CConstaterende datIJsselstein
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Innovatieagenda WIL gemeenten

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente IJsselsteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Innovatieagenda WIL-Gemeenten4.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

^ ^ _

Gemeente

IJsselstein

Raadsvoorstel

agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein

Zaaknummer: Programma: Commissie: Portefeuillehouder: Informatie bij: E-mail/tel.nr.: Evaluatiedatum:

1014695 Werk en Inkomen, Jeugd, Wmo Samenleving E.J.M. Schell M.J. van Zon m.v.zon@ijsselstein.nl 1673

Datum: 21 September 2021 Blad. 1 van 10

Onderwerp

Innovatieagenda WIL gemeenten.

Samenvatting

In 2019 is er gestart met de innovatieagenda door WIL en de gemeenten (Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik). Een gezamenlijk herorientatietraject om te komen tot een nieuwe manier van samenwerken, een nieuwe opdracht aan WIL (WIL 3.0). Het belangrijkste onderdeel van deze innovatieagenda is de transformatie naar een meer lokale dienstverlening met lokale werkteams om inwoners te begeleiden naar werk en participatie. De eerder vastgestelde visie Lekstroom Werkt 2020 is hiervoor de basis . In het voorjaar van 2021 is de innovatieagenda geevalueerd en een advies opgesteld. Dit advies "Eindrapportage Evaluatie Innovatieagenda WIL-Gemeenten", is als bijlage bijgevoegd. Voorgesteld wordt om door te gaan met lokale werkteams. In een model waarbij de gemeente direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam. Dit aanvullend en in samenhang met een krachtige regionale uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen. De afgelopen periode is ook op deze scenario komt ook het meest overeen met de wijze waarop in gewerkt. Nadat uw raad het voorgestelde richtinggevend besluit heeft genomen, zal nadere uitwerking en implementatie plaatsvinden. Uw raad wordt hierover nader ge'informeerd.

Toelichting

In 2019 zijn de gemeenten betrokken bij WIL (Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik) gestart met de Innovatieagenda. Een gezamenlijk herorientatie traject om te komen tot een nieuwe manier van samenwerking, een nieuwe opdracht aan WIL (WIL 3.0) en aan de gemeenten. Het belangrijkste onderdeel van deze innovatieagenda is de transformatie naar een meer lokale uitvoering van de dienstverlening. Om hiermee een betere dienstverlening aan inwoners te realiseren in de ondersteuning naar werk en participatie. De basis hiervoor staat beschreven in de eerder vastgestelde visie Lekstroom Werkt 2020. In deze visie is vastgelegd dat de gemeenten de dienstverlening aan de inwoners op het terrein van werk en inkomen meer lokaal willen uit voeren als onderdeel van de integrate aanpak binnen het sociaal domein. Ook is vastgelegd de focus niet alleen te leggen op uitstroom naar betaald werk maar ook naar participatie. Deze verschuiving is erop gericht om de kansen bij het versterken van lokale netwerken voor kwetsbare doelgroepen beter te benutten. En naast betaald werk ook aandacht te geven aan participatie, ontwikkeling en ondersteuning van inwoners die een beroep doen op de Participatiewet. De gemeenten willen de dienstverlening op het gebied van werk en Inkomen en die

6)

Raadsvoorstel

Blad: 2 van 10

van de Jeugd- en Wmo-zorg beter op elkaar laten aansluiten. Veel inwoners met een Participatiewet uitkering en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben problemen op meerdere levensdomeinen, die beter in samenhang aangepakt kunnen worden. Start lokale werkteams De lokale werkteams zijn in September 2019 gestart onder leiding van een projectleider. De afgelopen periode is "geexperimenteerd" met deze nieuwe vorm van dienstverlening: lokaal nabij, gericht op werk en participate, integraal samen werken met andere partners in het sociaal domein en goed verbonden met lokale prioriteiten. In alle gemeenten zijn lokale werkteams gevormd met professionals van WIL en professionals van andere (lokale) partijen. De verantwoordelijkheid voor de aansturing van deze teams ligt bij de gemeenten. Lokaal werkteam IJsselstein Het lokaal werkteam omvat een basisteam en een casusoverleg. Het basis werkteam bestaat vooral uit professionals van WIL, werkcoaches en trajectbegeleiders Wsw. Ook zijn er vanuit het regionale Werkgeversservice punt van WIL (WGSP) accountmanagers gekoppeld aan het werkteam. De aansturing wordt verdeeld tussen de teamleider van WIL en de lokale projectleider. Het hierarchisch leiding geven ligt bij WIL. Inhoudelijke aansturing en ontwikkeling ligt bij de projectleider.

Deze samenwerking verloopt goed en heeft voor beide gemeenten efficiency voordelen, zonder verlies van eigenheid voor de gemeenten. Integraal casusoverleg Aan het casusoverleg nemen relevante partijen deel, die lokaal een rol kunnen spelen in de toeleiding van mensen naar werk of participate. In dit overleg worden casussen besproken waarbij de persoonlijke situatie van een inwoner centraal staat bij het vinden van oplossingen. Uiteraard in overeenstemming met privacy wetgeving. Welke casussen worden behandeld en voorwelke doelgroep, ligt niet op voorhand vast. Het gaat om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij verschillende zaken spelen op meerdere leefgebieden en disciplines. Andere partijen naast WIL die deelnemen aan dit overleg zijn: Sociaal Team, Vluchtelingenwerk, Wess (project Werk en studie statushouders), Abrona, Pulse, Taalhuis. Het lokaal werkteam heeft de samenwerking bevorderd, professionals weten elkaar beter te vinden en van elkaar wat ze doen. Gevolgen COVID-pandemie Het lokaal werkteam heeft vanwege de coronapandemie vanaf maart 2020 moeten improviseren om de dienstverlening aan inwoners draaiend te houden. Dit bleek niet makkelijk. Gesprekken met inwoners konden niet meer "live" gevoerd maar online of via de telefoon. Vergaderingen werden via teams georganiseerd, evenals de casus overleggen met de partners.

Veel trajecten hebben hierdoor meer tijd gekost en soms langere tijd stilgelegen. Ook het fysiek lokaalwerken door de professionals van WIL is door corona nog niet goed van de grand gekomen. Hier liggen voor de toekomst nog kansen om dit verder te optimaliseren. We werken toe naar een situatie dat de professionals van het Jeugdteam, Sociaal Team, Werkteam en inburgering onder een dak zitten. Dit bevordert de integrate samenwerking.. Resultaten Ondanks de moeilijke omstandigheden zijn er mooie resultaten behaald in 2020. We hebben alle inwoners met een uitkering goed in beeld gekregen. We bepalen beter welke doelstellingen per klantgroep/inwoner bereikt moeten worden. ledere inwoner zit op een traject naar werk of participatie. Inwoners die zich melden en kunnen werken zijn direct bemiddeld naar werk zonder bijstand. We zien dat het aantal mensen (huishoudens) in de bijstand is gedaald in 2020 met 6,2%. Hiermee doet IJsselstein het beter dan landelijk en ook beter dan de regio gemeenten.

Raadsvoorstel

Blad: 3 van 10

Evaluatie en conclusies In juli 2021 is de evaluatie van de Innovatieagenda afgerond. De "Eindrapportage Innovatieagenda WIL - Gemeenten" is als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Problematiek wordt sneller en beter opgepakt. De evaluatie laat over het algeheel een positief beeld zien. Geconstateerd wordt dat het beoogde 'integraal werken' in de praktijk invulling heeft gekregen. De problematiek van inwoners wordt door het lokaal werken sneller opgepakt. De lijnen zijn korter en het schakelen tussen professionals gaat vlotter. Doordat medewerkers van WIL zich concentreerden op inwoners uit een bepaalde gemeente kennen zij beter de lokale context en mogelijkheden om inwoners te ondersteunen. Samenwerkingspartners werden van organisaties nu ook bekende gezichten en meer persoonlijke netwerken. Dat werkt aan beide kanten versterkend: aan de kant van werkcoaches, maar ook aan de kant van betrokken partners in de uitvoering. Partijen vinden elkaar beter, kennen elkaar, doen meer kennis op van elkaars mogelijkheden. De snelheid in het contact en gerichtheid van verwijzingen over en weer is toegenomen. Verbetering dienstverlening door werkcoaches. De innovatieagenda heeft ook geleid tot verbetering van de dienstverlening door WIL. In de nieuwe beleidsopdracht is aandacht voor alle inwoners met bijstand en op een brede aanpak gericht op werk en participate.

Voorheen was er door prioritering en beheersing van caseloads van werkcoaches sprake van een intern tijdelijk wachtbestand. Waardoor niet alle inwoners met een uitkering werden opgepakt. Hierin is verandering gekomen. Alle inwoners zijn in beeld gebracht. Ook is een sterke interne functiedifferentiatie bij de werkcoaches omgebogen naar een bredere inzetbaarheid voor alle klantgroepen. Er zijn basisnormen voor de werkdienstverlening afgesproken. Ook zijn de in te zetten activiteiten en trajecten naar werk en participate uitgewerkt en beschreven. Er is een verbeterde informatievoorziening (Dashboard bestandsbeheer) om werkcoaches en hun leidinggevenden zicht te geven op de feitelijke voortgang en aandachtspunten binnen de uitvoering. Deze wijzigingen hebben bij elkaar genomen een stevige verbeterende impact op het werk van de medewerkers en de teams. Potentie nog niet volledig gerealiseerd. Uit de evaluatie blijkt dat het lokaal werken - aanvullend op de regionale uitvoering - voor de Lekstroomgemeenten en haar inwoners toegevoegde waarde heeft. Tegelijkertijd kwam naar voren dat de potentie van het lokaal werken nog niet volledig is gerealiseerd. Zoals het lokaal experimenteren met andere aanpakken, om samen beter te kijken en ontdekken welke aanpakken (nog) effectiever werken. En het speelt bij de mate waarin integraal werken voor dit moment kon worden ontwikkeld.

Er zijn belangrijke stappen gemaakt, maar het is zeker nog niet klaar. De lastige corona omstandigheden spelen hierin een grote rol. De arbeidsmarkt is (en wordt) ingrijpend veranderd. Positief is dat het percentage mensen dat in de periode 2021 tot heden een beroep deed op de bijstand daalt. Dit in verhouding tot de eigen arbeidsmarkregio en de landelijke ontwikkeling. Aandachtspunten voor de toekomst liggen rondom bedrijfsvoering, financien en goed in beeld brengen van de resultaten van de lokale werkteams.

Het advies, scenario D. Op basis van de evaluatie wordt voorgesteld om door te gaan met de lokale werkteams. Aanvullend en in samenhang met een krachtige regionale uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen. We gaan hierbij uit van minimale basisnormen in de dienstverlening naar inwoners. Die er op neer komen dat we inwoners, die "klant" zijn van WIL actueel in beeld houden met zijn of haar mogelijkheden en dat passende ondersteuning wordt geboden.

Raadsvoorstel

Blad: 4 van 10

Lokale werkteams voegen waarde voor inwoners toe. Het is goed om deze blijvend en integraal deel te laten uitmaken van een goed werkende lokale en regionale infrastructuur voor de uitvoering van de Participatiewet Het lokale werken laat onverlet dat voor een goede uitvoering van de Participatiewet een sterke en goed georganiseerde 'sociale dienst' nodig is en blijft. Het heeft blijvende voordelen voor de Lekstroomgemeenten om bepaalde functies op regionale schaal uit te blijven voeren. Zowel vanuit efficientie oogpunt als voor de inwoners vanuit inhoudelijk oogpunt. Inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt die meer en langere ondersteuning nodig hebben kunnen beter meer lokaal ondersteund worden vanuit het werkteam. Inwoners die meer arbeidsfit zijn en geschikt voor werk kunnen beter meer regionaal ondersteund worden, aansluitend bij de (boven) regionale werkgeversbenadering. Regionale uitvoering blijft nodig om specialistische taken te borgen. Zoals op het gebied van inkomensdienstverlening, banenafpraak, Nieuw Beschut en loonkostensubsidies. Maar ook blijft het nodig voor de afstemming en ontsluiting voor onze inwoners van de (boven)regionale arbeidsmarkt. De landelijke overheid stuurt in dezen ook met wetgeving op een meer uniforme en gecentraliseerde wijze van Werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio.

Via een op Lekstroom niveau georganiseerde werkgeversdienstverlening door WIL kan hier beter op aangesloten worden. In het eindrapport wordt gesteld dat het van belang is dat de gemeenten blijven investeren in een sterke gezamenlijke sociale dienst. Geen vier lokale teams en een aparte regionale 'service'organisatie. Maar een goed doordacht geheel waarin lokaal en regionaal elkaar aanvullen. Het lokaal werken kan op verschillenden manieren worden vorm gegeven, met verschillende verantwoordelijkheden voor WIL en gemeenten. Voorgesteld wordt om te kiezen voor scenario D zoals beschreven in het rapport. In dit scenario geeft de gemeente direct sturing aan de werkzaamheden van het lokale werkteam en komt het meest overeen met de wijze waarop in de afgelopen periode is gewerkt. Het heeft sterk de voorkeur, vanwege uitvoerbaarheid, dat alle gemeenten kiezen voor het zelfde scenario. De beschrijving van het scenario is op hoofdlijnen. Op een aantal punten is nog verdere uitwerking en mogelijk nadere besluitvorming nodig. Zoals bijvoorbeeld (technische) aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling WIL. Uw raad wordt hierover nader gei'nformeerd en betrokken.

Raadsvoorstel

Blad: 5 van 10

Tabel 1. Schematisch overzicht toekomstige uitvoering.

Dienstverlening aan Inwoners: die meer

arbeidsfitzijn en direct geschiktvoor werk

Dienstverlening aan Inwoners-.met een

grotere afstand tot dearbeidsmarktdie meer en langere ondersteuning nodig hebben.

Het lokaal werkteam staat in verbinding met de lokale infrastructuur van dienstverlening aan inwoners in het sociaal domein. Hierbij gaat het om de verbinding met Jeugdzorg (Jeugdteam), Wmo (sociaal team), Beschermd wonen (gebiedsteam GGZ), Inburgering. Maar ook om de verbinding met lokale organisaties en projecten.

Wat willen we bereiken?

We willen dat inwoners zoveel mogelijk naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving door middel van betaald of onbetaald werk. Hiervoor organiseren we een samenhangende infrastructuur van lokale en regionale dienstverlening die inwoners integraal ondersteunt richting werk of participatie.

Waarom willen we dit? 1. Argumenten

a) We willen dit omdat we inwoners optimaal willen ondersteunen richting werk en participatie. Op een manier die aansluit bij de competenties en mogelijkheden van inwoners en maximaal gebruik maakt van regionaal en lokaal aanbod en kansen. Die aansluit bij de lokale situatie en individuele situatie van inwoners. Met een brede doelstelling waarbij iedere inwoner gezien en gekend wordt. Uit het eindrapport blijkt dat nu meer inwoners in beeld zijn en positieve stappen zetten in hun ontwikkeling door participatie en re-integratie. Daarnaast zijn klantdiagnoses actueel gemaakt en zijn er heldere afspraken gemaakt over uit te voeren activiteiten van inwoners. Veel inwoners zijn naar hun werkcoach positief over de ondersteuning in het werkteam. Professionals zelf ervaren dat zo beter hulp en ondersteuning kan worden geboden.

Raadsvoorstel

Blad: 6 van 10

b) We willen dit omdat we lokaal meer regie en samenhang willen in de dienstveriening aan inwoners in het gehele sociaal domein. In kader van het streven naar een huishouden, een plan. Sociaalteam, Jeugdteam, Lokaal werkteam werken in dit model meer als een samenhangend geheel. Veel inwoners met een Participatiewet-uitkering en een afstand tot de arbeidsmarkt hebben problemen op meerderen levensdomeinen. Daarzijn verschillende professionals vanuit verschillende organisaties en verschillende wettelijke kaders bij betrokken. Uit het eindrapport blijkt dat er in het lokale werkteam beter naar integrate oplossingen kan worden gezocht met de inwoner, in samenhang met bijvoorbeeld Wmo-ondersteuning, passend bij zijn of haar persoonlijke situatie. Zowel professionals als inwoners waarderen dit positief. Uit de evaluatie blijkt dat meer inwoners met meervoudige problematiek betere en meer integrate dienstveriening met een maatwerkoplossing krijgen, en meer inwoners participeren. c) We willen zowel de kracht van regionaal werken en van lokaal werken benutten. Beiden hebben voordelen die aanvullend op elkaar zijn. Een regionale uitvoering van Participatiewet door WIL is efficient en blijft nodig. De regionale arbeidsmarkt blijft hierdoor goed beschikbaar voor inwoners, die immers vaak over de gemeentegrenzen heen werk vinden.

De bovenregionale samenwerking via WIL op de Utrechtse Werktafel geeft kansen waar ook inwoners van IJsselstein via het werkteam gebruik van kunnen maken. De ondersteuning in het werkteam naar werk en participate voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt is doelgericht en geeft de mogelijkheid voor maatwerk en integrate oplossingen in samenhang met andere domeinen. Zowel het regionale als lokale werken biedt voordelen die aanvullend op elkaar zijn. d) We willen dit om de sturing op de lokale uitvoering van de Participatiewet te versterken. Zodat dat deze kan meebewegen met lokale mogelijkheden en lokaal gestelde prioriteiten. Zodat dienstveriening beter aansluit op de vraag en mogelijkheden van inwoners. Het lokale werken vergoot de gemeentelijke directe sturing. Dit kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Het voorgestelde scenario D is volgens het college het beste sturingsmodel. Met scenario D zijn integrate oplossingen en integrate aansturing in het sociaal domein het best mogelijk. In dit model vindt de aansturing direct plaats door de gemeente en kunnen we direct sturen op het inbedden van Participatie-dienstverlening in de lokale infrastructuur. En op de samenwerking hierin met onze lokale partners. Dit is niet mogelijk in bijvoorbeeld een model met gebiedsmanagers van WIL.

Hiermee blijven de schotten tussen dienstveriening gericht op werk en participate en andere dienstveriening intact. Dit zou theoretisch ondervangen kunnen worden door meer bevoegdheden binnen het sociaal domein over te dragen naar WIL. Dit is echter geen wenselijke richting aangezien we als gemeente zelf direct regie willen houden op het sociaal domein. Ook bestaat er bij model C een risico op het terugvallen in een generieke manier van werken door WIL die niet aansluit bij wat lokaal gewenst is. De modellen A en B bieden nog minder mogelijkheden voor integrate sturing en oplossingen voor inwoners. Het volledig zelf gaan uitvoeren van de Participatiewet (model E). door de gemeente is vanwege schaalgrootte en verlies aan samenwerking ook geen optie

2. Alternatieven

In het advies zoals beschreven in het eindrapport worden verschillende alternatieve scenario's benoemd en afgewogen. Voorgesteld wordt scenario D als het meest wenselijk (zie ook punt d. bij argumenten).

Raadsvoorstel

Blad: 7 van 10

3. Kanttekeningen

Uit het eindrapport komt naar voren dat de potentie van het lokaal werken nog niet volledig is benut. Er zijn belangrijke stappen gemaakt, maar het is zeker nog niet klaar. De lastige omstandigheden rond de coronapandemie spelen hierin een grote rol. Dit speelt met name random juridische en bedrijfsmatige zaken en het verder uitbouwen van het integrate werken. Daarnaast is er ook verandering van wetgeving op komst rond de inrichting van de samenwerking binnen de arbeidsmarktregio. Het werken met een model van lokale werkteams geeft voor de bedrijfsvoering van WIL en de gemeente blijvend aandachtspunten mee. Het risico van complexiteit en minder efficient zijn is constant aanwezig. De uitvoering is minder uniform dan bij uitvoering door een (regionale) organisatie. Verantwoordelijkheden liggen meer gespreid over meerdere organisaties en personen. Als resultaten teruglopen zijn de verantwoordelijkheden diffuser omdat de sturing en de daarbij horende verantwoordelijkheden meer zijn verdeeld. Ook het punt van HR verantwoordelijkheden en kwetsbaarheid van de kleinere teams is voor de uitwerking een belangrijk aandachtspunt. In het advies is reeds een aantal oplossingen hiervoor opgenomen. Voor de structurele implementatie en borging is nog werk te verzetten. Veel hiervan zal in 2022 plaats vinden.

Wat gaat het kosten

De uitvoering met lokale werkteams en met de genoemde beleidsambities vraagt meer inzet dan de (oude) situatie met een uitvoeringsorganisatie. Er is meer sturing en (lokaal) beleid nodig. Ook het hanteren van de minimale basisnormen voor dienstverlening zoals omschreven in het rapport vraagt om voldoende capaciteit van medewerkers in het lokaal werkteam. Alleen dan kunnen we alle inwoners (met een uitkering) actueel in beeld hebben en houden en de juiste ondersteuning bieden. In plaats van de oude situatie met wachtbestanden waarin vooral de focus was op arbeidsfitte inwoners. De nieuwe uitvoering levert echter ook op! Verbetering van de ondersteuning van mensen levert maatschappelijk gezien veel voordelen op. Maar helaas komen deze voordelen niet altijd vanzelf aanwijsbaar in gemeentelijke budgetten binnen. Hogere maatschappelijke participate en vermindering van sociaal isolement leidt tot een betere kwaliteit van leven en tot lagere zorg en gezondheidskosten. Soms zijn de voordelen ook diffuus. Zo leidt overlap en niet op elkaar afgestemd werken binnen het sociaal domein en niet adequaat ondersteunen van mensen tot hogere kosten. Maar het verminderen hiervan is niet altijd 1:1 aanwijsbaar in besparingen op budgetten aan te wijzen. Minder mensen in de uitkering heeft wel een direct positief financieel effect voor de gemeente.

We zien dat in de periode 2019 tot heden het beroep op de bijstand door inwoners zich in de Lekstroomgemeenten relatief gunstig ontwikkeld heeft. Zeker voor IJsselstein met positieve financiele consequenties voor de gemeente. De ambitie met het lokaal werkteam is dan ook om meer mensen te laten uitstromen uit de uitkering en hiermee kosten te besparen. Formatie lokaal werkteam Voor het lokale werken volgens de minimale basisnormen is structurele capaciteit nodig van het lokaal werkteam. Hierbij gaat het om inzet door werkcoaches vanuit WIL en om medewerkers van het Sociaal Team. Een deel van de capaciteit komt uit de structurele formatie van werkcoaches die WIL jaarlijks via de begroting van WIL beschikbaar stelt. Maar dit is niet genoeg. Binnen WIL is voor 2022 een basisformatie werkcoaches opgenomen van 3,7fte. Nodig is ongeveer 5,5 fte om te zorgen dat inwoners in beeld blijven en de juiste ondersteuning ontvangen. Dit is inclusief de extra inzet vanuit het Sociaal Team gericht op participatie en activering van inwoners.

Raadsvoorstel

Blad: 8 van 10

Projectleider Voor het lokaal werkteam is een lokale projectleider nodig die het team aanstuurt, en die verantwoordelijk is voor de inhoudelijke doorontwikkeling en aansluiting bij lokale netwerken. Hierin trekken we, net als nu met de huidige kwartiermaker, samen op met de gemeente Lopik. We gaan werken met een projectleider voor beide gemeenten in een verhouding van 1/3e - 2/3e. Voor IJsselstein gaan we uit van 0,6 fte, vooralsnog voor 3 jaar. Beleidscapaciteit De huidige beleidscapaciteit op het gebied van Werk en Inkomen is berekend op beleid en uitvoering uitgevoerd op uniforme wijze door een regionale uitvoeringsorganisatie. Het werken met lokale werkteams vraagt meer lokale beleidsontwikkeling van de gemeente zelf. Zeker de komende periode is er meer inzet nodig voor de verdere uitwerking en implementatie. We gaan uit van 0,4 fte vooralsnog voor 3 jaar. Een groot deel van de hierboven genoemde inzet wordt gedekt uit het lokaal Participatiebudget dat onderdeel is van de begroting van WIL. Aanvullend is €95.000 nodig. Dit bedrag wordt met de eerstvolgende bestuursrapportage, zijnde de december rapportage, budgetneutraal in de gemeentebegroting verwerkt. Het wordt gedekt uit de extra middelen die de gemeente van het rijk heeft ontvangen voor Participatie via de meicirculaires 2020 en 2021.

Incidentele regionale implementatie kosten De noodzakelijke regionale kosten voor implementatie door WIL worden meegenomen met de begrotingswijziging van WIL 2022. Deze kosten zijn voor 2022 en 2023 in totaal geraamd op maximaal €360.000. Volgens de geldende verdeelsleutel is het deel IJsselstein €75.000. De begrotingswijziging van WIL 2022 zal begin 2022 aan uw raad ter zienswijze worden voorgelegd.

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan het lokale werken op basis van dit besluit voortzetten in samenhang met WIL in de lijn zoals dit de afgelopen jaren is ontwikkeld en uitgevoerd. Na besluit door uw raad wordt een implementatieplan opgesteld op basis waarvan verdere uitwerking plaatsvind van het gekozen hoofdscenario. In het eindrapport zijn een aantal concrete adviezen opgenomen om uit te werken die de leidraad zullen zijn van dit implementatieplan. Waar nodig zal er nadere besluitvorming plaats vinden. Zo zijn er bijvoorbeeld naar verwachting enkele technische wijzigingen nodig van de gemeenschappelijke regeling WIL. Het wijzigen hiervan is een bevoegdheid van uw raad. Het voornemen is de implementatie uiterlijk in 2022 te voltooien Uw raad wordt nader gei'nformeerd over het implementatieplan en de uitvoering er van.

Duurzaamheid

N.v.t.

Communicatie en participatie van het voortraject

Het eindrapport is een product van de regionale samenwerking tussen WIL en de gemeenten Lopik, IJsselstein, Houten en Nieuwegein. In de vorm van enquetes en interviews zijn direct betrokken medewerkers, externe partners en werkgevers gehoord en betrokken bij het advies. De uitkomsten hiervan vindt u terug in het eindrapport. Er is geen enquete afgenomen bij inwoners zelf. Reden is dat WIL in dezelfde periode een klanttevredenheidsonderzoek heeft gedaan en we inwoners niet dubbel willen belasten met 2 enquetes tegelijkertijd. In het komende klanttevredenheidsonderzoek van WIL

Raadsvoorstel

Blad: 9 van 10

wordt een aantal vragen over de ervaren dienstverlening door de werkcoaches rechtstreeks aan inwoners gesteld. De uitkomsten konden we niet meer meenemen in dit eindverslag van de evaluatie. Deze komen in het najaar beschikbaar. De lokale adviesraad sociaal domein is gevraagd om advies te geven over de evaluatie en het advies. Dit advies is bijgevoegd. De clientenraad van WIL is door het DB van WIL gevraagd om advies te geven aan het bestuur van WIL. Tevens is de CR van WIL gevraagd dit advies te delen met de lokale adviesraden zodat de lokale adviesraden dit kunnen betrekken bij hun advies. Het bestuur van WIL is gevraagd om advies te geven. Dit advies is bijgevoegd. Op 29 September jI. is een raadsinformatiebijeenkomst geweest voor de raden van alle betrokken gemeenten.

Communicatie besluit en eventueel vervolg participatietraject

Na besluitvorming is geen extra communicatie nodig naar inwoners. Het besluit is een effectuering van de huidige situatie van het lokaal werkteam.

Voorstel

1. 2. 3. 4.

Door gaan met het integraal uitvoeren van taken op het gebied van werk en participate in het lokale werkteam samen met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). Hierbij het uitvoeringsmodel D toe passen, waarbij de gemeente IJsselstein direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam. Het uitvoeringsmodel D verder met WIL uit werken en in voeren. Het college opdracht te geven om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie.

Overzicht bijlagen:

1. Eindrapportage Innovatieagenda WIL-Gemeenten 2. Advies van lokale adviesraad de PSIJ op de eindrapportage 3. Reactie van het college op het advies van het PSIJ 4. Reactie van het bestuur WIL op de eindrapportage.

Raadsbesluit

blad : 10 v an 10

De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 September 2021, zaaknummer 1014695

BESLUIT:

1. 2. 3. 4.

Door te gaan met het integraal uitvoeren van taken op het gebied van werk en participatie in het lokale werkteam samen met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). Hierbij het uitvoeringsmodel D toe te passen, waarbij de gemeente IJsselstein direct sturing geeft aan de werkzaamheden van het lokale werkteam. Het uitvoeringsmodel D verder met WIL uit te werken en in te voeren. Het college opdracht te geven om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 11 november2021

de griffier,

^

mr. P.J.M. van Domburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10794219/1