CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststellen van de belastingverordening onroerende-zaakbelastingen 2021 IJsselstein

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordening onroerende-zaakbelastingen 2021 IJsselstein2.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

^

—

U C G e HI mC eC e fl n Lt Ce

++1 IJsselstein Raadsvoorstel

agendapunt 12 Aan de raad van de gemeente IJsselstein

Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:

909142 Financien Bestuur M.B. Foekema R.J. Bekker rj.bekker@ijsselstein.nl 1822

Datum: 8 decernber 2020 Blad: 1 van 6

Onderwerp

Vaststellen van de belastingverordening onroerende-zaakbelastingen 2021 IJsselstein

Samenvatting

Jaarlijks moeten op basis van de paragraaf lokale heffingen in de programmabegroting 2021 de belastingverordeningen worden aangepast en door de raad worden vastgesteld. Gebruikelijk is om de belastingverordeningen in de raad van december te laten vaststellen. De verordening onroerendezaakbelastingen wordt echter separaat van de andere belastingverordeningen in januari 2021 aangeboden. Dit omdat de definitieve waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen niet eerder dan begin december door de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) aangeleverd kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk om eerder betrouwbare tarievenpercentages te berekenen. Hoewel de verordening in januari 2021 wordt vastgesteld, blijft de datum van ingang van de verordening 1 januari 2021.

Inleiding

De grondslag voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen is de vastgestelde waarde, (WOZwaarde) van de onroerende zaak. De aanslag wordt berekend aan de hand van een tariefpercentage van de waarde. Hiervoor ontvangen wij in december van het jaar de definitieve waardeontwikkeling van woningen en niet woningen van de BSR. Vervolgens is in de programmabegroting 2021 bepaald dat de totale baten voor OZB toenemen met 1,8% prijsinflatie en is de volgende opbrengst voor 2021 gepresenteerd: Onroerendezaakbelasting

Belastingjaar 2020

2021

OZB baten woningen

3.689.881 3.756.353

OZB baten niet woningen

1.346.485 1.370.866

Totaal opbrengst

5.036.366 5.127.219

De BSR heeft inmiddels de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen vastgesteld. Het betreft de waardeontwikkeling op de waardepeildatum 1 januari 2020 ten opzichte van de stand op de Categorie

Woningen Niet-woningen

Waardeontwikkeling

9,7% -1,4%

Raadsvoorstel

Blad: 2 van 6

Om te komen tot een tarief voor de onroerendezaakbelastingen spelen een aantal factoren een rol. Namelijk de door de BSR aangeleverde totale WOZ-waarde van zowel de woningen als de nietwoningen. De waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen, alsmede de prijsinflatie en de in de programma begroting vermelde beoogde opbrengst. Deze componenten leiden tot een gelijk blijven van het tarief voor niet-woningen en een daling van het tarief voor de woningen. Onroerendezaakbelastingen tarieven(percentages)

2018

0,1460 0,1022 0,1821

Gebruikers, niet woningen Eiqenaren, woningen Eigenaren, niet woningen

Belastingjaar 2020 2019

2021

0,1467 0,0939 0,1829

0,1467 0,0832 0,1829

0,1468 0,0977 0,1830

*) De tariefpercentages worden berekend naar de meest actuele stand per eind 2020 zoals aangeleverd door de BSR

In onderstaande voorbeelden wordt weergegeven wat de mogelijke gevolgen zijn voor de diverse categorieen. Woningen jaar

WOZ-waarde

tarief

2020 2021

€ 200.000 € 219.400

0,0908% 0,0832%

€ 181,60 € 182,54

2020 2021

€ 500.000 € 548.500

0,0908% 0,0832%

€ 454,00 € 456,35

Te betalen

Niet - woningen WOZ-waarde jaar

Tarief eig

2020 2021

€ 200.000 € 197.200

0,1829% 0,1829%

€ 365,80 € 360,68

2020 2021

€ 500.000 € 493.000

0,1829% 0,1829%

€ 914,50 € 901,70

Te betalen

Alternatieven

De tarieven van zowel de woningen als de niet-woningen blijven gelijk aan de tarieven van 2020. Hiermee realiseren we circa 7,9% hogere opbrengst bij de woningen zonder dat de tarieven stijgen.

Wat willen we bereiken?

Het vaststellen van de verordening onroerende-zaakbelastingen 2021 IJsselstein in januari 2021, zodat tijdig de aanslagen in februari kunnen worden verstuurd.

Waarom willen we dit?

Zie samenvatting en inleiding.

Wat gaat het kosten?

Niet van toepassing.

Raadsvoorstel

Blad: 3 van 6

Wat gaan we daarvoor doen?

De verordening is opgesteld in samenwerking met de belastingsamenwerking rivierenland (BSR). • januari 2021 vaststelling verordening door de gemeenteraad; • januari 2021 publicatie verordening via website en Gemeentepagina. • Februari 2021, opleggen aanslagen • Maart 2021, eerste automatische incasso • Oktober 2021, laatste automatische incasso

Duurzaamheid

Niet van toepassing.

Communicatie en participatie van het voortraject

Niet van toepassing.

Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject

Na vaststelling door uw Raad worden de verordeningen, conform artikel 140 Gemeentewet ter inzage gelegd. De ter inzagelegging zal worden gepubliceerd op de Gemeentepagina van de Zenderstreeknieuws. De verordeningen zullen tevens officieel bekend worden gemaakt door plaatsing in het elektronisch Gemeenteblad. Er wordt een bericht op de website en Gemeentepagina geplaatst over de verordeningen. Waarbij wordt aangegeven wat verandert en wat dit betekent voor de inwoners.

Voorstel

Het vaststellen van de belastingverordening onroerende-zaakbelastingen 2021 IJsselstein.

Overzicht bijlagen:

Raadsbesluit

blad : 4 va n 6

De raad van de gemeente IJsselstein Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 december 2020, zaaknummer 909142, gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen IJsselstein 2021 Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht

1.

Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting. b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker. b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor voltijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.

Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dattijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Belastingobject

1. 2.

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 3 Maatstaf van heffing

1. 2.

De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.

Raadsvoorstel

Blad: 5 van 6

Artikel 4 Vrijstellingen

1.

2.

3.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij het bepalen van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land of bosbouw bedrijfsmatig geexploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. een of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; I. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Raadsvoorstel

Blad: 6 van 6

Artikel 5 Belastingtarieven

1.

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,1467%; b. de eigenarenbelasting i. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0832%; ii. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1829%.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling

1.

2.

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan verbonden en in het Incassoreglement van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

1.

2. 3. 4.

De verordening Onroerende-zaakbelastingen 2020 vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021 Deze verordening wordt aangehaald als "verordening Onroerende-zaakbelastingen IJsselstein 2021".

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 28 januari 2021. de griffier,

de voorzitter,

A.J.O. van Kooij

V

mr. P.J.M. van Domburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9717263/1