Raadsvoorstel toekomstige samenwerking Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Tekst van het document
^
Raadsvoorstel
.
G ec m u ill ce ce ri n1 tc e
IJsselstein agendapunt
Aan de raad van de gemeente IJsselstein
Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:
1064575 Wonen en Ruimte / RO Ruimte C.A. Geldof H.L.P. Veldhuizen h.veldhuizen@ijsselstein.nl 1607
Datum: 7 decernber 2021 Blad: 1 van 8
Onderwerp Toekomstige samenwerking Recreatieschap Stichtse Groenlanden en liquidatie Recreatie Midden Nederland
Samenvatting De afgelopen twee jaar is binnen de twee recreatieschappen gesproken over de toekomstige samenwerking op gebied van de regionale recreatietaken. Aanleiding daarvoor was onvrede over het functioneren van Recreatie Midden Nederland (RMN) en zorgen over de financiele situatie. Hierbij zijn verschillende mogelijkheden verkend. Met dit voorstel willen we de toekomstige samenwerking vastleggen. Het gaat hierbij o.a. om liquidatie van RMN, verkenning nieuwe uitvoeringsorganisatie Staatsbosbeheer voor de schappen en aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) op de nieuwe situatie. De nieuwe situatie zorgt voor een vereenvoudigde samenwerking met minder bureaucratie en zal zich meer gaan richten op de uitvoering. Inleiding Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) is een samenwerkingsverband van negen gemeenten en de provincie Utrecht die het beheer, onderhoud en exploitatie van de bovenregionale recreatievoorzieningen binnen de grenzen van de deelnemende gemeenten. Ook onze gemeente is hierbij aangesloten. De samenwerking binnen SGL is geregeld via een gemeenschappelijke regeling (GR). De uitvoeringsorganisatie van de schappen (Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht en omstreken) is Recreatie Midden Nederland (RMN). RMN is een bedrijfsvoeringsorganisatie.
De dagelijks besturen van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden (SGL) en Plassenschap Loosdrecht (LSD) e.o. en Gedeputeerde Staten van de provincie zijn de deelnemers in RMN. Eind 2020 is de memo "Toekomstige samenwerking Recreatieschappen" naar de deelnemers verzonden voor reactie. In deze memo stonden richtinggevende uitspraken voor vervolgstappen voor een nieuwe wijze van organisatie van de recreatietaken in Midden Nederland. Een van de uitspraken was het voornemen om RMN op te heffen en om te zetten naar een nieuwe constructie per 1 januari 2022.
Insteek voor samenwerking op deze regionale recreatietaken was om collectief te blijven samen werken en de samenwerking zo eenvoudig mogelijk van opzet te laten zijn. In eerste instantie werd gedacht aan een convenant, maar gezien de eigendommen van het schap is hier om moverende redenen uiteindelijk van afgezien. Hoewel het afgelopen jaar hard is gewerkt aan het opnieuw vormgeven van de samenwerking van de recreatietaken van SGL bleek rond de zomer dat een nieuwe organisatie per 1 januari 2022 niet
Raadsvoorstel
Blad: 2 van 8
haalbaar is. Dit betekende dat de liquidatie van RMN met 1 jaar is uitgesteld tot 31 december 2022. Datzelfde geldt tevens voor de start van de nieuwe organisatie van SGL. De voorstellen voor de nieuwe organisatie van SGL die nu voorliggen betreft een veel slankere en meer efficiente organisatie. Deze is vooral gericht op het beheer, onderhoud & exploitatie van de bovenregionale recreatievoorzieningen. Omdat het voorstel is om RMN te liquideren, is onderzocht welke organisatie daarvoor het meest geschikt is om deze werkzaamheden uit te voeren. Naar aanleiding van gesprekken met verschillende organisaties is Staatsbosbeheer (SBB) naar voren gekomen als de meest geschikte organisatie om op dit gebied mee samen te werken. Momenteel wordt onderzoek gedaan of SBB inderdaad het beheer, onderhoud en exploitatie van recreatieve voorzieningen kan verrichten en onder welke voorwaarden en kosten.
Wat willen we bereiken? Met de huidige voorstellen voor aanpassing GR SGL, liquidatie RMN en gewijzigde verlichte GR is het de verwachting dat het beheer, onderhoud en exploitatie van regionale recreatieve voorzieningen meer toekomstgericht, effectiever en efficienter wordt vormgegeven.
Waarom willen we dit? 1. Argumenten (per beslispunt) 1.1 In de verkenning zijn vier hoofdscenario's zijn onderzocht. Gekozen is voor scenario Basis+ Reden hiervoor is dat daarmee de recreatievoorzieningen in gezamenlijk eigendom blijven van de deelnemers in SGL. Dit maakt het ook mogelijk een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af te sluiten met een uitvoerende partij voor het uitvoeren van de taken die RMN nu uitvoert. Deze publieke samenwerkingsvorm in een gemeenschappelijke regeling (GR) biedt het voordeel dat de samenwerking op de gemeente-grensoverschrijdende recreatietaken robuust blijft en blijven de gronden in gezamenlijk eigendom. Ook houden de raden en staten positie waarmee democratische legitimatie gediend is, blijven de financiele stromen en ook de solidariteit geborgd en wordt een gebundelde opdracht voor de taakuitvoering aan een derde partij gegeven. 1.2 Door in te stemmen de voorgestelde toekomstige samenwerkingsvorm wordt verwacht dat efficienter, effectiever en toekomstgerichter kan worden gewerkt De voorgestelde nieuwe organisatie van SGL is er vooral op gericht om het beheer, onderhoud en exploitatie van bovenregionale recreatievoorzieningen effectief en efficient te kunnen organiseren. Hierbij is gekozen voor een kleiner Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks bestuur (DB) waarbij het DB wordt ondersteund door een bestuurssecretaris en een controller.
Het DB bereidt zaken voor die vervolgens in het AB kunnen worden besproken en besloten. Een bestuurssecretaris en controller ondersteunen vooral het DB. 2a. 1 Met aanpassing van gewijzigde gemeenschappelijke regeling wordt de nieuwe wijze van samenwerking binnen het recreatieschap licht en toekomstbestendig vormgegeven. Om de nieuwe samenwerking ook concreet vorm te geven moet de gemeenschappelijke regeling vernieuwd worden. In de volledig nieuwe tekst van de regeling waarin RMN als uitvoeringsorganisatie is vervallen zijn de taken en omvang van het bestuur geduid en is het geheel leesbaarder geworden. 2. a. 2. Gekozen is voor een Klassieke Gemeenschappelijke Regeling In het Algemeen Bestuur van SGL is de keuze voorgelegd voor een Klassieke Gemeenschappelijke Regeling of een Bedrijfsvoeringsorganisatie als keuze voor toekomstige samenwerking. Beide varianten zijn in juridische zin mogelijk. Het bestuur heeft gekozen voor een Klassieke GR vanwege: a) Betere democratische legitimatie; b) Nauwelijks meer bestuurlijke druk dan een GR-BVO; c) Mogelijkheid om flexibel te kunnen reageren op onverwachte beleidsvraagstukken;
Raadsvoorstel
d) e) f)
Blad: 3 van 8
Meer flexibele mogelijkheden opdrachtverlening, VTH, belastingen en leges; Minder risico's ten aanzien van divergerende VTH regels voor een uitvoeringsorganisatie zoals SBB; Aan een BVO kleven te veel risico's m.b.t. de verordenende bevoegdheid, VTH en alleenrecht.
2b. 1 Staatbosbeheer (SBB) is de meest gerede partij om te onderzoeken of de taken die RMN nu voor het schap uitvoert daar onder te brengen en onder welke condities. RMN voert de taken uit van onder andere SGL. Nu RMN wordt geliquideerd, is een andere organisatie nodig om deze taak uit te voeren. Hiervoor zijn met verschillende organisaties gesprekken gevoerd zoals met de gemeente Utrecht, SBB, ODRU, Landschap Erfgoed Utrecht en Utrechts Landschap. De keuze is gevallen op Staatsbosbeheer om met hen verder te onderzoeken of zij deze taken kunnen gaan uitvoeren voor het schap. Reden om voor Staatsbosbeheer te kiezen zijn o.a. : mogelijkheid tot vestiging alleenrecht, ervaring met recreatiebeheer, omvang organisatie, nagenoeg gelijke arbeidsvoorwaarden/CAO personeel. 2b. 2 Met SBB is een intentieovereenkomst ondertekend waarmee afspraken zijn gemaakt over het vervolgtraject om tot definitieve besluitvorming te komen over de mogelijkheid dat SBB de uitvoeringsorganisatie voor dit recreatieschap wordt. Deze intentieovereenkomst houdt in dat beide partijen naar elkaar uitspreken dat zij met een positieve insteek gaan onderzoeken of het mogelijk is in de toekomst samen te werken, onder welke voorwaarden dat dan zou kunnen en wat de kosten dan zijn. Onderdeel hiervan vormt ook een voorstel tot overname van een deel van de mensen van RMN om deze werkzaamheden uit te voeren.
Afgesproken is dat SBB in mei hiervoor met een voorstel komt. In dit voorstel van SBB zullen naast de jaarlijkse kosten ook de invlechtingskosten worden opgenomen. 2c. 1 Het Routebureau Utrecht zal vanuit RMN naar een andere organisatie worden overgebracht. Het Routebureau is een taak van RMN en zal naar verwachting onder worden gebracht bij de provincie Utrecht of mogelijk in een aparte stichting. Op 26 november 2021 is hierover een bestuurlijk overleg met de in het Routebureau deelnemende gemeenten en provincie. Door het Routebureau is aangegeven dat voor de gemeenten waarmee wordt samengewerkt geen extra kosten zijn voorzien vanwege deze organisatiewijziging. 2d. 1 Door het bestuur van SGL de ruimte geven, kunnen zij voortvarendheid de verdere voorbereiding van de implementatie van de nieuwe samenwerkingsvorm verzorgen Komend jaar zullen nog vele (praktische) zaken geregeld moeten worden die niet alle door de deelnemende Raden en Staten bekrachtigd behoeven te worden. Door het bestuur hierin de ruimte te geven, kunnen zij vooral praktische zaken zelf regelen. Het bestuur zal deelnemers tussentijds op de hoogte houden van de vorderingen. 3.1 Met het opheffen van RMN met ingang van 31 december 2022 is het mogelijk een nieuwe organisatie de taken te laten overnemen.
Omdat RMN het niet voor elkaar kreeg de bedrijfsvoering op orde te krijgen waarbij ook de kosten voor de deelnemers bleven oplopen, is ervoor gekozen RMN op te heffen. Het feitelijk opheffen van RMN is een zaak voor het bestuur van RMN. Omdat daar kosten aan verbonden zijn van de deelnemende gemeenten en provincies, wordt ook instemming gevraagd van de Raden en Staten van deze organisaties. 4.1 In het liquidatieplan zijn de kosten opgenomen voor het opheffen van RMN en het afhandelen van alle verantwoordelijkheden, vooral als werkgever. In het liquidatieplan zijn alle kosten opgenomen die worden verwacht wanneer RMN wordt opgeheven. Dit betreffen vooral kosten voor het afhandelen van de verantwoordelijkheden die zij hebben voor hun personeel. Daarnaast zijn er nog administratieve kosten. De personele kosten
Raadsvoorstel
Blad: 4 van 8
betreffen vooral de kosten om de arbeidsvoorwaarden te harmoniseren bij een overgang naar een andere organisatie, potentiele kosten voor wachtgeld en werkloosheidsuitkering en dergelijke. 4.2 Veel personeel van RMN kan naar verwachting overgaan naar SBB en de Wijdemeren RMN heeft ongeveer 43 fte personeel in dienst. Het is de insteek om zoveel mogelijk personeel over te laten gaan naar de nieuwe organisaties waarmee SGL en LSD gaan samenwerken op het gebied van het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen. Hiervoor worden gesprekken gevoerd met respectievelijk SBB en Wijdemeren. Hierbij is het principe dat mens volgt werk. Het is echter niet uitgesloten dat enkele personeelsleden niet over kunnen gaan naar een van deze twee organisaties. Daarvoor zal dan een regeling moeten worden getroffen. 4.3 Bij het bepalen van de hoogte van de kosten in het liquidatieplan is rekening gehouden met een realistische raming Bij het opstellen van het liquidatieplan is rekening gehouden met een realistische raming. Grootste deel van de kosten betreffen personele kosten. Afhankelijk van hoeveel personeel door onder andere SBB kan worden overgenomen en of personeel zelf kiest voor werk elders, zullen de kosten lager of hoger zijn. 2. Alternatieven Geen. 3.
Kanttekeningen 3.1 Wanneer de deelnemers een beslissing nemen om RMN op te heffen, is nog niet bekend hoe het aanbod van SBB er uit zal zien De deelnemers zijn gevraagd in te stemmen met het opheffen van RMN. Dan is nog niet bekend of SBB een voorstel zal doen voor samenwerking en ook niet onder welke voorwaarden en kosten. Het is niet mogelijk te wachten om te werken aan een opheffingsbesluit RMN om vervolgens op tijd de nieuwe organisatie van SGL en LSD op te zetten. Het is echter wel belangrijk dat het personeel van RMN tijdig in 2022 duidelijkheid krijgt over hun toekomstige situatie. Vervolgens kan RMN ook binnen een fatsoenlijke termijnen zorgen dat hun personeel naar een andere organisaties kunnen overgaan. 3.2 De deelnemers hebben gevraagd of helderheid kan worden gegeven door SBB de bandbreedte voor de toekomstige structurele kosten van SBB Planning is dat SBB in mei 2022 met een aanbod komt waarin zij aangeven welke werkzaamheden zij gaan verrichten, welk personeel zij kunnen overnemen en wat de structurele en invlechtingskosten zijn. Omdat dit nog enige maanden duurt en daarvoor al beslissingen moeten worden genomen over het opheffen van RMN, is gevraagd of het mogelijk is al eerder inzicht te geven in vooral de verwachte structurele kosten (binnen een bepaalde bandbreedte).
3.3 De deelnemers in RMN (DB's van de schappen en gedeputeerde staten van Utrecht) hebben beslissingsbevoegdheid om het liquidatieplan goed te keuren bij volledige instemming door de 3 deelnemers in RMN. Hoewel het bestuur van RMN beslissingsbevoegd is RMN op te heffen, hebben zij daarvoor instemming nodig van dagelijks besturen van de schappen. 3.4 De effectuering van het besluit tot liquidatie kan pas genomen worden als er een rechtsopvolger is voor de taken van RMN. De wens is om er met Staatsbosbeheer uit te komen en dat het personeel van RMN overgaat naar deze organisatie. Op het moment dat er een overeenkomst is tussen SBB en SGL kan het besluit worden geeffectueerd. Mochten SGL en SBB niet tot een overeenkomst kunnen komen, ontstaat een nieuwe situatie en zal de effectuering van het besluit tot liquidatie opnieuw tegen het licht worden gehouden. Aangezien de recreatieve voorzieningen niet onbeheerd kunnen worden gelaten.
Raadsvoorstel
Blad: 5 van 8
Wat gaat het kosten? De liquidatiekosten van RMN zijn geraamd op € 1,25 miljoen. Hierbij is € 0,9 miljoen geraamd voor personeelsfrictiekosten, met als uitgangspunt dat het grootste gedeelte van de huidige werknemers (75%) over zullen gaan naar de nieuwe uitvoeringsorganisatie per 1 januari 2023 - deze aanname wordt als reeel beschouwd. De overige onkosten zijn geraamd voor de uitvoering van de liquidatievoorbereiding, boetebedingen uit de contracten en het liquidatieproces zelf. Volgens de geldende verdeelsleutel komt hiervan € 0,86 miljoen voor rekening van Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Hiervan behoort € 0,56 miljoen tot SGL-A, waar de gemeente IJsselstein deelnemer van is. Incidentele kosten Aangezien RMN en het schap niet over voldoende middelen beschikken om deze kosten eenmalig integraal te dragen, wordt een beroep gedaan in 2022 en/of 2023 op de deelnemers. Op basis van de raming betekent dit voor IJsselstein maximaal € 26.000 aan incidentele kosten, indien SGL deze onkosten niet uit eigen reserve kan financieren. Deze liquidatiekosten bestaan voornamelijk uit personele kosten waarbij het derhalve afhangt van hoeveel en welke mensen van RMN overgaan naar nieuwe organisaties die het werk van RMN gaan overnemen.
Pas wanneer SBB met SGL en Wijdemeren met LSD overeenstemming hebben over de werkzaamheden die zij gaan uitvoeren en wat daarvan de kosten zijn, is het duidelijk om welk bedrag dat dan gaat. Hoewel uitgangspunt is dat SBB en Wijdemeren zoveel mogelijk personeel van RMN overnemen, is niet uitgesloten dat dat voor sommige mensen niet mogelijk is ook werkelijk over te gaan. Voor die mensen zal een sociaal plan moeten worden opgesteld en is het mogelijk dat nog langere tijd daar kosten mee zijn gemoeid voor de deelnemende partijen. Dit zal op termijn blijken. Zodra de financiele effecten van de liquidatie van RMN bekend zijn (halverwege 2022), zal u als raad hierover in de eerstvolgende rapportage gei'nformeerd worden met daarbij een eventueel voorstel voor dekking van de hieraan verbonden kosten. Wanneer SBB in mei 2022 een aanbod doet aan SGL van de structurele jaarlijkse kosten, invlechtingskosten en de aanloopkosten, is voor alle deelnemers ook duidelijk hoe hoog die kosten zijn. Dat is nu nog niet bekend. Structurele kosten De totale lasten voor het exploiteren van SGL bedragen op dit moment € 6,7 miljoen (begroting 2021). Voor een berekening van de structurele effecten van de toekomstige begroting is op dit moment onvoldoende informatie beschikbaar. SGL verwacht dat uitvoering door Staatsbosbeheer binnen de huidige financiele kaders kan worden vormgeven.
De raad blijft daar via zienswijzen op toekomstige begrotingen bij betrokken.
Wat gaan we daarvoor doen? De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij het Recreatieschap Stichtse Groenlanden.
Duurzaamheid N.v.t.
Communicatie en participatie van het voortraject Participatie vindt binnen deze transitie plaats tussen de recreatieschappen en de deelnemers. Voor Raads- en Statenleden van de deelnemers in de gemeenschappelijke regelingen hebben op 30 november en 8 december bijpraatavonden plaatsgevonden om deze plannen toe te lichten. Raads- en Statenleden zijn via de eigen griffies hiervoor uitgenodigd.
Raadsvoorstel
Blad: 6 van 8
Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject Het bestuur van het Recreatieschap de Stichtse Groenlanden verzoekt in haar aanbiedingsmail van 2 november 2021 om hen rondom 1 februari 2022 te informeren over het besluit van de gemeenteraad. Met bijgevoegde brief stellen wij het Recreatieschap de Stichtse Groenlanden op de hoogte van uw besluit.
Raadsvoorstel
Blad: 7 van 8
Voorstei 1. In te stemmen met de voorgestelde toekomstige samenwerkingsvorm zoals verwoord in paragraaf 4 van het document "Voorstei aan deelnemers inzake toekomstige samenwerking in SGL (Recreatieschap Stichtse Groenlanden)" opgenomen als bijlage 1. 2. In dat kader: a. Op grand van artikel 36 van de thans geldende tekst van de Gemeenschappelijke Regeling in te stemmen met de gewijzigde doorlopende tekst van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in bijlage 2. b. De burgemeester en het college toestemming te verlenen voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. 3. Het besluit van het Algemeen Bestuur SGL om in te stemmen met opheffing van RMN per 31 december 2022 te onderschrijven.
Overzicht bijlagen: Bijlage 1 - Voorstei inzake toekomstige samenwerking in SGL Bijlage 2 - Gewijzigde doorlopende tekst GR SGL Bijlage 3 - Toelichting gekozen GR-vorm toekomstige samenwerking SGL Bijlage 4 - Intentieovereenkomst SBB Bijlage 5 - Liquidatieplan RMN Bijlage 6 - Brief ter kennisgeving besluit
Raadsbesluit
blad : 8 van 8
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 december 2021, zaaknummer 1064575
BESLUIT: 1.
De raad stemt in met de voorgestelde toekomstige samenwerkingsvorm zoals verwoord in paragraaf 4 van het document "Voorstel aan deelnemers inzake toekomstige samenwerking in SGL (Recreatieschap Stichtse Groenlanden)" opgenomen als bijlage 1. 2. In dat kader: c. Op grand van artikel 36 van de thans geldende tekst van de Gemeenschappelijke Regeling stemt de raad in met de gewijzigde doorlopende tekst van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in bijlage 2. d. De raad verleent toestemming aan de burgemeester en het college voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling. 3. Het besluit van het Algemeen Bestuur SGL om in te stemmen met opheffing van RMN per 31 december 2022 wordt onderschreven door de raad
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 3 februari 2022