Raadsvoorstel Vaststellen van de belastingverordening rioolheffing 2021 IJsselstein
Tekst van het document
^
Gemeente
IJsselstein
Raadsvoorstel
agendapunt to Aan de raad van de gemeente IJsselstein
Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:
886347 Financier Bestuur M.B. Foekema R.J. Bekker rj.bekker@ijsselstein.nl 1822
Datum: 1 december2020 Blad: 1 van 10
Onderwerp Vaststellen van de belastingverordening rioolheffing 2021 IJsselstein
Samenvatting Jaarlijks moeten op basis van de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting 2021 de belastingverordeningen worden aangepast en door de raad worden vastgesteld. De verordening Rioolheffing wordt separaat van de andere belastingverordeningen aangeboden, omdat de aanpassing van de verordening niet beperkt blijft tot het aanpassen van het tarief, maar een geheel nieuwe tariefsystematiek wordt voorgesteld. Anders dan ook in de programmabegroting 2021 is aangegeven.
Inleiding De hoogte van de rioolheffing is op grand van het Gemeentelijk Rioleringsplan aan normatieve regels gebonden. Het tarief is vanaf 2004 geheel gekoppeld aan het waterverbruik. In casu een tarief per m3 van het waterleidingsbedrijf Vitens afgenomen water. In de onlangs vastgestelde programmabegroting 2021 kon nog niet worden vermeld dat bij de rioolheffing een ingrijpende aanpassing van de heffingssystematiek zou worden doorgevoerd. Aangezien op dat moment nog onduidelijk was of dit voor 2021 ging lukken. Vanaf 2013 is de uitvoering van de rioolheffing uitbesteed aan de Belastingsamenwerking Rivierenland in Tiel, (BSR). Van de aangesloten gemeenten is IJsselstein de enige gemeente die uitsluitend een tarief kent op basis van het waterverbruik. Maar ook bij de andere gemeenten is sprake van een grate variatie aan toegepaste tarieven. Veelal historisch bepaald en mede gebaseerd op het feit dat bij de Rioolheffing een grate mate van vrijheid is om de tarieven naar plaatselijke omstandigheden vast te stellen. Door de BSR is nadrukkelijk aan alle deelnemende gemeenten verzocht om uit efficiency oogpunt en vanwege de bijkomende hoge perceptiekosten de heffingssystematiek te harmoniseren.
Hoewel bij de gemeente IJsselstein wel sprake is van een ogenschijnlijk eenvoudig tarief per m3, betreft het hier door het afstemmen van alle aansluitingen in IJsselstein met de gegevens van Vitens een hele complexe en bewerkelijke administratie. Zodoende wordt voor 2021 voor de rioolheffing een andere heffingssystematiek voorgesteld. Het betreft twee vaste tarieven voor huishoudens: zijnde eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden. Gelijk aan de heffingssystematiek bij de afvalstoffenheffing. En voor de niet-woningen nog wel een bedrag uitgaande van het verbruik. Welke voor de beheersbaarheid en efficiency wordt gebaseerd op een staffel.
Raadsvoorstel
Blad: 2 van 12
Wat willen we bereiken? In overeenstemming met het verzoek van de BSR het bereiken van een efficientere rioolheffing tegen lagere perceptie kosten en een beter te voorspellen opbrengst.
Waarom willen we dit? De rioolheffing dient ter dekking van de kosten van het Gemeentelijk Riolerings Plan (kortweg GRP). Met het oog op de steeds extremere weersomstandigheden is de noodzaak voor goed onderhoud aan ons rioleringssysteem evident. Om dit onderhoud zoals beschreven in het GRP 2019-2023 te financieren is een manier nodig om de kosten te alloceren. Het bedrag dat geind moet worden is als volgt: Rioolheffing Totaal geraamde baten* *) inclusief stijging o.b.v. GRP 2019-2023
Belastingjaar 2020 3.703.819
Verschil t.o.v. 2020 2021 in € 3.828.698 124.879
in % 3,4%
Dit voorstel gaat alleen over de wijze waarop deze kosten in rekening worden gebracht bij de inwoners en bedrijven in IJsselstein. Als we deze kosten niet in rekening kunnen brengen, zijn wij niet in staat het riool te onderhouden. De rioolheffing is vanaf 2004 gebaseerd op een tarief voor een m3 water welke afgenomen werd van het Waterleidingsbedrijf Vitens. Hoewel hier op het eerste oog sprake was van een heffing waarbij recht werd gedaan aan het beginsel, 'de vervuiler betaalt', resulteerde dit in een complexe en zeer bewerkelijke administratie. Met name gold dit vanaf 2013 voor de BSR, die bij alle aangesloten gemeenten werd geconfronteerd met een variatie aan tariefstructuren. Er is echter nauwelijks een verband tussen de kosten van de riolering en het verbruik van water. De kosten bestaan vooral uit de aanleg en het instand houden van een goed rioleringssysteem. Het feit dat hier veel of weinig water doorstroomt heeft vrijwel geen invloed op de kosten. Het nut van de riolering gaat ook verder dan alleen het lozen van afvalwater; met de huidige steeds extremere weersomstandigheden wordt het belang van een goed onderhouden rioleringsstelsel als geheel steeds belangrijker. Er is dus feitelijk geen 'vervuiler' aan te wijzen, die de kosten door zijn of haar gedrag wezenlijk beinvloed.
Uit het recentelijk vastgesteld GRP 2019/2023 blijkt tevens dat de invloed van externe factoren als bijvoorbeeld de klimaatscenario's een steeds grotere invloed gaat krijgen. Uit piekbuienstudies blijkt dat bij zware regenbuien er op locaties grote overlast kan ontstaan. Hier moet de gemeente zich ook op voorbereiden. Dit in samenwerking met andere vakgebieden en ook andere gemeenten. In het nieuwe GRP zijn bedragen gereserveerd om studies te verrichten naar mogelijkheden en kansen in bestaande situaties. Daarbij worden ook hitte- en droogtevraagstukken betrokken. Hier ligt immers een relatie met de grondwaterzorgplicht van de gemeente. Ook is (volgens COELO) uit verschillende onderzoeken gebleken dat de prijselasticiteit van water in Nederland laag is en dat een prijsstijging of daling daarom vrijwel geen effect heeft op het watergebruik. Het prijsmechanisme is niet een effectief instrument om het gebruik te beperken. Een ander nadeel aan de methodiek op basis van gebruik is de onzekerheid over de uiteindelijke opbrengst. Als er minder water wordt verbruikt, levert dit onvoldoende dekking op om het onderhoudsplan te financieren; als er meer water wordt gebruikt dan is er meer in rekening gebracht dan nodig was.
Raadsvoorstel
Blad: 3 van 12
Tegelijkertijd is er veel druk om de kosten van de heffing en inning te verlagen. Als gevolg van de financiele situatie bij de deelnemers van de BSR, is de BSR aangespoord te zoeken naar efficiency voordelen. Deze besparingen worden gevonden in harmonisatie van heffingsmethodiek (van alle belastingen) waardoor automatisering beter ingezet kan worden en er schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd. In de meerjaren plannen van de BSR is een besparing ingeboekt voor de gemeente IJsselstein van 16k euro in 2022 oplopend tot 47k euro in 2025. Voor de goede orde: deze besparing is een netto besparing, dat wil zeggen dat hiermee onze bijdrage neerwaarts wordt bijgesteld en dat de inflatie en loonontwikkeling hierin verdisconteerd zit. De werkelijke verbetering van de efficiency is derhalve groter. IJsselstein sluit met betrekking tot de andere belastingsoorten al goed aan bij de geharmoniseerde werkwijze van de BSR deelnemers, maar is wat betreft de rioolheffing een buitenbeentje. De BSR heeft nu een model voor de rioolheffing ontwikkeld dat eenvoud combineert met een beperkte keuzevrijheid per gemeente. Wij willen graag hierbij aansluiten op een wijze die de effecten voor de inwoners van IJsselstein beperkt. Het model: Onderstaand treft u het schema aan waarin de verschillende mogelijkheden die de BSR ondersteunt zijn weergegeven.
Eigendom of gebruik
Grondslag / tarief
Vrijstellingen/ Uitsluitingen
Eigendom
• Vast bedrag • Hoog / laag tarief
Op basis van soort-object code
Gebruik
• Vast bedrag • Op basis van m 3 met staffel1 • Op basis van omvang huishouden
Op basis van soort-object code
Eigendom en gebruik
Als hierboven genoemd
Op basis van soort-object code
De eerste keuze die gemaakt moet worden is of de heffing gebaseerd wordt op eigendom, gebruik of een combinatie. Indien gekozen wordt voor een heffing op basis van eigendom wordt, in het geval van verhuurde woningen (bijv Provides) de heffing niet opgelegd aan de gebruiker. Dit heeft tot nadeel dat de administratieve lasten en het debiteurrisico voor de verhuurder toenemen, doordat deze de heffing zal gaan doorbelasten als servicekosten of huurverhoging aan de gebruikers. Het voordeel van deze methode is dat er ook bij leegstand een heffing wordt opgelegd. Indien gekozen wordt voor een heffing op basis van gebruik, dan wordt direct de eindgebruiker belast. Deze methode is in lijn met de huidige werkwijze. Het nadeel hiervan is dat het risico van gemiste opbrengst als gevolg van leegstand voor rekening komt van de gemeente. De keuze voor de combinatie eigendom en gebruik leidt tot een combinatie van de voor- en nadelen zoals hierboven besproken. Het risico van gemiste opbrengst wordt verlaagd (maar bestaat nog steeds) en het debiteurenrisico van de verhuurders wordt verlaagd (maar bestaat nog steeds). De administratieve last voor de verhuurder blijft bestaan. De tweede fase van de keuze gaat over het mechanisme binnen de gekozen methode. Op basis van het feit dat de kosten van het rioleringsplan grotendeels onafhankelijk zijn van het gebruik van het
Raadsvoorstel
Blad: 4 van 12
riool, kan er gekozen worden voor een vast bedrag per aansluiting. Dit mechanisme is vergelijkbaar met de netwerk kosten bij de elektriciteitsrekening: iedereen betaalt een vast bedrag voor het netwerk en daarboven op betaalt iedereen de variabele kosten voor het leveren van de elektra. Dit vertaalt naar het waterverbruik geeft een situatie dat iedereen een vast bedrag betaalt voor het onderhoud van het riool en daarboven op de m3 prijs voor het water. Dit mechanisme heeft als voordeel dat het meest eenvoudig is en recht doet aan het feit dat iedereen evenveel belang heeft bij een goed onderhouden riool. Het nadeel is dat hierdoor een forse verschuiving plaatsvindt tussen de mensen die een laag waterverbruik hadden en degene met een hoog waterverbruik. Dit systeem is vooral gunstig voor de grote industriele gebruikers, maar dit is te deels te ondervangen door een laag en hoog tarief te hanteren. Een andere manier om de nadelen van het vaste bedrag te ondervangen is om te differentieren op basis van een staffel in waterverbruik. Hierbij wordt niet meer uitgegaan van het werkelijke verbruik, maar van een staffel op basis van het verbruik over het afgelopen jaar. Het voordeel hiervan is dat er een aansluiting blijft bestaan met de huidige methodiek gebaseerd op werkelijk verbruik.
Het nadeel is dat hierdoor wellicht discussie blijft bestaan geconcentreerd op de indeling in welke staffel. Het aantal staffels moet beperkt blijven met voldoende groot verschil tussen de verschillende stappen om een werkbare oplossing te hanteren. Uiteraard is deze oplossing minder eenvoudig dan een vast bedrag en omdat nog steeds aansluiting gezocht moet worden bij het waterverbruik is en efficiency voordeel beperkter. Deze staffel zou er als volgt uit kunnen zien: Staffel 0m3 - 50 m3 51m3-100m3 101m3-150m3 Boven 151m3
grondslag 40 m3 75 m3 125 m3 175 m3
bedrag € 98,00 € 183,75 € 306,25 € 428,75
A/6. Het gestaffelde gebruik sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de uit de bestanden van Vitens gefilterde gemiddeld verbruik voor alleenwonenden, gezinnen en bedrijven. Het bedrag is vervolgens berekend op basis van de grondslag en een prijs per m3 van € 2,45, welke is opgenomen in de programmabegroting 2021.
Ook is het mogelijk te kiezen voor een tarief op basis van de omvang van een huishouden. Het voordeel hiervan is dat dit mechanisme al gebruikt wordt voor de afvalstoffenheffing en eenvoudig te hanteren is. Hiermee leggen we ook nog steeds een verband tussen verbruik en doorbelasting (ervan uitgaande dat een eenpersoonshuishouden minder water verbruikt dan een meerpersoonshuishouden) Voorstel Rekening houdend met het bovenstaande stellen wij het volgende voor: Uitgangspunt: heffing naar gebruiker Mechanisme: voor inwoners gebaseerd op omvang van het huishouden; voor niet-woningen op basis van een staffel. Daarbij is met name rekening gehouden met de verdeling van de lasten over de huidige gebruikersgroepen: huishoudens en niet- woningen. Volgens de bestanden van de Vitens wordt nu 93% van de opbrengst rioolheffing door de huishoudens opgebracht en 7% door de winkels, bedrijven en verder. Deze verhouding blijft in dit voorstel grotendeels in stand.
Raadsvoorstel
Blad: 5 van 12
Deze tarieven voor de huishoudens luiden als volgt: Huishouden tarief 1persoons € 139,80 2 of meer personen € 294,00 Hieronder worden de tarieven voor huishoudens afgezet tegen het in de programmabegroting voorgestelde tarief per m3. Rekening houdend met de voor 2021 beoogde meeropbrengst van 3,4%. huishouden
Gem. verbruik
Eenpersoons meerpersoons
57 m3 120 m3
Bedrag per m3 € 2,45 per m3 € 139,65 € 294,00
Nieuwe tarief € €
139,80 294,00
Uit de bestanden van de Vitens blijkt dat een gemiddeld eenpersoonshuishouden in IJsselstein een gemiddeld gebruik van 57 m3 kent. Voor een meerpersoonshuishouden een gemiddeld verbruik van 120 m3. Dit verbruik is als uitgangspunt gehanteerd om de vaste tarieven voor 2021 voor huishoudens te bepalen. Voor de niet-woningen worden de volgende tarieven voorgesteld: Variabel Hoeveelheid Staffel Vast 0m3 - 500m3 €82,20 € 57,60 Per 50m3 boven 0m3 501m3-750m3 € 658,20 € 57,60 Per 50m3 boven 500m3 751m3-3000m3 € 946,20 € 57,60 Per 50m3 boven 750m3 € 115,20 Per 100m3 boven 3000m3 3001m3-6000m3 € 3.538,20 6001m3-12000m3 € 6.994,20 € 115,20 Per 100m3 boven 6000m3 12001m3-24000m3 € 13.906,20 € 115,20 Per 100m3 boven 12000m3 > 24000m3 € 27.730,20 € 115,20 Per 100m3 boven 24000m3 Het effect voor de bedrijven wordt gedempt door het gebruik van deze staffel. Wei is rekening gehouden dat nog veel bedrijven, zoals winkels, een laag verbruik per m3 hebben. Het betreft 569 van de 622 bedrijven die in feite in de eerste categorie vallen. Door toepassing van deze staffel worden deze niet onevenredig hard getroffen. Maar ook hier zullen sommige gebruikers harder worden getroffen dan anderen. 1.
Argumenten Voordelen van deze nieuwe heffingssystematiek is dat voor huishoudens het waterverbruik niet meer hoeft te worden verwerkt door de BSR en er tevens minder bezwaren hoeven te worden behandeld tegen het door de BSR geregistreerde waterverbruik. Het vereenvoudigen van de heffingssystematiek voor IJsselstein zal bij de BSR efficiency voordelen opleveren. Ook wordt door het invoeren van de nieuwe heffingssystematiek een gegarandeerde opbrengt verkregen ter dekking van de kosten van het rioolonderhoud.. 2. Alternatieven Naast de door de BSR aangeboden methodes, zijn er uiteraard andere mogelijkheden om de kosten te alloceren. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een allocatie op basis van de WOZ waarde, energielabel van de woning, inhoud van de woning of handhaving van het huidige systeem gebaseerd op watergebruik. Een uitwerking van alle verschillende allocatiesleutels in detail, is te bewerkelijk om op voorhand te doen. Wanneer er gekozen wordt voor een niet door de BSR aangeboden methode dan kan dat gevolgen hebben voor de kosten van uitvoering. Immers door de deelnemers van de BSR is afgesproken om een harmonisatie te bewerkstelligen om daarmee gezamenlijk een kostenbesparing
Raadsvoorstel
Blad: 6 van 12
te realiseren. Ook bestaat het risico dat de BSR deze niet-standaard dienstverlening niet wenst uit te voeren, danwel nog uitsluitend aan de deelnemende gemeente zelf in rekening te brengen. Hoewel de alternatieven al eerder uitgebreid aan de orde zijn geweest, worden deze hieronder kort samengevat: methodiek Eigendom
voordelen Bij leegstand wel opbrengst
Eigendom en gebruik Vast bedrag per aansluiting en prijs per verbruik m3
Idem boven, maar meer derving opbrengst door leegstand Gelijk belang voor iedere gebruikers aan goed onderhoud riool
Verbruik per m3 op basis van staffel
Relatie met het huidige verbruik per m3.
nadelen Eigenaar/verhuurder oa Provides wordt geconfronteerd met hogere administratieve kosten/debiteurenrisico vanwege doorbelasting aan de gebruikers Idem hierboven, maar in mindere mate. Forse verschuiving hoogte aanslag tussen huishoudens met een laag of hoog verbruik. Grotere Industriele verbruikers gaan mogelijk minder bijdragen De uitvoering blijft zeer bewerkelijk Ook voor huishoudens, (93% van totale bestand), blijft het noodzakelijk om gebruik te maken van bestanden Vitens. Kans op meer bezwaren bij werkelijk verbruik rond de grenzen van de staffels.
3. Kanttekeningen Indien de verordening niet vastgesteld kan worden blijft de verordening 2020 van kracht. Het gevolg hiervan is dat we minder inkomsten generen dan opgenomen in het vastgestelde GRP. Indien de verordening wordt ingetrokken (2020) en voor 2021 geen nieuwe verordening wordt vastgesteld dan is er geen grondslag om in 2021 deze belasting te heffen.
Wat gaat het kosten? Financiele consequenties van dit voorstel bestaan uit een efficiencyvoordeel bij de BSR dat zich terug zal vertalen in een verlaagde bijdrage aan de BSR oplopend van 16k in 2022 naar 47k in 2025. Daarnaast brengt het wijzigen van de systematiek met zich mee dat er meer financiele zekerheid is omtrent de op te halen opbrengst rioolheffing die benodigd is voor dekking van de opgaven in het GRP 2019-2023. Bij afwijking op dit voorstel zijn er verschillende financiele consequenties denkbaar. Bij het niet vaststellen van de verordening blijft zoals eerder gezegd de oude verordening van kracht. Dit betekent dat er tot vaststelling van een nieuwe verordening op de oude wijze rioolheffing geheven zal worden. Indien de nieuwe verordening en een daarmee gepaard gaande gewijzigde heffingssystematiek later in dit jaar vastgesteld zal worden dan is er sprake van een dubbele systematiek in 2021 en dit zal verhoogde kosten aan de zijde van de BSR met zich meebrengen. Bovendien is volgens de VNG hierbij ook een voorwaarde dat het totale aanslagbedrag over beide heffingen in hetzelfde jaar op individueel niveau niet hoger mag zijn dan een aanslag over het jaar.
Raadsvoorstel
Blad: 7 van 12
Daarnaast is er dan voor de periode waarin de oude verordening van kracht is geen sprake van verhoging van de m3 prijs met de in de begroting opgenomen index inclusief de verhoging op basis van het GRP 2019-2023 en lopen we dus de begrote indexatie op dat deel mis. En die misgelopen opbrengsten zullen zich dan door vertalen naar een mogelijke wijziging van de uit te voeren werkzaamheden conform het GRP aangezien er dan sprake is van onderdekking. Als er voor gekozen wordt de oude verordening in te trekken en geen nieuwe verordening vast te stellen dan kunnen we over de periode waarin geen verordening van kracht is geen heffing opleggen en daarmee lopen we deze opbrengsten dus mis. Een belastingverordening kan namelijk niet met terugwerkende kracht ingezet worden. Indien er voor gekozen wordt een systematiek van heffing vast te stellen die niet overeenstemt met de uniformering die de BSR voorstelt dan kan dit tot hogere kosten leiden aangezien de BSR voornemens is het gebruik van alternatieve heffingsmethoden voor hogere lasten aan te bieden aangezien deze een onevenredig deel van de mankracht van de BSR behoeven ten opzichte van de gestandaardiseerde heffingssystematiek. Dit kan dus leiden tot een hogere bijdrage aan de BSR. Wat gaan we daarvoor doen? De verordening is opgesteld in samenwerking met de belastingsamenwerking rivierenland (BSR).
• Januari 2021 vaststelling verordening door de gemeenteraad; • januari 2021 publicatie verordening via website en Gemeentepagina. • Februari 2021, opleggen aanslagen • Maart 2021, eerste automatische incasso • Oktober 2021, laatste automatische incasso
Duurzaamheid De zorgplicht ten aanzien van het rioolstelsel gaat verder dan uitsluitend het onderhoud van het rioolstelsel zelf. Het gaat hier ook over de zorgplicht met betrekking tot afstromend hemel en grondwater. Gezien de steeds extremere weersomstandigheden wordt goed en voldoende onderhoud van ons rioolsysteem steeds noodzakelijker. Uit het GRP blijkt namelijk dat juist externe factoren steeds een belangrijkere rol gaat spelen. In het nieuwe GRP wordt dit vraagstuk aangehaald als de klimaatadaptie. Waaronder de invloed van hevige regenbuien en de overlast die daarbij ontstaat. Ook wordt in het GRP melding gemaakt van de asbestcementriolering. Waarvan de aanpak met hogere kosten voor onderhoud en extra kosten met betrekking tot veilig werken gemoeid gaat.
Zoals tevens eerder aangegeven is de prijselasticiteit van water zeer gering. Het is dan ook niet de verwachting dat aanpassing van de heffingssystematiek invloed heeft op het waterverbruik. De nieuwe systematiek biedt wel meer zekerheid dat het GRP daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. Communicatie en participatie van het voortraject Niet van toepassing.
Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject Na vaststelling door uw Raad zal de verordening, conform artikel 140 Gemeentewet, ter inzage worden gelegd. De ter inzagelegging zal worden gepubliceerd op de Gemeentepagina van de Zenderstreeknieuws. De verordening zal tevens officieel bekend worden gemaakt door plaatsing in het elektronisch Gemeenteblad. Er wordt een bericht op de website en gemeentepagina geplaatst over de verordening. Waarbij wordt aangegeven wat verandert en wat dit betekent voor de inwoners.
Raadsvoorstel
Blad: 8 van 12
Voorstel Vaststellen van de verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2021 IJsselstein. Waarbij sprake is van twee vaste tarieven voor respectievelijk een- en meerpersoonshuishoudens. En een staffel op basis van het verbruik voor niet-woningen. Overzicht bijlagen: Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing IJsselstein 2021.
Raadsbesluit
blad : 9 van 12
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2020, zaaknummer 886347
BESLUIT:
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 november 2020, zaaknummer 886347,
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing IJsselstein 2021 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; b. gemeenteliike riolerina: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grand gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, verder te noemen hemel- en grondwater. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1.
Onder de naam Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel - niet als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als een perceel worden aangemerkt.
Raadsvoorstel
Blad: 10 van 12
Artikel 5 Vrijstellingen In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van het belastbaar feit en belastingplicht buiten aanmerking gelaten, 1. Transformatorstations als bedoeld in de Wet WOZ. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt voor gebruikers van percelen die in hoofdzaak tot woning dienen geheven per perceel, en voor gebruikers van percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een voile maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a, watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. 4.
de eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grand van enige andere wettelijke bepaling. 5. De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel 7 Belastingtarieven 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, bedraagt voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen: a. € 139,80 per perceel per belastingjaar, b. vermeerderd met € 154,20 indien het perceel op 1januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan een persoon. 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, is voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, afhankelijk van het waterverbruik conform bijbehorende tarieventabel. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog voile kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog voile kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,-.
Raadsvoorstel
Blad: 11 van 12
Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan verbonden en in het Incasso Reglement van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 fe bruari 2021. 3. Deze verordening wordt aangehaald als "verordening rioolheffing IJsselstein 2021". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 28 januari 2021.
Raadsvoorstel
Blad: 12 van 12
TARIEVENTABEL Behorende bij de "Verordening rioolheffing IJsselstein 2021" Hoofdstuk 1 M aatstaven en tarieven Het tarief als bedoeld in artikel 6, lid 2 bedraagt voor een bedrijf of instelling bij een waterverbruik: Staffel
Vast
0m3 - 500m3 501m3-750m3 751m3-3000m3 3001m3-6000m3 6001m3-12000m3 12001m3-24000m3 > 24000m3
€ 82,20 € 658,20 € 946,20 €3.538,20 € 6.994,20 € 13.906,20 € 27.730,20
Variabel Hoeveelheid € 57,60 Per 50m3 boven 0m3 € 57,60 Per 50m3 boven 500m3 € 57,60 Per 50m3 boven 750m3 € 115,20 Per 100m3 boven 3000m3 € 115,20 Per 100m3 boven 6000m3 €115,20 Per 100m3 boven 12000m3 € 115,20 Per 100m3 boven 24000m3
Behoort bij raadsbesluit van 18 januari 2021.