Regels WOP Lagebiezen 4-10 IJsselstein 26-03-2026
Tekst van het document
GEMEENTEBLAD
Officiële uitgave van de gemeente IJsselstein
Artikel I Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.
Artikel II
Concept
Door dit besluit vervallen de delen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende Pons met de identificatie xxxx
1
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Bijlage A Omgevingsplan gemeente IJsselstein
Omgevingsplan gemeente IJsselstein HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Concept
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
2.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
HOOFDSTUK 2 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 3 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 4 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 5 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 6 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 7 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 8 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 9 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 10 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 11 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 12 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 13 [Gereserveerd]
2
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
HOOFDSTUK 14 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 15 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 16 [Gereserveerd]
Concept
HOOFDSTUK 17
3
[Gereserveerd]
HOOFDSTUK 18 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 19 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 20 Titel 20.1 Lagebiezen 4-10 AFDELING 20.1.1 ALGEMENE BEPALINGEN § 20.1.1.1 VOORRANGSBEPALING Artikel 20.1 1
De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, voor zover het gaat om de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie 'Lagebiezen 4-10'.
2
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie ‘Lagebiezen 4-10’ voor zover die regels in strijd zijn met de regels in titel 20.1.
§ 20.1.1.2 BEGRIPSBEPALINGEN § 20.1.1.2.1 Begripsbepalingen Artikel 20.2 1
De begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing. In aanvulling hierop zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing: aan huis verbonden bedrijf een bedrijf, uitgezonderd prostitutie, dat in een (gedeelte van) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruiker van de woning, en dat niet krachtens het Besluit activiteiten leefomgeving omgevingsvergunningplichtig of meldingsplichtig is. aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. dienstverlening
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Concept
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. duurzame gemeenschappelijke huishouding een band tussen een vaste groep personen die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een economisch-consumptieve eenheid te vormen, waarbij er sprake dient te zijn van: a. een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; b. een bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners waarvan geen sprake is bij kamerverhuur. huishouden een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse.
peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan. voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 2
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
§ 20.1.1.3 MEET- EN REKENBEPALINGEN Artikel 20.3 Bij toepassing van deze titel wordt als volgt gemeten, waarbij artikel 22.24 niet van toepassing is voor zover dit in strijd is met deze titel: -afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. -bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. -bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. -breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. -goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
-inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. -oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. -vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
AFDELING 20.1.2 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING
4
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
§ 20.1.2.1 FUNCTIEGEBIEDEN Artikel 20.4 (lagebiezen 4-10) 1
Er is een functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
2
Dit omgevingsplan heeft in het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’ tot doel om de hieronder omschreven karakteristiek te bereiken en in stand te houden: a. groenstedelijk woonmilieu; b. voornamelijk woningen; c. woonfunctie heeft het primaat; d. voldoende parkeerruimte op eigen terrein en in de openbare ruimte.
Concept
§ 20.1.2.2 BELEIDSZONES Artikel 20.5 (archeologische beleidszone) 1
Er is een beleidszone 'Archeologische beleidszone'.
2
Dit omgevingsplan heeft in de beleidszone 'archeologische beleidszone’ tot doel om de archeologische waarden te beschermen en in te stand te houden.
AFDELING 20.1.3 GEBRUIKSACTIVITEITEN § 20.1.3.1 GENERIEKE BEPALINGEN Artikel 20.6 (activiteiten) Deze afdeling gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken.
Artikel 20.7 (oogmerken) De regels over gebruiksactiviteiten in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goede ruimtelijke ordening; b. een goed woon- en leefklimaat; c. een doelmatig en duurzaam gebruik van de ruimte; d. een hoge belevingskwaliteit van de leefomgeving; e. het voorkomen en beperken van hinder; f. het beschermen van de gezondheid; g. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 20.8 (toegestaan gebruik) 1
Gronden en bouwwerken mogen alleen worden gebruikt voor de doeleinden die zijn aangewezen in § 20.1.3.2 en alleen met inachtneming van de daarbij gegeven regels.
2
Voorzieningen die horen bij de aangewezen gebruiksdoelen, zoals groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, wegen en paden, zijn ook toegelaten.
§ 20.1.3.2 GEBIEDSSPECIFIEKE BEPALINGEN Artikel 20.9 (wonen) 1
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Woongebied - LB'.
2
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor wonen, al dan niet in combinatie met een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Artikel 20.10 (maatschappelijk)
5
1
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Maatschappelijk - LB’.
2
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor gezondheidszorg, zorg- en welzijnsvoorzieningen, maatschappelijke dienstverlening en sportvoorzieningen.
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Artikel 20.11 (parkeervoorzieningen) 1
Dit artikel is van toepassing op het functiegebied ‘Parkeervoorzieningen - LB’.
2
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor niet-ondergrondse parkeervoorzieningen.
AFDELING 20.1.4 BOUWACTIVITEITEN § 20.1.4.1 GENERIEKE BEPALINGEN § 20.1.4.1.1 Algemeen
Concept
Artikel 20.12 (activiteiten) Deze afdeling gaat over het bouwen van bouwwerken.
Artikel 20.13 (oogmerken) 1
De regels over bouwactiviteiten in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goede ruimtelijke ordening, b. een goed woon- en leefklimaat, c. een doelmatig en duurzaam gebruik van de ruimte, d. een hoge belevingskwaliteit van de leefomgeving, e. het voorkomen en beperken van hinder, f. het beschermen van de gezondheid, g. het waarborgen van de veiligheid.
2
In afwijking van het eerste lid zijn de regels over bouwactiviteiten in § 20.1.4.1.3 gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. de duurzaamheid; d. de bruikbaarheid; e. het voorkomen van hinder en overlast.
§ 20.1.4.1.2 Omgevingsvergunning Artikel 20.14 (vergunningplicht) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten.
Artikel 20.15 (aanvraagvereisten omgevingsvergunning) Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 22.35; en b. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
§ 20.1.4.1.3 Beoordelingsregels Subsubparagraaf 20.1.4.1.3.1 Algemeen Artikel 20.16 (type regels in deze paragraaf) In deze subsubparagraaf worden regels gesteld over het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 20.17 (beoordelingsregel) De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bouwen van het bouwwerk niet in strijd is met: a. de bepalingen over het verlenen van de omgevingsvergunning in de andere subsubparagrafen van deze paragraaf; b. de algemene regels over het bouwen van bouwwerken in § 20.1.4.1; c. de gebiedsspecifieke bepalingen over het gebruik van bouwwerken in § 20.1.3.2;
6
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
d.
de gebiedsspecifieke bepalingen over het bouwen van bouwwerken in § 20.1.4.2.
Subsubparagraaf 20.1.4.1.3.2 Omgevingskwaliteit
Concept
Artikel 20.18 (specifieke beoordelingsregel omgevingskwaliteit) 1
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk in overeenstemming is met de nagestreefde omgevingskwaliteit.
2
Bij de beoordeling wordt het uiterlijk zowel op zichzelf beschouwd als in relatie tot de bestaande of in de nabije toekomst te verwachten toestand in de redelijkerwijs in beschouwing te nemen omgeving.
3
Bij de beoordeling wordt de Nota van Uitgangspunten Lagebiezen IJsselstein, vastgesteld in de raadsvergadering van mei 2023, in acht genomen.
Subsubparagraaf 20.1.4.1.3.3 Archeologie Artikel 20.19 (specifieke beoordelingsregel archeologie) 1
Een bouwwerk wordt alleen toegelaten als: a. de archeologische waarde niet wordt geschaad; b. mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden als bedoeld in artikel 20.20.
2
Het eerste lid geldt niet voor: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; c. een bouwwerk dat voldoet aan de kenmerken zoals bepaald in § 20.1.5.2.2.
3
De archeologisch waarde als bedoeld in het eerste lid staat beschreven in het rapport bedoeld in artikel 20.48.
4
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met het rapport bedoeld in artikel 20.48.
Artikel 20.20 (vergunningvoorschrift) Aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 20.19, eerste lid, onder b worden in ieder geval voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van mogelijke schade aan de archeologische waarde. Deze voorschriften kunnen gericht zijn op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
§ 20.1.4.2 GEBIEDSSPECIFIEKE BEPALINGEN § 20.1.4.2.1 Hoofdgebouwen Artikel 20.21 (waar deze paragraaf geldt) Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.22 (toepassingsbereik) Deze paragraaf gaat over hoofdgebouwen.
Artikel 20.23 (plaatsing) Hoofdgebouwen mogen alleen worden gebouwd ter plaatse van de aangeduide Bouwvlakken - LB.
Artikel 20.24 (bouwhoogte) De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 11 m.
7
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Artikel 20.25 (woningbouwprogramma) Het aantal woningen dient in overeenstemming te zijn met de segmentering zoals opgenomen in de Woonvisie IJsselstein 2025 dan wel de rechtsopvolger(s) daarvan.
§ 20.1.4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Artikel 20.26 (waar deze paragraaf geldt) Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Concept
Artikel 20.27 (toepassingsbereik) Deze paragraaf gaat over bijbehorende bouwwerken bij woningen.
Artikel 20.28 (plaatsing) 1
De voorgevel van een bijbehorend bouwwerk dient ten minste 3 m achter de voorgevel van de woning gebouwd te worden.
2
Bijbehorende bouwwerken bij woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
Artikel 20.29 (oppervlakte) 1
Uitsluitend bij grondgebonden woningen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd.
2
De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 50 m² per grondgebonden woning, met dien verstande dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd.
Artikel 20.30 (goothoogte) De goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen bedraagt ten hoogste 3 m.
Artikel 20.31 (bouwhoogte) De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen bedraagt ten hoogste 5 m.
§ 20.1.4.2.3 Overige bouwwerken Artikel 20.32 (waar deze paragraaf geldt) Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.33 (toepassingsbereik) Deze paragraaf gaat over bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen overkappingen zijnde.
Artikel 20.34 (bouwhoogte) De bouwhoogte bedraagt niet meer dan is aangegeven in onderstaande tabel. Type bouwwerken Type bouwwerken
8
erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg
1
overige erf- en terreinafscheidingen
2
lichtmasten
16
vlaggenmasten
8
masten voor antennes ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes
15
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Type bouwwerken masten voor antennes ten behoeve van telecommunicatie, zijnde schotelantennes
6
speelvoorzieningen
6
overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
3
§ 20.1.4.2.4 Geluid door infrastructuur en industrie
Concept
Artikel 20.35 (waar deze paragraaf geldt) Deze paragraaf is van toepassing op het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.36 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten van een nieuwe woning.
Artikel 20.37 (specifieke beoordelingsregel geluid) Een nieuwe woning wordt alleen toegelaten als een woning over ten minste één geluidluwe gevel en buitenruimte beschikt waar het geluid door gemeentewegen niet meer is dan 53 Lden.
Artikel 20.38 (gezamenlijke geluid) Het gezamenlijke geluid als bedoeld in artikel 5.78ad van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de waarde als opgenomen in bijlage III van het ‘Akoestisch onderzoek wegverkeer Lagebiezen 4 - 6 te IJsselstein’ d.d. 3 juli 2025.
§ 20.1.4.2.5 Archeologie Artikel 20.39 (toepassingsbereik) Deze paragraaf gaat over de verplichting onderzoek te doen naar de archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 20.48 en de beoordeling van de bouwactiviteit met het oog op het behoud van die archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 20.49.
Artikel 20.40 (archeologische beleidszone 3) 1
Dit artikel is van toepassing op de 'archeologische beleidszone 3'.
2
Vrijgesteld van archeologisch onderzoek zijn bouwwerken die: a. een oppervlakte hebben van 100 m² of minder; of b. de bodem verstoren tot een diepte van 30 cm of minder.
AFDELING 20.1.5 AANLEGACTIVITEITEN § 20.1.5.1 GENERIEKE BEPALINGEN Artikel 20.41 (aanwijzing activiteiten) 1
Deze afdeling gaat over het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
2
Deze afdeling gaat niet over werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het bouwen van een bouwwerk.
Artikel 20.42 (oogmerken) De regels over aanlegactiviteiten in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. een goede ruimtelijke ordening; b. een goed woon- en leefklimaat; c. een doelmatig en duurzaam gebruik van de ruimte; d. een hoge belevingskwaliteit van de leefomgeving;
9
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
e. f. g. h.
het beschermen van cultureel erfgoed; het voorkomen en beperken van hinder; het beschermen van de gezondheid; het waarborgen van de veiligheid.
Concept
Artikel 20.43 (aanvraagvereisten omgevingsvergunning) Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over: 1. de te gebruiken materialen; 2. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; 3. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit; en 4. een gemaatvoerde tekening van werkzaamheden, zoals de diepte (van de fundering) en, indien van toepassing, een palenplan; en b. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
§ 20.1.5.2 WERKEN EN WERKZAAMHEDEN IN ARCHEOLOGISCHE BELEIDSZONES § 20.1.5.2.1 Algemene bepalingen Artikel 20.44 (waar deze paragraaf geldt) Deze paragraaf is van toepassing in de beleidszones archeologie.
Artikel 20.45 (specifiek oogmerk) De regels over aanlegactiviteiten in deze paragraaf zijn specifiek gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
Artikel 20.46 (aanwijzing activiteiten) Deze paragraaf gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en saneren; b. het ophogen van gronden met een hoogte van ten minste 1 m; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het planten of rooien van bomen waarbij de stobben worden verwijderd; e. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen of uittrekken van heipalen; f. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
Artikel 20.47 (vergunningplicht) 1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 20.46 te verrichten.
2
Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel reeds in uitvoering zijn; b. werken en werkzaamheden die ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; c. werken en werkzaamheden die voldoen aan de kenmerken zoals bepaald in § 20.1.5.2.2.
Artikel 20.48 (specificatie aanvraagvereisten archeologie) Tot de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 20.43 behoort in elk geval een rapport waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Artikel 20.49 (beoordelingsregels) 1
10
De werken en werkzaamheden worden alleen toegelaten als: a. de archeologische waarde niet wordt geschaad; b. mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden als bedoeld in artikel 20.50.
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
2
De archeologisch waarde als bedoeld in het eerste lid staat beschreven in het rapport bedoeld in artikel 20.48.
3
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met het rapport bedoeld in artikel 20.48.
Artikel 20.50 (vergunningvoorschrift)
Concept
Aan een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 20.49, eerste lid, onder b worden in ieder geval voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van mogelijke schade aan de archeologische waarde. Deze voorschriften kunnen gericht zijn op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
§ 20.1.5.2.2 Bepalingen per archeologische beleidszone Artikel 20.51 (archeologische beleidszone 3) 1
Dit artikel is van toepassing in 'archeologische beleidszone 3'.
2
Vrijgesteld van archeologisch onderzoek zijn werken en werkzaamheden die: a. een oppervlakte hebben van 100 m² of minder; of b. de bodem verstoren tot een diepte van 30 cm of minder.
§ 20.1.5.3 AANLEG OF WIJZIGING VAN DE OPENBARE BUITENRUIMTE LAGEBIEZEN 4-10 Artikel 20.52 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op de openbare buitenruimte in het functiegebied ‘Lagebiezen 4-10’.
Artikel 20.53 (specifiek oogmerk) De regels over aanlegactiviteiten in deze paragraaf zijn specifiek gesteld met het oog op het bevorderen van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en het beschermen van de gezondheid.
Artikel 20.54 (aanwijzing activiteiten) Deze paragraaf gaat over de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. het aanleggen of wijzigen van wegen en paden; b. het aanleggen of wijzigen van parkeervoorzieningen; c. het aanleggen of wijzigen van watergangen; d. het aanleggen of wijzigen van groenvoorzieningen.
Artikel 20.55 (vergunningplicht) 1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten bedoeld in artikel 20.54 te verrichten.
2
Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: a. werken en werkzaamheden die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel reeds in uitvoering zijn; b. werken en werkzaamheden die normaal onderhoud betreffen.
Artikel 20.56 (beoordelingsregels) De werken en werkzaamheden worden alleen toegelaten als die in overeenstemming zijn met de Integrale Visie Openbare Ruimte, het Handboek Inrichting Openbare Ruimte en de Nota van Uitgangspunten ‘Lagebiezen - IJsselstein’.
AFDELING 20.1.6 NORMEN MET BETREKKING TOT FYSIEKE LEEFOMGEVING § 20.1.6.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 20.57 (toepassingsbereik) Deze afdeling is van toepassing op het bebouwen en gebruiken van gronden.
11
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
§ 20.1.6.2 PARKEREN Artikel 20.58 (specifieke zorgplicht parkeren) 1
Degene die een bouwactiviteit of gebruiksactiviteit verricht, voorziet in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen ten behoeve van de te verrichten activiteit.
2
De plicht als bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat locaties slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
Concept
Artikel 20.59 (maatwerk- en vergunningvoorschriften) 1
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden over artikel 20.58.
2
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de eis in artikel 20.58, tweede lid, mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving.
3
Bij het stellen van maatwerkvoorschriften of het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning neemt het bevoegd gezag het ‘Nota Parkeernormen 2026 Gemeente IJsselstein’ of diens rechtsopvolger in acht.
4
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze titel kan worden verbonden.
AFDELING 20.1.7 OVERGANGSRECHT § 20.1.7.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 20.60 (nieuwe vergunningplicht) Als een activiteit zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en als gevolg van een wijziging van dit omgevingsplan voor die activiteit een verbod als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die wijziging van het omgevingsplan een omgevingsvergunning van rechtswege, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht voor de inwerkingtreding van die wijziging van het omgevingsplan.
§ 20.1.7.2 GEBRUIKSACTIVITEITEN Artikel 20.61 (overgangsrecht gebruik) 1
Het gebruik van grond en bouwwerken dat als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan is strijd is met het plan en bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van die wijziging, mag worden voortgezet.
2
Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
3
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip als bedoeld in het eerste lid voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
4
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.
§ 20.1.7.3 BOUWWERKEN Artikel 20.62 (overgangsrecht bouwwerken) 1
12
Een bouwwerk dat als gevolg van een wijziging van het omgevingsplan afwijkt van het plan en op het tijdstip van inwerkingtreding van die wijziging aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)
Concept
kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan als gevolg van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 2
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
3
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip bedoeld in het eerste lid, maar die zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het omgevingsplan zoals dat luidde voorafgaand aan het tijdstip als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan.
HOOFDSTUK 21 [Gereserveerd]
HOOFDSTUK 22 ACTIVITEITEN AFDELING 22.1 ALGEMEEN Artikel 22.1 Voorrangsbepaling 1.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
2.
De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.
Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1.
Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.
2.
Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.
13
Concept
(van 26-3-2026 13:12) (Online)