen we ook mee in de evaluatie en vervolgaanpak wat betreft de beleidsrol bij de additionele taken en de personele gevolgen daarvan.’1 Deze bevinding willen wij graag nuanceren omdat wij deze afweging van voor- en nadelen van meer beleidscapaciteit bij de RMN wel degelijk van belang vinden. Het is echter geen bevoegdheid van de raad om hierover te beslissen. Of een GR extra beleidscapaciteit inschakelt is primair de verantwoordelijkheid van de GR, eventueel via het DB. De rol van de raad loopt voornamelijk via de begroting. Zo zijn wij in overleg met RMN over terughalen beleid groen, wat samenhangt met het vraagstuk rond de beleidsadviseur afval. Daarover is recent in het DB RMN is gesproken. In dat gremium ligt de bevoegdheid. Niet bij het AB en ook niet bij de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Het DB heeft dit geaccordeerd, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de raden van de deelnemende gemeenten. Via het voorleggen van de begroting van de RMN aan ook onze gemeenteraad komt de uitvoering van deze aanbeveling uiteindelijk terug.

Wij hopen u met onze bovenstaande reactie en het bijgevoegde formulier met opmerkingen voldoende informatie aan te reiken om een definitieve versie inclusief een nawoord op te stellen van de rekenkamerbrief. Wij kijken uit naar uw brief en aanbevelingen die wij graag zullen benutten om onze rol als regiegemeente verder te versterken. In dat kader hopen wij later dit jaar ook kennis te nemen van uw bevindingen in het vervolgonderzoek naar IJsselstein als regiegemeente.

Nawoord van de rekenkamer

De leden van de rekenkamer kijken terug op drie jaren waarin niet alleen gewerkt is aan het begeleiden en uitvoeren van uiteenlopende onderzoeken, maar ook aan belangrijke randvoorwaarden. Zo is er behoorlijk veel tijd geïnvesteerd in het organiseren van samenwerking met andere rekenkamercommissies, het ontwikkelen van een onderzoekprotocol, AVG-proof maken van de werkzaamheden, het ontwikkelen van een nieuwe verordening, het zorgvuldiger archiveren, en het schrijven van nieuwe teksten voor de website. Met dit doorwerkingsonderzoek is de rekenkamer dan ook verheugd te kunnen constateren dat er sprake is van behoorlijke doorwerking van de onderzoeksrapporten. Ondanks de terugblik die tot tevredenheid stemt, heeft de rekenkamer wel het voornemen om met de begeleidingscommissie te bespreken of er nog specifieke verbeteringen denkbaar zijn die de doorwerking van toekomstig onderzoek gunstig kunnen beïnvloeden. De rekenkamer denkt hierbij zelf aan: - Het breder, laagdrempelig bevragen van raadsleden en commissieleden naar onderzoeksonderwerpen die zij interessant vinden. - Nog meer de vinger aan de pols houden wat betreft het to-the-point formuleren van de conclusies en aanbevelingen: naar oordeel van de rekenkamer had dit in het RMN rapport beter gekund.

- De conclusies en aanbevelingen zoveel mogelijk te vergezellen van aanbevelingen die zijn gericht op het versterken van de doorwerking. Denk hierbij aan een aanbeveling tot het maken van een plan van aanpak, inclusief tijdspad, waarmee het college aan de raad duidelijk maakt hoe zij de aanbevelingen oppakt. - Het uitvoeren van kleinere doorwerkingsonderzoeken waardoor de raad regelmatiger en specifiek wordt geïnformeerd over de opvolging van de aanbevelingen.

Om vast te houden aan de ambitie van de rekenkamer en waar mogelijk ons onderzoek en de doorwerking ervan nog verder te verbeteren, staan we natuurlijk open voor suggesties en opmerkingen.

Namens de leden en secretaris van de rekenkamercommissie, Met vriendelijke groet,

Rob Paulussen Voorzitter Als bijlagen zijn opgenomen: 1. Tabel met specifieke bevindingen: doorwerking per aanbeveling 2. Onderzoeksopzet en selectie aanbevelingen 3. Overzicht van respondenten

Bijlage 1 Tabel met specifieke bevindingen: doorwerking per aanbeveling Raadsbesluit Wijze van doorwerking: ontvangen toelichting organisatie / college. Onderzoeksrapport: ‘Functioneren en presteren van RMN’ (september 2019) 1 Maak over en weer de verwachtingen Door aanpassing van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn de verwachtingen expliciet over en weer expliciet gemaakt. Daarnaast veel aandacht hiervoor in het overleg tussen beleidsadviseurs van de deelnemende gemeenten en de RMN. Hier ook afspraak gemaakt dat vragen vanuit de gemeenten aan RMN ‘smart’ worden gemaakt. Hiermee hebben we het nu een stuk beter op papier staan. Maar zijn we er nog niet: je moet met elkaar in gesprek blijven om hetzelfde beeld voor ogen te houden. 2 Keuze maken in wat RMN moet Ambtelijk is er een voorstel gedaan voor een gemeenteadviseur bij RMN die zijn/worden: alleen uitvoeringsorganisatie inhoudelijk de schakel vormt tussen de gemeenten en de RMN. Hier moet het of ook zwaardere rol in beleidsadvisering bestuur van RMN nog over besluiten. Als hiertoe wordt besloten, wordt dit naar gemeenten. opgenomen in de RMN begroting 2022 die wordt voorgelegd aan de gemeenteraden. 3 Pas de DVO aan en kies voor een meer Na het rapport is de DVO aangepast naar de huidige DVO. Hierin is ook een register zakelijke benadering (communicatie en opgenomen van alle contactpersonen met bijbehorende functies.

escalatieprotocol, register Momenteel werkt RMN aan een format voor een geheel nieuwe DVO die zal bestaan contactpersonen, opnemen meetbare uit een algemeen deel (voor alle gemeenten gelijk) en productbladen waarmee elke KPI’s in DVO) gemeente keuzes kan maken. De gemeente IJsselstein heeft, samen met de andere deelnemende gemeenten, aan RMN een voorstel gedaan over het gebruik van KPI’s. De geheel nieuwe DVO wordt in juni 2021 in het AB vastgesteld.

Oordeel RK

Toelichting

Uitgevoerd

DVO van januari 2020 toegezonden en door RKC geraadpleegd.

Deels uitgevoerd

Aanbeveling is opgepakt maar besluitvorming nog in voorbereiding.

Deels uitgevoerd

Aanbeveling is opgepakt, deels uitgevoerd: opnemen van meetbare KPI’s bevindt zich nog in voorbereidingsfase.

4

Vergroot de implementatiekracht van de gemeenten

Deels uitgevoerd

Aanbeveling is opgepakt maar besluitvorming nog in voorbereiding.

5

Ontwikkel een dashboard voor afval- en reinigingsprestaties

Deels uitgevoerd

Aanbesteding is gestart maar nog niet afgerond.

Er is geen extra beleidscapaciteit gerealiseerd bij de gemeente zelf, de taken zijn wel anders verdeeld (beleidstaken en accountmanagement nu bij dezelfde ambtenaar). Bij RMN komt er wel een extra functionaris die de vertaalslag moet maken van het gemeentelijk beleid naar de uitvoering door RMN. De raad moet hierover nog wel besluiten via de begroting. Er wordt op dit moment een systeem ontwikkeld voor RMN waarmee gestuurd kan worden op KPI’s. De software hiervoor moet in het najaar operationeel zijn. Deze software is heel specifiek, waardoor er vertraging is geweest in de aanbesteding.

6

Maak voor de gemeenteraad de voor- en nadelen inzichtelijk tussen meer beleidscapaciteit bij de gemeente versus meer beleidscapaciteit bij RMN

Deze aanbeveling is niet uitgevoerd. Het gaat hier om uitvoering, terwijl de raad over de begroting en de kaders gaat. Het betreft hier strikt genomen een besluit van de gemeenschappelijke regeling.

Onderzoeksrapport: Subsidiebeleid IJsselstein (2019) 7 Herijk de nota subsidiebeleid en de Voordat de nota subsidiebeleid herschreven wordt moet deze geëvalueerd worden. beleidsregels sport en kunst & cultuur. Deze evaluatie is ook in de bestuurlijke reactie toegezegd en zou oorspronkelijk in Overweeg om beleidsregels op te stellen 2020 gereed zijn. Afronding van deze evaluatie is nu voorzien in het tweede kwartaal voor subsidies in het sociaal domein. 2021. Met de herziening van de nota Kunst en Cultuur is gestart in oktober 2020, deze zal omstreeks maart 2021 aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De beleidsregels Sport en Kunst & Cultuur zijn nog niet herijkt en het college heeft nog niet overwogen beleidsregels op te stellen voor het sociaal domein. Voornoemde activiteiten worden opgepakt nadat de evaluatie gereed is. 8

Zorg bij de toekenning van een subsidie voor een zo goed mogelijke onderbouwing voor de relatie tussen de gesubsidieerde activiteit, de daaruit volgende prestatie en het beoogde maatschappelijke effect. Het SMARTformuleren van de doelen is een hulpmiddel om te komen tot deze onderbouwing.

Bij het opsturen van de subsidiebeschikkingen wordt nu meer gelet op de beschrijving van beleidsdoelen en de relatie met de subsidie. Dit is in de praktijk in sommige gevallen lastig: beleidsdoelen in de onderliggende beleidsdocumenten zijn nogal eens niet SMART beschreven en het blijft lastig om de relatie aan te geven tussen de subsidie en het beoogde effect. Er heeft een herinrichting plaats gevonden van het subsidieproces, het sjabloon dat wordt gebruikt voor het beschrijven van de beschikking wordt herzien en medewerkers hebben mondeling een nieuwe werkinstructie gekregen.

Niet uitgevoerd

Het college heeft in de bestuurlijke reactie van 138-2019 de raad toegezegd opvolging te geven aan deze aanbeveling. De raad heeft met het raadsvoorstel het college opdracht gegeven tot implementeren van deze aanbeveling.

Deels uitgevoerd

De RKC heeft de opzet van evaluatie ontvangen en geraadpleegd.

Deels uitgevoerd

De RKC heeft het sjabloon ontvangen en geraadpleegd.

9

Zorg voor voldoende inhoudelijke kennis van het sociaal domein bij de ambtelijke organisatie om goed invulling te kunnen blijven geven aan het opdrachtgeverschap richting Pulse.

Onderzoeksrapport Wijkgericht Werken (2019) 10 Gebruik recente praktijkervaringen voor kansrijke herstart. Bij de herstart zal er geen sprake zijn van een ‘schone lei’. Gebruik de recente ervaringen – zowel positief als negatief – dan ook om het vertrouwen te herstellen, door deze te bespreken en hier leerpunten uit te halen, om valkuilen in kaart te brengen en richting te geven aan een passende invulling bij de herstart.

11

Geef als raad richting aan het wijkgericht werken. Kies expliciet voor een variant van wijkgericht werken. Indien gewenst kan dit in een verregaande vorm van participatie met inwoners en andere stakeholders zijn. Expliciteer op een duidelijke wijze wat je wilt bereiken met wijkgericht werken door concreet te maken wat de bijdrage van het wijkgericht werken moet zijn aan de leefbaarheid in de wijken op schoon, heel, veilig, sociaal en sociale cohesie.

Er is een adviseur Sociaal Domein aangesteld.

Uitgevoerd

De RKC heeft de adviseur Sociaal Domein gesproken.

Sinds half 2019 is binnen het Integraal Wijkteam overgestapt op een andere manier van werken: aan de hand van thema’s waaraan alle inwoners van de wijk kunnen deelnemen en ook de bewonersgroepen. De rollen zijn nu veel duidelijker, een en ander verloopt nu naar tevredenheid, we zien dan ook dat het vertrouwen bij bijvoorbeeld het speeltuinenbeleid terugkomt. Er wordt wel nog vaak wordt teruggevallen op oude zaken, dat blijft lastig. Parallel daaraan is beleid ontwikkeld en besproken met partners. De gemeente heeft diverse sessies georganiseerd met bewonersgroepen, penningmeesters van de bewonersgroepen, Pulse, RMN, Provides, Politie, gemeentelijke domeinen en raadsleden. Centraal stond de vraag ‘Hoe verder te gaan met Wijkgericht Werken? Op 23 september 2020 is door de gemeente een afsluitende bijeenkomst georganiseerd. Daarna is een (nieuw) beleidskader “wijkgericht” werken aan de raad voorgesteld (d.d. 28-1-2021).

Uitgevoerd

De rekenkamer heeft het verslag van de bijeenkomst van 23 september ontvangen en geraadpleegd.

Met het beleidskader waarover de gemeenteraad op 28-01-21 heeft besloten wordt niet expliciet een keuze gemaakt in de varianten van wijkgericht werken zoals die in het rapport beschreven zijn. In plaats daarvan is de variant ‘wijkbewust werken’ beschreven.

Deels uitgevoerd

De rekenkamer heeft het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader ontvangen en geraadpleegd, inclusief het raadsvoorstel en aangenomen amendementen. De rekenkamer constateert dat de gemeenteraad weliswaar niet een keuze heeft gemaakt uit de in het rapport beschreven varianten, maar wel dat ze

een zekere richting geeft aan het wijkgericht / ‘wijkbewust’ werken. Opvallend daarin is de opdracht om “bij ieder raadsvoorstel onder ‘Communicatie en Participatie’ aan te geven op welke wijze er ‘invulling wordt gegeven aan bewonersparticipatie en wijkgericht/wijkbewust werken en indien daaraan geen invulling wordt gegeven, waarom niet”. 12

Wees als gemeente ook zicht- en aanspreekbaar. Beleg de wijkcoördinatie expliciet binnen de eigen ambtelijke organisatie. Dit hangt af van de keuzes die de raad maakt ten aanzien van de beleidsdoelstellingen, maar de wijkcoördinatie kan vorm krijgen door de functie van gemeentelijke wijkcoördinator terug te brengen. Benut daarbij de kracht van Pulse. Deze ligt op het vlak van het begeleiden en ondersteunen van initiatieven en bewoners.

Het voorzitterschap van het Integraal Wijkteam (IWT) ligt nu bij de gemeente in plaats van bij Pulse. Bij de gemeente zijn er nu twee duidelijke aanspreekpunten [medewerkers, RK]. Daarmee is de zicht- en aanspreekbaarheid duidelijk verbetert. Met het beleidskader is besloten om het voormalig ‘wijkbudget’ nu door de gemeente te laten beheren. Hiervoor wordt nu de term ‘Bewonersinitiatievenbudget’ gebruikt. Een binnen de gemeente aan te stellen ‘initiatievenmakelaar is verantwoordelijk is voor het beheer van dit budget.

Uitgevoerd

Beleidskader ‘Bewonersparticipatie en Wijkbewust Werken’ en bijhorende raadsvoorstel is door de rekenkamer ontvangen en geraadpleegd.

Bijlage 2 Onderzoeksopzet en selectie aanbevelingen Met het einde van de zittingstermijn van de huidige leden van de rekenkamercommissie (verder ‘de rekenkamer’) in zicht, vindt de rekenkamer dit een goed moment om te bezien wat er in de afgelopen jaren met de onderzoeken van de rekenkamer is gedaan. Het doorwerkingsonderzoek dat de rekenkamer heeft ondernomen, is niet een recht-toe-recht-aan onderzoek waarin uitsluitend wordt nagegaan of en hoe er opvolging gegeven is aan de aanbevelingen van de rekenkamer. In elk van de uitgevoerde onderzoeken van de rekenkamer naar het ‘Functioneren en presteren van RMN’, ‘Subsidiebeleid IJsselstein’ en het onderzoek naar ‘Wijkgericht Werken’ komt namelijk het vraagstuk van de regiegemeente terug. Daarom wil de rekenkamer het doorwerkingsonderzoek focussen op dit vraagstuk. Met dit onderzoek wil de rekenkamer dus inzicht krijgen in de doorwerking van de opgestelde aanbevelingen wat betreft het functioneren van de regiegemeente. Naast het bezien van de doorwerking, wil de rekenkamer ook een handelingsperspectief bieden door in kaart te brengen wat de regiegemeente vanuit een bestuurskundig perspectief is, en welke ontwikkelingen van invloed kunnen zijn op het vermogen van raad en college tot sturing binnen samenwerkingsverbanden.

Behalve inzicht in wat er de afgelopen jaren met de onderzoeken van de rekenkamer is gedaan, levert het onderzoek daarmee ook aanbevelingen op voor de toekomst. De rekenkamer doet op twee momenten verslag van haar bevindingen. De eerste treft u aan met deze rekenkamerbrief. Hierin gaat de rekenkamer uitsluitend in op de doorwerking van de aanbevelingen uit de drie rapporten. Met het tweede moment gaan we in op de gemeente IJsselstein als regiegemeente. De rekenkamer bezint zich momenteel nog op de precieze vorm waarin hierover verslag wordt gedaan. Voor dit doorwerkingsonderzoek is dus alleen gekeken naar de aanbevelingen die wat zeggen over de regiegemeente IJsselstein. De selectie hebben we gemaakt na een literatuurstudie naar de begrippen ‘regie’ en ‘regiegemeente’. We hebben daaruit een viertal kenmerken afgeleid op grond waarvan we 12 aanbevelingen uit de rapporten hebben geselecteerd. Anders gezegd, de aanbevelingen hebben allen iets te maken met de volgende kenmerken van regie: 1) Samenwerking met andere organisaties, en/of gemeenten om tot een gemeenschappelijke visie en beleidsafspraken te komen. 2) Markeren van het onderscheid tussen beleid en uitvoering. 3) Monitoring en kennisproductie. 4) Afleggen van verantwoording over het geheel. Voor de bestudeerde aanbevelingen verwijzen wij u naar de eerste bijlage die bij de rekenkamerbrief is bijgesloten.

Bijlage 3 overzicht van respondenten Mw. A. Adjoumani – Laverman, beleidsmedewerker statistiek en onderzoek. Dhr. P. Bekker, wethouder. Mw. T. van Bremen, strategisch beleidsadviseur. Dhr. P. van Elteren, gemeentesecretaris a.i. Mw. A. Faber, beleidsadviseur Sociaal Domein. Dhr. M. Foekema, wethouder. Dhr. K. Geldof, wethouder. Mw. J. Mulder, bestuursadviseur. Dhr. R. Vermeulen, projectleider implementatie omgevingswet. Mw. A. Voorberg, adviseur afvalbeleid, leefomgeving en openbare ruimte, accounthouder RMN. Dhr. R. van Wijngaarden, concerncontroller.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9954845/1