OBP Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie Toelichting en Regels
Tekst van het document
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie gemeente IJsselstein ontwerp NL.IMRO.0353.Lgebiedarcheologie- On01
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
3
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
4
Hoofdstuk 3
Juridische toelichting
5
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Gevolgen van de herziening 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Economische uitvoerbaarheid
5 5 6 6
Bijlagen toelichting
6
Bijlage 1
6
Nota van inspraak en vooroverleg
Regels
10
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
10 10
Hoofdstuk 2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6
11 11 13 16 18 20
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige regels
22 22 22
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
23 23 23
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
Het huidige archeologiebeleid in het bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid van de gemeente IJsselstein is niet volledig in overeenstemming met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van de provincie Utrecht en het gemeentelijk archeologiebeleid. In het bestemmingsplan is namelijk opgenomen dat gronden gelegen binnen bouwvlakken niet vallen binnen de beschermende werking betreffende archeologie. Dit is niet in overstemming met de PRV en het gemeentelijk archeologiebeleid. Gelet hierop dient het bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid aangepast te worden. Tevens worden bouwbepalingen ten aanzien van de archeologische bescherming toegevoegd en worden 'aanduidingen' beleidsneutraal omgezet in een 'dubbelbestemming'.
3
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Geldend bestemmingsplan Het geldend bestemmingsplan is het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid dat op 15 oktober 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad. Partiële herziening Voorliggend bestemmingsplan is een partiële herziening, hetgeen inhoudt dat slechts enkele regels van het bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid worden herzien en op de verbeelding worden 'aanduidingen' omgezet in een 'dubbelbestemming'. De overige regels en de verbeelding van het geldende bestemmingsplan blijven onverkort van kracht.
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
De onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid heeft als doel de regels te repareren conform het geldende provinciale en gemeentelijke archeologische beleid door het schrappen van de regeling waarin gronden gelegen binnen bouwvlakken niet vallen binnen de beschermende werking betreffende archeologie en waar nodig te verduidelijken, omdat bij toepassing van de bestaande regels is gebleken dat deze niet overal voldoende eenduidig zijn. Onderstaand wordt nader ingegaan op het provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologie en de aanpassingen in dit bestemmingsplan. Provinciaal Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke verordening Het provinciaal ruimtelijk beleid is primair neergelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2018 (PRS). De hoofddoelstellingen van de Structuurvisie zijn door de Provincie Utrecht juridisch vormgegeven in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De PRS en PRV zijn op 4 februari 2013 vastgesteld. Op 12 december 2016 is de PRS herijkt. In de PRV zijn regels vastgelegd waar gemeenten zich bij het maken van bestemmingsplannen aan moeten houden.
In artikel 1.7 lid 2 van de PRV is opgenomen: "een ruimtelijke besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'Cultuurhistorische hoofdstructuur' bevat bestemmingen en regels ter bescherming van de waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur, zoals genoemd in de Bijlage Cultuurhistorie." Bij het behouden van archeologische waarden gaat het om het opnemen van regels die aantasting van archeologisch erfgoed voorkomen of zoveel mogelijk beperken. Daartoe moeten zowel bekende als te verwachten waarden worden beschermd. Behoud in situ (in de bodem) heeft altijd de voorkeur. Het geven van een dubbelbestemming verdient aanbeveling als de archeologische waarden zich over meerdere andere bestemmingen uitstrekken. Daarbij dient de rangorde tussen de bestemmingen te worden aangegeven. Ter bescherming van de waarden dienen zo nodig bouw- en aanlegvoorschriften te worden opgenomen. Gemeentelijk beleid Archeologie Het geldende archeologisch beleid van de gemeente IJsselstein is opgenomen in de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart1 . Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een kaart van archeologische waarden en verwachtingen opgesteld. Binnen het gemeentelijke beleid worden 3 verschillende Archeologische waardes onderscheiden.
Ten eerste zijn er de AMK-terreinen met wettelijke bescherming (de archeologische Rijksmonumenten), de overige AMK-terreinen, en de waardevolle kades en dijken. Voorts kunnen er vier archeologische verwachtingszones worden onderscheiden: zone met hoge archeologische verwachting binnenstad; zone met hoge archeologische verwachting buitengebied; zone met middelhoge archeologische verwachting; zone met lage archeologische verwachting. De waardes en zones hebben verschillende vrijstellingen van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen. Deze zijn beschreven in het archeologisch beleidsdocument van de gemeente en vertaald in de verschillende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied
4
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
noord en zuid. Regelingen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid Waarde - Archeologie 3 In artikel 29 van het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid is opgenomen dat het verboden is om of in de gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 3' en gelegen buiten de aangegeven bouwvlakken, zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken (zoals opgesomd in een limitatief daaropvolgende lijst) uit te voeren. In deze regeling zijn bouwvlakken uitgesloten van de beschermende werking betreffende archeologie. Algemene aanduidingsregels In artikel 35, lid 35.1, 35.2 en 35.3 van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied noord en zuid' is opgenomen dat het verboden is in om of in deze gronden ter plaatse van de aanduiding 'Archeologisch waardevol gebied - 1', 'Archeologisch waardevol gebied - 2' en 'Archeologisch waardevol gebied - 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren, zoals opgesomd in een limitatief daaropvolgende lijst In deze regeling is de beschermende werking betreffende archeologie niet van toepassing als binnen een bouwvlak reeds bebouwing aanwezig is of als uitbreiding van een bouwvlak aan de achterzijde (vanaf de weg gezien) plaatsvindt.
Aanpassing bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid Voorliggend bestemmingsplan repareert voorgenoemde gebreken om de beschermende werking betreffende archeologie tevens te doen gelden voor gronden gelegen binnen bouwvlak en geen uitzondering te maken voor de gevallen dat binnen een bouwvlak reeds bebouwing aanwezig is of als uitbreiding van een bouwvlak aan de achterzijde (vanaf de weg gezien) plaatsvindt. In de regels van dit plan is tevens een aangepaste (actuele) regeling voor archeologie opgenomen, waarin tevens bouwbepalingen zijn toegevoegd. Op de verbeelding worden de 'aanduidingen' ten aanzien van archeologie beleidsneutraal omgezet in een 'dubbelbestemming'. De herziening is daarmee tevens in lijn met de bepalingen uit de partiële herzieningen van het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid.
Hoofdstuk 3
Juridische toelichting
Dit hoofdstuk gaat in op de regels van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting stelt men langs elektronische weg vast. Voorliggend bestemmingsplan ziet uitsluitend op bepalingen inzake archeologie. De bestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m 6 vervangen de regelingen zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn uitsluitend de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie weergegeven.
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoerbaarheid
Gevolgen van de herziening
De herziening is lijn met het van toepassing zijnde provinciaal beleid (PRS en PRV) en het gemeentelijk beleid (archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart).
5
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Het schrappen van de regeling waarin gronden gelegen binnen bouwvlakken niet vallen binnen de beschermende werking betreffende archeologie, heeft geen negatieve gevolgen voor de omgeving en het milieu.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 3 september 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon een ieder zijn of haar reactie kenbaar maken. Er zijn in deze periode twee reacties ingediend. In de 'Nota van inspraak en vooroverleg Bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid, Archeologie' zijn de ingekomen reacties weergegeven en van een antwoord voorzien. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd naar aanleiding van de reacties. Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is op 3 november 2020 inzake vooroverleg art. 3.1.1 Bro toegestuurd aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Vitens N.V., provincie Utrecht en N.V. Nederlandse Gasunie. In de 'Nota van inspraak en vooroverleg Bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid, Archeologie' is de ingekomen reactie weergegeven en van een antwoord voorzien. De ingekomen vooroverlegreactie leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
4.3
Economische uitvoerbaarheid
Dit plan heeft geen gevolgen voor de uitgeefbaarheid c.q. de exploitatie van de gronden van het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid.
Bijlagen toelichting Bijlage 1 Nota van inspraak en vooroverleg
6
Nota van inspraak en vooroverleg Bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid, Archeologie
Inleiding Aangezien het bestemmingsplan Landelijk gebied noord en zuid een omissie kent ten aanzien van het provinciaal en gemeentelijk archeologisch beleid is voorliggende partiële herziening opgesteld. Het betreft het schrappen van de regeling waarin gronden gelegen binnen bouwvlakken niet vallen binnen de beschermende werking inzake archeologie. Op 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van gemeente IJsselstein ingestemd met het voorontwerp bestemmingsplan. In vervolg hierop heeft op 2 september 2020 een kennisgeving plaatsgevonden en zijn de stukken met ingang van 3 september 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze periode is één inspraakreactie ontvangen. Tevens is kort na het einde van deze periode nog een inspraakreactie ontvangen in vervolg op telefonisch contact binnen deze periode. In totaal zijn zodoende twee inspraakreacties ontvangen. Tevens is op 3 november 2020 het voorontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan diverse vooroverlegpartners conform art. 3.1.1 Bro en verzocht om binnen zes weken te reageren. Binnen deze periode is één vooroverlegreactie ontvangen. Voorliggend document voorziet in het samenvoegen van deze reacties en beantwoording hiervan. Inspraak 1.
Indiener 1 Indiener stelt voor om met deze aanpassing van het bestemmingsplan ook de grenzen van het bestemmingsplan Landelijk gebied gelijk te trekken met de grenzen zoals deze golden in het bestemmingsplan voor 2015. Dit zou betekenen dat de gronden ten noorden van de Broeksdijk en ten westen van de Achtersloot opgenomen worden in dit bestemmingsplan. Indiener geeft hierbij een nadere motivering, hieruit blijkt dat vooral het feit dat dit gebied volgens indiener onderdeel uitmaakt van het kenmerkende lint van de Achtersloot reden vormt voor dit voorstel. Dit zou tevens de bescherming van archeologische waarden ten goede komen. Reactie gemeente: Indiener wordt allereerst bedankt voor ingediende reactie. Het delen van dergelijke kennis en zienswijze wordt gewaardeerd. Wij zullen het voorstel echter niet overnemen. Reden hiertoe is tweeledig. Enerzijds valt het genoemde gebied binnen het stedelijk gebied zoals ook opgenomen in het provinciaal beleid. De planologische kaders voor dit gebied sluiten dan ook aan bij het stedelijk gebied zodat gekozen is voor opname in het aansluitend bestemmingsplan voor stedelijk gebied welke recent geactualiseerd is. Tevens geldt dat ook gemeente IJsselstein zich zal voorbereiden op de komst van de Omgevingswet en aan de slag zal gaan met het opstellen van een gemeente breed Omgevingsplan.
Hierin zal dus geen sprake meer zijn van verschillende bestemmingsplannen maar één gemeente dekkend Omgevingsplan. Daarnaast is voorliggend bestemmingsplan enkel gericht op de reparatie van de archeologische regeling. Het aanvullen van dit bestemmingsplan met diverse andere reparaties of aanpassingen maakt dat de planologische impact groter zal worden. Hierdoor zal naar onze mening dan ook het doel van voorliggende reparatie nadeel ondervinden door vertraging. Om bovengenoemde redenen wordt het voorstel dan ook niet overgenomen en zal er geen aanpassing aan het voorontwerpbestemmingsplan plaats vinden. 2. Indiener heeft een inspraakreactie ingediend, deze is op 19 oktober 2020 ontvangen. Het betreft tevens een verwijzing naar het telefonisch contact van d.d. 30 september 2020 met gemeente over dit bestemmingsplan. Om deze reden is ook de notitie van dit gesprek bijgevoegd als onderdeel van de inspraakreactie. Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan niet gemakkelijk te lezen en te begrijpen is. Verder wordt aangegeven dat het op prijs gesteld wordt als indieners bij vervolgstappen op de hoogte worden gesteld. Indiener wijst op het belang van dit bestemmingsplan in relatie tot het vervangen en aanplanten van bomen. Uit de telefoonnotitie blijkt dat in dit gesprek vragen gesteld zijn over procedurele zaken maar niet over de inhoud van het plan. Reactie gemeente:
Gemeente zal zorg dragen voor publicatie op de wettelijk voorgeschreven wijze, dit betreft onder andere in de Staatscourant en in het Zenderstreeknieuws. Tevens zal kennisgeving plaatsvinden op de gemeentelijke website en zullen stukken te vinden zijn op de nationale website www.ruimtelijkeplannen.nl. Indieners zullen op de hoogte worden gesteld van voorliggende beantwoording en daarmee ook de vervolgstap zodra het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Er is geen e-mail adres van indiener bekent bij gemeente. Indiener wordt daarom verzocht een e-mail te sturen naar y.smeets@ijsselstein.nl zodat via deze route een kennisgeving verstuurd kan worden. Inhoudelijk wordt enkel gewezen op de belangen voor vervangen een aanplant van bomen als onderdeel van de bedrijfsvoering. Hierover het volgende. Ter plaatse van de aanduidingen voor fruitteelt betreffende het bedrijf van indiener gelden de dubbelbestemmingen voor de archeologische waarden 1, 3 en 6. Hierin wordt het rooien en aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen gereguleerd in kader van de archeologische waarden. Per waarde verschillen de uitzonderingsregels zodat binnen de 2 2 verschillende aanduidingen een omvang van resp. maximaal 0m , 100m of 10ha danwel een diepteverstoring van maximaal 30cm leidt tot de situatie dat een omgevingsvergunning in dit kader niet vereist is.
Ondanks dat indiener niet nader inhoudelijk ingaat op dit aspect begrijpen wij het belang voor het fruitteeltbedrijf. Het vervangen van bomen binnen een bestaande boomgaard vanuit normaal onderhoud valt onder de opgenomen uitzonderingsregel voor normaal onderhoud en beheer. Oftewel, het vervangen van één of enkele bomen om bijvoorbeeld gezondheidsredenen kent geen vergunningsplicht. Voor het geheel of grotendeels verwijderen/vervangen/uitbreiden van een boomgaard geldt wel een vergunningsplicht als hierbij de opgenomen oppervlakte en dieptemaat overschreden wordt. Wij verwachten dat hiermee het normale beheer en onderhoud van de boomgaarden mogelijk is. Dit in combinatie met de vereiste borging van de archeologische waarden maakt dat de zienswijze niet leidt tot aanpassing van de regeling.
Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is op 3 november 2020 inzake vooroverleg art. 3.1.1 Bro toegestuurd aan het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Vitens N.V., provincie Utrecht en N.V. Nederlandse Gasunie. Hierop is enkel reactie van provincie Utrecht ontvangen. 1. Provincie Utrecht heeft op 26 november 2020 een schriftelijke reactie ingediend. In de reactie wordt aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan geen aanleiding geeft opmerkingen te plaatsen in kader van het provinciaal belang op basis van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Reactie gemeente: Onder dankzegging wordt de reactie ter kennisname aangenomen.
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie NL.IMRO.0353.Lgebiedarcheologie-On01 van de gemeente IJsselstein; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
10
met
identificatienummer
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
1.3
archeologisch onderzoek:
onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit kan bestaan uit bureauonderzoek, booronderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgravingen of een combinatie daarvan. 1.4
archeologisch rapport:
rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de richtlijnen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.5
archeologische verwachting:
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied. 1.6
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten. 1.7
gecertificeerde instantie:
instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in art. 5.1 van de Erfgoedwet. 1.8
opgraving:
de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. 1.9
Programma van Eisen (PvE):
document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven of een opgraving staan geformuleerd. Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.
Hoofdstuk 2 Artikel 2 2.1
Bestemmingsregels
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 2.2 a. b.
Bouwregels op de voor Waarde - Archeologie 1 bestemde gronden mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; In afwijking van het bepaalde in 2.2 lid a mogen op of in deze gronden gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits het gaat om: vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut.
11
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
2.3 a. b.
c.
d.
Afwijken van de bouwregels bij een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 2.2 met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; vergunning als bedoeld in lid 2.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn; aan de vergunning als bedoeld in lid 2.3 sub a kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende regels verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 2.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur beneden het maaiveld; het ontgronden, baggeren, afgraven (afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 0 cm beneden het maaiveld.
2.4.2
Uitzonderingen
Het in 2.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
12
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
d.
waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
2.4.3 a.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden
in afwijking van het bepaalde in lid 2.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
2.4.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 2.4.3 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
2.4.5
Advies
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen. 2.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Artikel 3 3.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 3.2
Bouwregels
Op de voor Waarde - Archeologie 3 bestemde gronden mogen ten dienste van de onder lid 3.1 genoemde bestemmingen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.
ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 3 enkel bouwwerken geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd; ten behoeve van overige aanwezige bestemmingen er enkel gebouwd mag worden, met inachtname
13
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
van de overige voor deze gronden geldende bouwregels, mits het gaat om: 1. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; en/of 2. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2 ; of 3. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 3.3 a. b.
c.
d.
Afwijken van de bouwregels bij een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2 met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; vergunning als bedoeld in lid 3.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn; aan de vergunning als bedoeld in lid 3.3 sub a kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende regels verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 3 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur; het ontgronden, baggeren, afgraven (afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 30 cm beneden het maaiveld.
14
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
3.4.2
Uitzonderingen
Het in 3.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; indien zij een oppervlakte beslaan van ten hoogstens 100 m2; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
3.4.3 a.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden
in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
3.4.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 3.4.3 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
3.4.5
Advies
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen. 3.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
15
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 4.2
Bouwregels
Op de voor Waarde - Archeologie 4 bestemde gronden mogen ten dienste van de onder lid 4.1 genoemde bestemmingen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.
ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 4 enkel bouwwerken geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd; ten behoeve van overige aanwezige bestemmingen er enkel gebouwd mag worden, met inachtname van de overige voor deze gronden geldende bouwregels, mits het gaat om: 1. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; en/of 2. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m2 ; of 3. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
4.3 a. b.
c.
d.
Afwijken van de bouwregels bij een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; vergunning als bedoeld in lid 4.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn; aan de vergunning als bedoeld in lid 4.3 sub a kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende regels verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.
de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 4 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen:
16
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur; het ontgronden, baggeren, afgraven (afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 30 cm beneden het maaiveld. .
4.4.2
Uitzonderingen
Het in 4.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; indien zij een oppervlakte beslaan van ten hoogstens 2.500 m2; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
4.4.3 a.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden
in afwijking van het bepaalde in lid 4.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
4.4.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 4.4.3 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
17
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
4.4.5
Advies
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Op de voor Waarde - Archeologie 5 bestemde gronden mogen ten dienste van de onder lid 5.1 genoemde bestemmingen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.
5.3 a. b.
c.
ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 5 enkel bouwwerken geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd; ten behoeve van overige aanwezige bestemmingen er enkel gebouwd mag worden, met inachtname van de overige voor deze gronden geldende bouwregels, mits het gaat om: 1. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; en/of 2. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m2 ; of 3. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 200 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Afwijken van de bouwregels bij een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; vergunning als bedoeld in lid 5.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3.
er geen archeologische waarden zijn; aan de vergunning als bedoeld in lid 5.3 sub a kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende regels verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd
18
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
d.
archeologisch Programma van Eisen (PvE); het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 5 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur; het ontgronden, baggeren, afgraven (afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 200 cm beneden het maaiveld.
5.4.2
Uitzonderingen
Het in 5.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; indien zij een oppervlakte beslaan van ten hoogstens 2.500 m2; die niet dieper reiken dan 200 cm beneden het maaiveld; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
5.4.3 a.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden
in afwijking van het bepaalde in lid 5.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat: 1. archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; 2. archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; 3. er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
5.4.4
Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.4.3 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
19
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
5.4.5
Advies
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 6
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
Op de voor Waarde - Archeologie 6 bestemde gronden mogen ten dienste van de onder lid 6.1 genoemde bestemmingen gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd, met dien verstande dat: a. b.
6.3 a. b.
c.
ten behoeve van de bestemming Waarde - Archeologie 6 enkel bouwwerken geen gebouw zijnde mogen worden gebouwd; ten behoeve van overige aanwezige bestemmingen er enkel gebouwd mag worden, met inachtname van de overige voor deze gronden geldende bouwregels, mits het gaat om: 1. vervanging van bestaande gebouwen of bouwwerken waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en uitsluitend de bestaande fundering wordt benut; en/of 2. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte van ten hoogste 10 ha; of 3. een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Afwijken van de bouwregels bij een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2 met in acht neming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; vergunning als bedoeld in lid 6.3 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3.
er geen archeologische waarden zijn; aan de vergunning als bedoeld in lid 6.3 sub a kan het bevoegd gezag in ieder geval de volgende regels
20
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
d.
verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 6 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het ontgronden, afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, egaliseren, verlagen, afplaggen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de landbodemstructuur,; het ontgronden, baggeren, afgraven (afgraven (waaronder onder andere saneren), onderzuigen, verlagen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd het aanleggen van drainage; het aanleggen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het uitvoeren van werkzaamheden ter verhoging of verlaging van de grondwaterstand; het verwijderen van fundamenten dieper dan 30 cm beneden het maaiveld.
6.4.2
Uitzonderingen
Het in 6.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
in het kader van het normale beheer en onderhoud; in het kader van onderhoudsbaggerwerkzaamheden die aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; indien zij een oppervlakte beslaan van ten hoogstens 10 ha; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden het maaiveld; in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
6.4.3 a.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden
in afwijking van het bepaalde in lid 6.4.1 kan een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uitgevoerd worden mits op basis van een archeologisch rapport, dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt ingediend, en naar het oordeel van burgemeester en wethouders, blijkt dat:
21
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
1. 2.
3. 6.4.4
archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld; archeologisch waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of ontwikkeling van die waarden; er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorschriften omgevingsvergunning
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.3 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden: a. b.
c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE);
6.4.5
Advies
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen. 6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 8.1
Overige regels
Herziening vigerend bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan herziet het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, op de wijze zoals aangegeven in lid 8.2 en 8.3 van dit plan. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan Landelijke gebied noord en zuid van kracht. 8.2
Herziening regels
De regels van het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid worden gewijzigd in die zin, dat artikel 28, 29, 35.1, 35.2 en 35.3 worden verwijderd en worden vervangen door de regels zoals opgenomen in Artikel 2 Waarde - Archeologie 1, Artikel 3 Waarde - Archeologie 3, Artikel 4 Waarde - Archeologie 4, Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 6 van dit bestemmingsplan.
22
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
8.3
Verbeelding
De geometrisch bepaalde planobjecten van het bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid worden gewijzigd in die zin, dat alle objecten die betrekking hebben op archeologie worden verwijderd en worden vervangen door de geometrische planobjecten zoals opgenomen in dit bestemmingsplan.
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1 a.
b. c.
9.2 a. b.
c.
d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie'.
23
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
24
bestemmingsplan Landelijk Gebied noord en zuid, archeologie
Eindnoten
1. Van Rooij & de Boer 2011
25