Nota van Uitgangspunten Randdijk december 2021
Tekst van het document
Locatie Randdijk
Nota van uitgangspunten Team Ruimte en Projecten december 2021
2
1. Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Leeswijzer
7
2. Beleidskaders
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Rijksbeleid
9
2.3
Provinciaal beleid
12
2.4
Gemeentelijk beleid
14
3. Planologisch relevante (milieu)aspecten
19
4. Context en analyse
29
4.1
Huidige karakteristiek
29
4.2
Historie
33
5. Visie en uitgangspunten
35
5.1
Ruimtelijke hoofdopzet
35
5.2
Ontsluitingsstructuur en parkeren
35
5.3
Bebouwingsstructuur en beeldambities
38
5.4
Groen- en waterstructuur
40
5.5
Openbare ruimte
41
RANDDIJK
Nota van uitgangspunten 3
ddi jk ba
4
an
Weg d
er V e
reni
gde
Nati e
s
Ran Tra m
Globale planbegrenzing (bron streetsmart)
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Aan de oostzijde van IJsselstein ligt de woonwijk IJsselveld-
woonvisie van de gemeente IJsselstein. Naast de gewenste
Oost. Het oostelijke deel van deze woonwijk, gelegen tussen
woningdifferentiatie zijn de geluidhinder van de omgeving en
de trambaan, de Randdijk en de N210, betreft een grotendeels
flora en fauna belangrijke aandachtspunten.
groen ingericht gebied. Onderdeel van het plangebied is een woonhuis en een voormalige boerderij.
Doel is te komen tot een aantrekkelijke woonbuurt waarbij
Deze nota van uitgangspunten schetst de kaders om dit gebied,
rekening gehouden wordt met de bestaande ruimtelijke en
rekening houdende met de bestaande landschappelijke
landschappelijke kwaliteiten. In deze nota van uitgangspunten
en
worden de mogelijkheden en randvoorwaarden voor deze
ruimtelijke
kwaliteiten,
te
ontwikkelen
naar
een
kleinschalige doch levendige woonbuurt in een groene
ontwikkeling vastgelegd.
setting. Het voornemen is het gebied te ontwikkelen met een gedifferentieerd woonprogramma van sociale huur tot vrije sector koopwoningen passende bij de ambities van de
Bird’s-eye view plangebied (bron: Cyclomedia) Zicht op bestaande bebouwing in plangebied
5
k dij nd Ra • •
Tra
mt ra
cé
6
Globale planbegrenzing geprojecteerd op 3D luchtfoto (bron: www.google.nl)
1.2
Ligging plangebied
1.3
Leeswijzer
Het plangebied ligt aan de oostzijde van IJsselstein en
Deze nota van uitgangspunten geeft inzicht in de gewenste
maakt onderdeel uit van de woonwijk IJsselveld-Oost. De
identiteit van de ontwikkeling. Naast dat de nota van
begrenzingen worden gevormd door het tracé van de trambaan
uitgangspunten dient ter inspiratie, dient het tevens als
aan de zuidzijde, de N210 aan de oostzijde en de Randdijk aan
toetsingskader voor iedereen die bij het verdere ontwerp- en
de westzijde.
ontwikkelingsproces betrokken is om een bijzonder gebied met maximaal toekomstperspectief te bieden. Deze nota van uitgangspunten is geen star document en kan de doorlooptijd van de ontwikkeling faciliteren met heldere kaders. Het gaat hierbij om het vastleggen en waarborgen van de gewenste identiteit. Naar de letter of de geest? De ervaring heeft geleerd dat een nota van uitgangspunten als te benauwend voor een deugdelijke planontwikkeling ervaren kan worden. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat bij het opstellen van de nota van uitgangspunten lang niet alle mogelijke ontwikkelingen voorzien kunnen worden. De gestelde nota zou in dergelijke gevallen een goede planontwikkeling onmogelijk kunnen maken. Daarom wordt hier in de leeswijzer benadrukt dat deze nota van uitgangspunten naar de geest gelezen dient te worden.
Ligging plangebied op topografische ondergrond
7
8
De Randdijk
2. BELEIDSKADERS
perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld
bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied
op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends
overstijgt. De beoogde woningbouwontwikkeling betreft
2.1
en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving.
geen verantwoordelijkheid van het Rijk. Het voorliggende
De gemeente IJsselstein heeft te maken met de vigerende
Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een
plangebied is tevens niet gelegen in een gebied waarvoor
beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid;
duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de
van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt (met
ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast
gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel
uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied, zie
dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te
van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige
navolgend). Het planvoornemen is daarmee passend binnen
voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het
keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is
de Nationale Omgevingsvisie.
ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per
een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt
overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde
een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd,
2.2.2
structuurvisies of omgevingsvisies. Voor de realisatie van
maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven,
ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
het beleid zetten de verschillende overheden een mix van
kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers.
instrumenten in; één van die instrumenten betreft het
De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar
Toetsingskader
vertalen van het beleid uit de structuurvisie of omgevingsvisie
dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met
naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de
gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid
daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen.
voor de onderhavige ontwikkeling relevante structuurvisies,
voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies,
Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor
omgevingsvisies
gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes
de andere beleidskaders uit de toenmalige SVIR en tevens
weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling
in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema
passend is binnen het beleid.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de
Elektriciteitsvoorziening.
NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen
vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het
wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier
Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming
Inleiding
en
verordeningen
per
overheidslaag
Besluit en ministeriële regeling algemene regels
Door
de
nationale
belangen
2.2
Rijksbeleid
prioriteiten:
bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de
1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.
bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de
2.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel.
bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s.
ordening (Rarro).
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk
Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie
gebied.
Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied
vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd
Beoordeling
gelegen
binnen
het
radarverstoringsgebied
behorende
met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal
De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden
bij radarstation Volkel en het radarverstoringsgebied van
Milieubeleidsplan.
zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk
radarstation Herwijnen. In een gebied rondom een radarstation
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam
is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is
moet rekening worden gehouden met de functionele 9
bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen
artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke
‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag
geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten
ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig
negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder)
van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte
ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5).
van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame
onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking
Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking
verstedelijking’ worden voldaan.
van de radar. Het radarverstoringsgebied bestaat uit een cirkel
getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke
met een straal van 15 nautische mijl (ongeveer 28 kilometer)
juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale
ontwikkeling?
gemeten vanaf de positie van de radar. De maximale hoogte
overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk
b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke
van bouwwerken in het radarverstoringsgebied wordt bepaald
maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan
ontwikkeling?
door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf
die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk
c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?
een punt op de top van de radarantenne, oplopend met
besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand
d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand
0,25 graden tot 15 kilometer van de radarantenne. Vanaf 15
stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te
stedelijk gebied?
kilometer geldt binnen het radarverstoringsgebied vanwege
bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in
e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen
radarstation Volkel een maximale hoogte van 114 meter ten
die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele
bestaand stedelijk gebied te realiseren?
opzichte van NAP. Ten aanzien van het radarverstoringsgebied
van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro
vanwege radarstation Herwijnen is de maximale hoogte (van
laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke
windturbines) gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP.
een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm
ontwikkeling?
Dergelijke bouwhoogtes zijn in onderhavig plan niet aan de
inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer
orde, waardoor het plan geen invloed heeft voor radarstations.
nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding
een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die
van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad
gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige
van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig
zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een
plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van
ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017
stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling
heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’
geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden
gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de
Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een
zijn gemoeid.
dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te
kleinschalig woongebied waarin plaats is voor meer dan 11
behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet.
woningen. Deze ontwikkeling is daarom gelet op de omvang
Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor
in als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor
2 Bro)
duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.
duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.
Toetsingskader
Beoordeling
b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke
Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het
Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’
ontwikkeling?
Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder
houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een
voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit
een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de
‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit
2.2.3
10
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid
een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke
2016) uitgegaan van een woningbouwprogramma van 500
Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als
besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische
woningen in diverse projecten in het stedelijk gebied. Het
een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro
regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat
planvoornemen past binnen deze woningbouwprogrammering.
kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het
sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.
De gemeente signaleert echter in haar woonvisie (2019) dat
voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een
er sprake is van een forse druk op de woningmarkt en een
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve
Het plangebied heeft thans overwegend een groenbestemming.
onevenwichtige bevolkingsontwikkeling onder invloed van
van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel
Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor
vergrijzing, waardoor het aantal inwoners en in het bijzonder
of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het
groenvoorzieningen. Burgerbewoning is niet toegestaan.
het aantal gezinnen met kinderen afneemt. Om op deze
voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand
Het onderhavig ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het
opgaven in te spelen, wil de gemeente IJsselstein sterk inzetten
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende
plangebied de bouw van woningen mogelijk. Gelet hierop is
op een wervend woonmilieu gericht op eigen inwoners én
openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen
sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting
nieuwe instroom. Dat vraagt een stevige groeiambitie om
en infrastructuur.
van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De ‘ladder voor
tot 2030 minimaal netto 2.500 nieuwe woningen toe te
duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.
voegen. Om deze groeiambitie te realiseren zet de gemeente
De gronden binnen het plangebied kennen overwegend een
in op nieuwbouw binnenstedelijk en buiten de contour. De
functie voor stedelijk groen. De gronden liggen tussen de
c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene
binnenstedelijke ruimte zal als eerste worden ingezet voor de
Rijksweg A2 en bestaande woonvoorzieningen. Op basis
ontwikkeling
versnelling van de bouwproductie. Er is binnenstedelijk nog
van kaartmateriaal behorend bij de Provinciale Ruimtelijke
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien
ruimte voor 600-800 woningen. Met het planvoornemen wordt
Structuurvisie zijn de gronden bovendien aangemerkt als
sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte
tegemoet gekomen aan deze kwantitatieve woningbehoefte.
‘Stedelijk gebied’. Gelet hierop is het onderhavige plangebied
aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit
gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van IJsselstein.
dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om
d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand
een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte.
stedelijk gebied?
Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke
De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd
Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS
ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke
op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige
blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten
ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in
gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor
‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording
een behoefte aan woningen en is gelegen binnen het bestaand
de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit
in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten
stedelijk gebied. Daarmee past het initiatief binnen de kaders
wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of
waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die
van de ladder voor duurzame verstedelijking.
beleidsdocumenten.
behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro
Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan
wordt onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaan: bestaand
woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van
stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve
regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017,
van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of
ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Specifiek voor de gemeente
horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal
IJsselstein is in Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (herijking
culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. 11
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening
Utrecht Toetsingskader Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsvisie Utrecht
en
de
vastgesteld.
Interim
Omdat
de
omgevingsverordening Omgevingswet
naar
verwachting op 1 juli 2022 wordt vastgesteld, was het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening,
kortweg
Interimverordening,
te
maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden; dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. Met de Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. Het is niet eenvoudig om deze leefomgeving in te richten. De provincie wil zich onder andere voorbereiden op: •
de extra woningen die gebouwd moeten worden;
•
de toename van werkgelegenheid;
•
de toename van verkeer;
•
de energietransitie;
•
de klimaatverandering;
•
de veranderingen in de landbouw.
Aan deze (nieuwe) ontwikkelingen wil de provincie ruimte geven. Verder vindt de provincie het belangrijk om de bestaande kwaliteiten van de provincie Utrecht te behouden, 12
te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen.
“We zorgen goed voor de landschappen, waterlinies, forten,
Programma wonen en werken Utrecht). Het Programma is
kastelen en buitenplaatsen, en we willen dat veel mensen
voor het onderdeel wonen en werken een uitwerking van de
In de Omgevingsvisie zijn zeven thema’s uitgewerkt. Per thema
kunnen genieten van die fraaie plekken. Ook vinden we het
Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Hierin is een
maakt de provincie belangrijke keuzes:
belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea)
nieuwe systematiek voor de locaties voor wonen en werken
met het aantal inwoners meegroeit.”
opgenomen. Gemeenten en provincie stellen gezamenlijk
1.
stad en land gezond:
regionale programma’s voor wonen en werken op, de provincie
“We zorgen ervoor dat de woon-, werk- en leefgebieden gezond
7.
zijn en uitnodigen tot bewegen (te voet of per fiets). Ook willen
“We beschermen de natuur en leggen nieuwe natuurgebieden
we dat er in en rondom steden en dorpen voldoende groene
aan die we onderling met elkaar verbinden. We helpen boeren
gebieden zijn om te recreëren”.
om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat
Het ‘Provinciale programma wonen en werken’ zal per
betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan
regio een overzicht bevatten van het aantal woningen/
grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en
hectares bedrijventerrein dat kan worden gerealiseerd dan
natuur.”
wel geherstructureerd of geïntensiveerd. Daarbij worden de
2.
klimaatbestendig en waterrobuust:
“We beschermen onze provincie tegen overstromingen,
toekomstbestendige natuur en landbouw:
een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer
legt de essentie daarvan vast in een provinciaal programma wonen en werken.
mogelijke uitbreidingslocaties specifiek opgenomen.
(wateroverlast en hitte). Ook gaan we de bodemdaling tegen,
Beoordeling
met name in de veenweidegebieden.”
Bestaande regels uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn
Beoordeling
in de Interim omgevingsverordening beleidsneutraal omgezet,
Het Programma wonen en werken Utrecht is nog niet
tenzij uit de Omgevingsvisie een andere keuze voortvloeit.
vastgesteld. Zodra het programma is vastgesteld kan,
“We stimuleren energiebesparing, evenals het opwekken van
De provinciale omgevingsvisie en -verordening bevatten geen
indien de onderhavige woningbouwplannen ver genoeg zijn
duurzame energie uit wind, zon, bodem en water.”
specifieke aandachtspunten voor het plangebied anders dan
uitgewerkt, bij een update van het programma de beoogde
reeds genoemd onder de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie
aantallen woningen worden ‘overgezet’ naar een zogenaamd
en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Uitzondering
‘hard’ plan, zodat de woningaantallen regionaal afgestemd en
“We bouwen nieuwe woningen en bedrijven vooral op plekken
hierop vormt het ‘Programma wonen en werken Utrecht’. Aan
geborgd zijn.
binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein,
dit programma wordt navolgend getoetst.
3.
4.
duurzame energie:
vitale steden en dorpen:
bus, tram en fiets te bereiken zijn.” 2.3.2 5.
Programma wonen en werken Utrecht
duurzaam, gezond en veilig bereikbaar:
“We leggen nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en
Toetsingskader
(snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden.
De provincie Utrecht wil flexibel kunnen inspelen op de
Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen.”
grote behoefte aan woningen en bedrijfsruimte. Samen met gemeenten wil zij daarom afspraken maken over woningbouw-
6.
leven landschap, erfgoed en cultuur:
en bedrijvenlocaties in een adaptief programma (het 13
2.4
Gemeentelijk beleid
Het vigerende bestemmingsplan staat de voorgenomen (her)
2.4.2
Structuurvisie IJsselstein (‘kwaliteit met karakter’)
ontwikkeling van het plangebied niet toe, daar het overgrote gedeelte van de gronden binnen het plangebied op basis van
Toetsingskader
het vigerende bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden
Op 3 juli 2003 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
Toetsingskader
kennen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient een
structuurvisie ‘Kwaliteit met karakter’ vastgesteld. In deze
Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is
nieuwe juridisch-planologische regeling te worden opgesteld.
visie is beschreven hoe de gemeente IJsselstein over 10 tot 15
2.4.1
Vigerend bestemmingsplan
het bestemmingsplan “Noordoost” dat op 30 mei 2013
jaar invulling geeft aan werken, wonen, recreatie en natuur.
door de gemeenteraad van IJsselstein is vastgesteld. De ontwikkellocatie heeft voor een groot deel de bestemming ‘Groen’. Daarbij zijn de grote oppervlakte wateren bestemd als ‘Water’. De voormalige boerderij heeft een bestemming ‘Bedrijf’. De bestaande woning naast het bedrijf heeft een woonbestemming (geen bedrijfswoning). Naast het bedrijf is de bestaande volkstuin positief bestemd als ‘Recreatie Volkstuin’. Tot
slot
geldt
dat
in
het
gehele
plangebied
een
gebiedsaanduiding ‘Archeologisch waardevol gebied - 3’ van kracht is. Gebieden, waar wel een verwachting geldt, maar nog niet is aangetoond worden aangeduid met een dergelijke gebiedsaanduiding. Deze specifieke aanduiding geeft aan dat de gronden een lage archeologisch verwachting hebben. Voor bodemingrepen van meer dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente IJsselstein ligt het gehele plangebied echter in een gebied met een middelhoge/hoge archeologische verwachting. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een verstoringsoppervlak groter dan 500 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv er vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 14
Beoordeling
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Noordoost”
De visie is gericht op het versterken van kwaliteit en karakter
2.4.3
Toekomstvisie 2025 (‘IJsselstein Dichtbij’)
door te streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en duurzame
Daarbij zijn vier doelen onderscheiden, waarvan er twee relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling:
ruimtelijke kwaliteit. Een belangrijk uitgangspunt van de visie
Toetsingskader
is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van woon- en
Op 21 januari 2010 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de
•
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren;
bedrijfsgebieden. In de structuurvisie staan de volgende
Toekomstvisie ‘IJsselstein Dichtbij’ vastgesteld. De gemeente
•
Duurzame samenleving en duurzame omgeving.
doelstellingen centraal:
IJsselstein kenmerkt zich onder meer door drie belangrijke
•
versterking van de eigen identiteit van IJsselstein binnen
kwaliteiten:
Herkenbare historische en ruimtelijke structuren
de stadsregio als middelgrote dynamische stad met
•
IJsselstein is een stad met een sterke sociale samenhang.
Binnen deze doelstelling zijn de volgende ambities relevant:
historisch karakter aan de Hollandsche IJssel als poort
Mensen zijn zeer betrokken bij de gemeenschap en bij
•
naar het Groene Hart;
elkaar. Dit geldt voor zowel inwoners als ondernemers. De
De woonwijken hebben vaak een groene uitstraling. Het
werken aan een duurzaam leefbare stad, met aandacht
samenhang komt onder meer tot uitdrukking in een actief
groen is nu nog te vaak ‘zichtgroen’. De gemeente wil
voor kwaliteit en een gedifferentieerd aanbod van
verenigingsleven en tal van evenementen.
daarom de gebruikswaarde van het groen vergroten.
IJsselstein is een stad met een karakteristieke historische
Het biedt zo een natuurlijke plek voor ontmoeting
voor landschap en natuur en een duidelijke plaats voor
ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke kenmerken in deze
en vertier. De gemeente heeft dit uitgewerkt in haar
water;
ruimtelijke kwaliteit zijn de historische binnenstad met
Groenstructuurplan, waar zij nu uitvoering aan geeft.
benutten van de potenties van de Hollandse IJssel voor
monumenten en de Hollandse IJssel die door de stad
wonen, recreatie en natuur.
stroomt.
benutting van de schaarse ruimte is bij deze ruimtedruk
IJsselstein heeft een unieke ligging in zowel het Groene
van belang. Kansen voor een betere benutting van ruimte
Beoordeling
Hart als het stedelijk gebied van Utrecht. Hierdoor
dienen zich aan bij de herinrichting van bedrijventerreinen.
Voor het bestaande stedelijke gebied is het uitgangspunt
combineert de stad de rust en ruimte van het groene
En ook door slimme functiecombinaties kan de schaarse
kwaliteitsverbetering,
buitengebied met de economische dynamiek van een
ruimte beter benut worden.
•
woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen, met respect
•
•
•
herstructurering,
een
zekere
intensivering van het ruimtegebruik en meer differentiatie in
stad.
woonmilieus. Eveneens wordt ingezet op de versterking van
•
•
•Gebruikswaarde van groen en water in de woonwijken:
Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik: Een zorgvuldige
Werken met stedelijke bebouwingsdichtheden: Bij nieuwe ontwikkelingen streeft de gemeente, waar mogelijk, naar
de stedelijke entree en de relatie tussen het stedelijk gebied
De leidende visie is in de toekomstvisie als volgt geformuleerd:
een combinatie van hoge bebouwingsdichtheden en een
en het buitengebied. In algemene zin kan gesteld worden
IJsselstein Dichtbij: stad waar inwoners en ondernemers zich
hoge ruimtelijke kwaliteit. Dit mag uiteraard niet ten
dat het voorgenomen initiatief een kwaliteitsverbetering/
mee verbonden voelen. Waar de sociale samenhang kracht
koste gaan van de leefbaarheid in de stad.
herstructurering betreft, waarbij de ruimte intensiever wordt
heeft. Waar de ruimtelijk-historische uitstraling een ‘thuis’
gebruikt en verschillende woonmilieus worden beoogd.
biedt. En waar de gemeente als partner aan de zijde van
Daarmee is het planvoornemen in lijn met de Structuurvisie
inwoners en ondernemers staat.
IJsselstein.
15
Duurzame samenleving en duurzame omgeving
op de woningmarkt. Daarbij wordt concreet ingezet op de
ontmoeten en op elkaar kunnen steunen waar nodig. Er is
De gemeente wil nieuwe energiebronnen in IJsselstein
komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna
echter sprake van een forse druk op de woningmarkt en een
toepassen. Al te vaak gebeurt dit via pilots. De gemeente
richting 2030. De doelen uit de woonvisie zijn uitgewerkt in
onevenwichtige bevolkingsontwikkeling onder invloed van
IJsselstein wil echter de fase van pilots voorbij en streeft
een vijftal pijlers:
vergrijzing, waardoor het aantal inwoners en in het bijzonder
daarom naar een brede toepassing van vernieuwende
1.
Evenwichtige bevolkingsopbouw vraagt extra groei;
het aantal gezinnen met kinderen afneemt. Om op deze opgaven
energiebronnen. Te denken is hierbij aan de ontwikkeling
2.
Gevarieerde en bereikbare woonmilieus;
in te spelen, wil de gemeente IJsselstein sterk inzetten op een
van energiebronnen per wijk (zonnecollectoren, warmte-
3.
Voorkomen verdringing kwetsbare groepen op de
wervend woonmilieu gericht op eigen inwoners én nieuwe
woningmarkt;
instroom. Dat vraagt een stevige groeiambitie om tot 2030
4.
Toekomstbestendige en duurzame wijken;
minimaal netto 2.500 nieuwe woningen toe te voegen. Om deze
5.
Langer thuis wonen ondersteunen.
groeiambitie te realiseren zet de gemeente in op nieuwbouw
terugwinning, etc.). Beoordeling Ten aanzien van de groenambitie wordt verwezen naar de
binnenstedelijk en buiten de contour. De binnenstedelijke
Nota Natuurkaart, behandeld verderop in deze kadernota.
Om invulling te geven aan de hierboven genoemde pijlers zijn
ruimte zal als eerste worden ingezet voor de versnelling van
Ten aanzien van de overige ambities geldt dat met het
de doelen uitgewerkt naar beleid. Dit is door de gemeente
de bouwproductie. Er is binnenstedelijk nog ruimte voor
planvoornemen sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, met
IJsselstein gedaan aan de hand van een aantal thema’s waarop
600-800 woningen. Met het planvoornemen wordt tegemoet
name omdat een locatie met een (deels) bestaande stedelijke
beleidssturing mogelijk is. De drie thema’s zijn:
gekomen aan de kwantitatieve woningbehoefte zoals die
functie opnieuw wordt ontwikkeld. Daarbij is een stedelijke,
•
Passend kwalitatief woningbouwprogramma;
geldt voor IJsselstein. De ontwikkeling vindt binnenstedelijk
relatief
een
•
Aanpak bestaande woningvoorraad;
plaats, hetgeen prioriteit heeft boven buitenstedelijke
bijpassende, hoge ruimtelijke kwaliteit. Zoals al aangegeven
•
Aanpak voor langer zelfstandig wonen.
woningbouwlocaties.
hoge
bebouwingsdichtheid
beoogd,
met
in de toets aan het provinciaal beleid is het toepassen van duurzame energiebronnen een aandachtspunt waaraan ook
De woonvisie wordt ten uitvoer gebracht via een tweejaarlijks
Ten aanzien van de kwalitatieve woonbehoefte wil de
met dit initiatief gevolg aan wordt gegeven. Daarmee is het
uitvoeringsprogramma. Dit programma vormt de leidraad
gemeente zorgdragen voor voldoende variatie in koop- en
planvoornemen in lijn met de Toekomstvisie IJsselstein.
bij de activiteiten die de gemeente oppakt. Tweejaarlijks
huurwoningen. De gemeente wil nieuwbouw realiseren
monitort en actualiseert de gemeente het programma. Daarbij
gericht op gezinnen en jonge huishoudens om voor hen
wordt nagegaan in welke mate de gestelde doelen zijn bereikt
een wervend woonmilieu te creëren. Het accent in de koop
en of actuele ontwikkelingen vragen om bijstelling van de
ligt hierbij op woningen tussen € 200.000 en € 350.000.
uitvoering, gericht op het bereiken van de doelen.
Circa 35% van de vraag komt van de doorstroomvraag van
2.4.4
Woonvisie gemeente IJsselstein 2019 - 2030
Toetsingskader De gemeenteraad van de gemeente IJsselstein heeft de
16
huishoudens die woon carrière willen maken in het segment
Woonvisie 2019 – 2030 vastgesteld op 4 juli 2019. In de
Beoordeling
vanaf € 250.000. Daarnaast wil de gemeente op locaties
Woonvisie 2019 – 2030 legt de gemeente IJsselstein de
IJsselstein wil een stad zijn met plek voor verschillende
nabij basisvoorzieningen nieuwbouw realiseren gericht op
prioriteiten van het lokale woonbeleid voor de komende jaren
generaties en leefstijlen. Een evenwichtige bevolkingsopbouw
doorstroming van oudere huishoudens vanuit gezinswoningen
vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen
zorgt voor een duurzame sociale kwaliteit: met voorzieningen
naar voor hen meer geschikte woningen. Ongeveer 25% van de
voor verschillende levensfases en generaties die elkaar
vraag naar nieuwbouw is gericht op doorstroming naar meer
levensloop geschikte woningen. Om te voorzien in de behoefte
uitzonderingen daargelaten). In combinatie met water en de
Uitgangspunt van het ontwerp is dat zoveel als mogelijk
aan sociale huur zal minimaal 30% van de nieuwbouw in de
verbinding met het buitengebied heeft groen veelal een hoge
ecologisch waardevol groen wordt behouden. Blijkens
sociale huur plaatsvinden, ofwel circa 750 woningen tot 2030.
natuurwaarde. Tegenover het ‘natuurlijker groen’ staat het
de Natuurkaart zijn in het plangebied groenstructuren
Voor (lagere) middeninkomens, waaronder ook veel starters, is
belevingsgroen of kijkgroen. Het belevingsgroen of kijkgroen is
aanwezig die conform de legenda als ecologisch waardevol
er weinig betaalbaar woningaanbod in de gemeente IJsselstein.
groen met vooral een betekenis voor de aankleding. Dit groen
dienen te worden beschouwd. De resultaten van het uit
Zij zijn aangewezen op vrije sector huur en betaalbare koop.
is vooral van belang als middel voor ruimtelijke indeling of
te voeren ecologisch onderzoek kunnen daarnaast van
Toevoegingen in deze segmenten lijkt dan ook gewenst, ook
verkeersbegeleiding, het verzachten van de stenige ruimte en
invloed zijn op het wel of niet rooien van groen ten behoeve
om scheefwoners in de sociale huur een passende plek te
het geven van beschutting en intimiteit. Het beheer is veelal
van de woningbouwontwikkeling. Het is raadzaam om te
kunnen bieden.
intensief en bestaat uit strak gemaaide gazons, regelmatig
inventariseren welke groenstructuren behouden dienen te
gesnoeide hagen of lage beplanting (bodembedekkers) die
blijven. Op deze manier kan al in een vroeg stadium gezocht
gesnoeid worden. De natuurwaarde is in het algemeen laag.
worden naar een vereniging van de ontwikkeling met de
Met het onderhavige initiatief wordt voorzien in een gedifferentieerd woningaanbod, passend bij de kwalitatieve behoefte. Zoals ook in de woonvisie omschreven is het noodzakelijk dat een deel van de bouwopgave wordt gerealiseerd
met
gepaste
hoogbouw
om
zodoende
binnenstedelijk groen te behouden. Daar binnen het plangebied sprake is van waardevol groen, wordt op deze locatie voorzien in gestapelde woningbouw zodat waardevolle groenstructuren zoveel als mogelijk behouden kunnen blijven. 2.4.5
Nota Natuurkaart IJsselstein
Toetsingskader Op 1 februari 2018 heeft de gemeenteraad van IJsselstein de Natuurkaart inclusief bijbehorende Natuurnota vastgesteld. Doel is het in beeld brengen van de huidige natuurwaarde van het groen in de gemeente. Op de natuurkaart staan de belangrijkste natuurgebieden en natuurroutes in en direct om de stad. De Natuurnota geeft weer dat in een groot deel van IJsselstein het groen uit natuurlijk aangelegd groen bestaat. Dit groen is veelal aangelegd in de jaren zeventig. De heesterbeplanting is inheems, evenals de bomen (met enkele Uitsnede Natuurkaart ter hoogte van het plangebied
17
mogelijk ter plaatse aanwezige ecologisch waardevolle groenstructuren. De gemeente wil nieuwbouw realiseren met behoud van de identiteit van IJsselstein en het groene karakter. Een forse binnenstedelijke bouwopgave accommoderen betekent echter dat de gemeente concessies moet doen door extra te verdichten. Door binnen het plangebied gestapelde woningbouw toe te staan, kan zoveel als mogelijk waardevol groen worden behouden.
18
De Randdijk
3.
PLANOLOGISCHE RELEVANTE (MILIEU) ASPECTEN
kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een
zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit
eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid
geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);
Inleiding
r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o.
Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro
principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De
functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via
Met betrekking tot een ruimtelijk besluit staat in artikel 3.2 van
bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor
afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid).
de Algemene wet bestuursrecht vermeld: ‘bij de voorbereiding
de gebruikers van de bodem.
3.1
in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in
•
de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;
•
functiewijzigingen
van
een
niet-geluidsgevoelige
De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1
van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen’.
Beoordeling
Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt
Aangetoond zal moeten worden dat de bodem geschikt is
tabel geeft hier een overzicht van:
dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten
voor de beoogde functie. Doordat de bestemming primair
van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet
wordt gewijzigd naar ‘Wonen’, dient de bodemkwaliteit door
bestuursrecht verrichte onderzoek. Ten behoeve van het
middel van een verkennend bodemonderzoek in beeld te
Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde
onderhavige planvoornemen heeft onderzoek plaatsgevonden
worden gebracht. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten
ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als ‘woonerf’
naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag
kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen
aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een
gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek.
moeten worden getroffen of dat er al dan niet nader onderzoek
maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende
noodzakelijk is. Ter plaatste van Randdijk 21A is in het verleden
waarden niet in acht hoeven te worden genomen.
3.2
Bodem
Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een
een asbestinventarisatie uitgevoerd. Bekend is dat op basis hiervan een asbestsanering heeft plaatsgevonden.
Beoordeling Het onderhavige planvoornemen voorziet in de realisatie van
3.3
Wegverkeerslawaai
woningen. Deze woningen liggen binnen de onderzoekszone van de N210, Rijksweg A2, Utrechtseweg en een trambaan.
toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten
Toetsingskader
Uit akoestisch onderzoek moet blijken of op de gevels van
aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van
Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen
de nieuwe woningen aan de voorkeursgrenswaarde van 48
vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak
bij de vaststelling van een nieuw ruimtelijk plan de waarden
dB uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan. Indien er
Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de
als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden
niet voldaan kan worden aan de voorkeurswaarde, moet een
aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak
genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom
hogere waarden procedure worden doorlopen. Hierbij vindt
van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop
een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende
een afweging plaats of een hogere waarden kan worden
deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in
onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:
toegestaan. De gemeente is primair verantwoordelijk voor het
afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er
•
de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige
lokale geluidbeleid. Hiervoor heeft de gemeente IJsselstein
gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies
het ‘Toetsingskader hogere grenswaarden geluid in IJsselstein’
niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas
19
vastgesteld (juni 2010). De gemeente IJsselstein stelt in haar
tot 63 dB van toepassing is, behoudens voor de Rijksweg A2,
zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere
geluidsbeleid voor het verlenen van hogere grenswaarden
waarvoor een hogere grenswaarde tot 53 dB van toepassing is.
de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen
de volgende eisen aan de geluidbelasting. Indien de
Voor de trambaan kan worden aangesloten bij normering voor
(C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO).
geluidbelasting:
railverkeer. Hiervoor geldt een voorkeursgrenswaarde van 55
1. maximaal 53 dB bedraagt, moet gestreefd worden naar een
dB en een maximale ontheffingswaarde van 68 dB.
geluidluwe gevel (geluidbelasting maximaal 48 dB) of, indien
Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3 mag
dit niet mogelijk is, naar een geluidluwe buitenruimte.
Indien verlening van hogere waarden noodzakelijk blijkt te
maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
2. hoger is dan 53 dB, maar lager dan 64 dB, moet een
zijn, zal moeten worden onderzocht of maatregelen te treffen
Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde
geluidluwe gevel (geluidbelasting maximaal 48 dB) of een
zijn om de geluidbelasting te verminderen. Het gaat daarbij
van 40 µg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 µg/m3 mag
geluidluwe buitenruimte aanwezig zijn en moet er minimaal 1
om maatregelen dichtbij de bron zoals schermen of wallen,
maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde zijn gesitueerd.
maatregelen binnen de locatie zelf, door geluidsluwe zones te
3. 64 dB of hoger is, zal de gemeente geen hogere waarden
creëren of dove gevels toe te passen.
De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een
verlenen.
De geluidsbelasting vanwege de wegen N210 en de A2 zijn in
gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal
verband met de hoogteligging en de hoge verkeersintensiteit
Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk,
zijn
vermoedelijk maatgevend voor de planvorming. Om inzichtelijk
provincies en gemeenten werken in het NSL-programma
planlocatie
te krijgen of maatregelen noodzakelijk en afdoende zijn,
samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren
buiten de aangewezen gebieden ligt, is het aanvullende
moet een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai worden
tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor
hogere waarden beleid niet van toepassing en gelden
uitgevoerd.
luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden).
Voor
het
hanteren
woonwijkgebieden
van
bovenstaand
aangewezen.
Indien
een
beleid
alleen de wettelijke toetsingscriteria. Het plangebied is door de gemeente in het geluidbeleid niet aangewezen als
De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling
3.4
Luchtkwaliteit
tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
woonwijkgebied. Aldus geldt de wettelijke toetsingscriteria. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de voorkeurswaarde
Toetsingskader
Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op
van 48 dB. Op basis van artikel 83 van de Wet geluidhinder is
In het kader van een planologische procedure dient te worden
basis van de ‘Wet luchtkwaliteit’ c.q. artikel 5.16 van de Wet
een hogere waarden dan 48 dB mogelijk. De hoogte van de
aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen
milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de ‘Wet
hogere waarden is afhankelijk van de vraag of de locatie wordt
voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op
luchtkwaliteit’ geen belemmering voor vergunningverlening
aangemerkt als binnenstedelijk of buitenstedelijk in de zin van
de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe
als:
de Wet geluidhinder. Bij de beoordeling van de geluidsbelasting
ontwikkeling, als ook de toetsing aan de ‘Wet luchtkwaliteit’
•
vanwege een auto(snel)weg op een woning wordt altijd de
in beeld te worden gebracht.
normering voor buitenstedelijk gebied gehanteerd, ook al ligt
20
overschrijding van een grenswaarde; •
de woning binnen de bebouwde kom.
De ‘Wet luchtkwaliteit’ van 15 november 2007, opgenomen
Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied. Dit betekent
in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer
dat voor deze ontwikkelingslocatie een hogere grenswaarde
(Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm
er geen sprake is van een feitelijke of dreigende een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;
•
een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
•
een project is opgenomen in een regionaal programma
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie
onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van
van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in
van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied verkregen.
het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een
werking is getreden.
Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool
nieuwe situatie.
In artikel 2 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen
2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het
(luchtkwaliteitseisen)’ is opgenomen dat een project ‘niet
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De
Specifiek voor LPG-tankstations is tevens de ‘circulaire
in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de
dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de N210 en de
effectafstanden
zogenaamde ‘3% grens’ niet wordt overschreden. Na vaststelling
Rijksweg A2. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de
circulaire wordt een handreiking gegeven ten behoeve van
van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als
jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs
de beoordeling van externe veiligheid van LPG-tankstations.
3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie
deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen (< 35
Daarbij staat het rekening houden met effectafstanden
fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met
μg/m3). Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake
centraal en wordt aangesloten bij hetgeen geregeld is in het
1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarmee kan
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling
worden gesteld dat met betrekking tot luchtkwaliteit een goed
externe veiligheid inrichtingen (Revi). In de circulaire wordt
woon- en leefklimaat binnen het plangebied is gegarandeerd.
het bevoegd gezag verzocht om rekening te houden met een
In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen
LPG-tankstations’
relevant.
Met
deze
(luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de ‘Regeling niet in
effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten.
betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor
Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet
bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen
3.5
Externe veiligheid
vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder
worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen.
3.5.1
Inrichtingen en externe veiligheid
toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd
Beoordeling
worden.
Toetsingskader
Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn
De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt:
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht
gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart
•
1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg;
aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de
geraadpleegd.
•
3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met
Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij
potentieel veiligheidsrisico betreft een inrichting met een
een gelijkmatige verkeersverdeling;
nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen.
LPG-installatie. Het betreft de inrichting aan de Rijksweg A2
In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a.
1 te Nieuwegein, gelegen op een afstand van circa 280 meter
Beoordeling
standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de
tot het plangebied. Gelet op deze afstand wordt voldaan aan
Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van een
grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR).
de effectafstand van 60 meter tussen een LPG-tankstation en
kleinschalig woongebied. Gesteld kan worden dat dit plan
Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle
een (beperkt) kwetsbaar object. Voor het plaatsgebonden
in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek,
bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde
risico gelden op grond van artikel 5, lid 3 Bevi jo. artikel
gelegen op de bouw van 1.500 woningen, niet in betekenende
(beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi
2 Revi vaste afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten.
mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de
is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven.
Dit betreft in onderhavig geval een contour van 25 meter
luchtkwaliteit.
In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan
tot het LPG-vulpunt en LPG-reservoir en 15 meter tot de
De
dichtstbijzijnde
inrichting
met
een
21
LPG-afleverinstallatie. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren, derhalve is het plaatsgebonden risico niet van invloed op onderhavig initiatief. Het groepsrisico wordt niet bepaald aan de hand van vaste contouren. De noodzaak tot verantwoording van het groepsrisico wordt bepaald aan de hand van de vraag of de toevoeging van (beperkt) kwetsbare objecten is gelegen binnen het invloedsgebied van de inrichting. Voor LPG-tankstations geldt een invloedsgebied van 150 meter, gerekend vanaf het LPG-vulpunt en LPG-reservoir. Onderhavig plangebied is gelegen op 130 meter afstand tot dit invloedsgebied. Deze inrichting heeft derhalve geen invloed op onderhavig planvoornemen. Voor het overige zijn er geen inrichtingen met een potentieel veiligheidsrisico gelegen nabij het plangebied. 3.5.2
Transport en externe veiligheid
Toetsingskader Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van 22
Uitsnede risicokaart ter hoogte van het plangebied
gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor
is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het
van de beoogde opzet van de woningbouwontwikkeling is
het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage
invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt
vanwege deze buisleiding een berekening van de hoogte van
2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden
bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën
het groepsrisico noodzakelijk.
risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet
die getransporteerd worden. Welke stofcategorieën vervoerd
meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.
worden over deze transportroute blijkt niet uit de risicokaart
3.6
Ecologie
3.6.1
Natuurgebieden
en dient daarom nader inzichtelijk te worden gemaakt. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied
3.5.3
Buisleidingen en externe veiligheid
risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart
Toetsingskader
geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op
Toetsingskader
De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december
een afstand van circa 160 meter van de Rijksweg A2. Over deze
Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het transport van
2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De
transportroute vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand
Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari
Indien een ontwikkeling betrekking heeft op een gebied dat
van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in
2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke
geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter tot deze
werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb
stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de
weg, dan dient conform artikel 8 Bevt de hoogte van het
bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te
Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de
groepsrisico inzichtelijk te worden gemaakt. Daarnaast geldt
nemen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording
Boswet.
dat transportroutes, afhankelijk van de stofcategorie wat
van het groepsrisico van relevante buisleidingen. Binnen de PR
vervoerd wordt over deze route, ook over een invloedsgebied
10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig
De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten
beschikken. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni
zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het
behoeve van de bescherming van natuurgebieden en
2019) blijkt dat over de A2, ter hoogte van het ontwikkelgebied
verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van
planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer
de stofcategorieën LF1, LF2, LT1 en LT2 worden vervoerd. Het
de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied
bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet
invloedsgebied vanwege de Rijksweg A2 reikt daarmee op basis
reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour,
natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent
van het HART tot 880 meter vanwege LT2. Indien woningbouw
voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval
natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn
wordt voorgestaan binnen het invloedsgebied, dienen de
berekend worden.
(Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn
risico’s als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen
(Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen.
(toxische vloeistoffen) conform artikel 7 Bevt meegenomen te
Beoordeling
De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is
worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van
Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied
geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb.
het groepsrisico.
risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtstbijzijnde
Beoordeling
Een deel van de Weg der Verenigde Naties is aangewezen
hogedruk buisleiding is gelegen op een afstand van circa 55
Het
als gemeentelijke route voor het transport van gevaarlijke
meter. Een klein deel van het plangebied is gelegen binnen het
‘Uiterwaarden Lek’ dat is gelegen op een afstand van ca.
stoffen. Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico
invloedsgebied van deze hogedruk aardgasleiding. Afhankelijk
dichtstbij
gelegen
Natura
2000-gebied
betreft
23
6 km tot onderhavig plangebied. Dit betreft een gebied
nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren
het verkrijgen van ontheffing) te treffen. Redelijkerwijs kan
dat beschermd is krachtens Europese regelgeving. De
en planten.
daardoor worden aangenomen dat de Wet natuurbescherming
bescherming is opgenomen in de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming). Aangetoond dient te worden dat met
Beoordeling
zekerheid geen significant negatieve effecten op dit gebied
Conform de Wet natuurbescherming is een initiatiefnemer
optreden als gevolg van de onderhavige ontwikkeling. Alleen
bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van
indien geen sprake is van een significant negatief effect kan
mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het
een project doorgang vinden. Voor een groot aantal potentiële
plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten
Toetsingskader
effecten kan worden beredeneerd dat geen sprake is van een
getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de
De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor
significant negatief effect. Immers vindt de ontwikkeling
verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. De
zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld
niet plaats bínnen een Natura 2000-gebied. Voor het aspect
verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de
in de Wet milieubeheer.
stikstof kan dit echter niet op voorhand worden gesteld. De
soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse
a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger;
emissie van stikstof kan namelijk ook enkele kilometers verder
lijsten) en de voorgenomen handelingen. Daarom dient
b. buisleidingen voor transport van aardgas met een
neerslaan.
tijdig door een ecologische deskundige de geschiktheid van
uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van
het ontwikkelingsgebied inzichtelijk te worden gemaakt om
meer dan 16 bar;
Met het programma AERIUS kan worden onderzocht
vast te stellen of, en zo ja, welke maatregelen noodzakelijk
c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een
of met een bepaalde ontwikkeling sprake is van een
zijn om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor
uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van
stikstofdepositietoename. Uit het stikstofonderzoek kan
in het wild levende dieren en planten. In eerste instantie
meer dan 16 bar;
blijken dat in de aanlegfase gewerkt moet worden met
kan dit geschieden door het uitvoeren van een zogenoemde
d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten
aangepast materieel, zoals bijvoorbeeld een groter aandeel
‘quickscan flora & fauna’. Mogelijk volgt uit deze quickscan
de bebouwde kom;
hybride of elektrische apparatuur.
dat soortgericht nader onderzoek nodig is. Het is aan te
e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas
raden dit nadere onderzoek uitgevoerd te hebben voordat
en aardolieproducten, die risico’s met zich meebrengen voor
een ruimtelijk plan wordt vastgesteld. Op deze wijze wordt
mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd
inzichtelijk of beschermde soorten gebruik maken van het
raken.
3.6.2
24
de uitvoerbaarheid van de plannen niet in de weg behoeft te
Flora en fauna
staan.
3.7
Kabels en leidingen
Toetsingskader
ontwikkelgebied en zo ja, of ontheffing op grond van het
Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en
soortenbeschermingsregime in de Wnb noodzakelijk is.
Beoordeling
fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De
Conform vaste jurisprudentie kan een plan evenwel worden
Ter plaatse van het plangebied zijn geen planologisch relevante
verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort
vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect
kabels en leidingen aanwezig. Indien nodig kan in een later
(en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten)
flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in
stadium van onderhavig project een KLIC-melding worden
en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen
de weg staat. Gelet op de omvang van het plangebied ligt in
uitgevoerd.
geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege
de rede dat er voldoende ruimte binnen het plangebied is
te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat
om eventuele compenserende maatregelen (benodigd voor
3.8
Cultuurhistorie
3.9
Archeologie
Toetsingskader
Toetsingskader
Beoordeling
Conform artikel 3.1.6, lid 5 Besluit ruimtelijke ordening
In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’
Het geldende archeologisch beleid van de gemeente
(Bro) dient bij een ruimtelijke plan een beschrijving te
tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen
IJsselstein is opgenomen in de archeologische verwachtings-
worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige
te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft
en beleidsadvieskaart. Op basis van een analyse van