CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Zienswijze vorming één omgevingsdienst ODRU en RUD

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze vorming één omgevingsdienst ODRU en RUD4.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel gemeente IJsselstein _______________________________________________________________________ Agendapunt: Zienswijze vorming één omgevingsdienst ODRU en RUD Zaaknummer: 220764 Programma: Wonen en ruimte Commissie: Ruimte Portefeuillehouder: P.J. Bekker Onderdeel van: Informatie bij: C. van Baarsen / D. de Goederen _______________________________________________________________________________

Onderwerp Zienswijze vorming één omgevingsdienst ODRU en RUD Samenvatting Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht om te starten met het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. In dit voorstel licht het college de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de ‘Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht’ toe. Samen geven deze producten de kaders van de nieuwe omgevingsdienst: de richting waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogde deelnemers willen gaan met de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Alle partijen zijn actief betrokkenen geweest bij de totstandkoming van voorliggende eindproducten. In de eindproducten is aandacht voor de kansen en risico’s van het traject. Alle colleges in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht. Zij dienen daarbij een zienswijze en instemming te vragen aan hun gemeenteraad/provinciale staten. De start van de taakuitvoering door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht is voorzien per 1 januari 2026; op dat moment moet het proces van vaststelling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn doorlopen. In de zienswijze vragen wij aandacht voor o.a.

de planning voor het vaststellen OntwerpGemeenschappelijke Regeling en onzekerheid van de kosten vanaf 2026 van de nieuwe Omgevingsdienst. ______________________________________________________________________ Voorstel De bijgevoegde zienswijzebrief over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling voor de oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht vast te stellen, waarin de raad de volgende punten meegeeft aan de Stuurgroep ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’: a. We ondersteunen van het samengaan van beide omgevingsdiensten. b. We zien de rudimentaire begroting in principe als financiële basis bij het bepalen van de gemeentelijke bijdragen. c. We constateren dat er nog geen duidelijkheid is over de financieringssystematiek van de nieuwe omgevingsdienst Utrecht (ODU). De bijdragenverordening en ontwerpbegroting 2026 ODU zal pas na zomerreces 2025 voor zienswijze worden aangeboden aan de raad. De raad wordt in voorjaar 2025 gevraagd om toestemming voor de vorming GR te geven. We vragen eerder een reële raming van de bijdrage 2026 te ontvangen. We willen hier voor 1 juni inzicht in hebben, zodat we hier rekening mee kunnen houden in onze gemeentelijke begroting 2026. Ook de raad kan Pagina 1 van 11

dit inzicht meenemen als om toestemming wordt gevraagd voor instemming van Gemeenschappelijke Regeling. d. We beseffen dat de voorgenomen fusie niet is ontstaan vanuit een bezuinigingsopgave. We verzoeken de nieuwe omgevingsdienst zoveel mogelijk besparingsopties in beeld te brengen, zodat we als gemeente een deel van de gevolgen van het ravijnjaar en verder kunnen opvangen. Deze werkwijze is in het algemeen bestuur van 4 juli 2024 afgesproken. e. We verwachten ook dat éénmalige kosten vorming ODU, die niet gedekt zijn vanuit provincie en ministerie van I&W, gefinancierd worden vanuit beschikbare vermogens van beide huidige omgevingsdiensten. Indien vermogens niet worden ingezet, zal deelnemersbijdrage omhoog gaan. Vanuit IJsselstein zal dan de dekking vanuit het algemene reserve moeten komen. Dit is voor ons onwenselijk.

Aanleiding voor dit voorstel In afgelopen periode hebben de omgevingsdiensten in onze provincie, RUD Utrecht en Omgevingsdienst regio Utrecht, het initiatief genomen om de oprichting van één omgevingsdienst in de provincie Utrecht voor te leggen. Op 7 december 2023 hebben de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht besloten om te starten met het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen, is beschreven in de ‘Routekaart naar één Omgevingsdienst in Utrecht’ (december 2023). De route bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. In dit voorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de Routekaart, zoals die zijn vastgesteld in de gezamenlijke algemeen bestuursvergadering van 17 oktober 2024, toegelicht. Alle colleges wordt gevraagd om in te stemmen met de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. Zij dienen daarbij (in twee ronden) zienswijze en toestemming te vragen aan hun raad/staten. Eindproducten fase 1 In fase 1 ‘richten’ zijn vier eindproducten opgeleverd. Deze vier documenten vormen een samenhangend geheel. Gezamenlijk geven zij het kader van de nieuwe omgevingsdienst: de richting waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht.

In de aanbiedingsnotitie (bijlage 1) wordt een totaaloverzicht gegeven. In het addendum (bijlage 2) zijn de toezeggingen en afspraken gemaakt ter verduidelijking opgenomen. De nieuwe gemeenschappelijke regeling vormt de juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. In de bijlage vindt u de ontwerp-gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (bijlage 3a) en een artikelsgewijze toelichting (bijlage 3b). De bedoeling is om een nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht op zienswijze op de ontwerpgemeenschappelijke regeling, zoals nader toegelicht in de paragraaf ‘Vervolgproces’. Het richtingsplan (bijlage 4) heeft als doel de kaders te scheppen waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het richtingsplan komen terug in de gemeenschappelijke regeling, rudimentaire begroting en de routekaart voor fase 2 ‘inrichten’.

Pagina 2 van 11

Het doel van de rudimentaire begroting (bijlage 5) is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige bijdrage van de deelnemers. Basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de programmabegroting 2026 die in fase 2 zal worden opgesteld. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De begroting 2026 die in fase 2 wordt opgesteld komt voor zienswijze bij de deelnemers langs. De routekaart voor fase 2 ’inrichten’ (bijlage 6) schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst en beschrijft hoe deze gedekt worden. Tijdens fase 2 van het traject maken we keuzes over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden ingericht. Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het richtingsplan.

Wat willen we bereiken? Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. Het levert voordelen op voor zowel bedrijven, inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk aan een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. De wet vraagt bevoegd gezagen haar basistaken in te brengen bij een omgevingsdienst. De Omgevingsdienst Utrecht is de beoogd omgevingsdienst voor de 27 deelnemers van de RUD Utrecht en de ODRU. De omgevingsdienst is congruent met het werkgebied van de provincie, de GGD regio Utrecht en de Veiligheidsregio Utrecht. Daarmee is de omgevingsdienst slagvaardig en heeft de deelnemer zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken. Dit levert een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Deze ambities van de Omgevingsdienst Utrecht zorgen er ook voor dat de provincie en gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. Fase 1 ‘richten’ heeft geleid tot de formulering van de missie van de Omgevingsdienst Utrecht: Een gezonde, veilige en duurzame provincie Utrecht; nu en in de toekomst.

Dat is waar de Omgevingsdienst Utrecht voor staat. Het doel van dit voorstel is de instemming met de vorming van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. De ontwerp gemeenschappelijke regeling is het juridisch kader van de nieuwe omgevingsdienst en is onlosmakelijk verbonden met de andere eindproducten. Het richtingsplan geeft inkleuring aan de Omgevingsdienst Utrecht, de rudimentaire begroting beoordeelt de betaalbaarheid en de routekaart fase 2 beschrijft het tijdspad van de inrichting. Met de oprichting ontstaat één omgevingsdienst die voor alle gemeenten en de provincie VTH- en adviestaken robuust uitvoert en die door de centrale positie in het speelveld een proactieve en prikkelende rol pakt bij het aankaarten en oplossen van de maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen.

Pagina 3 van 11

Wat gaan we daarvoor doen? Om bovenstaande te bereiken wordt een nieuwe gemeenschappelijke regeling opgericht en de nieuwe organisatie ingericht. De beoogde startdatum van de Omgevingsdienst Utrecht is 1 januari 2026. De oprichting heeft als gevolg dat de bestaande gemeenschappelijke regelingen RUD Utrecht en ODRU na juridische en financiële afhandeling zullen worden opgeheven. _______________________________________________________________________________

Relevante eerdere besluiten/besluitgeschiedenis Niet van toepassing. Wettelijk kader of beleidskader Artikel 1, lid 3 en 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Art 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Alternatieven Alternatief is geen zienswijze indienen over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling voor de oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht..

Argumenten 1.1 Eén robuuste omgevingsdienst voor alle inwoners, bedrijven, gemeenten, provincie en regiopartners Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht levert duidelijkheid en een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied van de huidige twee omgevingsdiensten; de verdeling past niet bij de identiteit van het werkgebied. Daarnaast verschilt het takenpakket per omgevingsdienst en per deelnemer. De samenvoeging van de diensten heft deze versnippering op. Dit merken inwoners en bedrijven en levert gemeenten, provincie en regiopartners slagkracht op complexere vraagstukken samen aan te pakken. 1.2 Verhoging en waarborging van de kwaliteit van de taakuitvoering De oprichting van een omgevingsdienst voor Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls en biedt continuïteit in de uitvoering van de taken die bij de omgevingsdiensten zijn belegd. Het levert zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk waarmee een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht wordt bewerkstelligd. 1.3 Vergroting kennis en specialisme ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming De Omgevingsdienst Utrecht kan een voortrekkersrol innemen als koploper in het VTHstelsel en gangmaker voor het bestuur.

Hierbij draait het om kennis en initiatief ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming. De integraal verbindende omgevingsdienst die fungeert als spin in het web voor de betrokkenen bij de maatschappelijke opgaven in het fysieke domein, waarbij de praktische haalbaarheid en handhaafbaarheid van beleid een speerpunt is. Daarmee kan de omgevingsdienst ook kennisplatform zijn in de regio. Van die vergrote kennis op het vakgebied en van het speelveld kan het college gebruik maken bij de bestuurlijke besluitvorming. 1.4 Stijgende kosten betere beheersen De Omgevingsdienst Utrecht kan de stijgende kosten als gevolg van ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving en landelijk beleid, en groeiende complexiteit in het werkveld beter beheersen. De meerkosten zijn te beperken, omdat projecten niet in tweevoud hoeven worden uitgevoerd. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. Overheidsfinanciën worden op deze manier effectiever en efficiënter benut. Pagina 4 van 11

1.5 Meer ruimte voor specialistisch experts voor complexe vraagstukken Door de bundeling van complexe vraagstukken is er meer ruimte om experts op een specifiek gebied aan te stellen, wat nodig is om die complexe vraagstukken aan te kunnen. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en het doorontwikkelen van de risico-gerichte werkwijze. Daardoor wordt direct de robuustheid van de omgevingsdienst vergroot en de kwetsbaarheid in de dienstverlening verkleind. 1.6 Binden van goed personeel in krappe arbeidsmarkt In deze tijd is goed en vast personeel lastig te vinden. De oprichting van een robuuste omgevingsdienst draagt bij om dit probleem op te lossen. Robuust betekent een beperking van de kwetsbaarheid, en vergroting van betrouwbaarheid en continuïteit. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel primaire als overhead-taken maakt plaats voor een robuustere invulling met meer kwaliteit. Door de ruimte om mensen op kleine functies te kunnen aannemen, kan goed personeel gebonden worden aan de organisatie. Ook ontstaat meer ruimte voor doorgroei en interne opleiding van (specialistisch) personeel, wat de kans vergroot op het binden van goed personeel binnen een krappe arbeidsmarkt. Daarbij kan de nieuwe organisatie zich ontwikkelen tot een (nóg) interessantere en aantrekkelijkere werkgever.

1.7 Verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in de hele provincie Utrecht Alle bovenstaande argumenten overwegend leidt het samengaan in één omgevingsdienst tot verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in de hele provincie Utrecht. 2.1 Gezamenlijke rechtspersoon voor bereiken doelen Steeds meer opgaven voor gemeenten en provincie zijn complex en overstijgen de eigen organisatie. Voor het aanpakken van de (toekomstige) opgaven is goed personeel, geschikte data en een netwerk nodig. Eén omgevingsdienst op basis van één gezamenlijke rechtspersoon (GR) kan hierin beter voorzien dan twee afzonderlijke niet congruente omgevingsdiensten in de provincie. 2.2 Voldoen aan bepalingen Wet gemeenschappelijke regelingen De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht stappen de deelnemers gezamenlijk in de gemeenschappelijke regeling (GR). Het juridisch kader staat beschreven in de nieuwe GR die is opgesteld aan de hand van de richtlijnen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Om flexibiliteit te behouden worden alleen de wettelijke vereisten opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en overige bepalingen in “uitwerkingsregelingen”.

De juridische uitgangspunten zijn: - De Omgevingsdienst Utrecht bestaat uit gelijkwaardige deelnemers: - Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem; dit geldt ook voor het dagelijks bestuur - Er zijn geen gewogen stemmen; dit geldt ook voor het dagelijks bestuur - Het quorum in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is de helft plus 1 van het aantal zittende leden (algemeen bestuur bestaat uit minimaal 5 leden) - Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur beslissen bij meerderheid - In het algemeen bestuur geldt een gekwalificeerde meerderheid van drie vierde van de stemmen voor de vaststelling van de: • Bijdrageverordening • Kadernota Pagina 5 van 11

• •

Begroting(swijziging) Wijziging/opheffing/toetreding/uittreding van de GR

2.3 Oprichting Omgevingsdienst Utrecht op 1 januari 2026 Het is nodig om binnen een termijn van acht weken een zienswijze in te dienen. Het behalen van deze termijn is van belang voor de voortgang als beschreven in het vervolgproces en het halen van de beoogde startdatum van 1 januari 2026. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 hebben de huidige leden van het algemeen bestuur besluitvorming voor die datum gevraagd. Daarnaast zorgt uitstel van dit besluit ook voor mogelijk hogere fusiekosten. Bovendien is het voor medewerkers van de omgevingsdiensten prettig om niet langer in onzekerheid te zitten over de toekomst van de nieuwe dienst.

Kanttekeningen 3.1 Twee afzonderlijke diensten in Utrecht kunnen niet voldoen aan de robuustheidscriteria voor de omgevingsdiensten Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria. 3.2 Precieze kosten nog niet in beeld De raad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen met de strekking dat, hoewel de voorgestelde ontwerp Gemeenschappelijke Regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en de precieze kosten per deelnemer) nog onbekend zijn. Deze situatie maakt dat tijdens fase 2 nog een kritisch moment ontstaat. Als gevolg van een bepaalde financieringssystematiek kan een sterke kostenstijging ontstaan. Dit staat los van stijging van kosten als gevolg van indexering en/of toename van het aantal producten en diensten dat wordt afgenomen. Dit kan het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om deze toestemming te verlenen. Door het naderende ravijnjaar is een significante (autonome) kostenstijging voor gemeente IJsselstein niet wenselijk.

Het is verstandig om dit signaal in de zienswijze kenbaar te maken en aan te kondigen dat gemeente IJsselstein in fase 2 alert blijft ten aanzien van de betaalbaarheid van de nieuwe dienst. Voordat de raad toestemming kan verlenen voor het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling moet er bovendien inzicht zijn in de deelnemerskosten. 3.3 Duidelijkheid over de kosten per deelnemer voordat de raad om toestemming wordt gevraagd is nodig. In de planning van fase 2 staat dat de gemeenteraad na het gezamenlijk Algemeen Bestuur van 18 april 2025 om toestemming wordt gevraagd toe te treden tot de gemeenschappelijke regeling. Toestemming geven kan tot medio september 2025. De Ontwerpbegroting 2026 ODU wordt echter pas na het zomerreces 2025 voor zienswijzen aangeboden aan de raden. Dit betekent dat op het moment van aanbieding van de GR aan de raad formeel nog geen duidelijkheid bestaat over de financiële gevolgen van de fusie op het moment dat we toestemming moeten geven. Daarom wordt de raad geadviseerd om in de zienswijze te vragen eerder een reële raming van de bijdrage per 2026 en verder te geven (zie ook paragraaf kosten).

Pagina 6 van 11

3.4 De routekaart voor fase 2 kent een strakke planning. Net als de planning voor fase 1 is ook de planning voor fase 2 krap, gelet op de beoogde fusiedatum per 1 januari 2026. Omdat de Wet gemeenschappelijke regelingen vereist dat er besluitvorming over de GR in twee rondes plaatsvindt met het gegeven gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 zijn, is het van belang dat op tijd de begroting voor de nieuwe Omgevingsdienst bekend is. De planning hiervoor is zeer ambitieus en vraagt een intensieve begeleiding vanuit de deelnemers. Risico’s In het kader van het traject ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’ zijn de risico’s in kaart gebracht. De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen. _______________________________________________________________________ Uitvoering Kosten De kosten van de omgevingsdienst en de bijdrage voor IJsselstein zijn nog niet bekend. In deze fase is nog niet bekend wat de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst gaat worden. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de programmabegroting 2026 die in fase 2 wordt opgesteld. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De begroting 2026 die in fase 2 wordt opgesteld komt voor zienswijze bij de deelnemers langs.

In het addendum zijn ten aanzien hiervan aanvullende afspraken gemaakt: - De verdeelsleutel in fase 2 wordt zo ontworpen dat er uiteindelijk een eerlijke verdeling komt die in beginsel aansluit bij de huidige verdeling van de kosten. - De verdeelsleutel wordt geregeld in de Bijdrageverordening, die de eerste keer aan de deelnemers (raden/staten) wordt voorgelegd voor zienswijze. Als deze de jaren daarna zou moeten worden aangepast en er geen consensus over is in het algemeen bestuur van de nieuwe dienst, dan zal het wijzigingsvoorstel worden voorgelegd voor zienswijze. Deze afspraak wordt opgenomen in de Bijdrageverordening. De rudimentaire begroting geeft inzicht in de betaalbaarheid van de nieuwe dienst. De basis voor de rudimentaire begroting zijn de laatst vastgestelde begrotingen (ODRU 2024 en RUD 2024) verhoogd met een indexering van 2024 naar 2026. De rudimentaire begroting van de nieuwe dienst kan in principe als financiële basis worden gezien bij het bepalen van de gemeentelijke bijdrage. De rudimentaire begroting past binnen de gemeentelijke bijdrage 2025 aan de ODRU, rekening houdend met nog een indexering van 2025 naar 2026. IJsselstein zal hiervoor ook een indexering in de gemeentelijke begroting 2026 opnemen. Zoals hierboven constateren we dat er nog geen duidelijkheid is over de financieringssystematiek van de nieuwe omgevingsdienst Utrecht (ODU).

De bijdragenverordening en ontwerpbegroting 2026 ODU zal pas na zomerreces 2025 voor zienswijze worden aangeboden aan de raad. De raad wordt in voorjaar 2025 gevraagd om toestemming voor de vorming GR te geven. We verwachten van de stuurgroep dat voor 1 juni 2025 een ‘concept’ bijdragenverordening voor 2026 beschikbaar is. De structurele financiële effecten van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht zullen dan zichtbaar worden, zoals een reële raming van de deelnemersbijdragen 2026 en verder.

Pagina 7 van 11

Fusietraject (éénmalige kosten) De rudimentaire begroting geeft ook inzicht in de verwachte eenmalige kosten en de dekking hiervan. De nog te maken kosten voor de oprichting en ontwikkeling van een nieuwe omgevingsdienst zijn bijna € 5 miljoen (fase 2). De provincie en het ministerie van I&W zorgen voor dekking van ruim € 2,6 miljoen van deze eenmalige kosten. Daarnaast zijn verantwoorde besparingen doorgevoerd voor fase 2 (ruim €1,5 miljoen). Dat betekent dat een klein deel (€ 789.000) zal worden gedekt uit het beschikbare vermogen van de ODRU en de RUD Utrecht. Eventueel zou ook één of beide diensten kunnen besluiten niet de vermogens van de omgevingsdienst in te zetten, maar deelnemers te laten bijdragen via een eenmalige (project)factuur/bijdrage. In de zienswijze vragen wij aan ODU dat we verwachten dat éénmalige kosten, die niet gedekt zijn vanuit provincie en ministerie van I&W, gefinancierd worden vanuit beschikbare vermogen van beide huidige omgevingsdiensten. Indien vermogens niet worden ingezet, zal deelnemersbijdrage omhoog gaan. Vanuit IJsselstein zal dan de dekking vanuit het algemene reserve moeten komen. Dit is voor ons onwenselijk.

De vorming van een nieuwe omgevingsdienst is geen bezuinigingsoperatie Een nieuwe Omgevingsdienst moet met het oog op het ravijnjaar betaalbaar zijn. Echter, de vorming van een nieuwe Omgevingsdienst is niet bedoeld als bezuinigingsoperatie. We verzoeken de nieuwe Omgevingsdienst wel zoveel mogelijk besparingsopties in beeld te brengen, zodat we als gemeente een deel van de gevolgen van het ravijnjaar en verder kunnen opvangen. Deze werkwijze is in het algemeen bestuur van 4 juli 2024 afgesproken Planning De oprichting van een gemeenschappelijke regeling waarin de colleges van burgemeester en wethouders en/of colleges van Gedeputeerde staten deelnemen, vergt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een besluitvormingsproces met twee rondes waarin zowel colleges als raden/staten betrokken zijn (artikel 51 WGR). 1. Ronde 1: De colleges van burgemeester en wethouders zenden het ontwerp van de regeling toe aan hun raad met het verzoek een zienswijze over het ontwerp in te dienen bij het college. De wetgever geeft de raad daarvoor een termijn van acht weken. De wetgever schrijft bovendien voor dat de raad, indien deze geen zienswijze wil indienen, het college daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte brengt. Het college maakt vervolgens zijn standpunt met de zienswijze van de raad kenbaar aan het gezamenlijk algemeen bestuur van RUD Utrecht en ODRU (uiterlijk 3 maart 2025).

2. Ronde 2: Het gezamenlijk algemeen bestuur van RUD Utrecht en ODRU bepaalt op basis van de zienswijzen welke wensen breed gedragen zijn. Vervolgens wordt een (eventueel aangepaste) concept gemeenschappelijke regeling aan de colleges van burgemeester en wethouders gezonden, met het verzoek de regeling te treffen (instemming met deelneming). Het college vraagt daarvoor toestemming aan de raad. De raden mogen deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Zodra de colleges hebben ingestemd (uiterlijk 6 oktober 2025), wordt de gemeenschappelijke regeling bekendgemaakt.

Pagina 8 van 11

In onderstaand figuur en bijlage 7 is de besluitvorming schematisch weergegeven.

Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie Niet van toepassing. Communicatie Wij informeren het bestuur van de ODRU over uw zienswijze per brief. Evaluatie Niet van toepassing. _______________________________________________________________________

Pagina 9 van 11

Bijlagen 1. Aanbiedingsnotitie aan het gezamenlijk AB, d.d. 17-10-2024 2. Addendum Gezamenlijk AB RUD Utrecht en ODRU, d.d. 17-10-2024 3. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling (a) en artikelgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke regeling (b) 4. Richtingsplan 5. Rudimentaire begroting 6. Routekaart fase 2 ‘inrichten’ 7. Stroomschema besluitvorming gemeenschappelijke regeling

8. Zienswijzebrief vorming één omgevingsdienst ODRU en RUD

Pagina 10 van 11

De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10-12-2024, zaaknummer 220764

BESLUIT: De bijgevoegde zienswijzebrief over de ontwerp-gemeenschappelijke regeling voor de oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht vast te stellen, waarin de raad de volgende punten meegeeft aan de Stuurgroep ‘Naar één omgevingsdienst in Utrecht’: a. We ondersteunen van het samengaan van beide omgevingsdiensten. b. We zien de rudimentaire begroting in principe als financiële basis bij het bepalen van de gemeentelijke bijdragen. c. We constateren dat er nog geen duidelijkheid is over de financieringssystematiek van de nieuwe omgevingsdienst Utrecht (ODU). De bijdragenverordening en ontwerpbegroting 2026 ODU zal pas na zomerreces 2025 voor zienswijze worden aangeboden aan de raad. De raad wordt in voorjaar 2025 gevraagd om toestemming voor de vorming GR te geven. We vragen eerder een reële raming van de bijdrage 2026 te ontvangen. We willen hier voor 1 juni inzicht in hebben, zodat we hier rekening mee kunnen houden in onze gemeentelijke begroting 2026. Ook de raad kan dit inzicht meenemen als om toestemming wordt gevraagd voor instemming van Gemeenschappelijke Regeling. d. We beseffen dat de voorgenomen fusie niet is ontstaan vanuit een bezuinigingsopgave. We verzoeken de nieuwe omgevingsdienst zoveel mogelijk besparingsopties in beeld te brengen, zodat we als gemeente een deel van de gevolgen van het ravijnjaar en verder kunnen opvangen.

Deze werkwijze is in het algemeen bestuur van 4 juli 2024 afgesproken. e. We verwachten ook dat éénmalige kosten vorming ODU, die niet gedekt zijn vanuit provincie en ministerie van I&W, gefinancierd worden vanuit beschikbare vermogens van beide huidige omgevingsdiensten. Indien vermogens niet worden ingezet, zal deelnemersbijdrage omhoog gaan. Vanuit IJsselstein zal dan de dekking vanuit het algemene reserve moeten komen. Dit is voor ons onwenselijk.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 23 januari 2025

de griffier,

de voorzitter,

Arnout J.O. van Kooij MMC

Agnes Jongerius

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15046904/1