Raadsvoorstel Nota bodembeheer
Tekst van het document
Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein
Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:
978939 3. Wonen en Ruimte Ruimte Wethouder Bekker S.G. Spekreijse b.spekreijse@ijsselstein.nl 1715
Datum: 1 juni 2021 Blad: 1 van 9
Onderwerp Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein
Relevante voorafgaande besluiten In 2011 heeft uw raad het grondstromenbeleid, inclusief bijbehorende Bodemkwaliteitskaart voor de gemeente vastgesteld. De Bodemkwaliteitskaart vervalt wettelijk na 5 jaar, indien deze niet door de raad is verlengd. IJsselstein heeft niet verlengd, waarmee de facto sinds 2016 het lokale grondstromenbeleid is komen te vervallen en de landelijke regels uit het Besluit Bodemkwaliteit weer van toepassing zijn. Het in de nieuwe Nota bodembeheer gemeente IJsselstein” beschreven beleid bouwt voort op het oude grondstromenbeleid van de gemeente, dat is geactualiseerd en aangevuld. Samenvatting De voorliggende “Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein” gaat over het grondverzet in onze gemeente en uitwisseling van grond met andere gemeenten. Grondverzet betreft het ontgraven en toepassen van grond voor allerlei doeleinden, variërend van het ophogen van tuinen tot het aanleggen van wegen of vervangen van kabels en leidingen. Het is van belang dat de grondkwaliteit past bij de functie waarvoor deze wordt ingezet. Daarvoor zijn landelijke regels vastgelegd in het Besluit Bodemkwaliteit, het zogenaamde Generieke kader. Van deze landelijke regels mag op onderdelen lokaal worden afgeweken door het stellen van lokale regels: het zogenaamde gebiedsspecifeke beleidskader.
Op deze manier kan optimaal worden aangesloten op de lokale bodemsituatie en de maatschappelijke opgaven van een gemeente. Uitgangspunt bij het formuleren van de lokale regels voor het toepassen van grond is: streng waar het moet en soepel waar het kan. Met de tevens opgestelde bodemkwaliteitskaart worden kosten bespaard in de uitvoering. Door het nieuwe beleid wordt hergebruik van gebiedseigen grond in de regio verruimd en zijn er minder primaire grondstoffen nodig. Bovendien zijn er minder transportbewegingen nodig, wat leidt tot minder verkeersbelasting en minder uitstoot van CO2 en fijnstof. Door de gebiedsspecifieke regels die voor het toepassen van grond en bagger in de eigen gemeente gelden, ook van toepassing te verklaren op buur- en regiogemeenten, kan het uitwisselen van grond en bagger tussen deze gemeenten op een simpele en kosteneffectieve wijze plaatsvinden. In de Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein worden die lokale regels beschreven en uitgebreid onderbouwd, evenals de te volgen stappen bij het toepassen van grondverzet. Het in deze Nota beschreven beleid, in combinatie met de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart, vormt de nieuwe leidraad voor de uitvoeringspraktijk van het grondverzet in onze gemeente.
Raadsvoorstel
Blad: 2 van 8
De Nota Bodembeheer heeft volgens de wettelijk voorgeschreven procedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht), 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Inleiding Aanleiding Het vorige grondstromenbeleid stamt uit 2011 en is niet meer actueel. De oude bodemkwaliteitskaart (BKK) stamt ook uit 2011 en is na 5 jaar van rechtswege vervallen. Dit betekent dat het beleid niet meer aan de laatste inzichten voldoet en een lokaal toetsingskader voor grondverzet ontbreekt. Hierdoor is grondverzet onnodig duur, want elke partij grond moet worden gekeurd, en de mogelijkheden tot hergebruik zijn beperkter dan nodig. Met het opstellen van een nieuwe Nota Bodembeheer en bijbehorende BKK wordt een actualiseringsslag gemaakt. Hierdoor wordt het grondverzet in IJsselstein en tussen IJsselstein en de omliggende gemeenten weer kosteneffectief en duurzaam gemaakt. Momenteel is de ODRU ook bezig om het opstellen van nieuw grondstromenbeleid voor de overige 14 gemeenten in het werkgebied van de ODRU. Het nieuwe, nu voorliggende grondstromenbeleid van IJsselstein wordt daarbij als basis gebruikt. Dat moet uiteindelijk leiden tot een eenduidig grondstromenbeleid voor alle 15 gemeenten in het werkgebied van de ODRU.
Het streven is om dit nieuwe regionale grondstromenbeleid vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu voorzien op 1-1-2022; verder uitstel dreigt) vast te laten stellen door de afzonderlijke gemeenteraden. In onderhavige Nota Bodembeheer IJsselstein, zijn ook de aanbevelingen verwerkt die de ODRU en de RUD Utrecht gedaan hebben in het regionale concept PFAS-beleid. Zie voor de kern hiervan, paragraaf 6.3 van deze Nota. Doel Het landelijk beleid voor het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en bagger, het zogenaamde “Generieke kader”, is vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). In artikel 44 van dat besluit wordt aan gemeenten de mogelijkheid gegeven om lokale regels (een zogenaamd “Gebiedsspecifieke beleidskader”) voor grondverzet vast te stellen, die afwijken van de landelijke regels. De Nota Bodembeheer is het instrument om die gebiedsspecifieke lokale regels vast te leggen en moet door de gemeenteraad worden vastgesteld, evenals de Bodemkwaliteitskaart waar dit beleid op is gebaseerd. In de “Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein” wordt beschreven onder welke lokale voorwaarden de gemeente hergebruik van vrijkomende grond binnen het gekozen bodembeheergebied mogelijk maakt. Hierbij is het principe gehanteerd: “streng waar het moet, soepel waar het kan”.
Met deze lokale regels wordt grondverzet over het algemeen makkelijker en goedkoper, terwijl rekening wordt gehouden met risico’s voor mens en ecosysteem. In de Nota Bodembeheer zijn de beleidsmatige keuzes voor verschillende onderdelen van het grondverzet vastgelegd en worden tevens de procedures beschreven die van belang zijn voor een goede uitvoering van dat beleid. De BKK is een belangrijk (en wettelijk verplicht) instrument, voor het grondverzet, wanneer wordt gekozen voor het Gebiedsspecifieke beleidskader. De BKK bestaat uit een aantal kaartlagen met ieder een eigen specifieke gebruiksfunctie. De belangrijkste kaartlagen voor het grondverzet zijn de: • •
Ontgravingskaart: die geeft aan wat de verwachte kwaliteit van de grond is bij ontgraving. Toepassingskaart (boven- en ondergrond), hierop wordt voor elke onderscheiden bodemkwaliteitszone aangegeven aan welke kwaliteitseis de grond moet voldoen die in de betreffende zone toegepast wordt. De voorliggende Nota Bodembeheer met bijbehorende
Raadsvoorstel
Blad: 3 van 8
Bodemkwaliteitskaart (BKK) vormen na vaststelling, de nieuwe leidraad voor de uitvoeringspraktijk van het grondverzet in onze gemeente. Leeswijzer voor de Nota Bodembeheer Hoofdstuk 2 beschrijft doel en reikwijdte van het beleid. Hoofdstuk 3 geeft het wettelijk kader van het grondverzet aan. In dit hoofdstuk worden de beoogde baten van het gebiedsspecifieke beleid beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de technische achtergronden van de verschillende kaartlagen. Hierin wordt ook toegelicht welke bodemkwaliteitszones er in IJsselstein onderscheiden worden. In hoofdstuk 5 worden vrijwel alle beleidsmatige keuzes puntsgewijs toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het stappenschema voor het grondverzet, van ontgraven tot de uiteindelijke toepassing van grond. In dit hoofdstuk wordt ook verwezen naar het PFAS-beleid van de provincie waarop onze gemeente volgens deze Nota aanhaakt. Hoofdstuk 7 gaat in op uitzonderingen voor het gebruik van de Bodemkwaliteitskaart. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op het verschil tussen de activiteiten graven en saneren en de aspecten die daarbij komen kijken. Dit is vooral relevant voor de uitvoering. Hoofdstuk 9 geeft een kort doorkijkje naar de Omgevingswet voor de activiteiten “Graven” en “Saneren”. De regels voor deze activiteiten vallen niet onder het overgangsrecht en zullen dus in het Omgevingsplan uitgewerkt moeten worden.
Dit hoofdstuk kan daarbij als kader dienen. Hoofdstuk 10 gaat over de bestuurlijke vaststelling van de kaart en het beleid, waaronder een gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid van de gemeenteraad naar het college, maar alleen waar het gaat om uitvoeringsgerelateerde zaken. Wat willen we bereiken? IJsselstein is een levendige en vitale gemeente. Voor de komende jaren is een stevige ambitie uitgesproken voor het bouwen van woningen, wordt gewerkt aan bedrijventerreinen en is er aandacht voor het versterken van groen en landschap. Ook blijft het van belang om beheer en onderhoud van de openbare ruimte op orde te houden. Bij vrijwel al deze activiteiten is sprake van grondverzet. Hiervoor zijn landelijk regels vastgelegd. Door in plaats daarvan, en deels aanvullend hierop, een lokaal beleidskader vast te stellen kan rekening worden gehouden met de situatie in onze gemeente en tegelijkertijd hergebruik van grond worden gestimuleerd, kosten worden beperkt (voor zowel gemeente als andere partijen) terwijl rekening wordt gehouden met de risico’s voor mens en ecologie. Waarom willen we dit? Het lokale “Gebiedsspecifieke beleid” voor het grondverzet zoals omschreven in de “Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein”, is deels strenger en deels ruimer dan het Generieke (= landelijke) kader.
Strenger waar de gezondheid van mens en ecosysteem daar volgens de nieuwste inzichten om vragen: denk aan loodgehaltes in grond die toegepast wordt op plaatsen waar kinderen spelen. Soepeler waar dat mogelijk is om grondverzet te vergemakkelijken en niet onnodig duur te maken: denk aan grond die nu zonder aanvullend onderzoek van de ene wegberm naar de andere wegberm mag worden verplaatst. Door hergebruik van gebiedseigen grond te optimaliseren en te stimuleren, zijn minder primaire grondstoffen nodig en wordt bodemdaling enigszins gecompenseerd. Bovendien zijn er hierdoor minder transport-bewegingen nodig, wat leidt tot minder verkeersbelasting en minder uitstoot van uitlaatgassen, CO2 en fijnstof. Het Gebiedsspecfiek bodembeleid faciliteert zo woningbouw en andere ruimtelijke opgaven op een consistente en kosteneffectieve wijze.
Raadsvoorstel
Blad: 4 van 8
Hieronder worden de voorgestelde beleidswijzigingen opgesomd en toegelicht. Per wijziging wordt verwezen naar het hoofdstuk/de paragraaf in de Nota waar u de uitgebreidere onderbouwing kunt vinden. Bodembeheergebied IJsselstein Een belangrijke wijziging is in paragraaf 5.2 van de nota verwerkt, en is van belang is voor alle hierna volgende wijzigingen: de uitbreiding van het bodembeheergebied IJsselstein met het grondgebied van de omliggende gemeenten: Montfoort, Oudewater, Woerden, Vijfheerenlanden, Bunnik, Lopik, Nieuwegein, Houten en Utrecht. Het uitbreiden van het bodembeheergebied met het grondgebied van deze gemeenten, betekent dat de door de door de raad van IJsselstein vastgestelde Gebiedsspecifieke beleidsregels, ook gelden voor grond die afkomstig is uit deze gemeenten. Voor bodemverontreiniging met PFAS geldt, vanwege het specifieke karakter van de verontreinigingen en het provinciale beleid, de hele provincie Utrecht als bodembeheergebied. (zie par. 6.3 van de Nota bodembeheer) Niet-zonegerelateerde Gebiedsspecifieke beleidsregels In paragraaf 5.4. van de nota zijn de “niet zone-gerelateerde” Gebiedsspecifieke beleidsregels uitgewerkt.
Samengevat houden deze in: - Aanscherping van de toepassingseis voor grond op plaatsen waar kinderen spelen en particuliere tuinen; - Creëren van de mogelijkheid om op aangewezen industrieterreinen klasse Industriegrond toe te kunnen passen; - Onder voorwaarden mogelijk maken van uitwisseling van grond tussen wegbermen en tussen boomgaardpercelen; - Lokale regels voor het graven in de grond en de tijdelijke opslag er van, onder voorwaarden gelijktrekken. Zone-gerelateerde gebiedsspecifieke beleidsregels Daarnaast zijn er in de nota (par. 5.5) per bodemkwaliteitszone, Gebiedsspecifieke beleidsregels uitgewerkt. Op de Bodemzoneringskaart in bijlage 4A van de Nota Bodembeheer, is de ligging van de zones weergegeven. De voorgestelde keuzes zijn: • Voor een zone met hoofdfunctie Wonen, maximaal klasse Wonen-grond toepassen ook als is de ontvangende bodem van een nog betere kwaliteit is (dit geldt voor 2 van de 4 zones in onze gemeente); • Voor een zone met hoofdfunctie Wonen, waar de bestaande bodemkwaliteit slechter is dan gewenst voor Wonen, ook maximaal klasse Wonen-grond toestaan, maar onder voorwaarden wel hergebruik van grond binnen deze zone mogelijk maken; • Voor het schone buitengebied een toetsingsregel vaststellen waardoor het mogelijk is om gebiedseigen grond, die niet helemaal schoon is, te hergebruiken in deze zone. Gebiedsspecifieke beleidsregels voor PFAS. (zie par.
6.3 van de nota) Het “Tijdelijk Handelingskader PFAS” bevat de landelijke eisen voor het toepassen en hergebruiken van PFAS-houdende grond. Met gebiedsgerichte keuzes kan hiervan worden afgeweken. Voor PFAS is op provinciaal niveau gebiedsgericht beleid vastgesteld (zie de “Beleidsnota PFAS provincie Utrecht”, die als bijlage is bijgevoegd) en zijn afspraken gemaakt. Hier sluit onze gemeente zich bij aan. Binnen dit beleid is onder voorwaarden grondverzet tussen de onderscheiden PFAS-zones mogelijk. De Gebiedsspecifieke beleidsregels voor PFAS hebben tot gevolg dat zowel de ontvangende bodem, als de toegepaste grond uit verschillende zones, niet meer extra hoeven worden onderzocht. Stagnatie bij het grondverzet van PFAS-houdende grond wordt zo voorkomen en grondverzet wordt goedkoper en makkelijker gemaakt. In deze nota zijn lokale toepassingseisen voor PFAS opgenomen, die onder de maximale ecologische en humane risicogrenswaarden liggen.
Raadsvoorstel
Blad: 5 van 8
Acceptatie van Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten De ambitie van de gemeente IJsselstein is het grondverzet in onze eigen gemeente, maar ook in de regio te optimaliseren. Dit betekent dat er naar wordt gestreefd om zoveel als mogelijk en milieuhygiënisch verantwoord, vrijkomende grond en baggerspecie te hergebruiken en op een eenvoudige en kosteneffectieve wijze grond uit te kunnen wisselen met andere gemeenten in de provincie Utrecht. Daarom accepteren wij ook de bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten in de provincie Utrecht als bewijsmiddel voor het toepassen van grond in onze gemeente. Het betreft de volgende gemeenten: • alle overige gemeenten die gelegen zijn in het werkgebied van de Omgevingsdienst regio Utrecht. Dit zijn: Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Bunnik, Woerden, Oudewater, Montfoort, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Zeist, Rhenen, Veenendaal en Renswoude; • alle gemeenten die gelegen zijn in het werkgebied van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Dit zijn: Houten, Nieuwegein, Lopik, Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Utrecht en Woudenberg. Delegeren van bevoegdheden van de raad aan het college Het vaststellen van deze Nota en het daarin beschreven Gebiedsspecifieke beleid is een besluit dat genomen wordt door de gemeenteraad.
Hiermee staan de kaders van het beleid voor grondverzet en bodemsaneringen in de gemeente vast. Op onderdelen kunnen kleine wijzigingen de effectiviteit van het beleid vergroten of kan actualisatie of wijziging van de nota nodig zijn. Om aan te sluiten bij de dynamiek van grondverzet, is in de nota opgenomen besluiten over kleine aanpassingen van beleid of kaart met een uitvoerend karakter, over te dragen (te delegeren) aan ons college van burgemeester en wethouders. Het gaat om de volgende specifieke zaken: 1. Wijziging van de Bodemfunctieklassenkaart; 2. Verlengen of aanpassen van de bodemkwaliteitskaart, zonder gevolgen voor het doel van het vastgestelde beleid 3. Acceptatie van (nieuw op te stellen) bodemkwaliteitskaarten van nog niet hierboven genoemde gemeenten in de toekomst. Bovenstaande zaken worden beschreven in hoofdstuk 10 van de nota. Argumenten 1. Actueel beleid voor grondstromen in IJsselstein. Met vaststelling van de Nota bodembeheer IJsselstein en de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart heeft onze gemeente weer een grondstromenbeleid dat aansluit bij de laatste regelgeving en de IJsselsteinse bodemsituatie, ambities en opgaven. 2. Betere facilitering van grondstromen in IJsselstein met oog voor risico’s. Met de voorgestelde Gebiedsspecifieke beleidskeuzes wordt: a.
het grondverzet in onze gemeente zo goed mogelijk gefaciliteerd, zowel in doorloopsnelheid als kosten. b. rekening gehouden met ecologische en humane risico’s die hiermee samen kunnen gaan. Deze zijn op een aantal punten zelfs teruggedrongen ten opzichte van de landelijke regelgeving. 3. Stimuleert circulair en duurzaam grondverzet. De Nota bodembeheer draagt bij aan een meer circulair en dus duurzamer gebruik van grond. Grond die ten behoeve van bouwprojecten, infrastructuur en andere werken wordt ontgraven, getransporteerd en weer wordt toegepast. Mits onder de juiste condities toegepast kan het afvoeren van grond naar een verwerker worden vermeden en worden kostbare, primaire grondstoffen uitgespaard.
Raadsvoorstel
Blad: 6 van 8
4. Actueel blijven. Om blijvend aan te kunnen sluiten bij de dynamiek in de regelgeving en de ontwikkelingen in het grondverzet, is het efficiënt om besluiten over aanpassingen van de Nota of bijbehorende kaarten, met een uitvoerend karakter, door de gemeenteraad te delegeren naar het college van burgemeester en wethouders. Alternatieven De raad kan ervoor kiezen de Nota Bodembeheer niet vast te stellen. Dit betekent dat de landelijke regels uit het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zullen blijven op de genoemde punten waardoor grondverzet onnodig moeilijk blijft, beperkt wordt (vb. PFAS) en op onderdelen normen worden gehanteerd die we voor onze lokale situatie onwenselijk vinden (denk bijvoorbeeld aan het loodgehalte in grond voor tuinen). Risico’s 1. Het eventueel niet vast stellen van deze Nota Bodembeheer met Bodemkwaliteitskaart, beperkt de mogelijkheden voor grondverzet in IJsselstein en leidt tot hogere kosten, voor iedereen die te maken krijgt met grondverzet. Dit geldt ook voor de gemeente zelf. 2. Wettelijk heeft de Bodemkwaliteitskaart een geldigheid van 5 jaar. Deze termijn kan worden verlengd tot 10 jaar. Op onderdelen kunnen echter binnen deze periode kleine wijzigingen nodig zijn om de effectiviteit van het beleid vergroten.
Wat gaat het kosten? Aan de uitvoering van het beleid dat met de Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein wordt vastgesteld, zijn geen extra kosten verbonden voor de gemeente. Uitvoering past binnen het huidige takenpakket en urenbudget van de ODRU. Wat gaan we daarvoor doen? De Nota Bodembeheer wordt verwerkt in andere nota’s, zoals Handreiking Inrichting Openbare Ruimte die in voorbereiding is. Verder zal de nota onder de aandacht worden gebracht bij de aanbesteding van werkzaamheden en de (her)ontwikkeling van locaties. De ODRU zal deze regels meenemen bij het behandelen van meldingen voor het toepassen van grond, en het uitvoeren van controles in het veld.
Duurzaamheid Met duurzaam bodembeheer wordt bedoeld: de bodem zodanig gebruiken, benutten en beschermen dat deze ook voor toekomstige generaties zonder onaanvaardbare risico’s is te gebruiken voor diverse doeleinden zoals: Landbouw/natuur, wonen en industrie. Vanuit de gedachte van circulariteit wordt gestreefd naar hergebruik van grond. Met een BKK en Nota Bodembeheer wordt dit hergebruik gefaciliteerd, waarbij rekening wordt gehouden met de ecologische en humane risico’s. Communicatie en participatie van het voortraject Het ontwerp van de Nota Bodembeheer is samen met de BKK via de daarvoor gangbare kanalen gepubliceerd conform afdeling 3.4 Awb en heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen om zienswijzen op de Nota in te kunnen brengen. In aanvulling daarop is de nota expliciet onder de aandacht gebracht van de provincie Utrecht, RMN en HdSR.
Raadsvoorstel
Blad: 7 van 8
Er zijn geen zienswijzen ingebracht. Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject Vaststelling van de Nota Bodembeheer door de raad zal worden gepubliceerd via de gangbare kanalen en specifiek onder de aandacht worden gebracht van de ODRU, de provincie, HdSR en RMN. Om te zorgen dat het opgesteld beleid en kaart, de baten opleveren die beoogd zijn, is het van belang dat: - kaart en beleid goed geïmplementeerd worden in de werkprocessen van de gemeente; - dat ook extern gecommuniceerd wordt over het bestaan van de kaart en het nieuwe beleidskader voor het grondverzet in IJsselstein. Hiertoe zal nog een Implementatie-/Communicatieplan uitgewerkt worden.
Voorstel 1. Vaststellen van de Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein, alsmede de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart, en de daarin voorgestelde Gebiedsspecifieke beleidskeuzes voor het grondverzet in IJsselstein en de daarop gebaseerde Lokale Maximale Waarden. 2. Aan het college te delegeren de bevoegdheid om de Nota Bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaart aan te passen, voor wat betreft veranderingen met een uitvoerend karakter, een en ander zoals specifiek beschreven in hoofdstuk 10 van de Nota. Overzicht bijlagen: Als bijlagen zijn bijgevoegd : -
De Nota bodembeheer gemeente IJsselstein (d.d. mei 2021) De Bodemkwaliteitskaart IJsselstein: “BKK-IJsselstein-eindrapport-29jan2021’ Beleidsnota PFAS provincie Utrecht (7 april 2021)
Raadsbesluit
blad : 8 van 8
De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni 2021, zaaknummer 978939 BESLUIT: 1. De Nota Bodembeheer gemeente IJsselstein, alsmede de bijbehorende Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart, en de daarin voorgestelde Gebiedsspecifieke beleidskeuzes voor het grondverzet in IJsselstein en de daarop gebaseerde Lokale Maximale Waarden, vast te stellen. 2. Aan het college te delegeren de bevoegdheid om de Nota Bodembeheer en de Bodemkwaliteitskaart aan te passen, voor wat betreft veranderingen met een uitvoerend karakter, een en ander zoals specifiek beschreven in hoofdstuk 10 van de Nota.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 8 juli 2021
de griffier,
de voorzitter,
A.J.O. van Kooij
mr. P.J.M. van Domburg