Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0 U16
Tekst van het document
Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:
944233 Ruimte en Projecten, Energietransitie
Datum: 22 juni 2021 Blad: 1 van 9
Ruimte
P.J. Bekker J.L. Dortland j.dortland@ijsselstein.nl / 1763 twee jaar na vaststelling
Onderwerp Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0)
Relevante voorgaande besluiten Voorafgaande aan de RES 1.0 heeft u reeds besluiten genomen over: 1. De Startnotitie Regionale Energiestrategie RES U16 (zaak 736204) 2. Het Ontwerp Regionale Energiestrategie U16 (zaak 817328) 3. Het Toets- en afwegingskader duurzame energie (zaak 944211) In het Toets- en afwegingskader duurzame energie heeft u de zoekgebieden voor zon- en windenergie in IJsselstein vastgesteld. In de RES 1.0 komen de bijdrages van alle 16 gemeenten uit de regio samen en leggen we de basis voor een samenwerking op warmte.
Samenvatting Het gebruik van fossiele brandstoffen en de CO2-uitstoot die daar het gevolg van is heeft meet- en merkbare effecten op klimaat en milieu. Om de gevolgen hiervan te beperken moet de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) worden teruggedrongen. Internationaal zijn hier in 2015 afspraken over gemaakt in het klimaatakkoord van Parijs. Een akkoord dat in 2016 door Nederland is ondertekend en is door vertaald naar een nationaal Klimaatakkoord (2019). Het doel van dit nationaal Klimaatakkoord is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% terug te brengen ten opzichte van 1990. Onderdeel van de afspraken uit dit nationaal klimaatakkoord is dat gemeente, waterschappen en provincies samenwerken aan Regionale Energiestrategieën (RES). IJsselstein is onderdeel van de RES regio U16. Na een Startnotitie en een Ontwerp RES ligt nu een eerste Regionale Energiestrategie voor met daarin een strategie voor elektriciteit en warmte. In het Ontwerp RES heeft de U16 vastgesteld om in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Deze ambitie houden we vast. Bij de realisatie van dit bovenste mogen we de reeds gerealiseerde projecten en projecten in de pijplijn al meetellen. Deze tellen op tot 0,438 TWh, Daarnaast zetten we in op grootschalig zon op dak. Naar inschatting kan dit 0,3 TWh tot 0,5 TWh opleveren.
Daarnaast hebben alle gemeenten middels een lokaal participatietraject gezocht naar zoekgebieden voor zon- en windenergie. IJsselstein heeft dit gedaan in het Toets- en afwegingskader duurzame energie. Gezamenlijk leveren de lokale zoekprocessen 1,164 TWh op. Tegelijkertijd is de Regionale Energiestrategie een constant proces dat voortdurend in beweging is en bijsturing vergt. In komende jaren blijven de overheden zich dan ook inspannen om nieuw kansen te verkennen. Zo laten we nieuw kansen niet onbenut en kunnen we eventuele planuitval tijdig op vangen. Op het gebied van warmte zetten we in de eerste plaats in op energiebesparing. Daarnaast maakt de verkenning van de regionale warmtebronnen inzichtelijk, dat er een beperkt aantal regionale warmtebronnen beschikbaar is. Die moeten we dan ook zorgvuldig benutten. Bij de toekomstige verdeling hiervan zullen betaalbaarheid, duurzaamheid, beschikbaarheid en uitvoerbaarheid dan ook leidend zijn. In de RES 2.0 wordt warmte verder uitgewerkt met de input van de transitievisie warmte.
Raadsvoorstel
Blad: 2 van 9
Inleiding In de RES 1.0 geven de 30 energieregio’s in Nederland invulling aan de landelijke klimaatdoelstellingen. Dit doen zij door in de RES 1.0 op zijn minst een strategie voor elektriciteit en warmte op te nemen. De gemeente IJsselstein is onderdeel van de RES U16, een regio die bestaat uit 16 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Utrecht. In 2019 en 2020 zijn in de regio reeds een Startnotitie en Ontwerp RES vastgesteld. Deze hebben de basis gevormd voor de RES 1.0. Naast de Startnotitie RES U16 en het Ontwerp RES U16 heeft de gemeente IJsselstein gedurende 2020 en 2021 ook een lokaal Toets- en afwegingskader duurzame energie gemaakt om zoekgebieden voor zonnevelden en windturbines vast te stellen. Dit Toets- en afwegingskader duurzame energie is op 20 mei 2021 vastgesteld door de raad. Hierbij is ook uitgebreid samengewerkt met de Lopikerwaard gemeenten. Een samenwerking is tevens de basis is geweest voor een gezamenlijke bijdrage van aan de RES 1.0. Voor warmte is een verkenning gemaakt van de in de regio beschikbare warmtebronnen en de warmtevraag. Dit vormt de basis voor de Regionale Structuur Warmte waarin afspraken zijn vastgelegd over de manier waarop we in de regio omgaan met gemeentegrens overschrijdende warmtebronnen. Daarnaast maakt Regionale Structuur Warmte inzichtelijk op welke bovengemeentelijke warmte thema’s we voorstellen samen te samenwerken.
In de bijlage "Klimaatakkoord en RES 1.0” is achtergrondinformatie over de het Klimaatakkoord, de RES en de Regionale Energiestrategie U16 terug te vinden. Hierin vindt u mede meer informatie over de nationale opgave en een meer cijfermatige onderbouwing van de RES 1.0.
Wat willen we bereiken? Het nationaal Klimaatakkoord heeft als doel om de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% terug te brengen ten opzichte van 1990. Om dit te bereiken moet het gebruikt van fossiele brandstoffen worden teruggedrongen. Door middel van afspraken in de RES geven de 30 energieregio’s in Nederland invulling aan een deel van deze opgave. In de RES 1.0 legt de U16 de eerste afspraken vast op het gebied van elektriciteit en warmte. Deze vormen de basis voor een vervolgstap richting RES 2.0 en de realisatie van projecten. Het vaststellen van de RES 1.0 worden de eerste stappen gezet voor een duurzamere regio en een klimaatneutraal IJsselstein.
Raadsvoorstel
Blad: 3 van 9
Waarom willen we dit? 1. Argumenten Argument 1: Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde De energieopgave houdt niet op aan de gemeentegrenzen. Het grensoverschrijdende karakter maakt samenwerking noodzakelijk. Door krachten te bundelen en plannen af te stemmen hebben we een grotere slagkracht en werken we naar een kwalitatief beter resultaat toe voor de hele regio. De RES 1.0 is dan ook een gezamenlijk resultaat waarbij tegelijkertijd ruimte is voor lokale verschillen. Argument 2: Met de RES 1.0 doet recht aan het participatie traject in IJsselstein. Tussen augustus 2020 en januari 2021 is de gemeente IJsselstein uitgebreid in gesprek gegaan met inwoners over de opwek van duurzame energie middels zonnevelden en windturbines. Door middel van enquêtes en digitale inloopavonden hebben inwoners kunnen meedenken over zoekgebieden voor zonnevelden en windturbines en de voorwaarde waaronder deze een plekje zou kunnen krijgen in de gemeente IJsselstein. Naast participatie is bij de totstandkoming van het Toets- en afwegingskader ook aandacht geweest voor de landschappelijke effecten van zonnevelden en windturbines. Om deze effecten op een grotere schaal te beoordelen is uitgebreid samengewerkt met de Lopikerwaard gemeenten. (Woerden, Oudewater, Montfoort en Lopik). Inhoudelijk zijn de beleidskader zoveel mogelijk afgestemd.
Desondanks stelt elke gemeente uiteindelijk wel zijn eigen afwegingskader vast. Het Toets- en afwegingskader duurzame energie IJsselstein, met daarin de zoekgebieden voor zon- en windenergie, is op 20 mei 2021 vastgesteld door de raad. De samenwerking met Woerden, Oudewater, Montfoort en Lopik is anderzijds ook de basis geweest voor een gezamenlijke bijdrage aan de RES 1.0. Wanneer de uitkomsten van de vijf lokale trajecten samen worden gebracht zien de Lopikerwaard gemeenten de mogelijkheid om in 2030 0,26 TWh bij te dragen aan de RES 1.0. Dit is inclusief zon op dak en reeds gerealiseerde projecten. Deze 0,26 TWh en de zoekgebieden die hier aan ten grondslag liggen zijn een belangrijke bouwsteen in de RES 1.0. Op deze wijze wordt recht gedaan aan het lokale proces dat Woerden, Oudewater, Montfoort, Lopik en IJsselstein hebben doorlopen. Daarnaast blijven de gemeente aan zet om te bepalen waar en hoe energie projecten tot stand komen.
Raadsvoorstel
Blad: 4 van 9
Argument 3: 1,8 TWh is haalbaar In het Ontwerp RES hebben de overheden uit de U16 vastgesteld om in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te willen wekken.1. In de uitwerking van de RES 1.0 is zorgvuldig gezorgd naar een manier om daar invulling aan te geven. Hierbij is gebleken dat 1,8 TWh realistisch en haalbaar is. Dit blijft tevens de bijdrage van de regio aan de nationale opgave van 35 TWh. De ambitie van 1,8 TWh wordt onderbouwd aan de hand van 4 bouwblokken2.
Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus ‘zeker’ Bouwblok 2: Zon op dak Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling
Hoeveelheid in TWh totaal 0,438
Waarvan zon in TWh 0,295
Waarvan wind in TWh 0,143
0,3-0,5 TWh 1,164
0,765
0,399
Hiervoor is nog geen onderbouwing op te nemen
De projecten die al gerealiseerd zijn of in een ver stadium van voorbereiding zijn vormen bouwblok één. Deze projecten leveren 0,438 TWh op. Daarnaast zetten we met bouwblok twee in op grootschalig zon op dak. Ondanks dat zon op dak veel afhankelijkheden kan grootschalig zon op dak naar inschatting 0,3 tot 0,5 TWh opleveren. Voor Bouwblok drie heeft elke gemeente in een lokaal zoekproces zoekgebieden voor zonnevelden en windturbines in kaart gebracht. Deze zoekgebieden leveren samen 1,164 TWh op. De bijdrage uit de lokale zoekprocessen moet de komende jaren echter wel concreter worden gemaakt en worden omgezet naar project locaties. In de praktijk kunnen zoekgebieden dan ook afvallen. Dit onderstreept het belang van bouwblok vier waarin de samenwerkende overheden kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken. Zo laten we nieuw kansen niet onbenut en kunnen we eventuele planuitval tijdig op vangen. Argument 4: De Regionale Structuur Warmte stelt energiebesparing centraal en biedt eerste houvast De Regionale Structuur Warmte 1.0 (RSW 1.0) richt zich op de regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie. In Regionale Structuur warmte 1.0 (RSW 1.0) geeft inzicht in de aanwezige warmtebronnen en de manier waarop we hier afspraken over maken.
Daarnaast gaat de Regionale Structuur Warmte ook in op de bovengemeentelijke warmte thema’s waarop we willen samenwerken. De informatie uit de Regionale Structuur Warmte 1.0 biedt input aan de gemeentelijke transitievisies warmte die eind dit jaar dienen te zijn vastgesteld. De transitievisies warmte geeft op hun beurt informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen het meest waarschijnlijke alternatief vormen. Er is dus een wisselwerking tussen de RSW en de transitievisies warmte. Daarom is regionaal afgesproken om de transitievisies warmte te monitoren en te gebruiken als input voor de RSW 2.0 (onderdeel van RES 2.0) die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is er mogelijk ook meer bekend over de beschikbaarheid van bijvoorbeeld aardwarmte.
1
In de bijdrage aan de nationale opgave mogen regio’s gebruik maken van zonnevelden, windturbines en grootschalig zon op dak installaties met een vermogen groter dan 15 kilowattpiek (zo’n 50 panelen). Installaties met een vermogen kleiner dan 15 kilowattpiek (kleinschalig zon op dak) tellen wel mee voor de doelstellingen in het klimaatakkoord maar niet specifiek voor de doelstellingen in de RES. Wanneer het in de RES over zon op dak wordt gesproken gaat het dan ook om grootschalig zon op dak installaties met een vermogen groter dan 15 kilowattpiek. Voor meer informatie hierover zie bijlage. 2 De kwantitatieve getallen uit de bouwblokken zijn niet een op een op te tellen Hier zit een kleine dubbeling in.
Raadsvoorstel
Blad: 5 van 9
2. Alternatieven De gemeenteraad van IJsselstein kan er voor kiezen de RES 1.0 niet vast te stellen of aanvullende/andere kaders mee te geven. Het verwerpen of gewijzigd vaststellen van de RES 1.0 zal mogelijk vragen om het aanpassen van de RES 1.0 en een daaropvolgende nieuwe besluitvormingsronde bij alle parlementen. Na de besluitvorming in alle parlementen zal u dan ook worden geïnformeerd over hoe er recht wordt gedaan aan de besluitvorming in de individuele parlementen. De verantwoordelijkheid om als regio tijdig afspraken te maken over elektriciteit en warmte blijft echter onverminderd overeind, ongeacht het besluit dat de gemeente neemt. 3. Kanttekeningen Kantekening 1: De RES 1.0 is een momentopname De RES 1.0 is een momentopname en biedt een beeld van waar alle deelnemende overheden nu staan. De RES1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze opgave. Veel zoekgebieden uit de RES1.0 worden de komende tijd verder uitgewerkt. Om tijdig te kunnen bijsturen wordt dan ook afgesproken om elk jaar de voortgang te monitoren. Kantekening 2: De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden Voor een succesvolle realisatie van de RES 1.0 zijn we afhankelijk van diverse randvoorwaarden.
Zo is de regio onder andere afhankelijk van de Rijksoverheid voor de subsidiering van duurzame energieprojecten en financiering van de RES deelnemers. Daarnaast leven er maatschappelijke zorgen rond de impact op de leefomgeving en betaalbaarheid. Deze afhankelijkheden en zorgen zijn benoemd in de RES 1.0 en waar mogelijk wordt daar al rekening mee gehouden. Kantekening 3: 1,8 TWh is haalbaar maar er zijn nog wel knelpunten op het elektriciteitsnet Netbeheerder Stedin heeft de aangeleverde zoekgebieden getoetst in een netinpact analyse. Hiermee is inzichtelijk gemaakt welke netinvesteringen nodig zijn om de RES opgave maakbaar te maken. In de netimpact rapportage zijn 19 ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Het stations Oudenrijn (hoogspanning en tussenspanning) en Breukelen-Kortrijk (hoogspanning) vormen hierin de belangrijkste knelpunten. Aanvullend daarop heeft Stedin geconstateerd dat de verhouding zon/wind uit balans is. Hierdoor komen de grenzen van wat het net aankan eerder inzicht en kunnen de maatschappelijke kosten hoger uitvallen. Om hier tijdig het gesprek over te voeren Stedin in staat te stellen deze knelpunten tijdig op te lossen blijven we ook de komende jaren constant in gesprek.
Kantekening 4: Mogelijk aanvullende regionale opgave In de RES 1.0 is geen rekening gehouden met een mogelijk aanvullende opgave die voortkomt uit: 1. Het niet halen van de nationaal afgesproken 35 TWh (dit scenario lijkt niet waarschijnlijk). 2. Extra opgave vanuit de sector industrie. 3. Het verhogen Europese reductie doelstelling naar 55%. Elk van de drie bovenstaande punten kan er toe leiden dat de 30 RES-regio’s gezamenlijk een aanvullende opgave krijgen. Een deel van deze aanvullende opgave zou mogelijk door de U16 moeten worden ingevuld. Voor aanvullende informatie hierover kunt u de bijlage raadplegen.
Raadsvoorstel
Blad: 6 van 9
Wat gaat het kosten? De financiële consequenties voor het proces richting RES 2.0 zijn nog niet in kaart gebracht. Dit betekend echter niet dat het vervolg traject van de RES geen financiële consequenties heeft. Om een goede deelname aan de RES te borgen zullen ook de komende jaren financiële middelen nodig blijven. De afgelopen jaren zijn de kosten voor de gemeente IJsselstein voornamelijk voortgekomen uit ambtelijke inzet, de ontwikkeling van het Toets en afwegingskader en de financiering van regionale activiteiten. Na de RES 1.0 gaat de Regionale Energiestrategie een nieuwe fase is waarbij ook de stap naar realisatie wordt gezet. In de vervolgtraject blijven we regionaal de voortgang monitoren. Daarnaast streven we naar een betere verankering van de RES in de REP, stemmen we investeringen op het elektriciteitsnet af en ontwikkelen we de RES 1.0 door naar een RES 2.0. De financiële kosten die dit met zich meebrengt worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan. Deze wordt kort na besluitvorming over de RES 1.0 voorgelegd aan de dagelijks besturen. Indien nodig wordt dit voorstel ook aan u voorgelegd. De daadwerkelijke bijdrage die van gemeenten wordt gevraagd voor dit Regionaal Uitvoeringsplan zal voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de bijdrage die de regio ontvangt van het Rijk.
Tegelijkertijd zullen de kosten voor de RES 1.0 zich niet beperken tot een financiële bijdrage aan het Regionale Uitvoeringsplan. Net als de afgelopen jaren zal de ambtelijke inzet voor de RES moeten worden gecontinueerd. Anderzijds dient er uitvoering te worden gegeven aan het toets- en afwegingskader en de toekomstige transitievisie warmte. De projecten of ruimtelijke procedures die hier uit voortkomen zullen de nodige personele en financiële consequenties hebben. Tegelijkertijd leveren deze ook een bijdrage aan een klimaatneutraal IJsselstein. Deze financiële gevolgen van de gehele energietransitie proberen wij zo goed mogelijk in kaart te brengen in het Plan van Aanpak Energietransitie dat wij later dit jaar aan u voorleggen. De financiële gevolgen voor IJsselstein zullen voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de compensatie die IJsselstein vanaf 2022 ontvangt van de Rijksoverheid. Het Rijk is voornemens om decentrale overheden financieel te compenseren/ondersteunen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Inmiddels zijn hier enkele adviesrapporten over verschenen maar het Rijk zal hier pas na aantreding van een nieuw kabinet een besluit over nemen. De vorm en omvang van deze bijdrage is dan ook nog niet vastgesteld. Wij verwachten u hier in het Plan van Aanpak Energietransitie nader over te kunnen informeren.
Wat gaan we daarvoor doen? De RES 1.0 is een eerste stap in een opgave voor de komende decennia. De RES 1.0 vormt tot de herijking (RES 2.0 volgt in 2023) de basis voor de uitvoering op het gebied van elektriciteit en warmte. Waar nodig zetten de deelnemende overheden de RES 1.0 om in ruimtelijk beleid Daarnaast streven zij ernaar om de projecten voor duurzame elektriciteit voor 2025 te vergunnen. Regionaal monitoren we de voorgang en stemmen we gemeentegrens overstijgende thema’s landschappelijke impact en netinfrastructuur af. Daarnaast werken we een regionale aanpak zon op dak uit waarbij in overleg wordt bepaald welke activiteiten we regionaal oppakken en welke zaken door de gemeenten worden uitgevoerd. (zie ook bijlage thematische agenda RES 1.0). Voor warmte werken we op regionaal niveau uit hoe er intensiever kan worden samengewerkt op het onderwerp energiebesparing. Aanvullend daarop werken we nader uit hoe we omgaan met de gemeentegrens overschrijdende bronnen als aquathermie, geothermie en warmte uit biomassa. Tegelijkertijd blijven we de gemeentelijke transitievisies warmte monitoren om deze informatie in de RES 2.0 weer samen te kunnen brengen. (zie ook bijlage thematische agenda RES 1.0).
Raadsvoorstel
Blad: 7 van 9
Na twee jaar wordt de RES 1.0 herijkt. In de RES 2.0 wordt de balans opgemaakt en worden relevante nieuwe ontwikkelingen op het gebied van elektriciteit en warmte meegenomen. De RES 2.0 wordt na twee jaar weer herijkt in een RES 3.0 enzovoort.
Duurzaamheid De RES 1.0 geeft invulling aan een aantal doelstellingen uit het nationaal klimaatakkoord. Hiermee beogen we de uitstoot van CO2 te beperken en de opwarming van de aarde te beperken. Op die manier wordt met de RES 1.0 ook invulling gegeven aan een Klimaatneutraal IJsselstein in 2050.
Communicatie en participatie van het voortraject De lokale communicatie en participatie over elektriciteit in de RES 1.0 is vormgegeven tijdens de totstandkoming van het Toets en afwegingskader duurzame energie (zaak 944211). Voor de communicatie en participatie die tijdens dit traject heeft plaatsgevonden verwijzen wij u naar agendapunt 7 van de raadvergadering van 20 mei 2021. Tijdens deze raadsvergadering is het Toetsen afwegingskader besproken en vastgesteld. Het warmte hoofdstuk in de RES 1.0 heeft nog een hoger abstractie niveau. Om die reden is er voor gekozen om de regionaal participatie vooral vorm te geven met experts en regionaal georganiseerde stakeholders. Bij de verdere ontwikkeling van de Regionale Structuur Warmte zullen inwoners indirect wel betrokken zijn. Dit zal via het participatietraject voor de gemeentelijke transitievisie warmte gaan. Dit traject is recentelijk gestart met als doel om eind 2021 een transitievisie warmte te kunnen voorleggen.
Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject In de communicatie over het vaststellen van het toets en afwegingskader nemen we tevens mee hoe dit samenhangt met de RES 1.0. Hiervoor worden zowel de website als sociale media ingezet.
Voorstel De gemeenteraad van IJsselstein besluit: 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 - inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12- vast te stellen, en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband Toelichting op voorgestelde beslispunt: De Regionale Energiestrategie 1.0 die ter vaststelling wordt aangeboden bevat 15 bijlages. Deze bijlages zijn allemaal terug te vinden in de Regionale Energiestrategie 1.0. Bijlage 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 bevatten (beleidsmatige) keuzes die we als regio maken in relatie tot elektriciteit of warmte. Om die reden wordt in het beslispunt expliciet besluitvorming voorgesteld over bijlages 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12. Bijlages 2, 3, 9, 10, 11, 13, 14 en 15 zijn tevens terug te vinden in de Regionale Energiestrategie 1.0 en zijn hier dus ook onderdeel van. Deze bijlages bestaan echter uit technische onderzoeken, ondersteunende informatie over participatie, leges en landschap en een bestuurlijk advies dat is uitgebracht aan de regio. Deze informatie is ondersteunend. Om die reden wordt er in het beslispunt geen expliciet besluit voorgesteld over bijlage 2, 3, 9, 10, 11, 13, 14 en 15.
Raadsvoorstel
Overzicht bijlagen In de bijlage bij dit voorstel kunt u de volgende documenten terugvinden: - Regionale Energiestrategie 1.0 RES U16 met de daarin opgenomen bijlages - Samenvatting RES 1.0 en achtergrond informatie klimaatakkoord.
Blad: 8 van 9
Raadsbesluit
blad : 9 van 9
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 juni 2021, zaaknummer 944233 BESLUIT: 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 - inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 - vast te stellen, en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 7 oktober 2021
de griffier,
de voorzitter,
A.J.O. van Kooij
mr. P.J.M. van Domburg