Oplegnotitie ChristenUnie financiele verantwoording 2018-2022
Tekst van het document
Oplegnotitie
Onderwerp: Financiële verantwoording 2018-2022 IJsselstein, 10 januari 2022 Geachte commissieleden, Op 12 november 2021 heeft het college een persbericht uitgestuurd met als titel ‘Gemeente IJsselstein financieel op orde’. Daarbij verwijs het collega naar de door de raad aangenomen begroting. Uit het persbericht; “Wethouder Financiën Mark Foekema: ‘De gemeente heeft scherpe keuzes moeten maken, dit is in goede samenwerking met de gemeenteraad gebeurd.’ ‘Het ziet er nu goed uit, maar we blijven voorzichtig’, aldus de wethouder. ‘Het Rijk heeft aangekondigd dat wij rekening moeten houden met een forse verlaging van de bijdrage vanuit de rijksoverheid. Dat betekent dat we minder geld krijgen. We nu hier nu al op voorsorteren.’” Op 24 november heeft de fractie van de ChristenUnie hier schriftelijke vragen over gesteld. Uit deze beantwoording blijkt; Dat de stand van de totale reserves is gedaald van 41.701.278 Euro naar 22.747.675 Euro (tussen 01.01.2018 – 01.01.2022). Dat is een daling van 18.674.568 Euro.
Dat de stand van de algemene reserve is gedaald van 15.895.608 Euro naar 3.411.194 Euro (tussen 01.01.2018 – 01.01.2022). Dat is een daling van 12.484.414 Euro.
Het college geeft in de beantwoording aan de tekorten van de afgelopen jaren met name zijn veroorzaakt door (1) Toenemende kosten van het sociaal domein, (2) incidentele maar verplichte afwaarderingen op gebied van onroerend goed, (3) extra dotaties aan de pensioenvoorziening en hoge wachtgeldlasten voor voormalige wethouders.
Ook waarschuwt het college in de beantwoording voor de kans dat het kabinet besluit de verdeling van de algemene uitkering te herijken. “Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat IJsselstein met ingang van 2023 geconfronteerd wordt met fors lagere inkomsten, oplopend tot 2 miljoen per jaar structureel”
Wij gaan er uiteraard van uit dat de door de raad afzonderlijk genomen besluiten (tussentijds, danwel bij de begrotingen en rekeningen) de afgelopen raadsperiode op basis van juiste en volledige informatie zijn genomen. Echter, de trend van de afgelopen jaren baart ons zorgen; de daling van (met name) de algemene reserve is niet een eenmalige gebeurtenis geweest, maar is een jaarlijks terugkerend fenomeen gebleken.
We hebben hierover de volgende vragen aan de commissie; 1. In hoeverre had u voldoende zicht op deze meerjaarlijkse afname van de reserves en bent u van mening dat deze meerjaarlijkse ontwikkeling door het college voldoende duidelijk bij de raad onder de aandacht is gebracht? 2. In hoeverre vindt u dat de beantwoording van de vragen het beeld dat wij hebben bevestigd? 3. In hoeverre bent u van mening dat de IJsselsteinse financiële positie een mogelijke daling van de inkomsten van 2 miljoen per jaar structureel kan opvangen? 4. In hoeverre deelt u de mening van het college dat “de gemeente in samenwerking met de gemeenteraad scherpe keuzes heeft gemaakt” en in hoeverre vindt u dat deze ‘scherpe keuzes’ geleid hebben tot een financiële situatie die structureel op orde en houdbaar is? 5. In hoeverre herkent u zich in het geschetste beeld dat “de gemeente IJsselstein financieel op orde is”? Met vriendelijke groeten, namens de fractie van de ChristenUnie, Robert Pape Commissielid