Raadsvoorstel ravijnjaar
Tekst van het document
Raadsvoorstel gemeente IJsselstein _______________________________________________________________________ Agendapunt: Collegevoorstellen ravijnjaar Zaaknummer: 220520 Programma: Alle programma's Commissie: Bestuur Portefeuillehouder: M.B. Foekema MSc Onderdeel van: Informatie bij: W. Geurts _______________________________________________________________________________
Onderwerp Collegevoorstellen ravijnjaar Samenvatting De financiële positie van de gemeente IJsselstein staat onder druk. De belangrijkste oorzaak hiervan is de geplande korting door de rijksoverheid op het gemeentefonds vanaf 2026. Daarnaast zal de verwachte herverdeling van het gemeentefonds negatieve gevolgen hebben voor onze gemeente. Ook heeft de gemeente te maken met kostenstijgingen die het gevolg zijn van marktomstandigheden. Dit zorgt ervoor dat wij als gemeente vanaf 2026 geen sluitende begroting meer kunnen presenteren zonder omvangrijke maatregelen te nemen. 2026 wordt daarom ook wel het ‘ravijnjaar’ genoemd. De ambtelijke organisatie heeft een inventarisatie uitgevoerd waarbij alle mogelijkheden voor besparingen en verhogingen van inkomsten in beeld zijn gebracht. Er is een rapport opgesteld waarin alle opties van meer dan € 50.000 worden toegelicht. Het rapport en de inventarisatielijst zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 1 en 2). Op basis van de inventarisatie en het rapport heeft het college een plan uitgewerkt waarmee de gemeente de financiële gevolgen van het ravijnjaar kan opvangen. In het plan van het college wordt eerst de omvang van de bezuinigingsopgave bepaald op basis van de huidige financiële prognose.
Hierbij houden we rekening met de algemene korting op het gemeentefonds (het ravijnjaar), een stapsgewijze verwerking van de herijking en meevallers/tegenvallers voor zover we die op dit moment voorzien. Hiermee kiezen we voor scenario 2b, wat onder de argumenten wordt toegelicht. Scenario’s 1 en 2a worden als alternatieven toegelicht. Alle scenario’s zijn opgenomen in bijlage 3. Vervolgens worden voorstellen gedaan voor besparingen of extra inkomsten waarmee de bezuinigingsopgave volledig wordt ingevuld. De voorstellen worden op hoofdlijnen hieronder toegelicht. Bijlage 3 geeft een totaaloverzicht van het financieel effect. Met het overnemen van de voorstellen voeren we aanpassingen door waarmee we minder voorzichtig begroten. We bezuinigen vooral op onze eigen organisatie en op medebewindstaken. Ook verhogen we sommige van onze leges en lokale heffingen. De meest kwetsbare inwoners worden zoveel mogelijk ontzien en belangrijke lokale voorzieningen blijven in stand. Het totaal aan voorstellen resulteert in een klein overschot in 2026, een beperkt en incidenteel tekort in 2027 en een structureel sluitende begroting vanaf 2029. Deze saldi zorgen ervoor dat we aan de wettelijke begrotingsregels blijven volden. Door het overnemen van de voorstellen worden de uitgangspunten voor de kadernota vastgesteld. Pagina 1 van 10
_______________________________________________________________________
Voorstel 1. Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. 2. De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. Aanleiding voor dit voorstel Het rijk bezuinigt vanaf 2026 op het gemeentefonds. Daarnaast verandert de verdeling over gemeenten (herijking) wat negatief uitpakt voor IJsselstein. Om de financiële gevolgen hiervan op te vangen doet het college ter voorbereiding op de kadernota 2026 voorstellen voor besparingen en voor het verhogen van de inkomsten. Dit moet ertoe leiden dat we een sluitende (meerjaren)begroting 2026 hebben. _______________________________________________________________________________
Relevante eerdere besluiten/besluitgeschiedenis Niet van toepassing Wettelijk kader of beleidskader Artikel 108 lid 1 van de Gemeentewet Titel IV van de Gemeentewet Alternatieven Het voorstel ziet toe op het bepalen van het scenario (omvang van de opgave) en op de voorstellen voor de invulling hiervan. Op beide punten bestaan alternatieven. Daarnaast is het mogelijk om geen besluit te nemen over bezuinigingen, of dit besluit uit te stellen. 1. Alternatieve scenario’s: Voorstel 1 ziet toe op het bepalen van het scenario. Bijlage 3 geeft een overzicht van de drie scenario’s die zijn overwogen. Het college stelt hierbij scenario 2b voor. Deze keuze lichten we onder het kopje argumenten toe. Scenario 1 en 2a zijn als alternatieven overwogen. Bij scenario 1 maken we nog geen plannen om de gevolgen van de herijking op te vangen. De opgave valt hierdoor structureel 2 miljoen Euro lager uit. Het voordeel hiervan is dat de keuzes op dit moment relatief makkelijk kunnen zijn en we de moeilijkste keuzes pas maken wanneer het effect en de timing van de herijking zeker zijn. Dit is tegelijkertijd een nadeel omdat we de bezuinigingsdiscussie dan een tweede keer zullen moeten voeren. De onzekerheid over de meest pijnlijke keuzes blijft dan langer bestaan. Bij scenario 2a gaan we ervan uit dat we het maximale effect van de herijking vanaf 2026 moeten opvangen.
Het voordeel hiervan is dat we voorbereid zijn op het worst-case scenario. Het nadeel is dat hiermee het risico groot is dat we te voorzichtig zijn en dat we onnodig veel of onnodig snel bezuinigen. De maatschappelijke impact is dan ook onnodig groot. 2. Alternatieve plannen: De ambtelijke organisatie heeft een volledige inventarisatie uitgevoerd waarbij alle sturingsmogelijkheden in beeld zijn gebracht. De inventarisatie en het rapport waarin mogelijke keuzes zijn beschreven, zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 1 en 2). Hieruit blijken alle mogelijke alternatieven, maar ook alle terreinen waarop geen (realistische) Pagina 2 van 10
alternatieven bestaan. Deze worden daarom niet allemaal in dit voorstel opnieuw benoemd. We lichten hier enkel de belangrijkste alternatieven toe en de reden waarom het college deze niet voorstelt. Alternatieve besparingen Op een aantal terreinen stelt het college niet of nauwelijks besparingen voor. Dit betreft bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van vastgoed, de openbare ruimte en infrastructuur. Hier bezuinigen we niet op omdat dit van groot belang is voor de leefomgeving van onze inwoners. Daarnaast kunnen bezuinigen leiden tot achterstallig onderhoud waarmee we een probleem voor de toekomst creëren. Daarnaast besparen we niet op lokale cultuur- en sportvoorzieningen en blijft het minimabeleid in stand. Deze keuze maken we omdat dit van belang is voor de sociale samenhang en vitaliteit van IJsselstein. Alternatieve inkomsten Waar mogelijk kiezen we voor het vergroten van onze inkomsten door verhogingen van verschillende leges. Kostendekkenheid is hierbij het uitgangspunt. Het belangrijkste alternatief aan de inkomstenkant is de onroerendezaakbelasting (OZB). Het is mogelijk deze fors te verhogen en in theorie kan hiermee de bezuinigingsopgave volledig worden opgevangen. Het college kiest bewust niet voor lastenverzwaring, maar het is voor de raad mogelijk om te kiezen voor een andere verhouding tussen bezuinigen en lastenverzwaring.
Inmiddels is het onderzoek naar aanvullende inkomstenbronnen in een afrondende fase. De uitkomsten van dit onderzoek zijn daarom (nog) niet opgenomen in dit raadsvoorstel. 3. Uitstel of afstel van keuzes Het is mogelijk om de keuzes op een later moment te maken en zelfs om geen keuzes te maken omtrent bezuinigingen. Het gevolg hiervan is dat we vanaf 2026 grote tekorten hebben en ons weerstandsvermogen snel daalt. Ook lopen we het risico dat we onder toezicht van de provincie gesteld worden. In dat geval zullen de harde keuzes door de provincie gemaakt worden en zijn wij de regie kwijt. Het college ziet dit niet als een reëel alternatief. Argumenten Voorstel 1: Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. We willen niet harder bezuinigen dan nodig is. Tegelijkertijd is het van belang dat we het probleem niet voor ons uit schuiven en de moeilijke keuzes nu maken. Daarom ziet voorstel 1 toe op het bepalen van de omvang van de opgave. Hierbij hebben we drie scenario’s overwogen. Scenario 1 en 2a zijn hierboven als alternatieven toegelicht. We stellen scenario 2b voor omdat dit het meest realistische beeld geeft van de opgave.
Tabel 1 – overzicht scenario 2b (zie bijlage 3)
Pagina 3 van 10
We hanteren het meerjarenperspectief uit de begroting 2025 als uitgangspunt. Dit kent een structureel tekort van ruim € 2 miljoen . Hier voegen we de verwachte extra kosten voor het meerjarenonderhoudsplan ((D)MJOP) gebouwen aan toe. Dit (D)MJOP ligt eind 2024 ter besluitvorming bij de raad. We voegen dit toe omdat we deze extra kosten noodzakelijk vinden en deze nog niet in de begroting zijn verwerkt. Het niet opnemen hiervan zou een onrealistisch beeld geven. Vervolgens voegen we het verwachte effect van de herijking van het gemeentefonds toe. We schatten de maximale impact op € 2,7 miljoen. De precieze omvang is nog onzeker. We verwachten hier in de meicirculaire 2025 meer duidelijkheid over te krijgen. Als de herijking doorgaat zoals verwacht dan denken we dat dit stapsgewijs wordt doorgevoerd. In het originele plan van het Rijk was het effect begrensd op maximaal € 15 per inwoner per jaar. In scenario 2b gaan we daarom uit van dit stapsgewijze effect. Hierdoor leidt de herijking tot een extra tekort van € 2 miljoen in 2029. Het resterende deel (€ 0,7 miljoen) moet dan mogelijk vanaf 2030 nog opgevangen worden. Als laatste nemen we het effect van de septembercirculaire en een verwachte meevaller in de decembercirculaire mee. Hiermee geeft scenario 2b een realistisch beeld van het tekort zoals we op dit moment kunnen voorzien.
Het resulteert in een besparingsopgave van € 2,7 miljoen in 2026 en ongeveer € 4,7 miljoen structureel. We verwijzen naar bijlage 3 voor een overzicht van de verschillende scenario’s.
Voorstel 2: De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. In bijlage 3 is een totaaloverzicht opgenomen van scenario 2b, de voorstellen en de verwachte financiële impact hiervan. Bijna alle voorstellen sluiten aan op de inventarisatie en het rapport van de ambtelijke organisatie. In het rapport zijn keuzes en de gevolgen hiervan toegelicht. We lichten de voorstellen hier op hoofdlijnen per programma toe. Bijlage 3 geeft per voorstel de link weer naar het ambtelijk rapport (bijlage 1) en de inventarisatielijst (bijlage 2). Op deze manier is te volgen welke onderdelen van onze begroting worden geraakt door de voorstellen. Algemene posten De afgelopen jaren zien we vaak dat het jaarresultaat aanzienlijk positiever is dan het begrotingssaldo. Dit geeft aan dat onze begroting op dit moment aan de voorzichtige kant is opgesteld. Mogelijke tegenvallers worden voorzien maar mogelijke meevallers niet. We stellen voor om minder voorzichtig te begroten zodat we voorkomen dat we teveel bezuinigen. Om dit te bereiken stellen we voor drie stelposten te schrappen of te verlagen en een stelpost op te nemen voor de verwachte btw-compensatie: • Stelpost algemeen (treasury). Deze schrappen we volledig. • Stelpost voortgang coalitie. Deze schrappen we volledig.
Dit is overeenkomstig het bij de behandeling van de begroting 2025 aangenomen amendement. • Stelpost loon- en prijsindexatie. We schrappen deze grotendeels (€ 600.000 lager). In principe worden we via de algemene uitkering gecompenseerd voor loon- en prijsstijgingen. We houden € 300.000 over voor het risico dat de compensatie te laag is. • Stelpost btw-compensatiefonds. Dit is een nieuwe stelpost die we opnemen voor de verwachte jaarlijkse inkomsten. Door deze aanpassingen in stelposten verbetert het begrotingssaldo met € 1,2 miljoen in 2026 en € 1,8 miljoen structureel vanaf 2027. Deze posten sluiten aan op het ambtelijk Pagina 4 van 10
rapport (categorie A). Deze aanpassingen zijn geen werkelijke bezuiniging of inkomstenverhoging en hebben geen impact op de maatschappij of op onze bedrijfsvoering. De aanpassingen in deze stelposten leiden tot een optimistischere begroting waardoor het risico op een negatief jaarresultaat toeneemt. Dit risico vinden we verantwoord omdat we blijven voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de commissie BBV. We hebben voldoende vermogen om tegenvallers op de korte termijn op te vangen en we voorkomen op deze manier dat we teveel bezuinigen en achteraf geld overhouden. Als deze aanpassingen worden doorgevoerd daalt de opgave naar € 2,9 miljoen structureel. Dit vangen we op met onderstaande voorstellen per programma.
Tabel 2 – overzicht algemene posten en restant bezuinigingsopgave (zie bijlage 3)
Programma 1 – Bestuur en organisatie Binnen programma 1 stellen we een besparing voor van € 7.000 op de rekenkamer. Dit is ongeveer 15% van het budget en betekent dat de Rekenkamer iets minder onderzoeken kan doen. Dit is de enige besparing die we voorstellen op de raad en raadsondersteuning. Daarnaast kunnen we ongeveer € 150.000 besparen door na de verkiezingen een college te vormen met 3 fulltime wethouders. Deze optie staat niet benoemd in het ambtelijk rapport maar het college ziet deze mogelijkheid wel. De besparing is pas mogelijk ná de verkiezingen in 2026.En uiteraard afhankelijk van de politieke situatie op dat moment. Programma 2 – Openbare orde en veiligheid We willen niet bezuinigen op openbare orde en veiligheid. De groepsaanpak zetten we onverminderd voort. Hoewel de veiligheidscijfers het afgelopen jaar verbeterd zijn, wordt de huidige inzet van boa’s gecontinueerd. De enige aanpassing die we voorstellen is het schrappen van de formatieruimte van één bijzondere opsporingsambtenaar (boa). Door langdurige ziekte en openstaande vacatures is het aantal boa’s in onze formatie de afgelopen jaren nooit volledig is ingevuld. Er verandert dus niets aan de feitelijke situatie als we er nu voor kiezen om een openstaande vacature niet in te vullen. Dit bespaart ongeveer € 70.000.
Programma 3 – Wonen en ruimte Openbare ruimte Op de openbare ruimte willen we zeer beperkt besparen. Het IBOR blijft volledig in stand. We stellen de volgende aanpassingen voor; • Schrappen of verlagen van enkele kleine budgetten voor klein onderhoud en schaden. We zullen in de praktijk scherper moeten zijn op noodzaak en de kosten binnen het programma moeten opvangen. Dit is een besparing van € 45.000. • Verlaging van het budget voor verkeersaanpassingen met € 20.000. Er blijft dan € 35.000 over. We zullen hierdoor scherpere keuzes moeten welke verkeersaanpassingen we willen doen. • De voorgenomen investering in parkeerplaatsen Groenvliet schrappen. We besparen € 10.000 aan kapitaallasten. Pagina 5 van 10
•
Verhoging van de leges voor begraafplaatsen met 25% en de APV leges met 1015%. Dit levert € 72.500 op.
Bouw en wonen Ons woningbouwprogramma blijft ongewijzigd en onze ambities veranderen niet. Wel stellen we de volgende aanpassingen voor: • Beter in rekening brengen van onderzoekskosten (juridische) advieskosten bij initiatiefnemers. Uitgangspunt is dat alle kosten via anterieure overeenkomsten bij de initiatiefnemer in rekening worden gebracht. Als we dit doen kunnen gerelateerde budgetten met ruim € 230.000 verlaagd worden. • Verhogen van leges omgevingsvergunningen. Uit analyse blijkt dat we leges met 30% moeten verhogen om te komen tot kostendekkendheid, ervan uitgaande dat alle geplande projecten doorgaan. We stellen voor deze verhoging door te voeren. Dit zou zo’n € 300.000 op kunnen leveren. Gezien de onzekerheid stellen we voor € 100.000 extra inkomsten in te boeken. Parkeren De eerste twee uur parkeren in onze parkeergarages en ons vergunningenbeleid willen we niet wijzigen. Wel stellen we voor het tarief voor straatparkeren met 25 cent per uur te verhogen en het garagetarief vanaf het derde uur gelijk te trekken met het straattarief. Bij elkaar levert dit € 147.000 aan extra inkomsten op. Vastgoed Er loopt een onderzoek naar ons strategisch vastgoedbeleid en het doelmatig gebruik hiervan. Op basis hiervan stellen wij een afstootstrategie op. Vooruitlopend hierop houden wij rekening met een besparing op onderhoud en kapitaallasten van minimaal € 50.000.
Samen met enkele niet meer noodzakelijke kleine budgetten is de besparing € 53.000. De besparing wordt mogelijk hoger, maar dat zal moeten blijken uit het onderzoek. Overig programma 3 We stellen voor de IVN subsidie te beëindigen en vanaf 2029 (na afloop van de huidige afspraken) geen nieuw convenant aan te gaan voor de U10(ROM) samenwerking. We blijven nog wel deelnemen aan de U10 en onze reguliere bijdrage blijft in stand. Dit bespaart € 46.000 vanaf 2029. Programma 4 – Onderwijs, sport en cultuur We willen niet of nauwelijks bezuinigen op kunst en cultuur, onderwijshuisvesting en sport. We stellen de volgende aanpassing voor: • Het schrappen van een stelpost voor het mogelijk wegvallen van de SPUK voor btw-compensatie sportaccommodaties. De regeling is officieel eindig maar heeft een structureel karakter. Deze kosten worden echter al elders in de begroting gedekt. Het is daarom verantwoord om de stelpost te schrappen. • In 2025 en 2026 krijgen we incidenteel € 100.000 om ons voor te bereiden op de wettelijke zorgplicht bibliotheken. Het is zeer waarschijnlijk dat dit geld vanaf 2027 aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. Uit analyse blijkt dat we al aan de zorgplicht voldoen. We hebben vanaf 2027 dus € 100.000 extra inkomsten. • We gaan in gesprek met Recreatieschap Stichtse Groenlanden over uittreding. Dit bespaart ruim € 160.000.
We verwachten € 100.000 aan onderhoudskosten zelf te moeten maken. Ook zijn de incidentele frictiekosten nog onzeker. Per saldo schatten we € 60.000 te besparen. Uittreding heeft tijd nodig. We verwachten daarom pas vanaf 2028 een besparing.
Pagina 6 van 10
• •
•
We besparen € 28.000 op onderwijshuisvesting door VVE bijdrages en kosten voor klein incidenteel onderhoud bij de scholen neer te leggen. De gemeente heeft hierin geen verplichting. Onlangs is het onderwijskansenbeleid vastgesteld.. We zullen iets strenger beoordelen welke activiteiten voor welke kinderen we uitvoeren. Het passende budget is € 35.000 lager dan eerder begroot. We geven dan nog steeds meer uit dan de SPUK die we ervoor krijgen. We verlagen het budget leerlingenvervoer met € 16.000. Dit is 2,5% van het totaal. De impact is beperkt en we zijn iets strenger in de beoordeling van aanvragen.
Programma 5 – Inkomen, jeugd en Wmo We willen onze meest kwetsbare inwoners zoveel mogelijk ontzien. Dit betekent dat ons minimabeleid ongewijzigd blijft. Uiteraard blijven we ook voldoen aan onze wettelijke verplichtingen vanuit de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Wel gaan we terug naar de basis en vergoeden enkel wat we verplicht zijn. We stellen geen bezuinigen voor op de voorzieningen in het voorliggend veld omdat we deze hard nodig hebben om specialistische zorg te voorkomen. Dit leidt tot de volgende voorstellen: • Jeugdhulp: in december ligt de nieuwe verordening ter besluitvorming in de raad. Hierbij gaan we strenger beoordelen wat onder jeugdhulp valt, zetten we meer in op zelfredzaamheid en op voorzieningen in het voorveld. De raad is al meegenomen in de verwachte effecten hiervan. We verwachten dat we daarmee het huidige tekort vrijwel volledig kunnen terugdringen. Dit is rekening houdend met een verlaging van het budget als gevolg van het dalende aantal kinderen. Hierin ligt de besparing. Onze prognose wijst erop dat het aantal kinderen in IJsselstein de komende jaren met 1,5 – 2 % per jaar daalt. Wij stellen voor het budget daarom jaarlijks met € 150.000 (1,5%) te verlagen. Dit geeft een voordeel van € 600.000 in 2029. Omdat het gaat om een open-einde regeling betreft het een inschatting en kan de werkelijkheid afwijken.
Door geen PGB’s voor hoogbegaafdheid meer te verstrekken, besparen we aanvullend € 27.000. • Wmo: we gaan aanvragen voor begeleiding strenger beoordelen en vergoeden alleen wat we écht verplicht zijn. Daarnaast zetten we meer in op eigen begeleiding en het voorliggend veld zodat we dure specialistische inzet voorkomen. We verwachten hieruit een besparing van € 186.000 (10%). Bij PGB’s verwachten we dat onze huidige strenge controle leidt tot € 50.000 besparing en voor hulpmiddelen gaan we zoveel mogelijk gebruik maken van tweedehands middelen en vergoeden we niet meer wat mensen zelf in de winkel kunnen kopen. Hiermee besparen we € 95.000 (15% budget hulpmiddelen). Omdat het gaat om een open-einde regeling is de besparing een inschatting en kan de werkelijkheid afwijken. De extra indexatie die in de septembercirculaire is opgenomen voor Wmo (als compensatie voor vergrijzing) zorgt dat de verwachte besparing realistisch is. • De subsidie aan Santé wordt beëindigd. De activiteiten die Santé uitvoert kunnen door andere organisaties worden overgenomen. Hiermee besparen we € 83.000 • We hebben een formatieplek in team sociaal domein die door een ICT investering niet meer nodig is. De formatieplek wordt al niet meer ingevuld. Door het schrappen besparen we € 60.000. • We besparen € 38.000 op volksgezondheid door minder maatwerk in te kopen bij de GGD (€ 30.000).
Dit kan met relatief beperkte impact door inkoop strenger te beoordelen. Specifiek ziet dit toe op de verwijsindex, MAZL en stevig ouderschap.
Pagina 7 van 10
Daarnaast geven we de dierenambulance alleen nog subsidie voor het opruimen van dode dieren. Programma 6 - Overhead We kiezen voor het snijden in eigen vlees waar dat mogelijk is, maar houden het niveau van ambtelijke ondersteuning gelijk. Dit leidt tot de volgende voorstellen; • Verlaging van het budget voor inhuur met € 319.000. Er blijft € 100.000 over. Het gaat hier om inhuur boven formatie. Inhuur voor formatieplekken blijft mogelijk zolang dit binnen de loonsom past. Als gevolg van deze bezuiniging moeten we veel kritischer zijn op organisatiebrede projecten en deze in de meeste gevallen binnen de formatie uitvoeren. Voor specifieke projecten moeten we vaker incidenteel budget aanvragen. • De VNG werkt aan een risicodelingsfonds voor gebouwen dat onze huidige branden opstalverzekeringen kan vervangen. We zijn van plan hierin deel te nemen en verwachten fors lagere kosten. We hebben de besparing voorzichtig ingeschat op € 80.000. • We verzorgen geen gratis fruit meer voor personeel en geen lunch tijdens collegevergaderingen. Dit bespaart € 13.000. Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen De besparingen in programma 7 zien vooral toe op stelposten. Deze zijn bovenstaand toegelicht als algemene posten. We kiezen voor de aanpassingen in stelposten uit categorie A van het ambtelijk rapport. De stelposten in de B categorie zijn zeer risicovol.
Het opnemen hiervan zal leiden tot een te optimistische begroting. Daarnaast verwachten we dat de bijdrage aan de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) op termijn € 53.000 lager uitvalt door toetreding van een nieuwe deelnemer. Dit heeft geen impact op de dienstverlening door de BSR. Totaaloverzicht Onderstaande tabel geeft het totaaloverzicht van de opgave, algemene posten, besparingen en resultaat. Dit sluit aan op bijlage 3. We komen uit op een klein overschot in 2026 en een incidenteel tekort in 2027 en 2028. Vanaf 2029 is de begroting structureel sluitend.
Tabel 3 – Totaaloverzicht opgave, besparingen en resultaat
Kanttekeningen en / of risico’s In bijlage 3 is de link te zien tussen de voorstellen in dit raadsvoorstel en het ambtelijk rapport. In dit rapport worden de gevolgen en risico’s van alle keuzes (> € 50.000) benoemd. Ook is er in het rapport een risicoparagraaf opgenomen waar de belangrijkste risico’s verder worden toegelicht. _______________________________________________________________________
Pagina 8 van 10
Uitvoering Kosten De financiële gevolgen van de voorstellen zijn hierboven toegelicht. Bijlage 3 geeft een totaaloverzicht. Dit voorstel leidt op zichzelf niet tot kosten. Planning Het besluit van de raad wordt meegenomen in de kaderbrief vanuit het college. We verwachten deze begin 2025 te delen. Dit is afhankelijk van het moment van besluitvorming in de raad. De invulling en planning voor het verdere kadernotaproces moet nog door de raad bepaald worden Duurzaamheid Niet van toepassing. Participatie Het ravijnjaarvraagstuk is getoetst aan het afwegingskader (in ontwikkeling) van ons participatiebeleid. Omdat er geen tot zeer beperkt beleidsruimte is (de taakstelling ligt vast), leent het vraagstuk zich in deze fase niet voor uitgebreide participatie. Het college kiest voor participatieniveau ‘meeweten’ (informeren) en richt op basis daarvan een communicatietraject in. Communicatie Het college wil de samenleving en de organisatie goed informeren over de keuzes die het gemeentebestuur maakt, de noodzaak daarvan en de impact die de maatregelen kunnen hebben. In de aanloop naar dit raadsbesluit hebben portefeuillehouders de betrokken (subsidie)partners reeds informeel geïnformeerd over de voorstellen die in dit raadsvoorstel voorliggen. Ook bieden zij na besluitvorming gelegenheid tot een nadere, mondelinge toelichting.
Daarnaast is in aanloop naar dit raadsbesluit een persbericht verstuurd over de collegevoorstellen. Na vaststelling van dit raadsbesluit informeert het college de samenleving opnieuw met een persbericht en via internet en sociale media. De reacties en vragen zijn inbreng voor een op te stellen Q&A met antwoorden op veelgestelde vragen. Dit wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website. Evaluatie De voorstellen zijn met de kennis van nu voldoende om de bezuinigingsopgave volledig in te vullen. Hierbij kijken we naar de meerjarenbegroting 2026, dus de periode 2026-2029. Tegenvallers en meevallers zullen de opgave in de komende jaren vergroten of verkleinen. Bij zeer grote meevallers of tegenvallers zullen we de bezuinigingsopgave moeten heroverwegen. Dit monitoren we en we informeren de raad hierover op gebruikelijke wijze, via de P&C cyclus en circulaires. _______________________________________________________________________ Bijlagen Bijlage 1 – Rapport financieel ravijn Bijlage 2 – Inventarisatielijst financieel ravijn (in zowel PDF als Excel) Bijlage 3 – Scenario’s en voorstellen college
Pagina 9 van 10
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november, zaaknummer 220520
BESLUIT: • Scenario 2b over te nemen als financiële opgave in het kader van het ravijnjaar en dit als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026. • De voorstellen voor bezuinigingen en extra inkomsten over te nemen en deze als uitgangspunt te gebruiken voor de kadernota 2026.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op
de griffier,
de voorzitter,
A.J.O. van Kooij MMC
mr. P.J.M. van Domburg
Pagina 10 van 10