CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Zienswijze Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, Kaderbrief WIL 2026 en 1e Begrotingswijziging WIL 2025

Raadsvergadering 6 maart 2025, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, Kaderbrief WIL 20264.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel gemeente IJsselstein _______________________________________________________________________ Agendapunt: Zienswijze Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, Kaderbrief WIL 2026 en 1e Begrotingswijziging WIL 2025 Zaaknummer: 230067 Programma: Inkomen, Jeugd en Wmo Commissie: Samenleving Portefeuillehouder: Eveline Schell Onderdeel van: Informatie bij: Corette Wissink _______________________________________________________________________________ Onderwerp Zienswijze Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, Kaderbrief WIL 2026 en 1e Begrotingswijziging WIL 2025 Samenvatting Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) heeft het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, de Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 ter zienswijze aangeboden aan uw raad. In het Meerjarenbeleidsplan beschrijft WIL de inhoudelijke en financiële uitgangspunten voor de dienstverlening voor de komende jaren. Ook is er een Ontwikkelagenda opgenomen met voorstellen voor aanpassing van de dienstverlening aan inwoners met een positieve impact op de dienstverlening en op de kosten. In de Kaderbrief beschrijft WIL op hoofdlijnen de beleidsvoornemens en financiële kaders voor 2026 inclusief het eerste jaar van de Ontwikkelagenda.

In de Begrotingswijziging zijn met name wijzigingen in klantvolumes, prijs- en loonstijgingen en de korte termijn actielijnen van de Ontwikkelagenda verwerkt. Ten opzichte van de Begroting WIL 2025 is sprake van stijging van de regelingskosten en de uitvoeringskosten. Voor IJsselstein betekent dit stijging van de regelingskosten met € 1.101.000 (waarvan € 741.000 BUIG en € 360.000 inkomensondersteuning) en een stijging van de uitvoeringskosten met € 145.000 (waarvan € 24.000 incidenteel). De stijging van de kosten kunnen we deels opvangen binnen de begroting. Er is geen structurele dekking voor de structurele stijging van de regelingskosten inkomensondersteuning. Voor 2026 en verder moet dit worden verwerkt in de begroting. Het college stelt voor een zienswijze te geven op het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, de Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 zoals verwoord in de bijgevoegde concept-zienswijze. _______________________________________________________________________

Pagina 1 van 9

Voorstel De bijgevoegde zienswijzebrief over het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, de Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 vast te stellen waarin de raad de volgende punten meegeeft aan het bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom: 1. Complimenten voor en akkoord met de inhoudelijke kaders van het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief WIL 2026 als het eerste uitvoeringsjaar van het Meerjarenbeleidsplan. Het uitgangspunt voor IJsselstein is dat we voor iedereen streven naar betaald werk tenzij dat niet mogelijk is, dan is vrijwilligerswerk passend. Ook complimenten voor de Ontwikkelagenda en de daarin voorgestelde actielijnen die zowel gericht zijn op een verbetering van de dienstverlening aan inwoners als kostenbesparingen voor de gemeenten. a. Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda zien we een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de Begroting 2026. We willen graag per business case kunnen besluiten of we hiermee akkoord gaan. De businesscases moeten een duidelijke onderbouwing geven van de te maken investeringen en de verwachte besparingen. Ook moet duidelijk zijn op welke manier monitoring van het effect van de investeringen op de regelingskosten, uitvoeringskosten en de kwaliteit van de dienstverlening wordt ingericht.

En de manier waarop de raad hierover periodiek wordt geïnformeerd zodat als de investeringen niet het gewenste effect hebben, deze kunnen worden heroverwogen; 2. Ten aanzien van de financiële kaders van het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief WIL 2026: a. De Ontwikkelagenda is nog niet verwerkt in de begroting, wel heeft u inzichtelijk gemaakt wat de kosten en de besparingen zijn. Onze zorg hierbij is dat de investeringen die hiervoor moeten worden gedaan zeker zijn, maar de besparingen onzeker zijn. We zijn bereid dit risico samen met WIL aan te gaan en willen afspraken maken over de wijze van monitoring en evaluatie. b. in de begroting 2026 verwachten we een duidelijke onderbouwing van de: i. 5% indexatie op ICT en huisvesting aangezien dit sterk afwijkt van andere indexaties waarmee wordt gerekend; ii. 25% groei van loonkostensubsidie; 3. Akkoord met de 1e Begrotingswijziging 2025: de kostenstijgingen zijn grotendeels het gevolg van klantvolumes en stijgingen van uitkeringsbedragen. We zijn verplicht deze kosten te dragen. Daarbij ook op te merken dat inhuur personeel maar voor 3 maanden is berekend. Wanneer dan geen vast personeel is gevonden lopen deze kosten langer door met financiële risico’s voor de gemeenten. We benadrukken nogmaals het belang van het structureel invullen van vacatures.

Aanleiding voor dit voorstel Het bestuur van WIL vraagt de raad een zienswijze te geven op de Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 (zie bijlage 1, aanbiedingsbrief WIL). Dit is onderdeel van de jaarlijkse planning-en-controlcyclus van WIL. Dit jaar biedt WIL ook een nieuw Meerjarenbeleidsplan inclusief een Ontwikkelagenda aan. Ook hierop vraagt WIL om een zienswijze (zie bijlage 1). Herstellen balans opdracht, dienstverlening en middelen WIL Bij de 1e begrotingswijziging 2024 bleek dat WIL veel extra capaciteit nodig had om de gevraagde dienstverlening (kwantitatief en kwalitatief) te blijven bieden. Alle WIL-gemeenten hebben hiermee ingestemd onder de voorwaarde dat dit een incidentele uitvraag zou zijn en dat WIL en de gemeenten gezamenlijk zouden werken aan een aangepaste WIL-organisatie en meerjarenbeleidsplan. In dat kader is in 2024 gewerkt aan het herstellen van de balans tussen de opdracht, dienstverlening en middelen van WIL met de als resultaat de ontwikkelagenda HODW (Herijking Opdracht en Dienstverlening WIL). Deze bestaat uit aanpassingen van de dienstverlening aan inwoners en kostenbesparingen voor de korte termijn (structureel vanaf 2025) en middellange en lange termijn. Pagina 2 van 9

In de begroting 2025 zijn de korte termijn maatregelen HODW verwerkt. In het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 zijn de langere termijn maatregelen (Ontwikkelagenda) opgenomen. Hiermee zet WIL in op het borgen van een hoogwaardige dienstverlening in balans met opdracht en middelen. In de Kaderbrief zijn de maatregelen benoemd die in 2026 zullen worden opgepakt als de raden van de WIL-gemeenten instemmen met het Meerjarenbeleidsplan en de Ontwikkelagenda (zie p. 2 tm 5 van de Kaderbrief, bijlage 3). In de 1 e begrotingswijziging 2025 zijn de korte termijn maatregelen definitief verwerkt. Toelichting Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 In het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 (verder: MJBP) beschrijft WIL inhoudelijke en financiële uitgangspunten. Deze passen bij de ontwikkeling van het klantenbestand, de arbeidsmarkt en de financiële uitdagingen van de gemeenten: • De leefwereld van de klanten staat centraal (niet de systeemwereld) • Een hybride klantbeeld: het klantbeeld gaat uit van een beperkte mate van zelfredzaamheid en veelvuldige multi-problematiek • Het belangrijkste thema voor (kwetsbare) inwoners en klanten is (financiële) bestaanszekerheid. Verder worden twee inhoudelijke ontwikkelingen nagestreefd: • Doorontwikkelen van de dienstverlening aan de hand van eenvoud, vertrouwen en maatwerk • Minder inwoners in de uitkering.

De bovengenoemde Ontwikkelagenda beschrijft voorstellen (actielijnen) voor aanpassing (modernisering) van de dienstverlening aan inwoners met een positieve impact op de dienstverlening en op de kosten (zie p. 14 tm 18 van bijlage 2, MJBP WIL): a. Brede toegang poort b. Meer lokale/afgestemde dienstverlening c. Digitaliseren/automatiseren dienstverlening d. SILW (Sociale Infrastructuur Lekstroom Werkt) e. Harmonisatie bijzondere bijstand en minimaregelingen en de optionele versobering hiervan f. Meer eenvoud in de uitvoering g. Verbrede inzet op terecht in de uitkering h. Verbrede inzet op parttime werken. De voorstellen dragen bij aan het realiseren van de inhoudelijke doelen en financiële kaders. Belangrijk hierbij is dat voor een aantal actielijnen geldt dat WIL deze niet alleen kan uitvoeren/oppakken maar hierbij commitment en inzet/besluitvorming nodig heeft van de gemeenten. De Ontwikkelagenda wordt alleen overgenomen en uitgewerkt in de begroting WIL 2026 als een meerderheid van de WIL-gemeenten hiermee instemt. Dit vraagt om een gezamenlijk proces. In de Kaderbrief is een schema opgenomen van de momenten waarop de raden in de hele P&C cyclus worden meegenomen en welke (formele) mogelijkheden er zijn voor de raden. De zogenaamde gesprekken met de raad (mei en oktober) zijn hierbij belangrijke momenten.

In de zienswijze nemen we op hoe we aankijken tegen de Ontwikkelagenda. De Ontwikkelagenda biedt kansen en mogelijkheden op verbeteringen van de dienstverlening en op besparingen, maar vraagt ook om investeringen. In de paragraaf ‘uitvoering’ wordt dit verder toegelicht. Inhoudelijk steunen we alle actielijnen die in de Ontwikkelagenda zijn opgenomen. Wel dienen er concrete business cases opgesteld te worden om volledig inzicht te hebben in alle (verwachte) effecten. In onze zienswijze vragen we daarom om deze business cases en vragen we hierbij in het bijzonder aandacht voor de monitoring en evaluatie van de effectiviteit van investeringen. In de Meerjarenbegroting zijn op hoofdlijnen de financiële verwachtingen voor de komende jaren opgenomen. De basis is de Begroting 2025, inclusief de 1ste Begrotingswijziging 2025. Daarnaast

Pagina 3 van 9

is gerekend met een aantal financiële uitgangspunten zoals indexeringen en volumeontwikkelingen (zie p. 45 en 46 van het MJBP, bijlage 2). De volumestijgingen zijn gebaseerd op de benchmark van Divosa (2% voor BUIG, Schuldhulpverlening en Bijzondere regelingen) opgenomen. Voor de indexeringen worden verschillende percentages gehanteerd (2% voor uitkeringen, 25% stijging loonkostensubsidie en 5% voor ICT en huisvesting). Onderbouwing voor het percentage van 25% LKS en 5% voor ICT en huisvesting ontbreken. In de zienswijze nemen we op dat we in de begroting 2026 hierop een onderbouwing verwachten. De financiële effecten van de Ontwikkelagenda zijn nog niet verwerkt. Toelichting Kaderbrief WIL 2026 De kaderbrief beschrijft de beleidsvoornemens, verwachtingen en financiële doorkijk voor 2026 en is het startpunt voor de begroting WIL 2026. Deze zal in april ter zienswijze aan uw raad worden voorgelegd. De kaderbrief is inhoudelijk en financieel het eerste uitvoeringsjaar van het MJBP en van de Ontwikkelagenda. De beoogde inzet en resultaten zijn in lijn met het MJBP. Wat betreft de Ontwikkelagenda wordt per actielijn een uitwerking op hoofdlijnen gegeven. In de Begroting 2026 wordt dit uitgewerkt in businesscases. De financiële consequenties van de Ontwikkelagenda zijn niet verwerkt in de financiële paragraaf van de kaderbrief. WIL wacht hiervoor de zienswijzen van de raden af.

Wel geeft WIL een overzicht van de kosten en opbrengsten van de Ontwikkelagenda voor 2026 (zie p. 5 van de kaderbrief). Per saldo is sprake van een positief effect. WIL-breed gaat het om € 600.000, voor IJsselstein om ruim € 128.000. In de paragraaf ‘uitvoering’ worden de financiële consequenties verder toegelicht. In de jaren erna is de verwachting dat de netto kostenbesparing van de Ontwikkelagenda oploopt tot € 1,75 miljoen ten opzichte van het basisscenario (zie p. 35 van bijlage 2, MJBP WIL). Voor IJsselstein is dit ongeveer € 375.000. We zijn positief over dit resultaat en zien dat WIL gehoor heeft gegeven aan onze oproep om besparingsmogelijkheden in kaart te brengen. Toch zien we hierin ook aanzienlijke onzekerheden en (financiële) risico’s. In onze zienswijze wijzen we hierop en wijzen we op het belang van een goede monitoring en evaluatie hiervan. Toelichting 1e Begrotingswijziging WIL 2025 De 1e begrotingswijziging 2025 gaat in op de beleidsmatige en/of financiële ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van de begroting WIL 2025 nog niet of onvoldoende duidelijk waren. Zowel bij de Kaderbrief 2025 als bij de Begroting WIL 2025 als bij de Tussenrapportage 2024 was een begrotingswijziging al aangekondigd.

In de begrotingswijziging zijn wijzigingen in klantvolumes (+2% voor BUIG, Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening) en prijsstijgingen (+ 3,06% CPI op de prijzen van uitkeringen uit 2024, verhoging normbedragen voor woninginrichting + ruimer beleid en hogere verstrekkingen bijzondere bijstand) verwerkt. Ook de korte termijn actielijnen van de Ontwikkelagenda zijn verwerkt zowel inhoudelijk 1 als financieel (zie kolom besparingen HODW in de tabel financiële samenvatting en 1e BW, p. 14 en 15 van bijlage 4, de 1e begrotingswijziging WIL 2025). De groei van 2% in klantvolumes BUIG is gebaseerd op een externe benchmark (Divosa). Of deze groei zich ook in IJsselstein voordoet is niet zeker. Wat betreft regelingskosten inkomensondersteuning geldt dat de huisvesting van statushouders (en de inhaalslag die we hierop in 2024 in IJsselstein hebben gemaakt) doorwerken. Hierdoor is sprake van een sterke stijging in de kosten voor IJsselstein. De uitvoeringskosten voor werkdienstverlening (met name de backofficewerkzaamheden voor de inwoners die met loonkostensubsidie (gaan) werken), inkomensondersteuning en bedrijfsvoering (ICT, inhuur, advies en ondersteuning) zijn hoger geworden vanwege stijging van het aantal klanten en/of taken/opdrachten vanuit de gemeenten.

Tot slot is de verwachting dat er meer 1 Er zijn processen aangepast (in de poort, vereenvoudiging, professionalisering contractbeheer, bezuiniging concern MT

en andere organisatie klantenservice) en verschuivingen doorgevoerd waardoor de formatie van inkomen, inkomensondersteuning en werk worden opgehoogd. Deze ophoging is nodig vanwege hogere klantaantallen en/of meer opdrachten/taken vanuit de gemeenten. Bijvoorbeeld werkdienstverlening meer inzet op administratieve ondersteuning van loonkostensubsidie voor een optimale dienstverlening aan werkgevers die werken met medewerkers met LKS Pagina 4 van 9

loonkostensubsidies worden ingezet. Dit is gebaseerd op de realisatie van het afgelopen jaar. Het Rijk vergoed LKS achteraf volledig. Al met al is sprake van stijging van de regelingskosten en van de uitvoeringskosten. In de paragraaf ‘uitvoering’ wordt dit verder toegelicht. Ten aanzien van de bedrijfsvoeringskosten merken we op dat de inhuurkosten voor personeel voor maar 3 maanden is ingecalculeerd. Als er niet tijdig vast personeel is gevonden zullen de inhuurkosten langer doorlopen met financiële risico’s voor de gemeenten. Dit nemen we op in de zienswijze. _______________________________________________________________________________ Relevante eerdere besluiten/besluitgeschiedenis Zienswijze concept-begroting WIL 2025, zaaknummer 175995, 13 juni 2024. Wettelijk kader of beleidskader Artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling WIL (kaderbrief). Artikel 35 van de Wgr en artikel 27 van de Gemeenschappelijke regeling WIL (begrotingsstukken). Alternatieven Alternatief is geen zienswijze of een zienswijze met een andere inhoud te geven. Argumenten Argumenten voor de voorgestelde zienswijze (bijlage 5) zijn: 1.

Akkoord met het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 (MJBP): de inhoudelijke en financiële uitgangspunten passen bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen in het klantenbestand, de benodigde dienstverlening en de financiële uitdagingen van de gemeente die samenhangen met het ravijnjaar. Met de (korte en lange termijn voorstellen uit de) Ontwikkelagenda wordt gewerkt aan de benodigde balans tussen opdracht, dienstverlening en beschikbare middelen. Door in te zetten op lagere (uitvoerings-)kosten, eenvoudiger dienstverlening en meer inwoners aan de slag. 2. Akkoord met de Kaderbrief WIL 2026: dit is het eerste uitvoeringsjaar van het MJBP zowel inhoudelijk als financieel. Instemmen met het MJBP betekent ook instemmen met de Kaderbrief. 3. Akkoord met de Ontwikkelagenda: de korte en lange termijnmaatregelen in de Ontwikkelagenda zijn het resultaat van het proces dat WIL en de gemeenten in 2024 gezamenlijk hebben doorlopen voor het herstellen van de balans tussen opdracht, dienstverlening en middelen. De maatregelen dragen bij aan een betere dienstverlening (meer vertrouwen, eenvoud en maatwerk) aan inwoners en aan kostenbeheersing. Dit is wenselijk vanuit de inhoud wat betreft dienstverlening aan inwoners en vanuit de noodzaak tot financiële besparingen vanwege het ravijnjaar 2026. 4.

Nadere uitwerking van alle in de Ontwikkelagenda opgenomen voorstellen bij de Begroting 2026 als opties. De maatregelen hebben grotendeels een positief effect op de dienstverlening aan inwoners. De maatregelen gericht op harmonisering en versobering en eventuele andere maatregelen kunnen een negatief effect hebben voor inwoners. Het is wenselijk dat ook deze in beeld worden gebracht om inzicht te krijgen in nog meer/alle kansen om uitvoerings- en regelingskosten te beperken. Dit kan dan worden meegenomen in de afweging welke maatregelen wel en (nog) niet worden genomen. 5. Het is nodig om per business case te kunnen besluiten of we hiermee akkoord gaan. De businesscases moeten een duidelijke onderbouwing geven van de te maken investeringen en de verwachte besparingen. Ook moet duidelijk zijn op welke manier monitoring van het effect van de investeringen op de regelingskosten, uitvoeringskosten en de kwaliteit van de dienstverlening wordt ingericht. En de manier waarop de raad hierover periodiek wordt geïnformeerd zodat als de investeringen niet het gewenste effect hebben, deze kunnen worden heroverwogen. 6. Financieel is de Ontwikkelagenda niet verwerkt in het Meerjarenbeleidsplan en de Kaderbrief, dit is terecht omdat er nog geen akkoord is op de Ontwikkelagenda. WIL heeft Pagina 5 van 9

7.

wel de kosten (investeringen) en besparingen in beeld gebracht. De zorg die we hierbij hebben is dat de benodigde investeringen zeker zijn, maar de verwachte besparingen onzeker. Daarmee is er sprake van een financieel risico. We zijn bereid dit risico samen met WIL aan te gaan en willen afspraken maken over de wijze van monitoring en evaluatie. Akkoord met de 1e Begrotingswijziging 2025: de kostenstijgingen zijn grotendeels het gevolg van klantvolumes en stijgingen van uitkeringsbedragen. We zijn verplicht deze kosten te dragen en worden hier via rijksmiddelen voor een deel voor gecompenseerd. Voor de verdere kostenstijgingen zijn duidelijke onderbouwingen gegeven: extra personeel om dienstverlening te garanderen en/of beweging te realiseren die bijdraagt aan verbetering van de dienstverlening of kostenverlaging (bijv. de scan voorliggende voorzieningen). Ook hangt een deel van de stijging in uitvoeringskosten direct samen met de stijgende volumes in de bijzondere bijstand. Onder andere als gevolg van huisvesting statushouders.

Kanttekeningen en / of risico’s In het MJBP en de Ontwikkelagenda zijn investeringen opgenomen die moeten leiden tot verbetering van de dienstverlening aan inwoners en verlaging van kosten. Hierin zit zowel een maatschappelijk als een financieel risico. Met de Ontwikkelagenda zetten we nog sterker in op het vergroten van de participatie. De verwachte effecten zijn positief maar ook onzeker omdat deze van veel factoren afhankelijk zijn. Daarnaast zijn de investeringen in de Ontwikkelagenda duidelijk en zeker wanneer de raden hier hun akkoord op geven. De besparingen zijn gebaseerd op verwachtingen en prognoses. Of de opbrengsten daadwerkelijk worden gerealiseerd is nog niet te zeggen en afhankelijk van meerdere factoren waaronder maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Wanneer we akkoord gaan met het MJBP en de Ontwikkelagenda lopen we dus een financieel risico dat we aanzienlijke investeringen doen, deze extra kosten structureel worden, maar dat de besparingen uitblijven of niet inzichtelijk zijn. We zetten daarom samen met WIL in op een goede monitoring van effecten, zodat we deze investeringen in de toekomst kunnen heroverwegen. Daarnaast is sprake van een algemeen risico dat de werkelijke ontwikkelingen in bijvoorbeeld klantvolumes, hoogtes van uitkeringen en andere kostenstijgingen afwijken van de prognoses van WIL. Dit wordt deels door externe factoren bepaald.

Daarbij is de compensatie vanuit rijksmiddelen niet altijd gelijk aan werkelijke kostenstijgingen. Dit risico lopen we bij alle gemeenschappelijke regelingen en open-einde regelingen. _______________________________________________________________________

Pagina 6 van 9

Uitvoering Kosten Meerjarenbeleidsplan en kaderbrief 2026 In het MJBP en in de Kaderbrief heeft WIL een meerjarenbegroting opgenomen die uitgaat van ongewijzigd beleid. Voor 2026 verwacht WIL voor IJsselstein een stijging van bijna € 540.000 ten opzichte van de begroting 2025 incl. de 1e begrotingswijziging. Deze 3,5% stijging is volledig het gevolg van ingeschatte ontwikkelingen in klantvolumes en algemene prijsstijgingen. Deze prijsstijgingen werken ook door in de hoogte van uitkeringen. In principe worden we via rijksmiddelen hiervoor gecompenseerd. De kaderbrief 2026 wordt uitgewerkt in de begroting WIL 2026, welke wordt verwerkt in onze begroting 2026. Als de raad (raden) instemt met de Ontwikkelagenda kunnen er voor 2026 en verder besparingen worden gerealiseerd, zie onderstaande tabel. Besparingen (saldo regelingskosten en uitvoeringskosten) Ontwikkelagenda:

IJsselstein

2026

2027

2028

€ 129.000

€ 257.000

€ 375.000

1e begrotingswijziging WIL 2025 De onderstaande tabel laat zien wat de 1e begrotingswijziging betekent voor IJsselstein: een stijging van de regelingskosten met € 1.101.000 (waarvan € 741.000 BUIG en € 360.000 inkomensondersteuning) en een stijging van de uitvoeringskosten met € 145.000 (waarvan € 24.000 incidenteel). Gevolgen 1e begrotingswijziging 2025 voor IJsselstein Inkomen Regelingskosten Uitvoeringskosten Totaal

Werk 741.000 24.000 765.000

Inkomensondersteu Bedrijfsvoering totaal ning 0 360.000 0 1.101.000 29.000 78.000 14.000 145.000 29.000 438.000 14.000 1.246.000

De stijging van de uitkeringskosten BUIG kunnen we deels opvangen binnen de begroting. Er is geen structurele dekking voor de structurele stijging van de regelingskosten inkomensondersteuning. Voor 2026 en verder is het onzeker in hoeverre deze extra kosten zich blijven voordoen. De taakstelling omtrent huisvesting van statushouders blijft, maar in 2024 is een inhaaleffect geweest wat leidde tot meer vergoedingen voor inrichtingskosten. Voor 2026 en verder zal de structurele stijging worden verwerkt in de begroting 2026. De stijging van de uitvoeringskosten kunnen we (deels) opvangen met dekking vanuit (door te zetten) incidentele middelen van het Rijk. Voor 2025 betreft dit incidenteel € 63.000 voor de inzet van bijzondere bijstand en vroegsignalering. De onderstaande tabel laat zien dat we de 1e Begrotingswijziging 2025 van WIL deels kunnen opvangen binnen de begroting. Het verschil met de WIL begroting inclusief de begrotingswijziging is € 530.000. Onderdeel Inkomen Werk Inkomensondersteuning Bedrijfsvoering Tussentelling Incidentele middelen Rijk Totaal

Begroting Begroting 2025 IJsselstein verschil (na 1ste bgw) 2025 765.000 10.463.401 10.299.773 -163.628 29.000 1.128.722 1.099.722 -29.000 438.000 1.932.160 1.546.216 -385.944 14.000 1.891.813 1.877.813 -14.000 1.246.000 15.416.096 14.823.524 -592.572 63.000 63.000 1.246.000 15.416.096 14.886.524 -529.572

Begroting WIL 1ste BW 2025 2025 9.698.401 1.099.722 1.493.160 1.877.813 14.169.096 14.169.096

Pagina 7 van 9

Gemeenten worden door het Rijk gecompenseerd voor de prijsindexatie. De voorlopige indexatie is al verwerkt in de begroting 2025. Deze wordt gedurende het jaar herberekend. Mogelijk zorgt dit in de loop van 2025 voor een kleiner tekort dan waarvan nu sprake lijkt te zijn. Via de circulaires wordt de raad hierover geïnformeerd. Bovendien is de stijging van de regelingskosten BUIG voor een deel gevolg van (verwachte) hogere kosten voor LKS. Hiervoor worden we als gemeente achteraf geheel gecompenseerd door het Rijk, dit kan zorgen voor een verdere afname van het tekort. Planning De uiterste termijn voor het indienen van een zienswijze is 28 februari 2025. Het bestuur van WIL is ervan op de hoogte dat deze planning voor de gemeente IJsselstein niet haalbaar is. Op 13 maart beoordeelt het algemeen bestuur van WIL de binnengekomen zienswijzen en stelt de stukken definitief vast. De zienswijze van de gemeente IJsselstein is dan ook ontvangen. Duurzaamheid N.v.t. Participatie De Cliëntenraad van WIL is in de gelegenheid een zienswijze te geven op de stukken. Deze wordt meegenomen in de besluitvorming in het AB WIL samen met de zienswijzen van de gemeenten. Communicatie Na vaststelling van de zienswijze door de raad wordt het bestuur van WIL geïnformeerd via bijgevoegde brief (bijlage 5). Evaluatie Monitoring vindt plaats via de P&C cyclus van WIL.

Met de tussentijdse rapportage (Turap) tot en met mei 2025 krijgen we goed inzicht in de bestedingen tot dan toe en wordt een prognose gedaan voor de rest van 2025. _______________________________________________________________________ Bijlagen

1. Aanbiedingsbrief WIL 2. Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 3. Kaderbrief WIL 2026 4. 1e Begrotingswijziging WIL 2025 5. Concept zienswijze gemeente IJsselstein op het Meerjarenbeleidsplan, de Kaderbrief en de 1e begrotingswijziging WIL 2025

Pagina 8 van 9

De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 januari 2025, zaaknummer 230067 BESLUIT: De bijgevoegde zienswijzebrief over het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028, de Kaderbrief WIL 2026 en de 1e Begrotingswijziging WIL 2025 vast te stellen waarin de raad de volgende punten meegeeft aan het bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom: 1. Complimenten voor en akkoord met de inhoudelijke kaders van het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief WIL 2026 als het eerste uitvoeringsjaar van het Meerjarenbeleidsplan. Het uitgangspunt voor IJsselstein is dat we voor iedereen streven naar betaald werk tenzij dat niet mogelijk is, dan is vrijwilligerswerk passend. Ook complimenten voor de Ontwikkelagenda en de daarin voorgestelde actielijnen die zowel gericht zijn op een verbetering van de dienstverlening aan inwoners als kostenbesparingen voor de gemeenten. a. Ten aanzien van alle actielijnen uit de Ontwikkelagenda zien we een nadere uitwerking in de vorm van businesscases graag tegemoet als opties bij de Begroting 2026. We willen graag per business case kunnen besluiten of we hiermee akkoord gaan. De businesscases moeten een duidelijke onderbouwing geven van de te maken investeringen en de verwachte besparingen.

Ook moet duidelijk zijn op welke manier monitoring van het effect van de investeringen op de regelingskosten, uitvoeringskosten en de kwaliteit van de dienstverlening wordt ingericht. En de manier waarop de raad hierover periodiek wordt geïnformeerd zodat als de investeringen niet het gewenste effect hebben, deze kunnen worden heroverwogen; 2. Ten aanzien van de financiële kaders van het Meerjarenbeleidsplan WIL 2026-2028 en de Kaderbrief WIL 2026: a. De Ontwikkelagenda is nog niet verwerkt in de begroting, wel heeft u inzichtelijk gemaakt wat de kosten en de opbrengsten zijn. Onze zorg hierbij is dat de investeringen die hiervoor moeten worden gedaan zeker zijn, maar de besparingen onzeker zijn. We zijn bereid dit risico samen met WIL aan te gaan en willen afspraken maken over de wijze van monitoring en evaluatie. b. in de begroting 2026 verwachten we een duidelijke onderbouwing van de: i. 5% indexatie op ICT en huisvesting aangezien dit sterk afwijkt van andere indexaties waarmee wordt gerekend; ii. 25% groei van loonkostensubsidie; 3. Akkoord met de 1e Begrotingswijziging 2025: de kostenstijgingen zijn grotendeels het gevolg van klantvolumes en stijgingen van uitkeringsbedragen. We zijn verplicht deze kosten te dragen. Daarbij ook op te merken dat inhuur personeel maar voor 3 maanden is berekend.

Wanneer dan geen vast personeel is gevonden lopen deze kosten langer door met financiële risico’s voor de gemeenten. We benadrukken nogmaals het belang van het structureel invullen van vacatures. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 6 maart 2025

de griffier,

de voorzitter,

Arnout J.O. van Kooij MMC

Agnes Jongerius

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15090337/2